1. Algemeen
1.1 Opmerkingen
1.1.1 Privaatrechtelijk vorderingen komen voort uit overeenkomsten naar burgerlijk recht, tot dienstverlening of leveringen van producten door de gemeente aan derden, waarvoor de gemeente een vergoeding factureert.
1.1.2 Privaatrechtelijke invordering vindt plaats op grond van het Burgerlijk Wetboek en Wetboek
Burgerlijke Rechtsvordering.1.3 De gemeente Krimpen aan den IJssel heeft de invordering van facturen, voortkomende uit verbintenissen naar burgerlijk recht, centraal georganiseerd
1.1.3 Met ‘factuur’ wordt de door de gemeente in rekening gebrachte dienst dan wel het
product bedoeld.
1.1.4 Debiteur is een natuurlijk- of rechtspersoon met een openstaande vordering aan de gemeente.
Met ‘debiteur’ kan ook zijn/haar wettelijke vertegenwoordiger of de aansprakelijkgestelde
worden bedoeld.
1.1.5 Voor verzending van de invorderingsbescheiden wordt gebruik gemaakt van de diensten van
een postbedrijf, tenzij de wet anders voorschrijft. Hiermee ligt de bewijslast, bij geen
ontvangst van het invorderingsbescheiden, te allen tijde bij de debiteur.
1.1.6 De hierna volgende beleidsregels en richtlijnen zijn gebaseerd op de genoemde wetten en
wetsartikelen, alsmede op de Grondwet, de Algemene Wet Bestuursrecht, de Algemene
Termijnenwet, het Wetboek van Koophandel, de Ambtenarenwet, de Faillissementswet en
sociale wetgeving.
1.2 Algemene uitgangspunten van het invorderingsbeleid
1.2.1 De beleidsregels met betrekking tot de privaatrechtelijke invordering bieden een duidelijk
kader ter ondersteuning van de dagelijkse praktijk. Daarnaast worden bedrijfsrisico’s beperkt voor inconsequente gedragslijnen met betrekking tot de invordering en financieel administratieve verantwoording van de facturen van de gemeente Krimpen aan den IJssel.
1.2.2 Als een openstaande factuur op verschillende wijze kan worden ingevorderd, dient te worden
gekozen voor de meest effectieve en efficiënte invorderingsbehandeling, tenzij het belang van
de invordering daardoor zou worden geschaad. Belangrijke indicatoren van effectiviteit en
efficiencyzijn eenvoud, snelheid en een lage kostprijs.
1.2.3 In aansluiting op artikel 67 van de Invorderingswet 1990, inzake de geheimhoudingsplicht,
mogen geen gegevens van een debiteur worden verstrekt aan derden, tenzij dit voor de
invordering van de schuld van betreffende debiteur van belang is. Met het oog op de privacy
moet tevens zorg worden gedragen voor een situatie waarin het voor derden onmogelijk is om
kennis te nemen van gegevens van de debiteur.
1.2.4 Hoewel de invorderingsambtenaar bij het invorderen rekening kan houden met persoonlijke
omstandigheden van de debiteur, is zijn taak er in de eerste plaats op gericht om er zorg
voor te dragen dat een openstaande vordering, binnen de gestelde termijnen, wordt voldaan.
1.2.5 Met betrekking tot aansprakelijkgestelden en andere derden vindt de invordering voor een grootdeel op overeenkomstige wijze plaats ten aanzien van de debiteur. Ter wille van de leesbaarheid is op de daarvoor geëigende plaatsen vermeden tevens de aansprakelijkgestelden en andere derden te noemen, zonder dat hiermee wordt beoogd de toepasselijkheid van die voorschriften op de invordering met betrekking tot aansprakelijkgestelden en andere derden te beperken.
1.2.6 De invorderingsambtenaar dient bij het invorderen van de vorderingen altijd zorgvuldig, tactvol, objectief en correct te handelen. Daarbij dienen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur als objectief en correct te handelen. Daarbij dienen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur als uitgangspunt. Dit geldt in het bijzonder voor de volgende beginselen:
-gelijkheidsbeginsel: soortgelijke gevallen dienen gelijk te worden behandeld;
-motiveringsbeginsel: handelingen of besluiten dienen deugdelijk te worden gemotiveerd,
zodat de debiteur of derde, kennis kan nemen van de beweegredenen en zich tegen de
(voorgenomen) handelingen of besluiten kan verweren;
-rechtszekerheidsbeginsel: als het vertrouwen van de debiteur in een invorderingskwestie
(terecht) wordt opgewekt, wordt dat vertrouwen gehonoreerd;
-zorgvuldigheidsbeginsel: de wettelijke toegekende invorderingsbevoegdheden worden
gebruikt overeenkomstig hun bedoeling.
1.3 Hiërarchie/Bevoegdheden
De invorderingsambtenaar
Ingevolge artikel 231 lid 2 onderdeel c. van de Gemeentewet is het hoofd van de afdeling Financiën en Control gemandateerd als gemeenteambtenaar belast met de invordering van gemeentelijke
belastingen. Hij is tevens de aangewezen ambtenaar belast met de private vorderingen.
De plaatsvervanger van de invorderingsambtenaar
Naast het hoofd van de afdeling Financiën en Control, als invorderingsambtenaar, is het plaatsvervangend hoofd van eerder genoemde afdeling als plaatsvervangend invorderingsambtenaar bevoegd om alle formele invorderingsbescheiden te ondertekenen en alle invorderingsactiviteiten uit te oefenen.
De invorderingsambtenaar is te allen tijde belast met de leiding van de invordering. Dit brengt met zich mee dat de gerechtsdeurwaarder voor de uitoefening van zijn taak niet van zijn wettelijke bevoegdheden gebruik maakt, zonder dat hij daartoe opdracht heeft gekregen van de invorderingsambtenaar.
De invorderingsambtenaar geeft vanuit de functiespecifieke taken opdracht aan het incassobureau om in geval van het onbetaald blijven van facturen de behandeling van het dossier over te nemen en via het gerechtelijke traject de debiteur tot betaling te dwingen. De invorderingsambtenaar is eindverantwoordelijk voor alle handelingen die in zijn naam ‘in opdracht’ (i/o) of ‘per order’ (p/o) ondertekend worden door de medewerker privaatrechtelijke invordering.
De medewerker privaatrechtelijke invordering.
De medewerker financieel beheer is bevoegd om zowel telefonisch, mondeling als schriftelijk op te treden namens de invorderingsambtenaar, waarbij op dezelfde wijze dient te worden opgetreden als ware hij de invorderingsambtenaar met uitzondering van de functiespecifieke taken.
Het incassobureau.
De gemeente Krimpen aan den IJssel maakt gebruik van een externe incassopartij. Na het, ondanks verzending van als regel twee (of soms drie) betalingsherinneringen, onbetaald blijven van de vorderingen worden deze uit handen gegeven aan een door de invorderingsambtenaar aangewezen incassobureau, waar het gehele gerechtelijke invorderingstraject in behandeling wordt genomen.
3. Invorderingstraject
3.1. Invorderingsprocedure
De invorderingsambtenaar tracht voor zover mogelijk de onderstaande volgorde van maatregelen ten behoeve van de invordering aan te houden.
1Vervaardiging en verzending 1e betalingsherinnering.
2Controle naam/adres/woonplaats/datum van inschrijving (na elk retour ontvangen stuk).
-Indien betalingsherinnering juist: volgende invorderingsmaatregel (stap 3).
-Indien betalingsherinnering onjuist, maar factuur juist: gegevens corrigeren, hernieuwde
betalingsherinnering verzenden (eventueel eerst openstaande postenbrief sturen).
-Indien betalingsherinnering onjuist èn factuur onjuist: factuur retour verantwoordelijke afdeling,waarna gecorrigeerde factuur met nieuwe dagtekening volgt.
3Bij uitblijven van betaling worden stappen 1 en 2 herhaald voor de 2e betalingsherinnering.
4Wanneer na de 2e betalingsherinnering de factuur nog niet is voldaan, wordt de vordering uit handengegeven aan het incassobureau. Inzet van het incassobureau strekt zich tot reguliere inningactiviteiten en indien noodzakelijk, op expliciet verzoek van de invorderingsambtenaar, tot het nemen van gerechtelijke stappen.
5.A. Bij inning: ontvangsten boeken op betreffende factuur.
5.B Bij oninbaar:
-1. controle van eventuele verhaalsmogelijkheden;
-2. voorstel maken om betreffende factuur oninbaar te verklaren.
3.2. Tijdpad invordering
Om de ontvangsten te maximaliseren is het van belang om de openstaande facturen goed te volgen. Door tijdig de herinneringen te verzenden, zullen de ontvangsten worden gemaximaliseerd en het oninbare bedrag worden beperkt.
Streeftijdstippen met betrekking tot de invordering:
Tijdstip
Omschrijving
Actie
Dag 0
Dagtekening factuur
Versturen factuur
Dag 30
Vervaldatum factuur
Controle in de financiële administratie
Dag 60
Tijd voor versturen 1e herinnering
Versturen 1e betalingsherinnering
Dag 74
Betaaltermijn 1e betalingsherinnering verlopen
Controle in de financiële administratie
Dag 90
Tijd voor versturen 2e herinnering
Versturen 2e betalingsherinnering
Dag 97
Betaaltermijn 2e betalingsherinnering verlopen
Controle in de financiële administratie
Dag 117
Tijd voor verdere vervolging
Vordering uit handen geven aan het incassobureau
3.3. De betalingsherinneringen
De betalingsherinnering is op naam gesteld van de natuurlijke- of rechtspersoon die op de factuur is vermeld of zijn/haar wettelijke vertegenwoordiger. Voor het versturen van een betalingsherinnering is geen minimum bedrag vastgesteld.
Als na de vervaldag van de factuur het verschuldigde bedrag niet of in onvoldoende mate is voldaan, verzendt de medewerker financieel beheer na 30 dagen na de vervaldatum van de factuur de 1e herinnering. De vervaldatum van de 1e herinnering is 14 dagen na dagtekening. De 2e betalingsherinnering wordt na 30 dagen na versturen van de 1e herinnering verstuurd en kent een vervaldatum van 7 dagen na dagtekening.
3.4. De telefonische herinnering
In geval van effectiviteit en wenselijkheid heeft de medewerker financieel beheer de mogelijkheid om, naast het schriftelijke herinneringsproces, op elk moment van het invorderingstraject voorafgaand aan het incassobureau, over te gaan tot telefonisch manen.
3.5. Het incassobureau
Na 20 dagen na het onbetaald blijven van de 2e betalingsherinnering wordt soms een 3e betalingsherinnering verzonden en/of wordt daarna de vordering ter verdere inning uit handen gegeven aan het incassobureau. Vanaf deze invorderingsfase worden de wettelijke rente en overige vervolgingskosten bij de debiteur in rekening gebracht.
Hierbij geldt dat de kosten van invordering zoveel mogelijk worden verhaald op de nalatige debiteur. Redenen hiervoor liggen in het beginsel van gelijke behandeling en het ‘uitstralingskarakter’ door duidelijk te laten blijken dat de gemeente elke vordering gelijk bewaakt.
Indien vooraf blijkt dat in redelijke mate vaststaat dat de opbrengsten niet op zullen wegen tegen de kosten wordt de vordering als niet te incasseren beschouwd en zal het incassobureau de vordering teruggeven aan de invorderingsambtenaar als zijnde oninbaar.
4. Verdere bepalingen
4.1 Toerekening betaling/afboeken kleine bedragen
Als tijdstip van betaling geldt de datum van bijschrijving op de rekening van de gemeente (of bij het incassobureau) dan wel de ontvangstdatum in geval van een kasbetaling.
De betalingen, waarvan de bestemming is aangegeven, worden afgeboekt overeenkomstig de bedoeling van de betaler. Een ongerichte betaling, waartoe geen bestemming is aangegeven, wordt afgeboekt op de oudste openstaande vordering dan wel op de voor de debiteur meest bezwarende factuur, met dien verstande dat de aard van betreffende factuur aanleiding kan zijn om, met inachtneming van de preferenties, hiervan af te wijken. Een teveelbetaling wordt aangemerkt en behandeld als een ongerichte betaling. De belastingplichtige wordt niet schriftelijk op de hoogte gebracht van een afboeking van een betaling.
Van een eventuele verrekening tussen privaatrechtelijke facturen onderling wordt de debiteur schriftelijk op de hoogte gesteld. In geval verrekening gewenst is tussen een privaatrechtelijke vordering met een openstaand bedrag van een publiekrechtelijke vordering, wordt de debiteur hiervoor om toestemming gevraagd. Geen reactie op het verzoek kan worden verstaan als zijnde een toestemming tot verrekening. Indien er geen toestemming verleend wordt, zal er niet eerder tot terugbetaling worden overgegaan dan wanneer er geen bedrag meer als te ontvangen in de administratie is opgenomen.
Kosten van vervolging die op meer dan één factuur betrekking hebben (zoals beslagkosten) worden toegerekend aan een van de betreffende facturen. In alle gevallen waarin betaling plaatsvindt aan de kas of de deurwaarder, wordt een kwitantie afgegeven. Indien een ontvangst volgt zonder dat er vorderingen open staan zal het bedrag teruggestort worden op hetzelfde bankrekeningnummer als waarvan de betaling is verricht.
4.2 Kwijtschelding
Voor private vorderingen is kwijtschelding niet mogelijk.
4.3 Uitstel van betaling
Uitstel in geval van een geschil.
Indien er sprake is van een gemeld geschil, zulks ter beoordeling van de verantwoordelijke afdeling, en het geschil niet op korte termijn verholpen kan worden, wordt uitstel van betaling verleend voor het in geschil zijnde bedrag. Hieruit volgt dat het bedrag, waarover geen geschil is, binnen de gestelde termijn dient te zijn voldaan. Uitstel voor het geschil kan niet eerder ingaan dan door de medewerker financieel beheer verleend.
In het geval dat er reeds vervolgingskosten in rekening zijn gebracht beslist de (plaatsvervangend) invorderingsambtenaar over het al dan niet te verlenen uitstel.
4.4 Betalingsregeling
Een debiteur die een betalingsregeling wenst voor zijn betalingsachterstand, kan hier zowel telefonisch als schriftelijk om verzoeken. Als stelregel geldt in principe dat de betalingsregeling binnen een redelijke termijn voltrokken dient te zijn, afhankelijk van het totaalbedrag. In het geval van regelmatige verzoeken om een betalingsregeling van dezelfde debiteur kan schriftelijk om meer informatie verzocht worden aangaande de persoonlijke situatie van betrokkene. Te denken valt aan inkomsten- en vermogensspecificaties.
Indien een betalingsregeling niet conform overeenkomst wordt nagekomen, komt deze per direct te vervallen. Aan de debiteur wordt schriftelijke medegedeeld dat de regeling per direct buiten behandeling is gesteld, waarna het invorderingstraject wordt hervat.
4.5 Oninbaar lijden
Minimaal eens per half jaar maakt de medewerker financieel beheer een lijst op van openstaande facturen die, ondanks alle mogelijke invorderingsmaatregelen, niet te innen zijn.
Alvorens het voorstel ter parafering zal worden voorgelegd aan het hoofd van de afdeling Financiën en Control, wordt de betreffende afdeling, waarvan de factuur afkomstig is, gehoord. De invorderingsambtenaar dient vervolgens het voorstel tot oninbaar verklaren in bij het college van burgemeester en wethouders.
Het daartoe strekkende besluit ontheft de invorderingsambtenaar van de wettelijke plicht verdere pogingen tot invordering te doen.
Hierbij geldt dat naast een totaaltelling per factuursoort, in het voorstel alle gegevens op factuurniveau moeten worden aangegeven, inclusief de van toepassing zijnde argumentatie.
De college lijdt de betreffende posten al dan niet oninbaar, waarna de betreffende factuurbedragen in de financiële administratie worden afgeboekt.
Redenen voor oninbaar lijden zijn:
-faillissement;
-vertrokken onbekend waarheen;
-vertrokken naar het buitenland;
-Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen;
-minnelijke schuldregeling (finale kwijting);
-kosten/baten (bedrag te laag om dwanginvordering toe te passen);
-overleden, erven onbekend of erfenis verworpen;
-geen verhaal.
Indien er opnieuw verhaalmogelijkheden zijn, wordt de invorderingsprocedure weer opgestart.