Gemeentelijke regelgeving

VERORDENING REKENKAMER KERKRADE 2022

Gemeente Kerkrade · geldt sinds 13 oktober 2022

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.wet: Gemeentewet;

b.voorzitter: voorzitter van de rekenkamer;

c.lid: extern lid van de rekenkamer;

d.college: college van burgemeester en wethouders;

e.rekenkamer: de rekenkamer van de gemeente Kerkrade.

Artikel 2 Rekenkamer

1Er is een rekenkamer.

2De rekenkamer bestaat uit drie leden, waarvan één voorzitter.

3De rekenkamer kan zich laten ondersteunen door een secretaris.

Artikel 3 Benoeming leden

1De raad benoemt de leden en de voorzitter van de rekenkamer op aanbeveling van de commissie Algemene Zaken en Middelen in samenspraak met de rekenkamer voor een periode van zes jaar.

2De commissie doet de aanbeveling vergezeld gaan van een verklaring van elke kandidaat, bevattende:

a.de mededeling dat hij een benoeming als lid zal aanvaarden;

b.een overzicht van de openbare betrekkingen die hij bekleedt.

3De bepalingen inzake de onverenigbaarheden, zoals opgenomen in hoofdstuk IVa van de wet zijn van toepassing.

4Bij ontstentenis van de voorzitter treedt het langstzittende lid op als voorzitter dan wel, als de overige leden een gelijke periode zitting hebben gehad, het oudste lid in jaren.

5Voorafgaand aan de benoeming van de voorzitter en de overige leden van de rekenkamer pleegt de commissie overleg met de rekenkamer.

6De raad besluit vóór de afloop van de benoemingsperiode over eventuele herbenoeming van de voorzitter en de leden van de rekenkamer voor een periode van zes jaar.

Artikel 4 Ontslag en non-activiteit

1De commissie bericht de raad als één van de ontslaggronden zich voordoet, bedoeld in artikel 81c, zesde of zevende lid, of van artikel 81d, eerste of tweede lid van de wet.

2In de gevallen, bedoeld in artikel 81c, zevende lid, en in artikel 81d, tweede lid, van de wet adviseert de commissie de raad over de vraag of al dan niet moet worden overgegaan tot ontslag, respectievelijk het op non-activiteit stellen van het desbetreffende lid.

3De commissie adviseert de raad tevens met betrekking tot een beslissing tot verlenging of beëindiging van een maatregel als bedoeld in artikel 81d, eerste of tweede lid.

Artikel 5 Taken en bevoegdheden van de rekenkamer

1De rekenkamer heeft de taken en bevoegdheden zoals geregeld in de wet.

2De taakverdeling bij uit te voeren onderzoeken en deelname aan regionale onderzoeken wordt onderling geregeld.

3De voorzitter:

a.draagt zorg voor het tijdig bijeenroepen van de vergadering van de rekenkamer en het leiden van de vergadering;

b.bevordert de voortgang van de activiteiten van de rekenkamer en bewaakt de onderzoeksopdracht;

c.is budgetverantwoordelijke;

d.investeert in de relaties van de rekenkamer met de raad en met andere actoren in de gemeente Kerkrade;

e.stuurt de secretaris aan.

Artikel 6 Reglement van Orde

De rekenkamer stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en werkzaamheden vast. Zij zendt dit reglement na vaststelling ter kennisname naar de raad.

Artikel 7 Contact met de raad

1De commissie Algemene Zaken en Middelen fungeert als aanspreekpunt voor de rekenkamer voor wat betreft:

a.het adviseren van de raad over de rekenkamer in het algemeen;

b.het onderhouden van contact tussen de raad en de rekenkamer;

c.het in samenspraak met de rekenkamer aanbevelen van de kandidaten voor het lidmaatschap van de rekenkamer;

d.het in samenspraak met de rekenkamer aanbevelen van leden voor herbenoeming.

2Het adviseren van de raad over de rapporten van de rekenkamer gebeurt niet per definitie in de commissie Algemene Zaken en Middelen, maar in de raadscommissie waar het onderwerp van onderzoek in thuishoort.

Artikel 8 Vergaderingen

1De rekenkamer vergadert zo veel als zij nodig acht.

2De rekenkamer vergadert in beslotenheid; haar rapporten zijn openbaar.

3De rekenkamer kan openbare informatieve vergaderingen beleggen.

Artikel 9 Onderwerpselectie en opdrachtverlening

1De rekenkamer bepaalt de onderwerpen, die zij onderzoekt, formuleert de probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast.

2De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de rekenkamer ter kennisneming aan de raad verstuurd.

3De raad kan de rekenkamer een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een onderzoek. De rekenkamer bericht de raad binnen 2 maanden in hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan. Indien de rekenkamer niet aan het verzoek van de raad voldoet, zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren.

4De rekenkamer overlegt jaarlijks met de commissie Algemene Zaken en Middelen over de onderzoeksagenda, waarna de rekenkamer besluit welke onderzoeken worden uitgevoerd.

Artikel 10 Uitvoering onderzoeken

1De rekenkamer is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet.

2De rekenkamer beoordeelt of het wenselijk is om de raad tussentijds te informeren.

3De rekenkamer is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en bij alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen, die zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen en bescheiden, registraties, besluiten, notulen etc. binnen de door de rekenkamer gestelde termijn te verstrekken.

4Voor de uitvoering van het onderzoek kan de rekenkamer, met inachtneming van het beschikbare budget, externe personen of bureaus inschakelen.

5Bij de uitvoering van onderzoeken kan samenwerking gezocht worden met andere gemeenten en/of andere gemeentelijke of regionale rekenkamer(functie)s.

6Voordat de rekenkamer tot vaststelling en openbaarmaking van een onderzoeksrapport overgaat, stelt zij de onderzochte partijen schriftelijk op de hoogte van het conceptrapport daarvan.

7De rekenkamer stelt de betrokken partijen in de gelegenheid tot ambtelijk wederhoor. Betrokken partijen kunnen binnen een door de rekenkamer te bepalen termijn die minimaal twee weken bedraagt schriftelijk reageren op de bevindingen in het onderzoeksrapport of een door de rekenkamer geselecteerd deel daarvan.

8De rekenkamer kan het college binnen een door de rekenkamer te bepalen termijn van minimaal twee weken in de gelegenheid stellen tot bestuurlijke wederhoor. Deze bestuurlijke reactie wordt integraal opgenomen in het rapport.

9Na de in het 7e en 8e lid bedoelde termijn sluit de rekenkamer haar onderzoek af en stelt zij een definitief rapport op, waarin de bevindingen, conclusies en aanbevelingen, de eventuele bestuurlijke reactie van het college, alsmede het nawoord van de rekenkamer zijn opgenomen.

10Het definitieve rapport wordt vergezeld van een door de rekenkamer opgesteld raadsvoorstel naar de raad gezonden.

Artikel 11 Vergoeding

1De voorzitter van de rekenkamer ontvangt voor zijn werkzaamheden een vergoeding van 250 euro per maand, inclusief reiskosten voor woon-werkverkeer.

2De leden van de rekenkamer ontvangen voor hun werkzaamheden een vergoeding van 200 euro per maand, inclusief reiskosten voor woon-werkverkeer.

3Voor incidentele dienstreizen (vergaderingen of begeleiding onderzoek buiten Kerkrade) ontvangen zowel voorzitter als leden van de rekenkamer een reiskostenvergoeding op declaratiebasis mits deelname vooraf door een meerderheid van de rekenkamer is goedgekeurd.

Artikel 12 Budget

1De rekenkamer is bevoegd binnen een aan haar bij begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken.

2De rekenkamer verantwoordt de baten en lasten van het vorig begrotingsjaar in het jaarverslag aan de raad, als bedoeld in artikel 185, derde lid van de wet.

3De voorzitter doet jaarlijks vóór 1 juni een voorstel aan de raad voor de nodige middelen voor een goede uitoefening van de taken.

Artikel 13 Titel

Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening gemeentelijke rekenkamer Kerkrade 2022.

Artikel 14 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op het raadsbesluit.

Bijlage A

Tekst uit de Gemeentewet

De verordening regelt zaken, aanvullend op dat wat in de Gemeentewet is bepaald. Voor een volledig beeld is hierna de tekst uit de wet vermeld.

Hoofdstuk IVa. De rekenkamer

Paragraaf 1 De gemeentelijke rekenkamer

Artikel 81a

1De raad kan een rekenkamer instellen.

2Indien de raad een rekenkamer instelt, zijn de navolgende artikelen van dit hoofdstuk

alsmede hoofdstuk XIa van toepassing.

3Indien de raad geen rekenkamer instelt, is hoofdstuk IVb van toepassing.

Artikel 81b

De raad stelt het aantal leden van de rekenkamer vast.

Artikel 81c

1De raad benoemd de leden van de rekenkamer voor de duur van zes jaar.

2Indien de rekenkamer uit twee of meer leden bestaat, benoemt de raad uit de leden de voorzitter.

3De raad kan plaatsvervangende leden benoemen. Indien de rekenkamer uit één lid bestaat, benoemt de raad in ieder geval een plaatsvervangend lid. Deze paragraaf is op plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing.

4De raad kan een lid herbenoemen.

5Voorafgaand aan de benoemingen, bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, pleegt de raad overleg met de rekenkamer.

6Een lid van de rekenkamer wordt door de raad ontslagen:

a.op eigen verzoek;

b.bij de aanvaarding van een functie, die onverenigbaar is met het lidmaatschap;

c.indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;

d.indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surséance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld;

e.indien hij naar het oordeel van de raad ernstig nadeel toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen.

7Een lid van de rekenkamer kan door de raad worden ontslagen:

a.indien hij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is zijn functie te vervullen;

b.indien hij handelt in strijd met artikel 81h.

Artikel 81d

1De raad stelt een lid van de rekenkamer op non-activiteit indien:

a.hij zich in voorlopige hechtenis bevindt;

b.hij bij een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd, die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;

c.hij onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surséance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld ingevolge een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak.

2De raad kan een lid van de rekenkamer op non-activiteit stellen, indien tegen hem een gerechtelijk onderzoek ter zake van een misdrijf wordt ingesteld of indien er een ander ernstig vermoeden is van het bestaan van feiten en omstandigheden, die tot ontslag, anders dan op gronden vermeld in artikel 81c, zesde lid, onder a en zevende lid, onder a zouden kunnen leiden.

3De raad beëindigt de non-activiteit zodra de grond voor de maatregel is vervallen, met dien verstande dat in een geval als bedoeld in het tweede lid de non-activiteit in ieder geval eindigt na zes maanden. In dat geval kan de raad de maatregel telkens voor ten hoogste drie maanden verlengen.

Artikel 81e

Artikel 121 is van overeenkomstige toepassing op de leden van de rekenkamer.

Artikel 81f

1Een lid van de rekenkamer is niet tevens:

a.minister;

b.staatssecretaris;

c.lid van de Raad van State;

d.lid van de Algemene Rekenkamer;

e.Nationale ombudsman;

f.substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman;

g.commissaris van de Koning van de provincie waarin de gemeente waar hij lid van de rekenkamer is, is gelegen;

h.gedeputeerde van de provincie waarin de gemeente waar hij lid van de rekenkamer is, is gelegen;

i.secretaris van de provincie waarin de gemeente waar hij lid van de rekenkamer is, is gelegen;

j.griffier van de provincie waarin de gemeente waar hij lid van de rekenkamer is, is gelegen;

k.lid van de raad;

l.burgemeester van de betrokken gemeente;

m.wethouder van de betrokken gemeente;

n.ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid;

o.lid van een commissie van de betrokken gemeente;

p.ambtenaar of ambtenaar van politie, in dienst van die gemeente of uit anderen hoofde daaraan onderschikt;

q.ambtenaar, in dienst van de Staat of de provincie, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op de gemeente;

r.functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel van bestuur het gemeentebestuur van advies dient.

2In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder q., kan een lid van de rekenkamer tevens zijn:

a.ambtenaar van de burgerlijke stand;

b.vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht.

Artikel 81g

1Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van de rekenkamer in de vergadering van de raad, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af:

«Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de rekenkamer benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de rekenkamer naar eer en geweten zal vervullen.

Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!»

(«Dat verklaar en beloof ik!»)

Artikel 81h

Artikel 152, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de leden van de

rekenkamer.

Artikel 81i

1De rekenkamer stelt een reglement van orde voor haar werkzaamheden vast en, indien zij uit twee of meer personen bestaat, tevens voor haar vergaderingen.

2De rekenkamer zendt het reglement ter kennisneming aan de raad.

Artikel 81j

1De raad stelt, na overleg met de rekenkamer, de rekenkamer de nodige middelen ter beschikking voor een goede uitoefening van haar werkzaamheden.

2Op voordracht van de voorzitter of het enige lid van de rekenkamer besluit het college tot het aangaan van arbeidsovereenkomsten met zoveel ambtenaren van de rekenkamer als nodig zijn voor een goede uitoefening van haar werkzaamheden.

3De ambtenaren die werkzaamheden verrichten voor de rekenkamer, verrichten niet tevens werkzaamheden voor een ander orgaan van de gemeente.

4De ambtenaren die werkzaamheden verrichten voor de rekenkamer, zijn ter zake van die werkzaamheden uitsluitend verantwoording schuldig aan de rekenkamer.

Artikel 81k

De leden van de rekenkamer ontvangen een bij verordening van de raad vastgestelde vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten.

Hoofdstuk XIa. De bevoegdheid van de Rekenkamer

Artikel 182

1De rekenkamer onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. Een door de rekenkamer ingesteld onderzoek naar de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur bevat geen controle van de jaarrekening als bedoeld in artikel 213, tweede lid.

2Op verzoek van de raad kan de rekenkamer een onderzoek instellen.

Artikel 183

1De rekenkamer is bevoegd alle documenten die berusten bij het gemeentebestuur te onderzoeken voor zover zij dat ter vervulling van haar taak nodig acht.

2Het gemeentebestuur verstrekt desgevraagd alle inlichtingen die de rekenkamer ter vervulling van haar taak nodig acht.

3Indien de zorg voor een administratie aan een derde is uitbesteed, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing op de administratie van de betrokken derde dan wel van degene die de administratie in opdracht van die derde voert.

Artikel 184

1De rekenkamer heeft de in de volgende leden vermelde bevoegdheden ten aanzien van de volgende instellingen en over de volgende periode:

a.openbare lichamen, bedrijfsvoeringsorganisaties en gemeenschappelijke organen ingesteld krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan de gemeente deelneemt, over de jaren dat de gemeente deelneemt in de regeling;

b.naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid waarvan de gemeente, alleen of samen met andere gemeenten,

meer dan vijftig procent van het geplaatste aandelenkapitaal houdt, over de jaren dat de gemeente, alleen of samen met andere gemeenten, meer dan vijftig procent van het geplaatste aandelenkapitaal houdt;

c.andere privaatrechtelijke rechtspersonen waaraan de gemeente, alleen of samen met andere gemeenten, of een of meer derden voor rekening en risico van de gemeente of gemeenten rechtstreeks of middellijk een subsidie, lening of garantie heeft verstrekt ten bedrage van ten minste vijftig procent van de baten van deze instelling, over de jaren waarop deze subsidie, lening of garantie betrekking heeft.

2De rekenkamer is bevoegd bij de betrokken instelling nadere inlichtingen in te winnen over de jaarrekeningen, daarop betrekking hebbende rapporten van hen die deze jaarrekeningen hebben gecontroleerd en overige documenten met betrekking tot die instelling, die bij het gemeentebestuur berusten. Indien een of meer documenten ontbreken, kan de rekenkamer van de betrokken instelling de overlegging daarvan vorderen.

3De rekenkamer kan, indien de documenten, bedoeld in het tweede lid, daartoe aanleiding geven, bij de betrokken instelling dan wel bij de derde die de administratie in opdracht van de instelling voert, een onderzoek instellen, waaronder een onderzoek naar het gevoerde bestuur van de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. De rekenkamer stelt de raad, het college en indien een onderzoek wordt ingesteld naar het gevoerde bestuur van een instelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, de rekenkamers van de deelnemende gemeenten en provincies aan deze instelling van haar voornemen een dergelijk onderzoek in te stellen, in kennis.

Artikel 184a

De rekenkamer is belast met het toezicht op de naleving van artikel 213, achtste lid.

Artikel 185

1De rekenkamer legt haar bevindingen en haar oordeel vast in rapporten, met dien verstande dat hierin niet worden opgenomen gegevens en bevindingen die naar hun aard vertrouwelijk zijn.

2De rekenkamer deelt aan de raad, het college en, indien van toepassing, aan de betrokken instelling, de opmerkingen en bedenkingen mee die zij naar aanleiding van haar bevindingen van belang acht. Aan de raad of het college kan zij ter zake voorstellen doen.

3De rekenkamer stelt elk jaar voor 1 april een verslag op van haar werkzaamheden over het voorgaande jaar.

4De rekenkamer zendt een afschrift van haar rapporten en haar verslag aan de raad en het college. Indien zij met toepassing van artikel 184 een onderzoek heeft ingesteld, zendt de rekenkamer tevens een afschrift van het rapport aan de betrokken instelling.

5De rapporten en de verslagen van de rekenkamer zijn openbaar

1Artikel 12

1De leden van de raad maken openbaar welke andere functies dan het lidmaatschap van de raad zij vervullen.

2Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging van een opgave van de in het eerste lid bedoelde functies op het gemeentehuis.

2Artikel 15

1Een lid van de raad mag niet:

a.als advocaat, procureur of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de gemeente of het gemeentebestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur;

b.als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur;c. als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met de gemeente aangaan van:

1eovereenkomsten als bedoeld in onderdeel d;

2eovereenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan de gemeente;

d.rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende:

1ehet aannemen van werk ten behoeve van de gemeente;

2ehet buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente;

3ehet leveren van roerende zaken anders dan om niet aan de gemeente;

4ehet verhuren van roerende zaken aan de gemeente;

5ehet verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de gemeente;

6ehet van de gemeente onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen;

7ehet onderhands huren of pachten van de gemeente.

2Van het eerste lid, aanhef en onder d, kunnen gedeputeerde staten ontheffing verlenen.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.