Aanhef
Het college van Kerkrade
gelet op artikel 10, tweede lid, 11, 13 en 24 lid 1 van de Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Kerkrade;
besluiten
vast te stellen de volgende nadere regels voor de graven en asbezorging.
Artikel 1. Begripsbepalingen
Deze nadere regels verstaan onder:
a.graf: een zandgraf of keldergraf;
b.grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet; grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand;
c.asbus: een bus ter berging van as van een overledene;
d.urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;
e.particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
1het doen begraven en begraven houden van lijken;
2het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; 3. het doen verstrooien van as;
f.algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;
g.particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
1het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
2het doen verstrooien van as.
Artikel 2. Indeling en uitgifte der graven
1De algemene graven betreffen graven waarin gelegenheid wordt gegeven om maximaal twee lijken te begraven voor de tijd van 10 jaren;
2De particuliere graven worden onderverdeeld in:
a.grote graven uitgegeven voor de tijd van 20 jaren, bestemd voor het begraven van ten hoogste twee lijken en/of het plaatsen van twee asbussen met of zonder urnen en/ of het verstrooien van de as van twee overledenen;
b.grote graven uitgegeven voor de tijd van 30 jaren, bestemd voor het begraven van ten hoogste twee lijken en/of het plaatsen van twee asbussen met of zonder urnen en/of het verstrooien van de as van twee overledenen;
c.kindergraven uitgegeven voor de tijd van 20 jaren, bestemd voor het begraven van ten hoogste één lijk;
d.kindergraven uitgegeven voor de tijd van 30 jaren, bestemd voor het begraven van ten hoogste één lijk.
Artikel 3. Afmetingen graven
1Graven bestemd voor het begraven van lijken van personen van 12 jaar en ouder, nader aangeduid als grote graven, hebben als regel een lengte van 2.00 meter en een breedte van 1.00 meter.
2Graven bestemd voor het begraven van personen beneden 12 jaar, nader aangeduid als kindergraven, hebben als regel een lengte van 1.50 meter en een breedte van 1.00 meter.
Artikel 4. De bezorging van as
1De particuliere urnengraven worden onderverdeeld in:
a.urnengraven uitgegeven voor de tijd van 20 jaren, bestemd voor het daarin bijzetten van ten hoogste twee asbus(sen) met of zonder urn(en), of het doen verstrooien van as van twee overledenen;
b.urnengraven uitgegeven voor de tijd van 30 jaren, bestemd voor het daarin bijzetten van ten hoogste twee asbus(sen) met of zonder urn(en), of het doen verstrooien van as van twee overledenen.
Artikel 5. Registers
Ten behoeve van het administratieve beheer worden bijgehouden:
a.een register, bevattende alle begravingen, bijzettingen en asverstrooiingen in chronologische volgorde met vermelding van de datum van de bijzetting of verstrooiing, de naam van de overledene en het grafnummer.
b.een register, vermeldende de namen van de rechthebbenden die het uitsluitend recht hebben gekregen met de aanduiding van het graf waarop deze rechten betrekking hebben.
c.een plattegrond van de begraafplaatsen, aangevende de indeling en de nummering van de graven.
Artikel 6. Slotbepalingen
1Deze nadere regels treden in werking per datum dat de Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Kerkrade in werking treedt.
2Deze nadere regels worden aangehaald als: Regels voor de graven en asbezorging.