Aanhef
Omgevingsanalyse, prioriteiten en doelstellingen
Inhoudsopgave
1Achtergrond en status
1.1 Keuzes maken bij uitvoering VTH-taken
1.2 Reikwijdte VTH-beleid
1.3 Status VTH-beleid
1.4 Omgevingsanalyse en uitvoeringsprogramma
1.5 Evaluatie Beleidskader VTH 2015
1.6 Leeswijzer
2Visie
2.1 Focus op de grootste risico’s
2.2 Eigen verantwoordelijkheid en ruimte voor eigen initiatief
2.3 Van handhaving naar preventie
2.4 Zorgen voor zicht op zaken
2.5 Intensieve samenwerking tussen ketenpartners
3Strategisch beleidskader
3.1 Woonwijken
3.2 Bedrijventerreinen
3.3 Winkelgebied
3.4 Landelijk gebied
4Verankering
4.1 Borging van kwaliteit
4.2 Organisatie
4.3 Personele en financiële middelen
4.4 Operationeel beleid
4.5 Uitvoeringsprogramma
4.6 Monitoring en jaarverslag
Bijlage 1. Evaluatie Beleidskader VTH 2015
Vaststelling van beleid
Functie van het beleid
Doorwerking van het beleid
Doelbereik
Bijlage 2. Omgevingsanalyse - analyse van problemen en inzichten
1Woonwijken
2Bedrijventerreinen
3Winkelgebied
4Landelijk gebied
Bijlage 1 Evaluatie Beleidskader VTH 2015
In deze bijlage blikken we terug op de voorgaande beleidsperiode. Deze periode liep vanaf het vaststellen van het ‘Beleidskader voor uitvoering van de VTH-taken fysieke omgeving, gemeente Kerkrade, februari 2015’ tot aan de voorbereiding van het voorliggende beleidsplan. Het doel van deze evaluatie is het benoemen van de leerpunten voor de volgende beleidsperiode. In het voorliggende beleidsplan geven we aan hoe we met deze leerpunten omgaan.
Vaststelling van beleid
Het ‘Beleidskader voor uitvoering van de VTH-taken fysieke omgeving, gemeente Kerkrade, februari 2015’ (VTH-beleidsplan) bevat de probleemanalyse, prioriteiten, doelen, geplande prestaties en indicatoren. Het kader benoemt voor zowel het Wabo- als APV-werkveld welke ambities onze gemeente heeft met de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving (VTH-taken). Het document wordt ook wel het ‘strategisch beleidskader’ genoemd, omdat het inzicht geeft in ‘wat’ de gemeente met de VTH-taken wil bereiken. In dit document dat het college van B&W in 2015 vaststelde, wordt ook verwezen naar het ‘operationele beleidskader’. Dit tweede document bevat de strategieën: ‘hoe’ de gemeente werkt.
Dit “operationele beleidskader” is gekoppeld aan het VTH-beleidsplan echter niet separaat bestuurlijk vastgesteld. De daarin opgenomen strategieën zijn met het bestuur afgestemd en worden bestuurlijk gedragen. Het betreft bijvoorbeeld keuzen over de frequentie van het toezicht (welk type werken bezoeken we wel, welk niet?), de intensiteit van de toetsing van aanvragen (welke aanvragen beoordelen we diepgaand en welke oppervlakkig?) én de inzet van de sanctie-instrumenten (wanneer zetten we welke sancties in?). Bepalingen uit het Besluit omgevingsrecht (Bor) geven aan dat dergelijke keuzen door het college dienen te worden vastgesteld en aan de gemeenteraad ter kennisname te worden aangeboden. In de looptijd van het VTH-beleid is dit gebeurd door de keuzes vast te laten leggen door het college in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s VTH en dit ter kennisname aan de raad aan te bieden.
Aanbeveling 1. Stel voor de volgende beleidsperiode de strategieën (operationeel beleid) samen met het strategisch beleid gelijktijdig bestuurlijk vast en biedt deze ter kennisname aan de raad aan.
In februari 2022 is het ‘Uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid (basistaken) Regio Zuid-Limburg door de gezamenlijke gemeenten en provincie Limburg opgesteld en door het college van B&W vastgesteld op 27 juni 2022 en ter kennisname aan de raad gestuurd. Dit beleidsplan vervangt het VTH-beleid voor een belangrijk deel van de milieutaken, evenals voor de VTH-taken bij bodem en asbest. Om te voorkomen dat voor de milieutaken twee beleidsplannen gelden (al dan niet in hierarchie), is een duidelijke scheiding in de reikwijdte van de plannen wenselijk.
Aanbeveling 2. Beperk het gemeentelijk VTH-beleid tot de taken die niet tot de basistaken behoren om een dubbele beleidsvorming te voorkomen.
Functie van het beleid
Een beleidsplan behoort sturing te geven aan de uitvoering. Met een beleidsplan geeft het college richting aan de uitvoering: wat doen we wel, wat doen we niet. In het VTH-beleidsplan zijn hiervoor in 2015 zo’n 21 doelstellingen opgenomen, die tevens zijn uitgewerkt in indicatoren (hoe te monitoren en rapporteren) én instrumenten.
Het aantal van 21 doelstellingen leidt er onwillekeurig toe dat het beleidsplan uit 2015 ambtelijk niet in de volle breedte bekend kan zijn. Het integraal gebruik van het beleidsplan is na 2015 beperkt geweest tot een kleine groep medewerkers. Het heeft in naam een doorwerking gehad (de titel is benoemd) in de uitvoeringsprogramma’s en jaarverslagen, maar qua inhoudelijke focus van de organisatie is er met het VTH-beleid onvoldoende in de volle breedte gestuurd. Dit maakt dat het beleidsplan onvoldoende de rol vervuld heeft die er eigenlijk aan verbonden is. De focus van de organisatie heeft voornamelijk gelegen op het waarborgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving en het inspelen op de actualiteit. Dit is ook zo benoemd in de vastgestelde uitvoeringsprogramma’s VTH. Impliciet zat dit verweven in de losse doelstellingen van het beleidsplan.
Met het beleidsplan voldeden we in 2015 aan een groot deel van de kwaliteitscriteria en de eisen die waren opgenomen in het Bor. Dit leidde tot een positieve score in het interbestuurlijk toezicht door de provincie.
Doorwerking van het beleid
In de uitvoeringsprogramma’s en jaarverslagen die hierna zijn opgesteld is verwezen naar het VTH-beleid. Daarmee is in procedurele zin sprake van het doorlopen van de cyclus (van strategisch plan naar jaarlijks programma). De uitvoeringsprogramma’s beperken zich tot de activiteiten van de afdeling Milieu en Bouwen. Activiteiten van overige teams ter realisatie van het VTH-beleid zijn niet uitgewerkt in deze documenten. Jaarverslagen zijn beschikbaar over 2017 t/m 2022.
Aanbeveling 3. Stel jaarlijks een uitvoeringsprogramma en jaarverslag op. Benoem daarin concreet welke activiteiten zijn voorgenomen (programma) en gerealiseerd (jaarverslag) voor de doelstellingen uit het VTH-beleid. Indien inzet van andere afdelingen (zoals Stedelijk Beheer, Stedelijke Ontwikkeling) nodig is, benoem deze dan specifiek.
Inhoudelijk is er onvoldoende doorwerking van het VTH-beleid geweest. De doelstellingen en indicatoren zoals in het beleidsplan zijn benoemd, komen in de uitvoeringsprogramma’s en jaarverslagen niet meer duidelijk terug. Daardoor ligt niet vast welke activiteiten de gemeente in de jaren ná vaststelling had willen ondernemen om de doelen te realiseren én in hoeverre deze activiteiten en daarmee doelstellingen uit het VTH-beleid zijn gerealiseerd. In de uitvoeringsprogramma’s zijn andere (afgeleide en meer actuele) doelstellingen/ambities benoemd dan in het beleidsplan. Duidelijk is hierbij dat de gemeente voornamelijk heeft ingestoken op de actualiteit binnen VTH vanuit een praktische instelling waarmee de (borging van de) kwaliteit van de leefomgeving volgens de gemeente het beste gediend was. Dit is afgestemd met het bestuur en ook bestuurlijk gedragen.
Aanbeveling 4. Herhaal in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s de doelstellingen uit het VTH-beleid en maak concreet welke activiteiten in het uitvoeringsjaar worden ondernomen. Neem ook in het jaarverslag de doelstellingen uit het VTH-beleid op en rapporteer daar over de voortgang.
Indien ná vaststelling van het VTH-beleid nieuwe doelstellingen/ambities worden opgesteld, stel deze dan expliciet vast in het uitvoeringsprogramma. Indien eerdere doelstellingen niet meer worden nagestreefd, geeft daarvan dan een onderbouwing in het uitvoeringsprogramma.
Onze ambtelijke organisatie is zoals boven aangegeven praktisch ingesteld en speelt in op de actuele situatie in de gemeente; dit wordt ook bestuurlijk zo ingegeven en gedragen. Geschreven beleid wordt veelal tot het meest noodzakelijke beperkt en wordt daardoor vaak onvoldoende als sturingsinstrument toegepast. Er is door het jaar heen veel ruimte voor bestuurlijk maatwerk (ad hoc werkzaamheden) en inspelen op de actualiteit. Met de 21 doelstellingen uit het VTH-beleid heeft de gemeente zich in 2015 veel monitoring- en rapportageverplichting opgelegd. In de praktijk is een dergelijk groot aantal verplichtingen niet zinvol en niet werkbaar gebleken.
Aanbeveling 5. Houdt de omvang van de doelstellingen/ambities in het VTH-beleid beperkt en zorg voor SMART-uitwerking van de doelen in meetbare indicatoren, waardoor de monitoring en rapportageverplichting ook haalbaar en minimaal blijft. Liever een beperkt aantal doelstellingen waarover jaarlijks wordt gerapporteerd en die tussendoor kunnen worden bijgesteld dan 21 doelstellingen die niet meer terugkomen in uitvoeringsprogramma’s en jaarverslagen.
In het beleidsplan heeft het college bepaald op welke wijze de organisatie met de VTH-taken omgaat. Deze organisatie bestaat deels uit medewerkers in dienst, maar ook medewerkers in dienst van adviesbureaus en partners, zoals de RUD Zuid-Limburg en de Veiligheidsregio Zuid-Limburg. Ook zij voeren in opdracht van de gemeente VTH-taken uit én werken dus binnen de kaders die ons college hen meegeeft. Het beleid bevatte zelf echter geen regeling hoe te zorgen dat het beleid bij uitvoerende medewerkers (intern en extern) kenbaar diende te worden gemaakt én hoe gezorgd diende te worden voor het sturen van de uitvoering.
Aanbeveling 6. Beschrijf in het beleid op welke wijze ervoor gezorgd wordt dat de uitvoerend medewerkers (intern en extern) handelen conform het beleid, bijvoorbeeld met behulp van procesbeschrijvingen en inrichting van VTH-registratiesysteem.
Binnen de afdeling Milieu en Bouwen komen geregeld vragen van management en bestuur hoe met bepaalde situaties dient te worden omgegaan. Voor een deel van deze vragen kan het antwoord gevonden worden in het vastgestelde beleidskader, het operationele beleid of het uitvoeringsprogramma. Het beleid wordt slechts beperkt geraadpleegd ter voorkoming van afwijkende beleidskeuzen.
Aanbeveling 7. Geef het beleid ook een duidelijke praktische meerwaarde voor de medewerkers: benoem zo scherp mogelijk welke taken wel én welke taken niet met prioriteit worden aangepakt. Dit geldt bijvoorbeeld voor het toetsingsniveau (welke aspecten uit de aanvraag wel/niet beoordelen), het toezichtniveau (waar wel/niet een bezoek na vergunningverlening) en sancties (welk sanctiemiddel bij welk type overtreding/overtreder). Uitwerking dient op hoofdlijnen plaats te vinden in het beleid, maar kan voor vaak voorkomende situaties gespecificeerd worden in checklists.
Doelbereik
De mate waarin de doelstellingen uit het VTH-beleid zijn gerealiseerd, is ook altijd onderwerp van evaluatie. Ten aanzien van de 21 doelen uit 2015 is echter niet helder vastgelegd of deze zijn gerealiseerd, daardoor was er onvoldoende mogelijkheid om tussentijds bij te sturen. Gezien de praktische insteek en het voldoende borgen van de kwaliteit van de leefomgeving, bestond in de organisatie geen directe aanleiding of behoefte om hierover te rapporteren (en daarmee te sturen) over het doelbereik. Directie, management, medewerkers, college en gemeenteraad stuurden voornamelijk op de uitvoeringskwaliteit en kwaliteit van de leefomgeving en niet op de 21 doelstellingen uit het beleid.
Aanbeveling 8. Bepaal tezamen met bestuur, directie en management op welke wijze intensievere (resultaatgerichte) sturing op de realisatie van de beleidsdoelen en de rapportage plaats dient te vinden en richt dit in bij (interne en externe) uitvoerders.
Bijlage 2 Omgevingsanalyse - analyse van problemen en inzichten
In deze bijlage benoemen we de grootste risico’s en problemen in onze gemeente, die binnen de reikwijdte van de Ow vallen. Per gebiedstype is allereerst een kort profiel uitgewerkt, vervolgens de omgevingsanalyse met risico’s en problemen en tot slot de prioriteit(en). Bij het bepalen van de prioriteit(en) zijn we selectief geweest; alleen de problemen en risico’s met de hoogste prioriteit zijn vertaald in een bestuurlijke doelstelling. Daarmee voorkomen we een grote administratieve last voor registratie en monitoring van de voortgang van doelen.
Deze analyse is gemaakt door de VTH-medewerkers en overige (beleidsmatige) medewerkers actief in de bebouwde omgeving. In overleg zijn de voornaamste thema’s benoemd en de betreffende problemen en risico’s geduid.
1Woonwijken
Profiel
Kenmerkend voor het wonen in onze gemeente zijn de heuvelachtige omgeving, wijken met eigen karakters en eigen (winkel)voorzieningen, verenigingsleven en parochie, de industriële wortels in de mijnindustrie en de grensligging en historische band met Herzogenrath. De kansen en uitdagingen voor de toekomst zijn op het vlak van het wonen per wijk sterk verschillend. De gemeentelijke structuurvisie is in dat kader ook uitgewerkt in drie stadsdeelvisies voor Kerkrade Noord, -Oost en -West.
Begin 2023 telt onze gemeente 45.620 inwoners. Sinds de jaren ’90 hebben we te maken met een afnemend inwoneraantal; ten opzichte van 2005 is het aantal inwoners met 8,6% afgenomen. Het aantal huishoudens is ook afgenomen, zij het minder sterk dan het aantal inwoners. Het aantal kleinere huishoudens neemt toe, vooral door vergrijzing, maar ook door een toename van het aantal scheidingsgevallen. De gemeente wil volgens de Regionale en lokale Woonvisie 2023-2028, gemeente Kerkrade een toename realiseren van 1.350 woningen van de bruto 7.500 woningen in de totale regio. Woningbouw moet bijdragen aan een kwalitatieve en klimaatbestendige woonomgeving.
Omgevingsanalyse
Toename kwalitatief goede woningen
Om de woonbehoefte te realiseren is Kerkrade met de Woonvisie het ‘woonoffensief’ gestart: (stimuleren van het) realiseren van bouwplannen en projecten die bijdragen aan een verantwoorde mix van woningaanbod waaraan nu en in de toekomst behoefte aan is in Kerkrade. Met nieuwbouw en transformatie wordt getracht tegemoet te komen aan de woningbehoeften. De herstructurerings- en transformatiegebieden in Kerkrade zijn groot. Het betreft veel woningen, zowel van
woningcorporaties als van particulieren.
De woningbehoefteonderzoeken fungeren bij het beoordelen van een bouwplan als leidraad. Als een concreet plan wordt ingediend, dan wordt – naast die leidraad – altijd gekeken naar de woonbehoefte op dat moment: de praktijkbehoefte. We werken aan het beter afstemmen van vraag en aanbod op de woningmarkt. In het coalitieakkoord is het belang van voldoende woningbouw die voldoet aan de wooneisen van deze tijd onderstreept. Al langer wordt ingezet op het terugbrengen van de plancapaciteit van ongewenste woningbouwplannen. In de praktijk vindt het intrekken van verleende vergunningen en bouwtitels op het moment dat er geen activiteit plaatsvindt beperkt plaats. Aankondiging hiervan vindt plaats conform Structuurvisiebesluit Wonen en Retail, de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg en ruimtelijke plannen, echter actieve intrekking is minimaal. Daarnaast leidt illegale woningsplitsing en kamerverhuur tot een ongewenste toename van de aantallen wooneenheden. In combinatie met de afnemende aantallen huishoudens leidt dit gemeentebreed tot een toename van leegstand van woongebouwen.
Brandveilige en constructieve kwaliteit
Wonen dient plaats te vinden in gebouwen die voldoen aan de eisen. Met name in de gebouwen waar mensen wonen die beperkt zelfredzaam zijn, zijn de risico’s op slachtoffers (letsel of overlijden) groter. We zien met name langs de oude linten horeca- en bedrijfspanden die worden omgevormd tot woningen. Daarbij zijn we in het bijzonder alert op de eisen die gelden voor gezondheid (lichtinval, ventilatie, aanwezigheid toiletvoorzieningen), constructie en brandveiligheid. Bij verhuur en woningsplitsing zien we geregeld situaties waar de woonomstandigheden niet voldoen aan de (constructief) bouwkundige eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (voorheen Bouwbesluit). Vanuit openbare orde en veiligheid is bij deze panden het risico groter op overlast voor de directe omgeving.
Onderhoud van leegstaande woningen
Het is belangrijk dat te koop staande woningen worden onderhouden, zodat de kwaliteit van woning en woonomgeving op peil blijft. In de praktijk gebeurt dit echter niet altijd, zeker als woningen langdurig te koop staan.
Energiezuinig, klimaatadaptief en levensloopgeschikt
In de Regionale en lokale Woonvisie 2023-2028 is opgenomen dat we streven naar energiezuinige en levensloopgeschikte oplevering van alle nieuwbouwwoningen. Door dit bij de beoordeling van nieuwbouw- en verbouwplannen extra aandacht te geven, wordt de bestaande woningvoorraad kwalitatief verbeterd én voorkomen dat woningen op de markt komen die hier niet aan voldoen.
Bijzondere aandacht heeft de verstening en verharding van het grondoppervlak. Door steeds meer bebouwd oppervlak heeft regenwater minder plek om te infiltreren. We lopen daardoor bij (hevige) regenval op risico’s van wateroverlast.
Monumenten en beeldbepalende panden
Het collegeprogramma geeft aan dat we ons materieel en immaterieel erfgoed koesteren. Verspreid door de gemeente staan zo’n 81 rijksmonumenten en op moment van schrijven van dit stuk 6 gemeentelijke monumenten. Om de instandhouding of exploitatie financieel mogelijk te maken (herbestemming) krijgen monumenten of karakteristieke panden geregeld een andere bestemming of zijn aanpassingen wenselijk om met de tijd mee te gaan (bijvoorbeeld plaatsing van zonnepanelen). In de huidige collegeperiode zal volgens het collegeprogramma nadrukkelijk oog zijn voor kerkgebouwen; de toekomstbestendigheid van deze gebouwen staat onder druk. Bij verbouwing/renovatie van een monument wordt veel in samenspraak met de toezichthouder gedaan. Dat maakt dat het naleefgedrag erg hoog is. Incidenteel komt het voor dat bij monumenten in afwijking van de omgevingsvergunning wordt verbouwd/gerenoveerd.
Evenementen
In woonwijken vinden met name kleinschalige evenementen plaats. Indien sprake is van constructies, dan zijn de risico’s vergelijkbaar als beschreven in de omgevingsanalyse voor het winkelgebied.
Overlast door buurtbewoners
Ook in onze gemeente ondervinden burgers overlast van elkaar. Bestrijden van woonoverlast is als een van de opgaven in het coalitieakkoord benoemd. In enkele gevallen leidt dergelijke overlast tot een burenruzie óf zijn hinderlijke situaties bij een langdurige burenruzie de spreekwoordelijke olie op het vuur. De overlast die wordt ervaren, betreft vooral:
-Geluidsoverlast door muziek, lopende motoren, installaties (warmtepompen, airco’s) en contactgeluid in woningen. We zien met name een toename van overlast van installaties.
-Verrommeling van tuinen en gevels door plaatsing van schuttingen, tuinhuisjes, schotels en dergelijke.
-In verval geraakte woningen en verwaarloosde tuinen. Panden kunnen (geheel of gedeeltelijk) instorten met gevaar voor derden en leiden tot een verminderde beeldkwaliteit (verpaupering). Tevens wordt de kans op ongedierte verhoogd.
-Rook- en geuroverlast door het stoken in houtkachels of ‘allesbranders’. Naast overlast kunnen ook gezondheidsklachten optreden. De problemen treden vooral op bij het stoken van verschillende materialen (in ‘allesbranders’) en in de eerste momenten van ontbranding.
-Parkeeroverlast door hinderlijk of foutgeparkeerde auto’s, caravans en aanhangwagens in de voortuinen of woonomgeving.
-Verkeerd geplaatst afval, waardoor vuil in het straatbeeld komt én kan leiden tot stankoverlast.
We ontvangen veel vragen van burgers over activiteiten van buurtbewoners (“mag dat?”). Dit kost veel tijd, terwijl de risico’s ten aanzien van veiligheid en gezondheid vaak zeer beperkt zijn. Het kan wel tot ergernis leiden. De communicatie tussen burgers onderling is in deze gevallen vaak heel beperkt. Aan een deel van de klachten kan de gemeente in juridische zin weinig doen. Activiteiten vinden vaak plaats binnen de kaders van bestaande wet- en regelgeving en zijn zodoende niet handhavend aan te pakken.
Ambities en prioriteit binnen het werkveld van de Ow
Op basis van bovenstaande omgevingsanalyse komen we voor het gebiedstype woongebieden tot de volgende prioriteit waarvoor een proactieve rol van de gemeente noodzakelijk is:
•Aanpakken van ongewenste uitbreiding van de woningvoorraad door illegale woningsplitsing, -kamerverhuur, -nieuwbouw en -transformatie, zodat de woningvoorraad kwalitatief en kwantitatief blijft aansluiten op de woonbehoefte..
•Groepen van niet-zelfredzame personen verblijven in gebouwen die voldoen aan de eisen voor brandveiligheid en constructieve veiligheid..
Aan deze prioriteit geven we de komende beleidsperiode extra aandacht. Overige geconstateerde problemen en risico’s krijgen aandacht in de reguliere uitvoering van de VTH-taken.
2Bedrijventerreinen
Profiel
We beschikken over zes bedrijventerreinen met een totale oppervlakte van ruim 350 hectare. Op de bedrijventerreinen Rodaboulevard, Dentgenbach en Julia kan de komende jaren nog enige nieuwbouw op vrije kavels gerealiseerd worden. De bedrijventerreinen Spekholzerheide, Willem Sophia en Euregiopark zijn vrijwel volledig bebouwd. Het grootste terrein is Dentgenbach met 116 hectare en 89 bedrijven. Totaal zijn op de bedrijventerreinen zo’n 315 bedrijven te vinden.
Op de bedrijventerreinen bevindt zich ook de grootschalige detailhandel. In voorliggende beschrijving is deze meegenomen onder het gebiedstype ‘winkelgebied’.
Omgevingsanalyse
Een deel van de bedrijven op onze bedrijventerreinen valt onder de basistaken. Hiervoor voert RUD Zuid Limburg de milieutaken uit. De problemen en risico’s die deze bedrijven veroorzaken zijn in voorliggende omgevingsanalyse buiten beschouwing gelaten.
Energietransitie
Maatschappelijk en bestuurlijk is veel aandacht voor energiebesparing en gebruik van duurzame energiebronnen. Het coalitieakkoord heeft dit onder meer onderstreept. De eigen opwek van energie zorgt voor een toename van energieopslag (accu’s) op locatie, met risico’s voor brandveiligheid. Daarnaast worden veel daken van grotere magazijnen en hallen belegd met zonnepanelen. Vanuit duurzaamheidsoogpunt een mooie ontwikkeling. Doordat een deel van deze zonnedaken ook vergunningvrij is aangelegd, is het onduidelijk of de daken constructief zijn toegerust (ook in combinatie met sneeuwbelasting) op deze installaties. Met name voor de gebouwen waar veel mensen verblijven, is dit een veiligheidsrisico. Zie hiervoor ook het gebiedstype ‘winkelgebieden’.
Door de komst van enkele datacenters is het stroomverbruik op enkele plekken in de gemeente enorm toegenomen; deze ontwikkeling past niet in ons duurzaamheidsbeleid (minder verbruik), zorgt niet voor veel werkgelegenheid en leidt op locatie tot geluidsoverlast. De keuze om al dan niet datacenters toe te staan is een (ruimtelijke) beleidskeuze en heeft geen gevolgen voor de VTH-inzet.
Klimaatadaptatie
Op de bedrijventerreinen is afgelopen jaren veel gebouwd en veel oppervlakte verhard. Regenwater wordt daardoor maar beperkt vastgehouden, met gevolgen voor onder meer hittestress, leefbaarheid, flora, fauna en bluswatervoorzieningen. Aanpak dient vooral in het kader van het omgevingsplan plaats te vinden; met VTH kan een beperkte bijdrage aan de ambities van klimaatadaptatie worden geleverd.
Huisvesting arbeidsmigranten
De gemeente ontvangt veel verzoeken voor huisvesting van arbeidsmigranten nabij bedrijven op de bedrijfsterreinen. De keuze om woonvoorzieningen op bedrijventerreinen toe te staan wordt gemaakt in het omgevingsplan. Tot heden is van toegestane woningen op bedrijventerreinen geen sprake. Incidenteel worden illegale situaties van bewoning aangetroffen. De objecten die voor bewoning geschikt worden gemaakt voldoen dikwijls niet aan de bouw- en brandveiligheidseisen.
Gebruik in strijd met omgevingsplan
Op de bedrijventerreinen zien we geregeld nieuwe functies ontstaan. Een deel van deze functies (met name winkels en overige publieksfuncties) is niet in het omgevingsplan toegestaan. Risico’s en problemen zijn er vooral bij die functies die overlast veroorzaken voor de omgeving (bijv. parkeren, geluid) en functies die strengere eisen aan constructieve- en brandveiligheid van de gebouwen stellen dan waarvoor de gebouwen oorspronkelijk zijn bedoeld.
Bedrijventerrein Julia
Van de zes bedrijventerreinen, heeft bedrijventerrein Julia de meeste ruimtelijke problematiek. Het terrein bevat veel bedrijfsverzamelgebouwen, waarbij van een deel van de gebouwen onbekend is welke bedrijven er met welke functies gevestigd zijn. Door de onbekendheid van de functies en de meer afgelegen ligging van het bedrijventerrein is er geen zicht op ondermijnende activiteiten; in het recente verleden is onder meer prostitutie en drugsproductie aangetroffen. Veel van de panden zijn in het verleden gesplitst, zonder dat de gemeente hierover geïnformeerd is. Naast veel leegstand en verrommeling op de voorterreinen, is er sprake van veel functiemenging op het bedrijventerrein: meerdere industriële functies zijn vermengd met sport- en recreatieve functies. Enkele woningen die niet als bedrijfswoning in gebruik waren, zijn afgelopen jaren gelegaliseerd. Het aantal klachten over en in het gebied is echter beperkt; dit kan komen door de beperkte bewoning én afgelegen ligging.
Ambities en prioriteit binnen het werkveld van de Ow
Op basis van bovenstaande omgevingsanalyse komen we voor het gebiedstype bedrijventerreinen tot de volgende prioriteit waarvoor een proactieve rol van de gemeente noodzakelijk is:
•Inzicht in gebruiksfuncties van bouwwerken op bedrijventerrein Julia, zodat we weten welke bedrijven met welke activiteiten gevestigd zijn én we kunnen bepalen of het feitelijk gebruik conform de geldende regels plaatsvindt..
Aan deze prioriteit geven we de komende beleidsperiode extra aandacht. Overige geconstateerde problemen en risico’s krijgen aandacht in de reguliere uitvoering van de VTH-taken.
3Winkelgebied
Profiel
Naast ons centrumgebied zijn clusters met detailhandel aanwezig in Eygelshoven, Hertogenlaan, Roda Boulevard, Carboonplein en Bleijerheide. In onderstaande tabel (volgens Uitvoeringsprogramma Retail 2019) is het ingevulde voorraad en leegstand per gebied benoemd.
De totale winkelvloeroppervlakte (wvo) in Kerkrade is circa 72.000 m2, waarbij 61% is gelegen op de Roda Boulevard. Procentueel is de hoogste leegstand in Kerkrade Centrum; daar was ten tijde van het uitvoeringsprogramma (2019) sprake van 40% leegstand. De clusters van horecavoorzieningen, evenals grootschalige detailhandel op de bedrijventerreinen zijn ook meegenomen in de analyse van dit gebiedstype. De winkelgebieden met de vijf supermarkten aan de Duitse zijde van de grens zijn niet meegenomen in de analyse.
Ingevulde voorraad (in m2 wvo)
Detailhandel
Ingevulde voorraad (in m2 wvo)
Horeca, recreatie en diensten
Leegstand
(in m2 wvo)
Totaal
(in m2 wvo)
Bleijerheide
1.806
1.806
Eygelshoven
1.421
398
360
2.179
Kerkrade Centrum
5.960
2.626
5.823
14.409
Hertogenlaan
1.673
139
95
1.907
Roda Boulevard
34.527
2.921
6.542
43.990
Carboonplein
6.074
634
919
7.627
Totaal
51.461
6.718
13.739
71.918
Leegstand
Onze winkelcentra willen we aantrekkelijk houden. Naast inrichting van het openbaar gebied investeren we vooral in een kwalitatief goede bezetting van de winkelvoorraad. In absolute zin is de leegstand het grootst op de Roda Boulevard (6.542 m2) en in Kerkrade Centrum (5.823 m2). Met 40% is de leegstand in Kerkrade Centrum ook procentueel gezien het hoogst. In het Uitvoeringsprogramma Retail 2019 zijn met name maatregelen aangekondigd voor verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, samenwerking in ondernemersverenigingen, concentratie van winkels én verwerven van nieuwvestiging (onder meer via een stimuleringsregeling voor nieuwvestiging of verplaatsing).
Nieuwe winkelvoorzieningen worden op de plekken binnen de winkelgebieden mogelijk gemaakt. We trachten winkels te concentreren door het, buiten de winkelgebieden, transformeren van winkels naar bijv. dienstverlening en/of wonen. Dit zijn beleidsmatige keuzen in het ruimtelijk plan, die de gemeente met vergunningverlening, toezicht en handhaving kan invullen. Het gebruik van panden voor (al dan niet toegestane) winkelvoorzieningen buiten de winkelgebieden, leidt tot een versnippering van de winkelvoorraad én daarmee tot toename van de leegstand in winkelgebieden. Een intensivering van het toezicht en de handhaving op het gebruik van panden voor detailhandel buiten de winkelgebieden kan tevens leiden tot een toenemende concentratie van winkels in de winkelgebieden.
Geluidsoverlast
Ook in de winkelgebieden vindt transformatie naar woningen plaats. Een toename van bewoning in gebieden die (ook) gebruikt worden voor horeca, leidt tot een toename van met name geluidsklachten. Ook evenementen met hoge geluidsbelasting leiden tot relatief hoge risico’s: gehoorschade kan optreden bij bezoekers en voor de omgeving leiden deze evenementen tot geluidsoverlast (klachten).
Gebruik van openbare ruimte
Hinder en overlast door terrassen en overige (reclame)objecten in de openbare ruimte is beperkt. Ook het aantal klachten als gevolg van bevoorrading van winkels is laag.
Constructies bij evenementen
Tijdelijke constructies bij evenementen (zoals tenten, tribunes en podia) dienen te voldoen aan de constructieve- en brandveiligheidseisen. Door de vaak grote aantallen bezoekers is een grondige toetsing van constructies en vluchtwegen van groot belang. Daarmee kunnen veiligheidsrisico’s (letsel of overlijden) als gevolg van instorting of brand worden beperkt. We constateren dat aanvragen voor evenementen met veel publiek vaak laat worden ontvangen, waardoor de toetsing in een korte periode dient plaats te vinden. Dit komt de kwaliteit van de toetsingen niet ten goede.
Constructieve veiligheid van grote hallen met publieksfuncties
De eigen opwek van energie zorgt voor een toename van energieopslag (accu’s) op locatie, met risico’s voor brandveiligheid. Daarnaast worden veel daken belegd met zonnepanelen. Een deel van deze zonnedaken is vergunningvrij aangelegd, waardoor het onduidelijk is of de daken constructief zijn toegerust (ook in combinatie met sneeuwbelasting). Met name bij grotere magazijnen en hallen die worden gebruikt voor detailhandel, sport en recreatie zien we grote risico’s. Dit geldt in het bijzonder voor de bouwwerken waar veel mensen verblijven, waardoor (gedeeltelijke) instorting kan leiden tot vele doden en gewonden.
Gebruik van bouwwerken in strijd met gebruiksbepalingen
Met name op de Roda Boulevard zien we diverse bouwwerken die gebouwd zijn (en aan de eisen dienen te voldoen) voor industriële- en logistieke activiteiten, maar die niet voldoen aan de eisen voor winkels- en overige publieksfuncties. Een deel van deze gebouwen wordt wel gebruikt met publieksfunctie en voldoet daardoor niet aan de gestelde voorwaarden uit het omgevingsplan. In combinatie met zonnepanelen op de daken is er in deze gebouwen een risico op (gedeeltelijke) instorting met veel letsel en/of slachtoffers.
Daarnaast kennen we gebouwen in de winkelgebieden die gebruikt worden in strijd met het ruimtelijk plan, maar waar de risico’s voor constructieve- en brandveiligheid beperkt zijn doordat ze beperkte of geen publieksfunctie hebben. Door dit lager risico heeft de handhaving van deze bouwwerken een lagere prioriteit.
Ambities en prioriteit binnen het werkveld van de Ow
Op basis van bovenstaande omgevingsanalyse komen we voor het gebiedstype winkelgebieden tot de volgende prioriteit waarvoor een proactieve rol van de gemeente noodzakelijk is:
•Panden die buiten de winkelgebieden in strijd met het omgevingsplan in gebruik zijn als winkel, worden actief gesignaleerd en gehandhaafd, zodat winkels zoveel mogelijk geconcentreerd blijven binnen de winkelgebieden..
•Grote gebouwen met publieksfuncties op de Rodaboulevard zijn qua constructie en brandveiligheid op orde, zodat gebruikers hiervan veilig gebruik kunnen maken..
Aan deze prioriteit geven we de komende beleidsperiode extra aandacht. Overige geconstateerde problemen en risico’s krijgen aandacht in de reguliere uitvoering van de VTH-taken.
4Landelijk gebied
Profiel
Het landschap van Kerkrade bestaat uit hoog gelegen plateaus en laag gelegen dalen. Het landelijk gebied is met name aanwezig op de laag gelegen dalen. Grote delen daarvan zijn onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), een Europees netwerk van natuurgebieden met bijzondere dier- en plantsoorten. Het landelijk gebied heeft met name een natuurfunctie; op enkele plekken vindt extensieve landbouw plaats. Een belangrijk toeristisch en recreatief gebied is het Anselderbeekdal, dat tezamen met het dal van de Strijthagerbeek (gemeente Landgraaf) het park Gravenrode vormt.
In het landelijk gebied zijn diverse toeristische voorzieningen die jaarlijkse veel bezoekers trekken. De voornaamste toeristische locaties zijn GaiaZoo Kerkrade, Discovery Museum en de Stoomtrein (Miljoenenlijn), Abdij Rolduc en het Parkstad Limburg Stadion.
Omgevingsanalyse
Voorkomen van verrommeling
Het landelijk gebied is beperkt van omvang en daarmee in het bijzonder te koesteren. In het gebied zijn, binnen de reikwijdte van de Ow, beperkte problemen en risico’s. Door de beperkte omvang van het gebied willen we voorkomen dat verrommeling plaatsvindt, bijvoorbeeld door opslag van materialen en plaatsing van (tijdelijke) bebouwing.
Illegaal gebruik van gemeentegrond
Er zijn diverse locaties in beeld waar gronden van de gemeente of het waterschap door derden worden gebruikt (landjepik). Hierdoor neemt het risico op verrommeling toe én kan op termijn een situatie ontstaan dat gebruikers rechten verwerven op de gronden. Binnen de reikwijdte van de Ow is met name de geplaatste bebouwing aan te pakken; landjepik dient privaatrechtelijk aangepakt te worden.
Evenementen
In het landelijk gebied vinden in beperkte mate evenementen plaats. Indien sprake is van constructies, dan zijn de risico’s vergelijkbaar als beschreven in de omgevingsanalyse voor het winkelgebied.
Ambities en prioriteit binnen het werkveld van de Ow
Op basis van bovenstaande omgevingsanalyse hebben we voor het gebiedstype landelijk gebied geen hoge prioriteiten waarvoor een proactieve rol van de gemeente noodzakelijk is. Geconstateerde problemen en risico’s krijgen aandacht in de reguliere uitvoering van de VTH-taken.