Gemeentelijke regelgeving

REGLEMENT VAN ORDE VOOR VERGADERINGEN VAN DE RAAD GEMEENTE KERKRADE 2025

Gemeente Kerkrade · geldt sinds 4 november 2025

HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

a.voorzitter:

de voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger;

b.griffier:

de griffier van de raad of diens plaatsvervanger;

c.amendement:

voorstel van een raadslid of raadsleden tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbesluit; naar de vorm geschikt om direct in de ontwerpverordening of het ontwerpbesluit te worden opgenomen;

d.subamendement:

voorstel van een raadslid of raadsleden tot wijziging van een aanhangig amendement; naar de vorm geschikt om direct in het amendement waar het betrekking op heeft, te worden opgenomen;

e.motie:

verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;

f.voorstel van orde:

voorstel betreffende de orde van de vergadering;

g.initiatiefvoorstel:

voorstel van een raadslid of raadsleden voor een verordening of ander voorstel;

h.interpellatie:

het vragen van inlichtingen aan het college of de burgemeester over een onderwerp dat niet vermeld staat op de agenda;

i.interruptie:

een door de voorzitter toegestane, korte onderbreking van het betoog van de spreker door een ander lid. De interruptie heeft uitsluitend tot doel het stellen van een korte, verduidelijkende vraag of het maken van een beknopte opmerking zonder inleiding. Een interruptie maakt geen deel uit van de spreektijd die is vastgesteld;

J. wet:

Gemeentewet.

Artikel 2 De voorzitter

1De voorzitter is belast met:

a.het leiden van de vergadering;

b.het handhaven van de orde;

c.het doen naleven van het reglement van orde;

d.hetgeen de wet of dit reglement hem verder opdraagt.

2De voorzitter verleent het woord, formuleert zo nodig het voorstel waarover zal worden gestemd en deelt de uitslag van de stemming mede.

Artikel 3 De griffier

1De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen en vergaderingen van het Presidium en het seniorenconvent.

2Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger, die door de raad is aangewezen.

3De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen.

Artikel 4 Het Presidium

1De raad heeft een Presidium, zijnde een agendacommissie zoals omschreven in het reglement van orde Presidium gemeente Kerkrade.

Artikel 5 Het seniorenconvent

1De raad heeft een seniorenconvent, dat tot taak heeft in overleg te treden met de burgemeester aangaande bijzondere bestuurlijke aangelegenheden.

2Het seniorenconvent bestaat uit de burgemeester, die tevens voorzitter van het seniorenconvent is, en de fractievoorzitters.

3De griffier of diens plaatsvervanger is in elke vergadering van het seniorenconvent aanwezig.

4Bij afwezigheid van de burgemeester wordt deze vervangen door de plaatsvervangend voorzitter van de raad.

5Het seniorenconvent kan anderen uitnodigen om deel te nemen aan zijn vergaderingen.

6Elke fractievoorzitter kan zich laten vervangen in het seniorenconvent door een raadslid van zijn fractie.

Artikel 6 Openbaarheid vergadering seniorenconvent

De vergaderingen van het seniorenconvent zijn niet openbaar.

Artikel 7 Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden

1De door gemeenteraad ingestelde Integriteitscommissie is tevens de permanente commissie geloofsbrieven waarbij steeds drie leden zorgdragen voor het onderzoek.

2Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raads- en commissieleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raads- en commissieleden tot de raad of commissie. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies.

3Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen.

4Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

5In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

Artikel 8 Benoeming wethouders

1De permanente commissie geloofsbrieven onderzoekt of de benoeming van de kandidaatwethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet.

2De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder.

3De burgemeester geeft voor aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaatwethouders aan een risicoanalyse te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad.

Artikel 9 Fracties

1Raadsleden, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd.

2Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren.

3Een fractie mag ook gedurende de bestuursperiode haar naam veranderen. Zij dient dit schriftelijk mede te delen aan de voorzitter.

4De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.

5Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.

6Voor het splitsen dan wel het vormen van nieuwe fracties is geen toestemming vereist van de raad.

7Een door afsplitsing nieuw ontstane fractie heeft het recht een eigen fractienaam te kiezen. De nieuwe fractie dient de fractienaam schriftelijk door te geven aan de voorzitter.

8Indien door afsplitsing een oorspronkelijke fractie zodanig verdeeld is, dat beide nieuw ontstane fracties even veel raadsleden tellen, mag slechts één fractie verder onder de naam, die boven de kandidatenlijst stond en moet de andere fractie een nieuwe naam kiezen. Indien een patstelling ontstaat over het recht op de oorspronkelijke naam boven de kandidatenlijst, beslist de raad.

9Met de in dit artikel beschreven veranderende situaties wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling ervan.

10Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.

Hoofdstuk 2 Raadsvergaderingen

Paragraaf 1 Voorbereiding

Artikel 10 Tijd en plaats van vergaderen

1Met inachtneming van artikel 17 van de wet vergadert de raad zo vaak als hij daartoe heeft besloten. Het seniorenconvent stelt daartoe jaarlijks, op voorstel van het Presidium, een vergaderschema vast.

2Hiervoor wordt door de voorzitter, in overleg met de raad, zo veel als mogelijk een vaste dag en een vast tijdstip van aanvang vastgesteld.

3De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en/of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover overleg met het Presidium, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie.

Artikel 11 Oproep en agenda

1Voordat de oproep wordt verzonden, stelt het Presidium de voorlopige agenda van de vergadering vast.

2De voorzitter zendt ten minste zes dagen vóór een raadsvergadering de raadsleden een oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken.

3In spoedeisende gevallen kan de voorzitter, na het verzenden van de oproep, zoals nader aangeduid in lid 2, tot uiterlijk 48 uur vóór aanvang van een vergadering, een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur vóór aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden.

4Op de stukken, bedoeld in het tweede en derde lid, is artikel 12, vierde lid, van toepassing.

5De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld.

Artikel 12 Ter inzage leggen van stukken

1Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving.

2Elektronisch beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst.

3Originele stukken worden behandeld conform de 'Archiefverordening Kerkrade 2020'.

4Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage.

Artikel 13 Openbare kennisgeving

1Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in een van gemeentewege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad en door plaatsing op de gemeentelijke website.

2In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend digitaal plaatsvinden.

Paragraaf 2 Ter vergadering

Artikel 14 Presentielijst

1De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen.

2Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de voorzitter en de griffier door ondertekening wordt vastgesteld.

Artikel 15 Zitplaatsen

1De voorzitter, de leden en de griffier hebben bij raadsvergaderingen een vaste zitplaats.

2De orde van plaatsneming in de raadszaal van de leden van de raad wordt door de voorzitter, het seniorenconvent gehoord hebbende, bepaald. Daarbij geldt als uitgangspunt, dat de leden van de onderscheidene fracties bij elkaar worden geplaatst.

3De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, gemeentesecretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd.

4Indien het maximaal toelaatbare aantal personen is bereikt, kan worden uitgeweken naar een andere ruimte waar de vergadering op beeld gevolgd kan worden.

Artikel 16 Opening vergadering; quorum

1De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden blijkens de presentielijst aanwezig is.

2Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen van de afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de wet.

3Voorafgaande aan het gestelde in het eerste lid kan de voorzitter vóór aanvang van de vergadering en na het sluiten van de vergadering een tekst ter overdenking uitspreken.

Artikel 17 Primus bij hoofdelijke stemming

Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen, deelt de voorzitter mede bij welk lid van de raad de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt door loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen. Bij het raadslid dat bij dat nummer behoort, begint een eventuele hoofdelijke stemming.

Artikel 18 Besluitenlijst

1De concept-besluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt aan de leden verstrekt gelijktijdig met de oproep. De concept-besluitenlijst wordt op hetzelfde moment aan de overige personen, die het woord gevoerd hebben, verstrekt.

2Bij het begin van de vergadering wordt de besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld.

3De leden, de voorzitter en de griffier alsmede de anderen die deelgenomen hebben aan de beraadslagingen dan wel het woord hebben gevoerd, hebben het recht een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen besloten is. Een voorstel tot verandering dient 48 uur vóór aanvang van de vergadering waarin de besluitenlijst wordt vastgesteld, bij de griffier te worden ingediend. Bij de vaststelling van de besluitenlijst, beslist de raad of met het voorstel tot aanpassing c.q. wijziging zoals hiervoor omschreven, rekening zal worden gehouden.

4De besluitenlijst moet inhouden:

a.de namen van de voorzitter, de griffier, de ter vergadering aanwezige leden en anderen die het woord hebben gevoerd alsmede de namen van de leden die afwezig waren;

b.de schriftelijke of mondelinge mededelingen over ingekomen stukken zoals bedoeld in artikel 19;

c.een vermelding van de agendapunten die aan de orde zijn geweest;

d.een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden, die 'voor' of 'tegen' stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden;

e.een nauwkeurige omschrijving van de genomen besluiten;

f.de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen;

g.een link naar het transcript van de raadsvergadering.

5De besluitenlijst wordt opgesteld onder de zorg van de griffier.

6Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de voorzitter en de griffier.

Artikel 19 Ingekomen stukken

1Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst die aan de raadsleden wordt toegezonden en ter inzage wordt gelegd.

2Na de vaststelling van de besluitenlijst stelt de raad op voorstel van het Presidium of in geval van onverwijlde spoed de griffier de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. Tot 2 uur van te voren kan een lid van de raad een verzoek bij de griffier indienen om de wijze van afdoening aan te passen.

Artikel 20 Beraadslaging

1De beraadslaging als voorbereiding op besluitvorming geschiedt door de leden van de raad terwijl de wethouder, de gemeentesecretaris, de griffier en anderen dan de in de raad aanwezige leden van de raad op uitnodiging van de voorzitter het woord kunnen voeren.

2Het Presidium kan tot uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering de burgemeester of één of meer wethouders dan wel anderen dan leden van de raad uitnodigen om in de vergadering aanwezig te zijn en deel te nemen aan de beraadslaging.

3Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan de raad, op voorstel van een der leden van de raad, terstond besluiten dat de voorzitter deelneemt aan de beraadslaging.

4Voor zover de raad wenst te beraadslagen over een geagendeerd onderwerp of voorstel begint de beraadslaging bij de fractie waartoe het lid behoort, dat overeenkomstig artikel 17 is aangewezen of bij een andere fractie indien de voorzitter dit wenselijk acht voor de beraadslaging.

Artikel 21 Spreekregels

1De leden spreken vanaf hun plaats of het spreekgestoelte en richten zich tot de voorzitter.

2Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden vanaf een andere plaats spreken.

3Anderen, die aan de beraadslagingen deelnemen, spreken vanaf een aan hen aangewezen plaats en richten zich tot de voorzitter.

4Een lid voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.

Artikel 22 Aantal spreektermijnen

1Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.

2Per fractie geldt een spreektijd van maximaal 5 minuten in de 1e termijn en 3 minuten in de 2e termijn per agendapunt.

3Voor het college geldt een spreektijd van maximaal 5 minuten in de 1e termijn en 3 minuten in de 2e termijn.

4Het Presidium kan bij het agendavoorstel besluiten van deze spreektijden af te wijken.

5De voorzitter kan een voorstel doen aan de commissie om hiervan af te wijken.

6Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten.

7Een fractie mag in de eerste termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.

8Het derde lid is niet van toepassing op:

a.de rapporteur van een commissie;

9Het tweede lid is niet van toepassing op:

a.het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, ten aanzien van de beraadslaging daarover.

10Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

Artikel 23 Handhaving orde; schorsing

1Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:

a.de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren;

b.een raadslid hem interrumpeert aan het einde van zijn betoog in de eerste termijn of tijdens volgende termijnen. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.

2Indien een lid, wethouder, gemeentesecretaris, de griffier of ander persoon die het woord voert, zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt dat lid door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien het desbetreffende lid, de desbetreffende wethouder, gemeentesecretaris, griffier of ander persoon die het woord voert, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter dat lid of die persoon gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.

3De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten.

Artikel 24 Stemverklaring

Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden in maximaal 1 minuut hun voorgenomen stemgedrag toelichten.

Artikel 25 Beslissing

1De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist.

2Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing.

Paragraaf 3 Procedures bij besluiten en stemmingen

Artikel 26 Stemming; procedure bij hoofdelijke stemming

1De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval, dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen.

2Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of dat zij zich op basis van de wet van deelneming aan de stemming hebben onthouden.

3Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad.

4Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid en verloopt verder volgens de volgorde van de presentielijst.

5Bij hoofdelijke stemming brengen de ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden hun stem uit door zich 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging.

6Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt, aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt echter geen verandering in de uitslag van de stemming.

7De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij mededeling van het genomen besluit.

Artikel 27 Volgorde stemming over amendementen en moties

1Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel.

2Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft.

3Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd.

4Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.

Artikel 28 Stemming over personen

1Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau.

2Aanwezige raadsleden, die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren.

3Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.

4Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.

5Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de wet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden, die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan:

a.een blanco stembriefje;

b.een ondertekend stembriefje;

c.een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;

d.een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd, die niet is voorgedragen;

e.een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.

6In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van de voorzitter.

7Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.

8Wanneer bij het maken van een keuze, voordracht of aanbeveling van personen het voorstel is beperkt tot één persoon voor elke te vervullen vacature, wordt geen stemming gehouden tenzij een van de leden dit verlangt.

Artikel 29 Herstemming over personen

1Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.

2Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben.

3Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.

Artikel 30 Beslissing door het lot

1Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke briefjes geschreven.

2Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud.

3Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.

Hoofdstuk 3 Rechten van leden

Artikel 31 Amendementen en subamendementen

1Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.

2Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst hebben getekend.

3Intrekking door de indiener(s) van het (sub)amendement is mogelijk totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.

Artikel 32 Moties, die betrekking hebben op een op de agenda van de raad opgenomen onderwerp

1Ieder lid kan vooraf of ter vergadering een motie indienen.

2De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats.

Artikel 33 Moties, die geen betrekking hebben op een op de agenda van de raad opgenomen onderwerp

1Ieder lid van de raad kan een motie indienen.

2Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden bij de voorzitter worden ingediend. Hierbij wordt gemotiveerd aangegeven of de motie een spoedeisend karakter heeft.

3Een niet-spoedeisende motie, die geen betrekking heeft op een op de agenda van de raad opgenomen onderwerp, wordt eerst behandeld in de daarvoor bestemde raadscommissie.

4Het Presidium bepaalt op grond van de motivering van de indiener of een motie spoedeisend is.

Artikel 34 Voorstellen van orde

Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over.

Artikel 35 Initiatiefvoorstel

1Een lid van de raad kan een initiatiefvoorstel indienen.

2Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college en de raad.

3Het college kan binnen vier weken nadat het in kennis is gesteld van een voorstel zijn wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de gemeenteraad brengen.

4Nadat het college zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het derde lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel door het Presidium op de commissieagenda en vervolgens op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst. Als de oproep hiervoor reeds verzonden is, wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst.

5Indien het initiatiefvoorstel spoedeisend is, wordt het na het verstrijken van de termijn van 4 weken of na het kenbaar maken van de wensen en bedenkingen van het college rechtstreeks op de raadsagenda geplaatst. Het Presidium beoordeelt of een initiatiefvoorstel spoedeisend is.

6Op een spoedeisend initiatiefvoorstel, inhoudende het ontslag van een wethouder, zijn de bepalingen in dit artikel niet van toepassing. Een dergelijk voorstel kan na instemming van de raad terstond aan de agenda worden toegevoegd.

Artikel 36 Collegevoorstel

1Een collegevoorstel aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering wordt niet ingetrokken zonder toestemming van de raad.

2Als de raad van oordeel is, dat het nodig is een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug te zenden aan het college, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

Artikel 37 Interpellatie

1Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen.

2De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders.

3Over verzoeken, die ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daarop volgende raadsvergadering.

4De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.

Artikel 38 Schriftelijke vragen

1Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier, waarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat.

2De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester.

3Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn ingediend.

4Vragen die tenminste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend, worden mondeling beantwoord in de eerstvolgende raadsvergadering, tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens wordt aangegeven binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden.

5Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffier aan de raadsleden toegezonden.

6De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.

Artikel 39 Inlichtingen

1Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet schriftelijk in bij de griffier.

2De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester.

3De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen 30 dagen nadat het verzoek is ingediend.

Hoofdstuk 4 Lidmaatschap van andere organisaties

Artikel 40 Verslag en verantwoording

1Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de gemeentesecretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht om (in aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken of voor het sluiten van de vergadering) verslag te doen over zaken, die in het algemeen bestuur als bedoeld, aan de orde zijn. Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de desbetreffende raadscommissie.

2Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 38, zijn van overeenkomstige toepassing.

3Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 39, zijn van overeenkomstige toepassing.

4Over een voorstel tot ontslag van een door de raad aangewezen lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, als bedoeld in het eerste lid, wordt niet beraadslaagd dan nadat in een vergadering ten minste veertien dagen tevoren gehouden, is besloten te verklaren dat de betrokken persoon niet meer het vertrouwen van de raad bezit als lid van het bedoelde bestuur.

5Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd.

Hoofdstuk 5 Besloten raadsvergaderingen

Artikel 41 Toepassing reglement op besloten vergaderingen

Op besloten vergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing, voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.

Artikel 42 Verslag besloten vergadering

1Conceptverslagen en -besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar berusten bij de griffier.

2Deze verslagen en besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het vastgestelde verslag en de besluitenlijst.

3De vastgestelde verslagen en besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.

Artikel 43 Opheffing geheimhouding

Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.

Hoofdstuk 6 Toehoorders en pers

Artikel 44 Toehoorders en pers

1Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.

2Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.

3De voorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de vergadering en is bevoegd, wanneer die orde op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken.

4De voorzitter is bevoegd toehoorders, die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren, voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.

Artikel 45 Geluid- en beeldregistraties

Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.

Hoofdstuk 7 Slotbepalingen

Artikel 47 Uitleg reglement

In die gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement beslist de raad op voorstel van de voorzitter.

Artikel 48 Inwerkingtreding

1Dit reglement treedt in werking onmiddellijk na vaststelling ervan door de raad.

2Op dat tijdstip vervalt het reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Kerkrade, vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 12 juni 2024.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.