Aanhef
Inleiding
De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) gaat ervan uit dat mensen een eigen verantwoordelijkheid hebben voor de wijze waarop zij hun leven inrichten en deelnemen aan het maatschappelijk leven. De wet verwacht van mensen dat zij elkaar daarin naar vermogen bijstaan. Mensen die zelf of samen met anderen in hun naaste omgeving onvoldoende zelfredzaam zijn of onvoldoende in staat zijn tot deelname aan de maatschappij (participatie) kunnen een beroep doen op ondersteuning. Deze ondersteuning moet erop gericht zijn dat mensen zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen.
Naast de wet is er het ‘Meerjarenbeleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning Samen verder’ en de ‘Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Kerkrade 2024’ die een kader voor het lokale beleid bieden. Het gemeentelijk beleid is in het meerjarenbeleidsplan en in de verordening vastgelegd. Het beoordelingskader wordt gevormd door de wet, het meerjarenbeleidsplan, de verordening en deze nadere regels (als algemeen verbindende voorschriften). De nadere regels houden regels in over de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften. In de beschikking die op een aanvraag volgt kan naar de nadere regels verwezen worden om daarmee een motivering te geven voor het besluit.
De nadere regels zijn aan de hand van vier thema’s opgebouwd, te weten:
1het voeren van een huishouden
2wonen
3mobiliteit
4zelfredzaamheid en participatie
De Nadere Regels worden vertaald naar werkafspraken/werkinstructies die (waar nodig) worden afgestemd met betrokken partijen.
Huishouden
VOORWOORD
In 2012 heeft de gemeente Kerkrade een nieuwe Richtlijn Hulp bij het Huishouden ontwikkeld. Deze is gebaseerd op (beleids)ontwikkelingen in het land, jurisprudentie, nieuwe inzichten en ervaringen uit de praktijk van zowel de medewerkers als ook van de zorgaanbieders. Daarnaast is er gebruik gemaakt van de richtlijn “Indicatieadvisering Hulp bij het huishouden ” zoals ontwikkeld door de MO-zaak in januari 2011.
In de afgelopen jaren is gebleken dat de Richtlijn, zoals ontwikkeld in 2012, goede handvatten biedt voor het bepalen van de aard en omvang van ondersteuning in het huishouden. Ook in juridische procedures is gebleken dat deze Richtlijn afdoende onderbouwd is.
Daarom vormt deze de onderlegger voor deze vernieuwde Richtlijn die aangepast is aan de Wmo 2015.
Deze nieuwe richtlijn maakt deel uit van de Nadere Regels Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Kerkrade 2024.
Een belangrijke plaats is ingeruimd voor het advies-ondersteuningsplan met handreiking waarmee de noodzaak en aard van ondersteuning in het huishouden samen met de cliënt en zijn eventueel sociaal netwerk wordt bepaald (bijlage).
INLEIDING
Als er beperkingen zijn bij het voeren van een huishouden
Wanneer er sprake is van een (dreigend) disfunctioneren van het huishouden kan hulp bij het huishouden als voorziening worden ingezet. Dit kan gedeeltelijke of volledige overname zijn van huishoudelijke taken. En indien van toepassing de verzorging van gezonde, jonge gezinsgenoten bij uitval van ouders en/of verzorgers.
Oorzaken van dit (dreigende) disfunctioneren zijn een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap of een psychosociaal probleem.
Indien een huishouden niet functioneert, kan dit op meerdere wijzen blijken, bijvoorbeeld in vervuiling (van de woning of van de kleding), door verwaarlozing van de cliënt (gezondheidsrisico’s, persoonlijke verzorging, voeding en vocht), maar ook door ontreddering van zichzelf of van afhankelijke huisgenoten waardoor het functioneren in huis maar ook buitenshuis belemmerd wordt.
Het doel van hulp bij het huishouden kan dan zijn het schoonhouden van het huis en/of het verrichten van de dagelijks voorkomende huishoudelijke activiteiten, maar ook het ondersteunen bij het organiseren van het huishouden.
Resultaat is dat de cliënt en zijn eventuele gezinsgenoten beschikken over een schoon en leefbaar huis.
Hulp bij het huishouden kan zich richten op de volgende onderdelen:
•boodschappen doen voor het dagelijkse leven / boodschappenlijst opstellen
•broodmaaltijden bereiden
•warme maaltijden opwarmen en in uitzonderlijke situaties bereiden
•licht huishoudelijk werk
•zwaar huishoudelijk werk
•wasgoedverzorging
•verzorging en/of tijdelijke opvang van kinderen bij uitval van ouders en/of verzorgers
•dagelijkse organisatie van het huishouden
De leefeenheid is primair zelf verantwoordelijk
Onder een leefeenheid wordt verstaan “alle bewoners die een gemeenschappelijke woning bewonen met als doel een duurzaam huishouden te voeren”.
Indien tot de leefeenheid, waarvan de cliënt deel van uitmaakt, één of meer huisgenoten behoren die wel in staat zijn het huishoudelijk werk te verrichten, komt men niet in aanmerking voor hulp bij het huishouden. Wij spreken dan van gebruikelijke hulp.
Gebruikelijke hulp is de ondersteuning die huisgenoten geacht worden elkaar te bieden, omdat zij als leefeenheid een gemeenschappelijk huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden.
Het principe van gebruikelijke hulp heeft een verplichtend karakter en hierbij wordt geen
onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie, cultuur, gezinssamenstelling, de wijze van
inkomensverwerving, drukke werkzaamheden, lange werkweken of persoonlijke opvattingen
over het verrichten van huishoudelijke werkzaamheden.
Indien uit (medisch) onderzoek blijkt dat een huisgenoot aantoonbare beperkingen heeft op
grond van een aandoening, beperking, handicap of probleem waardoor redelijkerwijs de
taken niet overgenomen kunnen worden is gebruikelijke hulp niet van toepassing.
TOELICHTING BEGRIPPEN
Compensatie door middel van een algemene voorziening
Een algemene voorziening is een voorziening die normaal in de maatschappij aanwezig en beschikbaar is en door iedereen die daar behoefte aan heeft op eenvoudige wijze te verkrijgen of te gebruiken is, zonder een ingewikkelde aanvraagprocedure.
Voorbeelden van algemene voorzieningen zijn:
•dagrecreatie voor ouderen;
•sociale alarmering;
•boodschappenbus, de supermarktservice, de vrijwillige boodschappenhulp;
•maaltijdservice en het eetcafé;
•klussendiensten om kleine woningaanpassingen te realiseren;
•was- en strijkservice;
•(ramen)wasservice;
•rolstoelpools en scootmobielpools voor incidentele situaties;
•kinderopvang in al zijn verschijningsvormen.
Compensatie door middel van een algemeen gebruikelijke voorziening
Een algemeen gebruikelijke voorziening is een voorziening waarover de aanvrager, gezien
zijn individuele situatie, ook zonder zijn handicap of beperking(en), zou kunnen beschikken.
Een dergelijke voorziening moet voldoen aan de volgende voorwaarden:
•is niet specifiek bedoeld voor personen met een beperking;
•is daadwerkelijk beschikbaar;
•levert een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot zelfredzaamheid of participatie in staat is;
•kan financieel gedragen worden met een inkomen op minimumniveau.
Wat in een concrete situatie als algemeen gebruikelijk te beschouwen is, hangt af van de geldende maatschappelijke normen van het moment van de aanvraag. Ook is in deze belangrijk om in elke afzonderlijke situatie te toetsen of de voorziening ook voor de cliënt in kwestie als algemene voorziening kan worden aangemerkt.
Onder algemeen gebruikelijke ( technische) hulpmiddelen wordt onder andere gezien:
(af)wasmachine, wasdroger, (robot)stofzuiger, kruimelzuiger, “swiffer”, “duster”, “wringer”, aangepast bestek, mobiele telefoon etc.
Er kan geen ondersteuning in de vorm van een maatwerkvoorziening “hulp bij het huishouden” afgegeven worden als de belemmeringen die de cliënt ervaart ten aanzien van zijn huishouden, opgelost kunnen worden met algemene (eventueel technische) hulpmiddelen. De inzet van deze middelen heeft altijd voorrang op een maatwerkvoorziening.
Daarnaast kunnen ook woonvoorzieningen zoals keukenaanpassingen of het plaatsen van een verhoging voor een wasmachine of wasdroger voor een oplossing of vermindering van het ervaren problemen in het huishouden zorgen.
Als een (technisch) hulpmiddel niet aanwezig is of gerealiseerd kan worden, maar wel een adequate oplossing biedt of een belangrijke bijdrage aan een oplossing / vermindering van de belemmeringen, gaat dit voor op het inzetten van hulp bij het huishouden. Hierbij kan geen rekening gehouden worden met persoonlijke opvattingen over de inzet van hulpmiddelen.
Natuurlijk dienen deze ondersteunende hulpmiddelen ook in het huishouden aanwezig te zijn als onderdeel van verantwoorde werkomstandigheden voor een medewerker van een thuiszorgorganisatie.
Voorliggende voorzieningen
Voorliggende voorzieningen zijn voorzieningen, waarop op grond van enige andere regeling aanspraak bestaat. Het gaat hierbij om een grote diversiteit aan algemene en specifieke wettelijke regelingen, waarbij de afbakening ten opzichte van de Wmo niet altijd even scherp is geregeld. De voorliggende voorziening moet beschikbaar en passend zijn. Als dit niet het geval is, dan is er geen sprake van een voorliggende voorziening. Niet relevant is of men gebruik wil maken van een voorliggende voorziening.
Het is in principe ook niet relevant welke kosten aan de voorliggende voorziening zijn verbonden, tenzij sprake zou kunnen zijn van een zogenaamd extreem laag inkomen als geldt bij het begrip algemeen gebruikelijk: een inkomen dat door kosten op grond van de ziekte of het probleem onder de bijstandsnorm uitkomt of dreigt uit te komen door deze kosten.
LEVERINGSVORMEN
Hulp bij het huishouden in natura
Indien een maatwerkvoorziening wordt toegewezen kan een cliënt kiezen voor een natura voorziening. De gemeente zorgt dat de zorg wordt geleverd door een van de gecontracteerde zorgaanbieders. De gemeente bepaalt de aard en de omvang van de hulp in uren aan de hand van een, in samenspraak met de cliënt opgesteld ondersteuning- adviesplan; daarnaast wordt de geldigheidsduur van de indicatie bepaald aan de hand van de specifieke situatie van de cliënt.
Persoonsgebonden budget (PGB) voor hulp bij het huishouden
Indien een maatwerkvoorziening wordt toegewezen kan een cliënt kiezen voor hulp bij het huishouden in de vorm van een PGB. Sinds 2015 ontvangt de cliënt het PGB niet meer op zijn eigen rekening, maar zal de Sociale Verzekeringsbank (SVB) het geld ontvangen vanuit de gemeente en betaalbaar stellen aan de zorgverleners, nadat de cliënt hiervoor de declaraties/facturen voor heeft ingediend bij de SVB.
GEBRUIKELIJKE HULP
Gebruikelijke hulp is de normale, dagelijkse ondersteuning die partners of ouders en inwonende kinderen geacht worden elkaar onderling te bieden omdat ze als leefeenheid gemeenschappelijk een woning bewonen en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van het huishouden.
Gebruikelijke hulp is alleen aan de orde als er een leefeenheid is die gemeenschappelijk een woning bewoont. Uitwonende kinderen vallen hier dus buiten. Werk (of vrijwilligerswerk) en opleiding van partner, ouders of inwonende kinderen zijn geen reden om hulp bij het huishouden toe te kennen.
Hanteren van principes rondom gebruikelijke hulp
In een aantal situaties waarbij er sprake is van een duurzaam huishouden mag er worden afgeweken van het principe van gebruikelijke hulp.
Medisch geobjectiveerde aandoening
Als uit objectief onderzoek blijkt dat een huisgenoot aantoonbare beperkingen heeft op grond van een aandoening, beperking, handicap of probleem, waardoor redelijkerwijs de taken niet overgenomen kunnen worden, is gebruikelijke hulp niet van toepassing.
Symptomen die zouden kunnen wijzen op overbelasting
Overbelasting kan worden veroorzaakt door een combinatie van symptomen van lichamelijke en/of psychische aard en wordt bepaald door in- en uitwendige factoren. Met andere woorden; in exact dezelfde situatie zal de ene huisgenoot wel overbelast kunnen raken, terwijl een andere huisgenoot hier geen of minder last van heeft.
Het is daarom van belang zorgvuldig onderzoek te plegen naar de verhouding tussen draagkracht (belastbaarheid) en draaglast (belasting) en symptomen die kunnen wijzen op overbelasting van de huisgenoten. In veel gevallen wordt een medisch adviseur daarbij ingeschakeld ter beoordeling. In principe zal overname van huishoudelijke taken voor een korte duur zijn, te denken valt aan 3-6 maanden. In deze periode wordt de leefeenheid de gelegenheid gegeven de onderlinge taakverdeling aan de ontstane situatie aan te passen.
Factoren die van invloed zijn op de draagkracht zijn onder meer:
lichamelijke conditie
geestelijke conditie
wijze van omgaan met problemen (coping)
motivatie voor de zorgtaak
sociaal netwerk
omvang en mate van (on)planbaarheid van zorgtaken
ziektebeeld en prognose
inzicht van huisgenoot in ziektebeeld van cliënt
woonsituatie
bijkomende sociale problemen
bijkomende emotionele problemen
bijkomende relationele problemen
Mogelijke symptomen van overbelasting zijn:
gespannen spieren, vaak in schoudergordel en rug
hoge bloeddruk
gewrichtspijn
gevoelens van slapte
slapeloosheid
migraine, duizeligheid
spierkrampen
verminderde weerstand, ziektegevoeligheid
opvliegingen
ademnood en gevoelens van beklemming op de borst
plotseling hevig zweten
gevoelens van beklemming in de hals
spiertrekkingen in het gezicht
verhoogde algemene prikkelbaarheid, boosheid, (verbale) agressie, zwijgen
ongeduld
vaak huilen
neerslachtigheid
Isolering
Verbittering
Concentratieproblemen
Dwangmatig denken, niet meer kunnen stoppen
Rusteloosheid
Perfectionisme
Geen beslissingen kunnen nemen
Denkblokkades
Dreigende overbelasting door het verlenen van zorg
Uit jurisprudentie blijkt dat in die situaties de aanvraag voor huishoudelijke ondersteuning niet per definitie afgewezen kan worden. Als een huisgenoot aangeeft dat er sprake is van (dreigende) overbelasting door de combinatie van (huishoudelijk) werk én de verzorging van een zieke huisgenoot, dienen deze klachten te worden geobjectiveerd. Het oordeel van een arts is hierbij noodzakelijk naast het horen van de huisgenoot.
Daarbij dienen onderstaande zaken onderzocht te worden:
•is er sprake van onplanbare zorg
•worden meer uren zorg geleverd dan geïndiceerd (bieden van mantelzorg)
•heeft huisgenoot mogelijk een (deel van) betaalbare baan opgezegd om zorg te verlenen
•draaglast en draagkracht
Uit jurisprudentie blijkt dat onderzoek naar enkel de medische situatie van de huisgenoot niet toereikend is. Er moet er ook een beeld gevormd worden van de overige factoren die kunnen leiden tot (dreigende) overbelasting. Denk daarbij aan de aard en intensiteit van de verleende zorg, tezamen met de medische problematiek van de cliënt.
(Dreigende) overbelasting bij korte levensverwachting van de cliënt
In terminale situaties is overleg met de huisgenoten over wat draagbaar is zeer belangrijk. In deze situaties kan er soepeler worden omgegaan met het principe van „gebruikelijk hulp‟.
Voorkomen van crisis en ontwrichting bij verzorging en opvang van gezonde kinderen
Indien opvang van gezonde kinderen noodzakelijk is heeft de inzet van voorliggende voorzieningen en/of mantelzorg een verplichtend karakter. Gebruik van voorliggende voorzieningen zoals kinderopvang en crèche is gangbaar tot en met 5 dagen per week.
Als deze niet aanwezig, niet toepasbaar of uitgeput zijn, is inzet van hulp voor oppas en opvang van kinderen voor een korte periode mogelijk. Te denken valt aan een periode van 3-6 maanden zodat de ouder(s) de gelegenheid krijgt een eigen oplossing te vinden.
Fysieke afwezigheid in verband met werk
Bij het bepalen van de beschikbaarheid van gebruikelijke hulp houdt het college geen rekening met drukke werkzaamheden, lange werkweken of veel reistijd. In het algemeen houdt het college alleen rekening met personen die vanwege hun werkzaamheden langdurig van huis zijn. Dit is bijvoorbeeld bij internationaal vrachtwagenchauffeurs, medewerkers in de off-shore of mariniers. Het gaat namelijk te ver deze mensen te dwingen een andere baan of functie te zoeken.
De afwezigheid dient inherent te zijn aan het werk en verplichtend van aard te zijn. Daarnaast moet er sprake zijn van afwezigheid voor een aaneengesloten periode van tenminste 7 etmalen.
Wanneer een volwassen lid van de leefeenheid minder dan 7 etmalen fysiek afwezig is, dient er altijd een onderzoek plaats te vinden naar de feitelijke mogelijkheden van het verlenen van gebruikelijke hulp in het huishouden.
Zorgplicht voor kinderen
Ouders hebben een zorgplicht voor hun kinderen. Zij dienen te zorgen voor de opvoeding van hun kinderen, het zorgen voor hun geestelijke en lichamelijke welzijn en het bevorderen van de ontwikkeling van hun persoonlijkheid als ook zorg bij kortdurende ziekte.
De hoeveelheid zorg is afhankelijk van de leeftijd en ontwikkeling van het kind (zie onderstaande opsomming). Bij uitval van één van de ouders dient de andere ouder de zorg voor de kinderen over te nemen. Waarbij van hen wordt verwacht dat zij maximaal zoeken naar eigen oplossingen: zorgverlof, mantelzorg en andere voorliggende voorzieningen.
De zorgplicht vervalt niet bij echtscheiding of beëindigen van de relatie. Maar er dient wel rekening gehouden te worden met de eventueel door de rechtbank vastgelegde afspraken. Indien de zorgplicht niet wordt nagekomen door de niet-verzorgende ouder, dient hiermee rekening te worden gehouden bij de beoordeling van de zorgvraag.
Bij de zorgplicht voor kinderen dient rekening te worden gehouden met de ontwikkelingsstadia van kinderen. Hierbij geldt de onderstaande verdeling:
Kinderen van 0 tot en met 4 jaar:
-kunnen niet zonder toezicht van volwassenen
-moeten volledig verzorgd worden; aan- en uitkleden, eten en wassen
-zijn tot 4 jaar niet zindelijk
-hebben begeleiding nodig bij hun sport/spel- en vrijetijdsbesteding, hebben dit niet in verenigingsverband
-zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven
Kinderen van 5 tot en met 11 jaar:
-kunnen niet zonder toezicht van volwassenen
-hebben toezicht nodig (en nog maar weinig hulp) bij hun persoonlijke verzorging
-zijn overdag zindelijk en ‟s nachts merendeel ook
-sport- en hobbyactiviteiten in verenigingsverband, gemiddeld 2x per week
-hebben bij hun vrijetijdsbesteding alleen begeleiding nodig in het verkeer wanneer zij van en naar hun activiteiten gaan
-hebben vanaf 5 jaar een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur per week
Kinderen van 12 tot en met 17 jaar:
-hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen; kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden, kunnen vanaf 16 jaar dag en nacht alleen gelaten worden, kunnen vanaf 18 zelfstandig wonen
-hebben geen hulp (en maar weinig toezicht) nodig bij hun persoonlijke verzorging
-sport- en hobbyactiviteiten in verenigingsverband, onbekend aantal keer per week
-hebben bij hun vrijetijdsbesteding geen begeleiding nodig in het verkeer
-hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding
Bijdrage van kinderen aan het huishouden
In geval de leefeenheid van de zorgvrager mede bestaat uit kinderen, dan wordt ervan uitgegaan, dat de kinderen, afhankelijk van hun leeftijd en psychosociaal functioneren, een bijdrage kunnen leveren aan de huishoudelijke taken. Hierbij wordt als richtlijn aangehouden:
-Kinderen tot 5 jaar leveren geen bijdrage aan de huishouding.
-Kinderen van 5 tot en met 12 jaar worden naar hun eigen mogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden als opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, kleding in de wasmand gooien.
-Kinderen van 13 tot en met 17 jaar kunnen, naast bovengenoemde taken hun eigen kamer op orde houden, d.w.z. rommel opruimen, stofzuigen, bed verschonen.
-Van een 18-23 jarige wordt verondersteld een eenpersoonshuishouden te kunnen voeren. Dat wil zeggen: schoonhouden van sanitaire ruimte, keuken en één kamer, de was doen, boodschappen doen, maaltijd verzorgen, afwassen en opruimen. Daarnaast kan een 18 – 23 jarige jongere gezinsleden verzorgen en begeleiden.
Inwonende kinderen vanaf 23 jaar worden geacht de huishoudelijke taken volledig over te nemen wanneer de cliënt uitvalt.
Uiteraard geldt ook hierbij dat de mogelijkheden van kinderen binnen de leefeenheid altijd afgestemd dienen te worden in relatie tot de volledige situatie van de leefeenheid. Signalen van overbelasting dienen ook ten aanzien van inwonende kinderen niet uit het oog gelaten te worden.
Uitstelbaar en niet uitstelbaar
Er kan een onderscheid gemaakt worden in de huishoudelijke taken met betrekking tot de uitstelbaarheid van de taken. Hierbij wordt gehanteerd:
•Niet-uitstelbare taken: maaltijd verzorgen/opwarmen, de kinderen verzorgen, afwassen en opruimen;
•Wel-uitstelbare taken: wasgoedverzorging, licht huishoudelijk werk zoals stoffen, zwaar huishoudelijk werk zoals stofzuigen, sanitair, keuken, bedden verschonen.
De gebruikelijke hulp heeft betrekking op beide soorten huishoudelijke taken. De daadwerkelijke invulling hangt af van de persoonlijke situatie van de cliënt en zijn omgeving. Daarmee is het bepalen van de uitstelbaarheid ook aan de specifieke situatie gebonden hetgeen recht doet aan de persoonskenmerken.
Continuïteit van huishoudelijke ondersteuning
Opname van de cliënt: indien een cliënt tijdelijk opgenomen wordt en deze opname niet langer duurt dan 8 weken, kan de toegekende ondersteuning bij het huishouden worden voortgezet indien er sprake is van een achterblijvende partner.
Overlijden van de cliënt: indien een cliënt komt te overlijden kan de toegekende ondersteuning bij het huishouden voor maximaal 4 weken worden voortgezet, indien er sprake is van een achterblijvende partner.
HUISHOUDELIJKE TAKEN
Onderstaande geeft aan welke richttijden er maximaal gelden voor de afzonderlijke de activiteiten. Deze kunnen in individuele casuïstiek zowel naar beneden als naar boven worden bijgesteld (maatwerk).
Algemene uitgangspunten:
•Leidend is de aard van de woning, de in gebruik zijnde ruimtes en de wijze waarop deze ruimtes worden benut;
•Het totale aantal volwassenen in het huishouden is niet maatgevend;
•Er wordt rekening gehouden met de aanwezigheid van kinderen (tot 18 jaar);
•De cliënt is verantwoordelijk voor de inrichting van zijn woning die past bij zijn persoonlijke (gezondheid)situatie (gladde vloeren, karpetten etc.);
Boodschappen
Boodschappenlijst samenstellen
In de gemeente Kerkrade wordt het halen van de boodschappen niet geïndiceerd. De boodschappenservice is aanwezig en daarmee algemeen gebruikelijk.
Indien er sprake is van regieproblematiek of dusdanige (fysieke) beperkingen waardoor de cliënt niet in staat is om zelf een boodschappenlijst op te stellen en eventueel door te bellen, kan dit geïndiceerd worden.
10minuten per week
Boodschappen opbergen/inruimen
Indien er geen mogelijkheden zijn dat de cliënt zelf of zijn directe omgeving, zorgen voor het inruimen van de boodschappen, kan dit geïndiceerd worden.
10minuten per week
Maaltijden
Broodmaaltijd
Broodmaaltijd klaarmaken, eventueel koffie/thee zetten, klaarzetten van de broodmaaltijd, tafel dekken en opruimen. Bij voorkeur wordt het brood 1 keer per dag klaargemaakt en afgedekt in de koelkast gezet; er kan tevens gebruik worden gemaakt van een thermoskan.
10minuten per keer maximaal 2 keer per dag.
Afwassen of in/uitruimen van de afwasmachine
5minuten per keer
factoren meer hulp: Kinderen < 12 jaar
15minuten per keer, maximaal 2 x per dag.
Warme maaltijd
Warme maaltijd koken, eventueel koffie/thee zetten, de warme maaltijd klaarzetten, tafel dekken 25 minuten per keer
Warme maaltijd opwarmen, eventueel koffie/thee zetten, de warme maaltijd klaarzetten, tafel dekken
10minuten per keer
Afwassen of in/uitruimen van de afwasmachine
5minuten per keer
Belangrijk: maaltijdservice, kant- en klaarmaaltijden etc. gelden als voorliggende voorzieningen. Koken kan slechts geïndiceerd worden in uitzonderlijke situaties, denk aan jonge gezinnen met kinderen en specifieke situaties zoals uitzonderlijke dieet ( niet regulier verkrijgbaar via maaltijdservice) of in geval van terminaliteit.
Het verdient het de voorkeur dat er gekookt wordt voor meerdere dagen per week (bewaren in koelkast/diepvries).
Licht huishoudelijk werk
stof afnemen (hoog/laag), opruimen, afwassen en bed opmaken
Woning met twee slaapkamers of minder 45 minuten per week
Woning met drie slaapkamers of meer 60 minuten per week
factoren voor meer hulp:
allergie of aandoening van de luchtwegen in een gesaneerde woning 15 minuten per week
Indien er sprake is van gedeeltelijke overname van het licht huishoudelijk werk, te weten de hoge en de lage taken, dan geldt een aangepaste normering:
Woning met twee slaapkamers of minder 25 minuten per week
Woning met drie slaapkamers of meer 35 minuten per week
Zwaar huishoudelijk werk
Stofzuigen, dweilen, soppen van sanitair en keuken, bedden verschonen, ramen lappen (binnen) en periodieke werkzaamheden.
Voor de buitenkant van de ramen dient gebruik gemaakt te worden van een glazenwasser.
Woning met twee slaapkamers of minder 70 minuten per week
Woning met drie slaapkamers of meer 110 minuten per week
Voor een woning met een trappenhuis, dat dagelijks in gebruik is ten behoeve van het bereiken van de slaapvertrekken en/of sanitaire ruimten) wordt 30 minuten per week extra geïndiceerd.
Meerfase-woning: dit betreft een gelijkvloerse woning waar alle noodzakelijke ruimtes, inclusief slaapvertrek en sanitaire ruimte, op 1 verdieping zijn; deze soort woning beschikt daarnaast over een bovenverdieping alwaar 1-2 extra (slaap) vertrekken zijn.
Hiervoor wordt gerekend: 10 minuten per week (inclusief het aanwezige trappenhuis).
Factoren voor meer hulp
•Allergie of aandoening aan de luchtwegen in een gesaneerde woning: 30 minuten per week;
•Hogere vervuilingsgraad als gevolg van geobjectiveerde beperkingen, denk aan volledige rolstoelafhankelijkheid binnen en buiten: 60 minuten per week;
dit geldt niet bij extra vervuiling door de leefwijze van de leefeenheid;
•Aanwezigheid van kinderen tot 18 jaar: 15 minuten per week, per kind
•Aanwezigheid van een extra volwassen persoon: 30 minuten per week;
Er kan 1 keer per week 30 minuten extra worden toegekend, ook als er meerdere extra volwassen personen naast de cliënt in de leefeenheid aanwezig zijn.
Voor de verzorging van dieren wordt in principe geen extra tijd berekend, dit is reeds verdisconteerd in de marge van de normtijden. In het geval van een hulphond dient dit principe nader bekeken te worden in relatie tot de situatie van de cliënt.
Verzorging wasgoed / textielverzorging
In de gemeente Kerkrade wordt de verzorging van het wasgoed in principe niet geïndiceerd omdat er een algemene voorziening voorhanden is.
Indien er sprake is van regieproblematiek of dusdanige (fysieke) beperkingen waardoor voor deze cliënt de was- en strijkservice niet kan worden aangemerkt als algemene voorziening, is het mogelijk om de verzorging van het wasgoed/textielverzorging te indiceren.
Dan gelden onderstaande normtijden:
Wasgoed sorteren en wassen in de wasmachine, wasgoed ophangen en afhalen, wasgoed drogen in de droger, wasgoed vouwen en opbergen, wasgoed strijken en opbergen.
Eenpersoonshouden:
Wassen en vouwen/strijken en opbergen 45 minuten per week
Vouwen / strijken en opbergen 25 minuten per week
Tweepersoonshuishouden:
Wassen en vouwen/ strijken en opbergen 60 minuten per week
Vouwen / strijken en opbergen 40 minuten per week
Factoren meer hulp:
Aanwezigheid van kind ( < 18 jaar) 15 minuten per kind per week
Volledige(langdurige) bedlegerigheid 20 minuten per week
Extra bewassing (overmatige transpiratie, niet of onvoldoende controleerbare middels verbandmateriaal of speciale kleding urine en/of faeces-incontinentie, speekselverlies etc.
20minuten per week
Het strijken van de bovenkleding is opgenomen in de normtijd. Extra tijd voor strijken van onderkleding en/of beddengoed is alleen mogelijk indien dit medisch noodzakelijk is. In principe wordt dit gevouwen. De aanwezigheid van een wasdroger dient gestimuleerd te worden.
Organisatie van het huishouden (i.v.m. regieproblematiek)
Dagelijkse organisatie van huishoudelijke activiteiten, plannen en beheren van huishoudelijke middelen 30 minuten per week
Factoren meer hulp:
Aanwezigheid van kinderen < 18 jaar 30 minuten per week
Communicatieproblemen ten gevolgen van beperkingen 15 minuten per week
dit geldt uitsluitend in het geval van cognitie en/of gedragsproblematiek en niet indien de communicatieproblemen veroorzaakt worden door een taalbarrière
verzorging en/of tijdelijke opvang van kinderen
Het gaat hierbij om een ouder die ten gevolge van beperkingen tijdelijk niet in staat is de verzorging en/of opvang van gezonde kinderen uit te voeren; denk hierbij aan persoonlijke verzorging, begeleiding en opvoedingactiviteiten.
Naar bed brengen / uit bed halen
10minuten per kind per keer
Wassen en kleden
30minuten per kind per dag
Eten en/of drinken geven
20minuten per broodmaaltijd
25minuten per warme maaltijd
Babyvoeding ( flesje geven)
20minuten per kind per keer
Luier verschonen
10minuten per kind per keer
Naar school / kinderdagverblijf/peuterspeelzaal brengen
15minuten per kind per gezin
Indien opvang nodig is tot 40 uur per week, maximaal 3 maanden mogelijk
Specifieke voorliggende voorzieningen voor opvang: zorgverlof, peuterspeelzaal, kinderdagverblijf, gastouder, voor-, tussen-, na- en buitenschoolse opvang.
Deskundigheid per activiteit
HBH basis
•Boodschappenlijst samenstellen;
•Boodschappen opslaan;
•Bereiden broodmaaltijden;
•Bereiden warme maaltijd;
•Opwarmen warme maaltijd;
•Licht huishoudelijk werk;
•Zwaar huishoudelijk werk;
•Wasgoedverzorging/textielverzorging (uitsluitend indien de algemene voorziening niet passend is voor de specifieke cliënt)
HBH plus
•Verzorgen en/of tijdelijke opvang van kinderen;
•Dagelijkse organisatie van het huishouden;
Bijlage 2 Nadere regels- Kwaliteitsrichtlijn Zorg in Natura (ZIN) en PGB- aanbieders
De kwaliteitsrichtlijnen richten zich op de organisatie, op de beroepskrachten en de vrijwilligers ingezet door de organisatie. Tevens is er een onderscheid gemaakt tussen algemene kwaliteitsrichtlijnen waar iedere organisatie aan moet voldoen en kwaliteitsrichtlijnen die op cliëntniveau tot uitdrukking komen en ook op cliëntniveau gemonitord dienen te worden. Daar waar gesproken wordt over de cliënt wordt tevens zijn of haar wettelijk vertegenwoordiger bedoeld.
Wettelijke kwaliteitskaders – Algemene kwaliteitseisen
ZIN
PGB
Fomeel
PGB
informeel
Maatschappelijke ondersteuning
Gemeente verstaat onder maatschappelijke ondersteuning:
•bevorderen van de sociale samenhang, mantelzorg en vrijwilligerswerk, bevorderen van de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, bevorderen van de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld;
•ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving;
•bieden van beschermd wonen en opvang.
Maatwerkvoorziening
Gemeente verstaat onder een maatwerkvoorziening een op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen:
•ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen;
•ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen,
•ten behoeve van beschermd wonen en opvang.
Kwaliteitssysteem
De zorgaanbieder draagt zorg voor de goede kwaliteit van de voorziening. Een voorziening wordt in elk geval:
•veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht verstrekt;
X
X
X
•afgestemd op de reële behoefte van de cliënten op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt;
X
X
X
•verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard;
X
X
•verstrekt met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt.
X
X
X
Klachtenregeling
Zorgaanbieder hanteert een eenvoudige en transparante klachtenregeling die voldoet aan de uitgangspunten van de Wmo 2015 en voorziet in bemiddeling bij en afhandeling van klachten.
X
X
Medezeggenschapsregeling
Zorgaanbieder hanteert een regeling voor medezeggenschap van Cliënten over voorgenomen besluiten van zorgaanbieder die voor de Cliënten van belang zijn.
X
X
Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
Zorgaanbieder voldoet aan de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Hiertoe moet zij in ieder geval een meldcode hanteren en het gebruik en de kennis van de meldcode onder degenen die voor hem werkzaam zijn bevorderen.
X
X
Algemene kwaliteitsrichtlijnen
Organisatie
•De organisatie of ondernemer dient als aanbieder van Wmo-ondersteuning ingeschreven te zijn bij de Kamer van Koophandel;
X
X
•De organisatie voldoet aan de eisen van goed ondernemerschap;
-Is verzekerd tegen beroepsaansprakelijkheid met een minimale dekking van €1.250.000,- per gebeurtenis
X
X
-heeft vervangingsplannen in geval van ziekte/continuïteit;
X
X
-voert de noodzakelijke administratie;
X
X
-werkt conform arbeidstijdenbesluit en indien niet van toepassing max. 40 uur per week;
X
X
-personeel ontvangt salaris conform cao;
X
X
-er is sprake van systemische kwaliteitsbewaking (waaronder ook de uitvoering van de RI&E).
X
X
Er bestaan ten aanzien van de organisatie, bestuurder(s) of hierbij betrokken personen geen gegronde bezwaren of zorgverlener, welke de waarborgen van veiligheid, doeltreffendheid en cliëntgerichtheid alsmede de continuïteit van de voorziening in de weg staan
De organisatie of bestuurder(s) of zorgverlener (s) zijn nu en in het verleden niet bekend bij de gemeente wegens ondeskundige zorg, het handelen in strijd met relevante wetgeving of beleidsregels, misleiding en/of fraude en kan voldoende waarborg bieden voor het nakomen van de kwaliteitseisen van de ondersteuning.
X
X
X
Integraal werken
De cliënt wordt gezien als één volwaardig persoon en ontvangt ondersteuning vanuit de volledige context van zijn situatie. Deze ondersteuning en begeleiding zijn op elkaar afgestemd en betreft zowel ondersteuning van professionals als van vrijwilligers, buren en familie.
X
X
X
Informatie
Er wordt informatie gegeven aan de cliënt en/of zijn vertegenwoordiger over de ondersteuning, het ondersteuningsplan en de procedure. Het dossier is begrijpelijk en toegankelijk en wordt actief en duidelijk naar de cliënt gecommuniceerd. Privacy van gegevens is gegarandeerd. De wijze waarop de ondersteuning wordt ingevuld (de manier waarop er gewerkt wordt aan de doelen en resultaten) is transparant, er is een duidelijke klachtenmogelijkheid waarover cliënten worden geïnformeerd en klachten worden goed afgehandeld.
X
X
X
Competenties en vaardigheden van de professional/hulpverlener
De professional/hulpverlener beschikt over de juiste competenties om de ondersteuning te bieden, maar ook over vaardigheden zoals respectvolle en juiste bejegening en het geven van de regie aan de cliënt. De houding van de professional/hulpverlener is gericht op de mogelijkheden, talenten en eigen kracht van de cliënt.
X
X
X
Opdrachtnemer beschikt over voldoende ervaren, gekwalificeerd en competent personeel om cliënten te begeleiden en te ondersteunen, passend bij de complexiteit en aard van de problematiek van de cliënt en opdrachtnemer zet personeel in dat over ervaring en kwalificaties/opleiding beschikt die passend zijn bij de te verrichte activiteiten en bij de complexiteit en aard van de problematiek van de cliënt;
De voorziening Dagbesteding wordt uitgevoerd door een professional met een afgeronde zorg gerelateerde mbo- opleiding op niveau 3 gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied.
Voor het opstellen van het hulpverleningsplan en het realiseren en monitoren van de resultaten die in dit plan opgenomen zijn, dient een professional ingezet te worden met een afgeronde zorg gerelateerde mbo-opleiding op niveau 4 gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied.
X
X
De voorziening Begeleiding licht wordt uitgevoerd door een professional met een afgeronde zorg gerelateerde mbo-opleiding op niveau 3 gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied. Voor het opstellen van het begeleidingsplan en het realiseren en monitoren van de resultaten die in dit plan opgenomen zijn, dient een professional ingezet te worden met een afgeronde zorg gerelateerde mbo-opleiding op niveau 4 gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied.
De voorziening Begeleiding midden wordt uitgevoerd door een professional met een afgeronde zorg gerelateerde mbo-4 of hbo-opleiding gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied.
De voorziening Begeleiding zwaar wordt uitgevoerd door een professional met een afgeronde zorg gerelateerde hbo-opleiding/universitaire opleiding gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied.
Het toezicht tijdens het Kortdurend Verblijf wordt uitgevoerd door een professional met een afgeronde zorg gerelateerde mbo-opleiding op niveau 3 gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied.
Opdrachtnemer beschikt over personeel dat passend is bij het gedachtegoed van de nieuwe Wmo: zorgen dat i.p.v. maar zorgen voor, stimuleren, begeleiden en toezien i.p.v. overnemen, maatwerk i.p.v. standaardoplossingen.
X
X
(nieuw aan te stellen personeel van) opdrachtnemer, die (/dat) (beroepsmatig) in contact kan komen met cliënten, beschikt over een Verklaring Omtrent gedrag (VOG) als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens/ eigen verklaring die niet ouder is dan 12 maanden (voorafgaand aan het in dienst treden van de werknemer);
X
X
X
Indien opdrachtnemer in het kader van zijn of haar opdracht werkt met vrijwilligers draagt hij of zij hiervoor de verantwoordelijkheid. (nieuw aan te stellen) vrijwilligers en/of ervaringsdeskundigen dienen eveneens te beschikken over een VOG die niet ouder is dan 12 maanden.
X
X
De aanbieder doet melding bij de opdrachtgever van iedere calamiteit die bij de verstrekking van de voorziening heeft plaatsgevonden dan wel van geweld bij de voorziening.
X
X
Passende beloning
Gemeente hecht veel belang aan goed werkgeverschap, goed bestuur en een passende beloning voor zowel bestuurders als werknemers. Ze stelt daarom de volgende eisen aan zorgaanbieders:
Zorgaanbieder geeft invulling aan het begrip ´goed werkgeverschap´;
•Zorgaanbieder voldoet aan de wetgeving omtrent arbeidsomstandigheden
(Arbowet, Arbobesluiten Arboregeling);
X
X
•Indien er sprake is van een in de branche toepasselijke algemeen verbindend verklaarde CAO, past zorgaanbieder deze toe;
X
X
•Indien er geen sprake is van een in de branche toepasselijke algemeen verbindend verklaarde CAO dan sluit Zorgaanbieder zoveel mogelijk aan bij de in de betreffende branche gebruikelijke CAO of sluit een daarmee gelijkwaardig arbeidsvoorwaardenpakket af.
X
X
•Zorgaanbieder voldoet aan de Wet Normering Topinkomens (WNT);
X
X
•Zorgaanbieder geeft invulling aan het begrip ‘good governance’. Hiertoe hanteert zorgaanbieder de (meest recente) Governancecode zorg
of, indien deze niet past bij de organisatorische kenmerken van de zorgaanbieder, een eigen Governancecode.
X
X
•Zorgaanbieder die de Governancecode zorg hanteert en die conform de Wet Toelating Zorginstellingen winst mag uitkeren, houdt bij de uitkering van winst rekening met de maatschappelijke doelstelling, positie en belangen (op de korte- en lange termijn) van de zorgorganisatie;
X
X
•Zorgaanbieder stelt personeel dat wordt ingehuurd als payroll- of uitzendkracht gelijk wat betreft de beloning. Daarmee hebben deze inhuurkrachten recht op de eindejaarsuitkering en de levensloopbijdrage, naast de andere arbeidsvoorwaarden die gelden voor de uitzend-CAO(ABU).
X
X
Locatie/accommodatie
•Het gebouw voldoet aan de wettelijke vereiste (brand-veiligheid e.d.) en het gebruik van het gebouw past binnen het bestemmingsplan
X
X
•Het gebouw van waaruit de activiteiten, ondersteuning en begeleiding worden geboden, is integraal toegankelijk voor cliënten, bezoekers en familie. Er heerst een veilige, huiselijke sfeer. Dit kunnen zowel instellingen zijn als wijkcentra, inloop- en informatiepunten in de wijk.
X
X
Inzet vrijwillligers
Om de gewenste transformatie te realiseren is het voor de gemeenten van belang dat aanbieders bijdragen aan de ontwikkeling van het versterken van het netwerk van vrijwilligers en informele zorg. Aanbieders dienen over een beleid te beschikken waarin is vastgelegd hoe wordt omgegaan met vrijwilligers en mantelzorgers. Aanbieders overleggen het vrijwilligersbeleid op verzoek van de gemeenten. In dit beleid komen ten minste de volgende aspecten naar voren:
•De wijze waarop de opdrachtnemer vrijwilligers werft, aan zich bindt en waardeert;
X
X
•De wijze waarop opdrachtnemer zorg draagt dat vrijwilligers worden getraind en ondersteund bij het uitvoeren van de werkzaamheden(onder toezicht en aansturing van professional);
X
X
•De wijze waarop opdrachtnemer vrijwilligers inzet (type werkzaamheden);
X
X
•De wijze waarop opdrachtnemer zorgt dat vrijwilligers niet overbelast worden
X
X
Communicatie, controle en handhaving
Medewerking aan onderzoek
Zorgaanbieder/zorgverlener verleent volledige medewerking aan toezicht en aangekondigd en onaangekondigd onderzoek door de Gemeente (of door ons daartoe aangewezen derden) op de naleving van de contracteisen, inhoudelijke kwaliteit en op presentie- en financiële administratie waaronder begrepen: formele- en materiële onderzoeken, kwaliteitsonderzoeken, rechtmatigheid- en doelmatigheid onderzoeken, onderzoeken n.a.v. calamiteiten/geweldsincidenten, detailcontroles, fysieke controles op locatie en fraudeonderzoeken.
Voor zover bij een controle of onderzoek op persoonsniveau een voorafgaande toestemmingverklaring is vereist, is zorgaanbieder gehouden om deze te vragen aan de betreffende cliënten.
X
X
X
Meldplicht
Zorgaanbieder is bekend met en handelt conform het document “Eerste stappen bij het melden van een calamiteit” van de Wmo-toezichthouder GGD Zuid Limburg. Dit betekent in ieder geval dat zorgaanbieder calamiteiten en geweldsincidenten die plaatsvinden bij de verstrekking van een voorziening in het kader van de Wmo 2015 zo spoedig mogelijk (uiterlijk binnen drie werkdagen) meldt aan aangewezen toezichthouder Wmo GGD Zuid-Limburg.
X
X
Kwaliteitsrichtlijnen op cliëntniveau
Deze worden gemonitord en geëvalueerd op cliëntniveau middels de tussen- en eindrapportages. Iedere aanbieder mag zijn eigen systeem hiervoor hanteren en inzetten.
Sociaal netwerk en participatie
Het sociale netwerk van de cliënt wordt betrokken en ingezet waar kan. Er is ondersteuning bij het participeren in de maatschappij via ontmoeting, activiteiten in de wijk, maatjes en (vrijwilligers)werk. Wederkerigheid is hierbij een belangrijk uitgangspunt: degene die ondersteuning of hulp krijgt, kan zelf ook iets doen voor een ander.
•Er wordt zo veel (als) mogelijk de verbindingen gezocht met ondersteuningsmogelijkheden die er aanwezig zijn in de omgeving van de cliënt, denk hierbij aan bestaande welzijns-sport- en cultuuractiviteiten in wijken en buurten, netwerken en inzet van vrijwilligers en informele zorg en soms zelfs werkgevers en/of kleine ondernemers;
X
X
X
•In bepaalde gevallen zal bij het bepalen van de doelen, resultaten en arrangementen al rekening gehouden zijn met de mogelijkheden zoals hiervoor beschreven. Het kan echter ook zo zijn dat er onder andere ondersteuning nodig is om daadwerkelijk deze verbindingen mogelijk te maken. Indien dit leidt c.q. kan leiden tot minder Wmo ondersteuning treedt de opdrachtnemer in overleg met opdrachtgever.
X
X
X
Aandacht voor omstandigheden van de cliënt: maatwerk
Er is aandacht voor het verbeteren van de kwaliteit van het leven van de cliënt, in plaats van het oplossen van alleen de kwaal. Zelfstandig functioneren en het flexibel inspelen op (veranderende) omstandigheden van de cliënt zijn hierbij van belang.
X
X
X
Regie van de cliënt/het gezin
De cliënt/het gezin heeft regie over de ondersteuning en begeleiding die hij/zij ontvangt, wordt betrokken bij beslissingen en wordt gezien als een gelijkwaardige gesprekspartner. De ondersteuner of hulpverlener legt verantwoording af aan de cliënt/het gezin over zijn handelen. Plannen en evaluaties worden ondertekend door cliënt of diens wettelijke vertegenwoordiger.
X
X
X
Verlenging Maatwerkvoorziening
Indien de toewijzing afloopt en verlenging van de maatwerkvoorziening gewenst is, dient zorgaanbieder samen met de cliënt een nieuwe melding in en wordt er ten behoeve van een herindicatie altijd een evaluatieverslag aangeleverd. Bij de evaluatie staat de actuele ondersteuningsbehoefte van de cliënt centraal en wordt duidelijk aangegeven welke doelen al dan niet bereikt zijn (met vermelding reden).
X
X
X
Veiligheid
Er is sprake van de bescherming van de cliënt en er wordt veiligheid geboden. Het gaat om het voorkomen dat de cliënt (of zijn directe omgeving) in onveilige of beschamende situatie terecht komt.
X
X
X
Cliënttevredenheid
Cliënttevredenheid is van groot belang in de nieuwe Wmo. De gemeenten hebben hierin een belangrijke taak maar ook de opdrachtnemer is verantwoordelijk voor het in gezamenlijkheid met de cliënt bespreken en monitoren van de cliënttevredenheid. De wijze waarop de opdrachtnemer dit doet is vrij of contractueel bepaald.
X
X
Als de inschatting is dat de rol van hulpverlener voor de ouder tot overbelasting leidt, kan de gemeente oordelen dat de ouder geen geschikte hulpverlener is. Dit dient ter bescherming van de ouder en ouder-kindrelatie.
Professionele hulpverleners die in aanmerking willen komen voor het formele tarief, moeten naast bovenstaande eisen ook aan de volgende eisen voldoen:
•Een professionele hulpverlener staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Deze inschrijving moet in relatie staan tot de uitgevoerde werkzaamheden in het kader van de Wmo.
•Alle medewerkers voldoen aan de kwaliteitseisen die voor betreffende ondersteuning worden gesteld.
•Medewerkers ontvangen een salaris dat overeenkomstig is met de betreffende ondersteuning die wordt geboden.
•Eigenaar en medewerkers zijn geen eerste- of tweedegraads familie van de cliënt.
•Een professionele hulpverlener beschikt over een locatie waar meerdere cliënten tegelijk kunnen verblijven, als (tijdelijk) verblijf c.q. dagbesteding/behandeling aan de orde is.
•Een professionele hulpverlener heeft een meldplicht bij calamiteiten en geweld.
•Een professionele hulpverlener werkt volgens de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.
Wordt aan één van deze eisen niet voldaan? Dan is er sprake van het informele tarief.
Bijlage 3 Richtlijn Zelfredzaamheid en Participatie Begeleiding, Dagactiviteit en Kortdurend Verblijf
VOORWOORD
Tot 2015 was begeleiding een functie in de AWBZ. Hoewel bij het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) ruime ervaring is opgedaan bij het indiceren van begeleiding is het niet mogelijk om de door hen ontwikkelde indicatieprotocollen over te nemen. De Wmo 2015 vraagt van gemeenten een vernieuwde denkwijze met betrekking tot het onderwerp begeleiding.
De gemeente Kerkrade heeft de nieuwe functie begeleiding aanbesteed via een bestuurlijke aanbesteding. Middels fysieke overlegtafels zet de gemeente Kerkrade in op een transformatie van begeleiding. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de jarenlange ervaring en expertise van de zorgaanbieders die bij dit onderwerp betrokken zijn.
Deze nieuwe richtlijn maakt deel uit van de Nadere Regels Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Kerkrade 2024.
Een belangrijke plaats is ingeruimd voor het advies-ondersteuningsplan waarmee de aard en omvang van de ondersteuning in samenspraak met de cliënt en zijn (sociaal) netwerk wordt bepaald.
INLEIDING
Voordat wordt toegekomen aan het daadwerkelijk verstrekken van een maatwerkvoorziening zijn een aantal principes van belang.
Behandeling
Alvorens begeleiding te verstrekken is het van belang dat wordt onderzocht wat de mogelijkheden van behandeling zijn. De stelregel hierbij is dat als verbetering van functioneren of handelen (vaardigheden) nog mogelijk is, eerst behandeling wordt ingezet. Het is uiteraard niet aan de Wmo consulent om dit te bepalen. Hiervoor wordt de medisch adviseur (onafhankelijk arts) ingeschakeld. Behandeling kan worden geboden door bijvoorbeeld: ergotherapeut, psycholoog, specialist ouderen geneeskunde of in een revalidatiecentrum of een centrum gespecialiseerd in bepaalde problematiek (zoals een reuma-centrum). Behandeling is gericht op: het verbeteren van de aandoening/ stoornis/beperking, het aanleren van nieuwe vaardigheden of gedrag of nadere functionele diagnostiek. Anders dan in de AWBZ is de diagnose niet leidend maar een diagnose is doorgaans wel vereist om behandeling in te kunnen zetten en om te bepalen hoe begeleiding de behandeling eventueel kan versterken (en niet contra- productief is). Begeleiding kan wel worden ingezet om de tijdens behandeling geleerde vaardigheden te oefenen of in te slijten. Soms kan begeleiding en behandeling ook tegelijkertijd worden ingezet; dan neemt de begeleiding de taak tijdelijk over, totdat deze tijdens behandeling is aangeleerd. Uiteraard dient er hierover een goede afstemming tussen behandelaar en begeleider plaats te vinden.
(Wettelijk) voorliggende voorzieningen
Er zijn (wettelijke) arbeidsvoorzieningen waar eerst een beroep op kan worden gedaan alvorens de maatwerkvoorziening “begeleiding” wordt overwogen. Op grond van bijvoorbeeld ziektewet, WIA, Wajong en WSW zijn er mogelijkheden voor aangepast werk. Het uitgangspunt is dat als aangepast werk of speciaal onderwijs op grond van genoemde regelingen niet mogelijk is dat dan begeleiding groep (dagbesteding) kan worden overwogen.
Algemeen gebruikelijke voorzieningen
Wanneer mensen een beperking hebben wordt bij activiteiten van het dagelijks leven en vrijetijdsbesteding vaak gedacht aan Begeleiding waar voorliggende voorzieningen mogelijk zijn of het gewoon de verantwoordelijkheid is van de cliënt of zijn huisgenoten. Er zijn veel algemeen beschikbare en redelijke oplossingen voorhanden (die mensen zonder beperking ook zelf moeten regelen of betalen). Voorbeelden van algemeen gebruikelijke voorzieningen:
-Activiteiten zoals computercursus of taalles
-Alarmering
-Pictogrammenbord of domotica in huis
-Gezelschap of ondersteuning door vrijwilliger
-Dagopvang/huiskamerproject
-Kinderopvang
Gebruikelijke Hulp
Ook bij Begeleiding wordt het begrip ”gebruikelijke hulp” gehanteerd. Gebruikelijke hulp is de hulp die verwacht kan worden van huisgenoten , die “normaal” wordt geacht in de relatie tussen huisgenoten en/of niet structureel meer is dan wanneer de huisgenoot geen beperking zou hebben.
Onder huisgenoot wordt verstaan: een persoon die - ofwel op basis van een familieband, ofwel op basis van een bewuste keuze - één huishouden vormt met de persoon die beperkingen ondervindt. Een huisgenoot is bijvoorbeeld een inwonend kind, maar zijn ook inwonende ouders. Of sprake is van inwoning wordt naar de concrete feitelijke situatie beoordeeld. Daarbij staat inwonend tegenover het hebben van een volledig eigen en zelfstandige huishouding, waarbij er geen zaken zoals huisnummer, kosten nutsvoorzieningen, voordeur e.d. door elkaar lopen.
De begeleiding door een partner, ouder, volwassen inwonend kind of een andere volwassen huisgenoot wordt als gebruikelijke hulp beschouwd:
Bij kortdurende situaties (max. 3 maanden):
Indien het uitzicht op herstel van de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie dusdanig gunstig is, dat begeleiding na deze periode niet meer nodig zal zijn.
Bij langdurige situaties:
•bij normaal maatschappelijk verkeer binnen de persoonlijke levenssfeer (bezoek familie/vrienden, bezoek huisarts, brengen en halen van kinderen naar school, sport of clubjes);
•hulp bij overnemen van taken die bij een gezamenlijk huishouden behoren zoals de thuisadministratie;
•het leren omgaan van derden (familie/vrienden/leerkracht etc.) met cliënt
•ouderlijk toezicht op kinderen, de aard en mate hiervan is afhankelijk van de leeftijd van het kind.
Bij gebruikelijke hulp wordt rekening gehouden met de leeftijd van de huisgenoot.
Het is van belang de term gebruikelijke hulp goed te onderscheiden van het begrip mantelzorg.
MAATWERKVOORZIENING
In de Wmo kennen we geen grondslagen maar vormt het gesprek (het onderzoek) de basis voor de indicatiestelling. Of de cliënt ondersteuning nodig heeft middels begeleiding, dagactiviteit of (in uitzonderlijke gevallen) kortdurend verblijf wordt bepaald aan de hand van het gesprek met de cliënt en het sociaal wijkteam. De uitkomsten van dit gesprek worden verwerkt in een gespreksverslag en in een ondersteunings-adviesplan.
Dagactiviteit is voorliggend op Begeleiding als hetzelfde resultaat wordt beoogd en als de geboden ondersteuning een adequate oplossing is voor de cliënt. De ondersteuning wordt zoveel mogelijk ingezet via supportgericht werken (zorgen dat i.p.v. zorgen voor) om te bewerkstelligen dat cliënten zoveel mogelijk worden begeleid naar een zelfstandig genormaliseerd leven met een minimale inzet van professionals. Hierin is het uitgangspunt: zoveel mogelijk verschuiving van hoger niveau naar een lager niveau van ondersteuning c.q. algemene voorziening. Hoe individueel deze maatwerkvoorzieningen ook worden benaderd, er is toch behoefte aan instrumenten om de hulpvraag te objectiveren en hierdoor richting geven aan de indicatiestelling. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de Zelfredzaamheidsmatrix (ZRM). Naar aanleiding van de uitkomst van de ZRM wordt bepaald in welk cliëntprofiel de cliënt het beste past en welk resultaat behaald kan worden bij deze cliënt. Dit wordt beschreven in samenspraak met de cliënt en zijn (sociaal) netwerk in het ondersteunings-adviesplan. Het ondersteuningsadviesplan Begeleiding-Dagactiviteit-Kortdurend Verblijf beschrijft niet enkel de huidige situatie, maar beschrijft ook de doelen of resultaten die behaald moeten worden. In samenspraak met de hulpaanbieders is een tabel ontwikkeld die richting geeft aan de aard van de ondersteuning.
Een inwoner/cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening als naar het oordeel van de gemeente:
•de cliënt onvoldoende zelfredzaam is;
•de cliënt onvoldoende in staat is om maatschappelijk te participeren;
•de cliënt onvoldoende beschikt over “eigen kracht”;
•het eigen sociale netwerk van de cliënt niet of niet volledig in staat is een (verdere) bijdrage te leveren aan verbetering, handhaving dan wel vertraging van de achteruitgang van de cliënt;
•Indien een algemeen voorliggende of algemene voorziening niet aanwezig is of niet adequaat is. Het beoordelingskader dat de Gemeente hanteert is opgenomen in de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Kerkrade 2015.
De maatwerkvoorziening begeleiding is gericht op het zo zelfredzaam mogelijk kunnen (blijven) meedoen van inwoners, op het moment dat dit (even) niet (geheel) zelfstandig lukt en/of het sociaal netwerk en/of algemene voorziening dit niet (volledig) kunnen bereiken.
Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de hulptermen:
•Verbetering mogelijk, stabiliseren of vertragen
•Ondersteunen, helpen bij, overnemen
Doelstelling
Resultaten
Maatwerkvoorziening
Cliënten activeren en/of ondersteunen die onvoldoende zelf kunnen voorzien in hun zelfredzaamheid en participatie
m.b.v. een combinatie van het inschakelen/activeren netwerk, vrijwillige inzet, en professionele inzet.
Cliënt is in staat om:
•Met minimale ondersteuning stabiel te functioneren en te participeren in de maatschappij
•Zelfstandig thuis te blijven wonen
•Zich zelfstandig te verplaatsen met algemeen gebruikelijke vervoermiddelen
•Een gezonde (re) leefstijl hebben
•Zijn administratie op orde te hebben en schuldenopbouw te voorkomen
•Te voorzien in eerste levensbehoeften
•Mee te doen/ zich persoonlijk te ontwikkelen
•Basale sociale vaardigheden te hebben
•Sociale relaties aan te kunnen gaan *1
•Besluiten te kunnen nemen
•Structuur te hebben
•Kunnen plannen en het uitvoeren van taken
•Zichzelf te verzorgen
•(On)betaald te werken / vrijwilligerswerk te verrichten
Cliënt beschikt over:
•Adl-vaardigheden (5% persoonlijke verzorging) *2
•werknemersvaardigheden
Begeleiding licht
Begeleiding midden
Begeleiding zwaar
Zinvolle dagbesteding/ meedoen in de wijk door:
•netwerk opbouwen en onderhouden
•(on)betaald werk met ondersteuning
•ontlasten mantelzorger
•meedoen/ persoonlijke ontwikkeling
Dagactiviteit licht
Dagactiviteit midden
Dagactiviteit zwaar
•Het bieden van noodzakelijke ondersteuning en tijdelijk verblijf aan cliënt
•Ontlasten van mantelzorger(s) zodat zij niet overbelast worden en de thuissituatie leefbaar blijft gedurende maximaal 3 etmalen per week.
Kortdurend verblijf
*1I.g.v. gedragsproblematiek: de ondersteuning is gericht op het veranderen van extreem gedrag naar genormaliseerd gedrag
*2 De ZVW is verantwoordelijk voor alle zorg die bepaald wordt door de behoefte aan geneeskundige hulp of een hoog risico daarop (95%) De Wmo is zorg met de handen op de rug en beperkt zich tot het aansporen tot (5%). Bijvoorbeeld een verslaafde die je aanspoort om te gaan douchen.
Begeleiding
De aanbieder levert dienstverlening zodat de cliënt ondersteund wordt bij het behalen van de resultaten (zoals beschreven in het ondersteunings-adviesplan). De persoonlijke verzorging, die in het verlengde ligt van de noemde ondersteuning, maakt ook deel uit van het product Begeleiding.
Het ondersteunings- adviesplan geeft input voor de afspraken tussen de aanbieder en de cliënt. Dit plan is gericht op het bevorderen en/of behoud van de zelfredzaamheid van de cliënt. Bij zelfredzaamheid gaat het om de lichamelijke, cognitieve en psychische mogelijkheden die de cliënt in staat stellen om binnen de persoonlijke levenssfeer te functioneren. Het kan gaan om het compenseren of actief herstellen van het beperkte of afwezige regelvermogen van de cliënt, waardoor hij/zij onvoldoende of geen regie over het eigen leven kan voeren. Het kan dan gaan om zaken als het helpen (leren) plannen van activiteiten, (leren) regelen van dagelijkse zaken, het (leren) nemen van besluiten en het (leren)structureren van de dag. Maar ook om het bieden van praktische hulp en ondersteuning bij het (leren) uitvoeren van handelingen/vaardigheden die zelfredzaamheid tot doel hebben.
Dagactiviteit
De aanbieder levert dienstverlening zodat de cliënt ondersteund wordt bij het behalen van de resultaten (zoals beschreven in het ondersteunings-adviesplan). Het betreft dagbesteding voor cliënten die vanwege hun beperking niet kunnen deelnemen aan gewoon of regulier begeleid werken of die vanwege hun beperking niet maatschappelijk kunnen participeren binnen de algemene voorzieningen in de buurt. Het ondersteunings-adviesplan geeft input voor de afspraken tussen aanbieder en cliënt.
Ten aanzien van vervoer van en naar de dagbesteding is het uitgangspunt dat de cliënt/zijn netwerk het zelf regelt. Indien dit niet mogelijk is wordt een vervoerscomponent mee geïndiceerd. Aanbieders zijn verantwoordelijk voor het vervoer en ontvangen hier een vervoersprijs voor.
Kortdurend verblijf
Kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorg of het netwerk. Het kan gaan om cliënten die voortdurend toezicht nodig hebben of waar constant zorg of zorg op ongeregelde tijdstippen noodzakelijk is.
Bij kortdurend verblijf gaat het om logeren gedurende maximaal drie etmalen per week gemiddeld met als doel het overnemen van de zorg ter ontlasting van de mantelzorger. Het verblijf is ter aanvulling op het wonen in de thuissituatie en niet als wonen in een instelling voor het grootste deel van de week. Kortdurend verblijf betreft de mogelijkheid voor een inwoner om ergens te logeren waar permanent toezicht geboden wordt en waarbij zorg en ondersteuning geboden wordt.
Het ondersteunings-adviesplan
Het ondersteuningsadviesplan biedt handvatten bij het in kaart brengen van de hulpvraag en vervolgens richting te geven aan de aard, omvang en vorm van de maatwerkvoorziening.
Het OA wordt in samenspraak met de burger en zijn netwerk opgesteld waarbij de beoogde resultaten gezamenlijk worden geformuleerd.
Het OA kenmerkt zich door 7 resultaatsgebieden. Per resultaat zijn diverse items opgenomen welke horen bij het betreffende resultaat. Deze items kunnen, daar waar nodig, door de professional gebruikt worden in het gesprek met de cliënt.
Het doel is om samen met de cliënt resultaten te formuleren, waar aan gewerkt gaat worden. Daarbij dient een onderscheid gemaakt te worden tussen resultaten die de cliënt zelf kan uitvoeren en/of samen met zijn/haar sociaal netwerk, resultaten waar algemene voorzieningen voor aanwezig zijn en resultaten waar een professionele inzet gewenst is; zijnde een maatwerkvoorziening. Deze maatwerkvoorziening kan worden ingezet als ondersteuning van de zelfredzaamheid of als maatschappelijke deelname.
Zo nodig kan gebruik gemaakt worden van een ZRM-film als er niet direct een OA kan worden opgesteld. De ZRM levert een brede panoramafoto op waaruit duidelijk moet worden op welke terreinen inzet nodig is. Echter, er is een groep cliënten waarbij de problematiek dermate complex is dat een foto een onscherp beeld oplevert. Vooral bij ingewikkelde multiproblematiek zal dit het geval zijn. Om het beeld alsnog scherp te krijgen is daarom in dergelijke gevallen eerder een ‘film’ nodig dan een ‘foto’.
Wanneer uit het gesprek en de afname van de ZRM blijkt dat verdere scherpstelling nodig is om een succesvol ondersteuningsplan op te kunnen stellen, wordt een 1e tijdelijke voorziening ingezet in de vorm van de ZRM-film. Dat houdt in dat de aanbieder 6 weken lang aan de slag kan met de cliënt of het gezin. Hiermee wordt de situatie en de ondersteuningsbehoefte voor een langere termijn bepaald.
BEGELEIDING, DAGACTIVITEIT EN KORTDUREND VERBLIJF
Onderstaande geeft aan welke richttijden er maximaal gelden voor de afzonderlijke resultaatsgebieden. Deze kunnen in individuele casuïstiek zowel naar beneden als naar boven worden bijgesteld (maatwerk).
Algemene uitgangspunten:
•Bij begeleiding wordt uitgegaan van een maximale inzet van 10 uur per week;
•Bij dagactiviteit wordt uitgegaan van een maximale inzet van 7 dagdelen per week;
•Bij kortdurend verblijf is het maximum wettelijk bepaald op 104 etmalen op jaarbasis;
•Gemotiveerd afwijken van bovengenoemde maximale inzet is mogelijk. Hierbij dient de afweging i.r.t. beschermd wonen en de Wlz gemotiveerd te worden.
Resultaatgebied 1: Sociaal en persoonlijk functioneren
Richttijd maximaal 3 uur per week
Sociaal functioneren
De cliënt:
•heeft een gezond sociaal netwerk en vervult daarbinnen een passende sociale rol.
•Is in staat een beroep te doen op personen in zijn/haar sociaal netwerk.
•kan relaties aangaan.
•gaat verantwoord om met het hebben van een relatie.
•Is zich bewust van zijn omgang met relaties.
•kan grenzen stellen binnen de relatie.
•kan voor zichzelf opkomen binnen de relatie.
•heeft contact met zijn familie.
•heeft contact met zijn/haar ouders.
•weet of hij wel/geen contacten wil met familie.
•heeft een vangnet.
•heeft gewaardeerde sociale rollen.
•heeft het verlies van familieleden een plek gegeven.
•heeft niet langer contact met personen die schadelijk zijn voor hem.
•heeft personen in de omgeving die een positieve invloed op het leven hebben.
•heeft personen in de omgeving waar hij bij terecht kan als hij het moeilijk heeft.
•kan grenzen stellen binnen de relatie met familie.
•kan voor zichzelf opkomen binnen de relatie met familie.
•staat open voor opbouw sociaal netwerk (bij bemoeizorg).
•vergroot zijn sociaal netwerk.
•vergroot zijn sociale vaardigheden.
•houdt zich aan de gemaakte afspraken.
•is lid van een club of vereniging of doet vrijwilligerswerk.
•kan omgaan met rechten en plichten van een club.
•kan de weg vinden in zijn omgeving (verdwaalt niet).
•kan contact leggen met maatschappelijke instanties.
•verbetert zijn omgang met instanties.
•veroorzaakt geen overlast.
•gaat op een respectvolle manier om met anderen.
•houdt zich aan de gemaakte afspraken met justitie.
•pleegt geen overtredingen meer.
•heeft geen contact met de politie.
Persoonlijk functioneren
De cliënt
•kan eigen problematiek in relatie tot sociale netwerk hanteren.
•accepteert zijn psychische beperkingen.
•kan omgaan met psychische beperkingen.
•bespreekt gevoelens.
•heeft een goed geheugen.
•heeft een positief zelfbeeld.
•heeft een realistisch toekomstbeeld.
•heeft een realistisch zelfbeeld.
•heeft regelmatig contact met externe hulpverleners waarin hij een eigen problemen bespreekt.
•heeft zelfvertrouwen.
•is in staat anderen te begrijpen.
•is in staat op adequate wijze om te gaan met zijn agressie/boosheid.
•is in staat zijn gedachten en ideeën over te brengen naar anderen.
•is psychisch stabiel.
•kan besluiten nemen.
•kan gevolgen inschatten van eigen handelen.
•kan grenzen aangeven.
•kan kritiek accepteren.
•kan omgaan met veranderingen.
•kan voor zichzelf opkomen.
•maakt af waaraan hij begint.
•voelt zich verantwoordelijk voor zichzelf en anderen.
•vraagt adequaat om hulp wanneer het psychisch niet goed gaat.
•gebruikt geen middelen.
•heeft zijn/haar (soft)drugsgebruik onder controle. Dit blijkt uit zijn gedrag.
•houdt zich aan individueel gemaakte afspraken rondom middelengebruik.
•is eerlijk over zijn middelengebruik.
Resultaatgebied 2: Ondersteuning en regie bij het voeren van een huishouden
Richttijd maximaal 2 uur per week
Dit resultaatgebied is gericht op het compenseren van belemmeringen die een persoon ondervindt op het gebied van het verzorgen van het huishouden in de woning waarin hij zijn hoofdverblijf heeft. De compensatie kan zijn gericht op:
•Het versterken van de zelfredzaamheid m.b.t. het verzorgen van het huishouden;
•een schoon en leefbaar huis;
•het beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften en deze waar nodig te bereiden;
•het beschikken over schone en draagbare kleding;
•het thuis zorgen voor minderjarige kinderen die tot het gezin behoren;
•het voeren van regie over het doen van het huishouden.
Resultaatgebied 3: financiën
Richttijd maximaal 30 minuten per week
De cliënt
•Heeft zijn overzicht van financiën en administratie op orde.
•Betaalt zijn rekeningen tijdig.
•Heeft zijn inkomsten en uitgaven in balans.
•Heeft een inkomen.
•Komt rond van zijn leefgeld/zakgeld/inkomen.
•Is zich bewust van uitgaven die hij/zij zich wel/niet kan veroorloven.
•Bespreekt belangrijke post met de ondersteuning
•Kan formulieren invullen.
•Kan belangrijke papieren bewaren en weer vinden.
•Weet naar welke instantie hij met welke vraag moet.
•Weet waar hij ondersteuning bij het invullen van formulieren e.d. kan vinden.
•Heeft een geordende (financiële) administratie.
•Kan eigen klachten verwoorden.
•Kan zelfstandig haar/zijn vraag stellen aan een (gemeentelijke) instantie.
•Heeft de nodige verzekeringen afgesloten.
•Beheert zijn financiën zelfstandig.
•Is aangemeld bij een instantie voor inkomensbeheer.
•Is aangemeld bij een instantie voor schuldhulpverlening.
•Heeft verminderen van zijn schuldenlast.
•Er zijn afspraken met schuldeisers over aflossing van de schulden.
•Er is een overzicht van de totale schulden.
•Schuldeisers zijn op de hoogte van de situatie van de cliënt.
Resultaatgebied 4: Dagbesteding en arbeidsparticipatie
Richttijd maximaal 7 dagdelen per week
algemene resultaten
De cliënt
•Heeft een evenwichtig dag en nachtritme.
•Kan het dagritme volhouden.
•Beschikt over mantelzorg die is ontlast.
•Heeft regie over de invulling van zijn dag en ervaart hier ondersteuning bij.
•Ervaart ondersteuning in het behouden van zijn eigen (complexe) dagstructuur.
•Kan vrije tijd indelen.
Sociale dagbesteding
De cliënt
•Heeft een zinvolle dagbesteding gericht op behoud of ontwikkeling van vaardigheden.
Gedeeltelijk arbeidsmatige dagbesteding
De cliënt
•Heeft een zinvolle dagbesteding voor cliënten gericht op behoud of ontwikkeling van vaardigheden waaronder werknemersvaardigheden.
•Verricht onbetaald gedeeltelijk arbeidsmatige activiteiten (met ondersteuning).
Arbeidsmatige dagbesteding
De cliënt
•Heeft een zinvolle dagbesteding gericht op behoud of ontwikkeling van werknemersvaardigheden (het verkleinen over overbruggen van de afstand tot de reguliere arbeidsmarkt).
•Verricht onbetaald arbeidsmatige activiteiten (met ondersteuning).
•Heeft zijn arbeidsmatige capaciteit (daarmee de loonwaarde) geoptimaliseerd.
Resultaatgebied 5: Ondersteuning bij zelfzorg en gezondheid
Richttijd maximaal 1,5 uur per week
De cliënt
•Is in staat zichzelf te verzorgen.
•Verzorgt zijn lichaam goed.
•Wast en verschoont zichzelf regelmatig.
•Draagt schone kleding.
•Ziet er verzorgd uit.
•Is alert op veranderingen in zijn lichaam.
•Beweegt bewust twee maal per week een half uur.
•Beweegt meer om zijn/haar lichamelijke conditie te verbeteren.
•Is bewust van zijn/haar psychische conditie en doet wat nodig is om deze te verbeteren.
•Komt afspraken met zorgprofessionals (zoals huisarts, tandarts, medisch specialist) na.
•Bezoekt zelfstandig de huisarts en andere artsen.
•Beheert zelf de medicatie.
•Neem de medicatie op tijd in.
•Neemt de medicatie volgens voorschrift in.
•Gebruikt voorbehoedsmiddelen.
•Heeft veilige seksuele contacten.
Resultaatgebied 6: Huisvesting
Richttijd maximaal 30 minuten per week
De cliënt
•Is toe geleid naar en heeft een tijdelijk onderdak.
•Woont met intensieve ondersteuning en toezicht.
•Woont met ondersteuning en beperkt toezicht.
•Woont geheel zelfstandig.
•Is begeleid bij het contact leggen richting huisvesting.
•Beschikt over een postadres.
•Heeft een plaats waar hij zich kan wassen en verzorgen.
•Heeft een (tijdelijke) slaapplek.
•Is met behulp van ketenpartners in staat tot zelfstandig wonen.
•Heeft huisvesting passend bij zijn problematiek.
•Is in staat huidige huisvestiging te handhaven.
•Client houdt zich aan de afspraken in het contact met de woningeigenaar.
Resultaatgebied 7: Mantelzorgondersteuning zodat de cliënt langer thuis kan wonen
Richttijd maximaal 2,5 uur per week en/of maximaal 7 dagdelen per week
•De mantelzorg is ontlast.
•Overbelasting van de mantelzorg wordt voorkomen.
•De volhoudtijd van de mantelzorger is verlengd.
•Er is evenwicht tussen werk en mantelzorgtaken.
Bijlage 5: Matrix Licht/Midden/Zwaar
Voorliggend
Licht
Midden
Zwaar
Medisch
Zuurstoftoediening
Nee
Nee
Ja, maar grotendeels zelfstandig
Ja,
Intensieve professionele ondersteuning nodig tijdens de begeleiding (denk aan tracheacanule uitzuigen)
Kunstmatige voedseltoediening
Nee
Nee
Nee
Ja
Epilepsie
Nee
Nee
Nee
Ja
Stomaverzorging tijdens begeleiding noodzakelijk
Nee
Nee
Nee
Ja
Transfers met tilhulpmiddelen noodzakelijk tijdens begeleiding
Nee
Nee
Nee
Ja
Hulp bij toiletgang/verzorging
Nee
Geen zorg nodig of slechts hulp bij het naar het toilet brengen/begeleiden
Ja, enige zorg noodzakelijk door professional bij toiletverzorging
Ja, hulp nodig bij de transfers middels inzet van tilhulpmiddelen
Medicatie
Nee of zelfstandig
Nee
Ja, toezicht houden noodzakelijk
-
Spuiten/injecteren
Nee of zelfstandig
Nee of zelfstandig
Ja, door professional
-
Valrisico
Nee
Laag
Verhoogd
Zeer hoog
Voorliggend
Licht
Midden
Zwaar
Gedrag
Agressief gedrag
Nee
Ja, met name verbaal;
gedrag is vanuit professioneel oogpunt voorspelbaar en passend bij beeld; gedrag is corrigeerbaar
Ja, verbaal direct gericht op de begeleider of
fysiek gericht op personen of spullen;
gedrag is vanuit professioneel oogpunt weinig voorspelbaar maar wel corrigeerbaar.
Ja, verbaal direct gericht op de begeleider en/of
fysiek gericht op personen of spullen;
direct gevaar voor cliënt en/of omgeving; gedrag is nauwelijks corrigeerbaar;
Seksueel Licht ontremd gedrag
Nee
Ja, verbaal ontremd; gedrag is vanuit professioneel oogpunt voorspelbaar en passend bij beeld.
Gedrag is corrigeerbaar.
Ja, ongewenste intimiteiten, gevaar op misbruik;
gedrag is vanuit professioneel oogpunt weinig voorspelbaar, maar wel corrigeerbaar.
ja, ongewenste intimiteiten, direct gevaar op misbruik; direct gevaar voor de omgeving; gedrag is nauwelijks corrigeerbaar;
Psychiatrisch gedrag
Nee
Ja, in lichtere vorm, denk aan: over een langere periode depressief gedrag, kleptomanisch gedrag enz. ;
gedrag is vanuit professioneel oogpunt voorspelbaar en passend bij beeld. Gedrag is corrigeerbaar.
Ja, zwaardere vormen, denk aan: zelfmutilatie, suïcidale neigingen;
gedrag is vanuit professioneel oogpunt weinig voorspelbaar, maar wel corrigeerbaar.
Ja, zwaardere vormen, denk aan: ernstige (fysieke) zelfmutilatie, suïcidale pogingen;
gedrag is nauwelijks corrigeerbaar; direct gevaar voor cliënt en/of omgeving.
Gevaar op dwalen/weglopen
Nee
Nee of indien wel aan de orde onder controle door gestructureerde omgeving of door steunnetwerk niet leidend tot problemen.
Ja;
gedrag is vanuit professioneel oogpunt voorspelbaar en passend bij beeld.
Ja;
gedrag is vanuit professioneel oogpunt weinig tot niet voorspelbaar.
Misbruik van alcohol en drugs leidend tot mogelijke overlast tijdens zorg/
ondersteuning/ begeleiding
Nee
Geen misbruik of uitsluitend in thuissituatie niet leidend tot problemen buitenshuis of incidenteel tijdens zorg/
ondersteuning/ begeleiding.
Frequent misbruik;
gedrag is vanuit professioneel oogpunt weinig voorspelbaar maar levert geen tot beperkt gevaar voor cliënt en/of omgeving op.
Kan leiden tot problemen buitenshuis of tijdens professionele zorg/
ondersteuning/begeleiding
Zeer frequent misbruik met direct gevaar voor cliënt zelf en/of omgeving; gedrag is nauwelijks corrigeerbaar. Leidt tot problemen buitenshuis of tijdens professionele zorg/ondersteuning/
begeleiding.
Misbruik van alcohol en drugs leidend tot mogelijke overlast tijdens zorg/
ondersteuning/ begeleiding
Nee
Geen misbruik of uitsluitend in thuissituatie niet leidend tot problemen buitenshuis of incidenteel tijdens zorg/
ondersteuning/ begeleiding.
Frequent misbruik;
gedrag is vanuit professioneel oogpunt weinig voorspelbaar maar levert geen tot beperkt gevaar voor cliënt en/of omgeving op. Kan leiden tot problemen buitenshuis of tijdens
professionele zorg/ondersteuning/
begeleiding.
Zeer frequent misbruik met direct gevaar voor cliënt zelf en/of omgeving; gedrag is nauwelijks corrigeerbaar. Leidt tot problemen buitenshuis of tijdens professionele zorg/
ondersteuning/
begeleiding.
Communicatie-problemen
Nee; communiceren zelfstandig goed mogelijk
Aanwezigheid van (lichte) vorm van afasie of andersoortige communicatiestoornissen leidend tot lichte aansturings- of gedragsproblematiek.
Aanwezigheid van vorm van afasie of andersoortige communicatiestoornissen leidend tot aansturings- of gedragsproblematiek.
Aanwezigheid van vorm van afasie of andersoortige communicatiestoornissen leidend tot ernstige aansturings- of gedrags-problematiek.
Ziekte -mijdend gedrag/initiatiefproblemen
Er is ziekte-inzicht, onderneemt zelfstandig actie (eventueel met lichte ondersteuning); cliënt kan vrijwel zelfstandig invulling geven aan activiteiten op basis van aanbod in woonom-geving.
Beperkt ziekte-inzicht en is te motiveren actie te ondernemen ten aanzien van zijn situatie, eventueel met ondersteuning.
Bij aanbod van activiteiten in beveiligde omgeving kan individu zelf tot invulling hiervan komen.
Weinig tot geen ziekte-inzicht bij getroffene met gevaar op verergering problematiek, initiatiefprobleem: getroffene komt zelf niet tot dag invulling met gevaar op verergering problematiek maar is wel te motiveren tot (enige) actie middels professionele ondersteuning.
Geen ziekte-inzicht. Specifieke, meervoudige expertise is vereist om de cliënt te motiveren tot actie te komen.
Bewustzijn
Niet gestoord
Gedesoriënteerd in tijd en plaats (duplo); gedrag corrigeerbaar.
Gedesoriënteerd in tijd, plaats en persoon (triplo); gedrag moeizaam (professioneel) te corrigeren.
Gedesoriënteerd in tijd, plaats en persoon (triplo); gedrag nauwelijks (professioneel) corrigeerbaar.
Cognitieve functies
Niet tot licht gestoord
Licht gestoord, leidend tot verminderde oordeels- en besluitvorming. Sprake van impulsiviteit.
Matig gestoord met als gevolg sterk verminderde oordeels- en besluitvorming; denk aan gevorderde geheugen-problematiek (korte en lange termijn geheugen).
Zwaar gestoord met als gevolg nauwelijks tot geen mogelijkheid tot oordeels- en besluitvorming. Denk aan zeer ernstig gestoord c.q. beschadigd geheugen (korte en lange termijn geheugen).
Intellectuele functies
Niet tot licht gestoord
Licht gestoord, leidend tot verminderde oordeels- en besluitvorming.
Matig gestoord met als gevolg sterk verminderde oordeels- en besluitvorming; er is sprake van overschatting en beïnvloedbaarheid. Sturing is noodzakelijk.
Zwaar gestoord met als gevolg nauwelijks tot geen mogelijkheid tot oordeels- en besluitvorming door cliënt; is niet tot nauwelijks in staat om hulp te vragen; vaak sprake van overname van activiteiten; leervermogen zeer ernstig beperkt.
Regiefunctie dagelijks leven (administratie, agenda, structuur aanbrengen in dag, financiën etc.)
Regiefunctie bij individu zelf; zonder of met lichte (professionele) zorg regiefunctie mogelijk door cliënt
Lichte tot matige ondersteuning bij regievoering middels coachen, aanleren of overnemen.
Coachen en/of aanleren grotendeels op afstand.
Inzet MBO+ niveau voldoende in coachende zin.
Regievoering vraag intensieve ondersteuning middels coaching, traject van aanleren of overnemen (Hbo-niveau).
Regievoering vraagt zeer intensieve ondersteuning middels traject van meerdere ondersteunings-vormen (Hbo-niveau minimum, aanvullende expertise noodzakelijk)
Als aanvullende handvatten wordt gebruik gemaakt bij de weging met betrekking tot de zwaarte van de ondersteuning : aansturen, helpen bij, overnemen. Hierbij is aanvullend van belang: mogelijkheden tot corrigeren, (on)voorspelbaarheid in de specifieke situatie in relatie tot gevaar voor cliënt en/of omgeving (dus ook voor de zorgverlener).
Situatie wordt gewogen aan de hand van beschermende factoren en risicofactoren.
Beschermende factoren zijn:
-Cliënt heeft een baan
-Cliënt heeft (stabiel) inkomen
-Client heeft een ondersteunend netwerk
-Client heeft een harmonieus ontwikkelingsprofiel (dat wil zeggen intelligentie, sociale en emotionele ontwikkeling zijn in gelijke mate ontwikkeld)
-Client heeft een realistisch beeld van zijn eigen kunnen
-Client heeft een harmonische opvoeding gehad
-Client staat open voor hulp
Risicofactoren zijn:
-De cliënt heeft geen inkomen
-Er zijn (ernstige) financiële problemen/ schulden
-Client heeft geen steunend netwerk
-Client staat niet open of zelfs afwijzend jegens hulp
-Client heeft een disharmonisch ontwikkelingsprofiel (emotionele en sociale ontwikkeling niet gelijk aan de verstandelijke ontwikkeling)
-Client heeft traumatische ervaringen opgedaan (is slachtoffer van geweld en/of misbruik en/of verwaarlozing)
-Er zijn minderjarige en/of (ernstig) beperkte huisgenoten binnen de leefeenheid
-Er is sprake van “dubbele grondslagen”
Weging geschiedt voorts aan de hand van de ernst en samenloop van beperkingen op de medische- en/of gedragscomponenten, zonder de matrix als beslisboom te gebruiken. Elke situatie kent een eigen motivatie met betrekking tot de keuze voor licht, midden of zwaar. Hierbij is uiteraard op voorhand de optie van voorliggende voorziening gewogen en uitgesloten als oplossing voor de specifieke cliëntsituatie.
Lijst dient dus niet gebruikt te worden als afvinklijst of beslisboom. Samen met het beeld dat voortgekomen is uit de zelfredzaamheidsmatrix (ZRM) moet de matrix handvatten bieden bij het richting kunnen geven aan de beslissing over welke zorg- cq. ondersteuningsintensiteit gevraagd wordt. Daarmee wordt ook het daarbij horend tarief verantwoord.
Opschaling naar zwaardere ondersteuning moet altijd meervoudig gemotiveerd zijn. Hierbij geldt het principe nadrukkelijk bij inzet van maatwerkvoorziening dat in principe compensatie wordt geboden op basis van licht behoudens…….. motivatie……
Inzake "voorliggende voorzieningen " kan gebruik worden gemaakt van de sociale kaart per wijk.
Bijlage 4 Tarieven PGB 2024, 2025 en 2026
Het college van B&W stelt jaarlijks de tarieven voor een persoonsgebonden budget (PGB) vast op grond van het bepaalde in artikel 14 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Kerkrade 2024. Dit leidt tot de volgende tarieven:
Tarieven 2024 PGB- informeel
Product
Zorgeenheid
Tarief t/m 29 februari
Tarief t/m 30 september
Tarief vanaf 1 oktober
Hulp bij het huishouden
Per uur
€19,81
€20,40
€21,00
Begeleiding
Per uur
€23,20
€23,79
€24,40
Dagactiviteit
Per dagdeel
Kan niet informeel geboden worden
Vervoer zonder rolstoel
Per dag
Kan niet informeel geboden worden
Vervoer met rolstoel
Per dag
Kan niet informeel geboden worden
Kortdurend Verblijf
Per etmaal
Kan niet informeel geboden worden
Tarieven 2025 PGB- informeel
Product
Zorgeenheid
Tarief t/m 30 juni 2025
Tarief 01 juli 2025 -30 juni 2026
Hulp bij het huishouden
Per uur
€21,00
€21,83
Begeleiding
Per uur
€24,40
€26,02
Dagactiviteit
Per dagdeel
Kan niet informeel geboden worden
Vervoer zonder rolstoel
Per dag
Kan niet informeel geboden worden
Vervoer met rolstoel
Per dag
Kan niet informeel geboden worden
Kortdurend Verblijf
Per etmaal
Kan niet informeel geboden worden
Tarieven 2026 PGB- informeel
Product
Zorgeenheid
Tarief tot en met 30 juni 2026
Tarief vanaf 01 juli 2026
Hulp bij het huishouden
Per uur
€21,83
€22,58
Begeleiding
Per uur
€26,02
€26,94
Dagactiviteit
Per dagdeel
Kan niet informeel geboden worden
Vervoer zonder rolstoel
Per dag
Kan niet informeel geboden worden
Vervoer met rolstoel
Per dag
Kan niet informeel geboden worden
Kortdurend Verblijf
Per etmaal
Kan niet informeel geboden worden
Tarieven 2024 PGB- formeel
Product
Zorgeenheid
100% van het naturatarief voor dienstverleners die werken volgens vastgestelde kwaliteitsstandaarden
75% van het naturatarief voor zelfstandige ondernemers dan wel juridische constructies die geacht worden niet of nauwelijks overheadkosten te maken
Hulp bij het huishouden
Per uur
€37,50
€28,13
Begeleiding licht
Per uur
€55,20
€41,40
Begeleiding midden
Per uur
€60,60
€45,45
Begeleiding zwaar
Per uur
€79,20
€59,40
Dagactiviteit licht
Per dagdeel
€38,59
€28,94
Dagactiviteit midden
Per dagdeel
€54,97
€41,23
Dagactiviteit zwaar
Per dagdeel
€64,73
€48,55
Vervoer zonder rolstoel
Per dag
€9,02
€9,02*
Vervoer met rolstoel
Per dag
€22,35
€22,35*
Kortdurend Verblijf
Per etmaal
€91,61
€68,71
* gelijk aan 100% tarief
Tarieven 2025 PGB- formeel
Product
Zorgeenheid
Tarief 2025-
100% van het naturatarief voor dienstverleners die werken volgens vastgestelde kwaliteitsstandaarden
Tarief 2025-
75% van het naturatarief voor zelfstandige ondernemers dan wel juridische constructies die geacht worden niet of nauwelijks overheadkosten te maken
Hulp bij het huishouden
Per uur
€ 39,35
€29,51
Begeleiding licht
Per uur
€ 57,94
€43,46
Begeleiding midden
Per uur
€63,61
€47,71
Begeleiding zwaar
Per uur
€ 83,13
€62,35
Dagactiviteit licht
Per dagdeel
€ 40,50
€30,38
Dagactiviteit midden
Per dagdeel
€ 57,70
€43,28
Dagactiviteit zwaar
Per dagdeel
€ 67,94
€50,96
Vervoer zonder rolstoel
Per dag
€ 15,00
€15,00*
Vervoer met rolstoel
Per dag
€ 26,00
€26,00*
Kortdurend Verblijf
Per etmaal
€ 96,15
€72,11
ZRM-film
Eenmalig per 6 weken
Niet mogelijk als PGB
Niet mogelijk als PGB
* gelijk aan 100% tarief
Tarieven 2026 PGB - formeel
alinea
Product
Zorgeenheid
Tarief 2026-100% van het naturatarief voor dienstverleners die werken volgens vastgestelde kwaliteitsstandaardenalinea
Tarief 2026- 75% van het naturatarief voor zelfstandige ondernemers dan wel juridische constructies die geacht worden niet of nauwelijks overheadkosten te maken
Hulp bij het huishouden
Per uur
€ 43,27
€ 32,45
Begeleiding licht
Per uur
€ 61,81
€ 46,36
Begeleiding midden
Per uur
€ 69,68
€ 52,26
Begeleiding zwaar
Per uur
€ 87,39
€ 65,54
Dagactiviteit licht
Per dagdeel
€ 42,03
€ 31,52
Dagactiviteit midden
Per dagdeel
€ 59,23
€ 44,42
Dagactiviteit zwaar
Per dagdeel
€ 71,43
€ 53,57
Vervoer zonder rolstoel
Per dag
€ 20,06
€ 20,60*
Vervoer met rolstoel
Per dag
€ 27,63
€ 27,63*
Kortdurend Verblijf
Per etmaal
€ 224,98
€ 168,74
ZRM-film
Eenmalig per 6 weken
Niet mogelijk als PGB
Niet mogelijk als PGB
* gelijk aan 100% tarief
Bijlage 5 Persoonlijk budgetplan
Zie pdf in de bijlage