Paragraaf 4 Gedragsafspraken ambtelijke integriteit
1 Eed of belofte
Iedereen, die als ambtenaar in dienst van de gemeente wordt aangesteld legt - uiterlijk één maand na indiensttreding - de eed of belofte af ten overstaan van de sector directeur. Voor het zittende personeel wordt het volgende afgesproken: De algemeen directeur legt de eed of belofte af ten overstaan van de burgemeester, vervolgens leggen de sector directeuren de eed of belofte af ten overstaan van de algemeen directeur. De medewerkers leggen uiteindelijk de eed of belofte af ten overstaan van hun sector directeur; dit kan individueel dan wel in groepsverband geschieden. Het zittende personeel dient binnen twee maanden na vaststelling van de onderhavige nota de eed of belofte af te leggen. De tekst van de afgelegde eed of belofte staat op een formulier (zie bijlage), dat in tweevoud wordt opgemaakt en dat door degene die de eed of belofte heeft afgenomen wordt ondertekend. Een exemplaar is voor de ambtenaar en het tweede exemplaar gaat in het persoonsdossier.
De eed of belofte is het eerste integriteitsinstrument waarmee de ambtenaar te maken krijgt. Verder is dit een nuttig instrument om het integriteitsbeleid te ondersteunen. Natuurlijk hoort de ambtenaar zich net als iedere burger aan de wet te houden. Met het afleggen van de eed of belofte benadrukt de ambtenaar nog eens dat hij dit ook werkelijk zal doen.
2 Relatiegeschenken
Het gaat hierbij in eerste instantie niet om de aardigheidjes, welke in het intermenselijke verkeer gebruikelijk zijn. Met het accepteren van een bloemetje of een stropdas is de integriteit niet in het geding. Een probleem hierbij is aan te geven waar de grens ligt tussen het aardigheidje enerzijds en het geschenk, waarbij op z=n minst de hoop op enigerlei tegenprestatie vermoed kan worden anderzijds. Het is veelal een kwestie van verantwoord omgaan met hetgeen in het intermenselijk verkeer gebruikelijk is. Het aannemen van geschenken met louter een symboolfunctie (bloemetje ter verwelkoming, een fles wijn als dank, een boekenbon) is aanvaardbaar wanneer dit in een zuivere relatie staat tot het gepresenteerde (b.v. het houden van een lezing) waarvoor het geschenk wordt aangeboden.
Als algemene gedragsregel bij het aanvaarden van relatiegeschenken, waaronder ook vallen de kerstattenties, geldt, dat het is toegestaan maximaal één geschenk per relatie per jaar te aanvaarden met een waarde van niet meer dan € 50,--. Geschenken met een waarde van boven de € 50,-- en/of waarbij het oogmerk van beïnvloeding aannemelijk is, dienen te worden gemeld aan de leidinggevende en met een bedankbriefje aan de afzender te worden geretourneerd. Leidinggevenden dienen een dergelijk geschenk te retourneren via hun sector directeur, sector directeuren via de algemeen directeur en de algemeen directeur via de burgemeester.
3 Uitnodiging voor een lunch, diner, voorstelling, excursie e.d.
In zijn algemeenheid mag een dergelijke uitnodiging worden geaccepteerd met dien verstande, dat de medewerker het accepteren van zo'n uitnodiging vooraf dient te bespreken met zijn leidinggevende. Leidinggevenden, die een dergelijke uitnodiging ontvangen, dienen dit vooraf te bespreken met hun sector directeur, de sector directeuren met de algemeen directeur en de algemeen directeur met de burgemeester.
4 Nevenwerkzaamheden
Een ambtenaar hoort sommige nevenwerkzaamheden te melden (art. 15:1:6 CAR/UWO). Nevenwerkzaamheden moet de ambtenaar melden als die zouden kunnen leiden tot belangenverstrengeling met zijn functie of zouden kunnen botsen met het dienstbelang. De melding dient schriftelijk te geschieden aan de sector directeur; vervolgens vindt bij de afdeling personeel en organisatie de registratie plaats.
Nevenwerkzaamheden zijn verboden als ze het functioneren van de ambtenaar of dat van de openbare dienst belemmeren. Het begrip nevenwerkzaamheden is ruim; het betreft alle activiteiten die een ambtenaar naast zijn werk kan verrichten, zowel betaald als onbetaald.
De verantwoordelijkheid of nevenwerkzaamheden al dan niet moeten worden gemeld, ligt in eerste instantie bij de ambtenaar zelf. In geval van twijfel wordt altijd geadviseerd de nevenwerkzaamheden te melden. Het is aan de ambtenaar en zijn leidinggevende om in de gaten te houden hoe de nevenwerkzaamheden van de ambtenaar zich verhouden tot zijn functie. Door verandering in de sfeer van de nevenwerkzaamheden of in de functie-inhoud kan een nevenfunctie niet langer meer aanvaardbaar blijken te zijn.
5 Informatie
De ambtenaar dient zorgvuldig en correct om te gaan met informatie, waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt. Dit betekent onder meer, dat hij het bevoegde gezag volledig, zorgvuldig en correct dient te informeren. Ook gegevens, die niet persé de status van vertrouwelijk of geheim hebben, kunnen onder het begrip vertrouwelijke informatie vallen. Te denken valt aan:
-persoonsgegevens van burgers en ambtenaren.
-financiële gegevens van burgers en relaties van de gemeente.
-voorkennis over beleidsontwikkelingen.