Gemeentelijke regelgeving

Duurzaamheidsagenda gemeente Kapelle: Bouwsteen Mobiliteit

Gemeente Kapelle · geldt sinds 28 juni 2023

Aanhef

Zaaknummer Z22.014235

Documentnummer D22.272108

Voorwoord

De gemeente Kapelle hecht veel waarde aan een duurzame leefomgeving. De mobiliteit binnen de gemeente Kapelle wordt veel aangedreven uit niet duurzame bronnen die bijdragen aan de CO₂ footprint van de gemeente.

In de raadscontourennota 2022 – 2026 hebben wij afgesproken dat we als gemeente het goede voorbeeld geven en dat we de Duurzaamheidsagenda Kapelle afronden.

In 2019 is een start gemaakt met het opstellen van het duurzaamheidsbeleid. Dit beleid wordt gevat in de Duurzaamheidsagenda met onderwerpen als elektriciteit, warmte in de gebouwde omgeving en een klimaatbestendige leefomgeving. Dit document is de Bouwsteen Mobiliteit. In deze Bouwsteen wordt de ambitie bepaald voor de beperking van onze CO₂ uitstoot binnen de mobiliteit.

Als portefeuillehouder Energie- warmtetransitie en milieu zet ik me met volle overtuiging in om tot realisatie van de ambitie te komen en zo op een passende wijze de CO2 footprint van onze prachtige gemeente te verkleinen en bij te dragen aan een schonere leefomgeving voor onze kinderen.

Siwart Mackintosh

Wethouder gemeente Kapelle

Figuur 3 Opladen auto

4 Laad- & tankvisie

4.6 Kenmerken van laadinfrastructuur

4.6.1 Soort laadpunten

Het laadnetwerk bestaat uit laadpunten in de publieke, semipublieke en private ruimte. Waar een laadpunt staat, bepaalt mede de toegankelijkheid. Als gebruikers geen toegang hebben tot laadpunten op privaat terrein moeten zij kunnen uitwijken naar semipublieke of publieke laadpunten. De gemeente heeft vooral een belangrijke rol in de realisatie van publieke laadpunten. In onze gemeente onderscheiden wij de volgende laadpunten:

•Publiek laadpunt: Een laadpunt in de openbare ruimte;

•Semipubliek laadpunt: Een privaat laadpunt op een parkeergelegenheid in privaat eigendom dat is opengesteld voor publiek. Denk aan parkeergarages, tankstations of horeca-locaties. Er kunnen beperkte toegangstijden zijn;

•Privaat laadpunt: Een laadpunt op eigen terrein, aan huis of bij een bedrijf. Iedereen mag een laadpunt realiseren op eigen terrein en deze op een parkeerplek op eigen terrein ook beschikbaar stellen voor derden.

4.6.2 Publieke laadpunten op gemeentelijk eigendom

De gemeente neemt haar verantwoordelijkheid om te zorgen voor een dekkend basisnetwerk van publieke laadpunten op haar eigendom. Daarbij houden we rekening met een goede spreiding van laadpunten over de gemeente. Om hierin te voorzien beschikt de gemeente over beleidsregels met wijkkaarten voor potentiële laadlocaties en een contract met een laadpaalexploitant, ook wel Charge Point Operator (CPO) genaamd.

4.6.2.1Beleidsregels & wijkkaarten

Het plaatsen van laadpalen heeft impact op de openbare ruimte. Om deze impact te reguleren zijn criteria noodzakelijk voor het plaatsen van laadpalen. Deze laadvisie geeft nieuwe inzichten die vragen om een herziening van bestaande beleidsregels.

De volgende hoofdlijn zal geborgd worden in deze beleidsregels:

✓ Laadpalen mogen uitsluitend geplaatst worden door gecontracteerde exploitanten (CPO’s).

✓ Een verzoeker heeft geen redelijke mogelijkheid tot het laden van een elektrisch voertuig op eigen terrein.

✓ Realisatie van laadpalen mag niet leiden tot onevenredige maatschappelijke investeringen in het elektriciteitsnet.

✓ Laadlocaties worden voorzien van een parkeerverbod voor voertuigen met een verbrandingsmotor. Dit versterkt de gebruiksmogelijkheden van laadlocaties en geeft een efficiënter gebruik van de laadlocatie. Het voorkomen van laadplaalklevers is een verantwoordelijkheid van de exploitanten. Deze hebben hiervoor instrumenten zoals een negatief tarief.

✓ In de omgeving van laadpleinen wordt terughoudend omgegaan met het plaatsen van laadpalen om het gebruik van het laadplein te stimuleren.

✓ Openbaar groen mag niet onevenredig ten koste gaan van de realisatie van een oplaadlocatie.

Nadere uitwerking op detailniveau zal door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld worden.

4.6.2.2Laadpaal exploitanten (CPO)

Het plaatsen van laadpalen is een markactiviteit. De gemeente Kapelle exploiteert zelf geen laadpalen, maar stelt onder voorwaarden haar eigendom hiervoor beschikbaar. De exploitatie vindt plaats door een zogenaamde Charge Point Operator (CPO). Het plaatsen van laadpalen op gemeentelijk eigendom is uitsluitend toegestaan door CPO’s die hiervoor een overeenkomst hebben met de gemeente. In de overeenkomst worden zaken vastgelegd zoals eigendom, aansprakelijkheid, exploitatietermijnen, technische eisen en het verwerken van gebruikersdata. Gelet op de omvang van het geprognotiseerde laadnetwerk wordt met maximaal drie actief opererende CPO’s een overeenkomst aangegaan. Voor de selectie zal een openbare uitvraag gedaan worden, waarbij partijen hun interesse kenbaar kunnen maken. Hiervoor zal het college van burgemeester en wethouders selectiecriteria vaststellen.

4.6.3 Verlengde particuliere aansluiting (VPA)

Naast de eerdergenoemde drie type locaties zijn er ook zogenoemde ‘verlengd private aansluitingen’ (VPA) mogelijk. Hierbij staat het voertuig tijdens het laden op een openbaar parkeervak, maar maakt het gebruik van een privaat laadpunt. De netaansluiting van het laadpunt is gevestigd in het pand van de eigenaar. Tot nu toe was een VPA niet toegestaan in Kapelle.

Uit onderzoek is gebleken dat aan een VPA meerdere risico’s en belemmeringen zitten, namelijk:

✓ aansprakelijkheidsrisico voor de gemeente indien de particuliere installatie in aanraking komt met het gemeentelijk eigendom.

✓ val en struikelgevaar over een kabel op de openbare ruimte;

✓ gevaar voor elektrocutie bij een beschadigde of ondeugdelijke installatie;

✓ belemmering bij onkruid- en gladheidsbestrijding;

✓ belemmering bij inzet hulpdiensten in de openbare ruimte bij een incident met het voertuig;

Mede door deze belemmeringen ziet de Nationale agenda laadinfra (NAL) en de aangesloten regio’s (waaronder Zuidwest Nederland) een VPA niet als een wenselijke ontwikkeling die bijdraagt aan de opschaling van het publieke laadnetwerk.

De VPA sluit wel aan bij de behoefte van inwoners. Met regelmaat informeren inwoners naar de mogelijkheden. Dit wordt versterkt door het tariefverschil tussen thuis en publiekladen. Daarnaast kunnen inwoners zelf opgewekte energie optimaal inzetten met het laden van hun voertuig. Hierbij moet wel de kanttekening gemaakt worden dat gebruikelijke zonnepanelen op een woning te weinig opwekken om te voorzien in de energiebehoefte van een auto.

Ondanks de genoemde beklemmingen en het negatieve advies van de NAL lopen In Zeeland meerdere pilots voor het toestaan van VPA’s in verschillende vormen zoals een kabelgoot of afdekmat. De resultaten van deze pilots worden tot mei 2023 gevolgd, aansluitend wordt het beleid ten aanzien van VPA’s in de gemeente Kapelle bepaald.

4.6.4 Tankstation van de toekomst

De toename van elektrische voertuigen resulteert in een afname van het gebruik van fossiele brandstoffen. Dit wordt nader toegelicht in paragraaf 4.7.3 Personenauto’s. Daarnaast zal voor de doelgroep waar elektrificatie niet voor de hand ligt, behoefte ontstaan voor alternatieve fossiel- en uitstoot vrije brandstoffen. Hierbij is te denken aan plantaardige brandstoffen en waterstof.

Daarom zullen tankstations de komende jaren een transitie doormaken naar zogenoemde multi-fuel tankstations. Bij deze tankstations kunnen bijvoorbeeld naast de traditionele brandstoffen zoals Diesel en Benzine ook plantaardige brandstoffen en waterstof getankt worden. Verder hebben deze tankstations voorzieningen om te (snel)laden. Door deze combinatie van producten kunnen de toekomstige duurzame voertuigen van schone energie worden voorzien.

Bij ontwikkelingen van nieuwe en de herstructurering van bestaande tankvoorzieningen, dient daarom het tankstation minstens een multi-fuel tankstation te zijn. Dit betekent dat er naast traditionele brandstoffen ook emissieloze energiedragers worden aangeboden. Aan een nieuw traditioneel tankstation wordt geen (planologische) medewerking meer verleend.

4.7 Opgave per gebruikersgroep tot 2030

4.7.1 Huidige situatie laden

Momenteel zijn er ongeveer 52 publieke laadpalen met twee laadpunten in onze gemeente gefaciliteerd, waarvan er 32 operationeel zijn. De gemeente neemt de verantwoordelijkheid om te zorgen voor een basisnetwerk van publieke laadpunten. Daarbij houden we rekening met een goede spreiding van laadpunten over de gemeente. De rol en inzet van de gemeente verschilt per gebruikersgroep. De gemeente geeft invulling aan het laadnetwerk door te faciliteren, stimuleren/informeren of te regulieren.

4.7.2 Huidige situatie tanken

In de gemeente zijn vijf tankstations gevestigd waar fossiele brandstoffen getankt kunnen worden. Verder hebben verschillende bedrijven tankfaciliteiten op eigen terrein. Met de toename van het aantal elektrische voertuigen zal de verkoop van fossiele brandstoffen afnemen. Hiermee komt de levensvatbaarheid van de tankstations onder druk te staan, maar er ontstaan ook kansen. Niet alle voertuigen zullen uiteindelijk geëlektrificeerd worden Hiervoor kunnen andere energiedragers zoals plantaardige brandstoffen of waterstof een rol krijgen. Tankstations kunnen zich richten op deze marktontwikkeling.

4.7.3 Personenauto’s

Om in 2030 de laadbehoefte van de elektrische personenauto’s te voorzien zijn ongeveer 150 laadpalen met twee laadpunten nodig. Er zal daarmee een toename nodig zijn voor publieke laadpunten. Bij laadinfrastructuur voor personenauto’s houden we zo goed mogelijk rekening met zowel inwoners als bezoekers en forenzen in onze gemeente. De gemeente vult het uitrollen van het laadnetwerk als volgt in:

Rol gemeente

Faciliteren

Door contracten te sluiten voor publieke laadpalen.

Stimuleren/informeren

Door het aanvraagproces zo makkelijk mogelijk te maken en actief te communiceren op gemeentelijke website en laadinfrastructuur structureel mee te nemen in gebiedsontwikkelingen.

Regulieren

In beleidsregels worden eisen voor laadlocaties nader uitgewerkt.

De transitie naar emissieloze personenauto’s zal in hoofdzaak elektrificatie zijn. In ondergeschikte mate zullen nieuwe personenauto’s ook aangedreven worden door andere emissieloze brandstoffen zoals waterstof. De transitie naar plantaardige brandstoffen bij particulier gebruik lijkt niet rendabel. Daarnaast zullen liefhebbers van oude personenauto’s altijd een behoefte behouden aan traditionele fossiele brandstoffen.

4.7.4 Bestel- en stadslogistiek

In onze gemeente kunnen bestelwagens dezelfde laadinfrastructuur gebruiken als personenauto’s. Rijders van elektrische bestelauto’s kunnen een aanvraag voor een publieke laadpaal doen, conform het aanvraagproces voor personenauto’s. Op dit moment heeft Kapelle geen plannen om een zero-emissiezone voor logistiek in te richten. We verwachten geen direct effect van een grote laadvraag van bestelwagens in onze gemeente. We monitoren de ontwikkelingen en passen indien nodig onze visie en ons beleid hierop aan.

Rol gemeente

Faciliteren

Volgen van ontwikkelingen en sturen op gebruik bestaande laadnetwerk personenauto’s.

Stimuleren/informeren

In contact treden met de lokale logistieke sector en in gezamenlijkheid bepalen wat nodig is.

4.7.5 Zwaar vervoer over de weg

In de transportsector ontwikkelt zich de behoefte voor enkele grote snellaadhubs en Multifuel-tankstations. Door deze te plaatsen op centrale locaties, waar langer verbleven kan worden om onder meer te voldoen aan de Rijtijdenwet, vraagt dit naast het hoge vermogen van de laders ook om andere faciliteiten, zoals wc’s, wifi, restaurant en/of douche- en sportfaciliteiten. De gemeente Kapelle lijkt geen logische locatie voor een dergelijke hub voor doorgaand vrachtverkeer. Dit is anders voor laadmogelijkheden bij lokale bedrijven. Hier is behoefte om bij het eigen bedrijf het wagenpark te kunnen laden. Naast laadmogelijkheden speelt in deze sector ook een transitie naar andere emissieloze brandstoffen zoals waterstof. Dit komt omdat elektrificatie niet in alle situaties mogelijk is, bijvoorbeeld bij lange afstand transport of voertuigen die zware vermogens nodig hebben. Ontwikkelingen uit onze lokale markt betreffende zwaar vracht volgen en faciliteren we waar mogelijk.

Rol gemeente

Faciliteren

Deelname aan onderzoeken waarbij de gemeente een rol heeft.

Stimuleren/informeren

Samen met de stakeholders ontwikkelingen volgen.

4.7.6 Vracht- en pleziervaart

Het kanaal door Zuid-Beveland kent doorgaand vracht- en pleziervaart. Op dit moment ziet de gemeente geen aanleiding om voor doorgaand vracht- en pleziervaart walstroom te faciliteren. De gemeente ziet walstroom als commerciële activiteit. Gebruikers kunnen dit zelf organiseren door contact op te nemen met walstroom.eu.nl.

Pleziervaart is in onze gemeente vrijwel allemaal zeewaardig. De transitie van elektrificatie van pleziervaart richt zich nu op schepen voor de binnenwateren. Voor zeewaardige schepen zal dat pas hierna plaatsvinden. Komende jaren zien wij deze transitie nog niet ontstaan voor de jachthaven in onze gemeente. Ook op het gebied van tanken worden geen ontwikkelingen voorzien. Ontwikkelingen worden gevolgd om te kunnen anticiperen op de transitie in de vaart.

Rol gemeente

Stimuleren/informeren

Samen met de stakeholders ontwikkelingen volgen.

4.7.7 Bezoekers/ toeristen

Elektrisch vervoer is een mondiale ontwikkeling, waardoor onze gemeente ook rekening moet houden met de laadbehoefte van bezoekers en toeristen. Deze gebruikersgroep kan uiteraard gebruik maken van het bestaande publieke laadnetwerk in onze gemeente. Het is de verwachting dat voornamelijk toeristen de vraag naar snellaadinfrastructuur zal doen groeien. De huidige snellaadstations langs het hoofdwegennet zijn niet voldoende om de (toekomstige) laadbehoefte van toeristen te vervullen. Om invulling te geven aan deze behoefte werkt de gemeente binnen de samenwerkingsregio actief samen met andere gemeenten en met de netbeheerder. Door in gezamenlijkheid locaties aan te wijzen worden de maatschappelijke kosten voor het realiseren en aanpassen van het stroomnet geminimaliseerd.

Figuur 8 Dorpskern Wemeldinge

De lokale behoefte voor toeristen zal met name ontstaan bij de recreatieparken, stranden, duikhotspots, jachthaven, dorpscentra en opstappunten voor fietsrecreatie. Dit is een seizoensgebonden behoefte wat een commerciële levensvatbare exploitatie moeilijk maakt. Kansen ontstaan als voorzieningen gekoppeld kunnen worden met een laadbehoefte voor andere doelgroepen.

Rol gemeente

Faciliteren

✓ Medewerking geven aan laadlocaties op gemeentelijk eigendom;

✓ Partijen bij elkaar brengen om koppelkansen te creëren en te benutten.

Stimuleren/informeren

Laadinfrastructuur inzichtelijk maken voor bezoekers en toeristen.

4.7.8 Agrarische sector

Voor lichte voertuigen in de agrarische sector ligt elektrificatie het meest voor de hand. Hier wordt een combinatie met autonoom en precisielandbouw voorzien. Deze voertuigen zullen op het bedrijf zelf geladen worden. Hier ontstaat dus geen behoefte aan een openbare voorziening. Voor een duurzame opwek van de benodigde opwek biedt de Bouwsteen Elektriciteit mogelijkheden voor met name de agrarische sector.

Voor de zwaardere voertuigen en/of de voertuigen die (seizoensgebonden) volcontinue inzetbaar moeten zijn ligt elektrificatie niet voor de hand. Accu’s bieden te weinig vermogen voor de krachtvraag of de langdurige inzet. Hier zal een transitie plaatsvinden naar emissieloze brandstoffen zoals waterstof.

Voor de transitie naar waterstof is de opzet van een keten voor groene waterstof noodzakelijk. Hier wordt in hoofdstuk 7 Grond-, weg-, en (water)bouw verder op ingegaan.

4.8 Uitvoering en organisatie

4.8.1 Gemeentelijke organisatie

De opschaling van laadinfrastructuur vraagt om grotere uitvoeringskracht en verdere professionalisering van het werkproces. Ook is het belangrijk dat het onderwerp structureel aandacht krijgt bij projecten en beleidsdocumenten.

4.8.2 Samenwerking en afstemming

Om de doelen uit onze laadvisie te behalen, werken we samen met verschillende partners, zoals de RAL Zuidwest. Dit is een samenwerkingsverband tussen provincies Zeeland en Zuid-Holland en de inliggende netbeheerders. Daarnaast zijn gebruikers, netbeheerder en de (markt)partijen die de laadinfrastructuur plaatsen, belangrijke partijen waar we mee samenwerken en afstemmen.

4.8.3 Monitoring

Monitoring levert waardevolle inzichten op over onder meer de groei van elektrisch vervoer in onze gemeente, het gebruik van specifieke laadpunten en de laadinfrastructuur als geheel en de belasting van het energienetwerk. Zo wordt de realisatie van openbare laadpalen vastgelegd en wordt waar nodig inzicht gevraagd in de gebruiksdata bij de CPO’s.

4.8.4 Financiële kaders

Op basis van de huidige markt is de verwachting dat de plaatsing van reguliere laadinfrastructuur kan worden uitgevoerd zonder financiële bijdrage van de gemeente.

Daarnaast vraagt de uitrol van laadinfrastructuur en de uitvoering van deze laadvisie ambtelijke capaciteit. Dit is momenteel geborgd binnen de afdeling Leefomgeving.

Voor reguliere laadpalen die we op aanvraag plaatsen, gaan we uit van een ambtelijke capaciteitsbijdrage van acht uur per laadpaal.

Figuur 9 Laadpaal

Ambities Laad- en tankvisie

✓ In de gemeente is een gebiedsdekkend robuust en betrouwbaar openbaar laadnetwerk;

✓ Gecontracteerde exploitanten (CPO’s) realiseren het laadnetwerk;

✓ Alle laadlocaties bestemmen we uitsluitend voor elektrische voertuigen;

✓ We volgen Zeeuwse pilots voor laden in de openbare ruimte vanaf particulier terrein voordat we het beleid voor onze gemeente bepalen.

✓ Nieuwe tankstations zijn uitsluitend Multi fuel tankstations;

✓ Het ontwikkelen van een groene waterstofketen wordt gestimuleerd. en gefaciliteerd

5.5 Mobiliteitshub als stimulans voor duurzame mobiliteit

5.5.1 Verschillende soorten mobiliteitshubs

Zeeland heeft een knooppuntenaanpak ontwikkeld en onderscheidt daarin drie typen hubs: stationshubs, regiohubs en reguliere hubs. Deze hebben de volgende functionaliteiten:

5.5.1.1Stationshubs

Een stationshub is het meest uitgebreide knooppunt. Hier worden veel voorzieningen aangeboden en is er een treinstation en een bushalte voor de verbindingen naar andere hubs in de regio. Bij een stationshub gaat het om op- en overstappen, informeren, beleven en verblijven van reizigers. Hier wordt invulling aan gegeven door uitgebreide stallingsmogelijkheden, parkeervoorzieningen met mogelijkheid tot opladen en voorzieningen zoals verwarmd wachten, deelmobiliteit en horeca.

5.5.1.2Regiohub

Een regiohub zorgt voor een snelle verbinding in de regio en heeft minder voorzieningen dan bij een stationshub. De functie van een regiohub is op- en overstappen, informeren, kwaliteit en beleven. Middels bushaltes, voldoende parkeerplaatsen, overdekte fietsparkeerplaatsen, laadvoorzieningen, deelmobiliteit en mogelijk ook een treinstation staat een regiohub in verbinding met andere hubs in de regio.

5.5.1.3Reguliere hub

Een reguliere hub is een knooppunt waar tussen meerdere modaliteiten kan worden overgestapt. Door dit te combineren met deelauto’s, deelscooters en deelfietsen kan er eenvoudig worden overgestapt op eigen fiets en op het openbaar vervoer. Op deze locaties speelt aanbod van laadinfrastructuur een belangrijke rol. De reiziger die met elektrisch vervoer richting de hub komt vindt hier een mogelijkheid om te laden en te kunnen overstappen op een praktische oplossing voor the-last-mile.

9 Uitvoeringsagenda & organisatie

9.3 Monitoring en evaluatie

9.3.1 De CO2-footprint

De gemeente heeft een CO2-footprint. Doel van de CO2-footprint is om inzichtelijk te maken in hoeverre CO2-reductie binnen de gemeente plaatsvindt. Deze footprint wordt met regelmaat opgesteld en aangeboden aan de gemeenteraad. Dit document is dan ook geschikt om te monitoren of de bepaalde ambities behaald worden.

9.3.2 Begroting en rapportage

Aan de hand van het opgestelde actieplan zullen activiteiten ieder jaar worden opgenomen in de gemeentelijke begroting. Op deze wijze worden capaciteit en middelen beschikbaar gesteld om tot uitvoering van deze activiteit te komen. Ook de gemeenteraad heeft zo zeggenschap over de jaarlijkse activiteiten. Met de bestuursrapportages en jaarrekening wordt verantwoording afgelegd over de stand van zaken van de voorziene activiteiten.

9.3.3 Integratie beleid

Bij de uitwerking van iedere Bouwsteen van de duurzaamheidsagenda kan er aanleiding zijn om de reeds vastgestelde Bouwstenen te herzien om integratie tussen de onderwerpen te waarborgen. Deze integratie is een vast onderdeel van het besluitvormingsproces per Bouwsteen. Verder wordt voor de hele gemeente een omgevingsvisie opgesteld. Ambities zullen worden geïntegreerd in deze omgevingsvisie als deze relatie hebben met de fysieke leefomgeving.

Ambitie

Activiteit

Betrokkenpartijen

Organisatorischeinzet

Ramingkosten

Verkeer

1Samenwerken met andere bestuursorganen om uitstootvrij gebruik van verkeersaders te creëren.

Deelname interbestuurlijke afstemming.

➢ Rijkswaterstaat

➢ Provincie

➢ Waterschap

➢ Prorail/ NS

Ambtelijke en bestuurlijke deelname aan samenwerking met betrokken partijen.

N.v.t.

2Faciliteiten voor wandelen en fietsgebruik optimaal inrichten bij gemeentelijke projecten.

Faciliteiten fietsen en wandelen meenemen in projectontwerpen.

➢ Ontwerpers

➢ Ingenieursbureaus

➢ Ontwikkelaars

➢ Aannemers

Implementatie in projecten.

Inschatting is dat deze activiteit niet leidt tot een hogere investering voor het project.

3Regionale samenwerking voor regionale fietsverbindingen.

Deelname interbestuurlijke afstemming.

➢ Rijkswaterstaat

➢ Provincie

➢ Waterschap

Ambtelijke en bestuurlijke deelname aan samenwerking met betrokken partijen.

N.v.t.

4Faciliteren, stimuleren en creëren robuuste- en betrouwbare voorzieningen voor uitstootvrij vervoer.

Toekomstbestendig houden van carpoolplaats Vierwegen.

Overige activiteiten komen terug in de andere hoofdstukken.

➢ Rijkswaterstaat

➢ Provincie

➢ Exploitanten

Het uitvoeren van een marktconsultatie voor laadinfrastructuur en eventueel deelmobiliteit op de carpoolplaats.

Ca. € 5.000,00.

Laad- en Tankvisie

5In de gemeente is een dekkend, robuust en betrouwbaar openbaar laadnetwerk.

Toestemming verlenen voor nieuwe laadlocaties.

➢ CPO’s

➢ Netwerkbedrijf

Geschatte tijdsbesteding van 8 uur per laadpaal voor het gehele ambtelijke proces.

N.v.t.

6Gecontracteerde exploitanten (CPO’s) realiseren het laadnetwerk.

Openbare uitvraag en contractvorming met nieuwe exploitanten.

➢ Inkoopbureau

➢ CPO’s

Ambtelijke inzet voor procesbegeleiding.

€ 15.000,00.

7Alle laadlocaties bestemmen we uitsluitend voor elektrische voertuigen;

1Aanpassen beleidsregels oplaadlocaties;

2Voorlichting gebruik oplaadlocaties.

➢ CPO’s

➢ Netwerkbedrijf

Ambtelijke inzet voor procesbegeleiding.

1Aanpassen beleid: € 7.500,00;

2Voorlichting: € 5.000,00.

8We volgen Zeeuwse pilot voor laden in de openbare ruimte vanaf particulier terrein voordat we het beleid voor onze gemeente bepalen

Aanpassen beleidsregels oplaadlocaties.

➢ Brandweer

➢ RAL deelnemers

Ambtelijke inzet voor procesbegeleiding.

Kosten al geraamd bij bovenstaande.

9Nieuwe tankstations zijn uitsluitend Multi-fuel tankstations.

Alleen medewerking te verlenen aan nieuwe Multi-fuel tankstations.

➢ Exploitanten

Ambtelijke inzet voor procesbegeleiding.

N.v.t.

10Het ontwikkelen van een groene waterstofketen wordt gestimuleerd en gefaciliteerd.

Structuur en haalbaarheidsonderzoek groene waterstofketen.

➢ Gasuni

➢ Netbeheerder

➢ Provincie

➢ Exploitanten

➢ Industrie

➢ Mobiliteit

Ambtelijke inzet voor deelname aan onderzoek en afstemming met stakeholders.

Kosten al geraamd bij activiteiten Grond- weg en (water) bouw.

Deelmobiliteit

11We faciliteren de ontwikkeling van deelmobiliteit in Kapelle om daarmee CO2 te reduceren.

Openbare uitvraag en contractvorming met nieuwe exploitanten aangaan.

➢ Bevelandse gemeenten

➢ Exploitanten

Ambtelijke inzet voor procesbegeleiding.

Ca. € 7.500,00.

12In 2025 hebben we tenminste één mobiliteitshub in Kapelle en onderzoeken we of dit er meer kunnen worden.

Naast de vastgestelde locatie wordt in de regio onderzoek gedaan naar aanvullende mobiliteitshubs om de bereikbaarheid te optimaliseren.

➢ Bevelandse gemeenten

➢ Exploitanten

➢ Ingenieursbureaus

Ambtelijke inzet voor procesbegeleiding.

€ 10.000,00

Voor procesgelden. De investeringskosten zullen blijken uit de lopende onderzoeken.

Openbaar- & doelgroepenvervoer

13Het wegvallen van openbaar vervoer mag niet ten kosten gaan van de bereikbaarheid.

Monitoren en afstemmen van de mobiliteitswijzigingen met stakeholders.

➢ Vervoersbedrijven

➢ Provincie

➢ Burgers

Ambtelijke inzet voor procesbegeleiding.

N.v.t.

14We stimuleren openbaar vervoer door meer aantrekkelijke (flexibele) verbindingen te creëren op basis van behoeften.

Deze activiteit wordt uitgevoerd binnen hoofdstuk deelmobiliteit.

➢ Bevelandse gemeenten

➢ Exploitanten

➢ Burgers

Ambtelijke inzet voor procesbegeleiding.

N.v.t.

15Inwoners van Kapelle zijn op de hoogte van de verschillende mogelijkheden ten aanzien mobiliteit.

Het voeren van een communicatie- campagne onder de noemer van duurzaam Kapelle.

➢ Burgers

➢ Pers

➢ Communicatie-bureau

Ambtelijke inzet voor procesbegeleiding.

€ 5.000,00.

Grond- weg en (water)bouw

16In 2030 is CO₂ uitstoot en gebruik van fossiele brandstoffen in GWW werken met 55% gereduceerd en in 2050 met 100%.

Uitvoering vindt plaats met ondergenoemde activiteiten.

17In aanbestedingen van werken met een omvang van meer dan €500.000,00 worden criteria bepaald om CO₂ te reduceren en het gebruik van fossiele brandstoffen terug te dringen. Inschrijvende partijen kunnen hierop punten scoren in een MVI-aanbesteding.

1Aanpassen inkoopbeleid;

2Implementatie in aanbestedingen GWW werken.

➢ Inkoopbureau

➢ Ingenieursbureaus

➢ Aannemers

1Aanpassing inkoopbeleid gaat mee in een algehele herziening;

2Ambitie wordt door projectleiders geïmplementeerd in aanbestedingen. De MVI-systematiek vraagt een uitgebreidere gunningsbeoordeling van enkele uren ten opzichte van gunning op laagste prijs.

De meerkosten aanbestedingsproces worden geraamd op een toename van ca. 1%. Of het stellen van deze ambities leidt tot een hogere investering voor het werk is niet vooraf in te schatten. Ervaringen uit de markt laten geen explosieve stijging zien zolang innovatie bij inschrijver wordt gelaten zodat dit aansluit bij de transitie van zijn onderneming.

18In 2030 is het gemeentelijk materiaalpark fossielvrij en CO₂ neutraal, met het uitgangspunt dat alleen op natuurlijke vervangmomenten deze transitie wordt uitgevoerd.

Op natuurlijke vervangmomenten het aanschaffen van uitstootvrij materiaal.

➢ Leveranciers

Geen extra inzet ten opzichte van een reguliere inkoop.

De totale kosten van eigendom (TCO) van een elektrische bedrijfsauto zijn na een bedrijfsduur van ruim drie jaar lager dan een brandstof voertuig. Hierin zijn meegenomen belasting, verzekering, afschrijving, onderhoud& reparatie, brandstof-/ stroomverbruik en subsidies.

19Het ontwikkelen van een groene waterstofketen wordt gestimuleerd en gefaciliteerd.

Structuur en haalbaarheidsonderzoek groene waterstofketen.

➢ Gasuni

➢ Netbeheerder

➢ Provincie

➢ Exploitanten

➢ Industrie

➢ Mobiliteit

Ambtelijke inzet voor deelname aan onderzoek en afstemming met stakeholders.

Ca. € 15.000,00.

10 BIJLAGE I Begrippenlijst

Laadpaal

Fysiek object met meestal één of twee laadpunten.

Laadpunt

De elektrische aansluiting op een laadpaal waar de stekker wordt aangesloten. Reguliere laadpalen beschikken meestal over twee laadpunten. Een laadpunt kan ook verwerkt zijn in bijvoorbeeld een muurbox of lichtmast.

Slim laden

Brede term, die wordt gebruikt om aan te duiden dat slimme technieken de laadtransactie op afstand kunnen aansturen. Minimaal betekent dit dat het opladen van elektrische auto’s op het meest optimale moment gebeurt, wanneer de kosten laag zijn en het aanbod van (duurzame) energie hoog.

Laadpaalkleven

Het onnodig bezet houden van een elektrisch laadpunt door een elektrische auto.

Batterij elektrisch voertuig (BEV)

Volledig elektrisch voertuig, waarbij een brandstofmotor ontbreekt. Dit in tegenstelling tot een Plug-In Hybride Elektrisch Voertuig (PHEV).

Charge Point Operator (CPO)

De CPO is verantwoordelijk voor beheer, onderhoud en exploitatie van laadpalen. Ook wel laadpaalexploitant genoemd.

NAL-regio’s

Zes samenwerkingsregio’s die zijn voortgekomen uit de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL). Gemeenten werken binnen deze regio’s samen met de provincie en met de netbeheerder.

Snellaadhub

Een locatie waar voertuigen kunnen snelladen en bestuurders (meerdere) faciliteiten hebben tijdens het laden/verblijf. Denk aan: Wc’s, wifi, restaurant en/of douche- en sportfaciliteiten.

Zero-emissielogistiek (ZE-logistiek)

Zonder uitstoot van schadelijke stoffen goederen verplaatsen voor bijvoorbeeld bouw, retail, afval, horeca, en e-commerce. Voertuigen rijden op elektriciteit of waterstof.

Zero-emissiezones (ZE-zones)

Zones waarbinnen geen logistieke voertuigen mogen komen die emissies uitstoten.

GWW

Grond-, weg-, en (water)bouw.

RES 1.0

Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 van februari 2020.

TCO

Total Cost of Ownership/ totale kosten van eigenaarschap.

VPA

Verlengde particuliere aansluiting, een installatie voor laden vanaf particulier in de openbare ruimte.

Laadplein

Een oplaadlocatie met meer dan 4 laadpalen & 8 laadplaatsen.

Mobiliteitshub

Locatie waar meerdere modaliteiten van mobiliteit bij elkaar komen.

11 BIJLAGE II Literatuurlijst

o Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 van februari 2020

o Uitvoeringsplan RES 1.0 2021-2023

o CROW, duurzaam GWW

o Nationaal Toekomstbeeld Fiets, https://fietsberaad.nl/getmedia/554518f4-ba28-4b60-a7ee-78ffeb6c7696/Nationaal-Toekomstbeeld-Fiets-printversie-LR_def.pdf.aspx

o https://www.zakelijkelektrischleasen.nl/kosten-van-een-elektrische-bedrijfswagen-versus-brandstofvariant/

o Regionale mobiliteitsstrategie

o https://nklnederland.nl/afwegingskader-verlengd-private-aansluitpunten-ondersteunt-gemeenten/

o https://nklnederland.nl/wp-content/uploads/2022/08/Afwegingskader-VPA_DEF.pdf

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.