Aanhef
De raad van de gemeente Kampen;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 30 september 2025, zaaknummer 65239-2025
gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2026
Artikel 1 Begripsbepalingen
Voor de toepassing van deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt, voor zover niet anders is bepaald, verstaan onder:
•commerciële doeleinden: activiteiten of doelen gericht op het behalen van financieel gewin.
•dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een gedeelte daarvan;
•gebieden: openbare gemeentegrond;
•jaar: een kalenderjaar;
•maand: een kalendermaand;
•parkeervakken: weggedeelten die zijn aangewezen en op grond van artikel 2 van de Parkeerverordening gemeente Kampen en waar mag worden geparkeerd en waarbij de aangewezen parkeervakken zijn bijgesloten als bijlage 2 bij deze verordening;
•tabel: de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel;
•vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in de gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben;
•week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen;
Artikel 2 Belastbaar feit
Onder de benaming precariobelasting wordt een belasting geheven ter zake van het hebben of houden van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.
Artikel 3 Belastingplicht
1De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.
2In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeente grond heeft.
Artikel 4 Vrijstellingen
De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:
1voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;
2voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;
3brievenbussen, postzegelautomaten, telefooncellen en niet tot reclame dienende aanwijzingen voor het publiek;
4voorwerpen die noodzakelijk voor de uitoefening van hun publieke taak, door of ten behoeve van het Rijk, de provincie, de gemeente, waterschappen of zuiveringsschappen worden gebezigd;
5wegwijzers en verkeersaanduidingen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond, ANWB en van andere overeenkomstige instellingen;
6voorwerpen welke uitsluitend voorzien in een algemeen belang dan wel worden gebezigd voor weldadige doeleinden en welke niet worden geëxploiteerd tegen betaling.
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief
De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.
Artikel 6 Berekening van de precariobelasting
1Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt.
2Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald.
3De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek.
4Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de maatgegevens in die vergunning, alsmede bij de geldigheid en geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is.
5Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze.
6In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting:
a.indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met één week;
b.indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met één maand.
7Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak.
Artikel 7 Belastingtijdvak
1In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaar overschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.
2In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.
Artikel 8 Wijze van heffing
De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.
Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2In de gevallen bedoeld in artikel 7, tweede lid, is de precariobelasting verschuldigd bij het einde van het belastingtijdvak.
3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
4Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,00.
Artikel 10 Termijnen van betaling
1De aanslag moet worden betaald binnen één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.
2In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 50,00 doch minder dan € 2.682,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen worden betaald in één termijn. De termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.
3De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 11 Kwijtschelding
Kwijtschelding van de belasting vindt plaats op basis van de Kwijtscheldingsverordening.
Artikel 12 Overgangsrecht
De ‘Verordening precariobelasting 2025’, vastgesteld op 12 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 13 Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 14 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening precariobelasting 2026’.
Bijlage 1: Tarieventabel behorende bij verordening Precariobelasting
omschrijving 2026
tijdsaanduiding
Heffings-maatstaf
Tarief 2026
Hoofdstuk 1 Bouw- en onderhoudswerken
1.1. het tarief bedraagt voor het plaatsen van materialen, keten, loodsen, containers, bouwwerktuigen, steigers en andere werktuigen, al dan niet ten behoeve van bouw- sloop of onderhoudswerkzaamheden
per week
per m2
€ 2,34
met een minimum van
€ 10,00
1.2 voor het hebben van een schutting, afrastering of hekwerk
per week
per m1
€ 2,34
met een minimum van
€ 10,00
1.3 voor het plaatsen van materialen, keten, loodsen, containers, bouwwerktuigen, steigers en andere werktuigen, schuttingen of afrasteringen en dergelijke, al dan niet ten behoeve van bouw, sloop- of onderhoudswerkzaamheden op een aangewezen parkeervak, zoals weergegeven in de bijlage behorende bij deze tarieventabel
per dag
per parkeervak
€ 27,11
Hoofdstuk 2 Terrassen voor cafés, restaurants, lunchrooms en dergelijke
2het tarief bedraagt voor:
2.1. terrassen
per maand
per m2
€ 6,61
(max 8 maanden worden in rekening gebracht)
Hoofdstuk 3 Vaste standplaatsen voor commerciële doeleinen
3Het tarief bedraagt
3.1. op maandag tot en met donderdag vaste dag
per jaar
per m2
€ 55,68
3.2. op vrijdag of zaterdag op vaste dag
per jaar
per m2
€ 80,72
Hoofdstuk 4 Incidentele standplaatsen voor commerciële doeleinden
4.1. op maandag tot en met donderdag per vaste dag
4.1. op maandag tot en met donderdag per vaste dag
per dag
per m2
€ 1,61
4.2. op vrijdag en zaterdag op vaste dag
per dag
per m2
€ 2,13
Hoofdstuk 5 Circussen, kermissen en dergelijke inrichtingen
5Het tarief bedraagt
5.1. Voor circussen kermissen en dergelijke inrichtingen waarbij inbegrepen bijbehorende woonwagens en materiaalwagens,
per dag
per 50 m2
€ 29,12
met een maximum van
per dag
€ 1.659,90
Hoofdstuk 6 Evenementen
6het tarief bedraagt:
6.1. Voor evenementen waarvoor een vergunningplicht geldt bij een in gebruik genomen oppervlakte
per dag
6.1.1. tot 250 m2
€ 129,23
6.1.2. vanaf 250 m2 tot 500 m2
€ 242,22
6.1.3. vanaf 500 m2 tot 750 m2
€ 500,42
6.1.4. vanaf 750 m2 en meer
€ 646,42
6.2. Voor het ten behoeve van een evenement waarvoor een vergunningplicht geldt bezetten, beleggen, afschutten of overdekken van een aangewezen parkeervak , zoals weergegeven in de bijlage behorende bij deze tarieventabel
per dag
per parkeervak
€ 10,00
6.3. Voor de parkeervakken zoals bedoeld in artikel 6.2. geldt dat de totale oppervlakte van deze parkeervalkken in mindering worden gebracht op de oppervlakten genoemd in 6.1.1. tot en met 6.1.4.
6.4. Voor evenementen die meerdere aaneengesloten dagen plaatsvinden wordt voor de eerste dag het betreffende tarief onder 6.1.1. tot en met 6.1.4. in rekening gebracht en voor elke volgende dag een percentage van
10%
Hoofdstuk 7 Transportbanen
7.1. Het tarief bedraagt:
per jaar
per m1
€ 8,73
met een maximum voor het gehele werk van
€ 873,63
Hoofdstuk 8 Motorbrandstofinstallaties en dergelijke
8Het tarief bedraagt:
8.1. Voor een benzine- of oliepomp of dergelijke inrichting, met inbegrip van de daarbij behorende geleidingen
per jaar
€ 312,96
8.2. Voor een olie-, benzinetank of dergelijk voorwerp
per jaar
per 1.000 liter
€ 44,77
8.3. Voor een lucht- en/of waterpomp (servicezuil)
per jaar
€ 88,81
8.4. Voor een ten behoeve van een in- en uitricht gebruik maken van grond, welke geen deel uitmaakt van de openbare weg
per jaar
€ 312,92
Hoofdstuk 9 Algemeen tarief
9Het tarief bedraagt:
9.1. voor voorwerpen waarvoor in de voorgaande hoofdstukken geen tarief is opgenomen:
9.1.1.
per week
per m2
€ 2,34
9.1.2.
per jaar
per m2
€ 109,61
Met een minimum bedrag van de aanslag
€ 10,00
9.2. Voor het plaatsen van voorwerpen als bedoeld in dit hoofdstuk op een aangewezen parkeervak, zoals weergegeven de bijlage behorende bij deze tarieventabel.
per dag
per parkeervak
€ 27,11
Deze tarieventabel behoort bij de ‘Verordening precariobelasting 2026’, vastgesteld door de raad van de gemeente Kampen op 6 november 2025.
De raad van de gemeente Kampen,
M.E. Veldhoen, griffier
S. de Rouwe, voorzitter
Bijlage 2 Kaart waarop de aangewezen parkeervlakken zijn aangegeven
Overzicht aangewezen parkeervlakken: