Aanhef
De raad van de gemeente Kampen;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 30 september 2025 , zaaknummer 65239-2025;
gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b van de Gemeentewet;
gelet op de Marktverordening 2009 Kampen;
besluit vast te stellen de volgende verordening
Verordening op de heffing en invordering van marktgelden 2026
Artikel 1 Begripsbepalingen
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
•kwartaal: een kalenderkwartaal;
•losse standplaats: een standplaats die per marktdag beschikbaar wordt gesteld;
•marktdag: de dag waarop de markt gehouden wordt waarbij de voor de markt bestemde dagen afzonderlijk beschouwd worden;
•standplaats: de op en voor de duur van de markt door het bevoegd gezag aangewezen ruimte voor het uitoefenen van de markthandel zoals bedoeld in de Marktverordening Kampen.
•standplaatshouder: ieder aan wie is toegestaan om gedurende een markt een standplaats in te nemen;
•vaste standplaats: een standplaats die tot wederopzegging beschikbaar wordt gesteld aan vergunninghouder
Artikel 2 Aard van de heffing
Onder de benaming marktgeld wordt een recht geheven voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten, bestaande uit het ter beschikking stellen van een standplaats op de voor de markt aangewezen plaatsen gedurende de voor de markt aangewezen tijd voor het uitoefenen van de markthandel en daarmee verband houdende handelingen.
Artikel 3 Belastingplicht
Het marktgeld wordt geheven van degenen die een of meer standplaatsen op de markt innemen.
Artikel 4 Heffingsgrondslagen
1Het marktgeld voor het innemen van een standplaats wordt geheven naar het aantal vierkante meters, zijnde het product van de grootste lengte en breedte van de standplaats.
2Het op grond van het eerste lid van dit artikel berekende aantal vierkante meters wordt naar boven afgerond op volle vierkante meters.
3Het minimum in rekening te brengen aantal vierkante meters bedraagt 10.
Artikel 5 Tarieven
1Het marktgeld bedraagt voor het innemen van een losse standplaats op één marktdag of gedeelte daarvan op de:
a.Maandagmorgenmarkt per vierkante meter € 0,75
b.Vrijdagmiddagmarkt per vierkante meter € 0,75
c.Zaterdagmarkt per vierkante meter € 1,18
2Het marktgeld bedraagt voor het innemen van een vaste standplaats op één marktdag of gedeelte daarvan op de
a.maandagmorgenmarkt, voor een tijdvak van een kwartaal per vierkante meter € 7,91
b.vrijdagmiddagmarkt, voor een tijdvak van een kwartaal per vierkante meter € 4,98
c.zaterdagmarkt, voor een tijdvak van een kwartaal per vierkante meter € 4,93
Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1De belasting als bedoeld in artikel 5, eerste lid, is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening als daar bedoeld.
2Het marktgeld vermeld in artikel 5, tweede lid wordt geheven over een heffingstijdvak van een kwartaal.
3Het marktgeld vermeld in artikel 5, tweede lid, is verschuldigd bij de aanvang van het heffingstijdvak.
4Indien de belastingplicht van een vaste standplaatshouder in de loop van het heffingstijdvak aanvangt, wordt in afwijking van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel het marktgeld voor dat heffingstijdvak geheven naar rato van het aantal marktdagen na aanvang van de belastingplicht in dat heffingstijdvak en het totaal aantal marktdagen in dat heffingstijdvak.
5Indien de belastingplicht van een vaste standplaatshouder in de loop van een heffingstijdvak eindigt, wordt ontheffing verleend van het voor dat tijdvak berekende marktgeld naar rato van het aantal marktdagen dat na het tijdstip van beëindiging van de belastingplicht in dat heffingstijdvak overblijft en het totaal aantal marktdagen in dat tijdvak.
Artikel 7 Wijze van heffing
1Het marktgeld vermeld in artikel 5, eerste lid, wordt geheven door middel van afgifte van een gedagtekende nota of andere schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
2Het marktgeld vermeld in artikel 5, tweede lid, wordt geheven bij wege van aanslag.
Artikel 8 Termijnen van betaling
1Het marktgeld geheven op grond van artikel 7, eerste lid, moet worden betaald op het tijdstip vermeld in het eerste lid van artikel 6.
2In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen marktgeld geheven op grond van artikel 7, tweede lid, worden betaald in één termijn, die vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
3In afwijking van het tweede lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 50,00 doch minder dan € 2.682,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in één termijn welke vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.
4De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 9 Kwijtschelding
Kwijtschelding van de belasting vindt plaats op basis van de Kwijtscheldingsverordening.
Artikel 10 Overgangsrecht
De 'Verordening marktgelden 2025’, vastgesteld op 13 november 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 11 Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 12 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening marktgelden 2026’.