Gemeentelijke regelgeving

Beeldregieplan ‘Erf 4 & 5’ Zalk

Gemeente Kampen · geldt sinds 15 maart 2025

3. Nieuwe erven

Randvoorwaardenkaart 2020

Voor zowel erf 4 als erf 5 is in 2020 een aantal specifieke randvoorwaarden geformuleerd. Deze staan op de bijgevoegde randvoorwaardenkaart. Het betreft hier de te respecteren afstanden i.v.m. met, toegang tot de erven, langszaamverkeerverbindingen, hindercirkels, waterbergingsopgave. Daarnaast heeft het waterschap beperkingen vanwege met beschermingszones voor de dijk opgelegd.

4. Proces

Toppunten workshop met omwonenden

Uit diverse consultaties van omwonenden door IS Maatwerk zijn 7 ‘toppunten’ ten aanzien van de erven 4 en 5 genoemd:

1Erf voor starters en specifieke woonwensen

Naast betaalbare starterswoningen is er ook vraag naar specifieke woonconcepten voor jong en oud: gelijkvloers, kangoeroewoning, slaapkamer op begane grond, etc.

2Dorps bouwen op duurzame wijze

Draagvlak voor duurzame en betaalbare innovatieve bouwconcepten, indiende dorpse sfeer gewaarborgd blijft in de architectuur van de woningen

3Parkeren in de mix

Deels centraal in het groen, maar ook het gemak van één auto bij de woning

4Contact op het plein, rust en privacy rond de woning

Vertrouwd wonen naast elkaar, met een praatje op het pleintje, maar voldoende privacy en rust rondom de eigen woning

5Voortuin klein, achtertuin ruim en verbonden met groen

Kleine geveltuintjes voor een groen beeld, achtertuin wel echt ‘eigen’ en voldoende ruim, met uitzicht naar omliggend groen

6De boomgaard is van de schapen

Van wie is de boomgaard? Geen gezamenlijke maaisessies, maar we lossen het wel creatief samen op.

7Zalk voor Zalk

Letterlijk ruimte creëren voor Zalkse starters, maar ook gebruik maken van Zalkse kennis en kunde

www.ismaatwerk.nl

bron: IS Maatwerk 03-03-21

Starters

IS Maatwerk heeft in het najaar van 2020 in samenspraak met omwonenden en CPO Zalk een schetsverkaveling. Allereerst zijn in workshops omwonenden geconsulteerd. Dit resulteerde in een top 7.

In het najaar van 2020 is IS Maatwerk met de CPO groep in gesprek gegaan en na enkele overleggen tot een schetsverkaveling voor beide erven gekomen. Bij de verschillende woningtypen zijn referentiebeelden getoond, passend bij het Zalkse erfkarakter. De schetsverkaveling is de basis voor de uitwerking tot een definitieve verkaveling geweest. De randvoorwaarden, uitgangspunten en de wensen van de CPO-groep zijn in eerste instantie door IS Maatwerk vertaald in een schetsontwerp. De woonwensen zijn geïnventariseerd en zoveel mogelijk ingepast in voorgaande randvoorwaarden en uitgangspunten. Hierbij kwam een extra wens voor beide erven van het plaatsen van totaal 4 tiny houses door de woningbouwcorporatie te realiseren.

5. Definitieve verkaveling

Erf 4

Erf 4 ligt op het terrein tussen de Brinkweg en de dijk. Het erf wordt hier gevormd door de toegangsweg vanaf de Brinkweg, waarop de woningen met hun voorzijde zijn georienteerd. Het erf ligt los van de Brinkweg, achter de reeds bestaand vrijstaande woning.

Er ligt tussen erf 4 en erf 5 een voetgangersverbinding en een voetgangersverbinding naar de dijik. De verbinding tussen erf 4 en erf 5 is tevens een verbinding voor calamiteitenverkeer.

Naast parkeren op eigen erf is een beperkte hoeveel parkeerplaatsen nodig, waardoor de parkeerplaats “groen” kan worden ingericht. De openbare parkeerplaatsen zijn gesitueerd bij de entree’s van de erven. Aan het centrale erf (de open ruimte voor de woningen) worden geen parkeerplaatsen gerealiseerd.

De parkeerplaatsen worden landschappelijk ingepast op een wijze waarbij de erfstructuur intact blijft.

Op het erf 4 worden negen woningen toegevoegd en twee tiny houses in het groen. De groene vlakken zijn openbaar en kunnen gezamenlijk worden gebruikt als boomgaard, moestuin of speelplek. Over het terrein ligt een wandelroute in de richting van de dijk.

De kavel aan de dijk kan worden bebouwd met één woning of met twee woningen in één bouwvolume. De woning langs de dijk is qua bouwvolume, schaal en maat, afgestemd op de bestaande boerderijwoningen langs de dijk. De woning ligt achter de dijk en laag.

In beide gevallen is er sprake van een hoofdvolume met de lengterichting haaks op de dijk. Het hoofdvolume heeft de vorm van een schuur of refereert aan de bestaande boerderijwoningen langs de dijk. Er is één bijgebouw voor de beide woningen. Het bijgebouw heeft altijd een kap en refereert aan een boerenschuur.

Erf 5

Erf 5 ligt op het terrein tussen de begraafplaats en van Dijksweg. Zowel ten opzichte van de woningen aan de Dijksweg, als de begraafplaats en de boerderij aan de Zalkerdijk (Boeve) dient een respectzone/bufferzone te worden aangehouden volgens de op de tekening aangegeven lijnen en afmetingen. Over het erf loop, als onderdeel van het “rondje Zalk” een route vanuit de Dijksweg naar de andere zijde van de begraafplaats in de richting van de Zalkerdijk en heeft tevens aansluiting op de route naar de Brinkweg. Rondom het aangeduide erf liggen de woningen gegroepeerd.

Op erf 5 staan 11 woningen en naast het erf van Boeve worden 2 woningen toegevoegd. De woningen staan aan het centrale erf hebben geen of kleine voortuinen. Deze woningen zijn onderdeel van het erf.

6. Beeldregie en toetsingscriteria

Schuurwoning

De hoofdvorm van de bebouwing is sober, rechthoekig en heeft een relatief hoog zadeldak, met een maximale goothoogte van 4.5 m en begint overwegend vanaf de eerste bouwlaag. De erfzijde kan eventueel 1,5 bouwlaag zijn. Het dak is donker, zoals de meeste schuren in de omgeving. Dakopbouwen, dakkapellen en erkerachtige aanbouwen sluiten in principe niet aan bij de karakteristiek van een schuurwoning. Dergelijke elementen zijn alleen dan mogelijk, wanneer ze beperkt in omvang zijn en worden mee-ontworpen met de woningen, zodat ze een integraal deel van de bebouwinggevel/dak vormen. Als referentie is de molenschuur gegeven. Een doorlopende lage goot- en noklijn benadrukt het karakter van een schuur. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken, waarbij instemming van het beedregieteam is vereist.

Omdat zowel de voorgevels als de zijgevels in beeld komen dienen beide een goede invulling te krijgen, dus geen blinde gevels. Wanneer garages geintegreerd zijn in de (schuur-)woning behoudt het gebouw zijn eenduidige en eenvoudige hoofdvorm. Het clusteren van bijgebouwen gaat verrommeling van het erf tegen. Donkere kleuren maken dergelijke bijgebouwen minder opvallend en voegen zich beter in het landschap.

Bijgebouwen

Richtlijn voor alle bijgebouwen is dat ze worden uitgevoerd in hout, zwart gekleurd en voorzien zijn van een zadeldak, bijgebouwen zonder zadeldak bij voorkeuir op het achtererf. Bij de schuurwoningen zijn de bergingen bij voorkeur inpandig. De materialisatie van de bebouwing past in het palet van kleuren en materialen van Zalk.

Tiny houses

De tiny houses zijn op erf 4 onderdeel van het totale erf, dus ook schuurvormen met samenhangend materiaalgebruik en kleurstelling.

Parkeren

Op de erven wordt bij een aantal woningen geparkeerd op eigen terrein. Deze parkeerplaatsen moeten in stand worden gehouden. Het overige parkeren vindt plaats op 1 of meerdere gezamenlijke parkeervelden. Om de auto’s enigszins aan het zicht te onttrekken en niet te laten domineren in het beeld worden de parkeervelden omgeven door hagen.

Een erf kenmerkt zich door groene open plekken, bomen en hagen. De open plekken zijn geschikt om te spelen en collectief gebruik. De openbare ruimte is zo groen mogelijk. Omdat het erf zich moet voegen in het landschap wordt gebruik gemaakt van inheemse en gebiedseigen soorten. Dit geldt ook voor de hagen rondom de percelen. De tuinen zijn onderdeel van het landschap. De veel voorkomende materialisatie van daken veel voorkomende materialisatie van gevels zelf is door hagen gescheiden van het landschap, maar wordt niet, zoals in uitbreidingswijken, omsloten door een schutting. Hagen mogen wel naar gewenste hoogte worden gesnoeid. Wanneer hagen voor de voorgevel de woning staan zijn ze niet hoger dan 1 meter. Alle woningen zijn immers van het erf.

Regenwaterafkoppeling

Op beide erven ligt geen regenwaterriool. Het dak- en straatwater wordt afgekoppeld en opgevangen in wadi’s, die verspreid over het terrein liggen.

Wadi’s zijn lager gelegen delen van het terrein, waarin het regenwater zich kan om vervolgens in de bodem te infiltreren. De wadi’s van Erf 5 staan verbinding met de wadi’s van Erf 4 en zijn voldoende gedimensioneerd.

veel voorkomende materialisatie van daken

veel voorkomende materialisatie van gevel

Toetsingscriteria

architectuur

•Verspringende rooilijnen

•Overwegend eenvoudige schuurvormen, met moderne kenmerken en mogelijkheid tot eigentijdse kappen.

•Een enkele eigentijdse dorpse woning is toegestaan op niet-beeldbepalende locaties. Het gaat hierbij om kavels die niet prominent in beeld komen en een terugliggende positie innemen op het erf. De erfstructuur en de schuurse bebouwing dienen het beeld te bepalen. Per erf één eigentijdse dorpse woning.

•Bebouwing heeft maximaal twee-en-halve laag.

•Maximale bouwhoogte is 9.00 m, maximale goothoogte is 4.50 m met een afwijkingsmogelijkheid naar 7.00 m.

•Verschillende bouw-en kaprichtingen.

•Materialen baksteen in kleuren bruin-rood met witte gekeimde accenten, een enkele woning kan wit worden gestuct, of hout in de kleuren bruin/zwart.

Eén wit gestucte woning mag op zowel erf 4 als erf 5 worden gerealiseerd, waarbij de betreffende woning een ondergeschikte positie inneemt op het erf.

•Accenten in contrasterende kleur.

•Gebakken pannen, riet of antraciet stalen platen.

•Dakkapellen en erkers alleen dan wanneer ze ondergeschikt zijn aan het hoofdgebouw, gekoppeld aan de entree of in samenhang met de gevelindeling.

•Geen blinde gevels.

•Samenhang tussen de bebouwing in kleurstelling en materiaalgebruik.

•Schuurse gevelopeningen. Dit zijn raam- en deuropeningen die in schaal en maat en verhouding zijn afgestemd op de openingen van een schuur. Schuurse openingen zijn in ieder geval voorgeschreven voor de gevels die in het zicht komen van het erf. Het gaat met name op de voor- en zijgevels van de woningen. Bij achtergevels gaan we minder strikt om met de schuurse openingen.

•Wanneer zonnepanelen worden toegepast is het advies deze af te stemmen op het ontwerp van de woning, door overeenstemmende kleuren van dakbedekking en zonnepanelen en de zonnepanelen zo te leggen dat ze opgaan in het ontwerp.

•Warmtepompen en installaties worden bij voorkeur in het bouwwerk geintegreerd. Wanneer dat niet mogelijk is dan is de voorwaarde dat de voorzieningen op een onopvallende plaats worden gerealiseerd, zodat ze geen negatieve invloed hebben op het aangezicht van de woning en het straatbeeld.

•De bijgebouwen hebben een eenduidige volume, waarbij de voorkeur uitgaat naar een zadelkap. Het advies is om bijgebouwen zonder zadelkap te plaatsen op het achtererf en op locaties, waar ze geen negatieve invloed hebben op de uitstraling van de erven. De bijgebouwen dienen een ondergeschikte positie in te nemen op het erf.

•Garages bij schuurwoningen bij voorkeur onderbrengen in het hoofdgebouw.

•Losstaande bijgebouwen nemen een ondergeschikte plek in op het achtererf;

•geclusterd en hebben een donkere kleur.

•De bijgebouwen uitvoeren in kleuren en materialen passend bij het hoofdgebouw.

•De tiny houses voegen zich in het erf door middel van vormgeving, kleur en materiaalgebruik.

eigen terrein

•Geen of kleine voortuinen.

•Parkeren op eigen terrein in stand houden.

•Gebiedseigen groen en hagen op erfgrenzen.

•Hagen acher de voorgevel kunnen varieren in hoogte, hagen voor de voorgevel zijn niet hoger dan 1 m.

•Tuinen sluiten vanzelfsprekend aan op aangrenzend landschap zonder schuttingen.

•Regenwater wordt afgekoppeld en afgevoerd naar de wadi’s.

collectief terrein

•Erfinrichting door boomgaard, houtsingel, moestuin en gebiedseigen beplanting.

•Groen parkeren op een gezamenlijk parkeeveld omgeven door een haag.

•Regenwater wordt opgevangen in wadi’s.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.