Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel Wet aanpak woonoverlast

Gemeente Kaag en Braassem · geldt sinds 7 augustus 2018

Aanhef

Vastgesteld 24 juli 2018 door burgemeester van Kaag en Braassem

Hoofdstuk 3 Begrippen

3.1 Ernstige en herhaaldelijke hinder

In de memorie van toelichting wordt voor het begrip ernstige hinder een vergelijking gemaakt met het begrip hinder uit artikel 37 boek 5 van het Burgerlijk Wetboek. Onder het begrip ernstige en herhaaldelijke hinder zoals genoemd in artikel 2:78 APV moet in ieder geval verstaan worden: gedragingen zoals het verspreiden van rumoer, trillingen, stank, rook of gassen of het onthouden van licht of lucht. Hierbij mag het niet gaan om een enkel incident en moeten de gedragingen in die mate plaatsvinden dat buurtbewoners hier veel hinder van ondervinden. Of een gedraging als ernstig te kwalificeren valt hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Ernstige hinder kan eveneens aan te merken zijn als onrechtmatig zoals bedoeld in artikel 5:37 van het Burgerlijk Wetboek, maar dat hoeft niet. Bovendien is niet elke onrechtmatige (buren)hinder zoals bedoeld in artikel 5:37 van het Burgerlijk Wetboek aan te merken als ernstig en herhaaldelijk zoals bedoeld in artikel 151d van de Gemeentewet. Bovendien gebruikt de burgemeester haar bevoegdheid niet als het gaan om slechts één incident.

De burgemeester benadrukt dat het bij ernstige en herhaaldelijke hinder moet gaan om zeer extreme gevallen. Daarbij wordt rekening gehouden met het feit dat Nederland een dichtbevolkt land is en burgers daardoor enige mate van hinder van elkaar zullen moeten dulden.

3.2 Hinder

In artikel 2:78 lid 3 APV heeft de gemeenteraad aangegeven welke gedragingen in ieder geval als hinder gekwalificeerd kunnen worden, mits deze gedragingen plaatsvinden in een mate die gekwalificeerd kan worden als ernstig en daarnaast herhaaldelijk plaatsvinden.

a.geluid- of geurhinder;

b.hinder van dieren;

c.hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn;

d.overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf of in de onmiddellijke nabijheid van een woning of een erf;

e.intimidatie van derden vanuit een woning of een erf of in de onmiddellijke nabijheid van een woning of een erf.

De burgemeester neemt in aanmerking dat gebruikmaking van deze bevoegdheid gewenst kan zijn, maar dat dit wel een zware inbreuk van de overheid in het privédomein van burgers betreft. Daarom zal overlast om als ernstig gekwalificeerd te worden in de praktijk tevens terugkerend van aard moeten zijn.

3.3 Last onder bestuursdwang

De burgemeester heeft de bevoegdheid gekregen om een last onder bestuursdwang op te leggen. Daarmee heeft de burgemeester op grond van artikel 5:32 van de Awb tevens de bevoegdheid een last onder dwangsom op te leggen. In artikel 2:78 APV heeft de gemeenteraad expliciet aangegeven dat het opleggen van een last onder dwangsom tot de mogelijkheden behoort. In beginsel zal de burgemeester eerst kiezen voor het opleggen van een last onder dwangsom. Mocht dit geen effect hebben, dan zal overwogen worden middels een last onder bestuursdwang een einde te maken aan de ernstige en herhaaldelijke hinder. De burgemeester kan in gevallen van spoed direct overgaan tot het opleggen van een last onder bestuursdwang.

3.3.1 Aanwijzing (last)

De aanwijzing moet worden gezien als een gedragsaanwijzing. In de gedragsaanwijzing staat omschreven welke hinderlijke gedragingen moeten stoppen.

Als de burgemeester overgaat tot het opleggen van een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang, staat in de last omschreven welke handelingen de overlastgever moet doen of juist moet nalaten om de hinderlijke gedragingen te stoppen.

3.3.2 Hoogte van de dwangsom

De burgemeester stemt de hoogte van de dwangsom af op de mate van hinder. Bij ernstige en herhaaldelijke hinder die een grote maatschappelijke impact tot gevolg heeft kan de hoogte van een dwangsom oplopen tot maximaal € 1.000 per geconstateerde overtreding. Bij ernstige en herhaaldelijke hinder waarvan de maatschappelijke impact gering is kan de dwangsom lager, maar minimaal op € 200 per geconstateerde overtreding worden gesteld.

3.3.3 Bestuursdwang

Als het opleggen van een last onder dwangsom niet effectief is gebleken of de vereiste spoed zich daartegen verzet, kan de burgemeester ervoor kiezen een last onder bestuursdwang op te leggen. Hoe de bestuursdwang er in de praktijk uitziet zal afhangen van de last die is opgelegd. De kosten van de bestuursdwang zullen altijd verhaald worden op de overtreder.

3.4 Woning of bij die woning behorend erf

Met woning of bij die woning behorend erf wordt bedoeld de woning, de rest van het betrokken perceel (zoals een tuin) en de gezamenlijke ruimte binnen een wooneenheid zoals het portiek, de parterretrap, de gezamenlijke buitenruimte, enzovoorts.

3.5 Gedragingen in of vanuit die woning of dat erf

Met gedragingen in of vanuit die woning of dat erf worden bedoeld gedragingen die in of rondom de woning of het erf worden gepleegd. Het gaat om de woning die of het erf dat de overlastgever gebruikt. De gedragingen die worden gepleegd in de nabije omgeving van de woning, bijvoorbeeld in de tuin van de buren, vallen in beginsel onder de bepaling. Zo kan een blaffende hond op de straat voor de woning of een intimiderende gedraging voor de deur van de woning van de buurman vallen onder het bestanddeel gedragingen in of vanuit die woning of dat erf, zolang er een duidelijke connectie is tussen de gedraging en de woning of het erf. Ook gedragingen in de onmiddellijke nabijheid van die woning of het erf, zoals bijvoorbeeld op het trottoir en op straat ter hoogte van of vlakbij de woning vallen onder de reikwijdte van dit begrip.

3.6 Gedragingen

De gedragingen kunnen worden gepleegd door de gebruiker/bewoner van de woning of door een bezoeker. Als de gedragingen door de bezoeker worden gepleegd, moet de gebruiker/bewoner (tot wie het besluit is gericht) in staat zijn de gedragingen te stoppen. De gebruiker kan bijvoorbeeld bepaalde personen die ernstige en herhaaldelijke hinder veroorzaken vragen de woning vóór dan wel ná een bepaald tijdstip te verlaten of hen niet meer toelaten in de woning. Nalaten van een bepaald handelen kan onder omstandigheden ook als een gedraging worden gezien.

3.7 Omwonenden

Met omwonenden wordt bedoeld mensen die in de directe nabijheid wonen van de woning of het erf waar of waarvandaan de ernstige en herhaaldelijk hinderlijke gedragingen plaatsvinden.

Deze beleidsregel treedt daags na bekendmaking in werking.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.