Gemeentelijke regelgeving

Verordening van de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente IJsselstein houdende regels omtrent de commissie bezwaarschriften (Verordening commissie bezwaarschriften gemeente IJsselstein 2021)

Gemeente IJsselstein · geldt sinds 27 mei 2021

Aanhef

De raad, het college en de burgemeester van de gemeente IJsselstein, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;

gelezen het voorstel van het college van 2 maart 2021 (zaaknummer: 887017);

gelet op de artikelen 7:5 en 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 84, 149 en 156, lid 1 van de Gemeentewet;

besluiten de volgende verordening vast te stellen:

Verordening commissie bezwaarschriften gemeente IJsselstein 2021

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a.ambtelijk horen: het horen door één of meerdere ambtenaren, namens het bestuursorgaan, zoals bedoeld in artikel 7:5 van de wet;

b.college: het college van burgemeester en wethouders;

c.commissie: de vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften, te noemen: commissie bezwaarschriften IJsselstein;

d.secretaris: de door of namens het college aangewezen en aan de commissie ter beschikking gestelde ambtelijk ondersteuner ter uitvoering van de taken en bevoegdheden die voortvloeien uit de wet en deze verordening, waaronder begrepen de aanwezigheid bij de behandeling (hoorzitting en beraadslaging) van bezwaarschriften;

e.verwerend orgaan: het bestuursorgaan (raad, college of burgemeester) dat het bestreden besluit heeft genomen;

f.wet: de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2 Inleidende bepaling en bevoegdheid commissie

1Er is een commissie die belast is met de advisering over de beslissing op de bezwaren, als bedoeld in artikel 1:5, eerste lid van de wet, tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester.

2De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen:

a.besluiten op aanvragen om een parkeervergunning en parkeerontheffing als bedoeld in de Parkeerverordening gemeente IJsselstein, op aanvragen om een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in Hoofdstuk IV Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer en op verzoeken om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur voor zover die informatie bij de Coöperatie ParkeerService U.A. of diens rechtsopvolger berust;

b.besluiten betreffende gemeentelijke belastingen of heffingen;

c.besluiten betreffende de Wet waardering onroerende zaken.

3Het bestuursorgaan kan besluiten om bezwaarschriften die kennelijk niet ontvankelijk of kennelijk ongegrond zijn niet voor advisering aan de commissie voor te leggen.

4Naast het horen en adviseren over een bezwaar door de commissie kan het college, met betrekking tot door hen bij afzonderlijk besluit daartoe aangewezen categorieën van bezwaarschriften, bepalen dat het horen en adviseren ambtelijk plaatsvindt.

Artikel 3 Samenstelling en benoeming van de commissie

1De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden.

2De voorzitter en de leden worden door het college benoemd, geschorst en ontslagen.

3De commissie regelt de onderlinge vervanging.

4De voorzitter en de leden van de commissie mogen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente of van een samenwerkingsverband waarin de gemeente participeert.

Artikel 4 Zittingsduur en ontslag

1De voorzitter en de leden worden benoemd voor een termijn van vijf jaar en kunnen aansluitend één keer voor eenzelfde termijn worden herbenoemd.

2De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college.

3Een lid neemt ontslag als hij niet meer voldoet aan het bepaalde in artikel 3, vierde lid van deze verordening.

4Behoudens bij ontslag als omschreven in lid 3, blijven de aftredende of ontslag nemende voorzitter of leden van de commissie hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.

Artikel 5 Vergoedingen

1De voorzitter van de commissie, of het commissielid dat het (plaatsvervangend) voorzitterschap in een vergadering van de commissie vervult, en de leden van de commissie ontvangen per bijgewoonde vergadering een vergoeding. De vergoeding wordt vastgesteld aan de hand van de voor de inwonersklasse van de gemeente vastgesteld bedrag in afdeling 3.4. van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

2Overeenkomstig artikel 3.4.2. van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, bedraagt de vergoeding die de (plaatsvervangend) voorzitter en de leden ontvangen respectievelijk 260% en 207% van het bedrag vermeld in artikel 3.4.1. van dat besluit.

3Aan de (plaatsvervangend) voorzitter en de leden worden de reiskosten voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie vergoed, overeenkomstig artikel 3.4.3. van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

4De in dit artikel bedoelde vergoedingen worden per kwartaal achteraf op basis van de presentielijsten uitbetaald.

Artikel 6 Uitoefening bevoegdheden

De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de wet worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door of namens de voorzitter:

a.artikel 2:1, tweede lid, voor wat betreft het opvragen van een schriftelijke machtiging van de gemachtigde;

b.artikel 6:6, voor wat betreft het aan de indiener stellen van een termijn voor het herstellen van verzuimen;

c.artikel 6:17, voor wat betreft de verzending van de stukken tijdens de behandeling door de commissie;

d.artikel 7:4, tweede lid, voor wat betreft het ter inzage leggen van stukken;

e.artikel 7:6, vierde lid, voor wat betreft het achterwege laten van informatie omtrent het verhandelde tijdens het horen.

Artikel 7 Vooronderzoek

1De voorzitter is bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.

2De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen.

3Indien kosten zijn verbonden aan het onder 1. en 2. gestelde, is vooraf toestemming van het college vereist.

Artikel 8 Hoorzitting

1De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de hoorzitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld door de commissie te worden gehoord.

2De voorzitter beoordeelt of de commissie op grond van artikel 7:3 van de wet kan afzien van het horen van belanghebbenden.

3Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit van het horen af te zien, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan.

Artikel 9 Uitnodiging hoorzitting

1Door of namens de voorzitter worden belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste twee weken vóór de hoorzitting schriftelijk uitgenodigd.

2Binnen drie dagen na de verzenddatum van de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.

3De beslissing op het verzoek als bedoeld in het tweede lid wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan meegedeeld.

4De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van de termijnen die genoemd zijn in het eerste, tweede en derde lid.

Artikel 10 Quorum

1De commissie hoort en adviseert met een voorzitter en twee leden conform artikel 7:13 van de wet.

2In geval van onvoorziene omstandigheden kan worden overgegaan tot het horen door de voorzitter en één commissielid. In dat geval wordt een derde lid van de commissie betrokken bij de beoordeling en bij het uitbrengen van het advies.

Artikel 11 Niet-deelneming aan de behandeling

De voorzitter of de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift als daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn.

Artikel 12 Openbaarheid zitting

1De zitting van de commissie is openbaar.

2De commissie houdt de zitting in beslotenheid als de voorzitter van de commissie of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet.

3Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting in beslotenheid plaats.

Artikel 13 Verslaglegging

1Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de wet kan bestaan uit een digitale geluidsopname van de zitting of een schriftelijk verslag.

2De commissie stelt een eventuele geluidsopname digitaal aan belanghebbende(-n) en het verwerend orgaan ter beschikking. Indien er sprake is van omstandigheden die daartoe aanleiding geven, kan de commissie toezending weigeren. In dat geval wordt een schriftelijk verslag verstrekt.

3Een schriftelijk verslag van de zitting:

a.vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid;

b.houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen;

c.vermeldt als de zitting geheel of gedeeltelijk in beslotenheid plaatsvond, of maakt er melding van als belanghebbenden of hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord;

d.verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden die aan het verslag kunnen worden gehecht;

e.wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie.

Artikel 14 Nader onderzoek

1Indien na afloop van de hoorzitting, maar voordat het advies wordt uitgebracht, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verzoek van de commissie dit onderzoek laten verrichten.

2De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden gezonden.

3De leden van de commissie, de belanghebbenden en het verwerend orgaan kunnen binnen één week na verzending van de aanvullende informatie aan de voorzitter een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op dat verzoek.

4Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze regeling die betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

5Op het nader onderzoek is artikel 7, lid 3 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 15 Beraadslaging en advies

1De commissie beraadslaagt en beslist in een besloten vergadering over het door haar aan het verwerend orgaan uit te brengen advies.

2De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.

3Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.

4Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt als die minderheid dat verlangt.

5Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.

6De voorzitter en de secretaris ondertekenen het advies.

Artikel 16 Jaarverslag

De commissie brengt jaarlijks vóór 1 april aan de bestuursorganen van de gemeente verslag uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar.

Artikel 17 Intrekken oude verordening en overgangsrecht

1De Verordening tot 3e wijziging van de verordening op de commissie bezwaarschriften, vastgesteld op 27 maart 2013, wordt ingetrokken.

2Voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, wordt de reeds verstreken zittingsduur van de op het moment van inwerkingtreding van deze verordening in de commissie zitting hebbende leden meegeteld.

Artikel 18 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van bekendmaking daarvan.

Artikel 19 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening commissie bezwaarschriften gemeente IJsselstein 2021.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.