Aanhef
De raad van de gemeente IJsselstein,
gelezen het collegevoorstel van 4 juni 2024, zaaknummer 91631;
gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de volgende:
Verordening participatie en uitdaagrecht gemeente IJsselstein 2025
Artikel 1. Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
-beleidsvoornemen: voornemen van een bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid;
-participatie: betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van gemeentelijk beleid.
-uitdaagrecht: recht van ingezetenen en lokale maatschappelijke partijen om een verzoek bij het bevoegde bestuursorgaan in te dienen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen, als zij denken deze taak beter tegen gelijkblijvende kosten of goedkoper met een gelijkblijvende kwaliteit uit te kunnen voeren
Artikel 2. Onderwerp van participatie
1Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of participatie wordt toegepast.
2Participatie wordt altijd toegepast als de wet daartoe verplicht.
3Er is geen participatie mogelijk:
a.ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen;
b.als participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten;
c.als sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;
d.inzake de vaststelling van de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;
e.als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat participatie niet kan worden afgewacht;
f.als het belang van participatie niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving.
Artikel 3. Procedure participatie
1Het bestuursorgaan stelt bij de start van elke participatieprocedure vast op welke manier participatie wordt toegepast en maakt dit besluit bekend op de voor die participatieprocedure geschikte wijze.
2Als participatie wordt toegepast, neemt het bestuursorgaan over in ieder geval de volgende onderwerpen een besluit, en legt dit vast in een participatienota:
a.doel van participatie;
b.beïnvloedingsruimte van participatie;
c.kaders voor participatie;
d.wijze waarop het bestuursorgaan over deze kaders vooraf communiceert;
e.wijze waarop en tijdvak waarin ingezetenen en belanghebbenden hun inbreng kunnen leveren;
f.wijze waarop democratische waarden in de participatieprocedure worden gewaarborgd;
g.begroting van de kosten.
Artikel 4. Eindverslag participatie
1Ter afronding van de participatie maakt het bestuursorgaan een eindverslag op.
2Het eindverslag bevat in ieder geval:
a.een overzicht van de gevolgde participatieprocedure;
b.een weergave van de zienswijzen die tijdens de participatieprocedure mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;
c.een reactie op deze zienswijzen, waarbij wordt aangegeven welke punten al dan niet worden overgenomen. een reactie op deze zienswijzen, waarbij wordt aangegeven welke punten al dan niet worden overgenomen en om welke reden(en).
3Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar.
Paragraaf 3. Uitdaagrecht
Artikel 5. Onderwerp van uitdaagrecht
1Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen gemeentelijke taken of hierop uitdaagrecht wordt toegepast.
2Het bestuursorgaan wijst ingezetenen en lokale maatschappelijke partijen actief op het van toepassing zijn van het uitdaagrecht.
3Overname van de uitvoering van de volgende taken is niet mogelijk:
a.als het een lopend uitvoeringstraject of ondergeschikte herzieningen daarvan betreft;
b.als het uitdaagrecht bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten;
c.als sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;
d.inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;
e.als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde uitkomt;
f.als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat het benutten van het uitdaagrecht niet kan worden afgewacht;
g.als het belang van het uitdaagrecht niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving.
Artikel 6. Procedure uitdaagrecht
1Een verzoek met betrekking tot het uitdaagrecht wordt bij het bestuursorgaan ingediend en omvat in ieder geval de volgende onderdelen:
a.omschrijving van de gemeentelijke taak die de verzoeker wil overnemen;
b.uitleg waarom of hoe de verzoeker deze taak beter tegen gelijkblijvende kosten of goedkoper met een gelijkblijvende kwaliteit kan uitvoeren;
c.uitleg waarom of hoe de verzoeker deze taak beter en goedkoper kan uitvoeren;
d.duidelijkheid over de betrokkenheid, kennis of ervaring van de verzoeker;
e.indicatie van het draagvlak onder belanghebbende ingezetenen;
f.indicatie van de kosten die aan de uitvoering van de taak verbonden zijn;
g.omschrijving van de manier waarop de verzoeker met de gemeente wil samenwerken of ondersteuning nodig heeft;
h.inzicht in hoe de kwaliteit en de uitvoering van de taak op de langere termijn kan worden gewaarborgd
i.uitleg waarom of hoe de verzoeker deze taak beter tegen gelijkblijvende kosten of goedkoper met een gelijkblijvende kwaliteit kan uitvoeren”
2Het bestuursorgaan beslist binnen 12 weken op het verzoek.
3Als het verzoek wordt ingewilligd, voorziet het bestuursorgaan de verzoeker van gepaste ondersteuning.
Artikel 7. Intrekking oude regeling
De Verordening burgerparticipatie gemeente IJsselstein 2003 wordt ingetrokken.
Artikel 8. Inwerkingtreding en citeertitel
1Deze verordening treedt in werking op de eerste dag, volgende op de bekendmaking daarvan.
2Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening participatie en uitdaagrecht gemeente IJsselstein 2025.