4. Treasuryfunctie
4.1 Kasbeheer
4.1.1 Geldstromenbeheer
Het geldstromenbeheer omvat alle activiteiten die nodig zijn om financiële middelen te transfereren zowel binnen de organisatie als tussen de organisatie en derden. Het betreft de volgende activiteiten:
•Het optimaliseren van het liquiditeitengebruik door inkomende en uitgaande geldstromen op elkaar en de liquiditeitsprognose af te stemmen.
•Het zorgdragen dat de liquiditeitspositie altijd voldoende is om de (financiële) verplichtingen na te komen.
•Het zo efficiënt als mogelijk uitvoeren van het betalingsverkeer tegen zo laag mogelijke kosten.
4.1.2 Saldo- en liquiditeitenbeheer
Inkomende en uitgaande geldstromen lopen in termen van tijd en bedrag nooit synchroon. Hierdoor ontstaan financiële posities: positief of negatief. De treasuryfunctie beheert de geldstromen en reguleert financiële posities. De volgende uitgangspunten gelden hierbij:
•Clusteren van de gemeentelijke geldstromen bij één bankinstelling.
•Met inachtneming van de kasgeldlimiet wordt in tijdelijke liquiditeitstekorten voorzien door het aantrekken van kortlopende geldleningen (tot maximaal 1 jaar min 1 dag). Ingeval van liquiditeitenoverschotten: zie de regeling over schatkistbankieren: artikel 5.2.1.
4.2 Financieren en beleggen
4.2.1 Geldmarkt
Met inachtneming van de kasgeldlimiet (zie artikel 4.3.1) wordt in (tijdelijke) liquiditeitstekorten voorzien middels het aantrekken van kortlopende geldleningen (looptijd <1 jaar). Het is niet toegestaan liquiditeitstekorten welke de kasgeldlimiet overschrijden structureel met kortlopende geldleningen te financieren.
Artikel 4.2.2 Kapitaalmarkt
Voor structurele liquiditeitstekorten wordt een langlopende geldlening aangetrokken (looptijd >1 jaar). Hiervoor worden telefonisch minimaal twee actuele rentestanden opgevraagd. Dit wordt in het leningdossier vastgelegd.
4.2.3 Financieringsproducten
De volgende financieringsproducten zijn toegestaan:
Kasgeldlimiet:
Onder de kasgeldlimiet vallen alle kortlopende financieringen met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar.
Geldmarkt
rekening – courant, daggeld- en kasgeldleningen.
Kapitaalmarkt
onderhandse geldlening.
Beleggen
Tijdelijk of structureel overtollige middelen worden belegd met als doel het optimaliseren van de rentebaten.
4.2.4 Schatkistbankieren
De Wet fido en de ‘Regeling schatkistbankieren decentrale overheden’ verplicht decentrale overheden de overtollige liquide middelen in de schatkist van het rijk te beleggen. Als gevolg hiervan hoeft de Nederlandse Staat minder geld op de financiële markten te lenen waardoor de staatsschuld daalt. Daarnaast beoogt het schatkistbankieren de financiële risico’s van decentrale overheden te verminderen.
4.2.5 Beleggingsproducten
Het gebruik van de volgende beleggingsproducten is toegestaan:
Geldmarkt
rekening – courant, spaarrekening, schatkistbankieren, daggeldleningen en
deposito’s;
Kapitaalmarkt
onderhandse geldlening.
4.2.6 Rentevisie
De rentevisie geeft een toekomstverwachting over de rente ontwikkeling. De rentevisie wordt eenmaal per jaar (treasuryparagraaf bij de begroting) opgesteld tenzij ontwikkelingen een tussentijdse aanpassing van de rentevisie noodzakelijk maken.
4.2.7 Relatiebeheer
Met het relatiebeheer wordt beoogd: het realiseren van gunstige marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Uitgangspunten zijn:
•Bankrelaties en bancaire condities worden eens per vier jaar beoordeeld;
•De BNG Bank is de huisbank;
•Bankrelaties en financiële instellingen waarmee de gemeente een relatie heeft:
o Zijn statutair in Nederland gevestigd;
o Hebben een kredietwaardigheid (rating) van ten minste ‘AA’ bij Moody’s;
o Staan onder toezicht van De Nederlandse Bank.
•Tussenpersonen waarmee de gemeente een relatie heeft staan onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).
4.3 Risicobeheer
4.3.1 Renterisico
Renterisicobeheer betreft het beperken van de invloed van rentewijzigingen op de financiële resultaten van de gemeente. Voor het beheersen van renterisico’s geeft de Wet fido concrete richtlijnen in de vorm van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.
4.3.2 liquiditeitenrisico
Van interne liquiditeitenrisico’s is sprake indien er overtollige middelen voor een vaste periode zijn belegd terwijl er gedurende de looptijd van de belegging blijkt dat deze middelen nodig zijn om te voldoen aan de gemeentelijke betalingsverplichtingen. Dit kan een ongewenst negatief financieel resultaat tot gevolg hebben.
Beheermaatregelen: het juist, tijdig en volledig informeren van de treasuryfunctie over valutaire betaaldagen en het volume van de geldstromen opdat deze informatie in de liquiditeitenprognose kan worden opgenomen.
4.3.3 Koersrisico
Koersrisicobeheer betreft het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat de financiële vaste activa in waarde verminderen door negatieve (koers)ontwikkelingen.
Beheermaatregelen: bij het beleggen van overtollige middelen wordt uitsluitend gebruik gemaakt van de beleggingsproducten als vermeld onder punt 5.2.2 van dit statuut. Koersrisico’s worden verder beperkt door de looptijd van de belegging op de liquiditeitenprognose af te stemmen.
4.3.4 Valutarisico
Het aantrekken van financieringsmiddelen, beleggen van overtollige middelen of het doen van transacties anderszins wordt uitsluitend in euro gerealiseerd. Valutarisico’s kunnen dientengevolge op nihil worden gesteld.
4.3.5 Kredietrisico
Het kredietrisico betreft het risico dat de tegenpartij bij wie tijdelijk overtollige liquide middelen belegd zijn, niet aan de terugbetalingsverplichting kan voldoen. Door het verplicht schatkistbankieren en het beleggen conform de Wet fido van (tijdelijk) overtollige middelen kan het kredietrisico op zeer laag worden gesteld.
Bijlage
1Verantwoordelijkheden en taken
Functie
Verantwoordelijkheden en taken
Gemeenteraad
•Vaststellen van het treasurystatuut;
•Vaststellen van de paragraaf Financiering bij de begroting en het jaarverslag;
•Houdt toezicht op het treasurybeleid en de uitvoering hiervan, evalueert het beleid en stelt dat daar waar nodig bij;
•Toetst rechtmatig- en doelmatigheid van de treasuryfunctie aan de hand van de verordening financieel beheer, beleid en organisatie en het treasurystatuut.
College burgemeester en wethouders
•Is verantwoordelijk voor het opstellen van het treasurystatuut;
•Uitvoeren van het treasurybeleid binnen de kaders van het treasurystatuut (formele verantwoordelijkheid);
•Rapporteert middels begroting, jaarverslag of tussentijdse rapportages aan de gemeenteraad over de uitvoering van het treasurybeleid.
Portefeuillehouder Financiën
•Uitvoeren van het treasurybeleid (politieke verantwoordelijkheid).
Teamleider Interne ondersteuning
•Het autoriseren (vooraf) van beleggingen en financieringen op de kapitaalmarkt;
•Is verantwoordelijk voor een juiste uitvoering van het schatkistbankieren;
•Controleert op volledig-, betrouwbaar- en rechtmatigheid van treasury activiteiten;
•Rapporteert en legt verantwoording af aan het college van Burgemeester en Wethouders over de uitvoering van de treasuryfunctie;
•Draagt zorg voor en bewaakt de functiescheiding binnen de treasuryfunctie,
Met uitvoering van treasury belaste medewerker
•Het formuleren en actualiseren van het treasurybeleid in het treasurystatuut alsmede het voorbereiden van beleidsvoorstellen;
•Het uitvoeren van treasury activiteiten conform het treasurystatuut en paragraaf financiering;
•Het beheer over de gemeentelijke rekeningstructuur, geldstromen en rekening saldi, inclusief het schatkistbankieren en het aangaan en afsluiten van financiële contracten en transacties;
•Het vastleggen van gerealiseerde treasury transacties;
•Relatiebeheer: onderhoud contact met banken en financiële instellingen;
•Het bijwerken en periodiek actualiseren van de liquiditeiten prognose;
•Het afleggen van verantwoording aan de teamleider Interne ondersteuning over de uitvoering van de aan de medewerker gemandateerde activiteiten.
Teamleiders
Budgetbeheerders
•Verantwoordelijk voor het tijdig aanleveren van betrouwbare informatie over toekomstige geldstromen aan de financiële administratie;
•Fiatteren van baten en lasten ten gunste respectievelijk ten laste van hun budgetten.
Financiële administratie
•Het juist en volledig vastleggen van mutaties in de financiële administratie.