Gemeentelijke regelgeving

Toetsingskader hogere grenswaarden geluid in IJsselstein

Gemeente IJsselstein · geldt sinds 22 januari 2022

2. Wettelijk kader in vogelvlucht

2.2 Toepassing

2.2.1 Grenswaarden

Bij de beoordeling van een nieuwe ontwikkeling, moet worden nagegaan of de geluidsbelasting op een woning of een andere geluidsgevoelige bestemming voldoet aan de grenswaarden die zijn opgenomen in de Wgh. In Tabel 2, 3 en 4 zijn de grenswaarden per geluidsbron weergegeven.

situatie

geluidsgevoelige bestemming

Voorkeurs-waarde

dB Lden

ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting (= maximale ontheffingswaarde)

hoogst toelaatbaar

binnenniveau

stedelijk

woningen

48

63

33

scholen en ziekenhuizen verpleeghuizen

48

63

28

andere gezondheidszorggebouwen

48

53

33

woonwagenstandplaatsen

48

53

n.v.t

andere geluidsgevoelige terreinen

53

58

buitenstedelijk

woningen

48

53bij nieuwe bestemming

33

scholen en ziekenhuizen/ verpleeghuizen

48

53bij nieuwe bestemming

28

58bij aanleg/wijzig. weg

andere gezondheidszorggebouwen

48

53

33

woonwagenstandplaatsen

48

53

n.v.t.

andere geluidsgevoelige terreinen

53

58

Tabel 2 Voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarde wegverkeerslawaai nieuwe situaties (in dB)

situatie

voorkeurs-waarde

ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting

hoogst toelaatbaar

binnenniveau

alle situaties:

•nieuwe woningen langs bestaand spoor

•nieuwe spoorwegen langs bestaande woningen;

•wijziging aan de spoorweg

55

55

55

68

71

71

33

35

35

Tabel 3 Voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarde railverkeerslawaai

situatie

geluidsgevoelige bestemming

voorkeurswaarde

dB Lden

ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting

hoogst toelaatbaar

binnenniveau

bestaand industrieterrein

woningen (niet geprojecteerd)

50dB(A)

55dB(A)

35dB(A)

vervangende nieuwbouw

50dB(A)

65dB(A)

35dB(A)

herziening zonder zonewijziging

woningen

50dB(A)

65dB(A)

35dB(A)

Tabel 4 Grenswaarden industrielawaai

2.2.2 Onderzoeksplicht

Wanneer de voorkeurswaarde wordt overschreden, kan onder bepaalde voorwaarden een hogere waarde worden vastgesteld. Er moet dan voldaan worden aan het hoofdcriterium van de Wgh en er moet onderbouwd worden of het hoogst toelaatbare binnenniveau niet wordt overschreden.

In artikel 110a lid 5 van de Wet geluidhinder is bepaald dat een hogere waarde alleen kan worden verleend, indien toepassing van maatregelen onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard.

Indien bij een nieuwe ontwikkeling de voorkeurswaarde door een geluidsbron bij een geluidsgevoelige bestemming wordt overschreden, zal moeten worden onderzocht of maatregelen te treffen zijn die de geluidsbelasting kunnen reduceren tot de voorkeurswaarde.

Indien de voorkeurswaarde wordt overschreden, kan dit gevolgen hebben voor het geluidsniveau binnen de woning. De grenswaarde voor het geluidsniveau binnen de woning bedraagt 33 dB (voor industrielawaai is dit 35 dB(A)).

Op grond van bepalingen in het Bouwbesluit wordt het binnenniveau van woningen gewaarborgd. Voor geluidsgevoelige bestemmingen waarvoor een hogere waarde op grond van de Wet geluidhinder is vastgesteld, gelden bepalingen opgenomen in artikel 3.2, lid 1 t/m 6 van het Bouwbesluit.

Voor geluidsgevoelige bestemmingen die ten gevolge van alle geluidsbronnen (inclusief de bronnen zonder geluidszone) een hogere geluidsbelasting ondervinden dan de voorkeurswaarde, zijn tevens in het Bouwbesluit bepalingen opgenomen om de geluidsbelasting binnen te waarborgen. Deze bepalingen zijn opgenomen in artikel 3.2, lid 7.

3. Aanvullend gemeentelijke beleid

3.1 Algemeen

De ervaring leert dat niet alle geluidsaspecten die zich in de praktijk voordoen, beschreven zijn in de wetgeving. In veel gevallen moet op lokaal niveau een keuze gemaakt worden hoe de wet- en regelgeving op bepaalde punten geïnterpreteerd wordt. Daarom stelt de gemeente IJsselstein, naast de wettelijke basis van de hogere waarden beoordeling, tevens aanvullend beleid op.

Dit beleid grijpt enerzijds terug op beproefde criteria

1De criteria die de provincie Utrecht hanteerde tot aan januari 2007 (oude Wgh) en de Handreiking procedure hogere grenswaarden Wgh, opgesteld door de Regiegroep Geluid Limburg

, maar is tevens maatwerk voor de situatie in IJsselstein. Het gemeentelijke hogere waarden beleid moet er voor zorgen dat er enerzijds een gezonde geluidssituatie in IJsselstein ontstaat en anderzijds ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken die nodig zijn om een gezonde economische stad te blijven.

In de volgende paragrafen wordt daarom een uitwerking gegeven van hoe er omgegaan wordt met de hoofdcriteria uit de Wgh, wat de uitgangspunten voor de gemeente zijn en hoe dit vorm wordt gegeven in beleid.

3.2 Uitwerking hoofdcriterium

In de Wgh is aangegeven, dat een hogere waarde kan worden verleend als toepassing van maatregelen onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. De gemeente IJsselstein geeft de volgende uitwerking van dit criterium.

Bezwaren van stedenbouwkundige aard

Een ontheffing kan worden verleend op grond van stedenbouwkundige bezwaren, wanneer:

a) kan worden aangetoond dat de bouw van een geluidsgevoelige bestemming ter plaatse noodzakelijk is en dat de bebouwing niet anders gesitueerd kan worden;

b) bestaande bebouwing en rooilijn aanwezig zijn (planmatige verdichting van de bebouwing ter verbetering van de bestaande stedenbouwkundige structuur);

c) er een doelmatige afschermende functie is voor reeds bestaande, achterliggende woningen met een geluidsbelasting die boven de voorkeurswaarde ligt.

Dit houdt in dat er ten minste 2 dB afscherming wordt gerealiseerd voor de bestaande woningen, die in aantal ten minste de helft bedragen van het aantal nieuwe bestemmingen;

d) er sprake is van een conflict met Beeldkwaliteitsplan Binnenstad IJsselstein. Hierin staat bijvoorbeeld beschreven dat wegen in de binnenstad met een klinkerverharding moeten worden uitgevoerd.

Bezwaren van landschappelijke aard

Er kan op grond van landschappelijke bezwaren hogere waarden verleend worden, wanneer door het treffen van maatregelen de volgende situaties zich voordoen:

a) een waardevol open landschap wordt doorsneden;

b) grondwaterstromen worden beïnvloed;

c) ongewenste effecten ontstaan op flora en fauna.

Bezwaren van verkeers- of vervoerskundige aard

Een ontheffing op basis van verkeers- of vervoerskundige bezwaren kan worden verleend wanneer:

a) maatregelen zorgen voor een verkeersonveilige situatie. Door een scherm kan het zicht op de verkeerssituatie niet goed zijn of er is in het geval van calamiteiten te weinig ruimte voor hulpdiensten;

b) er is sprake van de aanleg van een weg die een zodanige verkeersverzamelfunctie zal vervullen, dat deze ontwikkeling zal leiden tot lagere geluidsbelastingen van geluidsgevoelige bestemmingen binnen de zone van een andere weg (of wegen). Deze saldobenadering moet significant zijn (ten minste 2 dB op een verhouding van 1:1) en aantoonbaar gemaakt kunnen worden (op basis van gegevens uit een verkeersmodel)

Bezwaren van financiële aard

Het treffen van maatregelen brengt in de meeste gevallen extra kosten met zich mee. Dit mag per definitie niet leiden tot een ontheffing op basis van een financieel bezwaar.

Wat vinden we financieel gezien redelijk voor maatregelen? Wanneer wordt het een financieel bezwaar? Dit moet worden onderbouwd door een kosten-batenanalyse voor de mogelijke maatregelen. Met andere woorden; een kosten-batenanalyse voor de maatregelen die niet leiden tot bezwaren die in de andere criteria genoemd worden. Hierbij wordt de toetsingsnorm € pm per gewogen dB-reductie

2Uitleg over het begrip gewogen dB-woningen is opgenomen als bijlage 2.

gehanteerd.

Hierbij worden alle geprojecteerde woningen beoordeeld die in de situatie dat er nog geen geluidsreducerende maatregelen zijn toegepast, hoger worden belast dan de wettelijke voorkeurswaarde. Met deze onderbouwing van de financiële afweging wordt aangesloten bij het maatregelcriterium dat Rijkswaterstaat hanteert. Rijkswaterstaat hanteert dit criterium om de financiële doelmatigheid van maatregelen bij de aanleg van nieuwe wegen of de verbreding van bestaande wegen te beoordelen. Een nadere toelichting op dit financiële criterium is weergegeven in bijlage 3.

Conclusie

Wanneer blijkt dat één van bovenstaande afwegingen van toepassing is op de nieuwe ontwikkeling, kan getoetst worden aan de voorwaarden uit het gemeentelijk beleid, zoals deze genoemd zijn in de volgende paragraaf.

3.3 Uitgangspunten gemeentelijk beleid

3.3.1 Gedifferentieerd beleid

Geluidsoverlast is vrijwel nooit aangenaam en zelfs slecht voor de gezondheid. De Wgh beschermt de bevolking tegen te grote belastingen. Maar zorgt de geluidsbelasting in het centrum voor net zoveel overlast als eenzelfde geluidsbelasting in een rustige woonwijk?

Mensen die in het centrum van een stad wonen, hebben in de regel een hogere tolerantie ten aanzien van geluid dan mensen die in het buitengebied of een woonwijk wonen. Men accepteert in de regel in het centrum meer geluid, omdat er bijvoorbeeld voorzieningen tegenover staan.

Om een goede leefomgeving te creëren, wordt bij nieuwe ontwikkelingen tevens gekeken naar waar in de gemeente de ontwikkeling plaats vindt. Afhankelijk van de locatie kunnen (aanvullende) eisen worden gesteld.

IJsselstein kiest ervoor om alleen een onderverdeling te maken tussen woongebieden en overige bestemmingen. Het buitengebied kent al strengere wettelijke normen en de gemeente is van mening, dat er geen aanvullend beleid nodig is voor gebieden binnen het centrum en bedrijventerreinen. In onderstaande figuur zijn de woongebieden in donkerrood aangegeven.

Figuur 1: woongebieden in IJsselstein

3.3.2 Toetsen van wegen zonder zone

Wegen waar een snelheidsregime van 30 km/uur heerst, hebben geen zone in de zin van de Wgh. Deze wet kan dan ook geen bescherming bieden aan geluidsgevoelige bestemmingen. Meestal is de verkeersintensiteit zo laag, dat de geluidsbelasting gering zal zijn (lager dan de voorkeurswaarde).

Maar het gebeurt ook regelmatig dat een 30 km/uur weg met een relatief hoge verkeersintensiteit in combinatie met een klinkerbestrating toch voor hoge geluidsbelastingen kan zorgen. Op basis van jurisprudentie over bestemmingsplanprocedures bij de ruimtelijke inpassing van woningen, moet deze weg echter in het kader van een goede ruimtelijke ordening worden beoordeeld. Daarom is het beleid tevens van toepassing op geluid tengevolge van wegen waar een snelheidsregime van 30 km/uur heerst.

Het gaat hierbij niet om het toetsen in het kader van de Wet geluidhinder. Er kunnen derhalve ook geen hogere waarden worden vastgesteld. De gemeente IJsselstein beoordeelt de geluidsbelasting ten gevolge van 30 km/uur wegen gelijk aan de geluidsbelasting van de overige wegen, als vastgelegd in dit beleid.

Door toepassing van dit beleid wordt bij 30 km/uur wegen een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd, vergelijkbaar met dat van wegen die wel gezoneerd zijn conform de Wgh.

De in het kader van Europese Richtlijn Omgevingslawaai verkregen geluidskaarten (voorjaar 2008) geven een beeld van de geluidsbelasting ten gevolge van 30 km/uur wegen. Aan de hand van deze inventarisatie is inzichtelijk of de voorkeurswaarde bij woningen mogelijk wordt overschreden. Indien dit het geval is, moet de geluidsbelasting worden vastgesteld en conform dit beleid worden beoordeeld.

3.3.3 Toetsen op gecumuleerde waarden

De gemeente IJsselstein beoordeelt de verzoeken hogere waarden op basis van de cumulatieve geluidsbelasting (van alle bronnen). Op deze wijze wordt de verplichte beoordeling van de cumulatieve geluidsbelasting geïntegreerd met de beoordeling van het verzoek om vaststelling van hogere grenswaarden.

Er wordt echter niet gekeken naar de gecumuleerde geluidsbelasting, zoals deze gevraagd wordt voor het berekenen van gevelwering (Lcum), maar naar de gecumuleerde geluidsbelasting, waarbij tevens rekening gehouden wordt met het stiller worden van het verkeer in de toekomst.

Deze verwachte tendens is opgenomen in art. 110 van de Wgh. Deze aftrek op de geluidsbelasting wordt wel altijd meegenomen bij het bepalen van de geluidsbelasting per weg. IJsselstein zal bij het toetsen tevens beoordelen op de gecumuleerde waarde inclusief aftrek conform art. 100g Wgh. Om verwarring te verkomen, hanteert de gemeente hiervoor de term LCUMplus.

4. Procedure

4.1 Procedurele aspecten hogere waarden

4.1.1 Inleiding

Met het wijzigen van de Wet geluidhinder is de bevoegdheid tot het vaststellen van een hogere grenswaardenbesluit grotendeels gedecentraliseerd naar de gemeenten. Dit heeft consequenties voor de te volgen procedure. In veel gevallen zal de gemeente namelijk naast toetser ook de aanvrager en handhaver zijn van het besluit. Het is van belang hiervoor een goede procedure op te stellen, om de objectiviteit en zorgvuldigheid van de besluiten te waarborgen. Tevens is het van belang om een vlotte afhandeling van de aanvraag te realiseren. Hiervoor is een goed inzicht in alle procedurestappen nodig: wat moet er per procedurestap gebeuren, wat is daarbij nodig en wie is voor welke stap verantwoordelijk?

4.1.2 Vaststellingsprocedure

Op het nemen van een hogere waarden besluit is afdeling 3.4 van de Awb van toepassing. Tevens is de procedure voor het vaststellen van een hogere waarde gekoppeld aan de procedure voor een bestemmingsplan. De ontwerpbesluiten dienen gelijktijdig ter inzage te worden gelegd. Een bestemmingsplan kan pas worden vastgesteld, nadat de besluitvorming omtrent de hogere waarde is afgerond. De vastgestelde hogere waarde moet in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan en vice versa.

Indien het definitieve bestemmingsplan afwijkt van het ontwerp, moet de vastgestelde hogere waarde in acht worden genomen. Als de afwijking van invloed is op de hogere waarde, moet de Raad haar besluit over het bestemmingsplan aanhouden totdat B&W een nieuw hogere waarden besluit hebben genomen. In de onderstaande figuur is de koppeling tussen de procedures schematisch weergegeven.

Figuur 3: weergave van de koppeling tussen bestemmingsplan- en hogere waarden procedure.

In de navolgende tabel worden de wettelijke termijnen weergegeven vanaf het moment dat de ontwerpbeschikking ter inzage wordt gelegd.

actie

termijn

grondslag

ontwerpbeschikking ter inzage

6weken

art 3.11 en 3.12 Awb

art 110c lid 2 Wgh

besluit B&W

afhandelingstermijn

indien geen zienswijzen zijn ingediend: binnen 4 weken vanaf einde inspraaktermijn. Indien wel zienswijzen: niet nader bepaald (maar wel binnen max. afhandelingstermijn).

art 3.18 lid 4 Awb

binnen 6 maanden na ontvangst verzoek (tenzij aanvullende informatie is opgevraagd: -> opschorten termijn)

art 3.18 lid 1 en 2 Awb

beroep bij RvS,

rechtbank na 1-7-2010

binnen 6 weken na bekendmaking besluit

art 146 Wgh, Hfdst 20 Wm

art 6.7 Awb

Tabel 6 overzicht procedure en termijnen

In de Wet geluidhinder is verankerd dat de hogere waarden worden geregistreerd bij het Kadaster. Dit dient ‘zo snel als mogelijk’ te gebeuren. Bij gedetailleerde plannen, waarbij straatnaam en huisnummers bekend zijn, is dit mogelijk. Bij de vaststelling van een globaal bestemmingsplan zijn de straatnamen en/of huisnummers vaak nog niet bekend en zullen de hogere waarden zijn vastgesteld op bepaalde locaties in het plangebied. In een dergelijk geval is inschrijving pas mogelijk als de bouwvergunning is verleend.

In de praktijk kan er daarmee een groot tijdsverschil zitten tussen het vaststellen van hogere waarden en het registreren van hogere waarden.

4.1.3 Procesmatige inbedding

De hogere waarden procedure kan onderverdeeld worden in 5 verschillende fasen. Deze fasen onderscheiden zich van elkaar door het feit dat er steeds een ander partij aan zet is voor de inhoud of uitvoering.

Fase

Onderdeel

Doel

1Aanvraag

(Projecten/ extern)

Vooroverleg

←

Adviseren aanvrager m.b.t. vereisten van de aanvraag; wijzen op inhoudelijke aandachtspunten

Akoestisch onderzoek

←

Inzicht in huidige en toekomstige akoestische situatie, zonder -en indien van toepassing - met maatregelen

Opstellen motiveringen en onderbouwingen

Indienen aanvraag

2Ambtelijke beoordeling

(Vergunningverlening & Handhaving)

Beoordelen op ontvankelijkheid

←

Aanvraag controleren op volledigheid; indien nodig aanvullende informatie opvragen

Toetsen aan beleid

Opstellen en motiveren collegebesluit

←

Aanvraag toetsen aan het toetsingskader hogere grenswaarden, maar ook aan vigerend ruimtelijk beleid, zoals bestemmingsplannen

3Inspraak (Vergunningverlening & Handhaving)

Organiseren inspraak

←

Belanghebbenden informeren en de gelegenheid bieden op het ontwerpbesluit te reageren

Verslaglegging

inspraakprocedure

Aanpassen ontwerpbesluit

4Vaststellen besluit

Besluitvorming door college van B&W

←

Vaststellen van de hogere grenswaarde. Als sprake is van een bestemmingsplanprocedure, is de verlening pas definitief na vaststelling hiervan door de gemeenteraad

5Inschrijven bij Kadaster (Vergunningverlening & Handhaving)

Aanbieden ter inschrijving aan Kadaster

←

Een verleende hogere grenswaarde is informatie die hoort bij de betreffende woning en moet als zodanig opvraagbaar zijn

Bewijs van inschrijving van Kadaster

←

Een bewijs van inschrijving toont aan dat de registratie een feit is; hiermee is de procedure afgerond

De vijf fasen worden hierna beknopt toegelicht.

De aanvraag

De aanvraag voor een hogere grenswaarde kan door verschillende partijen worden ingediend. In de meeste gevallen zal het een ambtelijke procedure betreffen, waarbij de aanvraag wordt ingediend door de afdeling Projecten.

De Wet geluidhinder schrijft voor welke informatie bij een verzoek voor een hogere waarde minimaal moet worden aangeleverd. Een overzicht van de aan te leveren informatie is opgenomen in bijlage 4.

De ambtelijke beoordeling

De aanvraag wordt ingediend bij de afdeling Vergunningverlening & Handhaving. Daar wordt de aanvraag op drie onderdelen beoordeeld:

Volledigheid

In eerste instantie wordt beoordeeld of de aanvraag volledig is (ontvankelijkheid). Indien nodig wordt aanvullende informatie opgevraagd.

Inhoud

De inhoudelijke beoordeling richt zich op de uitvoering van het akoestisch onderzoek (juiste rekenmethode, juiste afbakening onderzoeksgebied, relevante geluidsbronnen), maar ook de onderbouwingen worden kritisch bekeken: is er gebruik gemaakt van de juiste verkeersintensiteiten, juiste percentage vrachtverkeer, zijn voor de financiële onderbouwing de juiste richtprijzen en aannames gehanteerd, worden alle argumenten meegenomen, met het juiste gewicht (voorkomen van selectieve beargumentering), etc.

Beleid

Is het verzoek in overeenstemming met het beleid? Dit betreft enerzijds het beleid voor het verlenen van een hogere waarde: is de juiste ontheffingsgrond gebruikt, zijn alle toetsingscriteria uitgewerkt, etc. Anderzijds wordt getoetst of de aanvraag niet in strijd is met vigerend beleid, zoals een bestemmingsplan.

Wanneer alle aspecten van de aanvraag zijn beoordeeld en akkoord bevonden, wordt een ontwerpbesluit opgesteld. Belangrijk onderdeel hierbij is de motivering om tot het voorliggende ontwerpbesluit te komen. In het ontwerpbesluit wordt tevens een verzoek tot mandaat opgenomen dat – wanneer er geen zienswijzen worden ingebracht – de bevoegdheid voor het nemen van het definitieve besluit gemandateerd wordt aan het afdelingshoofd van de afdeling Vergunningverlening & Handhaving.

De inspraak

Voor de inspraak van belanghebbenden bij de vaststelling van een hogere waarden besluit, is Afdeling 3.4 Awb van toepassing. Wanneer de hogere waarden procedure gerelateerd is aan een bestemmingsplan, moeten de stukken gelijktijdig (en bij voorkeur gezamenlijk) ter inzage worden gelegd).

Het is mogelijk dat de zienswijzen leiden tot de aanpassing van het ontwerpbesluit. De motivering voor het te nemen besluit moet hierop worden aangepast.

NB: Wanneer het ontwerpbesluit wordt aangepast, moet tevens gekeken worden of de te verlenen hogere waarde nog in overeenstemming is met het bestemmingsplan.

Het besluit

Na de inspraak wordt de te verlenen hogere waarde door het college van B&W vastgesteld of – als er geen zienswijzen zijn ingebracht – per mandaat door het afdelingshoofd van de afdeling Vergunningverlening & Handhaving.

In geval van koppeling aan een bestemmingsplanprocedure, is het besluit pas definitief nadat de gemeenteraad het bestemmingsplan heeft vastgesteld. Mocht de gemeenteraad besluiten dat het bestemmingsplan aangepast moet worden, dan dient ook het hogere waarden besluit opnieuw beoordeeld te worden op overeenstemming met het bestemmingsplan. Wanneer blijkt dat dit niet langer het geval is, dan dient ook de hogere waarden procedure opnieuw doorlopen te worden. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan is nog niet altijd duidelijk of de grootste buitenruimte aan de geluidsluwe zijde is gesitueerd. Die gevallen dienen in een voorschrift in het bestemmingsplan te worden geregeld.

De kadastrale registratie

Het registreren van de hogere waarden bij het Kadaster dient ‘zo snel als mogelijk’ te gebeuren. Bij gedetailleerde plannen, waarbij kadastrale eenheden en zelfs straatnaam en huisnummers bekend zijn, is dit mogelijk. Bij de vaststelling van een globaal bestemmingsplan zijn deze gegevens doorgaans nog niet bekend en is inschrijving pas in een later stadium mogelijk. Hierdoor kan er in de praktijk een groot tijdsverschil zitten tussen het vaststellen van hogere waarden en het registreren daarvan. Een zorgvuldige uitvoering hiervan wordt geborgd door middel van goede werkafspraken

4Een koppeling met de WKPB-registratie is niet mogelijk omdat een hogere waarden besluit hier geen deel van uitmaakt. De aanmelding hiervan bij het Kadaster kent dus een eigen procedure.

. Eindverantwoordelijke voor de kadastrale registratie van de hogere waarden is de afdeling Vergunningverlening & Handhaving.

Bijlage 1: Definities uit de Wet geluidhinder

In deze bijlage worden de belangrijkste definities uit de Wet geluidhinder vermeld die een relatie hebben met de hogere waarden procedure. Wanneer een omschrijving afkomstig is uit het Besluit geluidhinder, is dit aangegeven.

Algemeen:

geluid: met het menselijk oor waarneembare luchttrillingen

geluidhinder: gevaar, schade of hinder, als gevolg van geluid

Geluidsgevoelige gebouwen, terreinen en ruimten:

woning: gebouw dat voor bewoning gebruikt wordt of daartoe bestemd is

5Onder woningen wordt op basis van jurisprudentie alles verstaan dat bedoeld is voor permanente bewoning. Dus ook permanent bewoonde woonboten en vakantiehuisjes, ook indien dit op basis van het bestemmingsplan niet is toegestaan.

;

andere geluidsgevoelige gebouwen:

1°. onderwijsgebouwen; (m.u.v. de gymnastieklokalen)

2°. ziekenhuizen en verpleeghuizen

3°. bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere gezondheidszorggebouwen dan bedoeld onder 2º

In het Besluit geluidhinder zijn in art. 1.2 hiervoor aangewezen:

a.verzorgingshuizen

b.psychiatrische inrichtingen

c.medisch centra

6In medische centra vinden behandelingen plaats waarvoor rust nodig is, bijv. operaties. Hierbij wordt niet gedacht aan huisartsenposten, fysiotherapiepraktijken, etc.

d.poliklinieken, en

e.medische kleuterdagverblijven

geluidsgevoelige terreinen:

1°. terreinen die behoren bij andere gezondheidszorggebouwen dan algemene, categorale en academische ziekenhuizen, alsmede verpleeghuizen, voor zover deze bestemd zijn of worden gebruikt voor de in die gebouwen verleende zorg, of

2°. woonwagenstandplaatsen

7Een woonwagen wordt in de Wgh niet afzonderlijk aangewezen als een geluidsgevoelige bestemming. Door de geluidsbelasting op de grens van een woonwagenstandplaats te beperken, word deze ook op de woonwagen zelf beperkt.

geluidsgevoelige ruimte: ruimte binnen een woning voor zover die kennelijk als slaap-, woon-, of eetkamer wordt gebruikt of voor een zodanig gebruik is bestemd, alsmede een keuken van ten minste 11 m2.

Verblijfsruimten: (art. 1.1 lid e Besluit geluidhinder); (NB: worden eveneens gekenmerkt als geluidsgevoelige ruimten)

1°. leslokalen en theorielokalen van onderwijsgebouwen

2°. onderzoeks- en behandelingsruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen

3°. onderzoeks-, behandelings-, recreatie-, en conversatieruimten, alsmede woon- en slaapruimten van andere gezondheidszorggebouwen als bedoeld in artikel 1.2

4°. theorievaklokalen van onderwijsgebouwen

5°. ruimten voor patiëntenhuisvesting, alsmede recreatie- en conversatieruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen

Definities m.b.t. woningen/gebouwen:

gevel: bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak;

geprojecteerde woning of gebouw: nog niet aanwezige woning of nog niet aanwezig gebouw, waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van de bouwvergunning toelaat, maar deze nog niet is afgegeven.

Definities m.b.t. wegen:

wegaanlegger: opdrachtgever tot aanleg of reconstructie van een weg;

geprojecteerde weg: nog niet in aanleg zijnde weg, in de aanleg waarvan door een geldend bestemmingsplan wordt voorzien.

Termen voor het uitdrukken van de hoeveelheid geluid:

equivalent geluidsniveau: gemiddelde – te bepalen op een door de minister krachtens toepassing van artikel 110d aangegeven wijze – van de afwisselende niveaus van het ter plaatse in de loop van een bepaalde periode optredend geluid, vastgesteld volgens de door de minister krachtens toepassing van dat artikel gestelde regels.

geluidsbelasting in dB: geluidsbelasting in Lden op een plaats en vanwege een bron over alle perioden van 07.00–19.00 uur, van 19.00–23.00 uur en van 23.00–07.00 uur van een jaar als omschreven in bijlage I, onderdeel 1, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189);

geluidsniveau in dB(A): gemeten of berekende geluidsniveau, uitgedrukt in dB(A) overeenkomstig de door de Internationale Electrotechnische Commissie terzake opgestelde regels.

Bijlage 2: Uitleg begrip gewogen dB woningen

De baten van een maatregelenpakket worden uitgedrukt in weggenomen gewogen dB woningen. Hierin telt zowel de akoestische reductie in dB’s als het aantal woningen. De term dB-woningen is gedefinieerd als de reductie in dB’s per woning (dB) gesommeerd over alle woningen waarvoor een maatregel effect heeft. Zo komt bijvoorbeeld een geluidsreductie van 2 dB op 3 woningen overeen met een akoestisch effect van 6 dB-woningen. Bij de bepaling van het aantal dB-woningen wordt ook rekening gehouden met de hinderlijkheid door middel van een weging. Door de weging tellen reducties bij hogere geluidsbelastingen zwaarder.

De weging is gebaseerd op de dosis-effect relaties van Miedema. Zo zal een geluidsreductie van 70 naar 69 dB met een grotere verlaging van de geluidhinder gepaard gaan dan een verlaging van 51 naar 50 dB. Een reductie van 1 dB bij een geluidsniveau van 70 dB telt bijvoorbeeld voor een gewogen reductie van 2.5 dB. Bij een geluidsniveau van 51 dB of minder is dit gewogen verschil gelijk aan het ongewogen verschil, te weten 1 dB. Dit is geïllustreerd in onderstaande figuur.

In onderstaande formule is de aangegeven hoe het aantal weggenomen gewogen decibels per woning berekend moet worden uit de geluidsbelastingen zonder en met de maatregelvariant. Het aantal weggenomen gewogen decibel per woning is hierin weergegeven als dB’, waarbij  betekent dat het hier een verschilwaarde betreft en de komma na dB staat voor het feit dat bij de bepaling van het verschil een weging plaatsvindt.

⊿dB’ is bepaald met de volgende formule:

⊿dB’=(Lden,begin – Lden,eind) x MAX [1;(0,039(Lden,begin + Lden,eind) – 2.94)]

Bovenstaande heeft betrekking op de maatgevende geluidsbelasting per woning. Meestal is dit de bovenste verdieping van de woning.

Bijlage 3: Benodigde informatie bij een aanvraag hogere waarde

Het verzoek voor een hogere waarde moet de volgende informatie bevatten:

•de verzochte hogere waarde(n)

•de redenen die aan het verzoek ten grondslag liggen

•de resultaten van het akoestisch onderzoek (conform het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006) In dit onderzoek moeten de volgende onderwerpen behandeld zijn:

○ de geluidsbelasting op de woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen, indien geen geluidsreducerende maatregelen worden getroffen

○ de doeltreffendheid van maatregelen om te voorkomen dat de geluidsbelasting in de toekomst boven de voorkeurswaarde uitkomt

○ de doeltreffendheid van maatregelen om te voldoen aan de vast te stellen hogere waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting

•ruimtelijke onderbouwing voor de situering van de woningen en/of wegen

•financiële onderbouwing voor het wel of niet treffen van geluidsreducerende maatregelen

•een kaart van het bestemmingsplan met bijbehorende verklaring

•situatietekening van de onderzoekslocatie met inbegrip van de omgeving waarop alle geluidsbronnen zijn weergegeven met een wettelijk vastgestelde zone ter plaatse van de onderzoekslocatie

•indien mogelijk een overzichtstekening van het bouwplan waarop de situering van de buitenruimte(n) is aangegeven

•een daartoe strekkende verklaring, indien sprake is van een woningbouwontwikkeling van nieuwe woningbouw binnen een bestaande stedelijke structuur (bij het opvullen van een open plaats, bij transformatie van bestaande bedrijfsmatige activiteiten, e.d.) waarvoor een uitzondering is gemaakt van de gebiedsgerichte bovengrenzen.

Indien relevant of van toepassing:

•een overzicht van de gecumuleerde geluidsbelasting; zoals berekend overeenkomstig de rekenmethode zoals opgenomen in Bijlage I van het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006

•een beschrijving, schetstekening en uitvoeringsplan van de geluidsafschermende voorzieningen tussen geluidsbron en geluidsgevoelige bestemming, indien deze voorziening noodzakelijk is om de in het verzoek aangevraagde waarden te kunnen waarborgen

•een schetstekening van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan een akoestisch gunstige indeling van de verblijfsruimten

•een verklaring conform art. 111 Wgh, dat maatregelen zullen worden getroffen om te voldoen aan het wettelijk binnenniveau (gevelmaatregelen). Het hoeft op het moment van het verzoek voor een hogere waarde nog niet gedetailleerd bekend te zijn, welke maatregelen getroffen zullen worden. Dit maakt deel uit van de bouwvergunning.

Geluidsniveau binnen woningen

In de Wet geluidhinder (art. 110a) is bepaald dat bij het vaststellen van een hogere waarde rekening moet worden gehouden met het eventueel optreden van cumulatie van geluid. Ter bescherming van (toekomstige) bewoners mag de gecumuleerde geluidsbelasting niet onaanvaardbaar hoog worden.

Bij een hogere waarden afweging dient derhalve de gecumuleerde geluidsbelasting in beeld te worden gebracht, indien er sprake is van meerdere relevante geluidsbronnen. In bijlage 5 is de wettelijke beoordelingsmethodiek voor de gecumuleerde geluidsbelasting opgenomen.

Daar waar als gevolg van cumulatie een hogere geluidsbelasting optreedt, moet bij het dimensioneren van gevelisolatie rekening worden gehouden met deze gecumuleerde geluidsbelasting. Op deze manier blijft de geluidskwaliteit van het binnenklimaat in woningen (bijvoorbeeld belangrijk voor een goede nachtrust) gewaarborgd. Op grond van het Bouwbesluit moet bij het ontwerp van woningen voldaan worden aan de wettelijke binnenniveaus. Indien een hogere waarde wordt vastgesteld, geldt immers voor de geluidsgevoelige bestemming nog wel een limiet aan het wettelijk toelaatbare binnenniveau in de geluidsgevoelige ruimten. Op basis van een bouwakoestisch onderzoek dient aangetoond te worden dat het wettelijk toelaatbare binnenniveau niet wordt overschreden.

Stroomschema aanvrager

Bijlage 4: Aanvraagformulier hogere waarde (Wgh)

Gegevens aanvrager

Naam instantie aanvrager

Contactpersoon

Dienst/afdeling

Adres

Postcode + Plaats

Postbus + postcode

Telefoonnummer

Faxnummer

E-mailadres

Procedurele gegevens

1.

Is er een vooroverleg geweest met bevoegd gezag?

(doorhalen wat niet van toepassing is)

Ja / Nee

2.

Zo, ja met wie?

Naam:

Dienst/afdeling :

Datum :

Is hiervan verslag gedaan?

(doorhalen wat niet van toepassing is)

Ja / Nee

3.

Wat is het kader van dit verzoek om hogere waarde(n)? (kruis hieronder aan wat van toepassing is)

□ Herziening of vaststelling van bestemmingsplan

□ Ontheffing van het bestemmingsplan (art. 3.10 Wro)

□ Wijziging van een spoorweg

□ Reconstructie van een weg

4.

Op wat voor soort geluidsbron heeft deze aanvraag betrekking? (kruis hieronder aan wat van toepassing is)

□ Wegverkeer (VL)

□ Railverkeer (RL)

□ Industrie (IL)

5.

Op welk artikel van de Wet geluidhinder heeft deze aanvraag betrekking (zie de toelichting in bijlage I)?

Technische gegevens

6Gegevens bestemmingplan

Vul in onderstaande tabel de gegevens van het vigerend bestemmingsplan in.

Naam bestemmingsplan

Nummer van het bestemmingsplan

Datum vaststelling gemeenteraad

Datum goedkeuring GS

Datum PPC-behandeling

7Gegevens geluidsbron(nen)

Vul de gevraagde gegevens over de geluidsbron aan.

Naam geluidsbron

Stedelijk of buitenstedelijk gebied?

Status van de geluidsbron1

1aanwezig, in aanleg, geprojecteerd of reconstructie?

8Gegevens geluidsgevoelige bestemming

Vul in de volgende tabel de gegevens in van de geluidsgevoelige bestemmingen, die zich in de geluidszone bevinden waarop deze aanvraag betrekking heeft. Een uitleg van de benodigde gegevens is in de toelichting weergegeven (bijlage I).

Categorie

Adres/locatie

Aantal bestemmingen

Verzochte hgw

Situatie

Stedelijk gebied

Cumulatie

Maatregelen & Bezwaren

9Geef in onderstaande tabel aan welke maatregelen in overweging zijn genomen om geluidsbelasting te beperken. Ook worden de maatregelen weergegeven, die worden genomen om te kunnen voldoen aan de aangevraagde hogere waarde. Een uitleg van de benodigde gegevens is in de toelichting weergegeven (bijlage I).

Maatregelen

Bezwaren

Kosten

Datum realisatie

Bron

In overweging

Te realiseren

Overdracht

In overweging

Te realiseren

Gevel

In overweging

Te realiseren

Bijlagen die bij deze aanvraag meegestuurd dienen te worden

10Hieronder dient men aan te vinken welke bijlagen bij deze aanvraag zijn toegevoegd:

□ Het rapport van het akoestisch onderzoek dat is uitgevoerd ten behoeve van deze aanvraag. Het akoestisch rapport moet de volgende onderwerpen behandelen:

•De geluidsbelasting op de woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen, indien geen geluidsbeperkende maatregelen worden getroffen.

•De doeltreffendheid van de in aanmerking komende maatregelen, om te voorkomen dat in de toekomst de geluidsbelasting boven de voorkeurswaarde uitkomt.

•De doeltreffendheid van maatregelen, om te voldoen aan de vast te stellen hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting.

•Indien de aanvraag betrekking heeft op een reconstructie, dan de heersende geluidsbelasting.

•Indien van toepassing de gecumuleerde geluidsbelasting.

□ Berekening van de kosten voor de maatregelen ter beperking van de geluidsbelasting.

□ Onderbouwing van de genoemde bezwaren uit punt 9.

□ Een of meer kaarten met bijbehorende verklaring, waarop de bestemmingen en de gronden van de aanvraag betrekking hebben. De kaarten moeten voldoen aan de voorschriften, zoals beschreven in artikel 16 van het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985.

□ Verklaring dat maatregelen aan de gevel getroffen gaan worden om te voldoen aan de wettelijke binnenwaarden.

□ Indien van toepassing, projectbesluit volgens art. 3.10 Wro

□ Indien van toepassing, een verklaring van de eigenaren van geluidsgevoelige bestemmingen, waarbij het noodzakelijk is om gevelmaatregelen toe te passen, zodat voldaan wordt aan de wettelijk geldende binnenwaarden (art. 114a Wgh en hoofdstuk 6 BG).

Ondertekening

11De aanvrager verklaart hierbij tevens, dat alle niet vermelde of niet ingevulde gegevens niet van toepassing zijn op het verzoek.

Naam en handtekening van aanvrager

Bijlage IToelichting bij de aanvraag

5Bij deze aanvraag zijn een aantal artikelen uit de Wet geluidhinder van toepassing. Geef bij deze vraag aan welke artikelen dit zijn. De volgende artikelen kunnen van toepassing zijn:

geluidsbron

relevante artikelen Wgh

uitvoeringsbesluit

wegverkeerslawaai (VL)

art. 82, 85, 89, 100b en 104

Besluit geluidhinder

railverkeerslawaai (RL)

art. 105, 107 en 129

Besluit geluidhinder

industrielawaai (IL)

art. 44, 47, 49, 50, 51, 59, 65 en 66

Besluit geluidhinder

8Gegevens geluidsgevoelige bestemming

Bij dit punt worden de benodigde gegevens gevraagd van de geluidsgevoelige bestemmingen, waarop deze aanvraag betrekking heeft. Hieronder wordt per kolom uitgelegd wat ingevuld dient te worden.

Categorie

Geef aan op welke categorieën geluidsgevoelige bestemming de aanvraag betrekking heeft:

WO= woning

GG= geluidsgevoelige gebouwen

GT= geluidsgevoelige terreinen

Adres/locatie

Vul hier het adres van de geluidsgevoelige bestemming in. Indien deze niet bestaat, geef dan een duidelijke omschrijving van de locatie, zodat deze ook terug te vinden is in de overzichtskaarten die samen met deze aanvraag ingeleverd dienen te worden

Aantal bestemmingen

Wat is het aantal objecten, van dezelfde categorie uit de eerste kolom, waarvoor een hogere waarde wordt aangevraagd

Verzochte hgw

De hogere grenswaarde (inclusief aftrek artikel 110g Wet geluidhinder), waarvoor men deze aanvraag indient (uitgedrukt in dB of dB(A))

Situatie

Hoe is de situatie van de geluidsgevoelige bestemming:

A= aanwezig

IA= in aanbouw

GP= geprojecteerd

NG= niet geprojecteerd

Stedelijk gebied

In wat voor gebied liggen de geluidsgevoelige bestemmingen:

S= stedelijk gebied

BS= buitenstedelijk gebied

Cumulatie

Als er cumulatie plaatsvindt bij de geluidsgevoelige bestemmingen wat voor cumulatie vindt er dan plaats:

G= geen

VL= wegverkeer

RL= railverkeer

IL= industrie

9Bij dit punt dient te worden aangegeven, welke maatregelen in overweging zijn genomen om de geluidsbelasting niet boven de voorkeurswaarde uit te laten komen. Ook moeten de maatregelen worden beschreven, die ervoor zorgen dat de geluidsbelasting niet boven de ten hoogst toelaatbare waarde uitkomt.

Hieronder wordt per kolom uitgelegd welke gegevens gevraagd worden.

Maatregelen

In overweging: Welke maatregelen zijn in overweging genomen om te voldoen aan de voorkeurswaarde?

Te realiseren: Welke maatregelen zijn nodig om te kunnen voldoen aan de aangevraagde hogere waarde?

Bij deze aanvraag dient ook een verklaring te worden bijgevoegd, dat de aanvrager uiterlijk gelijktijdig met de verhoging van de voorkeurswaarde financiële middelen ter beschikking stelt ten behoeve van de uitvoering van de maatregelen.

Bezwaren

Wat zijn de bezwaren van de maatregelen die in overweging zijn genomen?

S= Stedenbouwkundig

VK= Verkeerskundig

VV= Vervoerskundig

L= Landschappelijk

F= Financieel

De genoemde bezwaren dienen in een aparte bijlage toegevoegd te worden.

Kosten

De geschatte totaal kosten van de verschillende maatregelen.

Datum realisatie

Datum wanneer de te realiseren maatregelen uiterlijk gerealiseerd zijn.

Bijlage 5: Cumulatie

Bijlage 1 uit het Reken en Meetvoorschrift geluidhinder 2006 (versie augustus 2009)

Rekenmethode cumulatieve geluidsbelasting

Deze rekenmethode wordt toegepast als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidsbron. Allereerst dient vastgesteld te worden of van een relevante blootstelling door verschillende geluidsbronnen sprake is. Dit is alleen het geval indien de zogenaamde voorkeurswaarde van die onderscheiden bronnen wordt overschreden. In dit geval berekent de methode de gecumuleerde geluidsbelasting rekening houdend met de verschillen in dosis-effectrelaties van de verschillende geluidsbronnen. Ten behoeve van deze rekenmethode dient de geluidsbelasting bekend te zijn van ieder van de bronnen, berekend volgens het voorschrift dat voor die bronsoort geldt. De verschillende geluidsbronnen worden hieronder aangeduid als LRL, LLL, LIL, LVL waarbij de indices respectievelijk staan voor spoorwegverkeer, luchtvaart, industrie en (weg)verkeer. De ingevolge artikel 110g van de wet bij wegverkeerslawaai toe te passen aftrek wordt bij deze rekenmethode pas toegepast bij het berekenen van de gecumuleerde waarde (LVL,CUM). Al deze grootheden moeten zijn uitgedrukt in Lden, met uitzondering van industrielawaai waarbij de geluidsbelasting volgens de geldende wettelijke definitie wordt bepaald.

L*RL is de geluidsbelasting vanwege wegverkeer die evenveel hinder veroorzaakt als een geluidsbelasting LRL vanwege spoorwegverkeer. L*RL wordt als volgt berekend:

L*RL = 0,95 LRL – 1,40

Bovenstaande geldt mutatis mutandis voor de bronnen luchtvaart (index LL), industrie (index IL) en wegverkeer (index VL). De rekenregels hiervoor zijn:

L*LL = 0,98 LLL + 7,03

L*IL = 1,00 LIL + 1,00

L*VL = 1,00 LVL + 0,00

Als alle betrokken bronnen op deze wijze zijn omgerekend in L*-waarden, dan kan de gecumuleerde waarde worden berekend door middel van de zogenoemde energetische sommatie. De rekenregel hiervoor is:

LCUM = 10 log[Σn=1 N 10 ↑ (L*n / 10) ]

waarbij gesommeerd wordt over alle N betrokken bronnen en de index n kan staan voor RL, LL, IL en VL.

LCUM kan als volgt worden omgerekend naar de bronsoort waarvoor een wettelijke beoordeling plaatsvindt:

LRL,CUM = 1,05 LCUM + 1,47

LLL,CUM = 1,02 LCUM - 7,17

LIL,CUM = 1,00 LCUM - 1,00

LVL,CUM = 1,00 LCUM + 0,00

Alleen op deze laatste waarde wordt de aftrek ingevolge art 110g toegepast.

Een op deze wijze gecumuleerde belasting kan worden vergeleken met de voor die bronsoort van toepassing zijnde normering om een indruk te krijgen van de aanvaardbaarheid van de totale geluidssituatie. De normen zijn echter gesteld voor toetsing van een bron afzonderlijk en daarom kan er slechts een vergelijking met de genoemde normering plaatsvinden. Letterlijke toepassing van de normen is daarbij niet aan de orde.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.