Aanhef
De raad van de gemeente Hulst;
gelezen het voorstel van Burgemeester en wethouders van 22 oktober 2024;
gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet;
BESLUIT:
Vast te stellen de volgende verordening:
“Verordening op de heffing en de invordering van de haven- en kaaigelden 2025”.
(Verordening haven- en kaaigelden 2025)
Artikel 1 Begripsomschrijving
Voor de toepassing van de bepalingen van deze verordening wordt verstaan onder:
a.vaartuig: een drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen;
b.meetbrief: het document als bedoeld in artikel 782, vierde lid, van het Wetboek van Koophandel juncto het besluit van 24 oktober 1983 (Stb 584, Besluit binnenschependocumenten);
c.vrachtvaartuig: een schip, dat hoofdzakelijk gebruikt wordt voor het vervoer van goederen;
d.pleziervaartuig: een vaartuig, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor de recreatie;
e.vissersschip: een schip, dat hoofdzakelijk gebruikt wordt voor de visvangst;
f.ton: een massa van 1000 kilogram.
Artikel 2 Belastbaar feit
1Onder de naam havengeld wordt een recht geheven voor het telkens met vaartuigen binnenkomen van in een voor de openbare dienst bestemde haven en indien vaartuigen langer dan zeven dagen in de haven verblijven, telkens na verloop van een termijn van zeven dagen of gedeelte daarvan met een minimum van 24 uur.
2Onder de naam kaaigeld wordt een recht geheven voor het tijdelijk gebruik van een voor de openbare dienst bestemde kade of wal van de haven om goederen in vaartuigen te laden of te lossen.
Artikel 3: Belastingplicht
1Belastingplichtig voor het havengeld is de kapitein, de gezagvoerder, de schipper, de reder, de eigenaar, de gebruiker of de bevrachter van het vaartuig dat de haven binnenkomt en daar verblijft of degene die als vertegenwoordiger voor een van dezen optreedt.
2Belastingplichtig voor het kaaigeld is de eigenaar van de goederen of de ontvanger van de goederen.
Artikel 4: Maatstaf van heffing
1Het havengeld wordt geheven naar:
a.de waterverplaatsing van het vaartuig, of
b.de oppervlakte van het vaartuig.
2In de bij de verordening behorende tarieventabel is per categorie vaartuig aangegeven welke maatstaf van heffing voor het havengeld van toepassing is.
3Maatstaf voor het kaaigeld is gewicht van de aangevoerd dan wel te laden goederen.
4In de bij de verordening behorende tarieventabel is voor het kaaigeld per categorie goederen aangegeven welke maatstaf van heffing van toepassing is.
Artikel 5: Tarief
1De rechten worden geheven naar de tarieven, die zijn opgenomen in de bij de verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van de daarin gegeven aanwijzingen en bijzondere bepalingen en van het in de volgende leden bepaalde.
2Voor de toepassing van de tarieven:
a.wordt een gedeelte van een eenheid van waterverplaatsing, oppervlakte of lengte voor een volle eenheid gerekend;
b.wordt een gedeelte van een eenheid van gewicht voor een volle eenheid gerekend.
3Bij de toepassing van de tarieven wordt de waterverplaatsing, de oppervlakte of lengte ambtshalve bepaald als geen meetbrief wordt overgelegd of indien deze niet de vereiste gegevens vermeldt.
4Bij de toepassing van de tarieven wordt het gewicht ambtshalve bepaald als geen vrachtbrief wordt overgelegd of indien deze niet de vereiste gegevens vermeldt.
Artikel 6: Wijze van heffing
De rechten worden bij wege van aanslag geheven.
Artikel 7: Termijn van betaling
1In afwijking van artikel 9 , eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.
2Voor de betaling van de in het eerste lid bedoelde betalingstermijn kan aan de gemeente machtiging tot automatische incasso worden afgegeven.
3De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.
Artikel 8: Ontstaan en beëindiging van de belastingplicht
1De rechten voor jaarabonnementen als bedoeld in de artikelen 1.2 en 1.3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of zo dit later is bij aanvang van de belastingplicht.
2Indien de belastingplicht van de rechten in het eerste lid aanvangt in de loop van het belastingjaar, zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3Indien de belastingplicht van de rechten als bedoeld in het eerste lid, in de loop van het belastingjaar eindigt, zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar reeds kalendermaanden zijn aangevangen.
4De overige rechten van de tarieventabel zijn verschuldigd bij aanvang van de belastingplicht
Artikel 9: Vrijstellingen
De rechten worden niet geheven voor:
a.vaartuigen, waarmee materialen tot herstel of verbetering van de haven worden aangevoerd;
b.vaartuigen in directe dienst van het rijk, de provincie of de gemeente;
c.vaartuigen, welke dienst doen als roeiboten, voor zover zij behoren bij vaartuigen, waarvoor reeds havengeld ingevolge deze verordening is verschuldigd;
d.vaartuigen, die ten gevolge van storm, ijsgang of andere noodomstandigheden gedwongen zijn van de haven gebruik te maken, doch zulks alleen voor de periode dat de noodomstandigheden voortduren;
e.vaartuigen, welke zijn ingericht en dienen tot hospitaal;
f.vaartuigen, welke gebruik maken van de haven zonder lading in te nemen of te lossen, zulks voor ten hoogste drie uren.
g.vaartuigen, welke voor hun herstel van de haven gebruik maken, zulks alleen voor de tijd dat de herstelwerkzaamheden voortduren en voor ten hoogste één maand, mits geen ligplaats wordt gekozen langs de kadewand. In het geval het onderhavig vaartuig goederen in de haven lost of laadt, zijn wel rechten verschuldigd.
Artikel 10: Kwijtschelding
Bij de invordering van haven- en kaaigelden wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 11: Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel
1De “Verordening haven- en kaaigelden 2016” inclusief bijbehorende tarieventabel haven- en kaaigelden 2016, zoals vastgesteld bij het besluit van 5 november 2015, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025.
4Deze verordening kan worden aangehaald als de “Verordening haven- en kaaigelden 2025”.
Tarieventabel verordening haven- en kaaigelden 2025
1
Havengelden
Vaartuig
Maatstaf
Eenheid
Categorie
Termijn:
Tarief
Minimum
1.1
Vrachtvaartuigen
Waterver-plaatsing
ton
< 150 ton
> 150 ton
Telkens *
€ 0,24
€ 0,26
--
--
1.2
Pleziervaartuigen
Oppervlakte
m²
t/m 25 m²
26–50 m²
> 50 m²
Telkens *
jaarabonnement
jaarabonnement
jaarabonnement
€ 0,60
€ 340,00
€ 390,00
€ 430,00
€ 5,50
--
--
--
1.3
Overige vaartuigen
Oppervlakte
m²
Telkens *
jaarabonnement
€ 0,14
€ 4,60
€ 2,00
€ 250,00
2
Kaaigelden
Goederen
Maatstaf
Eenheid
Tarief
2.1
Land- en tuinbouw-
producten, kunstmeststoffen en veevoeders
Gewicht
ton
€ 0,24
2.2
Bouwstoffen en bouwmaterialen: grind, macadam, andere steenslag, zand en mijnsteen
Gewicht
ton
€0,10
2.3
Stenen, keien en klinkerkeien
Gewicht
ton
€ 0,24
2.4
Overige goederen
Gewicht
ton
€ 0,30
* Telkens: overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de verordening haven- en kaaigelden.
De in deze tarieventabel genoemde tarieven zijn exclusief de wettelijk verschuldigde omzetbelasting en worden in voorkomende gevallen vermeerderd met de wettelijk verschuldigde omzetbelasting.
Behoort bij raadsbesluit van 14 november 2024.
De Raadsgriffier,