Aanhef
De raad van de gemeente Hulst;
B E S L U I T :
De Nota Ruimtelijke Kwaliteit Hulst vast te stellen.
Dit besluit werd in de raadsvergadering van 7 juli 2022 aangenomen.
De gemeenteraad van de gemeente Hulst,
De Griffier
De Raadsvoorzitter
Voorwoord
In 2015 heeft de gemeenteraad van Hulst de Nota Ruimtelijke Kwaliteit vastgesteld. In samenwerking met de commissie Ruimte is toen gezocht naar evenwicht tussen de zorg voor de (bebouwde ) omgeving en de vermindering van regeldruk voor burgers en bedrijven. Dat heeft er onder meer toe geleid dat een groot deel van de aan- en uitbouwen niet langer worden voorgelegd aan de welstandscommissie.
Binnenkort zal de Omgevingswet in werking treden. De rijksoverheid wil met de Omgevingswet de regels voor ruimtelijke ontwikkelingen vereenvoudigen en samenvoegen. Voor de gemeente betekent dit in elk geval dat de Nota Ruimtelijke Kwaliteit daarop moet worden afgestemd voor wat betreft verwijzingen naar deze Omgevingswet.
Het gebruik van duurzame energie is in de loop van de jaren een steeds belangrijker onderwerp geworden en zal dat komende jaren ook blijven. De voorzieningen die daarbij nu al getroffen worden kunnen invloed hebben op de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Denk bijvoorbeeld aan zonnepanelen, buiten-units van warmtepompen en kleine windmolens. Dit maakt het noodzakelijk om in de geactualiseerde versie van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit criteria op te stellen.
Duidelijk is dat deze nota zich zal ontwikkelen als een dynamisch beleidsstuk waarbij passend aandacht wordt geschonken aan kwaliteit van onze leefomgeving.
Jean Paul Hageman, wethouder
Bijlage
A
Aanbouwen een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. Ook wel 'bijbehorend bouwwerk' genoemd (Besluit omgevingsrecht).
Achtererfgebied erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 meter achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen (Definitie Besluit omgevingsrecht)
Afdak dak dat is aangebracht tegen een muur of gebouw om tegen neerslag te beschermen.
Antenneinstallatie installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.
B
Band horizontale versiering in de gevel in afwijkend materiaal, meestal natuursteen of baksteen.
Bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
Bedrijfsbebouwing gebouwen ten behoeve van bedrijven zoals hallen, werkplaatsen en loodsen; hebben meestal een utilitair karakter.
Beschermd monument Rijks, gemeentelijk of provinciaal monument, aangewezen en beschermd op grond van resp. de Monumentenwet 1988, gemeentelijke Erfgoedverordening of de Provinciale monumentenverordening.
Bestemmingsplan, provinciaal inpassingsplan of rijksinpassingsplan als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening dat van toepassing is op de plaats waar de activiteit wordt of zal worden verricht en de krachtens dat plan gestelde nadere eisen.
Bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.
Bijbehorend bouwwerk functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw of ander bouwwerk met een dak. (Definitie Besluit omgevingsrecht)
Bijgebouw een op zichzelf staand gebouw dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en door ligging, constructie en/of afmetingen daaraan ondergeschikt is. Ook wel 'bijbehorend bouwwerk' genoemd (Besluit omgevingsrecht).
Blinde muur of gevel gevel of muur zonder raam, deur of andere opening.
Boeiboord opstaande kant van een dakgoot of dakrand, meestal uitgevoerd in hout of plaatmateriaal.
Boerderij gebouw of gebouwen op een erf met een (oorspronkelijk) agrarische functie en het daarbij horende woonhuis waaronder de hallehuisboerderijen en andere typen.
Bouwblok een aan alle zijden door straten en wegen begrensde groep gebouwen, die een stedenbouwkundige eenheid vormt.
Bouwen plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten.
Bouwlaag verdieping van een gebouw. Een gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balken is begrensd.
Bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
Buitengebied buiten de bebouwde kom gelegen gebied, ook wel landelijk gebied genoemd.
Bungalow meestal vrijstaande woning waarvan alle vertrekken op de begane grond zijn gesitueerd.
C
Carport een bouwwerk, al dan niet aangebouwd aan een gebouw of ander bouwwerk en een van boven afgesloten c.q. afgedekte ruimte van een open constructie met maximaal één wand, bedoeld voor de stalling van motorvoertuigen.
D
Dak afdekking van een gebouw, vlak of hellend, waarop dakbedekking is aangebracht .
Dakhelling de hoek van het dak ten opzichte van een horizontale vlak.
Dakkapel uitbouw op een hellend dakvlak .
Daknok hoogste punt van een schuin dak.
Dakopbouw een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok van het dak, die het silhouet van het oorspronkelijke dak verandert.
Dakraam raam in een hellend dak.
Dakvoet laagste punt van een schuin dak.
Detail ontmoeting van verschillende bouwdelen zoals gevel en dak of gevel en raam.
E
Ensemble architectonisch en stedenbouwkundig compositorisch geheel van meerdere panden.
Erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden.
Erker een al dan niet tot de vloer uitgebouwde toevoeging aan de gevel van een gebouw .
F
Flat groot kantoor of woongebouw met meerdere verdiepingen.
G
Galerij gang aan de buitenkant van een (flat)gebouw die toegang verschaft tot de afzonderlijke woningen.
Gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
Geleding verticale of horizontale indeling van de gevel door middel van inspringingen.
Gepotdekseld gedeeltelijk over elkaar gespijkerde planken om inwatering tegen te gaan.
Gevel buitenmuur van een gebouw (afhankelijk van de plaats de voor, zij of achtergevel).
H
Hoekkeper de snijlijn van twee aangrenzende dakschilden die elkaar onder een uitspringende hoek snijden, hetgeen onder andere het geval is bij bv. schildaken en stolpdaken.
Hoofdgebouw een gebouw, of een gedeelte daarvan, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.
Hoogbouw gebouwen van meer dan vier lagen.
I
Individueel gebouw zelfstandig, op zichzelf staand gebouw.
K
Kavel grondstuk, kadastrale eenheid.
Karakteristiek pand pand dat van waarde is op grond van de uitwendige hoofdvorm, bepaald door dakvorm, goothoogte, nokhoogte, nokrichting, dakhelling, gevelindeling en karakteristieke elementen.
Karakteristieke elementen elementen aan een pand zoals windveren, makelaars, raamluiken, pannenspiegel (stolpboerderij), schoorsteen, dakkapel, kroonlijst, dakgoot, typerende detaillering van hout en metselwerk.
Keper zie hoekkeper
Kern centrum van een dorp of stad.
Klossen uit de muur stekende houten of gemetselde blokjes ter ondersteuning van uitstekende onderdelen van een gebouw zoals dakgoten.
Kop in het algemeen gebruikt om de smalle kant van een rechthoekige vorm aan te duiden, bijvoorbeeld bij een gebouw.
L
Laag zie bouwlaag.
Laagbouw gebouwen van één tot drie lagen.
Landelijk gebied zie buitengebied.
Latei draagbalk boven gevelopening.
Lessenaarsdak dak met één hellend, niet onderbroken, dakvlak.
Lichtkoepel raamconstructie in een plat dak, in de vorm van een koepel.
Lijst een al dan niet versierde en geprofileerde rand als bekroning van de bovenzijde van een gevel.
Lint langgerekte weg met daarlangs bebouwing.
Luifel een plat uitgebouwd afdak, vaak boven een deur.
M
Maaiveld bovenzijde van het terrein dat een bouwwerk omgeeft, de grens tussen grond en lucht
Mansardekap dakvorm waarbij het onderste deel van het dak steiler is dan het bovenste deel waardoor een geknikte vorm ontstaat.
Massa volume van een gebouw of bouwdeel.
Metselverband het zichtbare patroon van metselwerk.
N
Nok horizontale snijlijn van twee dakvlakken, de hoogste lijn van het dak.
O
Omgevingsvergunning vergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Onderbouw het onderdeel van een gebouw; heeft meestal betrekking op de begane grond van
een gebouw.
Ondergeschikt voert niet de boventoon.
Ontsluiting de toegang tot een terrein of een gebouw.
Oorspronkelijk gebouw het hoofdgebouw zoals dat ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is opgeleverd. Als aan de hand van een originele vergunning niet meer is vast te stellen wat als oorspronkelijk hoofdgebouw kan worden aangemerkt, zal in de praktijk veelal aan de hand van de historische kenmerken van het hoofdgebouw (bijvoorbeeld steenkleur, voegwerk of andere detailleringen) bepaald kunnen worden wat de oorspronkelijke omvang was van het gebouw en welke gevels ‘oorspronkelijk’ zijn. Als dat ook verder geen uitkomst biedt zal het gehele hoofdgebouw (met uitzondering van de bouwkundig en functioneel ondergeschikte aangebouwde onderdelen) aangemerkt moeten worden als oorspronkelijk hoofdgebouw.
Openbaar toegankelijk gebied weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer.
Oriëntatie de richting van een gebouw.
Overkapping een bouwwerk van één bouwlaag dat dient ter overdekking en niet of slechts gedeeltelijk met wanden is omgeven.
Overstek bouwdeel dat vooruitsteekt ten opzichte van het eronder gelegen deel.
P
Paneel rechthoekig vlak, geplaatst in een omlijsting
Plaatmateriaal bouwmateriaal dat in plaatvorm. geleverd wordt, zoals hout (triplex en multiplex), kunststof (onder andere trespa) of staal (vlak of met profiel).
Planmatige bebouwing groep gebouwen herkenbaar uitgevoerd volgens een vooraf opgesteld plan.
Plint een duidelijk te onderscheiden horizontale lijn aan de onderzijde van een gebouw.
Portiek gemeenschappelijk trappenhuis.
Piramidedak dak bestaande uit vier gelijk hellende vlakken die elkaar bovenaan in een punt ontmoeten.
R
Rabatdelen planken met duidelijk duidelijke groeven.
Renovatie vernieuwing van een gebouw.
Rijtjeshuis huis als onderdeel van een reeks aaneengebouwde, gelijkende woningen.
Rollaag horizontale rij stenen boven een gevelopening of aan de bovenzijde van een gemetselde wand.
Rooilijn de lijn/grens waarachter bebouwing is toegestaan
S
Serre voornamelijk uit glas (gevat in ijzer, hout of kunststof) bestaande uitbouw aan een woonhuis, die via deuren in directe verbinding met de tuin staat.
Schilddak dak met vier hellende vlakken waarvan twee grote en twee kleine vlakken.
Schuur bijgebouw ten behoeve van opslag.
Situering de plaats van een bouwwerk in zijn omgeving.
Solitair gebouw zelfstandig, op zichzelf staand gebouw (kan geschakeld).
T
Textuur de voelbare structuur van een materiaal (bij metselwerk dus de oneffenheden van de steen en het voegwerk).
U
Uitbouw een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. Ook wel 'bijbehorend bouwwerk' genoemd (Besluit omgevingsrecht).
V
Voorgevellijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een bouwwerk.
Voorgevelrooilijn als bedoeld in het bestemmingsplan, de beheersverordening dan wel de gemeentelijke bouwverordening.
Voorerfgebied erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied. (Definitie Besluit omgevingsrecht)
W
Windveer plank aan weerskanten van een pannendak, bevestigd langs de buitenste rij pannen.
Woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
Z
Zadeldak dak met twee tegenoverliggende dakvlakken die bij de nok samenkomen.
Zijgevellijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs de zijgevel van een bouwwerk.
Bijlage
Een overzichtskaart met alle gebieden voor het gehele grondgebied inclusief de beoordelingsniveaus, zoals deze behoort bij deze nota Ruimtelijke Kwaliteit.
De begrenzingen van de welstandsgebieden zijn gebaseerd op kadastrale grenzen en topografische kenmerken zoals straten, waterlopen en andere fysieke structuren. Bij twijfel over de begrenzingen zal de gemeente, dan wel de commissie Ruimtelijke Kwaliteit, bepalen welk gebiedstypering van toepassing is.
Bijlage
Rijksmonumenten (Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, november 2014).
Bijlage
PLAATS
POSTCODE
SIT.
STRAAT
HUISNR
NAAM
Clinge
4567 AD
's-Gravenstraat
169
Heilige Henricus
Clinge
4567 AD
's-Gravenstraat
167
Clinge
4567 AD
's-Gravenstraat
167
Clinge
4567 AD
Bij
's-Gravenstraat
167
Graauw
4569 PJ
Oude Graauwsedijk
25
Zwaantjeshof
Graauw
4569 ZA
N.v.t.
0
Graauw
4569 AK
Dorpsstraat
50
Heikant
4566 AG
Julianastraat
16
Heilige Theresia v.h. Kindje Jezus
Heikant
4566 AG
Julianastraat
18
Heikant
4566 AG
Bij
Julianastraat
16
Hengstdijk
4585 AB
Hengstdijkse Kerkstr.
6
Hulst
4560 AA
N.v.t.
0
Hulst
4560 AA
N.v.t.
0
Hulst
4560 AA
N.v.t.
0
Hulst
4560 AA
N.v.t.
0
Hulst
4560 AA
N.v.t.
0
Hulst
4561 CC
Broodmarkt
4
Hulst
4561 EH
Gentsestraat
1
Hulst
4561 EH
Gentsestraat
3
Hulst
4561 EH
Gentsestraat
21
Hulst
4561 EJ
Gentsestraat
6
Hulst
4561 EJ
Gentsestraat
10
Hulst
4561 EJ
Gentsestraat
12
Hulst
4561 EJ
Gentsestraat
14
Hulst
4561 EJ
Gentsestraat
18
Hulst
4561 EJ
Gentsestraat
20
Hulst
4561 EJ
Gentsestraat
22
Hulst
4561 EJ
Gentsestraat
24
Hulst
4561 EJ
Gentsestraat
28
Hulst
4561 EA
Grote Markt
15
Hulst
4561 EA
Grote Markt
21
Hulst
4561 EB
Grote Markt
2
Hulst
4561 EB
Grote Markt
4
Hulst
4561 EB
Grote Markt
6
Hulst
4561 EB
Grote Markt
14
Hulst
4561 EB
Grote Markt
24
Hulst
4561 CX
Houtmarkt
9
Hulst
4561 AX
Korte Nieuwstraat
5
Hulst
4561 AX
Korte Nieuwstraat
7
Hulst
4561 ED
Lange Bellingstraat
2
Hulst
4561 ED
Lange Bellingstraat
4
Hulst
4561 AR
Steenstraat
1
Hulst
4561 AR
Steenstraat
3
Hulst
4561 AR
Steenstraat
5
Hulst
4561 AR
Steenstraat
7
Hulst
4561 AR
Steenstraat
9
Hulst
4561 AR
Steenstraat
11
Hulst
4561 AR
Steenstraat
19
Hulst
4561 AR
Steenstraat
23
Hulst
4561 AR
Steenstraat
25
Hulst
4561 AR
Steenstraat
27
Hulst
4561 AR
Steenstraat
29
Hulst
4561 AR
Steenstraat
31
Hulst
4561 AR
Steenstraat
33
Hulst
4561 AR
Steenstraat
37
Hulst
4561 AS
Steenstraat
2
Hulst
4561 AS
Steenstraat
14
Hulst
4561 AS
Steenstraat
20
Hulst
4561 AS
Steenstraat
22
Hulst
4561 AS
Steenstraat
24
Hulst
4561 AS
Steenstraat
26
Hulst
4561 AS
Steenstraat
28
Hulst
4561 AS
Steenstraat
30
Hulst
4560 AA
N.v.t.
0
Hulst
4560 AA
N.v.t.
0
Hulst
4560 AA
N.v.t.
0
Hulst
4560 AA
N.v.t.
0
Hulst
4560 AA
N.v.t.
0
Hulst
4560 AA
N.v.t.
0
Hulst
4560 AA
N.v.t.
0
Hulst
4561 RL
Tolweg
115
Hulst
4560 AA
N.v.t.
0
Hulst
4561 XE
Carmelweg
2
Sint Joseph
Hulst
4561 EA
Grote Markt
11
Hulst
4561 XA
Bij
Zoutestraat
45
Hulst
4561 XA
Bij
Zoutestraat
45
Hulst
4561 XA
Bij
Zoutestraat
45
Hulst
4561 XA
Bij
Zoutestraat
45
Kloosterzande
4587 CV
Groenendijk
2
Kloosterzande
4587 CK
Hof te Zandeplein
11
Kloosterzande
4587 CK
Bij
Hof te Zandeplein
11
Kloosterzande
4587 CK
Tegenover
Hof te Zandeplein
11
Kloosterzande
4587 CK
Tegenover
Hof te Zandeplein
11
Kloosterzande
4587 CK
Bij
Hof te Zandeplein
1
Kloosterzande
4587 CJ
Willem de Zwijgerlaan
2
Kloosterzande
4587 CV
Groenendijk
40
Sint Martinuskerk
Kloosterzande
4587 CV
Groenendijk
38
Kloosterzande
4587 CK
Hof te Zandeplein
1
Kuitaart
4584 RP
Meerdijk
5
Kuitaart
4584 LL
Frederik Hendrikstraat
75
Kuitaart
4584 LL
Frederik Hendrikstraat
75
a
Lamswaarde
4586 LA
Roverbergsedijk
19
Lamswaarde
4586 AE
Jacobus de Waalstraat
8
Lamswaarde
4586 AG
Achterstraat
25
Mariaschool
Lamswaarde
4586 AG
Achterstraat
27
Theresiagesticht
Lamswaarde
4586 AD
Jacobus de Waalstraat
23
Sint Cornelius
Lamswaarde
4586 AE
Bij
Jacobus de Waalstraat
8
Ossenisse
4589 KP
Dorpsstraat
10
Ossenisse
4589 KP
Dorpsstraat
10
Sint Jansteen
4564 AP
Hoofdstraat
4
Sint Jansteen
4564 AP
Hoofdstraat
6
Vogelwaarde
4581 AB
Rapenburg
49
Vogelwaarde
4581 RP
Sasdijkweg
7
Pauwhof
Walsoorden
4588 KH
Bij
Eeckseweg
3
Beaufortsluis
Cultuurhistorisch waardevolle objecten
(cultuurhistorisch waardevol agrarisch erfgoed in de provincie Zeeland, Omgevingsplan Zeeland 2018 en de provinciale Omgevingsverordening).
Boerderijen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het Zeeuwse landschap. Voor bepaalde boerderijen is dit zelfs al vele decennia het geval. Ze vormen belangrijke elementen die de (regionale) identiteit, diversiteit en belevingswaarde van het landschap mede bepalen. We willen ons samen met betrokken partners (o.a. SCEZ, SLZ, boerderijenstichting en gemeenten) inzetten voor het behoud van dit agrarisch erfgoed, maar realiseert zich dat zij daarbij selectief dient te zijn om haar inzet ook daadwerkelijk van meerwaarde te laten zijn voor eigenaren. Om die reden is een selectie gemaakt van cultuurhistorisch waardevolle boerderijen van provinciaal belang.
Boerderijen die onderdeel uitmaken van deze selectie komen in aanmerking voor:
•Ruime herbestemmingsmogelijkheden via de regeling Nieuwe Economische Dragers (NED’s)
•Herbestemming ten behoeve van één of meerdere woningen voor permanent gebruik in de bestaande bebouwing anders dan de (voormalige) dienstwoning.
•Ondersteuning van eigenaren bij beheer, onderhoud en restauratie van hun boerderij (woning, opstallen en erf). Het gaat hierbij onder andere om het aanbieden van een abonnement op de Monumentenwacht, het (her)inrichten van het boerenerf en/of het herstel van kleine cultuurhistorisch waardevolle elementen.
Daarnaast wordt één loket gerealiseerd ten behoeve van informatieverschaffing aan en ondersteuning van eigenaren, het begeleiden bij aanvragen van (externe) financiering (subsidies, laagrentende leningen etc.) en het bieden van ondersteuning bij voorbereiding van verbouwing en/of restauratie.
PLAATS
POSTCODE
STRAAT
HUISNR
Vogelwaarde
4581PX
Copwijkseweg
2
Clinge
4567PA
Kijkuitstraat
15
Hulst
4561RL
Tolweg
115
Kloosterzande
4587LG
Hulsterweg
46
Kloosterzande
4587RH
Lange Nieuwstraat
3
Kloosterzande
4587CX
Groenendijk
92
Kuitaart
4584RR
Hoefkensdijk
22
(bron: Omgevingsplan Zeeland 2018)
Bijlage
Relatie tussen bouwwerk en omgeving
Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden hogere eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of van de omgeving groter is.
Bij het oprichten van een gebouw is sprake van het afzonderen en in bezit nemen van een deel van de algemene ruimte voor particulier gebruik. Gevels en volumes vormen zowel de externe begrenzing van de gebouwen als ook de wanden van de openbare ruimte die zij gezamenlijk bepalen. Het gebouw is een particulier object in een openbare context, het bestaansrecht van het gebouw ligt niet in het eigen functioneren alleen maar ook in de betekenis die het gebouw heeft in zijn stedelijke of landschappelijke omgeving. Ook van een gebouw dat contrasteert met zijn omgeving mag worden verwacht dat het zorgvuldig is ontworpen en de omgeving niet ontkent. Waar het om gaat is dat het gebouw een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de omgeving en de te verwachten ontwikkeling daarvan. Over de wijze waarop dat bij voorkeur zou moeten gebeuren kunnen de gebiedsgerichte welstandscriteria duidelijkheid verschaffen.
Relatie tussen vorm, gebruik en constructie
Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat de verschijningsvorm een relatie heeft met het gebruik ervan en de wijze waarop het gemaakt is, terwijl de vormgeving daarnaast ook zijn eigen samenhang en logica heeft.
Een bouwwerk wordt primair gemaakt om te worden gebruikt. Hoewel het welstandstoezicht slechts is gericht op de uiterlijke verschijningsvorm, kan de vorm van het bouwwerk niet los worden gedacht van de eisen vanuit het gebruik en de mogelijkheden die materialen en technieken bieden om een doelmatige constructie te maken. Gebruik en constructie staan aan de wieg van iedere vorm.
Daarmee is nog niet gezegd dat de vorm altijd ondergeschikt is aan het gebruik of de constructie. Ook wanneer andere aspecten dan gebruik en constructie de vorm tijdens het ontwerpproces gaan domineren, mag worden verwacht dat de uiteindelijke verschijningsvorm een begrijpelijke relatie houdt met zijn oorsprong. Daarmee is tegelijk gezegd dat de verschijningsvorm méér is dan een rechtstreekse optelsom van gebruik en constructie. Er zijn daarnaast andere factoren die hun invloed kunnen hebben zoals de omgeving en de associatieve betekenis van de vorm in de sociaalculturele context.
Maar als de vorm in tegenspraak is met het gebruik en de constructie dan verliest zij daarmee aan begrijpelijkheid en integriteit.
Betekenissen van vormen in de sociaalculturele context
Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat verwijzingen en associaties in het ontwerp zorgvuldig worden gebruikt en uitgewerkt, zodat die passen in de huidige tijd en context.
Voor vormgeving gelden in iedere cultuur bepaalde regels, net zoals een taal zijn eigen grammaticale regels heeft om zinnen en teksten te maken. Die regels zijn geen wetten en moeten ter discussie kunnen staan. Maar als ze worden verhaspeld of ongeïnspireerd gebruikt, wordt een tekst verwarrend of saai. Precies zo wordt een bouwwerk verwarrend of saai als de regels van de architectonische vormgeving niet bewust worden gehanteerd. Als bepaalde vormen regelmatig voorkomen krijgen zij een zelfstandige betekenis en roepen zij, los van gebruik en constructie, bepaalde associaties op. Pilasters in classicistische gevels verwijzen naar zuilenstructuren van tempels, transparante gevels van glas en metaal roepen associaties op met techniek en vooruitgang.
In iedere bouwstijl wordt gebruik gemaakt van verwijzingen en associaties naar wat eerder of elders reeds aanwezig was of naar wat in de toekomst wordt verwacht. De kracht of de kwaliteit van een bouwwerk ligt echter vooral in de wijze waarop die verwijzingen en associaties worden verwerkt en geïnterpreteerd binnen het kader van de actuele culturele ontwikkelingen, zodat concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit. Zorgvuldig gebruik van verwijzingen en associaties betekent onder meer dat er een bouwwerk ontstaat dat integer is naar zijn tijd doordat het op grond van zijn uiterlijk in de tijd worden geplaatst waarin het werd gebouwd of verbouwd. Bij restauraties is sprake van herstel van elementen uit het verleden, maar bij nieuw of verbouw in bestaande (monumentale) omgeving betekent dit dat duidelijk moet zijn wat authentiek is en wat nieuw is toegevoegd. Een ontwerp kan worden geïnspireerd door een bepaalde tijdsperiode, maar dat is iets anders dan het imiteren van stijlen, vormen en detailleringen uit het verleden.
Associatieve betekenissen zijn van groot belang om een omgeving te ‘begrijpen’ als beeld van de tijd waarin zij is ontstaan, als verhaal van de geschiedenis, als representant van een stijl.
Daarom is het zo belangrijk om ook bij nieuwe bouwplannen zorgvuldig met stijlvormen om te gaan, zij vormen immers de geschiedenis van de toekomst.
Evenwicht tussen helderheid en complexiteit
Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat er structuur is aangebracht in het beeld, zonder dat de aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat.
Een belangrijke eis die aan een ontwerp voor een gebouw mag worden gesteld is dat er structuur wordt aangebracht in het beeld. Een heldere structuur biedt houvast voor de waarneming en is bepalend voor het beeld dat men vasthoudt van een gebouw. Symmetrie, ritme, herkenbare maatreeksen en materialen maken het voor de gemiddelde waarnemer mogelijk de grote hoeveelheid visuele informatie die de gebouwde omgeving geeft, te reduceren tot een bevattelijk beeld.
Het streven naar helderheid mag echter niet ontaarden in simpelheid. Een bouwwerk moet de waarnemer blijven prikkelen en intrigeren en zijn geheimen niet direct prijsgeven. Er mag best een beheerst beroep op de creativiteit van de voorbijganger worden gedaan.
Van oudsher worden daarom helderheid en complexiteit als complementaire begrippen ingebracht bij het ontwerpen van bouwwerken. Bij een gebouwde omgeving met een hoge belevingswaarde zijn helderheid en complexiteit tegelijk aanwezig in evenwichtige en spanningsvolle relatie.
Schaal en maatverhoudingen
Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft dat beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen.
Ieder bouwwerk heeft een schaal die voortkomt uit de grootte of de betekenis van de betreffende bouwopgave. Grote bouwwerken kunnen uiteraard binnen hun eigen grenzen geleed zijn maar worden onherkenbaar en ongeloofwaardig als ze er uitzien alsof ze bestaan uit een verzameling losstaande kleine bouwwerken.
De maatverhoudingen van een bouwwerk zijn van groot belang voor de belevingswaarde ervan, maar vormen tegelijk één van de meest ongrijpbare aspecten bij het beoordelen van ontwerpen.
De waarnemer ervaart bewust of onbewust de maatverhoudingen van een bouwwerk, maar waarom de maatverhoudingen van een bepaalde ruimte aangenamer, evenwichtiger of spannender zijn dan die van een andere, valt nauwelijks vast te stellen. Duidelijk is dat de kracht van een compositie groter is naarmate de maatverhoudingen een sterkere samenhang en hiërarchie vertonen. Mits bewust toegepast kunnen ook spanning en contrast daarin hun werking hebben.
De afmetingen en verhoudingen van gevelelementen vormen tezamen de compositie van het gevelvlak. Hellende daken vormen een belangrijk element in de totale compositie. Als toegevoegde elementen (zoals een dakkapel, een aanbouw of een zonnecollector) te dominant zijn ten opzichte van de hoofdmassa en/of de vlakverdeling, verstoren zij het beeld niet alleen van het object zelf maar ook van de omgeving waarin dat is geplaatst.
Materiaal, textuur, kleur en licht
Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het bouwwerk zelf ondersteunen en passen in de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan.
Door middel van materialen, kleuren en lichttoetreding krijgt een bouwwerk uiteindelijk zijn visuele en tactiele kracht: het wordt zichtbaar en voelbaar. De keuze van materialen en kleuren is tegenwoordig niet meer beperkt tot wat lokaal aan materiaal en ambachtelijke kennis voorhanden is. Die keuzevrijheid maakt de keuze moeilijker en het risico van een onsamenhangend beeld groot.
Als materialen en kleuren teveel los staan van het ontwerp en daarin geen ondersteunende functie hebben maar slechts worden gekozen op grond van decoratieve werking, wordt de betekenis ervan toevallig en kan het afbreuk doen aan de zeggingskracht van het bouwwerk. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het gebruik van materialen en kleuren geen ondersteuning geeft aan de architectonische vormgeving of wanneer het gebruik van materialen en kleuren een juiste interpretatie van de aard en de ontstaansperiode van het bouwwerk in de weg staat.
Duurzaamheid als vanzelfsprekendheid
Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat er gestreefd wordt naar een duurzame leefomgeving.
Alle ruimtelijke opgaven en ingrepen kunnen positief bijdragen aan de energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, natuurinclusiviteit en biodiversiteit. Uitgangspunt is dat deze thema’s als ontwerp-uitdaging wordt gezien, zowel architectonisch, stedenbouwkundig als landschappelijk, en zowel op gebiedsniveau als op gebouwniveau. Duurzaamheid moet dan wel gezien worden als integraal onderdeel van het ontwerp en exploitatie. Dan kan door op verschillende niveaus aandacht te geven aan duurzaamheid, waaronder toekomstbestendigheid, klimaatadaptie, energie- en klimaatbeheer, materiaalgebruik, afvalstromen, mobiliteit, ecologie en natuur etc. Een goed ontwerp maakt inzichtelijk hoe met deze aspecten in relatie tot ruimtelijke kwaliteit rekening wordt gehouden.
BIJLAGE 5: BEELDKWALITEITSPLANNEN
Overzicht van vigerende beeldkwaliteitsplannen e.d.:
BIJLAGE 6: BELEIDSNOTITIE ZONNEPANELEN IN HET BESCHERMD STADS- EN DORPSGEZICHT
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR610511/1
Deze beleidsnotitie bevat de gemeenteraadsbesluiten die ingaan op de samenvattende criteria voorzonnepanelen en de daarop volgende zonering in de binnenstad van Hulst. De beleidsnotitie is bedoeld als sturingsdocument en toetsingskader, als uitbreiding van de nota Ruimtelijke Kwaliteit.
Algemene criteria
•Zonnepanelen binnen beschermd stads- en dorpsgezicht zijn in principe altijd vergunningplichtig in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en worden ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeentelijke adviescommissie.
•Wanneer sprake is van plaatsing van zonnepanelen op een achterdakvlak dat niet naar het openbaartoegankelijk gebied is gekeerd is geen vergunning vereist.
•Binnen de Vesting worden de vanaf de wal zichtbare achterzijden expliciet als voorzijden beschouwd.
•Een zonnepaneel mag niet worden geplaatst in of direct grenzend aan de Grote Markt, een historische tuin, park of boerenerf.
•Plaatsing van zonnepanelen op een ondergeschikt plat dak of bijgebouw heeft de voorkeur boven plaatsing op schuin dakvlak van de hoofdkap.
•Indien dit geen mogelijkheden biedt kan een andere locatie onderzocht worden binnen de voorschriften voor maat en positie, zie onder voorschriften.
•Eén enkel samenhangend en rechthoekig paneelvlak per object toepassen.
•De panelen dienen hoogwaardig van kwaliteit te zijn (monocristallijn) in een antracietkleur zonderlichte accenten of randen. Uitzondering hierop vormen de dakpan-geïntegreerde zonnepanelen.
•Bij seriematige bouw dienen panelen altijd volgens één samenhangend principe geplaatst te worden.
Algemene criteria bij monumenten
•Plaatsing van een zonnepaneel op een monument is altijd vergunningplichtig in het kader van de Wabo/Monumentenwet.
•Voor een aantal iconische monumenten binnen de Vesting is plaatsing van zonnepanelen niet toegestaan, (zie hiervoor bijlage 1 van het document “Criteria zonnepanelen Hulst”).
•Plaatsing van panelen bij voorkeur aan achterzijde of in zijdakvlak van object.
•De ingreep moet reversibel (omkeerbaar) zijn en onderhoud niet in de weg staan.
•De monumentale dakconstructie moet zich in voldoende technisch goede staat bevinden.
•Zonnepanelen mogen niet worden geplaatst in het bovendakvlak van een mansardekap of in kleine voordakschilden.
•Maximaal één enkel samenhangend en rechthoekig paneelvlak per object toepassen, laag in het dakvlak en opgebouwd uit hoogwaardige panelen in een antracietkleur zonder lichte accenten of randen.
•Het type zonnepaneel dient aan te sluiten bij de dakbedekking. Bijzondere (decoratieve) patronen in de dakbedekking mogen niet doorbroken worden.
Specifieke voorschriften
beschermd stads- en dorpsgezicht / monumenten
Voor het te plaatsen zonnepaneel geldt een maximale maat en gelden specifieke voorwaarden voor de situering en uitvoering. Deze worden hieronder per hoofdgroep weergegeven. De extra criteria voormonumenten zijn met (M) gemarkeerd.
Basis-situering binnen het dakvlak
Het paneel vormt één gesloten vierhoekig vlak binnen het basisvlak (zie figuur 1) en houdt afstand van bestaande dakdoorbrekingen als schoorstenen en daklichten. Het paneel wordt zoveel mogelijk vrij gehouden van beëindigingen van het dakvlak en toevoegingen op het dak. Zie criteria voor plaatsing hieronder:
•bij zijdak: 1/4 van de dakbreedte/-lengte uit de voor- en/of achtergevel, met een minimum van 5 pannen,
•5 pannen onder de nok (bij minder dan 12 rijen pannen: 3),
•2 pannen boven de goot (bij minder dan 12 rijen: 1),
•3 pannen van dakdoorbraken, dakvensters, dakkapellen en schoorstenen,
•Plaatsing op een plat dak alleen mogelijk indien niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte en binnen een vlak van 15 graden vanaf de openbare zijde gezien. Plaatsing op een plat afgedekte dakkapel is ook mogelijk, maar alleen indien paneel geheel vlak en dus onzichtbaar geplaatst wordt.
•(M) Niet in de bovenste helft van het dakvlak.
•Plaatsing op een plat afgedekte dakkapel is ook mogelijk, maar alleen indien het platte kapeldak meer dan 8 meter boven het maaiveld gelegen is en dus ook vanuit omringende woningen gezien onzichtbaar geplaatst wordt.
Figuur 1. BASISVLAKKEN voor toepassing zonnepanelen in toepassingsgebied (maat in pannen)
Maatvoering
Naast de eerder weergegeven basisafstanden tot dakbeëindigingen en dakdoorbraken gelden aanvullend de volgende maatcriteria; Zie figuur 2 en figuur 3 voor monumenten.
Voorgevel, kap evenwijdig aan de straat:
•Indien het paneel enkel in de onderste dakhelft ligt:
•maximaal 50% van de dakbreedte
•(M) maximaal 30% van de dakbreedte
•Indien het paneel ook in de bovenste dakhelft ligt:
•maximaal 30% van de dakbreedte
•(M) géén paneel in de bovenste dakhelft mogelijk.
Achtergevel, kap evenwijdig aan de straat:
•Indien het paneel enkel in de onderste dakhelft ligt:
•maximaal 70% van de dakbreedte
•(M) maximaal 70% van de dakbreedte
•Indien het paneel ook in de bovenste dakhelft ligt:
•maximaal 50% van de dakbreedte
•(M) géén paneel in de bovenste dakhelft mogelijk.
Zijgevel zichtbaar vanuit de openbare ruimte, kap evenwijdig aan/haaks op de straat:
•Tenminste 1/4 dakbreedte/-lengte uit dakranden
•Indien het paneel enkel in de onderste dakhelft ligt:
o maximaal 50% van de zijdakbreedte/-lengte
o (M) maximaal 30% van de dakbreedte/-lengte
•Indien het paneel ook in de bovenste dakhelft ligt:
o maximaal 30% van de zijdakbreedte/-lengte
o (M) géén paneel in de bovenste dakhelft mogelijk.
Zijgevel/zijdak niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte, kap evenwijdig aan/haaks op de straat:
•Tenminste 1/4 dakbreedte/-lengte uit voorgevel
•Indien het paneel enkel in de onderste dakhelft ligt:
•maximaal 70% van de dakbreedte
•(M) maximaal 70% van de dakbreedte
•• Indien het paneel ook in de bovenste dakhelft ligt:
•maximaal 50% van de dakbreedte
FIGUUR 2. BESCHERMD GEZICHT Maten/verhoudingen binnen criteria (maat in percentage)
Figuur 3. MONUMENTEN Maten/verhoudingen binnen criteria (maat in percentage)
Overige criteria
•Geen zonnepaneel mogelijk in kleine voordakschilden van dwarskappen, zie fig. 4.
•Het paneel ligt enkel recht onder het nokvlak en dus niet (gedeeltelijk) onder hoekkeper(s).
•Een zijgevel of achtergevel direct grenzend aan de openbare ruimte wordt binnen de regelgeving zonnepanelen beschouwd als een voorgevel.
•Bij grotere dakkapellen (breder dan 1.20 meter) geldt alleen het resterende vrije dakvlak als de maatgevende lengte.
Het geheel van bestaande dakdoorbrekingen inclusief het paneel levert geen onrustiger dakvlak op dan voorheen; de wens voor een zonnepaneel kan dus leiden tot sanering/integratie van overige dakdoorbrekingen.
Zonering
Afwijking van de voornoemde criteria is ook binnen het Rijksbeschermde Stadsgezicht van de vesting Hulst mogelijk. Daarvoor is een gebiedsindeling vastgesteld met bijbehorende gebiedscriteria en een kwaliteitsborging voor wat betreft de toe te passen materialen.
Voor gemeentelijke- en rijksmonumenten is deze zonering uitgesloten. Het voornoemde beleid blijft daardoor onverkort van toepassing.
Figuur 4. PANEEL OP ZIJGEVELS DIRECT ZICHTBAAR VANUIT OPENBARE RUIMTE
De gebiedsindeling is bepaald op basis van:
1Cultuurhistorische waarde binnen de ontwikkeling van de vesting;
2De waarde van het ruimtelijke en architectuurbeeld ter plaatse;
3de capaciteit van woongebieden om nieuwe architectuurbeelden/materialen passend binnen het beeld op te nemen.
In figuur 5 is een verbeelding opgenomen dat in drie gebieden I, II en III onderscheidt waarin soepeler beleid inzake plaatsing zonnepanelen mogelijk is (naar courant beleid dient de begrenzing van de gebieden niet als harde grens maar eerder als overgangszone te worden gezien. Hierbij rekening houdend met criteria / voorschriften die aan beide zijden van de grens gelden).
Aandachtspunten bij beoordeling en toepassing:
•Bij dakvlakken met rode dakpannen dienen de panelen in een enkelvoudige, rechthoekige totaal-vorm te worden geplaatst. Uitsparingen en getrapte patronen zijn niet gewenst. Panelen van goede beeldkwaliteit dienen uitgevoerd te zijn in een antraciete, donkere unikleur. Blauwe panelen met opvallende rasters en randen in aluminiumkleur zijn beslist niet geschikt;
•Bij toepassing van panelen geldt per pand of woonhuis een energetische en economische ondergrens; een aantal van zes stuks is daarbij herkenbaar wat leidt bij de gangbare afmetingen per paneel van 100x165 cm tot de volgende drie mogelijk in te passen oppervlaktes van steeds 10m2: 165x600, 200x 495 of 300x330 cm. De beste opzet is afhankelijk van het object waarop de panelen worden geplaatst. Panelen dienen altijd voldoende vrij te blijven van dakranden, nok, schoorstenen, dakkapellen, dakramen en ander dakdoorbraken.
•Grootschaliger oplossingen blijven ongeacht het bovenstaande ook van belang binnen het lokale duurzaamheidsbeleid.
Gebiedsindeling
Historisch kerngebied (rood).
Hier geldt restrictief beleid inzake zonnepanelen. Dit gebied in rood weergegeven omvat tenminste de stadskern en de kernlinten met o.a. de stadspoorten. Gentsestraat, Grote Markt, Houtmarkt, Kleine Bagijnestraat en Steenstraat. Zonnecollectoren blijven hier ongewenst.
Periferie van de kern (blauw).
In de directe periferie van de kern met veel 19e eeuwse en vroeg 20e eeuwse bebouwing in blauw aangegeven, kunnen zonnepanelen enkel toegepast worden in beperkte omvang en in maatwerk per object op basis van toetsing door de monumentencommissie.
Naoorlogse woongebieden I en II en het ontwikkelingsgebied III rond het ’s-Gravenhofplein (groen).
Zonnepanelen in deze gebieden behoeven de cultuurhistorische waarde van de kern niet te storen. Aandacht is wel vereist bij die woningen die direct grenzen aan het openbaar gebied van de vestingwal. Aan de zuidelijke zijde van Hulst zullen de mogelijkheden op daken gericht naar de walzijde (gele pijlengebied) op grond van specifiek locatie beleid lokaal beperkter zijn.
Figuur 5. GEBIEDSINDELING