Aanhef
De raad van de gemeente Hulst;
B E S L U I T:
Vaststelling van het Groenbeleids- en beheerplan 2024-2033.
Samenvatting
In dit groenbeleids- en beheerplan geeft de gemeente Hulst weer hoe zij invulling geeft aan haar plichten en wensen ten aanzien van de inrichting, het beheer en het onderhoud van het openbaar groen. Het geldt voor de periode 2024-2033 en is een onderbouwing voor adequaat beheer van het groen. Het plan biedt inzicht in het aanwezige areaal, het beschrijft de gewenste beheerkwaliteit en geeft aan welke kosten hiermee gemoeid zijn.
De gemeente Hulst heeft 199 ha aan groenareaal in beheer. Dit is opgedeeld in openbaar groen, begraafplaatsen, sportaccommodaties, bos en water.
In de gemeente Hulst wordt voor het beheer onderscheid gemaakt in drie kwaliteitsniveaus:
•centrumgebieden en zichtlocaties daarbuiten → niveau A (hoge kwaliteit);
•overig gebied binnen de bebouwde kom → niveau B (basis kwaliteit);
•buitengebieden en industriegebieden → niveau C (lage kwaliteit).
Uit de doorrekening van de kwaliteitsniveaus blijkt dat het beschikbare budget voldoende is om de gewenste kwaliteit in stand te houden.
Het groenbeleids- en beheerplan is naast een beleidsmatig en strategisch plan ook een praktisch plan dat invulling geeft aan het dagelijks beheer en onderhoud.
Groenbeleid is in grote lijnen verwoord in het in 2011 vastgestelde Groenstructuurplan. Voor zover er in de tijd afwijkingen zijn ontstaan door wet- en regelgeving en nieuwe inzichten, zijn deze hier opgenomen. De thema’s geven een duidelijke visie op het beheer: uitgifte van snippergroen, burgerparticipatie, flora en fauna, renovaties groen en inrichtingseisen voor de buitenruimte. Bij het laatste thema komt klimaatadaptatie en zonnepanelen en bomen aan de orde.
3 Beleid groene openbare ruimte
3.2 Groenbeleid
3.2.1 Beheer en onderhoud
Daar waar vroeger het groenonderhoud cyclisch georganiseerd was en er werd gewerkt met vaste onderhoudsronden, vindt in de praktijk al enkele jaren een verschuiving plaats naar onderhoud op basis van beeldkwaliteit. Dit laatste betekent dat onderhoud wordt gepleegd waar de beeldkwaliteit onder de vastgestelde norm dreigt te zakken.
In het vorige beleids- en beheerplan is een verdieping van het beeldgericht werken geïntroduceerd. De gewenste beeldkwaliteit is eenduidig omschreven. Aangegeven is welke kwaliteit waar behaald moet worden. Dit bepaalt welke inspanningen nodig zijn en biedt duidelijkheid aan zowel medewerkers als burgers. Het geeft de mogelijkheid om transparant te zijn tegenover de burger over welke kwaliteit van beheer verwacht mag worden.
Om te controleren of aan de gewenste beeldkwaliteit voldaan wordt, is het noodzakelijk om enkele malen per jaar op willekeurige plekken in de gemeente de beeldkwaliteit te meten. Daar waar de kwaliteit onder de norm dreigt te raken wordt bijgestuurd.
Onderscheid wordt gemaakt in vijf kwaliteitsniveaus (zie Tabel 3-1). Van deze vijf kwaliteitsniveaus worden A, B en C door beheerders gebruikt. Kwaliteitsniveaus A+ en D gelden als boven- en ondergrens.
Tabel 3-1 Overzicht kwaliteitsniveaus
Kwaliteitsniveau
Omschrijving
Indicatie kwaliteit
A+
Zeer hoog
Nagenoeg ongeschonden
A
Hoog
Mooi en comfortabel
B
Basis
Functioneel
C
Laag
Onrustig beeld
D
Zeer laag
Functieverlies, sociale onveiligheid
3.2.2 Gewenste beeldkwaliteit
In de gemeente Hulst wordt voor het beheer onderscheid gemaakt in drie kwaliteitsniveaus:
•centrumgebieden en zichtlocaties daarbuiten → niveau A (hoge kwaliteit);
•overig gebied binnen de bebouwde kom → niveau B (basis kwaliteit);
•buitengebieden en industriegebieden → niveau C (lage kwaliteit).
Deze kwaliteiten zijn gespecificeerd (zie bijlage A). Invulling van de structuren van het groen per kern kan aanleiding zijn voor nadere advisering en besluitvorming over het onderhoudsniveau.
De specificatie van de kwaliteiten geschiedt aan de hand van beeldkwaliteitsmeetlatten. Deze zijn ontleend aan de Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte 2018, uitgebracht door kennisplatform CROW. In 2023 is een nieuwe kwaliteitscatalogus uitgebracht door het CROW. Deze zal de catalogus van 2018 opvolgen voor de gemeente Hulst.
3.2.3 Biodiversiteit
Een veilige en verzorgde openbare ruimte gaat prima samen met extensief onderhouden groen, waar flora en fauna meer de ruimte krijgen. De ecologische functies van het groen dragen bij aan een aantrekkelijke openbare ruimte voor de directe gebruikers en aan de biodiversiteit in de gemeente Hulst. De inrichting zal daar waar mogelijk afgestemd worden op flora en fauna. Bij het beheer gaat het met name om het behouden en zo mogelijk versterken van de aanwezige ecologische waarden en diversiteit.
3.2.4 Omvorming groen
De laatste jaren is op veel plaatsen het openbaar groen omgevormd. De doelstelling is tweeledig:
•Versterken groene uitstraling van de kernen door eenduidige inrichting, herkenbare structuren en vergroting gebruiksmogelijkheden;
•Verbeteren beheerbaarheid groen waardoor beheerkosten op termijn afnemen. Dit kan door groen wat intensief onderhoud behoeft om te vormen naar groen wat onderhoudsarmer is.
3.2.5 Renovatie en integrale projecten
Beplanting heeft een levenscyclus van 25 tot 40 jaar. Om deze cyclus volledig te doorlopen is passend beheer nodig. Indien geen passend beheer wordt toegepast is de levenscyclus korter. Ook externe factoren kunnen ervoor zorgen dat de levensduur van de beplanting afneemt.
Het renoveren van groen wordt hoofdzakelijk gelijktijdig uitgevoerd met de reconstructies van wegen of ander soortige civieltechnische projecten. Tevens wordt versleten groen ook door de wijkteams vervangen vanuit het onderhoudsbudget.
Grootschalige renovatie maakt geen onderdeel uit van dit beheerplan.
3.2.6 Uitgifte snippergroen
Verspreid door de gemeente komt snippergroen voor. Het gemeentelijk beleid is gericht op het zo veel als mogelijk verkopen van deze snippers. Afhankelijk echter van de locatie van het snippergroen kan het van belang zijn om rekening te houden met de structuurindeling van het groen. De aanwezigheid van kabels en leidingen in de te koop gevraagde grond kan een beperkende factor (hoge kosten voor het verleggen) zijn voor de verkoop.
Indeling
Afweging
Hoofdstructuur
Verkoop is alleen mogelijk als de desbetreffende structuur niet wordt aangetast.
Nevenstructuur
Verkoop is alleen mogelijk als de desbetreffende structuur niet wordt aangetast.
Overige groen
Verkoop mogelijk
3.2.7 Toekomstbestendige inrichting bebouwd gebied
Klimaatvoorspellingen geven aan dat door de temperatuurstijging het weerbeeld ingrijpend zal veranderen. Steeds intensievere buien, langdurig natte periodes en langdurig droge periodes zullen steeds meer voorkomen. Ook kan door de temperatuurstijging hittestress ontstaan in bebouwd gebied. In veel van de ontwikkelingen kan groen een bijdrage leveren bij het zoeken naar mogelijke oplossingen. Infiltratie van hemelwater in groenvoorzieningen zorgt voor aanvulling van grondwater en tevens voor de opvang van de intensieve buien. Het is daarom van het grootste belang dat groenvoorzieningen behouden blijven en liever nog uitgebreid worden. Voor langdurig droog kan het zijn dat in bepaalde gebieden grondwaterstanden zo ver dalen dat beplanting kan verdrogen of vijvers droog komen te staan.
3.2.8 Burgerparticipatie
Burgerparticipatie zowel bij de inrichting als het onderhoud van het openbaar gebied vindt steeds meer plaats. Initiatieven worden welwillend ontvangen. De afspraken daaromtrent worden vastgelegd.
3.2.9 Onkruidbestrijding
De onkruidbestrijding zonder chemische middelen vraagt extra inzet van personele middelen. Door bij de inrichting van de verhardingen en het groen rekening te houden met de onkruidbestrijding kan het aantal uren beperkt worden.
3.2.10 Databeheer
Bijhouden van het areaal is essentieel om het beheer en onderhoud van het aanwezige groen inzichtelijk te houden. Een goede interne communicatie naar aanleiding van de wijzigingen buiten ligt aan de basis van de bijhouding.
3.3 Boombeleid
3.3.1 Richtlijnen voor aanplant van bomen
Bij aanplant van nieuwe bomen wordt rekening gehouden met toekomstige grootte van de boom versus plantplaats, beschikbare ruimte en soortkeuze. Bij de keuze van de soort boom wordt rekening gehouden met de risico’s van ziektes en klimaatbestendigheid.
3.3.2 Klachten
Bomen hebben een positieve invloed op de leefomgeving. Bewoners ervaren echter ook overlast van de gemeentelijke bomen. Verstopte straatkolken door bladval in de herfst of gladheid door grote hoeveelheden bloesem op trottoirs zijn hier voorbeelden van. Het is daarom belangrijk adequaat met klachten om te gaan. De afhandeling van de klachten moet eenduidig en consequent plaatsvinden.
3.3.3 Zorgplicht en bomen
Zorg voor boomveiligheid is een wettelijke plicht. Vooral oudere bomen vormen een risico omdat die gezien de omvang meer schade kunnen veroorzaken. De gemeente Hulst controleert bomen ouder dan vijfentwintig jaar elke drie jaar op veiligheid om risico’s te beperken. De gemeente heeft het areaal in drieën verdeeld zodat elk jaar een derde kan worden gecontroleerd. Uit de boomveiligheidscontrole volgen maatregelen die noodzakelijk zijn voor het veilig houden van het bomenbestand.
5 Strategie groene openbare ruimte
5.1 Groenbeleid
5.1.1 Beheer en onderhoud
De keuze in beeldkwaliteit is bepalend voor het niveau van onderhoud. Om dit te bereiken is het noodzakelijk om het personeel daarop voor te bereiden en voldoende op te leiden. Ook bij uitbesteding worden de aannemers getoetst volgens deze normen.
Het beheer en onderhoud van het groen is verdeeld in gebieden met een onderhoudsniveau A, B of C. Het centrum van Hulst en de zichtlocaties buiten het centrum worden op niveau A onderhouden. De overige gebieden binnen de bebouwde kom op niveau B. Het groen in de buitengebieden en op bedrijventerreinen op niveau C.
Ter bewustwording van de gevraagde beeldkwaliteit wordt een aantal keren per jaar op 25 willekeurige locaties de beeldkwaliteit getoetst op:.
•Voortzetten huidig beleid beeldkwaliteit
•Eenduidigheid in het niveau van groenonderhoud
•Controle beeldkwaliteit met als doel bewustwording
•Opleiding van personeel
•Afweging meldingen op basis van gewenste beeldkwaliteit
•Afweging onderhoudsniveau zichtlocaties overige kernen
5.1.2 Biodiversiteit
Om de duurzaamheid en biodiversiteit te bevorderen worden bewuste keuzes gemaakt in gebieden waar mogelijkheden benut kunnen worden om flora en fauna meer ruimte te geven.
•Keuzes in gebieden met ecologisch onderhoud
•Werkwijze houdt rekening met bedoelde ecologie
•Meer bloeiende bij-, vlinder- en vogelvriendelijke beplanting aan planten bij herinrichting en renovatie
•Maaibeheer bermen. Minder bermen maaien als ‘gazon’. Steven naar kruidenrijke bermen
•Aanmoedigen van inwoners, ondernemers, scholen en organisaties om op eigen terrein natuurwaarde te verhogen of hun tuin te vergroenen.
5.1.3 Omvorming groen
Bewuste keuzes in de omvorming van het groen zorgen voor een eenduidig groenbeeld van een kern en dragen bij aan het beheersbaar houden van de onderhoudskosten.
•Voortzetten van huidig beleid
•Toepassen van vak-vullende beplanting
•Meer bloeiende soorten toepassen in verband met het verbeteren van de biodiversiteit
•Bij keuze beplanting rekening houden met onkruidbestrijding
5.1.4 Renovatie en integrale projecten
Ook beplanting kent een levenscyclus. Incidenteel is daar in het verleden rekening mee gehouden. Het structureel vervangen van het groen, dat door verschillende oorzaken het einde van de levensduur bereikt heeft, vraagt extra middelen. Meer richting naar duurzame toekomstbestendige inrichting. Rekening houden met klimaatverandering.
•Door tijdig te vervangen komen gevaarlijke situaties minder en verwaarlozing van bomen en/of beplanting niet voor
•Beschikbaarheid van middelen voor structurele vervanging van groen zijn voorzien bij civiele reconstructies en exploitatieplannen
•Het nieuwe groen past in de groenstructuren van de verschillende kernen
•Bij kleinschalige renovatie van het groenareaal en integrale projecten wordt rekening gehouden met de groenstructuur in de omgeving. Beperking van de beheerkosten wordt afgewogen tegen het behoud van de aanwezige groenstructuur en kwaliteit van het groen
5.1.5 Uitgifte snippergroen
Inwoners willen soms grond kopen van de gemeente. Voor verkoop gelden regels, de gemeente moet de grond kunnen missen, de grond moet vrij zijn van gebruik voor infrastructuur of onderhoud. Daarnaast gelden esthetische regels.
•Bij verkoop van snippergroen wordt rekening gehouden met de voorwaarden bij de betreffende structuurindeling
5.1.6 Toekomstbestendige inrichting bebouwd gebied
Volgens het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie dragen groenvoorzieningen bij aan: het voorkomen van wateroverlast, het aanvullen van grondwater door infiltratie en het verminderen van hittestress. Verstening van gebieden binnen bebouwd gebied is daarom niet wenselijk. Extra groen, zeker in de vorm van bomen, levert een grote bijdrage aan de toekomstbestendigheid. Het verminderen van het verhard oppervlak in de vorm van klinkers, tegels of asfalt levert meer ruimte voor groen en water op.
•Bij alle plannen wordt nadrukkelijk rekening gehouden met een toekomstbestendige inrichting
•Nieuwe ontwikkelingen en renovaties toekomstbestendig uitvoeren. Klimaatadaptatie en biodiversiteit zijn hierbij een belangrijk onderdeel.
•Gemeente zo groen mogelijk inrichten om zo klimaatbestendiger te zijn. Groen neemt water op in natte periodes, vermindert hittestress en beschermt de grond tegen uitdroging.
5.1.7 Burgerparticipatie
Burgerparticipatie is maatschappelijke ontwikkeling waar we rekening mee moeten houden. De hoofdgroenstructuur is dermate belangrijk dat de gemeente Hulst daar zelf de inrichting bepaald. De nevenstructuur en overig groen bieden ruimte voor burgerparticipatie.
•Bij nieuwe groenvoorzieningen wordt indien mogelijk ruimte geboden voor burgerparticipatie.
5.1.8 Klachtafhandeling
Klanttevredenheid is een belangrijk uitgangspunt bij het oplossen van klachten van burgers. Daarbij is het belangrijk dat er consequent gehandeld wordt. Terechte klachten moeten binnen redelijke termijn constructief opgelost worden.
•Gebruiken beslisschema afhandeling klachten
5.1.9 Onkruidbestrijding
Een adequate onkruidbestrijding bepaalt voor een groot deel de beeldkwaliteit van de openbare ruimte. Deze begint al bij het ontwerp. Gebruik van verhardingen met zo weinig mogelijk voeglengte en bodembedekkend groen dragen bij aan het beperken van het ontstaan van onkruid. Verder zal inzet van extra mankracht nodig zijn om de juiste beeldkwaliteit te bereiken.
•Aandacht bij het ontwerp voor onkruidarme openbare ruimte
•Inzet extra personeel voor onkruidbestrijding
5.2 Boombeleid
5.2.1 Richtlijnen voor aanplant van bomen
Door rekening te houden met locatie, ruimte voor de volwassen boom en bodem bij de keuze in het type boom wordt de groene omgeving duurzamer ingericht.
5.2.2 Zorgplicht en bomen
Om een goed beeld te hebben en houden van de toestand van de bomen is structurele controle noodzakelijk. Gelijktijdig met de controle kunnen ziektes in bomen vastgesteld, ontbrekende bomen opgenomen en vervangen bomen aangepast worden. Aan de hand van de bevindingen kunnen maatregelplannen opgesteld en uitgevoerd worden. Dit is een wettelijke verplichting.
•Boomveiligheidsregistratie volgens de richtlijn van de CROW blijven uitvoeren
•In een periode van drie jaar het gehele bestand aan bomen controleren en registreren
•Maatregel bepalen en uitvoeren naar aanleiding van de boomveilheidsregistratie
•Bomenbestand actueel maken en houden
Bijlage A Kwaliteitsniveaus
In onderstaande afbeelding 1 zijn de te beheren kernen van de gemeente Hulst weergegeven.
Weergegeven is het centrum van Hulst. Dit centrum wordt intensief beheerd.
Afbeelding 1 Ambitieniveau gemeente Hulst (fel groen intensief, wijken basis en bedrijventerreinen en buitengebied laag)
Een combinatie van kwaliteitsniveaus vormt samen een ambitieniveau. Er wordt onderscheid gemaakt in ambitieniveau intensief, basis en laag (grafiek 1).
Ambitieniveau
Beeldmeetlat
Intensief
Basis
Laag
Groen-beplanting
bodembedekkers-kaal oppervlak
A
B
C
bodembedekkers-overgroei randen verharding of gras
A
B
B
bodembedekkers-snoeibeeld
A
B
C
bosplantsoen-overgroei randen verharding of gras
A
B
B
haag-gaten in haag
A
B
C
heesters-gesloten heesters-kaal oppervlak
A
B
C
heesters-overgroei randen verharding of gras
A
B
B
heesters-snoeibeeld
A
B
C
natuurlijk afval
B
B
C
Onkruid
A
B
C
zwerfafval fijn
B
B
B
zwerfafval grof
A
B
B
Groen-boom
knotboom-snoeibeeld
A
B
B
leiboom-snoeibeeld
A
B
B
Levenskrachtig
B
B
B
Stamopschot
B
B
B
Wortelopschot
B
B
B
Groen-gras
bijmaaien rondom obstakels en bomen
A
B
C
gazon-zwerfafval grof
A
B
C
natuurlijk afval
B
B
C
overgroei randen beplanting
A
B
C
overgroei randen verharding
A
B
C
vlakheid ondergrond
B
B
C
zwerfafval grof
B
B
B
recreatief grasveld-grashoogte
A
B
C
Verharding
onkruid rondom obstakels
A
B
B
open verharding-elementenverharding-onkruid
A
B
B
open verharding-ongebonden verharding-onkruid
A
B
B
Grafiek 2 Overzicht relatie kwaliteitsniveaus beeldmeetlatten ten opzichte van de ambitieniveaus
In bovenstaande grafiek 1 is een overzicht gegeven uit welke combinatie van kwaliteitsniveaus de ambitieniveaus intensief, basis en laag bestaan. Een beeldkwaliteitsschouw beoordeelt de kwaliteitsniveaus aan de hand van de genoemde beeldmeetlatten.
In onderstaand overzicht staan alle gebruikte beeldmeetlatten weergegeven waarvoor wordt voorgesteld om deze te schouwen.
Groen-beplanting
Groen-boom
Groen-gras
Verharding
In het buitengebied en aan de randen zijn beheergroepen aanwezig die een sober onderhoud krijgen. Hier zijn geen beeldmeetlatten voor gegeven.
Bosplantsoen
Ruw gras