Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels voor afwijkingen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht 2de herziening

Gemeente Hulst · geldt sinds 16 juli 2015

Aanhef

Beleidsregels artikel 2.12, lid 1 onder a, sub 2º van de Wabo en bijlage 2, hoofdstuk IV Bor

3. BELEIDSREGELS

Artikel 1: Begripsbepalingen

aan-huis-gebonden beroep :

een dienstverlenend beroep op administratief, architectonisch, kunstzinnig, juridisch, of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, dan wel het uitoefenen van een beroep op medisch, paramedisch of therapeutisch gebied, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;

achtererfgebied:

erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen;

antennedrager :

antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne;

antenne-installatie:

installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie;

bebouwingsgebied:

achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw;

bed and breakfast:

logies met ontbijt; het verhuren van één of meerdere kamers in een woning en het aanbieden van een ontbijt, waarbij de woonfunctie in overwegende mate in stand blijft;

bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;

bouwperceel

voor bebouwing in aanmerking komend bouwvlak, zoals omschreven in het bestemmingsplan;

daknok:

hoogste punt van een schuin dak;

dakvoet:

laagste punt van een schuin dak;

detailhandel :

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

erf:

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden;

erfafscheiding:

de afbakening van een erf of perceel van een ernaast gelegen erf of van de openbare ruimte.

erker:

een ondergeschikt toevoeging aan de voorgevel op de begane grond.

gebouw:

elke bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

evenement:

een georganiseerde gebeurtenis zoals bedoeld in Afdeling 6, artikel 2:21 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Hulst.

hoofdgebouw:

gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;

huisvesting in verband met mantelzorg:

huisvesting in of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning;

kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten :

het in een woning door de bewoner op beroepsmatige wijze uitoefenen van activiteiten anders dan een aan-huis-gebonden beroep en/of het op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van het Besluit omgevingsrecht of het Activiteitenbesluit geldt en die door de beperkte omvang in een gedeelte van een woning worden uitgeoefend, waarbij de woonfunctie als primaire functie behouden en herkenbaar blijft;

luifel:

afdak tegen een gebouw, veelal boven een ingangspartij van een huis, dat beschutting geeft tegen weersinvloeden.

mantelzorg:

intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond;

openbaar toegankelijk gebied:

weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer;

overkapping :

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak;

recreatiewoning:

een permanent ter plaatse aanwezig gebouw, geen woonkeet en geen caravan of andere constructie op wielen zijnde, dat bedoeld is om uitsluitend door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen, dat het hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar te worden gebruikt;

tijdelijke woonunit/stacaravan

een tijdelijke (prefab) verplaatsbare unit met een woonfunctie;

voorerfgebied :

erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied;

voorgevelrooilijn:

voorgevelrooilijn als bedoeld in het bestemmingsplan, de beheersverordening dan wel de gemeentelijke bouwverordening. Voor zover niet gedefinieerd betreft dit een denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelgrenzen);

w oning:

een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat dient voor de huisvesting van een zelfstandig wonende persoon of een samenwonende groep van personen, waarbij sprake is van één afzonderlijk huishouden;

woonwagen:

voor bewoning bestemd gebouw dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en op een daartoe bestemd perceel is geplaatst;

woonperceel

voor woondoeleinden aangewezen bestemming/bouwvlak op grond van het bestemmingsplan

z ijdelingse perceelgrens:

de grens van een perceel, aan de zijkant van een woning (die voor- en achterzijde van het perceel verbindt);

z ijerfgebied:

gebied dat geen onderdeel is van het achtererf- en voorerfgebied;

w ijze van meten:

Bij de toepassing van deze beleidsregels wordt gemeten overeenkomstig de bepalingen in het van toepassing zijnde bestemmingsplan;

Voor zover in deze beleidsregels niet is voorzien in een omschrijving van een bepaald begrip, gelden de begripsbepalingen van het desbetreffende bestemmingsplan;

Artikel 2 Afwegingskader

Voor een aantal aangewezen categorieën van gevallen is nader aanvullend beleid opgesteld.

Voor alle gevallen geldt dat:

1het aantal woningen gelijk moet blijven, en;

2de vormgeving/uitvoering voldoet aan voorschriften welstandsnota, en;

3de verkeersveiligheid gewaarborgd is, in het bijzonder het benodigde uitzicht op hoeken van wegen, afhankelijk van het bepaalde in de Wegenverordening, en;

4geen onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies plaatsvindt, en;

5als een bouwplan verband houdt met uitbreidingen voor mensen met een beperking en waarvoor, bijvoorbeeld op grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, een noodzaak aanwezig is, bestaat de mogelijkheid om op grond hiervan ontheffing te verlenen, voor zover door of namens de aanvrager de noodzaak aangetoond is. Per geval zal een afweging gemaakt worden.

6De aanvraag om omgevingsvergunning wordt getoetst aan het van toepassing zijnde vastgestelde beleid. Bij strijdigheid met vastgesteld beleid zal in principe géén medewerking worden verleend. Zijn er specifieke omstandigheden aanwezig die de afwijking rechtvaardigen, dan geldt bij de besluitvorming een zwaardere motiveringseis (bijv. een nadere ruimtelijke onderbouwing). Tenzij verwezen kan worden naar in ontwikkeling zijnde beleid dat al op schrift is gesteld en waarvan aannemelijk is dat het zo vastgesteld gaat worden.

7Ook in situaties die niet in nader beleid worden genoemd, maar waar specifieke omstandigheden aanwezig zijn, op grond waarvan vergunningverlening valt te overwegen, geldt bij de besluitvorming een zwaardere motiveringseis zoals bedoeld onder lid 6.

8Wanneer er sprake is van activiteiten betreffende een bouwwerk voor bedrijfsmatig gebruik op de perceelsgrens, dient een beoordeling plaats te vinden door de Veiligheidsregio Zeeland.

9Indien er sprake is van een financieel risico kan het college van burgemeester en wethouders besluiten dat een planschadeovereenkomst dient te worden afgesloten met de initiatiefnemer waarbij afspraken worden gemaakt over eventuele planschade.

Artikel 3 Uitwerking Artikel 4 Bijlage II Bor

1Een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding ervan

Voor onderstaande specifieke gevallen gelden de volgende beleidsregels:

1.1 EEN BIJBEHOREND BOUWWERK BINNEN DE BEBOUWDE KOM

I . E en bijbehorend bouwwerk in het voorerfgebied ;

-Erkers

mits voldaan wordt aan de voorwaarden:

. de voorgevellijn met niet meer dan 1.50 meter overschrijden, en;

. tenminste 2 meter tuindiepte resteert, en;

de breedte maximaal 50% van de breedte van de voorgevel van de woning met een maximum van 3.50 meter bedraagt, en;

. de hoogte maximaal 3 meter bedraagt.

-Luifels

mits voldaan wordt aan de voorwaarden:

. de voorgevellijn met niet meer dan 1.50 meter wordt overschreden, en;

. tenminste 2 meter tuindiepte resteert, en;

. de breedte maximaal anderhalf maal de breedte van de bestaande belijning van het deurkozijn bedraagt.

-Carport

mits voldaan wordt aan de voorwaarden:

. de hoogte maximaal 3 meter bedraagt, en;

. tenminste 2 meter tuindiepte resteert, en;

. de breedte maximaal de breedte van de garage of een daarmee gelijk te stellen bestaand (gedeelte) bouwwerk bedraagt, en;

. de voorgevellijn met niet meer dan 1.50 meter wordt overschreden.

-Overige typen bouwwerken zijn enkel in het achter- en zijerfgebied toegestaan conform de voorwaarden gesteld in dit beleid.

II . E en bijbehorend bouwwerk in het achtererfgebied ;

mits voldaan wordt aan de voorwaarden:

. de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 3.50 meter bedragen, met een maximale bouwhoogte van 7.50 meter, en;

. de oppervlakte van het bijbehorend bouwwerk heeft een gezamenlijk oppervlak van maximaal 60 m², met dien verstande dat bij bouwpercelen met een oppervlakte van meer dan 500 m² de maximum gezamenlijke oppervlakte mag worden vermeerderd met 10% van de oppervlakte van het bouwperceel boven de 500 m² tot een maximum van 150 m², met dien verstande dat de uitbreiding op de percelen met een oppervlakte van minimaal 1000 m² tot maximaal 3000 m² niet meer dan in totaal 175 m² aan bijbehorende bouwwerken bedraagt, met inbegrip van zijerfgebied en voorerfgebied;

. het achtererfgebied, met inbegrip van het zijerfgebied, niet meer dan 50% wordt volgebouwd.

III. Een b ijbehorend bouwwerk in het zijerfgebied :

mits voldaan wordt aan de voorwaarden:

. de bouwhoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen, dan wel 3.50 meter indien dit bouwwerk onderdeel uitmaakt van een bestaand bouwwerk in het achtererfgebied met een hoogte van tenminste 3.50 meter en;

. op de erfgrens, dan wel de afstand tot de zijdelingse perceelgrens tenminste 1 meter bedraagt, en;

. de oppervlakte maximaal 30 m² bedraagt.

I V . Het beoogde gebruik van het bijbehorend bouwwerk magniet afwijkenvan het bestaand gebruikvan het hoofdgebouw;tenzij toepassingkan worden gegeven aan artikel 4, negende lid van Bijlage II Bor.

1.2 EEN BIJBEHOREND BOUWWERK BUITEN DE BEBOUWDE KOM

I . E en bijbehorend bouwwerk in het v oorerfgebied ;

-Erkers

mits voldaan wordt aan de voorwaarden:

. de voorgevellijn met niet meer dan 1.50 meter overschrijden, en;

. tenminste 2 meter tuindiepte resteert, en;

. de breedte maximaal 50% van de breedte van de voorgevel van de woning met een maximum van 3.50 meter bedraagt, en;

. de hoogte maximaal 3 meter bedraagt.

-Luifels

mits voldaan wordt aan de voorwaarden:

. de voorgevellijn met niet meer dan 1.50 meter wordt overschreden, en;

. tenminste 2 meter tuindiepte resteert, en;

. de breedte maximaal anderhalf maal de breedte van de bestaande belijning van het deurkozijn bedraagt.

-Carport:

mits voldaan wordt aan de voorwaarden:

. de hoogte maximaal 3 meter bedraagt, en;

. tenminste 2 meter tuindiepte resteert, en;

. de breedte maximaal de breedte van de garage of een daarmee gelijk te stellen bestaand (gedeelte) bouwwerk bedraagt, en;

. de voorgevellijn met niet meer dan 1.50 meter wordt overschreden.

Overige typen bouwwerken zijn enkel in het achter- en zijerfgebied toegestaan conform de voorwaarden zoals gesteld in dit beleid;

II. Een bijbehorend bouwwerk in het achtererfgebied;

mits voldaan wordt aan de voorwaarden:

. de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 3.50 meter bedragen, met een maximale bouwhoogte van 5 meter, en;

. de oppervlakte van het bijbehorend bouwwerk heeft een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 150 m², met inbegrip van zijerfgebied en voorerfgebied;

. het achtererfgebied niet meer dan 50% wordt volgebouwd;

III. Een b ijbehorend bouwwerk in het zijerfgebied;

mits voldaan wordt aan de voorwaarden:

. de bouwhoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen, dan wel 3.50 meter indien dit bouwwerk onderdeel uitmaakt van een bestaand bouwwerk in het achtererfgebied met een hoogte van tenminste 3.50 meter, en;

. op de erfgrens, dan wel op een afstand van tenminste 1 meter tot de zijdelingse perceelgrens, en;

. de oppervlakte maximaal 30 m².

2Bouwwerken, geen gebouw zijnde

Voor onderstaande specifieke gevallen gelden de volgende beleidsregels:

I. Erfafscheidingen behorend bij een woonperceel ;

mits voldaan wordt aan de voorwaarden:

. hoogte van maximaal 2 meter op het achtererf- en/of zijerfgebied;

. hoogte van maximaal 1 meter op het voorerfgebied.

Voor erfafscheidingen behorend anders dan bij woonpercelen wordt per geval een afweging gemaakt.

I I. Overkappingen in het achtere rfgebied;

mits voldaan wordt aan de voorwaarden:

. de bouwhoogte mag niet meer dan 3.50 meter bedragen, en;

. de oppervlakte maximaal 30 m² bedraagt.

III. Overkappingen in het voorerfgebied;

mits voldaan wordt aan de voorwaarden:

. de bouwhoogte maximaal 3 meter bedraagt, en;

. tenminste 2 meter tuindiepte resteert, en;

. de breedte maximaal de breedte van de garage of daarmee gelijk te stellen bestaand (gedeeltelijk) bouwwerk bedraagt, en;

. de voorgevellijn met niet meer dan 1.50 meter wordt overschreden.

IV. Overkappingen in het zijerfgebied;

mits voldaan wordt aan de voorwaarden:

. de bouwhoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen, en

. tenminste 2 meter afstand bewaart blijft tot de zijdelingse perceelgrens, en;

. de oppervlakte maximaal 30 m² bedraagt.

3Dakkapellen,dakopbouwen of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw dan wel uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard

Voor onderstaande specifieke gevallen gelden de volgende beleidsregels:

I. Aanvullend op het voordakvlak ;

mits voldaan wordt aan de voorwaarden:

. de onderzijde van een dakkapel is meer dan 0,5 meter en minder dan 1,0 meter boven de dakvoet, en;

. de bovenzijde is meer dan 0,5 meter onder de daknok, en;

. de hoogte van een dakkapel bedraagt niet meer dan 1,75 meter gemeten vanaf de voet van de dakkapel tot de bovenzijde van het boeibord of de daktrim, en;

. dakkapellen worden niet geplaatst op een bijbehorend bouwwerk;

. de breedte van een dakkapel bedraagt maximal de helft van de breedte van het dakvlak, met een maximum van 3 meter gemeten tussen het hart van de scheidende bouwmuren of de buitenzijde van de gevels, en;

. de zijkanten van een dakkapel tenminste 1 meter uit het hart van de scheidende bouwmuur of vanaf de buitenzijde van de gevel.

4Wijzigen gebruik bouwwerken

Voor onderstaande specifieke gevallen gelden de volgende beleidsregels:

Het gebruiken van bouwwerken, al dan niet in samenhang met inpandige bouwactiviteiten, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:

a.binnen de bebouwde kom, en

b.de oppervlakte niet meer dan 1500 m² bedraagt;

Mits voldaan wordt aan de voorwaarden:

. de functiewijziging past binnen het van toepassing zijnde gemeentelijk beleid;

. voor een bedrijf/beroep aan huis is in het bijzonder het beleid ‘aan huis gebonden beroepen’ van toepassing;

. voor Bed & Breakfast aan huis is in het bijzonder de ‘beleidsnota bed & breakfastvoorziening’ van toepassing;

. Voor kerken en (andere) monumenten dient een cultuurhistorische afweging plaats te vinden.

Daarnaast dient in voldoende parkeergelegenheid te worden voorzien. Daarbij dient aansluiting te worden gezocht bij de meest actuele parkeernormen die het CROW hanteert.

5Ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10 van artikel 4, voor een termijn van ten hoogste 10 jaar.

Voor onderstaande specifieke gevallen gelden de volgende beleidsregels:

I. Evenementen

Het gebruiken van gronden of bouwwerken ten behoeve van evenementen met een maximum van drie per jaar en een duur van ten hoogste vijftien dagen per evenement, het opbouwen en afbreken van voorzieningen ten behoeve van het evenement hieronder begrepen, mits voldaan wordt aan de voorwaarde dat het evenement past in het gemeentelijk evenementenbeleid.

II. Plaatsen van een tijdelijke woonvoorziening vanwege (ver)bouwactiviteiten

Voor het plaatsen van een tijdelijke woonvoorziening dient te worden voldaan aan de “Beleidsregels voor het plaatsen van een tijdelijke woonvoorziening”.

III Voor zover I en II niet van toepassing zijn, dient een afzonderlijke afweging plaats te vinden.

Artikel 4 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: 2e Herziening Beleidsregels voor afwijkingen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Artikel 5 Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking de dag na publicatie, zijnde 16 juli 2015

Artikel 6 Intrekking

De 1e Herziening Beleidsregels voor afwijkingen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, als vastgesteld door ons college bij besluit van 24 september 2013, wordt hierbij ingetrokken.

Hulst, 7 juli 2015

BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN HULST

De secretaris, De burgemeester,

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.