Gemeentelijke regelgeving

Beleidsnota drugsproblematiek gemeente Hulst 1999

Gemeente Hulst · geldt sinds 15 oktober 1999

5. Wettelijke instrumenten tegen drugsoverlast

5.4 De artikelen 2.8.1. en 2.8.2 APV

Artikel 2.8.1 Sluiting van drugspanden

1Het bevoegde bestuursorgaan kan een gebouw, een vaartuig of enige andere ruimte, waarin middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet zonder dat daartoe op grond van die wet vereiste verloven zijn verstrekt, worden ge bruikt, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervaardigd of aanwezig zijn, gesloten verkla ren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat het woon- en leefklimaat in de naaste omgeving of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt be ïnvloed;

Artikel 2.8.2 Verbod begeven op de weg om drugs te verhandelen

Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen, alsmede zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, indien redelijkerwijze kan worden aangenomen, dat zulks geschiedt om middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.

De bepaling van artikel 2.8.1, lid 1 APV geeft de burgemeester een (tijdelijke) sluitings-bevoegdheid. Van deze mogelijkheid zal met name gebruik gemaakt kunnen worden, indien de exploitatie van de inrichting als zodanig, anders dan bij een coffee-shop, niet is gericht op de handel in softdrugs. In beginsel moet een (eerste) sluitingstermijn van drie maanden noodzakelijk worden geacht om aan de inrichting het karakter van verkooppunt van softdrugs te ontnemen.

In geval van recidive kan overwogen worden een sluitingstermijn van 1 jaar te bevelen, aangezien in die gevallen kennelijk de termijn van drie maanden onvoldoende is om aan de inrichting het karakter van verkooppunt van softdrugs te ontnemen. Indien een sluitingsbevel niet wordt nageleefd, kan dit zonodig geëffectueerd worden door het aanleggen en toepassen van bestuursdwang (op grond van artikel 5:21 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht). In een voorkomend geval kan overwogen worden, een dwangsom (als bedoeld in artikel 5:32 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht) op te leggen.

N.B.: met de inwerkingtreding van de wet Damocles is artikel 2.8.1 uit de Algemene plaatselijke verordening van rechtswege komen te vervallen. Meer uitgebreid komen de consequenties hiervan aan de orde in Hoofdstuk 6.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.