Aanhef
gelet op het bepaalde in artikel 3:38 van de Wet ruimtelijke ordening;
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders betreffende het vaststellen van de Beheersverordening Graauw en Paal;
overwegende dat:
. er geen sprake is van een wettelijke voorbereidingsprocedure;
. de Beheersverordening tevens digitaal wordt vastgesteld;
. er tegen het vaststellen van de Beheersverordening geen beroep openstaat;
. de Beheersverordening in werking treedt één dag na bekendmaking.
Gehoord de commissie Ruimte in haar vergadering van 2 februari 2016.
B E S L U I T :
. de Beheersverordening Graauw en Paal, met identificatienummer NL.IMRO.0677.bvgraauwpaal-000V, bestaande uit een toelichting, regels en een verbeelding inclusief bijlagen vast te stellen, alsmede elektronisch (digitaal) vast te stellen (artikel 1.2.3 Bro);
. dat de Beheersverordening Graauw en Paal inclusief bijlagen elektronisch beschikbaar zullen worden gesteld door plaatsing op de website www.ruimtelijkeplannen.nl (artikel 1.2.1 Bro);
. dat de tekst van de Beheersverordening Graauw en Paal bekend zal worden gemaakt door opname in het elektronisch gemeenteblad “Gemeentelijke Voorziening Officiële Publicaties, GVOP” (artikel 139 Gemeentewet);
. dat de Beheersverordening Graauw en Paal elektronisch beschikbaar zal worden gesteld in de “Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving, CVDR” (artikel 140 van de Gemeentewet);
. dat genoemde bijlagen niet elektronisch bekend zullen worden gemaakt in de GVOP en CVDR (artikel 139, lid 3 van de Gemeentewet).
Dit besluit werd in de raadsvergadering van 18 februari 2016 aangenomen
De gemeenteraad van de gemeente Hulst
De Griffier De Raadsvoorzitter
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen
1.1 verordening
de beheersverordening Graauw en Paal overeenkomstig de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0677.bvgraauwpaal-000V met bijbehorende bestanden.
1.2 beheersverordening
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
13 bestaand
a.bestaand gebruik: het gebruik van de gronden en bouwwerken zoals aanwezig op het moment van de vaststelling van de verordening; daaronder valt niet het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan;
b.bestaande bouwwerken: bouwwerken die op het tijdstip van de vaststelling van de verordening:
1aanwezig zijn én bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn gebouwd;
2nog kunnen worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen;
3daaronder valt niet het bouwen dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan;
c.bestaande afmetingen: afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van de verordening tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
d.bestaande goot- of bouwhoogte: goot- of bouwhoogtematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van de verordening tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
e.onder bestemmingsplan en Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt tevens verstaan de voorgaande wet- en regelgeving die hiermee gelijk wordt gesteld.
1.4 besluit(sub)vlak
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waarvoor ingevolge deze verordening regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.5 bevoegd gezag
bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
1.6 bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
1.7 bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 2 Graauw en Paal
21 Bestaand gebruik en bestaande bouwwerken
a.de in het besluitvlakken 'Graauw' en 'Paal' gelegen gronden en bestaande bouwwerken mogen worden gebruikt overeenkomstig het bestaande gebruik;
b.bestaande bouwwerken mogen worden vervangen door bouwwerken van dezelfde afmetingen en op dezelfde locatie.
2.2 Aanvulling op lid 2.1 ten aanzien van het BOUWEN en GEBRUIK
In aanvulling op lid 2.1 gelden ten aanzien van het bouwen en gebruik de 'Kaart bestemmingen Graauw' en 'Kaart bestemmingen Paal' zoals opgenomen in bijlage 1 en 2 en de 'Regels bestemmingen Graauw en Paal' zoals opgenomen in bijlage 3.
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Artikel 3 Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Artikel 4 Overgangsrecht
4.1 Overgangsrecht bouwwerken
Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt:
a.een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van de beheersverordening, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
1gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
2na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan;
b.het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%;
c.dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat bestemmingsplan.
4.2 Overgangsrecht gebruik
Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt:
a.het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet;
b.het is verboden het met de beheersverordening strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met de beheersverordening strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind;
c.indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van de beheersverordening voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten;
d.dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat bestemmingsplan.
Artikel 5 Slotregel
Deze regels worden aangehaald als:
Regels van de beheersverordening Graauw en Paal.
Bijlagen bij regels
Bijlage 1 Kaart bestemmingen Graauw
Bijlage 2 Kaart bestemmingen Paal
Bijlage 3 Regels bestemmingen Graauw en Paal
Bijlage 4 Staat van Horeca-activiteiten
Bijlage 5 Staat van Bedrijfsactiviteiten
Bijlage 6 Voorschriftenkaart 1 - Graauw
Bijlage 7 Voorschriftenkaart 2 - Paal