Aanhef
Raadsbesluit
De raad van de gemeente Huizen;
in vergadering bijeen op 26 september 2013,
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 17 september 2013; agendapunt 9;
gelet op artikel 3 van de Winkeltijdenwet, zoals luidende met ingang van 1 juli 2013;
overwegende dat als gevolg van de wijziging van de Winkeltijdenwet per 1 juli 2013 voorheen geldende vrijstellingen uit het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet zijn vervallen en dat ter reparatie daarvan de Winkeltijdenverordening 1996 dient te worden aangepast;
b e s l u i t :
de Winkeltijdenverordening 2013 als volgt vast te stellen:
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.de wet: de Winkeltijdenwet;
b.feestdagen: nieuwjaarsdag, tweede paasdag, Hemelvaartsdag, tweede pinksterdag, eerste kerstdag en
tweede kerstdag.
Artikel 2 Beslissingstermijn
1Burgemeester en wethouders beslissen op een verzoek om ontheffing binnen 8 weken.
2Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing voor ten hoogste 4 weken verdagen.
Artikel 3 Overdracht van de ontheffing
1Ontheffingen op grond van deze verordening zijn overdraagbaar na verkregen toestemming van burgemeester en wethouders.
2Ingeval van een voorgenomen overdracht van de in het eerste lid bedoelde ontheffing doet de houder van de ontheffing hiervan onmiddellijk schriftelijk mededeling aan het college van burgemeester en wethouders onder vermelding van de naam en het adres van de voorgestelde rechtverkrijgende.
Artikel 4 Weigering, intrekking of wijziging van de ontheffing
Ontheffingen op grond van deze verordening kunnen worden geweigerd, ingetrokken of gewijzigd indien:
a.ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;
b.op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de
ontheffing moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de
belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist;
c.het gebruik van de winkel of de uitoefening van een bedrijf anders dan in een winkel op basis van de
ontheffing gevaar oplevert voor de openbare orde, de veiligheid of het woon- en leefklimaat ter plaatse;
d.de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
e.van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt gedurende 3 maanden of binnen 3 maanden na verlening
ervan;
f.de houder van de ontheffing of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt.
Artikel 5 Zon- en feestdagenregeling
1Voor de in artikel 2, eerste lid, onder a en b, van de Winkeltijdenwet vervatte verboden geldt een algemene vrijstelling op zon- en feestdagen van 06.00 uur tot 22.00 uur.
2Laden en lossen is toegestaan:
a.gedurende het tijdvak dat de winkel geopend is voor het publiek.
b.voor winkels in het Oude Dorp gedurende het tijdvak 12.00 uur tot 22.00 uur.
3Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkend verzoek voor een bijzondere gelegenheid van tijdelijke aard (feestelijkheden, bijeenkomsten, veilingen en beurzen) op feestdagen, niet zijnde zondagen, ontheffing verlenen van het verbod om voor 12.00 uur geopend te zijn.
Artikel 6 Openstelling op werkdagen tussen 22.00 en 06.00 uur
Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkend verzoek ontheffing verlenen van de in artikel 2 van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op werkdagen.
Artikel 7 Openstelling van avondwinkels op zon- en feestdagen
1Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkend verzoek ontheffing verlenen van de in
artikel 2, eerste lid, onder a en b, vervatte verboden ten behoeve van winkels die gesloten zijn op de in die
verboden bedoelde zon- en feestdagen tussen 0.00 en 16.00 uur.
2Burgemeester en wethouders kunnen voor ten hoogste 2 winkels een ontheffing als bedoeld in het eerste
lid verlenen.
3Aan een ontheffing als bedoeld in het eerste lid worden de volgende voorschriften verbonden:
a.de winkel dient gesloten te zijn tussen 0.00 en 16.00 uur;
b.er dienen uitsluitend of hoofdzakelijk eet- en drinkwaren te worden verkocht, met uitzondering van
sterke drank zoals bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;
c.de winkeloppervlakte mag niet meer bedragen dan 250 m².
4Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in het vorige lid onder c.
Artikel 8 vervallen
Artikel 9a. Bepaalde winkels
De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van:
a.musea;
b.winkels, waar uitsluitend maaltijden, voor directe consumptie geschikte eetwaren,
alcoholvrije dranken en, door middel van een automaat, tabak en tabaksprodukten, middelen ter
voorkoming van zwangerschap en damesverband plegen te worden verkocht;
c.winkels waar de bedrijfsactiviteit hoofdzakelijk bestaat uit het verhuren van voorbespeelde beelddragers, mits in die winkel geen andere goederen worden te koop aangeboden of verkocht beelddragers, alsmede tijdschriften en catalogi, die betrekking hebben op het te huur aangeboden assortiment.
Artikel 9b. Openstelling anders dan voor verkoop
1De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van:
a.winkels, waarin zich een restaurant of lunchroom bevindt, voor zover het laten betreden van de
winkel noodzakelijk is voor het bezoeken van het restaurant of de lunchroom;
b.winkels waar uitsluitend of hoofdzakelijk fietsen en bromfietsen plegen te worden verkocht, voor
zover het laten betreden van de winkel noodzakelijk is voor het huren van fietsen en bromfietsen.
2.De in het eerste lid vervatte vrijstellingen gelden niet ten aanzien van het verkopen van goederen.
Artikel 9c. Straatverkoop van bepaalde goederen
De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van het te koop aanbieden en verkopen van voor directe consumptie geschikte eetwaren en alcoholvrije dranken.
Artikel 9d. Begraafplaatsen
1De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de
zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van winkels, waar uitsluitend of hoofdzakelijk bloemen
en planten plegen te worden verkocht en die zijn gelegen op een afstand van ten hoogste 100 meter van
de publieksingang van een begraafplaats, gedurende de openingstijden van die begraafplaats.
2De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van het te koop aanbieden en verkopen van bloemen en planten op een begraafplaats dan wel op een afstand van ten hoogste 100 meter van de publieks-ingang daarvan, gedurende de openingstijden van die begraafplaats.
Artikel 9e. Culturele evenementen
1De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag
en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van gebouwen, waar voorstellingen, uitvoeringen of
evenementen van culturele aard plaatsvinden, en waar uitsluitend of hoofdzakelijk goederen die
rechtstreeks verband houden met aldaar te houden voorstellingen, uitvoeringen en evenementen plegen
te worden verkocht, vanaf een uur voor de aanvang van de voorstelling, de uitvoering of het evenement
tot een uur na afloop daarvan.
2De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van het ter gelegenheid van voorstellingen, uitvoeringen of evenementen van culturele aard te koop aanbieden en verkopen van goederen, die rechtstreeks verband houden met die voorstellingen, uitvoeringen of evenementen, vanaf een uur voor de aanvang van de voorstelling, de uitvoering of het evenement tot een uur na afloop daarvan.
Artikel 9f. Sportcomplexen
1De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag
en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van winkels in of op het terrein van sportcomplexen, waar
uitsluitend of hoofdzakelijk goederen worden verkocht, die rechtstreeks verband houden met de aldaar
beoefende sporten, gedurende de openstellingsuren van die sportcomplexen.
2De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de
zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van het in of op het terrein van sportcomplexen te koop aanbieden en verkopen van goederen, die rechtstreeks verband houden met de aldaar beoefende sporten, gedurende de openstellingsuren van die sportcomplexen.
Artikel 9g. Bejaardenoorden
1De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag
en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van winkels in of op het terrein van bejaardenoorden, waar
uitsluitend of hoofdzakelijk eet- en drinkwaren, prentbriefkaarten, nieuwsbladen en tijdschriften alsmede
bloemen en planten plegen te worden verkocht.
2De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de
zondag en de feestdagen, gelden in of op het terrein van bejaardenoorden niet ten aanzien van het te koop aanbieden en verkopen van eet- en drinkwaren, prentbriefkaarten, nieuwsbladen en tijdschriften alsmede bloemen en planten.
Artikel 9h. E.H. Communie
1De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag
en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van winkels, waar uitsluitend of hoofdzakelijk foto-artikelen
plegen te worden verkocht, voor zover het betreden van die winkel noodzakelijk is voor het vervaardigen
van portretfoto's ter gelegenheid van de Eerste Heilige Communie.
2De in het eerste lid vervatte vrijstelling geldt niet ten aanzien van het verkopen van goederen.
Artikel 9i. Allerheiligen en Allerzielen
1De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de
zondag, gelden niet ten aanzien van winkels, waar uitsluitend of hoofdzakelijk bloemen en planten plegen
te worden verkocht, op de dagen waarop Allerheiligen en Allerzielen worden gevierd.
2De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de
zondag, gelden niet ten aanzien van het te koop aanbieden en verkopen van bloemen en planten op de dagen waarop Allerheiligen en Allerzielen worden gevierd.
Artikel 9j. Ramadan
1De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de
zondag en de feestdagen, gelden gedurende de Ramadan vanaf twee uur voor zonsondergang tot
zonsondergang niet ten aanzien van winkels, waar brood en gebak wordt verkocht dat in het bijzonder is
bestemd voor hen die zich aan de Ramadan houden, mits in die winkel dat brood en gebak ook pleegt te
worden verkocht buiten de periode van de Ramadan.
2De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de
zondag en de feestdagen, gelden gedurende de Ramadan vanaf twee uur voor zonsondergang tot
zonsondergang niet ten aanzien van het te koop aanbieden en verkopen van brood en gebak dat in het
bijzonder is bestemd voor hen die zich aan de Ramadan houden.
Artikel 9k. Carnaval
1De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de
zondag, gelden op de zondag vanaf 12 uur waarop carnaval wordt gevierd, niet ten aanzien van winkels,
waar uitsluitend of hoofdzakelijk feestartikelen plegen te worden verkocht.
1De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag, gelden op de zondag vanaf 12 uur waarop carnaval wordt gevierd, niet voor het te koop aanbieden en verkopen van feestartikelen.
Artikel 9l. Kermis
1De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag
en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van winkels, waar uitsluitend of hoofdzakelijk feestartikelen
plegen te worden verkocht, indien in de gemeente, waarin de winkel is gelegen, een kermis wordt
gehouden, gedurende de openingstijden van die kermis.
2De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de
zondag en de feestdagen, gelden niet voor het te koop aanbieden en verkopen van feestartikelen en
speelgoed op een terrein, waar een kermis wordt gehouden.
Artikel 10 Toezicht
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de door burgemeester en wethouders aangewezen toezichthouders.
Artikel 11 Overgangsregeling
De ontheffingen, verleend op grond van de Winkeltijdenverordening 1996, worden geacht ontheffingen te zijn op grond van deze verordening.
Artikel 12 Citeertitel, inwerkingtreding
Deze verordening kan worden aangehaald als "Winkeltijdenverordening 2013". Zij treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 juli 2013.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 26 september 2013
de griffier, de voorzitter,