Gemeentelijke regelgeving

verordening overleg lokaal onderwijsbeleid gemeente Huizen

Gemeente Huizen · geldt sinds 26 november 1999

VERORDENING OVERLEG LOKAAL ONDERWIJSBELEID HUIZEN

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.schoolbestuur:

het bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de Expertisecentra en de Wet op het Voortgezet Onderwijs bekostigde openbare of bijzondere school voor basisonderwijs, speciale school voor basisonderwijs, school voor speciaal voortgezet onderwijs, school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor algemeen voortgezet onderwijs en voorbereidend beroepsonderwijs, die gelegen is op het grondgebied van de gemeente Huizen;

b.bestuurlijk overleg lokaal onderwijs Huizen:

het overleg van het gemeentebestuur van Huizen en de hiervoor onder a genoemde schoolbesturen over de voorbereiding en uitvoering van lokaal onderwijsbeleid, zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, Wet op de Expertisecentra en de Wet op het Voortgezet Onderwijs;

c.verordening overleg lokaal onderwijsbeleid:

de door de gemeenteraad van Huizen vast te stellen of te wijzigen verordening overleg lokaal onderwijsbeleid welke verplichting voortvloeit uit de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de Expertisecentra en de Wet op het Voortgezet Onderwijs;

d.advies onderwijsraad:

het advies van de onderwijsraad zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de Expertisecentra en de Wet op het Voortgezet Onderwijs;

e.burgemeester en wethouders:

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Huizen.

Artikel 2. Functie overlegorgaan

1Er is een overlegorgaan lokaal onderwijsbeleid waarin burgemeester en wethouders met de vertegenwoordigers van alle schoolbesturen overleg voeren over de voorbereiding en uitvoering van het lokaal onderwijsbeleid.

2Het overlegorgaan wordt aangeduid als bestuurlijk overleg lokaal onderwijsbeleid Huizen, afgekort als bestuurlijk overleg.

3In het overlegorgaan komen aan de orde: a. de onderwerpen waarop het op overeenstemming gericht overleg van toepassing is als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de Expertisecentra en de Wet op het Voortgezet onderwijs; b. overige onderwerpen van overleg aangaande het lokaal onderwijsbeleid.

4Op de onderwerpen als genoemd in het derde lid, onder b, is artikel 9 niet van toepassing.

Artikel 3. Samenstelling bestuurlijk overleg lokaal onderwijsbeleid Huizen

1De schoolbesturen kunnen zich laten vertegenwoordigen in het bestuurlijk overleg lokaal onderwijs Huizen. Een schoolbestuur wijst daartoe maximaal 2 vertegenwoordigers aan die namens dit schoolbestuur het overleg voeren.

2Schoolbesturen kunnen zich gezamenlijk laten vertegenwoordigen in het bestuurlijk overleg lokaal onderwijs Huizen. Zij wijzen daartoe maximaal 2 vertegenwoordigers aan.

3De portefeuillehouder onderwijs vertegenwoordigt burgemeester en wethouders in het bestuurlijk overleg. De portefeuillehouder onderwijs fungeert als voorzitter van het bestuurlijk overleg.

Artikel 4. Derden

Derden kunnen, indien de voorzitter van het bestuurlijk overleg of één of meer vertegen-woordiger(s) van schoolbesturen, genoemd in artikel 3, dit wenst of wensen, als adviseur deelnemen aan een vergadering van het bestuurlijk overleg.

Derden behoren niet tot de onder artikel 3 genoemde vertegenwoordigingen van schoolbesturen en nemen niet deel aan eventuele standpuntbepalingen van het bestuurlijk overleg lokaal onderwijsbeleid Huizen.

Artikel 5. Uitnodiging voor het bestuurlijk overleg lokaal onderwijsbeleid Huizen

1Alvorens burgemeester en wethouders een voorstel aan de raad doen over een onderwerp zenden zij de voorgenomen inhoud van dit voorstel met een toelichting daarop en de inventarisatie, als bedoeld in artikel 7, toe aan alle schoolbesturen.

2De toezending geschiedt onder bekendmaking van de plaats, de datum en het tijdstip waarop het bestuurlijk overleg hierover zal aanvangen. Tussen de datum van de toezending van het voorstel en de datum van het overleg liggen tenminste twee weken.

3De schoolbesturen die niet kunnen deelnemen aan het bestuurlijk overleg maken voor de datum van dit overleg hun zienswijzen schriftelijk kenbaar aan burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders stellen de deelnemers aan dit overleg hiervan in kennis door toezending van de schriftelijke reactie van het betreffende schoolbestuur.

Artikel 6. Secretariaat

Burgemeester en wethouders dragen zorg voor het secretariaat van het bestuurlijk overleg, uit te voeren door een functionaris van de afdeling onderwijs van de gemeente Huizen.

Artikel 7. Voorbereiding bestuurlijk overleg

1Burgemeester en wethouders kunnen een voorbereidend overleg op ambtelijk niveau tussen vertegenwoordigers van de schoolbesturen en burgemeester en wethouders instellen dat voorafgaat aan het bestuurlijk overleg. Dit voorbereidend overleg vindt plaats in één of meer functionele z.g. klankbordgroepen, waarvan het voorzitterschap en de secretariaatvoering ambtelijk wordt ingevuld door de afdeling onderwijs van de gemeente Huizen.

2Het vooroverleg wordt afgerond met een inventarisatie van de onderwerpen waarover al dan niet overeenstemming is bereikt, dan wel bereikt lijkt te kunnen worden. Per onderwerp wordt aangegeven of het gaat om een onderwerp als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a.

Artikel 8. Agendaoverleg

1Burgemeester en wethouders kunnen een agendaoverleg instellen. Hierin wordt nagegaan welke onderwerpen op welk tijdstip in het bestuurlijk overleg aan de orde kunnen komen. Op grond hiervan stellen burgemeester en wethouders de agenda van het bestuurlijk overleg lokaal onderwijsbeleid Huizen op.

2Aan het agendaoverleg nemen de portefeuillehouder onderwijs en enkele in overleg nader te bepalen vertegenwoordigers van schoolbesturen deel.

Artikel 9. Advies onderwijsraad

1Indien één of meer schoolbesturen of burgemeester en wethouders een advies wensen over een onderwerp waarop het op overeenstemming gerichte overleg van toepassing is, maken ze dit uiterlijk kenbaar in het bestuurlijk overleg waarin het onderwerp in finale zin aan de orde is. Dit gebeurt aan de hand van een schriftelijk gemotiveerde omschrijving van het onderwerp waarover het advies wordt verwacht. Hierbij wordt tevens het verband aangegeven tussen het onderwerp en de vrijheid van richting en de vrijheid van inrichting van het onderwijs.

2Alle vertegenwoordigers krijgen in het bestuurlijk overleg de gelegenheid hun zienswijzen naar voren te brengen over het verzoek om advies. In dit overleg zal door burgemeester en wethouders tevens worden aangegeven of en zo ja in welke mate het algemeen en/of onderwijsbelang naar het oordeel van het college zich verzet tegen de onder lid 5 genoemde opschorting van besluitvorming door de gemeenteraad.

3Burgemeester en wethouders zijn belast met de indiening van een verzoek om advies. Zij doen dit uiterlijk twee weken na afloop van het overleg. Daarbij informeren zij tevens de onderwijsraad over de in het tweede lid bedoelde zienswijzen voorzover deze afwijken van de inhoud van het verzoek.

4De wettelijke termijn voor het uitbrengen van het advies wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de onderwijsraad burgemeester en wethouders uitnodigt het verzoek voor het uitbrengen van het advies aan te vullen met de gegevens die hij nodig heeft voor een goede vervulling van zijn taak, tot de dag waarop het verzoek is aangevuld.

5De raad neemt gedurende de termijn voor het uitbrengen van het advies geen besluit over het onderwerp waarover advies is gevraagd.

6Burgemeester en wethouders zenden zo spoedig mogelijk een afschrift van het uitgebrachte advies toe aan alle schoolbesturen. Bij de toezending van het afschrift van het advies worden de schoolbesturen uitgenodigd voor een nader bestuurlijk overleg.

7Het overleg als bedoeld in het vorige lid vindt binnen twee weken plaats nadat de onderwijsraad zijn advies heeft uitgebracht. Burgemeester en wethouders informeren de raad over dit overleg in de vorm van een aanvulling op het verslag als bedoeld in artikel 10.

Artikel 10. Verslaglegging; informeren raad

1De secretaris van het bestuurlijk overleg lokaal onderwijsbeleid Huizen maakt een verslag van de vergadering van het overleg.

2Het verslag bevat een overzicht van de besproken onderwerpen, waarbij per onderwerp wordt aangegeven: a. of het bepaalde in artikel 2, derde lid, onder a of b, van toepassing is; b. of volledige, geen volledige of geen overeenstemming is bereikt; c. de in het overleg door de deelnemers naar voren gebrachte zienswijzen en – indien van toepassing - de zienswijzen als bedoeld in artikel 5, derde lid; d. de door de portefeuillehouder onderwijs in het overleg toegezegde wijzigingen in het oorspronkelijke voorstel. Indien artikel 9, eerste lid, van toepassing is, wordt hiervan eveneens een weergave opgenomen in het verslag.

3Het concept van het verslag wordt voor commentaar toegezonden aan de vertegenwoordigers van de schoolbesturen die hebben deelgenomen aan het bestuurlijk overleg. De schoolbesturen die niet hebben deelgenomen aan het overleg ontvangen het concept ter kennisneming. Binnen 10 dagen na toezending van het verslag maken de schoolbesturen die hebben deelgenomen aan het overleg hun eventuele opmerkingen over het conceptverslag schriftelijk kenbaar. Vervolgens stellen burgemeester en wethouders het verslag vast.

4Het vastgestelde verslag wordt toegezonden aan de vertegenwoordigers van de schoolbesturen. Binnen één week na de dag van verzending hiervan kunnen de schoolbesturen die deelnamen aan het overleg schriftelijk en gemotiveerd kenbaar maken dat de door hen gemaakte opmerkingen bij het concept niet naar tevredenheid zijn verwerkt in het vastgestelde verslag. Deze reacties worden als bijlagen gehecht aan het vastgestelde verslag.

5Burgemeester en wethouders brengen het verslag met de eventuele bijlagen, zoals bedoeld in het vierde lid, gelijktijdig met een voorstel over een onderwerp, zoals aangegeven in artikel 2, lid 3, ter kennis van de gemeenteraad. Voorzover door burgemeester en wethouders is afgeweken van de in het bestuurlijk overleg naar voren gebrachte zienswijzen, zoals weergegeven in het vastgestelde verslag, wordt hiervan in het voorstel aan de raad melding gemaakt. Daarbij worden de redenen voor het niet of niet geheel overnemen van deze zienswijzen vermeld.

Artikel 11. Heropening overleg

1Indien uit het advies van de betrokken raadscommissie over het voorgenomen voorstel aan de raad over een onderwerp blijkt dat de meerderheid van de raadscommissie of een deel van de raadscommissie dat volgens burgemeester en wethouders geacht wordt een meerderheid in de raad te vertegenwoordigen, van oordeel is dat het voorstel inhoudelijk bijstelling behoeft, dan kan een heropening van het overleg plaatsvinden. Burgemeester en wethouders beslissen daarover. Zij heropenen het overleg in ieder geval indien de inhoudelijke bijstelling betrekking heeft op een onderwerp als bedoeld in artikel 2, derde lid, onder a, waarover overeenstemming in het bestuurlijk overleg was bereikt.

2Indien burgemeester en wethouders het overleg heropenen, dan roepen zij het bestuurlijk overleg zo spoedig mogelijk bijeen, doch uiterlijk vóór het moment waarop de raad een definitief besluit neemt over het onderwerp. In dit overleg hebben de vertegenwoordigers de gelegenheid hun zienswijze te geven op het oordeel van de raadscommissie. Burgemeester en wethouders informeren de raad over het resultaat van dit overleg in de vorm van een aanvulling op het verslag als bedoeld in artikel 10. De raad betrekt de in dit aanvullend verslag neergelegde zienswijzen bij zijn definitieve besluitvorming over het onderwerp.

Artikel 12. Beslissing burgemeester en wethouders in gevallen waarin de verordening niet voorziet

In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslissen burgemeester en wethouders, gehoord de vertegenwoordigers van de schoolbesturen in het bestuurlijk overleg lokaal onderwijsbeleid Huizen.

Artikel 13. Wijziging van onderhavige verordening

Een wijziging van onderhavige verordening is onderwerp van op overeenstemming gericht overleg als bedoeld in artikel 2, lid 3, onder a, waarop de dienovereenkomstige artikelen in de verordening van toepassing zijn.

Artikel 14. Citeertitel; inwerkingtreding

1De verordening kan worden aangehaald als: verordening overleg lokaal onderwijsbeleid gemeente Huizen.

2Deze verordening treedt, onder gelijktijdige intrekking van de door de gemeenteraad op 11 december 1997 vastgestelde verordening overleg lokaal onderwijsbeleid Huizen, inwerking met ingang van de dag na de bekendmaking

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.