Aanhef
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Huizen houdende regels inzake mandaat, gelet op:
•Algemene Subsidieverordening Huizen 2025;
•artikel 156 lid 3 van de Gemeentewet;
•afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht:
Besluiten:
vast te stellen het navolgende Mandaatbesluit subsidieverlening Regio Gooi en Vechtstreek — verhuisbijdrage (Pilot Doorstroompakket)
Artikel 1. Definities
a) Bestuursorgaan: het college.
b) College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Huizen.
c) Dagelijks bestuur: dagelijks bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek.
d) Machtiging: de bevoegdheid om namens het bevoegde bestuursorgaan handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke handeling zijn.
e) Mandaat: de bevoegdheid om namens het college besluiten te nemen, als bedoeld in afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht.
f) Regio Gooi en Vechtstreek: het openbaar lichaam Regio Gooi en Vechtstreek.
g) Volmacht: de bevoegdheid om namens het bevoegde bestuursorgaan privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten.
Artikel 2. Mandaat
1Het college verleent aan het dagelijks bestuur mandaat tot het nemen van besluiten op grond van de Algemene subsidieverordening en de subsidieregeling Pilot Doorstroompakket, hieronder in elk geval begrepen het verlenen, vaststellen en weigeren van subsidie inclusief de bijbehorende handelingen voor de voorbereiding, bekendmaking en uitvoering.
2Het dagelijks bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek wordt door het college gemandateerd om ten aanzien van de besluiten zoals genoemd in lid 1 van dit artikel de beslissingen op bezwaar te nemen.
Artikel 3. Toepasselijk beleid
1Het dagelijks bestuur neemt bij de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden de door het college vastgestelde beleidskaders en beleidsregels in acht, waaronder de Subsidieregeling verhuisbijdrage, tenzij het tweede lid van dit artikel van toepassing is.
2Indien het dagelijks bestuur op zwaarwegende gronden voornemens is af te moeten wijken van de beleidskaders of beleidsregels, bedoeld in het eerste lid, treedt j hierover vooraf in overleg met het college.
Artikel 4. Instructies
1Het dagelijks bestuur neemt bij de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden algemene instructies en instructies per geval van het college in acht, bedoeld in artikel 10:6, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht.
2Het college verstrekt het dagelijks bestuur alle inlichtingen die nodig zijn voor het nemen van de in artikel 2 genoemde besluiten, waaronder het adres, postcode en woonplaats van de aanvrager van een verhuisbijdrage.
Artikel 5. Ondermandaat
1Het dagelijks bestuur is bevoegd ondermandaat te verlenen.
2Op ondermandaat zijn de bepalingen van dit besluit van overeenkomstige toepassing.
3Het verlenen van ondermandaat geschiedt schriftelijk.
Artikel 6. Terugkoppeling
1De mandaathouder draagt er zorg voor dat er terugkoppeling aan het bestuursorgaan plaatsvindt voordat een besluit wordt genomen, indien:
a.het bestuursorgaan dit kenbaar heeft gemaakt;
b.het besluit of (rechts)handeIing als politiek, bestuurlijk of anderszins gevoelig wordt aangemerkt;
c.de aangelegenheid tot kritische berichtgeving in de media heeft geleid dan wel in verband met de aard van de aangelegenheid redelijkerwijs moet worden afgenomen dat dit kan gebeuren.
2Inkomende klachten (op grond van hoofdstuk 9 Awb) worden gemeld aan het college;
3Het bestuursorgaan verliest de bevoegdheid om zelf het besluit te nemen niet en kan dit ook te allen tijde doen.
Artikel 7. Ondertekening
1De bevoegdheid om in mandaat beslissingen te nemen impliceert de bevoegdheid tot ondertekening namens het bestuursorgaan, tenzij dit anders is geregeld.
2De stukken worden als volgt ondertekend: namens het college, gevolgd door functieaanduiding, ondertekening en naam
3Indien en voor zover sprake is van een bevoegdheid verkregen ih ondermandaat wordt door de gemandateerde de naam van de ondermandaatgever in de stukken genoemd.
Artikel 8. Volmacht en machtiging
Voor de toepassing van deze regeling en de daarop berustende bepalingen worden met mandaat gelijkgesteld de verlening van volmacht en machtiging, tenzij de aard van de betreffende bevoegdheid zich daartegen verzet. De volmacht en machtiging zien uitsluitend op werkzaamheden en aangelegenheden op het werkterrein van de gemandateerde, die aansluiten bij en samenhangen met de werkzaamheden waarvoor door het oorspronkelijke bestuursorgaan een mandaat is verstrekt.
Artikel 9. Inwerkingtreding
Dit besluit wordt na vaststelling zo spoedig mogelijk bekendgemaakt in het Gemeenteblad en treedt na bekendmaking in werking met terugwerkende kracht per 1 juli 2025.
Artikel 10. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als "Mandaatbesluit subsidieverlening verhuisbijdrage Regio Gooi en Vechtstreek".