3. Visie en beleid
3.2 Beleidsdoelstellingen en bijbehorende beleidsmaatregelen
3.2.1 Verkeersveiligheid en bereikbaarheid
Beleidsdoelstellingen:
1Ook in winterse omstandigheden wordt de verkeersveiligheid, bereikbaarheid en de economische en maatschappelijke voortgang optimaal gewaarborgd.
2Hierbij is er een ruime keuzevrijheid voor inwoners en bezoekers als het gaat om de keuze voor vervoermiddel (auto, fiets, openbaar vervoer). Omdat fietsers kwetsbaarder zijn in het verkeer, is de berijdbaarheid van fietspaden in winterse omstandigheden extra belangrijk.
3Voor 90% van alle huizen in de gemeente Huizen is in normale winterse omstandigheden binnen 350 meter een gestrooide route bereikbaar.
Dat willen we bereiken met de volgende beleidsmaatregelen:
1Preventief strooien waar het kan, curatief strooien wanneer dit niet volstaat. Dit ter beoordeling van de diagnoseambtenaar.
2De gemeente Huizen houdt de CROW richtlijn organisatie en bestrijding van wintergladheid aan.
De richtlijnen en richttijden voor een strooiactie uit deze CROW richtlijn zijn weergegeven in bijlage 3 van dit beleidsplan. Binnen de bebouwde kom bedraagt de richttijd voor het preventief en curatief strooien van de gebiedsontsluitingswegen, busroutes en vrij liggende fietspaden 3,5 uur. Buiten de bebouwde kom bedraagt de richttijd voor het preventief en curatief strooien van gebiedsontsluitingswegen en vrij liggende fietspaden 3 uur.
Bij preventieve strooiacties moet er verder naar gestreefd worden dat zowel de uitruktijd
1De tijd tussen het moment waarop wordt besloten om tot een actie over te gaan en het moment waarom een strooiauto de poort van de gemeentewerf verlaat.
als de actietijd
2De tijd tussen het moment waarop een strooiauto de gemeentewerf verlaat en het moment dat de laatste vierkante meters gestrooid zijn.
afzonderlijk niet meer bedraagt dan 2 uur volgens de CROW. Twee uur vooraf kan namelijk pas met zeer grote waarschijnlijkheid voorspeld worden waar en wanneer het wegdek glad wordt. Om te voorkomen dat midden in de nacht wordt opgeroepen tot strooien, kan vanuit Arbo-omstandigheden overigens besloten worden om eerder te strooien, ook al is er dan minder zekerheid of de strooiactie terecht wordt uitgevoerd.
3Het stellen van de volgende prioriteiten:
Prioriteit 1: hoofdroutes
Preventief wordt gestrooid op 5 hoofdroutes, die onder normale winterse omstandigheden begaanbaar moeten zijn. Deze routes hebben de hoogste prioriteit.
Hieronder vallen:
-Gebiedsontsluitingswegen autoverkeer (uit het mobiliteitsplan)
-Hoofdroutes hulpdiensten
-Busroutes inclusief bushavens en het busstation
-Doorgaande fietsroutes woon-werk en naar scholen
-Toegangswegen naar bedrijventerrein ’t Plaveen, winkelcentra en scholen
-Wijkverbindingswegen (binnen de bebouwde kom), waar het strooien eraan bijdraagt dat voor 90% van de woningen een strooiroute binnen 350 meter bereikbaar is.
-Marktpleinen (alleen voorafgaande aan marktdag)
3Twee routes worden door een vrachtwagen gereden (vooral hoofdwegen en hoofdroutes hulpdiensten), de overige drie routes worden gereden door kleinere voertuigen (vooral fietspaden en wijkverbindingswegen).
Bij extreme omstandigheden, zoals zware sneeuwval of ijzel, geldt een inspanningsverplichting om de bovengenoemde wegen zo snel mogelijk begaanbaar te maken. Het strooien van overige wegen met een lagere prioriteit vervalt zo lang de hoofdroutes nog niet begaanbaar zijn.
Prioriteit 2: verzamelroutes
Wanneer de hoofdroutes goed en veilig begaanbaar zijn én wanneer er na de spits nog sprake is van gladheid, worden de verzamelroutes gestrooid. Dit zijn ontsluitingsroutes en verbindingswegen in woonwijken (zoals aangegeven in het mobiliteitsplan) en wegen richting instellingen en woonzorgcentra, voor zover ze nog niet onder prioriteit 1 vallen. Deze routes worden alleen gedurende kantoortijden gestrooid.
Geen gladheidbestrijding
Op alle overige locaties, zoals trottoirs, niet openbare terreinen en woonstraten vindt geen gladheidbestrijding plaats door de gemeente. Hier stimuleert de gemeente gladheidbestrijding door ondernemers, instellingen en inwoners. Voor onder meer scholen heeft de gemeente strooibakken met zout ter beschikking gesteld.
4Strooien op bijzondere plekken en onder bijzondere omstandigheden
Handmatig strooien bruggen
Bij fietsbruggen wordt handmatig gestrooid door medewerkers van de Tomingroep gedurende de dagperiode, wanneer het dan nog glad is. Dit is dan de eerste taak, die die dag wordt opgepakt.
Begraafplaats
Het hoofdpad naar de aula wordt sneeuw- en ijsvrij gehouden en voorafgaande aan begraafplechtigheden wordt het betreffende graf bereikbaar gemaakt.
Gladheidbestrijding bij langdurig winters weer
Wanneer er gedurende ten minste drie dagen winters weer optreedt (met neerslag of met extreem lage temperaturen), is er meer inzet nodig voor de bestrijding van gladheid. Zodra de hoofdroutes (prioriteit 1) ijsvrij zijn gemaakt gaat de bestrijding gedurende kantoortijden door op de routes, die onder prioriteit 2 vallen.
Gladheidbestrijding bij kortdurend extreem winters weer
Wanneer er gedurende een (korte) periode extreem winters weer (veel sneeuwval en/of lage temperatuur) optreedt, worden alleen de hoofdroutes (prioriteit 1) curatief sneeuw- en ijsvrij gemaakt. Er is dan geen tijd voor gladheidbestrijding op andere plekken in de gemeente Huizen.
Wanneer het door de extreme weersomstandigheden zelfs niet meer goed mogelijk is om alle hoofdroutes (prioriteit 1) voldoende begaanbaar te maken en te houden, dan kan de gladheidscoördinator besluiten hiervan alleen de gebiedsontsluitingswegen autoverkeer, de OV-routes en de hoofdroutes hulpdiensten uit het mobiliteitsplan begaanbaar te maken. Bovengenoemde wegen (voornamelijk hoofdroute 1 en 2) worden dan elk met twee voertuigen begaanbaar gemaakt, zodat de doorgang van het verkeer hier zo goed mogelijk gewaarborgd wordt.
Wanneer dit noodscenario in werking treedt, worden inwoners hierover geïnformeerd via de gebruikelijke kanalen (twitter, social media, website). Pas wanneer bovengenoemde wegen begaanbaar zijn, worden de overige hoofdroutes binnen prioriteit 1 begaanbaar gemaakt.
5Beheersgerichte inrichting van fietspaden
Bij de aanleg van nieuwe fietspaden of het renoveren van bestaande fietspaden maken we ze (beter) begaanbaar voor de voertuigen van de gladheidbestrijding: zo min mogelijk obstakels, ruime bochtstralen en met een zodanige fundering, dat ze het gewicht van de voertuigen voor gladheidbestrijding kunnen dragen.
Raakvlakken overige processen rondom verkeersveiligheid in relatie tot vorst.
-Ernstige vorstschade aan wegen wordt via een MOR doorgegeven aan de assetmanager wegen, die zorgt voor provisorisch herstel van het wegdek.
-In maart worden de hoofdwegen geschouwd. Waar nodig wordt het wegdek hersteld.
3.2.2 Strooimiddelen, diagnosestelling, materieel en personeel
Beleidsdoelstellingen
1De voorraad strooimiddel aan het begin van het winterseizoen is bij gemiddelde omstandigheden ruim voldoende voor het hele seizoen.
2Aan de hand van de gegevens uit Roadmaster en de adviezen van meteoconsult is de gemeente Huizen zelf in staat om het lokale risico op het ontstaan van gladheid te beoordelen en aan de hand daarvan inzet voor gladheidbestrijding te bepalen.
Uitgangspunten:
1In aanvulling op meteoconsult behoudt de gemeente Huizen een eigen meetpunt om de lokale situatie met betrekking tot (ontstaan van) gladheid goed in beeld te hebben.
2Er is voldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar.
3Er is voldoende materieel (wagens en strooiers en pekelinstallatie) beschikbaar, dat voldoet aan de daarvoor gestelde eisen en dat technisch in goede staat is.
4Het strooizout voldoet aan de eisen van de Standaard RAW Bepalingen (artikelen 50.46.01 en 50.46.02). Dit is geregeld via de regionale inkoop van het strooizout.
5Er is ten minste één reservevoertuig en één extra strooier aanwezig, die bij uitval van één van de andere voertuigen of strooiers kunnen worden ingezet.
6Bij reguliere vervanging voldoet het nieuwe materieel aan innovaties, die een positieve invloed hebben op de veiligheid van de medewerkers en de vermindering van de hoeveelheid strooizout (gunstig voor kosten en milieu). Hierbij wordt in bijvoorbeeld gedacht aan volautomatische systemen.
Beleidsmaatregelen:
1Strooimiddel
Momenteel bedraagt de voorraad zout aan het begin van het winterseizoen 200 ton. Dat is voldoende voor zo’n 30 uitrukbeurten. Dit strooizout wordt overdekt op de gemeentewerf opgeslagen. De vorige beleidsperiode is gebleken dat deze voorraad bij gemiddelde omstandigheden ruimschoots voldoende is om de winter door te komen. Dit past bij de visie van de gemeenteHuizen om voor zekerheid te kiezen. Zo is er in vrijwel elke winter altijd voldoende eigen voorraad. Bijkomend voordeel is dat de inkoopprijs in de zomer altijd lager is dan in de winter. Om te voorkomen dat er bij een lange periode van winters weer toch een zouttekort ontstaat, is er bij de leverancier een strategische voorraad van 150 ton voor de gemeente Huizen beschikbaar (tegen een hoger tarief).
zoutopslag, eigen foto gemeente Huizen
In het hypothetische geval dat er ondanks deze maatregelen zouttekort ontstaat, worden alleen de noodroutes gereden. Dit wordt dan gecommuniceerd via de lokale media.
Wanneer er landelijk tekort aan strooizout ontstaat, kan de verantwoordelijke minister besluiten om zoutloketten in te stellen. Hiermee worden actuele gegevens van de strooizoutvoorraden van de verschillende wegbeheerders verzameld. Aan de hand van gezamenlijk gemaakte afspraken worden beslissingen genomen over de verdeling. Het zout blijft in depot bij de wegbeheerder die erover gaat; het zoutloket verdeelt als dat nodig is het zout op afstand.
2Materieel en systemen
Bij de gladheidbestrijding maakt de gemeente gebruik van eigen materieel: voertuigen, strooiers, ploegen, borstels en een pekelinstallatie. Daarnaast beschikt de gemeente over systemen, die helpen bij het beoordelen van het ontstaan van mogelijke gladheid, de noodzaak om deze te bestrijden en het in beeld brengen van routes en waar chauffeurs zich bevinden. In het gladheidbestrijdingsplan wordt hier nader op ingegaan. Alle voor de gladheidbestrijding gebruikte voertuigen worden ook voor andere doelen ingezet, zoals straatreiniging. Dit betekent dat bedrijfszekerheid van het materieel erg belangrijk is: goed onderhoud en tijdige vervanging.
3Personeel
Gladheidbestrijding wordt in Huizen door eigen personeel uitgevoerd. Dit betekent een extra belasting naast de reguliere werkzaamheden. Bij het inplannen van personeel houdt de coördinator rekening met de wettelijk vastgelegde maximale rij- en werktijden van de Arbeidstijdenwet. Dat betekent dat er voldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar moet zijn om te bepalen of en hoe de gladheidbestrijding moet worden uitgevoerd (diagnose ambtenaren). Ook moeten er voldoende gekwalificeerde medewerkers voor het uitvoeren van de gladheidbestrijding zijn. Het rooster voor de gladheidbestrijding buiten kantooruren wordt opgesteld in overeenstemming met de Arbowet en de Arbeidstijden wet. Tijdens de kantooruren is de gladheidbestrijding een taak van het team Service & Omgevingsbeheer.
Gelet op de verkeersveiligheid en het kunnen voldoen aan de CROW-richttijden, is het belangrijk dat de medewerkers gladheidbestrijding dicht bij de gemeente Huizen wonen. Uitgangspunt is een rijtijd van maximaal 30 minuten tussen woning en gemeentewerf (in normale omstandigheden).
Het gebruik van strooizout en materieel brengt veiligheidsrisico’s met zich mee voor het personeel. Voorafgaande aan het winterseizoen worden daarom onderstaande zaken (op maat) besproken met de medewerkers gladheidbestrijding.
-Bedienen van en werken met gladheidbestrijdingsmaterieel (inclusief opbouwen)
-Onveilige situaties, die tijdens het strooien kunnen optreden
-De te strooien hoeveelheden zout
-Controleren van doseerinstellingen
-Aanwezigheid en gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen
-Doornemen routes (oefendagen)
Meer details hierover zijn te vinden in het uitvoeringsplan gladheidbestrijding.
3.2.3 Communicatie
Goede en tijdige communicatie over gladheidbestrijding zorgt ervoor dat weggebruikers bij winters weer beter voorbereid de weg op gaan en minder snel voor verrassingen komen te staan.
Beleidsdoelstellingen
1De gemeente communiceert actief over het gladheidbestrijdingsbeleid en het gladheidbestrijdingsplan met de daarbij horende strooiroutes, zodat weggebruikers weten wat ze kunnen verwachten.
2Input van eigen medewerkers en externen gladheidsbestrijding wordt actief opgevraagd en betrokken bij de jaarlijkse evaluatie en het zo nodig bijstellen van het gladheidbestrijdingsplan.
Beleidsmaatregelen:
1De strooiroutes zijn vermeld op de website van de gemeente Huizen, zie Gladheidbestrijding | Gemeente Huizen. Daarnaast informeert de gemeente de inwoners elk jaar aan het begin van het winterseizoen dat de gladheidbestrijding start.
2Bij gladheid informeert de gemeente inwoners dat er gestrooid wordt via het twitteraccount Gladheid Huizen (@Gladheid_Huizen) / Twitter.
3Wanneer het noodscenario bij extreme weersomstandigheden van kracht wordt, worden inwoners hierover geïnformeerd via de gebruikelijke kanalen (twitter, social media en website).
4De belangrijkste stakeholders (omliggende wegbeheerders, hulpdiensten en Transdev) worden jaarlijks in de gelegenheid gesteld om input te geven op de gladheidbestrijding en het gladheidbestrijdingsplan.
5De gemeente informeert verschillende organisaties jaarlijks actief over het uitvoeringsplan gladheidbestrijding met bijbehorende strooiroutes, zoals bijvoorbeeld ondernemers- en winkeliersverenigingen, verzorgingstehuizen, de fietsersbond en scholen.
6Klachten en meldingen over gladheidbestrijdingen worden geregistreerd. Ze bieden inzicht in de vragen en knelpunten bij inwoners en komen zowel binnen via het klant en contactpunt (KCP) als via MOR-meldingen. Voor het merendeel betreft het informatieve vragen, die door de medewerkers van het KCP kunnen worden beantwoord. Bij twijfel wordt er een MOR melding gedaan.
7In reguliere gesprekken met ondernemers- en winkeliersverenigingen wordt de gemeentelijke en de eigen verantwoordelijkheid rondom gladheidbestrijding periodiek benoemd.
3.2.4 Milieu en duurzaamheid
Gladheidbestrijding brengt negatieve effecten voor het milieu met zich mee. Een deel van het strooizout komt terecht in de directe omgeving van de gestrooide wegen en kan een negatief effect hebben op de begroeiing (gele en verdorde bladranden). Uiteindelijk komt het strooizout (verdund met hemelwater) terecht in het oppervlakte- of grondwater.
De hoeveelheid zoutverbruik per strooironde is sterk verminderd sinds de gemeente is overgegaan van curatief strooien (met droog zout) naar preventief strooien (waarbij zout gemengd wordt met pekel met een zoutgehalte van 20 %). Door (met het meetsysteem) na te gaan wanneer een (nieuwe) strooiactie nodig is, is de invloed van strooizout op de (grond)waterkwaliteit zo klein mogelijk. Bij vervanging van materieel wordt nagegaan met welke innovatieve technieken de hoeveelheid strooizout verder kan worden verminderd, waarbij toch de veiligheid van weggebruikers gewaarborgd blijft.
Ook de uitlaatgassen van de strooiwagens hebben een negatieve invloed op het milieu. Bij vervanging van materieel zijn duurzaamheid en milieueffecten factoren, die medebepalend zijn bij het maken van een keuze.
Een klein deel van de strooiroutes ligt in grondwaterbeschermingsgebied. In dit gebied is het extra belangrijk om niet meer te strooien dan nodig.
Beleidsdoelstellingen:
1Gladheidbestrijding heeft een minimale invloed op het milieu.
Uitgangspunten
1Bij gladheidsbestrijding wordt aangesloten op de door de gemeente vastgestelde beleidsdoelstellingen op het gebied van duurzaamheid en circulariteit.
2De landelijke criteria voor duurzaam inkopen van Gladheidsbestrijding en het lokale duurzaamheidsbeleid wordt aangehouden.
Beleidsmaatregelen:
1Het strooizout wordt overdekt opgeslagen op een vloeistofdichte vloer
2Waar mogelijk wordt bij vervanging vanuit duurzaamheidsoogpunt gekozen voor tweedehands materieel (mits aan de technische eisen wordt voldaan).
3De diagnoseambtenaren zien erop toe dat de medewerkers gladheidbestrijding kennis hebben van de afstelling van de strooimachines en de instelling van de dosering van de hoeveelheid strooizout, zodat niet meer gestrooid wordt dan nodig.
4Zoutbestendigheid is één van de factoren, die van invloed zijn op de keuze voor beplanting langs de strooiroutes.
Bijlage 1: Begrippenlijst
Actietijd:
De tijd tussen het moment dat de strooiauto de poort van gemeentewerf verlaat en het moment dat de laatste meter van de strooiroute is gestrooid.
CROW:
Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond- Water- en Wegenbouw en de Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek.
Gladheidbestrijdingsplan
Ook wel uitvoeringsplan gladheidbestrijding genoemd. Een plan op operationeel niveau, dat jaarlijks wordt vastgesteld. Hierin staan onder meer de routes, benodigd kennisniveau medewerkers, checklists, roosters en contactgegevens van betrokkenen en stakeholders.
Hoofdroutes
Dit zijn de 5 routes, waar in normale winterse omstandigheden preventief en curatief gestrooid, geploegd en/of geborsteld wordt. De routes bestaan uit twee routes, die met vrachtwagens gereden (kunnen) worden. Deze bestrijken vooral de gebiedsontsluitingswegen uit het mobiliteitsplan. De overige drie routes bestrijken vooral de fietspaden en enkele (hoofd)wegen, die minder toegankelijk zijn voor vrachtwagens.
Hoofdwegen
Dit zijn de gebiedsontsluitingswegen autoverkeer (uit het mobiliteitsplan Huizen, dat in 2020 door de gemeenteraad is vastgesteld), waar ook de OV-routes onderdeel van zijn. Dit zijn de wegen die samen met de hoofdroutes voor de hulpdiensten bij de meest extreme weersomstandigheden (als eerste) begaanbaar gemaakt moeten worden voor verkeer (noodscenario).
Strooironde
We spreken van een strooironde, wanneer wordt uitgerukt om gladheid te bestrijden. Hierbij kan zowel sprake zijn van ploegen (schuiven), borstelen als strooien (of een combinatie hiervan).
Uitruktijd
De tijd tussen het moment waarop wordt besloten om te strooien en het moment dat de laatste strooiauto de poort van de gemeentewerf verlaat.
Winter, winterperiode, (winter)seizoen
De periode dat wordt ingezet op gladheidbestrijding. Deze loopt elk jaar van 1 november tot 1 april.
Bijlage 2: Overige (wettelijke) kaders bij gladheidbestrijding
Wegenverkeerswet:
De zorgplicht in de Wegenverkeerswet is vastgelegd in artikel 2, lid 1:
De krachtens deze wet vastgestelde regels kunnen strekken tot:
a.het verzekeren van de veiligheid op de weg;
b.het beschermen van weggebruikers en passagiers;
c.het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
d.het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer.
Wegenwet
De zorgplicht in de Wegenwet is geregeld in hoofdstuk IV in artikel 15 lid 1:
Het Rijk, de provincie, de gemeente en het waterschap is verplicht een weg te onderhouden, wanneer dat openbare lichaam die tot openbare weg heeft bestemd.
Gladheidbestrijding kan worden beschouwd als onderhoud, zeker in combinatie met de zorgplicht van de Wegenverkeerswet
Burgerlijk Wetboek
Aansprakelijkheid bij ongevallen als gevolg van gladheid moet beoordeeld worden op grond van het begrip onrechtmatige daad. Dit is vastgelegd in artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek:
1Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden.
2Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond.
3Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.
In het Burgerlijk wetboek, boek 6 is in artikel 174 het volgende vastgelegd:
Lid 1: De bezitter van een opstal (lees: o.a. een openbare weg) die niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen en daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert, is, wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt, aansprakelijk, tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij dit gevaar op het tijdstip van het ontstaan ervan zou hebben gekend.
Lid 2: Bij openbare wegen rust zij (lees: de aansprakelijkheid) op het overheidslichaam dat moet zorgen dat de weg in goede staat verkeert.
De Hoge Raad heeft bepaald dat op de wegbeheerder de plicht rust ervoor te zorgen dat de toestand van de weg de veiligheid van personen en zaken niet in gevaar brengt. De mate waarin aan die plicht voldaan moet worden hangt af van de functie van de weg en de verwachting die de weggebruiker heeft op grond van het feitelijke beeld van de weg.
Kortom, als het net flink heeft gesneeuwd of geijzeld, mag de weggebruiker niet verwachten dat de weg zonder beperkingen gebruikt kan worden. Als het echter een week geleden heeft gesneeuwd, mag daar redelijkerwijs wel van uit worden gegaan. Hier heeft de bestuurder ook een eigen verantwoordelijkheid.
Arbeidstijdenwet
Gladheid trekt zich niets aan van de reguliere kantooruren. Juist in de avonduren wordt vaak preventief gestrooid. Bij extreme winters kan dit voor de werknemers betekenen dat ze veel en lang ingezet worden. Daarin zijn de wettelijke voorschriften rond arbeids- en rusttijden neergelegd. De bepalingen van de wet zijn praktisch vertaald in de 'Gids arbeidstijden en gladheidbestrijding' (Evo).
Artikel 3.3.1 Arbeidstijdenwetgeving
De Arbeidstijdenwetgeving bestaat uit twee onderdelen:
1de Arbeidstijdenwet (ATW);
2het Arbeidstijdenbesluit (ATB).
Organisaties die gladheidbestrijding uitvoeren, zijn gehouden aan de voorschriften uit de ATW. In de praktijk wordt de gladheidbestrijding uitgevoerd door middel van consignatiediensten, die naast de reguliere dagdiensten worden uitgevoerd. Een consignatiedienst is, conform artikel 1:7, onder g. van de ATW, een dienst tussen twee opeenvolgende (reguliere) diensten, waarin de werknemer uitsluitend verplicht is bereikbaar te zijn om in geval van onvoorziene omstandigheden op oproep zo spoedig mogelijk de bedongen arbeid te verrichten.
Volgens de ATW, artikel 5:9 gelden voor consignatiediensten de volgende bepalingen:
-de tijd waarin een medewerken opgeroepen wordt, geldt niet als arbeidstijd;
-een werknemer mag niet langer dan 13 uur per 24 uur werken, inclusief de uren die voortkomen uit oproepen;
-per 4 weken mag een werknemer maximaal 14 dagen oproepbaar zijn;
-per 4 weken moet een werknemer minimaal tweemaal 2 aaneengesloten dagen niet werken en ook niet oproepbaar zijn.
Het Arbeidstijdenbesluit Vervoer (ATB-V) bevat aanvullingen en uitzonderingen op de ATW voor vervoerders en bestuurders. Volgens artikel 2.3:2, lid 1 van de ATB-V is voor voertuigen die gebruik worden in noodsituaties de ATB-V niet van toepassing. Voertuigen die gebruikt worden bij de gladheidbestrijding worden beschouwd als voertuigen die worden gebruikt in noodsituaties. Hierdoor geldt voor gladheidbestrijding uitsluitend de Arbeidstijdenwet. De tachograaf is daarom niet verplicht. Een chauffeursdiploma naast het groot rijbewijs is niet nodig voor strooiwagens met een massa meer dan 7.500 kg. Door weersomstandigheden kan het voorkomen dat er overdag tijdens reguliere werktijden gestrooid moet worden. De hiervoor aangewezen medewerkers zullen in dat geval hun reguliere werk onderbreken om te gaan strooien.
Arbowet
De kaders voor de arbeidsomstandigheden van het personeel zijn bepaald in de Arbowet.
Gladheidbestrijding vindt vrijwel altijd plaats onder moeilijke omstandigheden voor het uitvoerende personeel. Er wordt doorgaans gewerkt in koude omstandigheden, nachtelijke uren, op soms nog gladde wegen en fietspaden en met agressieve dooimiddelen.
De werkzaamheden kunnen, in combinatie met de reguliere werkzaamheden, leiden tot knelpunten met de Arbeidstijdenwet.
Artikel 3.3.2 Arbowet
De veiligheidsaspecten bij gladheidbestrijding hebben betrekking op het materieel en op de uitvoering. Voor de start van het strooiseizoen wordt met alle betrokkenen een startoverleg gehouden, waarin de procedures worden doorlopen
Wet bodembescherming
Artikel 10 Wet bodembescherming
Lid 1: Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de bescherming van de bodem regels worden gesteld met betrekking tot het verrichten van handelingen waarbij als nevengevolg stoffen die de bodem kunnen verontreinigen of aantasten, op of in de bodem geraken.
Lid 2: Hiertoe kunnen behoren regels met betrekking tot:
a) het toepassen van gladheidbestrijdingsmiddelen;
Gemeentelijke verordeningen
Bewoners en winkeliers zijn zelf verantwoordelijk voor het vrijhouden van stoepen. In de Algemene Plaatselijke Verordening en de Verordening Fysiek leefdomein van de gemeente Huizen staan echter geen bepalingen over het sneeuw- en ijsvrij houden van de stoepen. De reden is de beperkte handhaafbaarheid.
CROW richtlijn Organisatie en bestrijding van wintergladheid
De CROW richtlijn Organisatie en bestrijding van wintergladheid is een leidraad geweest bij het opstellen van het gladheidbestrijdingsbeleid van de gemeente Huizen. Deze leidraad wordt zo veel mogelijk aangehouden/gevolgd.
Bijlage 3: Richtlijnen voor wegen (tabel 5 t/m 7 hfst. 9 CROW)
Tabel 5. Richtlijnen voor wegen buiten de bebouwde kom
Categoriën
Maximum-snelheid (km/h)
Kenmerken
Prioriteit
Gladheid door bevriezing
Gladheid door condensatie
Gladheid door neerslag
Nationale stroomweg
130/120/ 100/80
autosnelweg
hoog
preventief
preventief
preventief en curatief (2 uur)*
Regionale stroomweg
100
autoweg, vluchtvoorzieningen, fysieke rijbaanscheiding, doorgetrokken kantmarkering, ongelijkvloerse kruisingen
hoog
preventief
preventief
preventief en curatief (2 uur)
Gebieds- ontsluitingsweg I en II
80
2×2 of 2*1 rijstroken, rijbaanscheiding, gelijkvloerse kruisingen, onderbroken kantmarkering
hoog
preventief
preventief
preventief en curatief (3 uur)
Erftoegangsweg I en II
60
1rijloper, fiets op de rijbaan
middel
preventief
preventief
preventief en curatief (4 uur)
Vrijliggend fietspad
40
door tussenberm gescheiden van rijbaan of met eigen tracé, bestemd voor fietsers en snorfietsers
hoog
preventief
preventief
preventief en curatief (3 uur)
* Rijkswaterstaat hanteert voor nationale stroomwegen een grens van 1,5 uur als maximale actietijd.
Tabel 6. Richtlijnen voor wegen binnen de bebouwde kom
Categorie
Maximum-snelheid (km/h)
Kenmerken
Prioriteit
Gladheid door bevriezing
Gladheid door condensatie
Gladheid door neerslag
Gebieds-
ontsluitingsweg
70/50
2×1 of 2×2 rijstroken, rijbaanscheiding, onderbroken kantmarkering, geen fiets op de rijbaan, bromfiets op de rijbaan (50 km/h), gesloten verharding
hoog
preventief
preventief
preventief en curatief (3,5 uur)
Erftoegangsweg
30
1rijloper, geen rijbaanscheiding, geen kant- en asmarkering, fiets en bromfiets op rijbaan, bij voorkeur open verharding
laag
curatief (48 uur)*
curatief (48 uur)*
Curatief (48 uur)*
Vrijliggend fietspad
30
door tussenberm gescheiden van rijbaan of met eigen tracé, bestemd voor fietsers en snorfietsers
hoog
preventief
preventief
preventief en curatief (3,5 uur)
Busbaan / busstrook
50
rijbaan/rijstrook voor bussen van het openbaar vervoer en eventueel andere daarop toegelaten voertuigen
hoog
preventief
preventief
preventief en curatief (3,5 uur)
* Op erftoegangswegen, woonerven en parkeervoorzieningen binnen de bebouwde kom wordt alleen curatief gestrooid bij langdurige gladheid. Wanneer de gladheid zich slechts enkele uren voordoet, wordt op deze categorieën wegen niet gestrooid.
Tabel 7. Aanbevelingen voor verschillende wegcategorieën binnen de bebouwde kom
Categorie
Maximum-snelheid (km/h)
Kenmerken
Prioriteit
Gladheid door bevriezing
Gladheid door condensatie
Gladheid door neerslag
Winkelgebied
5
winkelcentrum, voetgangersgebied in stadscentrum
hoog/ middel
curatief (3 uur)**
curatief (3 uur)**
curatief (3 uur)*
Erf
5
gebied waar verblijfsfunctie domineert, aangeduid door bord G5 (RVV 1990)
laag
curatief (48 uur)*
curatief (48 uur)*
curatief (48 uur)*
Parkeer- voorzieningen
5
openbare parkeervoorzieningen
laag
curatief (48 uur)*
curatief (48 uur)*
curatief (48 uur)*
Speciale bestemmingen
50/30/5
wegen, fietspaden en voetpaden ter ontsluiting van belangrijke openbare voorzieningen (ziekenhuis, politiebureau, brandweer, gemeentehuis, bibliotheek, bejaardenhuis, scholen)
middel
wegen preventief, voetpaden curatief (3 uur)**
wegen preventief, voetpaden curatief (3 uur)**
wegen preventiefvoetpaden curatief (3 uur)*
* Op erftoegangswegen, woonerven en parkeervoorzieningen binnen de bebouwde kom wordt alleen curatief gestrooid bij langdurige gladheid. Indien de gladheid zich slechts enkele uren voordoet, wordt op deze categorieën wegen niet gestrooid.
Bijlage 4: Financiële staat gladheidbestrijding
In onderstaand overzicht zijn alleen de kostenplaatsen opgenomen, die uitsluitend betrekking hebben op gladheidbestrijding. Personeelskosten en kosten voertuigen (die slechts voor een klein deel worden ingezet bij gladheidbestrijding) ontbreken daarom.
Kosten-plaats
Omschrijving
2022
2023
2024
2025
2026
2027
210500*
Gladheidbestrijding vast
35.430
35.430
35.430
35.430
35.430
35.430
licentie- en abonnementskosten
reparaties, regulier onderhoud en keuring materieel, aanschaf klein materieel
Inkoop en strategische voorraad zout
Inhuur personeel en materieel derden
vergoeding schade derden
215010**
Gladheidbestrijding Aanschaf (groot) materiaal
176.738
194.523
22.105
4.480
-
11.800
* Dit budget is jaarlijks beschikbaar en vervalt aan het eind van het jaar
** Dit betreft reserveringen voor de vervanging van strooiers; niet besteed budget kan worden doorgeschoven
Bijlage 5: Evaluatie beleidsplan gladheidbestrijding 2011-2020
Preventief strooien als uitgangspunt vanaf 2011
In het beleidsplan gladheidbestrijding 2011-2020 is als uitgangspunt gekozen voor preventieve gladheidbestrijding in plaats van curatieve bestrijding. Curatieve bestrijding gebeurt alleen nog wanneer preventieve bestrijding niet volstaat. Dit bleek een goede keuze:
-hogere veiligheid voor weggebruikers;
-preventief strooien is minder belastend voor het milieu en is gunstig voor de zoutkosten, doordat er minder zout nodig is;
-de werkzaamheden zijn beter planbaar en de fysieke belasting van het personeel is minder, doordat er vaker in de avonduren in plaats van midden in de nacht gewerkt kan worden;
-de routes zijn (nog) veilig begaanbaar wanneer er preventief wordt gestrooid (betere werkomstandigheden medewerkers gladheidbestrijding).
Het ontstaan van gladheid is in de regel goed vooraf voorspelbaar: met een sensor op het koudste punt van Huizen wordt vanaf 2011 niet alleen de (weg)temperatuur gemeten, maar ook de geleiding, waarmee het nog aanwezige zoutgehalte op de weg bepaald wordt. Daarnaast is de gemeente Huizen vanaf 2011 aangesloten op het systeem Roadmaster van meteoconsult. Daarmee kan de verantwoordelijke diagnoseambtenaar aan de hand van indicatoren (verwachte temperatuur (wegdek), soort en mate van verwachte neerslag en/of mist) vooraf inzicht krijgen in de kans en het moment van optreden van gladheid.
De afgelopen jaren trad gladheid vooral op in de avond- en nachtperiode. In de meeste gevallen volstond het om de hoofdroutes (prioriteit 1) te strooien. Na de spits bleek de gladheid meestal weg te zijn. Dan is het niet nodig om ook de routes binnen prioriteit 2 (o.a. buurtontsluitingswegen en wegen naar grotere woonzorgcentra) te strooien.
Gladheidbestrijding begraafplaats
In het vorige beleidsplan is vanuit een politieke wens ook gladheidbestrijding op de gemeentelijke begraafplaats opgenomen, ook al is dit geen wettelijke verplichting vanuit de zorgplicht. Het is gebleken dat de huidige acties op de begraafplaats binnen de bestaande formatie en met het bestaande materieel uitgevoerd kunnen worden: het hoofdpad naar de aula wordt sneeuw- en ijsvrij gehouden en voorafgaande aan begraafplechtigheden wordt het betreffende graf bereikbaar gemaakt (met kleine strooiers en handmatig). Deze werkwijze willen we dan ook behouden voor de komende beleidsperiode.
JEWEL
In 2021 heeft de gemeente het systeem JEWEL aangeschaft, dat onder andere door de chauffeurs van de gladheidbestrijding gebruikt wordt voor de navigatie van een strooiroute. Hierdoor is de inwerktijd voor een nieuwe chauffeur korter. Daarnaast wordt in JEWEL geregistreerd welke strooiroute wanneer is gereden. Daardoor kan de gemeente eenvoudig aantonen dat aan de zorgplicht is voldaan. Ook is dan tijdens het strooien goed zichtbaar wie waar rijdt. Dit moet de komende jaren wel nog geoptimaliseerd te worden.
Wegennetwerk
De afgelopen jaren zijn er geen veranderingen in het hoofdwegennetwerk geweest, die invloed hebben op de strooiroutes. De belangrijkste verandering is dat nieuwe fietspaden veelal breder dan voorheen worden aangelegd en dat het vanuit het oogpunt van mobiliteit en duurzaamheid steeds belangrijker wordt om doorgaande fietsroutes ook ijsvrij te houden. De hoofdfietspadenstructuur is weergegeven in het mobiliteitsplan Huizen (2020).
Strooiroutes
Bij de overgang van curatief naar preventief strooien, is het aantal strooiroutes van 6 naar 4 gegaan. Sindsdien is de lengte van de te strooien fietsroutes groter geworden, omdat onder andere de doorgaande fietsroute in het Bad Vilbelpark is opgenomen in de strooiroutes binnen prioriteit 1. Strooien op (doorgaande) fietspaden is belangrijk omdat fietsers kwetsbaar zijn in het verkeer.
Door de uitbreiding bedraagt de strooitijd van één van de fietsroutes fors langer dan de CROW-norm “Organisatie en bestrijding van wintergladheid”. Eén van de fietsstrooiroutes kan namelijk ook preventief onder normale omstandigheden niet binnen 2,5 uur gestrooid worden, terwijl de aanbevolen actietijd conform de CROW maximaal 2 uur bedraagt. Dit betekent dat de diagnose ambtenaar en de drie overige chauffeurs moeten wachten tot de laatste chauffeur terugkeert. Dit is nodig omdat er zich bij het strooien altijd onvoorziene omstandigheden voor kunnen doen (vastrijden, uitval materieel) en de overige medewerkers dan in moeten kunnen springen.
Om aan de beleidsdoelstellingen voor bereikbaarheid en verkeersveiligheid en de bijbehorende beleidsmaatregelen te voldoen, moet het aantal strooiroutes met prioriteit 1 uitgebreid worden van 4 naar 5.
Bijkomend voordeel bij het vergroten van het aantal routes is, dat ook andere aanpassingen in de strooiroutes kunnen worden doorgevoerd, zoals:
-Extra strooien Monnickskamp (ten behoeve van scholieren Huizermaatcollege en bewoners Rustmaat en zorglocatie Hermelijn en voor meer huizen binnen 350 meter gestrooide route bereikbaar);
-Doortrekken route Kruin richting Hoofdweg (voor meer huizen binnen 350 meter gestrooide route bereikbaar);
-Deel hoofdroute 1 (vrachtwagenroute) kan met kleine strooier worden gestrooid als onderdeel fietsroute (minder kans op schade).
Daarnaast wordt aanbevolen om enkele wegen niet meer te strooien, doordat dat volgens de beleidsdoelstellingen vrijwel geen toegevoegde waarde heeft.
Uitbreiding van het aantal routes kan met het huidige materieel plaatsvinden. De financiële consequenties zijn daardoor beperkt: 22 weken per jaar extra piketdienst chauffeur en ca. 40 uur per jaar extra inzet chauffeur voor inzet gladheidbestrijding, extra reiskostenvergoeding, iets sneller slijten materieel en iets meer gebruik strooimiddel door kleine uitbreiding routes.