Gemeentelijke regelgeving

Beleid uitvoering Wet kwaliteitsborging Gemeente Huizen

Gemeente Huizen · geldt sinds 5 juni 2024

Hoofdstuk 3 Beleid en beleidskeuzes

3.5 Keuzes bij de gemeente Huizen

3.5.1 Beleidsuitgangspunt Informatie: gestandaardiseerde en toegankelijke informatie

Niet alleen voor de kwaliteitsborgers, maar ook voor de gemeentelijk toezichthouders geldt dat de kennis actueel en adequaat moet zijn. Elk heeft daarin een eigen verantwoordelijkheid.

Voor veel voorkomende vragen wordt voorzien in informatie op de gemeentelijke website. Te denken valt aan Q&A’s en doorverwijzing naar websites van andere instanties zoals IPLO en VNG. Verder wordt, daar waar nodig en mogelijk, voorzien in standaard passages in de gemeentelijke correspondentie.

3.5.2 Beleidsuitgangspunt controlemomenten: voldoen aan veiligheidsaspecten, aangevuld met maatwerk en minimaal 20% controle bij de kwaliteitsborger

Bij de beoordeling van de aanvraag, bouwmelding en het borgingsplan wordt ervoor gekozen:

•alle gevallen te (laten) voldoen op constructieve veiligheid, brandveiligheid en gezondheid;

•bij meldingen voor de andere technische onderdelen steekproeven te doen;

•in de gevallen waar een kwaliteitsborger is betrokken, minimaal 20% van de jaarlijks te verwachten gevallen, (gereed)meldingen, te bezoeken;

•daar waar nodig maatwerk toe te passen

Bouwmeldingen

Bij de bouwmeldingen wordt gecontroleerd of ze compleet zijn, of het juiste borgingsinstrument is toegepast en of de kwaliteitsborger geregistreerd is in een landelijk register. Wordt op één van deze onderdelen niet voldaan, dan is sprake van een incorrecte melding waarbij in dat geval als standpunt wordt ingenomen dat geen melding is gedaan.

Via steekproeven wordt bekeken of voldaan wordt aan de wettelijke eisen en in geval van tekortkomingen is de insteek dat in overleg met de kwaliteitsborger alsnog aangekoerst wordt op het voldoen aan alle regels.

Een indiener van een melding krijgt altijd binnen vier weken, na indiening van de melding, bericht van de gemeente.

Indien de melding incorrect is gedaan, dan wordt dit aan de melder ook schriftelijk bevestigd. In dat geval wordt de melder geïnformeerd over de benodigde aanpassing. Totdat een correcte melding volgt mag niet met de bouw worden gestart.

De reactie van de gemeente op een bouwmelding, wordt niet aangemerkt als besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Dit betekent dat tegen zowel het bericht van de gemeente dat de melding correct is gedaan als tegen het bericht van de gemeente dat de melding niet correct is gedaan, geen bezwaar open staat.

(Gereed)meldingen – Dossier bevoegd bezag

Artikel 2.20 van het Besluit bouwwerken leefomgeving biedt de mogelijkheid om vooraf extra informatie over een betreffend onderdeel op te vragen. Informatie is hiermee vooraf bekend waardoor een handhavingstraject kan worden vermeden.

Door zoveel mogelijk de aandacht uit te laten gaan naar de veiligheidsaspecten (constructief, brandveiligheid en gezondheid wordt er op een efficiënte manier invulling gegeven aan de gemeentelijke rol. In voorkomende gevallen wordt maatwerk geleverd, zo ook via de omgevingsplanvergunning. Als voordeel geldt dat met zoveel mogelijk efficiency de rol van bouwtoezicht kan worden ingevuld.

Gekoppeld hieraan is de keuze voor controle- en stopmomenten, waarvan de noodzaak door het bouwtoezicht wordt bepaald.

Daar waar een kwaliteitsborger is betrokken, is het doel om minimaal 20% van de jaarlijks te verwachten gevallen te controleren en te bezoeken.

3.5.3 Beleidsuitgangspunt toezicht en handhaving: Voortzetting prioriteiten geldende VTH beleid

De toepassing van de Wkb is, zoals gezegd, gegeven de reikwijdte van deze wet (alleen nieuwbouw gevolgklasse 1, de jaarlijkse aantallen en soorten omgevingsaanvragen in de gemeente Huizen) beperkt. Zodoende wordt (bij alle steekproeven) vooralsnog vastgehouden aan het VTH Beleid 2020-2024 en de daarin opgenomen prioritering en het daarop gebaseerde uitvoeringsprogramma. Zo ook het vertrekpunt dat in principe niet wordt gedoogd.

De bevoegdheid tot het houden van toezicht en handhaven blijft – ongeacht de reikwijdte van de Wkb - ook ongewijzigd bestaan. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het publiekrechtelijk toezicht op de naleving van het Bbl. Bij signalen dat niet wordt voldaan aan de Bouwvoorschriften kan de gemeente handhavend op treden.

De juridische basis hiervoor is en blijft de Algemene wet bestuursrecht op grond waarvan de bouwplaats mag worden betreden en medewerking kan worden gevorderd. Ook mag informatie worden gevorderd en kan er zelf onderzoek worden gedaan. Aanvullend daarop kan op grond van de Wkb informatie worden gevraagd per onderdeel en bestaat er een informatieplicht van de aannemer/opdrachtgever.

Of er aanleiding bestaat voor toezicht en het handhaven kan worden bepaald op basis van eigen waarnemingen bijv. tijdens controle bouw/sloopveiligheid, bij controle van de omgevingsplanactiviteit of op basis van informatie van de kwaliteitsborger of derden.

Voor de prioritering is het VTH beleid van de gemeente Huizen de basis.

Alle partijen moeten ervaring opdoen met de Wkb.

Bij de opstelling richting de kwaliteitsborgers heeft zodoende te gelden: Vertrouwen is goed, controle is beter.

Naar aanleiding van de beoordeling van de melding en het borgingsplan wordt bepaald of extra informatie wordt opgevraagd en/of een stopmoment wordt opgelegd. Deze informatie en stopmomenten betreffen (ook) controles van later aan het zicht onttrokken constructies zoals funderingen, wapening in beton en brandwerende doorvoeren. Naar aanleiding van de opgevraagde extra informatie kan worden gekozen om toch een gemeentelijke controle in te plannen.

Daarnaast kan steekproefsgewijs toezicht gehouden worden t.a.v. specifieke onderwerpen op grond van het VTH beleid en ingegeven door het jaarlijkse uitvoeringsprogramma.

Zo kan dus ook toezicht worden gehouden aan de hand van eigen constateringen of op basis van ontvangen klachten/verzoeken om handhaving. Hiermee krijgen we een goed beeld van de kwaliteit van het stelsel, en kan de handhaving hierop worden ingericht

Voorbeelden van toezicht zijn:

•Inspectie op de bouwplaats van een onderdeel, bijvoorbeeld de verankering.

•Controle van constructieve berekeningen van een onderdeel. Bijvoorbeeld de stabiliteit.

•Controle bij het uitzetten van de bouw. De gemeente kan, conform de huidige

•werkwijze/afspraken, ook onder de Wkb grip houden op bijvoorbeeld het uitzetten van een

•bouwwerk (plaats en peilhoogte).

Ook zal er een controle plaatsvinden op basis van signalen, bijvoorbeeld:

•Melding dat er niet aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan. Deze melding kan

•ook van de kwaliteitsborger komen.

•Vermoeden gemeente dat er niet aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan.

•Melding van de opdrachtgever of een derde dat niet aan de voorschriften wordt voldaan.

3.5.4 Beleidsuitgangspunt signaal/melding/constatering

Bij signalen, meldingen en constateringen dat niet wordt voldaan aan de bouwtechnische eisen, wordt een handhavingstraject gestart. Als vertrekpunt geldt dat er geen ruimte is voor gedogen.

De gemeente blijft wettelijk belast met het toezicht op de naleving van bouwtechnische eisen van bouwwerken. Signalen dat er niet voldaan wordt aan deze eisen kunnen dan ook niet genegeerd worden. Wel kan er nuancering worden aangebracht.

Is sprake van een strijdigheid die aan de door de kwaliteitsborger af te geven verklaring in de weg staat, dan is de kwaliteitsborger verplicht de gemeente hierover te informeren. De gemeente moet zelf bepalen hoe zij vanuit haar handhavende rol met de verstrekte informatie omgaat. Dat kan bijvoorbeeld administratief (schrijven aan indiener met de melding ‘verbod op gebruik totdat er informatie wordt overlegd waaruit blijkt dat het probleem is opgelost’) of inhoudelijk (de bouwplaats op).

De kwaliteitsborger is degene die in eerste lijn het risico gestuurd toezicht houdt op de bouw.

Gedurende het bouwproces kan de kwaliteitsborger tot de constatering komen dat er gebouwd wordt in strijd met bouwtechnische voorschriften. In het geval dat de kwaliteitsborger constateert dat niet aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan en dat de afgifte van zijn goedkeurende verklaring in het geding komt, dan informeert de kwaliteitsborger hierover de indiener van de melding, met afschrift aan de gemeente. De gemeente zal vervolgens een beoordeling maken van de ernst van de situatie, van de risico’s (klein of groot) en van de geboden actie (bouwstop, nieuw voorstel om de kwaliteit te kunnen

beoordelen, opvragen volledig dossier en de beoordeling daarvan, uitvoeren inspectie, extra controle en stopmomenten opleggen).

De kwaliteitsborger heeft zelf geen bevoegdheden om handhavend op te treden. Handhaving is derhalve vervolgens een taak van bouwtoezicht. Er is dan ook voldoende kennis en capaciteit/ flexibiliteit nodig om deze rol te kunnen vervullen. Ook kunnen op andere wijze signalen komen dat in strijd met de voorschriften wordt gebouwd. Denkbaar is dat deze van de opdrachtgever afkomstig zijn of van derden. Ook waarnemingen vanuit het bouwtoezicht kunnen aanleiding zijn tot dit vermoeden.

Melding door de kwaliteitsborger.

Dit moet als een ernstig signaal opgevat worden. De borger heeft als onafhankelijke partij de taak controle op de kwaliteit uit te voeren en hierover op basis van kennis en kunde te rapporteren. Wanneer de kwaliteitsborger constateert dat in strijd met bouwtechnische eisen wordt gehandeld en deze daarvan melding maakt, dan dient deze melding door de gemeente opgepakt te worden.

Afhankelijk van de ernst van de melding wordt een informatiemoment opgelegd of als er sprake is van een onomkeerbare handeling, een stopmoment.

Melding van opdrachtgever of derde.

Indien er sprake is van een melding door de opdrachtgever of een derde van mogelijke overtreding van bouwtechnische eisen, dan wordt hiervan melding gemaakt bij de kwaliteitsborger. Deze dient hierop actie te ondernemen en terug te melden wat hij geconstateerd heeft. Deze melding wordt verder afgehandeld conform bovenstaande alinea ‘melding door de kwaliteitsborger’.

Constatering door het bevoegd gezag.

Indien, op welke wijze dan ook, het bevoegd gezag zelf een constatering doet van mogelijke overtreding van bouwtechnische eisen dan wordt hiervan melding gemaakt bij de aanvrager.

De kwaliteitsborger wordt hierbij door de gemeente geïnformeerd. Eventueel wordt de aannemer ook meegenomen in de informatieverstrekking.

De aanvrager wordt gevraagd om aan te tonen dat wordt voldaan aan het Besluit bouwwerken leefomgeving. Daarbij wordt aangekondigd dat de gemaakte constatering tot een stopmoment kan leiden.

Indien de kwaliteitsborger reageert en constateert dat in strijd met de bouwtechnische eisen wordt gehandeld, wordt dit verder afgehandeld conform de alinea ‘melding door de kwaliteitsborger’.

3.5.5 Beleidsuitgangspunt gereedmeldingen, “dossier bevoegd gezag”

Het dossier bevoegd gezag wordt gecontroleerd op volledigheid en de bouwtechnische beoordeling vindt plaats op basis van de door de kwaliteitsborger vastgestelde risico’s en de door de gemeente opgelegde informatie- en stopmomenten.

In de Wkb wordt het wettelijk verplicht om aantoonbare kwaliteit te leveren. Deze aantoonbaarheid wordt vormgegeven in een verplicht ‘dossier bevoegd gezag’ bij oplevering. Dit bouwdossier wordt opgemaakt door de Kwaliteitsborgers. Bij bouwbedrijven komt hierdoor de noodzaak om goed te documenteren. Het doel van het dossier is immers het overtuigen van de Kwaliteitsborger, opdrachtgever en het bevoegd gezag dat het bouwwerk voldoet aan alle geldende regelgeving.

Bij de gereedmelding wordt dit “dossier bevoegd gezag’’ verstrekt. Het dossier wordt op compleetheid getoetst en er wordt beoordeeld of het aannemelijk gemaakt is dat aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan.

De gemeente kan vervolgens er voor kiezen om het dossier inhoudelijk te beoordelen en eventueel nog zelf een controle uit te voeren. Dit is in elk geval aan de orde als er gedurende de aanvraag en bouwfase gerede twijfels zijn ontstaan over de kwaliteit van het bouwwerk of de aangeleverde bescheiden.

Gelijktijdig met de gereedmelding verstrekt de kwaliteitsborger een dossier bevoegd gezag. De gemeente moet het door de kwaliteitsborger aangeleverde dossier as-built valideren en indien nodig aanvullende informatie opvragen. In het uiterste geval kan de gemeente ingebruikname van een bouwwerk verhinderen.

3.5.6 Beleidsuitgangspunt gefaseerde oplevering: dat is toegestaan

Gefaseerde oplevering bij grotere projecten is in beginsel toegestaan.

Een ander punt van aandacht betreft het gefaseerd opleveren en ingebruikname dat met name bij de grotere bouwprojecten van woningen zal plaats vinden. Vergunningen kunnen worden aangevraagd voor meerdere bouwwerken in één vergunning. Een bouwwerk mag pas gebruikt worden na gereedmelding en het aanleveren van het dossier aan het bevoegd gezag. En dat wordt - ook bij meerdere woningen in een project - pas gedaan nadat alle woningen klaar zijn.

Juridisch kader

Op grond van artikel 2.21 (ingebruikname bouwwerk) van het Bbl mag een bouwwerk pas twee weken na gereedmelding in gebruik worden genomen. Bij een project met bijvoorbeeld meerdere woningen zou ingebruikname volgens de letter van de wet dus pas zijn toegestaan nadat ook de laatste woning / deel van het project gereed is. Eerdere ingebruikname is formeel gesproken een overtreding van de voorschriften. Gereedmelding per woning of deeloplevering bestaat niet onder de OW en Wkb.

Praktische uitwerking

In de regel moet handhavend worden optreden tegen ingebruikname zonder voorafgaande melding. In de jurisprudentie wordt een tweetal uitzonderingen op dit principebeginsel gehanteerd (AbRvS 7 juli 2004, nr. 200306199/1): er is zicht op legalisatie en / of handhavend optreden is onevenredig in relatie tot het te beschermen belang.

Met betrekking tot de Wkb zijn hierbij twee aspecten van belang:

•Het stelsel van kwaliteitsborging levert het bevoegd gezag het bewijsvermoeden dat aan de voorschriften wordt voldaan bij gereedkomen van het bouwwerk;

•De Wkb schrijft voor dat strijdigheden die aan het verlenen van de verklaring van de kwaliteitsborger in de weg staan direct worden gemeld.

Een combinatie van beide bepalingen leidt ertoe dat, zolang er geen informatie beschikbaar is die het tegendeel bewijst, de gemeente er van uit mag gaan dat het project uiteindelijk aan de voorschriften zal voldoen. Er is dus sprake van zicht op legalisatie zodat de gemeente (vooralsnog) kan afzien van handhavend optreden. In feite dus “geen bericht is goed bericht”. Met de indiener van de melding, kwaliteitsborger en het bevoegd gezag worden afspraken gemaakt over het per fase verstrekken van een “verklaring van geen bezwaar”. Indien er signalen worden ontvangen dat informatie noodzakelijk is, dan bieden artikel 2.20 van het Bbl en de Algemene wet bestuursrecht handvatten om de gewenste informatie alsnog bij de bouwer op te vragen. Hiermee kunnen eventuele problemen worden ondervangen.

De gedachte gaat hierbij uit naar gevallen waar sprake is van een casco-oplevering en de eigenaar er schriftelijk mee instemt en verklaart dat voor de eigen verantwoordelijkheid te nemen.

Nota bene, dit doet niets aan een de wettelijk vastgelegde mogelijkheid van aansprakelijkheid bij wanprestatie door betrokken bouwpartijen, waaronder de aannemer. Dit betreft een proces dat buiten de gemeente om gaat.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.