Bijlage A. Gebiedsindeling
In figuur A.1 is de gebiedsindeling voor de gemeente Houten opgenomen.
In figuur A.2 is daarbij ingezoomd op de gebiedsindeling van het centrum van Houten, in figuur A.3 op de gebiedsindeling voor Houten Castellum.
Figuur A.1 – Gebiedsindeling Nota Parkeernormen gemeente Houten.
Figuur A.2 - Gebiedsindeling Nota Parkeernormen centrum Houten.
Figuur A.3 – Gebiedsindeling Nota Parkeernormen centrum Houten Castellum.
Bijlage B. Parkeernormen auto tekst
De parkeernormen zijn onderverdeeld naar verschillende categorieën.
Onder iedere tabel zijn de opmerkingen toegelicht.
Functie wonen
Oppervlakte woning
Centrum
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Aantal bezoekers
Eenheid
Woning groot
≥140 m2 bvo
1,4
1,9
2,2
0,3
ppl per woning
Woning midden
100-140 m2 bvo
1,2
1,7
1,9
0,3
ppl per woning
Sociale huurwoning
midden/groot
≥ 100 m2
1,1
1,5
1,6
0,3
ppl per woning
Woning klein
60-100 m2 bvo
1,0
1,5
1,7
0,3
ppl per woning
Sociale huurwoning
klein
60-100 m2 bvo
0,9
1,3
1,4
0,3
ppl per woning
Studio / klein
appartement
30-60 m2 bvo
0,8
1,0
1,2
0,3
ppl per woning
Studio / klein
appartement1
< 30 m2 bvo
0,6
0,6
0,6
0,2
ppl per woning
Kamerverhuur
onzelfstandig2
< 30 m2 bvo
0,3
0,3
0,3
0,2
ppl per woning
Aanleunwoning en
serviceflat3
0,4
0,6
0,8
1,2
ppl per woning
Tabel B.1 – Parkeernormen categorie wonen4.
1Woonruimte met een eigen toegang, die door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat het huishouden daarbij afhankelijk is van woon-voorzieningen buiten de woonruimte.
2Woonruimte zonder woonvoorzieningen. (zoals douche en/of badruimte, toilet en keuken)
3Woning die gebouwd is tegen of in de nabijheid van een verzorgingshuis, bedoeld voor oudere mensen, die nog redelijk mobiel zijn en geen grote gezondheidsproblemen hebben.
4Voor de parkeernormen voor woningen is niet de indeling van CROW gehanteerd, maar de indeling van de Nota Parkeernormen Houten 2013, aangezien deze indeling in praktijk goed bleek te werken. Alleen zijn sociale huurwoningen als extra categorie toegevoegd.
Aandeel bezoekers Eenheid
Functie werken
Centrum
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Aandeel bezoekers
Eenheid
Kantoor zonder baliefunctie1
1,2
1,7
2,6
5%
ppl per 100 m2 bvo
Kantoor met baliefunctie2
1,6
2,3
3,6
20%
ppl per 100 m2 bvo
Bedrijf arbeidsintensief/
bezoekersextensief3
1,4
2,2
2,4
5%
ppl per 100 m2 bvo
Bedrijf arbeidsextensief/
bezoekersextensief4
0,7
1,0
1,1
5%
ppl per 100 m2 bvo
Bedrijfsverzamelgebouw5
1,1
1,6
2,0
5%
ppl per 100 m2 bvo
Tabel B.2 – Parkeernormen categorie werken.
1Administratief en zakelijk.
2Commerciële dienstverlening.
3Industrie, laboratorium, werkplaats.
4Loods, opslag, transportbedrijf.
5Een gelijkwaardige mix van arbeidsintensieve en arbeidsextensieve kantoren/bedrijven zonder baliefunctie.
Functie boodschappen en winkelen
Centrum
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Aandeel bezoekers
Eenheid
Buurtsupermarkt
1,9
3,4
5,1
89%
ppl per 100 m2 bvo
Fullservice-supermarkt
3,3
5,2
7,2
93%
ppl per 100 m2 bvo
Grote supermarkt (xl)
5,9
7,7
9,6
84%
ppl per 100 m2 bvo
Groothandel specialist
n.v.t.
5,9
7,9
80%
ppl per 100 m2 bvo
Groothandel algemeen
n.v.t.
6,4
8,1
80%
ppl per 100 m2 bvo
Binnenstad of
hoofdwinkel(stads)centrum
(50.000-100.000 Inwoners)
3,8
n.v.t.
n.v.t.
92%
ppl per 100 m2 bvo
Buurt- en dorpscentrum
n.v.t.
3,7
5,0
72%
ppl per 100 m2 bvo
Wijkcentrum (klein)
n.v.t.
4,5
5,9
76%
ppl per 100 m2 bvo
Wijkcentrum (gemiddeld)
n.v.t.
5,1
6,5
79%
ppl per 100 m2 bvo
Wijkcentrum (groot)
n.v.t.
5,7
7,1
81%
ppl per 100 m2 bvo
Kringloopwinkel
n.v.t.
1,7
2,3
89%
ppl per 100 m2 bvo
Bruin- en witgoedzaken
3,7
7,4
9,3
92%
ppl per 100 m2 bvo
Woonwarenhuis/woonwinkel
1,2
1,7
2,0
91%
ppl per 100 m2 bvo
Woonwarenhuis (zeer groot)
n.v.t.
4,8
5,2
95%
ppl per 100 m2 bvo
Meubelboulevard/
woonboulevard
n.v.t.
2,3
2,8
93%
ppl per 100 m2 bvo
Winkelboulevard
n.v.t.
4,0
4,7
94%
ppl per 100 m2 bvo
Bouwmarkt
n.v.t.
2,3
2,5
87%
ppl per 100 m2 bvo
Tuin- en groencentrum
n.v.t.
2,6
2,9
89%
ppl per 100 m2 bvo
Tabel B.3 – Parkeernormen categorie boodschappen en winkelen.
Functie wonen
Oppervlakte woning
Centrum
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Aantal bezoekers
Eenheid
Woning groot
≥140 m2 bvo
1,4
1,9
2,2
0,3
ppl per woning
Woning midden
100-140 m2 bvo
1,2
1,7
1,9
0,3
ppl per woning
Sociale huurwoning
midden/groot
≥ 100 m2
1,1
1,5
1,6
0,3
ppl per woning
Woning klein
60-100 m2 bvo
1,0
1,5
1,7
0,3
ppl per woning
Sociale huurwoning
klein
60-100 m2 bvo
0,9
1,3
1,4
0,3
ppl per woning
Studio / klein
appartement
30-60 m2 bvo
0,8
1,0
1,2
0,3
ppl per woning
Studio / klein
appartement1
< 30 m2 bvo
0,6
0,6
0,6
0,2
ppl per woning
Kamerverhuur
onzelfstandig2
< 30 m2 bvo
0,3
0,3
0,3
0,2
ppl per woning
Aanleunwoning en
serviceflat3
0,4
0,6
0,8
1,2
ppl per woning
Tabel B.1 – Parkeernormen categorie wonen4.
1Woonruimte met een eigen toegang, die door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat het huishouden daarbij afhankelijk is van woon-voorzieningen buiten de woonruimte.
2Woonruimte zonder woonvoorzieningen. (zoals douche en/of badruimte, toilet en keuken)
3Woning die gebouwd is tegen of in de nabijheid van een verzorgingshuis, bedoeld voor oudere mensen, die nog redelijk mobiel zijn en geen grote gezondheidsproblemen hebben.
4Voor de parkeernormen voor woningen is niet de indeling van CROW gehanteerd, maar de indeling van de Nota Parkeernormen Houten 2013, aangezien deze indeling in praktijk goed bleek te werken. Alleen zijn sociale huurwoningen als extra categorie toegevoegd.
Buitengebied 6 Aandeel bezoekers Eenheid
Functie werken
Centrum
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Aandeel bezoekers
Eenheid
Kantoor zonder baliefunctie1
1,2
1,7
2,6
5%
ppl per 100 m2 bvo
Kantoor met baliefunctie2
1,6
2,3
3,6
20%
ppl per 100 m2 bvo
Bedrijf arbeidsintensief/
bezoekersextensief3
1,4
2,2
2,4
5%
ppl per 100 m2 bvo
Bedrijf arbeidsextensief/
bezoekersextensief4
0,7
1,0
1,1
5%
ppl per 100 m2 bvo
Bedrijfsverzamelgebouw5
1,1
1,6
2,0
5%
ppl per 100 m2 bvo
Tabel B.2 – Parkeernormen categorie werken.
1Administratief en zakelijk.
2Commerciële dienstverlening.
3Industrie, laboratorium, werkplaats.
4Loods, opslag, transportbedrijf.
5Een gelijkwaardige mix van arbeidsintensieve en arbeidsextensieve kantoren/bedrijven zonder baliefunctie.
Functie boodschappen en winkelen
Centrum
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Aandeel bezoekers
Eenheid
Buurtsupermarkt
1,9
3,4
5,1
89%
ppl per 100 m2 bvo
Fullservice-supermarkt
3,3
5,2
7,2
93%
ppl per 100 m2 bvo
Grote supermarkt (xl)
5,9
7,7
9,6
84%
ppl per 100 m2 bvo
Groothandel specialist
n.v.t.
5,9
7,9
80%
ppl per 100 m2 bvo
Groothandel algemeen
n.v.t.
6,4
8,1
80%
ppl per 100 m2 bvo
Binnenstad of
hoofdwinkel(stads)centrum
(50.000-100.000 Inwoners)
3,8
n.v.t.
n.v.t.
92%
ppl per 100 m2 bvo
Buurt- en dorpscentrum
n.v.t.
3,7
5,0
72%
ppl per 100 m2 bvo
Wijkcentrum (klein)
n.v.t.
4,5
5,9
76%
ppl per 100 m2 bvo
Wijkcentrum (gemiddeld)
n.v.t.
5,1
6,5
79%
ppl per 100 m2 bvo
Wijkcentrum (groot)
n.v.t.
5,7
7,1
81%
ppl per 100 m2 bvo
Kringloopwinkel
n.v.t.
1,7
2,3
89%
ppl per 100 m2 bvo
Bruin- en witgoedzaken
3,7
7,4
9,3
92%
ppl per 100 m2 bvo
Woonwarenhuis/woonwinkel
1,2
1,7
2,0
91%
ppl per 100 m2 bvo
Woonwarenhuis (zeer groot)
n.v.t.
4,8
5,2
95%
ppl per 100 m2 bvo
Meubelboulevard/
woonboulevard
n.v.t.
2,3
2,8
93%
ppl per 100 m2 bvo
Winkelboulevard
n.v.t.
4,0
4,7
94%
ppl per 100 m2 bvo
Bouwmarkt
n.v.t.
2,3
2,5
87%
ppl per 100 m2 bvo
Tuin- en groencentrum
n.v.t.
2,6
2,9
89%
ppl per 100 m2 bvo
Tabel B.3 – Parkeernormen categorie boodschappen en winkelen.
Functie sport, cultuur en ontspanning
Centrum
Rest bebouwde kom
Overig bebouwde kom
Aandeel bezoekers
Eenheid
Bibliotheek
0,5
1,1
1,4
97%
ppl per 100 m2 bvo
Museum
0,4
1,0
1,2
95%
ppl per 100 m2 bvo
Bioscoop
3,2
11,0
13,7
94%
ppl per 100 m2 bvo
Filmtheater, filmhuis
2,6
7,7
9,9
97%
ppl per 100 m2 bvo
Theater, schouwburg
7,3
9,8
12,0
87%
ppl per 100 m2 bvo
Musicaltheater
2,9
3,9
5,1
86%
ppl per 100 m2 bvo
Bowlingcentrum
1,6
2,8
2,8
89%
ppl per bowlingbaan
Biljart- / snookercentrum
0,9
1,4
1,8
87%
ppl per tafel
Dansstudio
1,5
5,4
7,4
93%
ppl per 100 m2 bvo
Fitnessstudio, sportschool
1,4
4,7
6,5
87%
ppl per 100 m2 bvo
Fitnesscentrum1
1,7
6,2
7,4
90%
ppl per 100 m2 bvo
Wellnesscentrum2
n.v.t.
9,3
10,3
99%
ppl per 100 m2 bvo
Sauna, hammam
2,5
6,6
7,3
99%
ppl per 100 m2 bvo
Sporthal3
1,5
2,7
3,5
96%
ppl per 100 m2 bvo
Sportzaal4
1,1
2,7
3,6
94%
ppl per 100 m2 bvo
Tennishal
0,3
0,5
0,5
87%
ppl per 100 m2 bvo
Squashhal
1,6
2,7
3,2
84%
ppl per 100 m2 bvo
Zwembad
n.v.t.
11,5
13,3
97%
ppl per 100 m2 bassin
Sportveld
20,0
20,0
20,0
95%
ppl per ha. netto terrein
Golfbaan
n.v.t.
95,6
118,3
98%
ppl per 18 holes, 60 ha.
Indoorspeeltuin (gemiddeld en kleiner)
2,9
4,4
5,3
97%
ppl per 100 m2 bvo
Indoorspeeltuin (groot)
3,5
5,3
6,1
98%
ppl per 100 m2 bvo
Kinderboerderij
2,9
4,4
5,1
97%
ppl per boerderij
Manege
n.v.t.
n.v.t.
0,4
90%
ppl per box
Volkstuin
n.v.t.
1,4
1,5
100%
ppl per 10 tuinen
Plantentuin
n.v.t.
10,5
13,5
99%
ppl per gem. tuin
Tabel B.4 – Parkeernormen categorie sport, cultuur en ontspanning.
1Een fitnesscentrum betreft een groot centrum (> 1.500 m2 bvo) waar een breed pakket aan activiteiten wordt aangeboden. Eventueel zijn er in beperkte mate wellnessvoorzieningen aanwezig.
2Een wellnesscentrum is een grotere zelfstandige combinatie van sauna’s, thermen en kuurcentra. Er is vaak ook een massage-/beautysalon en horeca aanwezig. Dit betreft dus niet voorzieningen bij hotels, bungalowparken of campings. Het verzorgingsgebied is (boven)regionaal en soms zelfs landelijk.
3Een sporthal is geschikt voor grotere (top)sportevenementen met veel bezoekers, competities, trainingen en grote sportvelden.
4Een sportzaal is een zaal met voorzieningen voor sportactiviteiten waar minder bezoekers komen en voor kleinere veldsporten. Overdag worden deze zalen met name gebruik voor bewegingsonderwijs.
Functie horeca en verblijfsrecreatie
Centrum
Rest bebouwde kom
Overig bebouwde kom
Aandeel bezoekers
Eenheid
Camping
(kampeerterrein)
n.v.t.
n.v.t.
1,2
91%
ppl per standplaats
Bungalowpark
(huisjescomplex)
n.v.t.
1,6
2,1
91%
ppl per bungalow
1* Hotel
0,4
2,3
4,5
77%
ppl per 10 kamers
2* Hotel
1,4
3,9
6,3
80%
ppl per 10 kamers
3* Hotel
2,0
4,7
6,8
77%
ppl per 10 kamers
4* Hotel
3,2
6,8
9,0
73%
ppl per 10 kamers
5* Hotel
5,0
10,1
12,6
65%
ppl per 10 kamers
Café/bar/cafetaria
5,0
6,0
8,0
90%
ppl per 100 m2 bvo
Restaurant
9,0
13,0
16,0
80%
ppl per 100 m2 bvo1
Discotheek
6,1
18,4
20.8
99%
ppl per 100 m2 bvo2
Evenementenhal/
beursgebouw/
congresgebouw
4,0
7,5
11,0
99%
ppl per 100 m2 bvo
Tabel B.5 – Parkeernormen categorie horeca en verblijfsrecreatie
Functie gezondheidszorg en voorzieningen
Centrum
Rest bebouwde kom
Overig bebouwde kom
Aandeel bezoekers
Eenheid
Huisartsenpraktijk
(-centrum)
2,1
3,0
3,3
57%
ppl per behandelkamer
Apotheek
2,3
3,2
3,6
45%
ppl per apotheek
Fysiotherapiepraktijk
(-centrum)
1,3
1,8
2,0
57%
ppl per behandelkamer
Consultatiebureau
1,3
1,9
2,2
50%
ppl per behandelkamer
Consultatiebureau
voor ouderen
1,3
1,9
2.2
38%
ppl per behandelkamer
Tandartsenpraktijk
(-centrum)
1,6
2,4
2,7
47%
ppl per behandelkamer
Gezondheidscentrum1
1,6
2,2
2,5
55%
ppl per behandelkamer
Ziekenhuis
1,4
1,7
2,0
29%
ppl per 100 m2 bvo
Crematorium
n.v.t.
30,1
30,1
99%
ppl per gelijktijdige
plechtigheid
Begraafplaats
n.v.t.
31,6
31,6
97%
ppl per gelijktijdige
plechtigheid
Penitentiaire inrichting
1,7
3,3
3,7
37%
ppl per 10 cellen
Religiegebouw
0,2
0,2
0,2
-
ppl per zitplaats
Verpleeg- en
verzorgingstehuis
0,6
0,6
0,7
60%
ppl per wooneenheid
Tabel B.6 – Parkeernormen categorie gezondheidszorg en voorzieningen.
1Een gezondheidscentrum is een locatie waar verschillende instellingen onder een dak zijn gevestigd. Vaak zijn dit huisartsen, fysiotherapeuten, verloskundige en/of consultatiebureau en/of apotheek.
Functie gezondheidszorg en voorzieningen
Centrum
Rest bebouwde kom
Overig bebouwde kom
Aandeel bezoekers
Eenheid
Kinderdagverblijf
(creche)1
0,9
1,2
1,5
0%
ppl per 100 m2 bvo
Basisonderwijs2
0,8
0,8
0,8
ppl per leslokaal
Middelbare school3
3,3
4,3
4,9
11%
ppl per 100 leerlingen
ROC
4,2
5,2
5,9
7%
ppl per 100 leerlingen
Hogeschool
8,3
9,5
10,9
72%
ppl per 100 studenten
Universiteit
11,7
14,7
16,8
48%
ppl per 100 studenten
Avondonderwijs
4,0
6,0
10,5
95%
ppl per 10 studenten
Tabel B.7 – Parkeernormen categorie onderwijs.
1Exclusief Kiss & Ride.
2Exclusief Kiss & Ride.
3Bezoekers zijn leerlingen.
Bijlage C. Parkeernormen fiets
Bij de parkeernormen voor fietsen is onderscheid gemaakt naar woonfuncties en niet-woonfuncties.
Woonfuncties
Voor woonfuncties stelt het Bouwbesluit (artikel 4.31) een afsluitbare bergruimte om fietsen of scootmobielen op te bergen voor bewoners verplicht. De gemeente Houten stelt dat bij appartementsgebouwen een gemeenschappelijke fietsenberging in combinatie met een inpandige berging als gelijkwaardig aan een individuele fietsenberging conform het Bouwbesluit wordt beschouwd.
In tabel C.1 is voor de verschillende woningcategorieën opgenomen hoeveel fietsparkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden in een gemeenschappelijke fietsenberging. Om te voldoen aan het gelijkwaardigheidsprincipe gelden daarbij de volgende voorwaarden:
•Het is toegestaan om dubbele fietsenrekken toe te passen, wel dienen voor iedere woningen twee fietsparkeerplaatsen in een laag rek beschikbaar te zijn;
•Voor woningen groter dan 50 m2 moet, aanvullend op de gemeenschappelijke fietsenberging, een interne berging van 2,7 m2 worden gerealiseerd, hiervoor geldt:
-De berging wordt in een ruimte gerealiseerd;
-Het oppervlak dat een warmwatertoestel, ruimteverwarmingstoestel of een andere gebouw gebonden installatie inneemt mag geen onderdeel zijn van de oppervlak van 2,7 m2;
•De gemeenschappelijke fietsenberging dient makkelijk bereikbaar te zijn (zie ook bijlage E);
•Er dient privaatrechtelijk te worden vastgelegd dat iedere woning het aantal fietsparkeerplaatsen krijgt toegewezen conform tabel C.1;
•De fietsparkeerplaatsen moeten worden genummerd met de huisnummers van de woningen waartoe ze behoren. De toegewezen plekken van een woning liggen bij elkaar.
Aanvullend op deze fietsparkeernormen voor bewoners dient de initiatiefnemer ruimte voor het openbaar toegankelijk stallen van fietsen van bezoekers van bewoners te creëren. Daarbij moet een evenwicht worden gezocht tussen voldoende ruimte voor bezoekers van bewoners zonder dat bewoners van deze fietsparkeerplekken gebruik gaan maken.
Gebruiksoppervlakte woning
Benodigde fietsparkeerplekken
< 50 m2 gbo
2fietsppl per woning
50tot 75 m2 gbo
3fietsppl per woning
75tot 100 m2 gbo
4fietsppl per woning
100tot 125 m2 gbo
5fietsppl per woning
meer dan 125 m2 gbo
6fietsppl per woning
Tabel C.1 – Fietsparkeerplaatsen bij woningen
Niet-woonfuncties
De fietsparkeernormen voor niet-woonfuncties zijn per categorie opgenomen in de tabellen C.2 tot en met C.7.
Functie werken
Centrum
Rest bebouwde kom
Overige bebouwde kom
Eenheid
Kantoor
(personeel)
3,5
2,5
1,4
fppl per 100 m2 bvo
Kantoor
(bezoekers)1
8,0
8,0
8,0
fppl per balie
Tabel C.2 – Fietsparkeernormen categorie werken.
Functie boodschappen en winkelen
Centrum
Rest bebouwde kom
Overige bebouwde kom
Eenheid
Winkelcentrum
4,0
4,0
4,0
fppl per 100 m2 bvo
Supermarkt
4,3
4,3
4,3
fppl per 100 m2 bvo
Bouwmarkt
0,4
0,4
0,4
fppl per 100 m2 bvo
Tuincentrum
0,4
0,4
0,4
fppl per 100 m2 bvo
Tabel C.3 – Fietsparkeernormen categorie boodschappen en winkelen.
Functie sport, cultuur en ontspanning
Centrum
Rest bebouwde kom
Overige bebouwde kom
Eenheid
Bibliotheek
5,0
5,0
5,0
fppl per 100 m2 bvo
Bioscoop
12,0
2,2
2,2
fppl per 100 m2 bvo
Fitness
8,5
3,0
3,0
fppl per 100 m2 bvo
Museum
1,4
1,4
1,4
fppl per 100 m2 bvo
Sporthal
3,9
3,9
3,9
fppl per 100 m2 bvo
Sportveld
85
85
85
fppl per ha. netto terrein
Sportzaal
6,2
6,2
6,2
fppl per 100 m2 bvo
Theater
38,0
28,0
28,0
fppl per 100 zitplaatsen
Zwembad
43,0
43,0
43,0
fppl per 100 m2 bassin
Tabel C.4 – Fietsparkeernormen categorie sport, cultuur en ontspanning.
Functie horeca en verblijfsrecreatie
Centrum
Rest bebouwde kom
Overige bebouwde kom
Eenheid
Fastfoodrestaurant
35,0
10,0
5,0
fppl per 100 m2 bvo
Restaurant
(eenvoudig)
20.0
20,0
20,0
fppl per 100 m2 bvo
Restaurant
(luxe)
4,0
4,0
4,0
fppl per 100 m2 bvo
Café
10,0
10,0
10,0
fppl per 100 m2 bvo
Tabel C.5 – Fietsparkeernormen categorie horeca en verblijfsrecreatie.
Functie horeca en verblijfsrecreatie
Centrum
Rest bebouwde kom
Overige bebouwde kom
Eenheid
Apotheek
(bezoekers)
10,0
10,0
10,0
fppl per locatie
Apotheek
(medewerkers)
7,0
7,0
7,0
fppl per locatie
Begraafplaats/
crematorium
8,0
8,0
8,0
fppl per gelijktijdige
plechtigheid
Gezondheidscentrum
(bezoekers)
3,0
3,0
3,0
fppl per 100 m2 bvo
Gezondheidscentrum
(medewerkers)
0,7
0,7
0,7
fppl per 100 m2 bvo
Kerk/moskee
62,0
62,0
62,0
fppl per 100 zitplaatsen
Ziekenhuis
(bezoekers)
0,6
0,6
0,6
fppl per 100 m2 bvo
Ziekenhuis
(medewerkers)
0,8
0,8
0,8
fppl per 100 m2 bvo
Tabel C.6 – Fietsparkeernormen categorie gezondheidszorg en voorzieningen.
Functie onderwijs
Centrum
Rest bebouwde kom
Overige bebouwde kom
Eenheid
basisschool (leerlingen)
(<250 leerlingen)
5,0
5,0
5,0
fppl per 10 leerlingen
basisschool (leerlingen)
(250-500 leerlingen)
5,8
5,8
5,8
fppl per 10 leerlingen
basisschool (leerlingen) (>500 leerlingen)
7,2
7,2
7,2
fppl per 10 leerlingen
basisschool
(medewerkers)
0,7
0,7
0,7
fppl per 10 leerlingen
middelbare school
(leerlingen)
16,0
16,0
16,0
fppl per 100 m2 bvo
middelbare school
(medewerkers)
1,1
1,1
1,1
fppl per 100 m2 bvo
ROC (leerlingen)
14,0
14,0
14,0
fppl per 100 m2 bvo
ROC (medewerkers)
1,0
1,0
1,0
fppl per 100 m2 bvo
Tabel C.7 – Fietsparkeernormen categorie onderwijs.
Bijlage D. Aanwezigheids-perscentages
Dubbelgebruik van parkeerplaatsen wordt berekend conform de methodiek van CROW publicatie 381. In onderstaande tabel zijn de te gebruiken aanwezigheidspercentages opgenomen. Deze percentages zijn afkomstig van CROW. Voor de functies waarvoor geen aanwezigheidspercentages zijn opgenomen, dient te worden aangesloten bij een passende alternatieve functie of dient een specifieke onderbouwing voor de gebruikte aanwezigheidspercentages te worden gegeven.
Functie
Werkdag ochtend
Werkdag middag
Werkdag avond
Koopavond
Werkdag nacht
Zaterdag middag
Zaterdag avond
Zaterdag middag
Woningen (bewoners)
50%
50%
90%
80%
100%
60%
80%
70%
Woningen (bezoekers)
10%
20%
80%
70%
0%
60%
100%
70%
Kantoor/bedrijven
100%
100%
5%
5%
0%
0%
0%
0%
Commerciële dienstverlening
100%
100%
5%
75%
0%
0%
0%
0%
Detailhandel
30%
60%
10%
75%
0%
100%
0%
0%
Grootschalige detailhandel
30%
60%
70%
80%
0%
100%
0%
0%
Supermarkt
30%
60%
40%
80%
0%
100%
40%
0%
Sportfuncties binnen
50%
50%
100%
100%
0%
100%
100%
75%
Sportfuncties buiten
25%
25%
50%
50%
0%
100%
25%
100%
Bioscoop/theater/podium
5%
25%
90%
90%
0%
40%
100%
40%
Sociaal medisch (arts/
therapeut/ consultatiebureau)
100%
75%
10%
10%
0%
10%
10%
10%
Verpleeghuis/verzorgingstehuis
50%
50%
100%
100%
25%
100%
100%
100%
Ziekenhuis patiënten/bezoekers
60%
100%
60%
60%
5%
60%
60%
60%
Ziekenhuis medewerkers
75%
100%
40%
40%
25%
40%
40%
40%
Dagonderwijs
100%
100%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
Avondonderwijs
0%
0%
100%
100%
0%
0%
0%
0%
Tabel D.1 – Aanwezigheidspercentages.
Bijlage E. Rekenvoorbeelden
In deze bijlage zijn een drietal rekenvoorbeelden opgenomen om tot de parkeerbehoefte te komen, rekening houdend met de bestaande situatie.
Voorbeeld 1
In het centrum van Houten wordt een kantoor zonder baliefunctie van 450 m2 bvo getransformeerd tot een sportschool met een even zo groot oppervlak. Op dit moment zijn bij het kantoor 10 parkeerplaatsen op eigen terrein gelegen. Deze parkeerplaatsen blijven na de transformatie tot sportschool bestaan en worden opengesteld voor medewerkers en bezoekers van de sportschool.
De bijbehorende berekening is als volgt:
•Parkeerbehoefte sportschool is afgerond 7 parkeerplaatsen;
-450 m2 bvo sportschool
-1,4 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo
-450 x 1,4 / 100 = 6,3 parkeerplaatsen
•Parkeeroplossing op eigen terrein 10 parkeerplaatsen;
•De parkeeroplossing voorziet in voldoende parkeergelegenheid.
Voorbeeld 2
In het centrum van Houten wordt een kantoor zonder baliefunctie van 450 m2 bvo getransformeerd tot een sportschool met een even zo groot oppervlak. Het kantoorgebouw heeft geen parkeerplaatsen op eigen terrein, de parkeeroplossing was gelegen in de openbare ruimte.
De bijbehorende berekening is opgenomen in tabel E.1. In dit voorbeeld zijn maar twee momenten opgenomen, bij een onderbouwing dient een parkeerbalans met alle momenten conform de aanwezigheidspercentages uit bijlage D te zijn opgenomen. Uit de tabel blijkt dat 7 parkeerplaatsen benodigd zijn om de parkeerbehoefte op te vangen.
Voorbeeld 3
Dezelfde situatie als voorbeeld 2, met het verschil dat bij de realisatie van de sportschool een strook van 5 parkeerplaatsen langs de straat komt te vervallen. Zodat bij de ingang van de sportschool voldoende ruimte beschikbaar is voor voetgangers en fietsers. Deze 5 parkeerplaatsen dienen gecompenseerd te worden. Het plan dient daarmee in 12 (7 + 5) parkeerplaatsen te voorzien.
Functie
Omvang
Parkeernorm
Zonder dubbelgebruik
Werkdag middag
Zaterdag middag
Sportschool
450m2 bvo
1,4 ppl per 100 m2 bvo
6,3
3,2
6,3
Kantoor zonder balie
-450 m2 bvo
1,2 ppl per m2 bvo
-5,4
-5,4
0,0
Extra benodigd parkeeraanbod
-2,2
6,3
Tabel E.1 – Rekenvoorbeeld 2
Bijlage F. Kwaliteitseisen fietsparkeervoorzieningen
De gemeente Houten stelt eisen aan de kwaliteit van fietsparkeervoorzieningen, waarbij ook eisen zijn gesteld aan parkeervoorzieningen voor scooters.
Het gebruik van een fietsenstalling hangt sterk af van de kwaliteit, toegankelijkheid, bruikbaarheid en het comfort. Belangrijke aspecten zijn bijvoorbeeld sociale veiligheid en ruimte voor fietsen met bijzondere afmetingen. Hieronder zijn de kwaliteitseisen opgenomen die de gemeente Houten stelt aan fietsparkeervoorzieningen
7De kwaliteitseisen zijn gebaseerd op de Leidraad Fietsparkeren (CROW, publicatie 291) het Bouwbesluit (artikel 4.31) en Fietsparkeur.
.
Deze kwaliteitseisen kunnen wordt aangepast indien hier noodzaak voor is, bijvoorbeeld door de introductie van nieuwe fietsconcepten met bijzondere afmetingen.
Toegankelijkheid
De belangrijkste kwaliteitseisen voor een goed toegankelijke en bruikbare fietsenstalling zijn:
•Vanuit de openbare ruimte is de toegang van de stalling duidelijk zichtbaar en herkenbaar, gezien vanaf de aanrijroute richting bestemming(en);
•De stalling heeft bij voorkeur een voetgangersuitgang in de richting van de eindbestemming;
•De afstand mag maximaal ca. 75 meter zijn van de stalling tot de hoofd-/ neven-/personeelsingang van de bestemmingen en/of functies waarvoor de stalling is bestemd;
•De toegang vanaf de weg naar een stalling op lager of hoger niveau is goed en comfortabel te gebruiken voor alle fietsen en scooters; dus ook voor zware fietsen, elektrische fietsen en fietsen met afwijkende maten (kratten, brede sturen, brede banden, lange fietsen, etc.);
•Het hellingspercentage van een hellingbaan is maximaal 22%; een trap heeft ideaal een hellingspercentage van 18%, met een aantrede van 500 mm en een optrede van 90 mm of met een aantrede van 600 mm en een optrede van 100 mm. Naast een trap horen fietsgoten, bij voorkeur aan beide zijden;
•Voor een stalling waar ook scooters, bakfietsen en andere zware fietsen in gestald worden kan geen trap worden toegepast. Het hellingpercentage moet zodanig zijn dat het hoogteverschil door bakfietsen, elektrische fietsen en scooters zonder ondersteuning overbrugd kan worden;
•Een gebruiker moet de toegang van een stalling gemakkelijk kunnen openen: automatisch, met een eenvoudig te bedienen drukknop of chipkaartlezer.
Inrichting en bruikbaarheid
De belangrijkste kwaliteitseisen voor een goede inrichting en goed bruikbare fietsenstalling zijn:
•De stalling moet logisch en overzichtelijk zijn ingedeeld;
•Binnen en vanuit de fietsenstalling naar de bijbehorende bestemming is een logische, snelle en eenvoudige routing. Bij voorkeur kan men vanuit de stalling rechtstreeks (liefst binnendoor) doorlopen naar de bestemming, zonder terug te hoeven lopen door de stalling;
•De sociale veiligheid wordt gewaarborgd door een overzichtelijke inrichting, goede verlichting en bij voorkeur daglichttoetreding. Als een stalling openbaar toegankelijk is kan (camera)toezicht of bewaking overwogen worden;
•Gebruikers moeten elkaar in de verkeersruimtes kunnen passeren;
•Stallingssystemen voor fietsen moeten voldoen aan de eisen van Fietsparkeur of gelijkwaardig daaraan, met een hart op hart afstand van minimaal 400 mm;
•De minimale vrije hoogte in een gebouwde stalling is 2900 mm om dubbellaags rekken te kunnen plaatsen. Bij gebouwen voor kinderen kan dit 2300 mm zijn, want dubbellaags rekken zijn ongeschikt voor kinderen;
•De hart-op-hart afstand tussen twee fietsparkeerplaatsen bij een stallingssysteem op gelijk niveau is minimaal 800 mm breed;
•De hart-op-hart-afstand tussen twee fietsparkeerplaatsen bij een hoog/laag fietsparkeersysteem is minimaal 400 mm breed voor zowel onder- als bovenlaag; De gangpaden in de stalling zijn minimaal 2100 mm breed en een hoofdgang is minimaal 3000 mm breed, zowel voor fiets als scooter;
•De stalling moet voldoende parkeermogelijkheden bieden voor fietsen die afwijken van de standaard maten:
-Minimaal 5% van de plaatsen is geschikt voor bakfietsen of andere fietsen met sterk afwijkende maten (vakken minimaal 100 mm breed);
-Minimaal 15% van de plaatsen is geschikt voor fietsen die niet in een standaard fietsenrek passen (hart-op-hart afstand minimaal 500 mm);
•Een parkeersysteem waarin naast standaardfietsen ook fietsen passen met veel voorkomende afwijkende maten, heeft de voorkeur. Dan passen nagenoeg alle fietsen probleemloos op elke stallingsplek, ook die met een krat, bagagedrager voor, breed stuur, brede banden, etc. Een andere mogelijkheid is een apart parkeervak, waar afwijkende fietsen op hun standaard kunnen worden gestald;
•De stalling biedt oplaadmogelijkheden voor elektrische tweewielers;
•De netto-afmetingen van een scooterparkeerplek in een gebouwde stalling zijn minimaal 750 mm breed x 1800 mm lang.
Bijlage G. Addendum Nota Parkeernormen Houten 2021
1Inleiding
1.1 Aanleiding voor het addendum
De gemeente Houten staat voor een grote binnenstedelijke woningbouwopgaven: het CMK-gebied (Centrum, Molenzoom en Koppeling). Deze ontwikkeling vraagt om een gebiedsspecifieke aanpak van parkeren, die aansluit bij onze ambities voor duurzame mobiliteit en een toekomstbestendige inrichting van de openbare ruimte. Door het aantal parkeerplaatsen te beperken en de openbare ruimte efficiënter te benutten, sluiten we beter aan bij de actuele praktijk en vergroten we de financiële haalbaarheid van projecten.
Om deze gebiedsontwikkeling in goede banen te leiden én de mobiliteitstransitie – zoals beoogd in regionale beleidskaders als het Integraal Ruimtelijk Perspectief en de Regiopoorten – te ondersteunen, is een actualisatie van de gemeentelijke parkeernormen noodzakelijk. Dit addendum voorziet in die behoefte. Het addendum heeft als doel een goede bereikbaarheid en leefbaarheid in Houten te waarborgen. Met dit addendum brengen we meer nuance aan in de parkeernormen. Op basis van onderzoek differentiëren we nauwkeuriger naar woningtypen en passen we de bijbehorende normen aan zodat ze aansluiten bij de hoge ambities uit de CMK gebiedsvisie.
Het document vormt een aanvulling op de bestaande ‘Nota Parkeernormen Houten 2021’ en is specifiek van toepassing op de gebiedsontwikkeling CMK. Het biedt een normatief kader waarmee het aantal benodigde parkeerplaatsen bij nieuwe initiatieven op een verantwoorde en gebiedsgerichte manier kan worden vastgesteld. Daarbij wordt rekening gehouden met de inzet op deelmobiliteit, fietsstimulering, nabijheid van openbaar vervoer, en de wens om ruimte vrij te maken voor groen en verblijfskwaliteit. Dit betekent dat de beschikbare ruimte voor de auto – en daarmee voor parkeerplaatsen – beperkt is. Om die reden is het essentieel om efficiënt om te gaan met de ruimte die wél beschikbaar is voor parkeren. Dat vraagt om een zorgvuldige en gebiedsspecifieke normering.
1.2 Doel en reikwijdte
Het doel van dit addendum is het vastleggen van aangepaste parkeernormen en reductiecriteria voor nieuwe gebiedsontwikkelingen binnen CMK. Het addendum biedt een kader voor de toepassing van maatwerk bij bouw- en gebiedsontwikkelingen binnen deze gebiedsontwikkelingopgave.
Dit addendum wijzigt het gemeentelijke parkeerbeleid, zoals vastgelegd in de Parkeervisie Houten 2021, niet. Beleidsmaatregelen zoals de invoering van betaald parkeren of de uitbreiding van gereguleerd parkeren blijven onderdeel van de parkeerverordening en het bredere parkeerbeleid. Zoals eerder aangeven gelden de aangepaste parkeernormen alleen uitsluitend voor het ontwikkelgebied CMK.
Voor overige functies—zoals werken, winkelen, sport, cultuur, horeca, gezondheidszorg, onderwijs en voorzieningen—blijven de parkeernormen uit de Nota Parkeernormen Houten 2021 ongewijzigd van kracht, ook binnen CMK. Dit geldt eveneens voor de fietsparkeernormen.
Met dit addendum biedt de gemeente Houten gericht maatwerk door extra afwijkingsmogelijkheden en lagere autoparkeernormen vast te stellen voor woningbouw. De aangepaste normen gelden uitsluitend voor het autoparkeren bij woningen en omvatten gewijzigde normen voor zowel bewoners als bezoekers.
1.3 Relatie tot bestaande nota parkeernormen
De Nota Parkeernormen Houten 2021 blijft leidend voor bestaande situaties buiten het CMK-gebied. In deze gebieden zijn de huidige parkeernormen passend, omdat hier geen hoge mobiliteitsambities worden nagestreefd en er minder wordt ingezet op alternatieven voor de auto. De bestaande normen sluiten dan ook goed aan bij de praktijk. In gebieden buiten CMK waar wél hogere ambities worden nagestreefd en actief wordt ingezet op alternatieve vormen van mobiliteit, biedt de huidige parkeernota bovendien ruimte om gemotiveerd af te wijken van de standaardnormen. Hiermee blijft maatwerk mogelijk binnen de bestaande beleidskaders.
Voor nieuwe woningbouwontwikkelingen binnen CMK biedt dit addendum aangescherpte parkeernormen en aanvullende kaders, in lijn met de vastgestelde gebiedsvisies. In deze visies wordt een hogere mobiliteitsambitie nagestreefd. Met dit addendum zetten we daarom in op het verminderen van de parkeerbehoefte, het efficiënter benutten van het aantal te realiseren parkeerplaatsen en een slimme inrichting van de beschikbare openbare ruimte.
Het addendum richt zich specifiek op parkeernormen voor woningbouw (bewoners en bezoekers). Voor overige functies zoals kantoren, maatschappelijke voorzieningen en commerciële functies blijven de parkeernormen uit de Nota Parkeernormen Houten 2021 van toepassing, ook binnen CMK.
Vanwege de hogere mobiliteitsambities binnen CMK worden enkele uitgangspunten en randvoorwaarden uit hoofdstuk 3 (Toepassingskader) van de Nota Parkeernormen Houten 2021 aangepast of aangevuld. Deze wijzigingen zorgen voor meer differentiatie en een betere aansluiting op woonfuncties, lagere parkeernormen voor bewoners en bezoekers, ruimere reductiemogelijkheden die beter passen bij de huidige praktijk, het rekenkundige afronden van de parkeervraag en worden de meest recente aanwezigheidspercentages gehanteerd bij de toepassing van dubbelgebruik van parkeerplaatsen. De inhoudelijke toelichting op deze wijzigingen is opgenomen in hoofdstuk 4 en 5 van dit addendum. De overige uitgangspunten, randvoorwaarden en parkeernormen uit de Nota Parkeernormen Houten 2021 blijven ook binnen CMK van kracht.
2Reikwijdte en werkingsgebied
2.1 Gebiedsafbakening
In het Collegeprogramma 2022–2026 is vastgelegd dat de totale woningbouwopgave van 4.750 woningen wordt verdeeld over twee ontwikkelgebieden: het CMK-gebied en Houten Oost. Het CMK-gebied omvat het Centrum van Houten, De Molenzoom en De Koppeling. Hierin landen circa 2.000 woningen. Dit gebied ligt binnen de Rondweg en kenmerkt zich door een stedelijk karakter, nabijheid van voorzieningen en uitstekende bereikbaarheid via Houten Station.
In onderstaande kaart zijn de contouren van beide gebieden weergegeven. Binnen de contouren van CMK is dit addendum van toepassing.
Figuur 1: Gebiedsbegrenzing CMK
3Ambitieniveau en beleidsdoelstellingen
De gebiedsontwikkelingen in CMK worden gekenmerkt door een hoge ruimtelijke en maatschappelijke ambitie. In dit gebied is mobiliteit niet slechts een randvoorwaarde, maar een sturend principe binnen de gebiedsontwikkeling. De gemeentelijke inzet op duurzame mobiliteit sluit aan bij regionale beleidskaders zoals het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP), de U Ned Mobiliteitsstrategie en de programmalijn Regiopoorten.
In CMK wordt parkeren niet langer als een vanzelfsprekend onderdeel van de openbare ruimte gezien, maar als een sturend instrument binnen de bredere ambitie om ruimte vrij te maken voor vergroening, klimaatadaptatie, ontmoeting en verkeersveiligheid. Daarnaast beïnvloedt parkeren direct de betaalbaarheid van woningen en de financiële haalbaarheid van nieuwe ontwikkelingen. De keuze voor lagere parkeernormen is daarmee niet uitsluitend een technische afweging, maar een bewuste beleidsvertaling van de beoogde ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid.
Voor de binnenstedelijke ontwikkeling van het CMK-gebied geldt dat de aangescherpte parkeernormen niet mogen leiden tot parkeeroverlast in omliggende wijken. Het uitgangpsunt is namelijk dat parkeren op eigen terrein wordt opgevangen. Dit wordt verder geborgd door maatwerkoplossingen te koppelen aan de lagere normen, met nadruk op alternatieve mobiliteit zoals deelmobiliteit, fiets en OV. Omdat geen aanvullende parkeerregulering wordt ingevoerd, kan een waterbedeffect echter niet volledig worden uitgesloten. Zonder aanvullende parkeerregulering – zoals vergunningenparkeren of betaald parkeren – is het namelijk niet mogelijk om daadwerkelijk een maximum te stellen aan de parkeervraag. De effectiviteit van de normering is daarmee mede afhankelijk van het bredere parkeerbeleid.
Dit addendum voorziet in de normatieve kaders binnen de gebiedsontwikkeling CMK, maar laat beleidsmaatregelen zoals parkeerregulering over aan de parkeerverordening en het gemeentelijk parkeerbeleid.
4Wijzigingen in parkeernormen
De parkeernormen in dit addendum zijn gebaseerd op de meest recente inzichten (CROW-publicatie 744 – Parkeerkencijfers 2024). De landelijke CROW kencijfers vormen het uitgangspunt voor de normering, maar zijn vervolgens gebiedsspecifiek aangescherpt op basis van lokaal autobezit en -gebruik in Houten. Daarbij is gebruikgemaakt van gemeentelijke parkeertellingen, met name voor specifieke woningtypen zoals ouderenwoningen en sociale huur, en van analyses op basis van CBS-microdata. Uit deze analyses blijkt dat het daadwerkelijke autobezit bij kleinere woningtypes structureel lager ligt dan de normen uit de oorspronkelijke ‘Nota Parkeernormen Houten 2021’.
De aangepaste normen sluiten aan op de ruimtelijke en mobiliteitsambities zoals verwoord in de gebiedsvisie voor CMK. Daarbij is rekening gehouden met verschillen in loop- en fietsafstand tot voorzieningen en stations, de mate van stedelijkheid en het ambitieniveau per gebied. Zo liggen de normen in het centrum lager dan in De Molenzoom en de De Koppeling, waar de afstand tot voorzieningen groter is en het daadwerkelijk autobezit hoger.
Waar in de oorspronkelijke nota parkeernormen vaak extra marge werd ingebouwd om onzekerheden af te dekken, sluiten de normen in dit addendum direct aan bij het gemeten autobezit en -gebruik. De eerder gehanteerde ‘lucht’ in de normen is daarmee bewust geschrapt. Dit sluit beter aan bij de hogere ambities voor CMK, waar nadrukkelijk wordt ingezet op een lager autobezit en alternatieve mobiliteit.
De gebiedsspecifieke parkeernormen voor CMK zijn opgenomen in bijlage 1 van dit addendum. Dit betreft de aangepaste (auto)parkeernormen voor bewoners en bezoekers bij woningbouw. In lijn met de meest recente CROW-publicatie zijn ook de normen voor bezoekersparkeren herijkt en geactualiseerd.
5Wijzigingen in afwijkingsmogelijkheden en toepassingskader
Binnen dit addendum kunnen onder specifieke voorwaarden reducties op de parkeernorm worden toegepast. Deze reducties zijn bedoeld om gebiedsgerichte ambities – zoals het stimuleren van deelmobiliteit en het benutten van nabijheid tot openbaar vervoer – te ondersteunen, mits deze aantoonbaar bijdragen aan een lagere parkeerbehoefte. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning zijn initiatiefnemers dan ook verplicht een integraal mobiliteitsplan met locatieanalyse te overleggen. In dit plan moet duidelijk worden onderbouwd op welke wijze alternatieve mobiliteitsoplossingen worden ingezet en geborgd, zodat de toepassing van lagere parkeernormen verantwoord is.
Deze wijziging vormt een nadere uitwerking en uitbreiding van de afwijkingsmogelijkheid uit de Nota Parkeernormen Houten 2021.
1Reductie op basis van deelmobiliteit (max. 20%) Wijziging van de bestaande uitgangspunten zoals weergegeven in 3.2 van de Nota Parkeernormen Houten 2021 onder ‘verlaging van de parkeereis door inzet van deelmobiliteit’. Indien bij een ontwikkeling een deelmobiliteitsconcept wordt gerealiseerd op eigen terrein of in een alternatieve parkeervoorziening, kan een reductie van maximaal 20% op het bewonersaandeel van de parkeernorm worden toegepast. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:
a.De eis dat een verlaging van 20% alleen binnen gereguleerd gebied geldt blijft behouden. Gezien de hoge ambities en investeringen in alternatieven voor de auto, wordt binnen CMK buiten gereguleerd gebied een reductie van 10% toegepast in plaats van de huidige 5%.
b.We stellen voor om voor de eerste 150 woningen één deelauto per 30 woningen te hanteren met daarna één deelauto per 100 woningen extra als ingroeimodel. Dit bepaalt het aantal te plaatsen deelauto’s waarmee een reductie op de parkeerbehoefte van bewoners kan worden toegepast.
c.Het concept omvat ten minste deelauto’s. Bij voorkeur wordt een breder aanbod gerealiseerd, inclusief deel(bak)fietsen en voertuigen in verschillende prijsklassen.
d.Voorafgaand aan vergunningverlening vindt afstemming plaats met de gemeente over de looptijd (minimaal aantal jaren) en de inhoudelijke invulling van het deelmobiliteitsaanbod.
e.De eis van een minimale doorlooptijd van 10 jaar vervalt, omdat dit in de praktijk voor deelmobiliteitsaanbieders niet haalbaar blijkt. Een contractperiode van 3 jaar is gebruikelijker en kan bij gebleken succes in overleg worden verlengd.
f.Deelvoertuigen worden geplaatst op geoormerkte parkeerplaatsen, gelegen op eigen terrein of in een alternatieve collectieve parkeervoorziening.
g.De loopafstand tot deze deelautoparkeerplaatsen voldoet aan de maximale afstand zoals gehanteerd voor parkeren op afstand in de ‘Nota Parkeernormen Houten 2021’.
h.De geoormerkte deelautoparkeerplaatsen tellen mee in de totale parkeereis.
i.Goede informatievoorziening (en mogelijk een behoeftescan) voor toekomstige bewoners vergroot de slagingskans van deelmobiliteit. Daarbij is het ook aan te bevelen om meerdere soorten deelmobiliteit aan te bieden (zowel qua soort voertuigen als soort aanbod: openbaar, coöperatief of peer-to-peer).
Naast de hierboven genoemde reductiemogelijkheden worden ook de volgende randvoorwaarden uit het toetsingskader aangescherpt:
•Afronden: De parkeereis wordt berekend met twee cijfers achter de komma en vervolgens rekenkundig afgerond: bij 0,50 of hoger naar boven, bij minder dan 0,50 naar beneden.
•Dubbelgebruik van parkeerplaatsen: Voor het bepalen van de mogelijkheden voor dubbelgebruik worden aanwezigheidspercentages gehanteerd volgens de meest actuele CROW-publicatie. Op het moment van vaststelling is dat publicatie 744 Parkeerkencijfers 2024. Houd rekening met de aanwezigheidspercentages van zowel bewoners als bezoekers, zodat de berekende parkeerbehoefte aansluit bij de feitelijke gebruiksuren en piekmomenten.
6Juridische en technische wijzigingen
Om de aangepaste parkeernormen en bijbehorende randvoorwaarden rechtsgeldig toe te passen binnen CMK, worden deze geborgd via het omgevingsplan of via beleidsregels die worden toegepast bij de beoordeling van omgevingsvergunningen. Gemeenten kiezen er vaak bewust voor om parkeernormen niet direct in het omgevingsplan op te nemen, maar te verwijzen naar beleidsregels zoals een parkeernota. Dit biedt meer flexibiliteit, omdat beleidsregels eenvoudiger te actualiseren zijn dan het omgevingsplan zelf.
Bij nieuwe ruimtelijke initiatieven binnen CMK waarop dit addendum van toepassing is, dient in de toelichting van het omgevingsplan expliciet te worden verwezen naar dit addendum. Voor aanvragen van omgevingsvergunningen vormt het addendum een toetsingskader binnen de ruimtelijke onderbouwing. De initiatiefnemer moet aantonen dat het plan voldoet aan de in dit addendum opgenomen gebiedsspecifieke parkeernormen. Indien wordt afgeweken van deze normen of uitgangspunten, dient dit onderbouwd te worden met een duidelijke motivering en een aantoonbare invulling van de bijbehorende randvoorwaarden. Het bevoegd gezag toetst de aanvraag op basis van deze onderbouwing en de mate waarin het initiatief bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
7Monitoring en evaluatie
De werking van dit addendum wordt actief gemonitord aan de hand van relevante kengetallen, zoals parkeerdruk en het naleven van de gestelde uitgangspunten en randvoorwaarden. Na de realisatie van ontwikkelingen voert de gemeente evaluaties uit op basis van praktijkervaringen met de aangepaste parkeernormen. Dit gebeurt door meldingen van bewoners en stakeholders te registreren en waar nodig parkeertellingen uit te voeren.
Om toekomstige parkeersituaties goed te kunnen beoordelen, wordt vooraf een nulmeting uitgevoerd. Blijkt uit evaluatie dat de normen structureel te hoog of te laag zijn, of dat randvoorwaarden onvoldoende worden nageleefd, dan kan dit leiden tot een herziening van het addendum of een bredere aanpassing van de gemeentelijke Nota Parkeernormen Houten 2021.
8Overgangsregeling
Voor plannen en aanvragen die zijn ingediend vóór inwerkingtreding van dit addendum, blijven de normen uit de oorspronkelijke Nota Parkeernormen van toepassing. Voor initiatieven die ná inwerkingtreding in procedure worden gebracht en binnen de begrenzing van het aangewezen gebied vallen, geldt dit addendum als beleidskader.
9Bijlagen
A. Aangepaste parkeernormtabellen
De parkeernormen zijn gedifferentieerd naar woningtype en doelgroep, waarbij met name de gebruiksfunctie en het vloeroppervlak van de woning bepalend zijn voor de toe te passen norm. De normen zijn verder uitgesplitst in twee deelgebieden, vanwege de gebiedsspecifieke kenmerken zoals stedelijkheidsgraad, mobiliteitsaanbod en beleidsambities.
Uit de analyse van het autobezit en -gebruik blijkt dat het centrum een lager autobezit kent dan de wijken Molenzoom en Koppeling vanwege onder andere de nabijheid van openbaar vervoer.
Tabel A.1: Gewijzigde parkeernormen categorie wonen
Functie
Omvang
Centrum
Molenzoom/Koppeling
Aandeel bezoek
Sociale huur
0-50 m² gbo
0,65
0,75
0,15
50-75 m² gbo
0,75
0,85
0,15
75-100 m² gbo
0,85
1,05
0,15
>100 m² gbo
0,95
1,15
0,15
Vrije sector Koop & huur
0-50 m² gbo
0,85
0,95
0,15
50-75 m² gbo
0,95
1,15
0,15
75-100 m² gbo
1,15
1,35
0,15
100-125 m² gbo
1,35
1,55
0,15
>125 m² gbo
1,55
1,75
0,15
Kamerverhuur, onzelfstandig
0,25
0,25
0,15
Aanleunwoning en serviceflat
0,25
0,45
0,15