Bijlage C
Artikel 4:10 Begripsbepalingen
1In deze afdeling wordt verstaan onder:
a.houtopstand: hakhout, een houtwal of één of meer bomen;
b.hakhout: één of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen.
2In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
1Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op de lijst Bomen met bijzondere waarde.
2De vergunning kan worden geweigerd op grond van:
a.de natuurwaarde van de houtopstand;
b.de landschappelijke waarde van de houtopstand;
c.de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
d.de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
e.de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;
f.de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand;
3Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader bij de vergunning te stellen voorschriften.
Artikel 4:11a Herplant/instandhoudingsplicht
1Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het college is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een door hem te stellen termijn.
2Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen.
3Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een door hem te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.
4Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en met derde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.
Artikel 4:11b Bestrijding boomziekte
1Indien zich op een terrein één of meer bomen bevinden die naar het oordeel van het college van B&W gevaar opleveren voor de gezondheid van andere bomen of de volksgezondheid, kan het college aan de rechthebbende van de boom of bomen aanwijzingen geven tot
a.het vellen en verwijderen van de boom of bomen;
b.het ontschorsen van de boom of bomen en vernietigen van de schors;
c.het behandelen of laten behandelen van boom of bomen ter voorkoming van verspreiding van ziekte.
2De rechthebbende is verplicht de aanwijzingen van het college binnen de daarvoor gestelde termijn uit te voeren of toe te staan.
Artikel 4:11c Afstand van de erfgrenslijn
In afwijking van artikel 5:42, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek bedraagt de afstand van de grenslijn van eens anders erf voor het hebben van bomen vanaf het midden van de voet van de boom 0,5 meter.