Aanhef
1Het Algemeen controleplan Jeugdwet en Wmo 2015 vast te stellen.
2De gemeenteraad te informeren middels bijgevoegde raadsinformatiebrief.
Inleiding
De Regionale Backoffice Lekstroom (‘RBL’) is een onderdeel van de gemeente Houten die in de aanpak van de rechtmatigheid van de uitvoering van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) samenwerkt met de gemeenten IJsselstein, Lopik, Nieuwegein en Vijfheerenlanden. De RBL koopt voor de vijf gemeenten jeugdhulp in op grond van de Jeugdwet en maatschappelijke ondersteuning op grond van de Wmo 2015. Zij sluit daarvoor privaatrechtelijke overeenkomsten met (jeugdhulp)aanbieders. De RBL heeft door gemeenten aangewezen toezichthouders in dienst. De RBL heeft daarnaast contractmanagers in dienst. Toezichthouders en contractmanagers maken bij hun aanpak van rechtmatigheid gebruik van controles zoals die zijn beschreven in de Regeling Jeugdwet (formele, materiële en detailcontroles en het uitvoeren van fraudeonderzoek)
1Zie ook paragraaf 6b Regeling Jeugdwet.
. Deze controles passen zij niet alleen toe bij de aanpak van rechtmatigheid van jeugdhulp op grond van de Jeugdwet, maar ook van maatschappelijke ondersteuning op grond van de Wmo 2015.
Dit algemeen controleplan verduidelijkt welke controles toezichthouders en contractmanagers toepassen, hoe zij dat doen en hoe zij handhaven.
Contractmanagement en controles
Welke (jeugdhulp)aanbieders onderzoekt de contractmanager in het kader van contractmanagement?
De contractmanager voert periodiek onderzoek uit in het kader van contractmanagement. Elk jaar bepaalt zij op basis van een analyse van het aantal jeugdigen in jeugdhulp, het aantal cliënten die maatschappelijke ondersteuning krijgen, een analyse van de financiële omzet welke jeugdhulpaanbieders 80% van de jeugdhulp leveren in de vijf gemeenten en een analyse van de financiële omzet welke aanbieders 80% van de maatschappelijke ondersteuning leveren in de vijf gemeenten. De analyses kunnen leiden tot een overlap. Deze grote (jeugdhulp)aanbieders onderzoekt de contractmanager zoals beschreven onder het kopje contractmanagement hiervoor.
Onder de (jeugdhulp)aanbieders die de contractmanager in de onderzoeksperiode niet als ‘grote (jeugdhulp)aanbieders’ aanmerkt voert de contractmanager een steekproefsgewijze controle uit. De contractmanager neemt daartoe een steekproef van 5% uit dit bestand aan (jeugdhulp)aanbieders. Deze (jeugdhulp)aanbieders onderzoek de contractmanager ook zoals beschreven onder het kopje contractmanagement hiervoor.
Naast het periodieke onderzoek in het kader van contractmanagement, voert de contractmanager ook signaalgestuurd onderzoek uit. De contractmanager kan op basis van zogenaamde bottom-up signalen die ook aanleiding zijn voor een materiële controle of fraudeonderzoek, onderzoek in het kader van contractmanagement starten. De omvang van het onderzoek is dan afhankelijk van de aard en ernst van het signaal.
De contractmanager verwerkt geen bijzondere persoonsgegevens in het contractmanagement. Zij verwerkt niet meer (algemene) persoonsgegevens dan nodig voor het afronden van haar onderzoek.
Welke (jeugdhulp)aanbieders onderzoekt de toezichthouder in het kader van materiële controle en fraudeonderzoek (Algemene risicoanalyse)?
De toezichthouder kan (jeugdhulp)aanbieders selecteren voor een materiële controle of fraudeonderzoek op basis van een algemene risicoanalyse. (Jeugdhulp)aanbieders vormen een risico voor de rechtmatigheid van declaraties als daarover relevante bottom-up signalen binnenkomen en/of als zij in beeld komen na een top-downanalyse.
Voorbeelden van bottom-up signalen zijn:
–signalen van jeugdigen en hun ouders of verzorgers;
–signalen vanuit de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa);
–signalen vanuit de IGJ;
–Signalen vanuit Zorgverzekeraars Nederland (ZN), dan wel een zorgverzekeraar;
–signalen van gemeenten, ook de regio Lekstroom;
–signalen van het Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ);
–signalen vanuit het veld;
–signalen vanuit media;
–signalen van inwoners;
–analyses van gepubliceerde jaarstukken;
–gerealiseerde winstpercentages;
–uitkomsten van eigen onderzoeken, waaronder contractmanagement, wettelijk verplichte klantervaringsonderzoeken en andere uitgevoerde controles;
–signalen vanuit de organisatie: o.a. contractmanagers en verwijzers (toegangsteams);
–uitkomsten van praktijkvariatie analyses, datamining en andere spiegelinformatie.
Met top-down analyses via data-analyse, benchmarking en spiegelinformatie brengt de toezichthouder opvallend declaratiegedrag bij (jeugdhulp)aanbieders in kaart. Dat kan zij doen zowel op risiconiveau als op het niveau van de (jeugdhulp)aanbieders. De toezichthouder kan bijvoorbeeld in beeld brengen welke jeugdhulpaanbieders jeugdigen veel langer in hulp te hebben dan vergelijkbare jeugdhulpaanbieders. Dat kan aanleiding zijn voor een materiële controle.
De algemene risicoanalyse is een analyse die er uiteindelijk op is gericht te bepalen op welke gegevens een materiële controle of een fraudeonderzoek zich zal richten. De toezichthouder verwerkt geen bijzondere persoonsgegevens in de algemene risicoanalyse.