Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de heffing en invordering van reinigingsheffingen gemeente Horst aan de Maas 2026

Gemeente Horst aan de Maas · geldt sinds 20 december 2025

Aanhef

De raad van de gemeente Horst aan de Maas;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 oktober 2025,

bladnummer 2025.091b;

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en

artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

b e s l u i t :

vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en invordering van reinigingsheffingen gemeente Horst aan de Maas 2026

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

Artikel 1 Inleidende bepaling

Krachtens deze verordening worden geheven:

a.een afvalstoffenheffing;

b.reinigingsrechten.

Artikel 2 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening en bijbehorende tarieventabel wordt verstaan onder:

a.‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;

b.Minicontainer: een door de gemeente aangewezen inzamelmiddel, welke gebruikt wordt voor de inzameling van kunststofverpakkingen;

c.Definities van de verschillende afvalstromen: hetgeen hieronder wordt verstaan in het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Horst aan de Maas 2025;

d.Restafvalzak: Een speciaal door de gemeente uitgegeven plastic zak welke gebruikt wordt voor de inzameling van rest- en bedrijfsafval;

e.Bedrijfsafval: afvalstoffen afkomstig van bedrijven, kantoren en instellingen, die naar aard, omvang en samenstelling door de gemeente gelijk worden gesteld aan huishoudelijk restafval.

Hoofdstuk II Afvalstoffenheffing

Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit

1Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

2De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 4 Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 5 Medisch restafval

1Als tegemoetkoming in de kosten kan de belastingplichtige voor de afvalstoffenheffing kosteloos in aanmerking komen voor 10 tariefzakken (1 rol) voor restafval per jaar, indien hij als gevolg van een chronische ziekte of medische beperking van hemzelf of van personen die behoren tot zijn huishouden, extra medisch restafval moet aanbieden, zoals stoma- en dialysemateriaal. Dit geldt niet voor huishoudelijke afvalstoffen waarvoor al een gescheiden afvalinzameling is geregeld, zoals incontinentiemateriaal, medicijnafval, injectienaalden en insulinespuiten.

2De belastingplichtige die in aanmerking wil komen voor deze 10 tariefzakken moet jaarlijks een daartoe strekkende aanvraag indienen bij de heffingsambtenaar.

Artikel 6 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 7 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 8 Wijze van heffing

1De belasting bedoeld in artikel 1.1 van de bij deze verordening horende tarieventabel, wordt geheven bij wege van aanslag.

2De belasting bedoeld in artikel 1.2 van de bij deze verordening horende tarieventabel, wordt geheven door middel van een mondelinge danwel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, danwel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving, aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1De belasting bedoeld in artikel 1.1 van de bij deze verordening horende tarieventabel, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

4Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.

Artikel 10 Termijnen van betaling

1In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 gelden de volgende betalingstermijnen:

a.bij betaling door middel van automatische incasso, moeten de aanslagen worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste twee bedraagt. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later;

b.bij betaling op andere wijze dan middels automatische incasso moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn één maand later.

2Met betrekking tot een als gevolg van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking betreffende een bestuurlijke boete, is het voorgaande lid van toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de aanslag.

3De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 7 tweede lid van deze verordening,

a.mondeling wordt gedaan: op het moment van het doen van de kennisgeving;

b.schriftelijk wordt gedaan: op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen veertien dagen na dagtekening van de kennisgeving.

4De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Hoofdstuk III Reinigingsrechten

Artikel 11 Belastbaar feit

Onder de naam ‘reinigingsrechten’ worden rechten geheven voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.

Artikel 12 Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 13 Maatstaf van heffing en belastingtarief

1De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de hoofdstukken 2 en 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

2Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 14 Belastingjaar

Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 15 Wijze van heffing

1De rechten bedoeld in artikel 2.1 van de bij deze verordening horende tarieventabel, worden geheven bij wege van aanslag, met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.

2De rechten bedoeld in artikel 2.2 en hoofdstuk 3 van de bij deze verordening horende tarieventabel worden geheven door middel van een mondelinge danwel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, danwel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 16 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1De rechten bedoeld in artikel 2.1 van de bij deze verordening horende tarieventabel, zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

4Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist.

5De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de bij deze verordening horende tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.

Artikel 17 Vrijstellingen

Rechten ter zake van diensten die door gemeente Horst aan de Maas zijn aangevraagd worden niet opgelegd.

Artikel 18 Termijnen van betaling

1Voor de reinigingsrechten is geen automatische incasso mogelijk.

2Het is niet mogelijk het in rekening gebrachte bedrag in termijnen te betalen. De vervaldatum is twee maanden na dagtekening.

3De rechten moeten worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 14 tweede lid van deze verordening,

a.mondeling wordt gedaan: op het moment van het doen van de kennisgeving;

b.schriftelijk wordt gedaan: op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen veertien dagen na dagtekening van de kennisgeving.

Hoofdstuk IV Aanvullende bepalingen

Artikel 19 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de reinigingsheffingen.

Artikel 20 Inwerkingtreding en citeertitel

1De Verordening reinigingsheffingen gemeente Horst aan de Maas 2025, vastgesteld bij raadsbesluit van 17 december 2024 door de gemeenteraad van de gemeente Horst aan de Maas, wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

3In afwijking van het in de voorgaande leden bepaalde, blijft, indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de ingetrokken verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover terzake daarvan de heffing van reinigingsheffingen in die periode plaatsvindt.

4De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

5Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening reinigingsheffingen gemeente Horst aan de Maas 2026.

Tarieventabel Reinigingsheffingen gemeente Horst aan de Maas 2026

behorende bij de Verordening reinigingsheffingen gemeente Horst aan de Maas 2026.

Hoofdstuk 1 Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing

1.1

De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar, indien dat perceel op 1 januari van

het belastingjaar of, indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingjaar

bij de aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door:

1.1.1

één persoon:

€ 191,40

1.1.2

meer dan één persoon:

€ 259,32

1.2

De belasting voor het ter beschikking stellen van restafvalzakken bedraagt

per 10 restafvalzakken:

€ 18,00

Hoofdstuk 2 Maatstaven en tarieven reinigingsrechten

2.1

De rechten voor het periodiek verwijderen van bedrijfsafval exclusief BTW bedragen

per bedrijfspand per belastingjaar:

€ 259,32

2.2

De rechten voor het ter beschikking stellen van restafvalzakken bedragen

per 10 restafvalzakken:

€ 18,00

Hoofdstuk 3 Maatstaven en tarieven overige reinigingsrechten

De rechten bedragen onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 en 2 van deze tarieventabel

3.1

voor het aanbieden van:

3.1.1

maximaal 25 kg losse stukken asbest, niet zijnde gehele asbestplaten,

in een kleine zak (mini bag):

€ 42,00

3.1.2

maximaal 1.000 kg asbest, zijnde losse stukken of gehele platen van

maximaal 3 meter, in een grote zak (big bag of platenbag):

€ 163,90

3.1.3

maximaal ¼ m³ bouw- en sloopafval of steenpuin in een kleine zak (mini bag)

€ 32,00

3.1.4

maximaal 1 m³ bouw- en sloopafval of steenpuin in een grote zak (big bag)

€ 84,00

3.1.5

los aangeboden steenpuin en bouw- en sloopafval per m³

€ 84,00

3.2

voor het op afroep aan huis inzamelen van:

3.2.1

maximaal 3 m³ tuinafval

€ 40,00

3.2.2

4tot en met 5 m³ tuinafval

€ 65,00

3.2.3

6tot en met 10 m³ tuinafval

€ 130,00

3.2.4

11tot en met 15 m³ tuinafval

€ 195,00

3.2.5

16tot en met 20 m³ tuinafval

€ 260,00

3.2.6

21tot en met 25 m³ tuinafval

€ 325,00

3.2.7

26tot en met 30 m³ tuinafval

€ 389,00

3.2.8

grof restafval, per stop tot maximaal 4 m³

€ 50,00

3.2.9

matrassen, per matras

€ 30,00

3.2.10

Voor het laten ophalen van een minicontainer of bezorging van een

volumewissel minicontainer

€ 35,00

3.2.11

Uitlevering van minicontainers aan een nieuw perceel en omwisseling van

defecte minicontainers

€ gratis

Behorend bij raadsbesluit van 16 december 2025.

De griffier,

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.