Aanhef
De raad van de gemeente Horst aan de Maas;
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 22 juli 2025,
gemeentebladnummer 2025.054;
gelet op het bepaalde in de Gemeentewet;
b e s l u i t :
vast te stellen de verordening:
Verordening op de heffing en invordering van marktgelden gemeente Horst aan de Maas 2026
Artikel 1 Definities
1Voor de toepassing van deze verordening wordt, voor zover hierin begrippen worden gebruikt die zijn opgenomen in de definitiebepalingen van de Marktverordening Horst aan de Maas zoals deze luidt op het moment van toepassing van deze verordening, aangesloten bij de definities uit de Marktverordening Horst aan de Maas.
2Indien de Marktverordening geheel of gedeeltelijk vervalt, behouden de laatst geldende definities hun betekenis, voor zover dat voor een juiste toepassing van deze verordening noodzakelijk is.
Artikel 2 Belastbaar feit
Onder de naam ‘marktgeld’ wordt een recht geheven voor het gebruik of genot van een standplaats tot het ten verkoop aanbieden van goederen of voorwerpen van handel, op markten.
Artikel 3 Belastingplicht
Het marktgeld wordt geheven van degene aan wie de vergunning voor het innemen van de standplaats is verstrekt, dan wel degene die het in artikel 2 omschreven gebruik of genot heeft van de standplaats.
Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief
Het marktgeld bedraagt:
1voor een vaste standplaats per drie maanden € 26,50 verhoogd met € 21,20 per strekkende meter frontbreedte of gedeelte daarvan;
2voor een promotieplaats € 6,60 per dag.
Artikel 5 Berekening van de marktgelden
Indien in de verordening tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, worden de marktgelden berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze.
Artikel 6 Belastingtijdvak
1Het belastingtijdvak is gelijk aan een periode van drie maanden beginnende op 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober.
2Het eerste belastingtijdvak gaat in op de datum van ingang van de heffing.
Artikel 7 Wijze van heffing
1De marktgelden worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld.
2Indien zich ten aanzien van eenzelfde belastingplichtige meerdere belastbare feiten voordoen, kunnen de marktgelden ter zake daarvan worden geheven bij wege van één gedagtekende schriftelijke kennisgeving.
Artikel 8 Ontstaan belastingschuld
1Voor de vaste standplaatsen is het recht verschuldigd op de eerste wekelijkse marktdag na aanvang van het belastingtijdvak.
2Voor de overige standplaatsen is het recht verschuldigd op het tijdstip waarop de standplaats wordt ingenomen.
Artikel 9 Termijnen van betaling
In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de marktgelden worden voldaan binnen één maand na dagtekening van de kennisgeving.
Artikel 10 Teruggaaf
1Geheel of gedeeltelijke teruggave van het marktgeld wordt verleend op aanvraag, als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet.
2Teruggave vindt slechts plaats, indien de belastingplichtige door overmacht, die hem niet is toe te rekenen, geen gebruik heeft gemaakt van de standplaats.
3De hoogte van de teruggave wordt gesteld op het aantal marktdagen dat van de standplaats geen gebruik is gemaakt, vermenigvuldigd met het aantal strekkende meter frontbreedte van de standplaats, vermenigvuldigd met het tarief.
Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de marktgelden.
Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel
1De Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden gemeente Horst aan de Maas, vastgesteld bij raadsbesluit van 17 december 2024 door de gemeenteraad van de gemeente Horst aan de Maas, wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de dag van de bekendmaking.
3In afwijking van het in de voorgaande leden bepaalde, blijft, indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de ingetrokken verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover ter zake daarvan de heffing van de marktgelden in die periode plaatsvindt.
4De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
5Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening marktgelden gemeente Horst aan de Maas 2025.