Aanhef
De raad van de gemeente Horst aan de Maas;
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 oktober 2021,
gemeentebladnummer 2021.091;
gelet op het bepaalde in de Gemeentewet;
b e s l u i t :
1Het Gemeentelijk Rioleringsplan Horst aan de Maas 2022-2026 vast te stellen.
2 Wat hebben we de afgelopen jaren bereikt
2.1 Terugblik op de afgelopen planperiode
In het GRP 2017-2021 was ons beleid goed vastgelegd. Het vormt een belangrijke randvoorwaarde voor de werkzaamheden aan de waterketen en een goede onderbouwing voor bekostiging van deze werkzaamheden. Klimaatadaptatie heeft een prominente rol gekregen in de vorm van budget voor klimaatstresstesten en een stimuleringsregeling voor afkoppelen.
Afgelopen planperiode is meer ingezet op relinen in plaats van vervangen van riolering. Een aandachtspunt hierbij is dat een straat steeds minder vaak open gaat, waardoor meekoppelkansen voor bijv. afkoppelen afnemen. De overweging is om toch een percentage nagestreefde afkoppelingen op te nemen in het GRP, zodat we een reden hebben om de straat open te leggen en riolering te vervangen. Bijvoorbeeld grote transportriolen wel relinen en kleine riolen (waar afkoppelen juist meer van toepassing is) juist vervangen. Nu is de verhouding 80% relinen, 20% vervangen. Overigens kunnen we ook op ander manieren zorgen dat regenwater niet in gemengde riolen terecht komt, bijvoorbeeld door verlagen van groenvoorzieningen.
Personele capaciteit vormt een belangrijk en groot aandachtspunt. Door capaciteitsgebrek komt het voor dat projecten niet kunnen worden gestart en beschikbaar budget niet wordt benut.
2.2 Werkzaamheden
De afgelopen jaren hebben we verschillende onderzoeken en maatregelen uitgevoerd om beter inzicht te kunnen houden in het functioneren van het rioolstelsel en tijdig en adequaat te kunnen reageren. Onderstaande onderzoeken zijn opgenomen in het vorige GRP en zijn (deels) uitgevoerd:
•Opstellen nieuw BRP:
Actualiseren verhard oppervlak: het totale verhard oppervlak binnen de gemeente is opnieuw bepaald. Deze gegevens zijn gebruikt voor het nieuwe basisrioleringsplan (BRP). Dat geeft inzicht in het hydraulisch en milieutechnisch functioneren van de ondergrondse riolering. Hierbij is het systeem ook getoetst aan een aantal standaardbuien om te bepalen in hoeverre het systeem klimaatbestendig is. Daarnaast zijn werkzaamheden uitgevoerd in het kader van de wateroverlast in de wijk Stuksbeemden.
•Verdiepingsslag:
Om de effecten van extreme neerslag inzichtelijk te maken, is een maaiveldanalyse uitgevoerd. Met deze analyse zijn afwateringsrichtingen op maaiveldniveau tijdens deze neerslagsituaties door middel van stroombanen zichtbaar gemaakt. Dit is aan de ene kant een waardevolle aanvulling op het in beeld krijgen van de water-op-straatproblematiek bij hevige neerslag. Aan de andere kant geven de analyses een beeld van zinvolle locaties om bovengrondse maatregelen te treffen om het risico op wateroverlast en schade te verminderen.
Dit onderzoek was onderdeel van de Verdiepingsslag Stresstest
1Verdiepingsslag stresstest gemeente Horst aan de Maas, Waterschapsbedrijf Limburg, 2021
dat in 2020/2021 is uitgevoerd. De resultaten worden meegenomen in de afstemming tussen de inrichting van de openbare ruimte en ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente.
Daarbij is ook onderzocht hoe het totale watersysteem functioneert bij een bui die eenmaal in de honderd jaar voorkomt (T=100).
•Grondwatermeetnet: om inzicht te krijgen in de effecten van het infiltreren van hemelwater en van verdroging als gevolg van klimaatveranderingen moeten we een grondwatermeetnet inrichten. Dit is een project van Waterpanel Noord en staat in de planning voor Q1 2022.
•Onderzoek restlevensduur riolering: op basis van de inspectiegegevens is jaarlijks een reparatie/renovatiebestek opgesteld en uitgevoerd. Daarnaast is op basis van de inspectiegegevens een restlevensduurberekening uitgevoerd. Hiermee ontstaat een totaalbeeld van de kwaliteit van de vrijvervalriolering die dient als input voor het opstellen van een meerjarige strategische vervangingsplanning. De planning dient verder afgestemd te worden met weg- en groenbeheer.
•Financiële actualisatie vGRP: In 2019 vond een financiële actualisatie van het vGRP plaats. Alle uitgevoerde en geplande maatregelen zijn hierbij in het kostendekkingsplan verwerkt.
•Communicatie en voorlichting burgers: via de website communiceren we over een goed gebruik van de riolering, door aan te sluiten op de thematische communicatiecampagnes vanuit Waterpanel Noord. Daarnaast blijven we met de burger communiceren bij herinrichtingsplannen of overige werkzaamheden in de openbare ruimte.
3 Wat willen we bereiken
3.2 Ontwikkelingen en opgaven
3.2.1 Klimaatverandering en klimaatadaptatie
Het klimaat verandert. Het gaat vaker en harder regenen, het wordt warmer en het wordt droger voor lange aaneengesloten perioden. De droge zomers van 2018 en 2019 maar ook het droge voorjaar van 2020 hebben effect op onze waterhuishouding omdat de grondwaterstanden dalen. Aan de andere kant hebben we ook te maken gehad met zware buien die op sommige plaatsen voor overlast hebben gezorgd.
Deze veranderende omstandigheden zorgen ervoor dat we de leefomgeving en het watersysteem moeten aanpassen, dit noemen we klimaatadaptatie. We onderzoeken de effecten van klimaatverandering op onze gemeentelijke watertaken en zoeken oplossingen voor problemen.
Het ondergrondse rioolstelsel heeft een beperkte capaciteit. Grote hoeveelheden neerslag in een korte periode kunnen niet volledig ondergronds verwerkt worden, daar is ons stelsel niet op ontworpen. Uitbreiding van het stelsel ondergronds is kostbaar en de ruimte in de ondergrond is beperkt. Daarom is ook bovengronds ruimte voor water nodig. De openbare en particuliere ruimte moeten we zo inrichten dat een extreme bui tot zo min mogelijk overlast en schade leidt.
Droogte gaan we tegen door water zo veel mogelijk vast te houden waar het valt.
3.2.2 Duurzaamheid
We volgen de ontwikkelingen om de (afval)waterketen te verduurzamen. Bij het toepassen van materialen kunnen we hergebruikte en herbruikbare materialen kiezen. Daarnaast kunnen we uit afvalwater grondstoffen winnen en kunnen we hieruit energie opwekken. We werken daarin – waar mogelijk – samen met betrokken partijen om te kijken waar we het beste maatregelen kunnen treffen. Waar zinvol en mogelijk implementeren we de duurzaamheidsaspecten. Ook op andere onderdelen wordt gewerkt met duurzaamheid in het achterhoofd: de drukriolering wordt cyclisch preventief onderhouden, waardoor het energieverbruik minimaal is, storingen minder optreden en een langere levensduur wordt bereikt. We gaan de werkelijke restlevensduur van de persleidingen onderzoeken om niet onnodig vroeg te vervangen maar ook om geen onnodige risico’s te lopen. Kapotte vrijvervalriolering wordt zo mogelijk duurzaam gerenoveerd in plaats van vervangen. Dat scheelt graafwerk, transport, grondstoffen en overlast en geld.
3.2.3 Invoering van de Omgevingswet
De invoering van de Omgevingswet heeft invloed op de waterketen. Zaken die nu op nationaal niveau geregeld zijn, worden gedecentraliseerd. Dit betekent dat er straks (vermoedelijke inwerkingtreding in 2022) meer keuze is in hoe wij onze gemeentelijke watertaken, ook juridisch gezien, willen inrichten. De gemeentelijke zorgplichten blijven onveranderd gelden en komen terug in de Omgevingswet.
3.2.4 Integrale kijk op de afvalwaterketen
De afvalwaterketen is een complex geheel: grondwater en hemelwater spelen een nadrukkelijke rol en ook watergangen werken mee om overtollig hemelwater af te voeren. Werkzaamheden worden integraal uitgevoerd, in samenhang met weg- en wijkvernieuwing en zoveel mogelijk afgestemd op werkzaamheden van andere waterpartners zoals het waterschap. We overleggen dus regelmatig met andere disciplines binnen de eigen organisatie en binnen de afvalwaterketen.
Waterketenplan
In 2020 hebben we binnen Waterpanel Noord gezamenlijk een Waterketenplan opgesteld ’Ambities voor een water- en klimaatbestendig Noord Limburg’. Het is een ambitiedocument met bijbehorende beleidsuitgangspunten en uitvoeringsprogramma op het gebied van duurzaam stedelijk waterbeheer in relatie met watersysteem, drinkwatervoorziening en ruimtelijke ordening voor de komende periode van vijf jaar.
Kern van het Waterketenplan zijn vier K’s: de drie K’s van het Bestuursakkoord Water van 2011 (kostenbesparing, kwaliteitsverhoging en kwetsbaarheidsvermindering) aangevuld met klantgerichtheid, dat we in Waterpanel Noord hoog in het vaandel hebben staan
We hebben in 2020 onze richting bepaald met werksessies, rekening houdend met bestaande en in ontwikkeling zijnde beleidsdocumenten van bijvoorbeeld WL/WBL, WML, Provincie.
In dit GRP borduren we voort op het Waterketenplan en vullen dat lokaal in. Hierna komen onze uitgangspunten voor de omgang met de drie gemeentelijke watertaken: stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwatermaatregelen.
Figuur 3‑1: de 4 K's
5 Wat hebben we
5.2 Stedelijk afvalwater en hemelwater
5.2.1 Technische staat
Vrijvervalriolering
Het vrijvervalstelsel is in redelijk tot goede staat. Elk jaar wordt ongeveer 1/10e van het rioolstelsel gereinigd en geïnspecteerd. De inspecties worden uitgevoerd en beoordeeld volgens de actuele NEN-EN-normen. Op basis van de beoordelingen stellen we een maatregelenpakket op dat aangeeft welke maatregel (reparatie, renovatie of vervanging) wordt toegepast en wanneer dit gebeurt.
Gemalen en drukriolering
Elk hoofdgemaal wordt minimaal 1x per jaar gereinigd en 1 x per jaar geïnspecteerd, elke drukrioleringsunit wordt 2x per jaar gereinigd en 1x per twee jaar conform de BRL geïnspecteerd. Op basis van de inspectie wordt beoordeeld welke onderdelen moeten worden vervangen. De onderhoudstoestand van de gemalen en drukrioleringsunits is zoals verwacht. Wel kunnen de systemen worden geoptimaliseerd om de werking ook op langere termijn te waarborgen.
Het lozen van hemelwater verstoort de werking van drukriolering en is dan ook verboden op grond van het Besluit lozing afvalwater huishoudens en het Activiteitenbesluit (voor bedrijven)! Wij voeren periodiek controles hierop uit. Reinigen en (periodiek) inspecteren besteden we uit. Reparaties voeren we zelf uit.
Persleidingen en drukleidingen
De pers- en drukleidingen worden op dit moment correctief onderhouden. Dit betekent dat er onderzoek en onderhoud plaatsvindt zodra er aanleiding toe is. Een verminderd functioneren van de gemalen en drukrioleringsunits kan bijvoorbeeld zo’n aanleiding zijn. Er bestaan beperkte mogelijkheden om pers- en drukleidingen te inspecteren, omdat inspectie aan de binnenkant van de buis meestal weinig zekerheid geeft.
5.2.2 Werking
De riolering van onze gemeente functioneert over het algemeen goed op basis van de ontwerpuitgangspunten. Uit de BRP’n blijkt dat er een beperkt aantal knelpunten aanwezig is. Ook in de praktijk is een beperkt aantal overlastlocaties bekend. Als er een bui valt die zwaarder is dan onze ‘toetsbui’ (een bui die volgens statistische gegevens eens in de twee jaar valt), dan blijft er op deze knelpunten water op straat staan. Deze worden gemonitoord en geanalyseerd. Indien nodig worden maatregelen in plannen voor verbetering opgenomen.
Het klimaat verandert, de kans op hevigere buien en wateroverlast neemt toe. Uit de Verdiepingsslag stresstest volgt dat de hoofdswegenstructuur op verschillende locaties kwetsbaar is voor een bui die eens in de 100 jaar voorkomt. Ze wordt dan tijdelijk onbegaanbaar voorhulpdiensten door een waterdiepte van 30 cm of meer. Een aantal woonstraten worden al onbegaanbaar bij een bui die eenmaal in de 10 jaar voorkomt (zie rapportage Verdiepingsslag stresstest). Ook kan water in woningen komen te staan.
Ook in onze gemeente komen foutaansluitingen voor. Dat zijn aansluitingen van vuilwater op hemelwaterriolering en van hemelwater op vuilwaterriolering (zoals bijvoorbeeld drukriolering). Controle op foutaansluitingen maakt structureel onderdeel uit van de onderhoudswerkzaamheden aan de riolering. De perceeleigenaren worden aangesproken op hun verantwoordelijkheden waardoor de foutaansluitingen worden opgeheven.
Afkoppelen
Om wateroverlast te voorkomen dient de riolering over voldoende afvoercapaciteit te beschikken. De ondergrondse maatregelen voortkomend uit het BRP zijn uitgevoerd. Daarnaast heeft de gemeente in de afgelopen planperiode ingezet op het afkoppelen van verhard oppervlak van de riolering (veelal bovengronds). De gemeente vindt het verder (bovengronds) afkoppelen van het verhard oppervlak een goede manier voor het behouden van voldoende afvoercapaciteit. De komende periode wil de gemeente hier dan ook verder op in zetten. Ook het verlagen van plantsoenen voor extra berging kan helpen, het regenwater wordt dan minder afgevoerd via de riolering.
Het afkoppelen is hierbij echter geen doel op zich. De gemeente beschouwt hierbij afkoppelen alleen doelmatig als het bijdraagt aan het:
•Voorkomen van milieu-hygiënische en/of volksgezondheidsgevaren (uittreden van vuilwater);
•Voorkomen van wateroverlast ten gevolge van hevige neerslag (onvoldoende afvoer van hemelwater);
•Verminderen van vuilemissies (water over de overstort, voldoen aan KRW-doelstelling);
•Verder klimaatbestendig maken van de gemeente;
•De kosten in verhouding staan tot hetgeen het oplevert.
Dit betekent dat daar waar riolering vervangen moet worden, of overige werkzaamheden in de openbare ruimte worden uitgevoerd, nader bepaald wordt of afkoppelen van verhard oppervlak van de (gemengde riolering) wenselijk en mogelijk is. Ook het vervangen van verharding door groen is een goede maatregel (ook goed voor biodiversiteit en tegen hottestress).
Hierbij wordt verder gekeken dan de projectgrenzen. Dit betekent dat ook afkoppelmaatregelen, die een positief effect hebben op de eerder genoemde punten, buiten de projectgrenzen in ogenschouw worden genomen. Hiervoor is inzicht nodig in het hydraulische en milieutechnisch functioneren van de riolering, maar is daarnaast inzicht in de oppervlakkige afstroming ook een wezenlijk facet. Dit sluit aan bij de uitgevoerde verdieping van de stresstest. De wijze van afkoppelen wordt afgestemd op de boven- en ondergrondse mogelijkheden.
Eigenaren van woningen die voor 2002 zijn gebouwd, die niet in het buitengebied staat en die minsteren 30 m2 afkoppelen, kunnen subsidie krijgen voor het afkoppelen van hemelwater. In een adviesgesprek bekijken we dan wat er mogelijk is. Op de website van de gemeente is dit aangegeven.
5.5 Verordeningen en vergunningen
5.5.1 Vergunningen Wet milieubeheer / Wabo
Lozingen van afvalwater op de riolering (indirecte lozingen) worden geregeld op basis van de Wet milieubeheer (Wm)/Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de AmvB’s voor lozingen. De vergunningverlening en controle/handhaving van omgevingsvergunningen en algemene regels hebben we ondergebracht bij het team Omgeving. Deels zijn werkzaamheden ondergebracht bij de RUD, die houden bijvoorbeeld toezicht. De milieu-inspecteurs bezoeken met een zekere regelmaat de bedrijven.
Bij vergunningverlening zoeken we de samenwerking met het waterschap als zaken en belangen elkaar raken. Op die manier kunnen we tot een samenhangende aanpak voor problemen bij bedrijven komen.
5.5.2 Verordeningen en regels
Anno 2021 zijn op rioleringsgebied de volgende verordeningen van kracht:
•Verordening rioolheffing gemeente Horst aan de Maas 2021;
•Verordening rioolaansluitrecht gemeente Horst aan de Maas 2021;
•Subsidieregeling afkoppelen hemelwater Gemeente Horst aan de Maas.
Ook zijn er gemeentelijke regels voor het omgaan met verstoppingen. Deze staan op de website van de gemeente.
6 Wat gaan we doen
6.2 Stedelijk afvalwater en hemelwater
6.2.1 Aansluiten bestaande bebouwing en aanleg bij nieuwbouw
We sluiten alle nieuwbouw in de kernen aan op riolering. In nieuwbouwgebieden wordt stedelijk afvalwater en hemelwater gescheiden. Voor nieuwbouwlocaties ontwerpen we riolering volgens de laatste stand der techniek, in overleg met Waterschap en/of Rijkswaterstaat. Nieuwe plannen worden op wateraspecten getoetst door de watertoets (onder de omgevingswet wordt dit de ’weging van het waterbelang’). De trits “vasthouden-bergen-afvoeren” is hierbij leidend. Dat betekent ook dat in nieuwe plannen voldoende ruimte moet worden gereserveerd voor het vasthouden en bergen van water, de zogenaamde “blauwe ruimte”. Om dit te waarborgen, moeten we vanaf het beginstadium van planontwikkelingen worden betrokken (voor de bestemmingsfase). Het afwegingskader voor nieuwbouwlocaties is opgenomen in Bijlage 2.
In het buitengebied wordt alleen vuilwater aangesloten op drukriolering (dus geen hemelwater).
De aanvrager betaalt de kosten voor het aansluiten van nieuwe percelen volgens de verordening rioolaansluitrecht gemeente Horst aan de Maas 2021.
In geval van (kleinschalige) nieuwbouw, bij bestemmingsplan wijziging, dienen de woningen verplicht op de riolering aan te sluiten. Daarbij wordt uitgegaan van een gescheiden stelsel met infiltratie van hemelwater op eigen erf of een gelijkwaardig alternatief. Ook hier zal bij het ontwerp en de aanleg rekening worden gehouden met een duurzame oplossing voor de verwerking van het hemelwater, vooralsnog is dat een bergingseis van 53 mm indien geen oppervlakkige afstroming naar lager gelegen probleemlocaties plaatsvindt, anders is de bergingseis 100 mm.
Nieuwe initiatieven voor duurzame (decentrale) zuivering worden beoordeeld en eventueel toegepast.
Bij oudere bouwplannen (< 2008) zijn de klimaatopgaven nog niet scherp geformuleerd. We letten hierop en adviseren hierbij om klimaatadaptief te bouwen.
De aanleg van voorzieningen bij nieuwbouwlocaties wordt in principe bekostigd uit de grondexploitatie. Deze kosten zijn in het GRP buiten beschouwing gelaten. Beheer van deze voorzieningen is wel meegenomen.
6.2.2 Onderzoek
In het Waterketenplan dat we in 2020 samen met onze waterketenpartners hebben opgesteld, is een uitvoeringsprgramma voor de komende jaren opgenomen. Het overzicht van gezamenlijke onderzoeken staat in het Waterketenplan. Een aantal onderzoeken lichten we er hier uit:
•Meten-data rekenen, om meer inzicht te krijgen in de werking van ons rioolstelsel, ook in relatie met het regionale watersysteem;
•Ontwikkelen van een visie en strategie voor het omgaan met afvalwater in het buitengebied (ook IBA’s), inclusief beslisbomen;
•Ontwikkelen van afspraken over de lozingsroute voor hemelwater, inclusief een beslisboom afkoppelen.
•Onderzoek naar droogte, kennisontwikkeling en ontwikkelen aanpak.
•Optimalisatiestudie waterketen-watersysteem, hoe ver zijn we met de KRW 2027?
•Branchestandaard onderzoek gemeentelijke watertaken, de personele kant van de rioleringszorg
De kosten van deze onderzoeken zijn verwerkt in de begroting van Waterpanel Noord en in de bijdrage die wij als gemeente daaraan meebetalen.
Daarnaast zijn er onderzoeken die wij zelf uitvoeren. Deze zijn opgenomen in Tabel 6 1.
Tabel 6-1 Onderzoeken 2022-2026
Onderzoek
Periode
Kostenraming (€)
O1) NEN-inspecties gemalen
2022
55.400
O2) Strategische klimaatadaptatieplan
2022
100.000
O2a risicodialogen en nadere klimaatonderzoeken
2022-2026
125.000
O3) tariefsdifferentiatie en verlening afschrijivingstermijnen
2022
5.000
O3) NEN-inspecties gemalen
2023
55.400
O4) Tussentijdse evaluatie GRP
2024
10.000
O5) Update Verdiepingsslag stresstest
2025
50.000
O6) Nieuw Gemeentelijk Rioleringsprogramma
2026
25.000
O7) Mogelijkheden hemelwaterverordening
2022
10.000
De NEN-inspecties gemalen zijn bedoeld om te controleren of de gemalen aan de huidige normen voldoen.
In 2022 stellen we ook een strategische klimaatadaptatieplan op. Hierin zorgen we voor samenhang in alle klimaatmaatregelen. Jaarlijks voeren we hierover risico-dialogen of nadere onderzoeken uit naar de optimale maatregelen.
In 2022 voeren we een onderzoek uit naar tariefsdifferentiatie en de mogelijkheid om de afschrijvingstermijnen te verlengen.
In 2024 herijken we het GRP, net als we dat in 2019 hebben gedaan. We kijken of we nog steeds op koers liggen en of de financien nog in de pas lopen. 2025 is het jaar van nieuwe stresstesten volgens de aanpak uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie.
6.2.3 Maatregelen
Onderhoud en reparatie
Onderhoudswerkzaamheden zijn deels uitbesteed. Waar mogelijk voeren we het onderhoud planmatig uit, maar we kijken ook naar meldingen van inwoners.
Tabel 6-2 Onderhoud 2022-2026
Onderhoud voor
Wat gebeurt er
Frequentie
Vrijvervalriolering
Reiniging
1xper 10 jaar
Inspectie
1xper 10 jaar
Verstopping verhelpen
Na melding
Hoofdgemalen
Reiniging
1xper jaar (minimaal)
Drukriolering
Reiniging
2xper jaar
Inspectie
1xper 2 jaar
Storingen verhelpen
Na melding
Persleidingen
Correctief
Bij gebreken
Kolken
Reiniging
2xper jaar
Daarnaast maaien we de (bermen van) de sloten om de afvoercapaciteit op peil te houden. Dit doen we op een ecologische, alternerende manier. Dat is ook goed voor de biodiversiteit.
Renovatie en vervanging
Aan de hand van inspectiegegevens bepalen we welke riolen vanwege hun technische staat moeten worden vervangen. Daarnaast kijken we ook naar andere plannen die op onze riolering van invloed zijn: plannen voor klimaatadaptatie, ruimtelijke ontwikkelingen, weg- en groenonderhoud. Voor de jaren 2022, 2023 en 2024 is uitgegaan van ons Meerjareninvesteringsprogramma, daarin is met het bovenstaande rekening gehouden.
De inspectieresultaten van de camera-inspecties worden nader beoordeeld waarbij wordt bepaald welke maatregelen de komende jaren precies nodig zijn en wat de urgentie is. Daarbij zullen maatregelen zoveel mogelijk gecombineerd worden met andere beheer- en onderhoudsactiviteiten en herinrichtingsprojecten binnen de gemeente. De gemeente hanteert hierbij financieel een verhouding van 80 % relinen en 20 % vervangen, maar streeft naar 100 % relinen.
Bij vervanging wordt het functioneren van het hele rioolstelsel tegen het licht gehouden. Daarbij zal zo mogelijk optimalisatie en verbetering uitgevoerd worden of verhard oppervlak worden afgekoppeld. Voor de lange termijn is op basis van een gemiddelde restlevensduur van 70 jaar en eenheidsprijzen van de gemeente een vervangingsplanning bepaald. Hierbij zijn de kosten voor relinen op 50 % van de kosten voor vervangen aangehouden. Om pieken te voorkomen zijn de maatregelen vervolgens in blokken van vijf jaar uitgesmeerd. In onderstaande Figuur 6.1 is het benodigde budget voor renovatie en vervanging weergegeven.
Doordat de riolering ouder wordt, stijgt het benodigde budget de komende jaren van € 0,4 miljoen per jaar tot en met 2028, via € 0,9 miljoen per jaar tot en met 2033 naar gemiddeld € 1,1 miljoen per jaar daarna.
Figuur 6‑1: budget voor renovatie en vervanging vrijvervalriolen
Gemalen en drukriolering vervangen of renoveren we als dat nodig is. De voor de planperiode geraamde budgetten zijn opgenomen in de exploitatie.
7 Organisatie en financiën
7.1 Personele capaciteit
7.1.1 Benodigde bezetting, de theorie
Voor de invulling van de dagelijkse gemeentelijke watertaken is de benodigde personele inzet in eerste instantie berekend op basis van de Kennisbank Stedelijk Water, onderdeel Personele Aspecten. Deze raming geldt voor de bezetting van de zogenaamde binnendienst en geeft een beeld van de bandbreedte waarbinnen de werkelijke bezetting volgens de kengetallen moet liggen. In Tabel 7 1 zijn de uitkomsten van de berekening weergegeven. Detailinformatie staat in de bijlagen.
Tabel 7‑1. Samenvatting benodigde personele capaciteit bij inschatting mate van uitbesteding
In de Kennisbank Stedelijk Water is bij de berekening van de benodigde fte’s nog geen rekening gehouden met nieuwe ontwikkelingen zoals klimaatadaptatie, participatie, subsidieregelingen, extra communicatie, samenwerking WPN, watertoetsprocessen en aanvullend databeheer. Adequate invulling hiervan zal circa 2 fte extra inzet vergen op Planvorming. Dat betekent dat een minimale bezetting van de binnendient van 10,9 fte nodig is bij de huidige uitbesteding van werkzaamheden. De verdeling over de hoofddeeltaken is als volgt:
-Planvorming, onderzoek en facilitair: 3,6 fte;
-Onderhoud (Aansturen, voorbereiden, deels uitvoeren): 4,5 fte;
-Maatregelen (voorbereiding, directievoering en toezicht): 2,8 fte.
Als alle binnendienstwerkzaamheden zelf worden gedaan, is een bezetting nodig van 18 fte.
7.1.2 Huidige bezetting, de praktijk
Voor onderhoud worden geen knelpunten ervaren, er is voldoende bezetting. Voor Planvorming en Maatregelen ligt dat anders. Hier wordt een groot tekort ervaren.
In de begroting 2022 is 2,5 fte voor de rioleringszorg opgenomen
2Uitgaande van 1.400 uur per fte.
+ 80.000 inhuur (overeenkomend met circa 0,6 fte), voor de taken Planvorming c.a. en Maatregelen. In totaal is dit 3,1 fte. De huidige personele capaciteit op Planvorming en Maatregelen sluit onvoldoende aan op de benodigde personele capaciteit van 6,4 fte bij grote mate van uitbesteding. Er is net voldoende tijd voor het dagelijks beheer, maar veel te weinig voor beleidsontwikkeling en inspelen op actualiteiten, innovaties en nieuwe watertaken zoals klimaatadaptatie. Ook de bijdrage aan regionale samenwerkingsprojecten staat zwaar onder druk. Aandachtspunt is dat de groei van het aantal taken (ook buiten de rioleringszorg) steeds meer beslag legt op de beschikbare capaciteit. Samenwerking met andere partners kan dit slechts zeer gedeeltelijk oplossen.
Het gevaar van te weinig personele capaciteit is dat er werkzaamheden blijven liggen en dat er mogelijk te snel en te weinig onderbouwde en dus suboptimale beslissingen worden genomen. Ook kan de kwaliteit van de riolering op langere termijn achteruit gaan waardoor de kans op calamiteiten toeneemt.
Om alle basistaken goed uit te voeren, hebben we op korte termijn op Planvorming 2,3 fte extra nodig:
-1 fte beleidsondersteuning, samenwerking, nieuwe ontwikkelingen, c.a.;
-1 fte technisch, complexe afkoppeladviezen, watertoetsprocedures, implementatie klimaatbeleid;
-0,2 fte administratie afkoppelen;
-0,1 fte communicatie;
In de exploitatielasten in dit GRP is rekening gehouden met de uitbreiding van 2,3 fte. Daarbij geldt dat kosten voor ingeleend personeel (€ 80.000) en de inhuur van een afkoppeladviseur (€ 30.000) al zijn vervallen en dat de kosten voor maatwerkadviezen afkoppelen in deze planperiode kunnen komen te vervallen (in dit GRP € 30.000).
Daarnaast is op Maatregelen minimaal 1 fte extra projectleiderscapaciteit nodig om alle projecten te kunnen uitvoeren. Budget hiervoor is opgenomen in de investeringsbedragen in dit GRP.
7.2 Kosten en kostendekking
7.2.1 Kosten
Vervangingswaarde
De totale vervangingswaarde van ons rioolstelsel bedraagt ruim € 124 miljoen euro. Dit bedrag is als volgt opgebouwd:
•Vrijvervalriolering* € 100.700.000,-
•Gemalen € 3.400.000,-
•Drukriolering € 8.900.000,-
•Pers- en drukleidingen € 11.100.000,-
* Uitgaande van 100% vervanging.
De riolering moet tijdig worden vervangen en/of gerenoveerd. De bedragen zijn opgenomen in de investeringen, net als die voor verbetermaatregelen en grondwatermaatregelen.
Kapitaallasten uit het verleden
De bestaande kapitaallasten zijn kapitaallasten die zijn ontstaan door investeringen in het verleden (tot en met 2021). Gedurende de planperiode van dit GRP bedragen de kapitaallasten jaarlijks circa € 1,1 miljoen.
Exploitatie
Voor de exploitatie (het dagelijks beheer) is gedurende de planperiode een jaarlijks bedrag van circa € 3.3 miljoen nodig.
Totaaloverzicht kosten
De totale waarde van de riolering bedraagt dus € 122 miljoen. Om dit kapitaal te beheren, doen we de goede dingen goed. En dat kost geld.
Tabel 7‑2: Overzicht totale uitgaven planperiode (EURO x 1000)
Voor de komende 60 jaar is het volgende beeld in de uitgaven voorzien.
Figuur 7‑1: Verloop uitgaven (raming 2021)
Van alle uitgaven gaat, over de gehele beschouwde periode gezien, het grootste deel op aan exploitatie (64%), op afstand gevolgd door de vervangings- en reliningsinvesteringen (21%) en de kapitaallasten van investeringen t/m 2024 (8%). De klimaatmaatregelen vergen 7% van het totale budget.
Figuur 7‑2: Verdeling kosten rioleringszorg
We schrijven nieuwe investeringen lineair over verschillende termijnen af.
7.2.2 Kostendekking
Om alle kosten te kunnen dekken, wordt rioolheffing geheven volgens de “Verordening rioolheffing Horst aan de Maas 2020”. We heffen van de eigenaren een vast tarief per perceel. In 2021 bedraagt het tarief € 217,00.
Voorziening
We maken gebruik van een financiële voorziening riolering. Per 1-1-2022 wordt de stand van deze voorziening geraamd op € 7.777.000. Via de rioolheffing geïnd geld moet voor het rioleringsdoel worden aangewend en blijft daarom in een voorziening (artikel 44 lid 2 BBV). Deze voorziening wordt gebruikt als een tariefsegalisatievoorziening.
Benodigde inkomsten
Er is voor 2022 gerekend met 19.190 percelen waarover heffing wordt ontvangen. Dat aantal neemt als gevolg van nieuwbouw tot en met 2027 toe met circa 1.000 eenheden. De exploitatielasten stijgen evenredig mee. Om direct per 1-1-2022 langjarig kostendekkend te zijn zou de rioolheffing € 256,- moeten bedragen.
Getrapte invoering kostendekkende heffing
Er zijn vele manieren om naar een kostendekkend niveau toe te groeien. In onderstaand voorbeeld zijn twee mogelijke stijgingscenario’s opgenomen waarbij rekening is gehouden met het verloop van de kosten en met de inzet van gelden uit de voorziening in vooral de eerste periode. De rioolheffing in 2022 blijft gelijk aan die van 2021. Daarna is een stijging nodig om de voorziening niet negatief te laten worden, in scenario 1 is die stijging gelijdelijk, in scanrio 2 geconcentreerd in 2023. Na de planperiode moet de rioolheffing verder stijgen. De ontwikkeling van de rioolheffing in deze scenario’s wordt aangegeven in Tabel 7‑3 en Figuur 7‑3 en Figuur 7‑4.
Tabel 7‑3: Voorgestelde ontwikkeling rioolheffing
Heffingseenheden
Kostendekken tarief (€) scenario 1
Kostendekken tarief (€) scenario 2
2022
19.190
217,00
217,00
2023
19.622
224,00
237,00
2024
19.836
231,00
237,00
2025
19.982
238,00
237,00
2026
20.007
245,00
237,00
In scenario 1 is te zien dat de voorziening in de planperiode terugloopt van € 7,8 miljoen aan het begin van 2022 tot circa € 3,3 miljoen eind 2026. In scenario 2 loopt de voorziening terug tot € 3,5 miljoen eind 2026.
Figuur 7‑3: Ontwikkeling kosten-rioolheffing-voorziening stijgingsscenario 1
Figuur 7‑4: Ontwikkeling kosten-rioolheffing-voorziening stijgingsscenario 2
Bijlage 1 Woordenlijst
De woorden en verklaringen in deze lijst zijn (voor een groot deel) afkomstig uit de NEN 3300 Buitenriolering Termen en definities en de publicatie “Ontwatering in stedelijk gebied”.
AFKORTINGEN
AMvB Algemene Maatregel van Bestuur
BBB bergbezinkbassin
BBL bergbezinkleiding
BRP basisrioleringsplan
BBV Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten
GRP gemeentelijk rioleringsplan / gemeentelijk rioleringsprogramma
bob binnenonderkant buis
DWA droogweerafvoer
HWA hemelwaterafvoer
IBA installatie voor individuele behandeling van afvalwater
KBSW Kennisbank Stedelijk Water (Stichting RIONED)
NEN Nederlandse norm
NPR Nederlandse praktijkrichtlijn
RWA regenweerafvoer
RWZI rioolwaterzuiveringinrichting
OW Omgevingswet
SSW Systeemoverzicht Stedelijk Water
WBL Waterschapsbedrijf Limburg
WL Waterschap Limburg
Wm Wet milieubeheer
WML Waterleidingmaatschappij Limburg
Wtw Waterwet
TERMEN EN DEFINITIES stedelijk afvalwater en hemelwater
aangroei
verzameling van organismen die zich op de buiswand hebben vastgehecht of in slierten aan de buiswand hangen
aansluitvergunning
vergunning op grond van de aansluitverordening en de Wvo die wordt afgegeven door het zuiveringsschap voor de aansluiting op de rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI)
aantasting
een wijziging van de structuur van de buiswand als gevolg van (bio)chemische of mechanische processen
afkoppelen
het niet meer inzamelen en naar de RWZI transporteren van hemelwater
afvalwater
alle water waarvan de houder zich met het oog op de verwijdering daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen (opmerking: hieronder wordt dus ook afvloeiend regenwater begrepen)
afvoerend oppervlak
het naar de riolering afwaterende oppervlak
afzetting
aankoeking van slib, vet en kalk op de buiswand; tevens afzetting van bodemmateriaal anders dan zand ter plaatse van een buisverbinding of scheur
basisinspanning
Term die de waterkwaliteitsbeheerders gebruiken voor het aanduiden van de inspanningen die elke gemeente moet uitvoeren of uitgevoerd hebben om de vuiluitworp uit de riolering tot een bepaald niveau te reduceren
basisrioleringsplan
document (tekening + toelichting en berekeningen) met de huidige situatie van de riolering en de uit te voeren verbeteringsmaatregelen
beheer
zie rioleringsbeheer
bemalingsgebied
een rioleringsgebied waaruit het afvalwater door een gemaal wordt verwijderd
beoordelen
het toetsen van een parameter aan de bijbehorende maatstaf en het geven van een oordeel over de uitkomsten van de toetsing
bergbezinkkelder
reservoir voor de tijdelijke opslag van afvalwater waarin tevens slibafzetting plaatsvindt met een voorziening om het slib te kunnen verwijderen en waaruit overstortingen kunnen plaatsvinden
berging
de inhoud van de riolering uitgedrukt in m3 of mm/ha
bergingsverlies
de vermindering van berging door permanente vulling in de riolering als gevolg van verzakkingen
beslisboom aan- en afkoppelen verhard oppervlak
hulpmiddel voor gemeenten en particulieren om verantwoorde beslissingen te nemen bij het aan- en afkoppelen van verhard oppervlak in West-Nederland op wijk- en straatniveau
classificatie
de indeling van toestandsaspecten in klassen
controleren
controle, toezicht houden op (bijvoorbeeld op de naleving van voorschriften, op het beheer van een zaak, op de werking van een machine
droogweerafvoer (dwa)
de hoeveelheid afvalwater die per tijdseenheid in een droogweersituatie via het rioolstelsel wordt afgevoerd
drukriolering
riolering waarbij het transport plaatsvindt door middel van pompjes en persleidingen
dwa-rioolstelsel
zie vuilwaterrioolstelsel
emissiespoor
onderdeel van het tweesporenbeleid van waterkwaliteitsbeheerders gericht op het tot een bepaald niveau terugbrengen van de emissies (vuiluitworp) uit een rioolstelsel, ongeacht de werkelijke waterkwaliteit
externe overstort
rioolput voorzien van een overstortdrempel die loost buiten het in beschouwing genomen rioolstelsel, meestal op oppervlaktewater
gemengd rioolstelsel
rioolstelsel, waarbij afvalwater inclusief ingezamelde neerslag door 1 leidingstelsel wordt getransporteerd
gescheiden rioolstelsel
rioolstelsel, waarbij afvalwater exclusief neerslag door een leidingstelsel wordt getransporteerd en neerslag door een afzonderlijk leidingstelsel rechtstreeks naar oppervlaktewater wordt afgevoerd
hydraulisch
waarbij van de leer van de praktische toepassing van waterbeweging gebruik wordt gemaakt
hydraulische berekening
het door rekenen bepalen van het hydraulisch functioneren van een rioolstelsel
ingrijpmaatstaf
grenstoestand waarbij ingrijpen in de actuele toestand noodzakelijk is en waarbij maatregelen moeten worden opgesteld
inhangend voegmateriaal
voegmateriaal (kit, bitumineuze profielstrip) dat uit de voeg in het doorstroomprofiel is gezakt of gedrukt
inhangende rubberring
een niet gescheurde rubberring die zichtbaar is of een gescheurde rubberring waarvan een gedeelte in het doorstroomprofiel hangt
inspectie
het waarnemen, herkennen en beschrijven van de toestand
lekkage
het intreden of uittreden van water via voegen, scheuren, langs inlaten of door de buiswand
maatstaf
grenswaarde (getalsmatig) op basis waarvan geconcludeerd wordt of aan een functionele eis wordt voldaan
obstakels
voorwerpen in het riool die geen functie in rioleringstechnische zin hebben en geen deel uitmaken van een normale afvalwaterstroom
onderhoud
herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij de toestand van objecten ongewijzigd gehandhaafd wordt
onderzoek
het verzamelen, ordenen, analyseren en verwerken van gegevens, zodanig dat informatie kan worden afgeleid over de toestand en het functioneren van de buitenriolering
overstorting
de lozing van afvalwater via een overstortdrempel naar oppervlaktewater
overstortput
rioolput voorzien van een overstortdrempel
pompovercapaciteit
(poc) het deel van de pompcapaciteit dat beschikbaar is voor de regenwaterafvoer. Het andere deel van de capaciteit is beschikbaar voor de afvalwaterafvoer tijdens droog weer
randvoorziening
vloeistofdichte voorziening als onderdeel van het rioolstelsel die als doel heeft de lozing van vuil uit het rioolstelsel op oppervlaktewater te verminderen
regenwaterriool
riool alleen bestemd voor de inzameling en het transport van neerslag
regenwaterrioolstelsel
rioolstelsel alleen bestemd voor de inzameling en het transport van neerslag
renovatie
herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij een ingrijpende toestandswijziging wordt doorgevoerd; evenaren technische staat van nieuwaanleg
reparatie
herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij een beperkte toestandswijziging wordt doorgevoerd
riolering
het samenstel van riolen, rioolputten en bijbehorende voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater
rioleringsbeheer
zorg voor het functioneren van de buitenriolering
riool
samenstel van buizen tussen twee putten bestemd voor de inzameling en/of het transport van afvalwater
rioolput
constructie toegang gevend tot het rioolstelsel (te herkennen aan gietijzeren deksels in de weg)
rioolwaterzuiveringsinrichting
het totaal van de grond, gebouwen en apparatuur voor de zuivering van afvalwater (RWZI)
rwariool
zie regenwaterriool
rwarioolstelsel
zie regenwaterrioolstelsel
scheuren
het geheel van scheuren, barsten en breuken
verbeterd gescheiden rioolstelsel
gescheiden rioolstelsel met voorzieningen waardoor de neerslag slechts bij wat grotere regenbuien naar oppervlaktewater wordt afgevoerd. Het meest vervuilde deel van de neerslag wordt 'geborgen' in de riolering en naar de zuivering afgevoerd.
verbeteren
het aanpassen van het oorspronkelijke functioneren
vervangen
herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij het bestaande object wordt verwijderd en een nieuw gelijkwaardig object wordt teruggeplaatst
visuele inspectie
het op directe wijze dan wel op indirecte wijze via optische hulpmiddelen inspecteren van de toestand
vrijvervalriool
riool waardoor afvalwater door middel van de zwaartekracht wordt getransporteerd
vuilemissie
zie vuiluitworp
vuiluitworp
het totaal aan stoffen (niet zijnde water) geloosd uit een rioolstelsel op het oppervlaktewater via overstorten . Hierbij kan gedacht worden aan biologisch afbreekbare stoffen die bij afbraak in het water zuurstof verbruiken (BZV), aan stikstof en fosfaten en aan zware metalen
vuilwaterriool
riool alleen bestemd voor de inzameling en het transport van huishoudelijk en bedrijfsafvalwater, niet zijnde neerslag
vuilwaterrioolstelsel
rioolstelsel voor de inzameling en het transport van huishoudelijk en bedrijfsafvalwater, niet zijnde neerslag
Waarschuwingsmaatstaf
grenstoestand waarbij de actuele toestand discutabel is en nader onderzoek nodig is
wadi
systeem voor hemelwater afvoer door drainage en infiltratie
waterkwaliteitsdoelstelling
doelstelling voor de kwaliteit van een oppervlaktewater nodig om dat water een bepaalde functie te kunnen laten vervullen
water op straat
het optreden van waterstanden boven maaiveldniveau
wateroverlast
het optreden van waterstanden boven maaiveldniveau waarbij hinder of schade wordt ondervonden
wortelingroei
de wortels van bomen of planten, die door voegen, scheuren of via gebouw of kolkaansluitingen het riool zijn ingegroeid
zandinloop
het intreden van zand via buisverbindingen of scheuren
zand en vuilophoping
opgehoopt materiaal met een losse structuur
TERMEN EN DEFINITIES grondwater
Afsluitende laag:
Laag in de bodem die zo wordt genoemd vanwege zijn eigenschap dat hij grondwater slecht doorlaat.
DINO
Digitale Informatie Nederlandse Ondergrond, een direct benaderbare databank voor grondwatergegevens in beheer bij TNO Grondwater en Geo-Energie in Delft
Doorlatendheid
Het vermogen van de grond om water en/of lucht door te laten
Drainage
De afvoer van water over en door de grond en door het waterlopenstelsel
Drooglegging
De afstand tussen het oppervlaktewaterpeil en het maaiveld
Freatisch grondwater
Het grondwater in de bovenste bodemlaag, dat (indirect) in contact staat met de atmosfeer. De freatische grondwaterstand is een andere term voor grondwaterspiegel
Geohydrologie
De leer van de grondwaterstroming en de -dynamiek in samenhang met de structuur en de opbouw van de ondergrond.
GHG
Gemiddeld hoogste grondwaterstand. Dit is het gemiddelde van de drie hoogste grondwaterstanden van de afgelopen 8 jaren, gebaseerd op maandelijkse metingen.
Grondwater
Water beneden het grondoppervlak, meestal beperkt tot het water beneden de Grondwaterspiegel
Grondwaterisohypse
Hoogtelijn voor de grondwaterstand of voor de stijghoogte van het grondwater. Een grondwaterisohypsenkaart geeft met lijnen (isohypsen) punten aan met gelijke stijghoogte. De kaart geeft onder andere informatie over de stromingsrichting van het grondwater
Grondwateronderlast
Problemen die zich voordoen als gevolg van lage grondwaterstanden. Bijvoorbeeld aantasting van houten funderingen als gevolg van droogstand
Grondwateroverlast
Wateroverlast door hoge grondwaterstanden. Bijvoorbeeld plasvorming op binnenterreinen of vocht in kruipruimten
Infiltratie
Intreding van water in de bodem
Kruipruimte
Ruimte onder de beganegrondvloer in gebruik voor het bereiken van leidingen voor inspectie, onderhoud of reparatie, en voor ventilatie van de vloer en eventuele houten constructiedelen onder de woning
Kwel
Het uittreden van grondwater
Ontwatering
De afvoer van water uit percelen over en door de grond en eventueel door drains, kleine sloten en greppels naar een stelsel van grote waterlopen, met als functie afwatering
Ontwateringsdiepte
De afstand tussen de hoogste grondwaterstand tussen twee ontwateringsmiddelen (sloot, drain) en het maaiveld.
Onverzadigde zone
Deel van de grond boven de grondwaterspiegel, waarin de bodemporiën zowel water als lucht bevatten. De verzadigde zone is het deel waar de poriën geheel gevuld zijn met water.
Opbolling
Het maximale hoogteverschil tussen de grondwaterspiegel en de waterstand in de drainagebuizen en/of watergangen
Peilbuis
Algemene term voor een buis of soortgelijke constructie met een kleine diameter waarin een grondwaterstand c.q. stijghoogte kan worden gemeten
REGIS
Regionaal Geohydrologisch Informatiesysteem, een interactief informatiesysteem dat beschikt over voor het waterbeheer relevante en actuele gegevens. REGIS wordt beheerd door TNO.
Stijghoogte
Hoogte boven een referentievlak tot waar het water in een peilbuis stijgt. Deze stijghoogte is afhankelijk van de druk van het grondwater ter plaatse van de opening onder in de peilbuis
Wadi
Voorziening voor de opvang, berging en afvoer van neerslag. In een komvormige greppel kan het regenwater infiltreren. Vervolgens kan infiltratie naar het grondwater plaatsvinden of afvoer via een drain.
Zetting
Bodemdaling als gevolg van inklinking, van krimp, door de bouw van kunstwerken, het ophogen van de grond of het aanbrengen van andere materialen
Bijlage 2 Afwegingskader nieuwbouwlocaties
Hoofddoelstellingen:
A. Geen schade woningen/ panden binnen plangebied bij bui Herwijnen
B. Geen extra belemmeringen t.a.v. bereikbaarheid doorgaande wegen nabij plangebied voor hulpdiensten bij bui Herwijnen
C. Geen oppervlakkige of ondergrondse afstroming naar lagergelegen probleemlocaties (zie kaartviewer verdiepingsslag)
D Voldoen aan de Keur van het Waterschap (gevolgen voor de stroomgebieden niet meer dan landbouwkundige afvoer.
Uitgangspunten
1Minimale berging infiltratievoorzieningen bij inbreidingsplannen en nieuwbouwlocaties: 53 mm en leegloop binnen 24 uur.
o Aantonen middels een infiltratieonderzoek (bodemopbouw en k-waarde)
2Bij afstroming naar probleemlocaties (lagergelegen woningen met risico op wateroverlast en bereikbaarheid doorgaande wegen): berging 100 mm en leegloop binnen bij voorkeur 24 uur doch max. binnen 48 uur.
3Max. waterdiepte in wadi’s: 35 cm bij een bui van 40 mm.
4Bij meer dan 53 mm is waterberging op woonstraten en groenvoorziening is acceptabel, mits goede leegloop. Berging op straat d.m.v. goede planning straatpeilen en situering drempels (geen oppervlakkige afstroming).
5Peilen bebouwing voldoende hoog leggen
6Bij onvoldoende leegloopmogelijkheden infiltratievoorzieningen: mogelijkheden voor vertraagde afvoer onderzoeken.
Afwegingen:
1De gemeente heeft een zorgplicht voor de afvoer van het overtollige regen- en grondwater wanneer de perceeleigenaar dit op een doelmatige wijze niet op een doelmatige wijze kan opvangen en afvoeren.
2Wanneer bebouwing volgens bestemmingsplannen of vastgesteld beleid is toegestaan, is bij onvoldoende leegloopmogelijkheden de gemeente verantwoordelijk voor het regenwater. Belangrijk is dat de gemeente vooraf inzicht heeft op eventuele gevolgen van bouwbestemmingen op het watersysteem.
3Volgens het GRP 2017-2021 kan de gemeente nu een maximale berging eisen van 30 mm.
4In de keur van het waterschap is bepaald dat in geval van lozen op een oppervlaktewater afkomstig van verhard een berging wordt geëist van 100 mm (bij bestaande bebouwing wordt dit als streven gehanteerd, niet als harde norm). De keur is van toepassing wanneer niet aan de doelstelling (max. landbouwafvoer) kan worden voldaan.
5Belangrijk is dat bovengenoemde uitgangspunten een wettelijk kader krijgen (beleidsmatig onderbouwd in de omgevingsvisie of het GRP, juridisch verankerd in het omgevingsplan).
Bijlage 3 Uitgangspunten kostendekkingsberekening
Uitgangspunten die gehanteerd zijn bij de berekening van de rioolheffing:
1Berekeningsmethode
Het totaal aan uitgaven en inkomsten over de beschouwde periode is met elkaar in evenwicht. Het streven is dat de rioolheffing over de beschouwde periode 100 procent kostendekkend blijft.
2Planningshorizon
Bij de berekening van de rioolheffing is uitgegaan van een planningshorizon van 60 jaar: 2022 t/m 2081. Binnen een periode van 60 jaar zijn alle objecten minimaal éénmaal vervangen.
3Indexering rioolheffing
Het in het GRP berekende tarief moet jaarlijks met de optredende inflatie worden geïndexeerd. Dit wordt jaarlijks bij de vaststelling van de begroting afgehandeld.
4Inflatie en prijspeil
Alle bedragen in het GRP zijn gegeven op prijspeil 2022. De prijsindex is gebaseerd op de prijsontwikkeling van de lonen, materiaal en materieel die nodig zijn voor het aanleggen van riolering binnen de bebouwde kom. Dit is terug te vinden in de CBS-cijfers voor de categorie 4221 Civieltechnische werken en bouw.
Voor de kostendekkingsberekening bij het GRP is op aangeven van de gemeente uitgegaan van een langjarige inflatie van 1,0%.
5Rentevoet
Er is een rente van 0,5% op de kapitaallasten gehanteerd. Over de tegoeden in de tariefegalisatievoorziening wordt geen rente berekend.
6Eenheidsprijzen
Voor de berekening van de investeringskosten is voor een deel gebruik gemaakt van de bedragen uit de herijking van 2019. Deze zijn geïndexeerd naar prijspeil 2022 op basis van de cijfers van het CBS-categorie “4221 Civieltechnische werken en bouw”, waar riolering ook onder valt (+10,8%).
7Staartkosten
Voor de staartkosten zijn conform de Kennisbank Stedelijk Water de volgende waarden gehanteerd: uitvoeringskosten 10% (inrichting werkterrein, uitzetwerkzaamheden), algemene kosten, winst en risico 12%, voorbereiding, honorarium en toezicht 15%. Er is geen rekening gehouden met de post ‘onvoorzien’. Totaal (1,10 * 1.12 * 1,15 - 1) = 42%.
8Afschrijvingsmethode
Investeringen worden lineair afgeschreven, zoals dit voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van onze gemeente wordt gehanteerd.
9Afschrijvingstermijnen
Onderscheid wordt gemaakt in de technische en de economische afschrijvingstermijn. De technische afschrijvingstermijn (levensduur) heeft grote invloed op de hoogte van de rioolheffing, die bepaalt immers in welk jaar een object op de vervangingsplanning verschijnt. Het is derhalve van belang de technische levensduur van de rioleringsobjecten zo goed mogelijk in te schatten. In de praktijk wordt hierbij gebruik gemaakt van inspectiegegevens.
De economische afschrijvingstermijn is van invloed op het verloop van de lasten in de tijd.
De technische en economische afschrijvingstermijnen mogen afwijken. Volgens de richtlijnen uit de BBV, moeten de afschrijving en de afschrijvingstermijn zo goed mogelijk aansluiten op de feitelijke waardedaling van de vrijvervalriolering. Het voorzichtigheidsbeginsel leidt ertoe dat, indien de economische levensduur korter is dan de technische levensduur, afgeschreven moet worden op basis van de economische levensduur.
De in de berekening gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn weergegeven in tabel B3.1.
Tabel B3.1 Overzicht gehanteerde afschrijvingstermijnen (jaar)
Object
Afschrijvingstermijn
Technisch
Economisch
Vrijvervalriolen
60
40
Bergbezinkvoorzieningen
60
40
gemalen – bouwkundig
40
40
gemalen – mechanisch / elektrisch
20
20
Pers- en drukleidingen
40
40
drukriolering – bouwkundig
40
40
drukriolering – mechanisch / elektrisch
20
20
Grondwatermaatregelen
40
40
10Tariefegalisatievoorziening
In overeenstemming met de BBV wordt gebruik gemaakt van een tariefegalisatievoorziening, om ongewenste schommelingen in de rioolheffing te voorkomen (art. 44, lid 2).
Artikel 45 van het BBV bepaalt dat rentetoevoegingen aan voorzieningen niet zijn toegestaan. In onze gemeenten rekenen we geen rente toe aan de tariefegalisatievoorziening.
11Rioolheffing en btw
De geraamde btw op zowel goederen als diensten en investeringen mogen in het riooltarief worden meegenomen. Het product riolering is btw-compensabel, btw kan volledig worden gecompenseerd. In dit GRP zijn alle bedragen exclusief btw weergegeven. Het uiteindelijke rioolheffingstarief is inclusief alle compensabele btw. De BTW over investeringen is meegenomen in het jaar van de investering.
12Straatvegen
De kosten van straatvegen worden niet toegerekend aan de rioleringszorg.
13Watergangen
De kosten voor het onderhoud en baggeren van de watergangen worden volledig toegerekend aan de rioleringszorg.
Bijlage 4 Inventarisatie en financiële tabellen
STIJGINGSSCENARIO 1
STIJGINGSSCENARIO 2
Bijlage 5 Detailinformatie benodigde personele bezetting
In deze bijlage staat de detailinformatie over de berekening van de benodigde personele bezetting volgens de Kennisbank Stedelijk Water van stichting RIONED (versie medio 2021).
Bijlage 6 Overzicht stelsel en overstorten
Bijgaande kaart en tabel zijn afkomstig uit het Basisrioleringsplan.
Bijlage 7 Reacties van derden
In deze bijlage zijn de reacties van Waterschap Limburg en Waterleidingmaatschappij Limburg op het concept GRP opgenomen. De opmerkingen zijn verwerkt in dit GRP.
Bijlage 8a: Maatregelen urgente knelpunten wateroverlast
In onderstaande tabel zijn maatregelen weergegeven voor het oplossen van urgente knelpunten wateroverlast zoals die uit de Verdiepingsslag naar voren zijn gekomen.