Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels Wet inburgering 2021 gemeente Horst aan de Maas

Gemeente Horst aan de Maas · geldt sinds 1 januari 2022

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Horst aan de Maas;

gelet op de Wet inburgering 2021 en artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

besluit:

vast te stellen de volgende beleidsregels:

Beleidsregels Wet inburgering 2021 gemeente Horst aan de Maas

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Definities

1In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

a.Awb: Algemene wet bestuursrecht;

b.asielstatushouders: inburgeringsplichtigen als bedoeld in artikel 13, eerste lid, Wet inburgering 2021;

c.AZC: asielzoekerscentrum;

d.BRP: Basisregistratie Personen;

e.COA: Centraal Orgaan opvang asielzoekers;

f.college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Horst aan de Maas;

g.inburgeringswetgeving: Wet inburgering 2021, Besluit inburgering 2021, Regeling inburgering 2021 en de op basis daarvan genomen besluiten van algemene strekking van het college;

h.ISI: Informatie Systeem Inburgering;

i.gezinsmigranten en overige migranten: inburgeringsplichtigen die verblijf hebben op grond van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, met uitzondering van inburgeringsplichtigen als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel b, Wet inburgering 2021;

j.leerroute: de B1-route, de onderwijsroute of de Z-route;

k.MAP: Module Arbeidsmarkt en Participatie;

l.NAW: naam-, adres-, en woonplaats;

m.PIP: persoonlijk Plan Inburgering en Participatie;

n.PVT: participatieverklaringstraject;

o.PW: participatiewet.

Artikel 2 Informatieverstrekking

1Het college draagt er zorg voor dat inburgeringsplichtigen op adequate wijze informatie ontvangen over:

a.hun rechten en plichten op grond van de inburgeringswetgeving;

b.de MAP;

c.het PVT;

d.de leerroutes;

2Het college draagt er zorg voor dat asielstatushouders daarnaast op adequate wijze informatie ontvangen over:

a.de maatschappelijke begeleiding;

b.de ontzorging.

Hoofdstuk 2 Brede intake inburgeringsplichtigen

Artikel 3 Brede intake

1Het college neemt de brede intake af zo snel mogelijk nadat de inburgeringsplichtige, eventueel na een eerder verblijf in het AZC, in de BRP van de gemeente is ingeschreven.

2De periode van de Brede Intake duurt maximaal 10 weken en start op de dag dat de inburgeringsplichtige in de BRP van de gemeente is ingeschreven.

3Het college vermeldt in de uitnodigingsbrief:

a.wat de brede intake inhoudt;

b.waar en wanneer precies de inburgeringsplichtige voor de brede intake moet verschijnen;

c.dat de inburgeringsplichtige er recht op heeft om de gesprekken in het kader van de brede intake te voeren zonder dat daarbij andere mensen (bijvoorbeeld familieleden) aanwezig zijn dan professionals;

d.wat de gevolgen zijn als de inburgeringplichtige niet op de brede intake verschijnt of niet aan de brede intake meewerkt.

4Tot de brede intake behoren in elk geval een Leerbaarheidstoets en een Vraagverhelderingsgesprek.

5Tussen de datum van de uitnodigingsbrief en de brede intake liggen minimaal vijf werkdagen.

6Het college legt de relevante informatie die wordt verkregen in verband met de afname van de brede intake schriftelijk vast.

Hoofdstuk 3 Onderdelen inburgeringsplicht

Artikel 4 Passende leerroute inburgeringsplichtigen en aanbod leerroute asielstatushouders

1Het college beoordeelt op basis van de gegevens die het COA bij de eventuele voorinburgering heeft verkregen, alsmede op basis van de uitkomsten van de brede intake welke leerroute voor de inburgeringsplichtige passend is.

2Bij de vaststelling van de leerroute en, voor zover het gaat om asielstatushouders, de intensiteit van de taallessen houdt het college in ieder geval rekening met de arbeidsplicht uit de Participatiewet, de re-integratieplicht uit de Participatiewet en de ondersteuning bij arbeidsinschakeling uit de Participatiewet.

3Het college stemt de keuze voor een leerroute in ieder geval af op de MAP, het PVT, de (eventuele) maatschappelijke begeleiding en het (eventuele) schuldhulpverleningsplan van aanpak.

4Het college neemt de leerroute op in het PIP.

5Het college registreert de leerroute en, voor zover het gaat om asielstatushouders, de intensiteit van de taallessen in het ISI.

6Het college verstrekt de cursusinstelling en de taalschakeltrajectinstelling de NAW-gegevens en de gegevens over de leerroute, waaronder de intensiteit en de termijn van de leerroute.

7Het college biedt asielstatushouders binnen maximaal zes weken na de verzending van het PIP een cursus of opleiding aan waarmee zij aan de vastgestelde leerroute kunnen voldoen.

8Als het aanbod uitblijft, dan registreert het college dat in het ISI.

9Het college registreert de deelname en afronding van de leerroute en het taalniveau in het ISI.

Artikel 5 PVT inburgeringsplichtigen

1Het PVT bestaat in ieder geval uit:

a.een wekelijkse workshop van twee uren, gedurende zes weken en een bezoek aan een vrijheidsmonument; of

b.een wekelijkse workshop van twee uren, gedurende zes weken en een bezoek aan een vrijwilligerscentrale of een buurthuis.

2De frequentie en duur als bedoeld in het eerste lid, kan in het PIP worden afgestemd op de individuele omstandigheden van de inburgeringsplichtige, met dien verstande dat het aantal uren voor het volgen van de workshops twaalf bedraagt.

3Als de inburgeringsplichtige in het kader van de brede intake PVT-activiteiten heeft verricht, dan brengt het college deze bestede uren in mindering op de urennorm van twaalf uren.

4Het college neemt het PVT op in het PIP.

5Het college biedt inburgeringsplichtigen binnen maximaal drie maanden na de verzending van het PIP het PVT aan.

6Het college registreert de deelname aan het PVT in het ISI.

7Bij afronding van de in het eerste lid bedoelde activiteiten ontvangt de inburgeringsplichtige een uitnodiging voor de ondertekening van de participatieverklaring.

8Het college vermeldt in de uitnodigingsbrief:

a.wat de ondertekening van de participatieverklaring inhoudt;

b.waar en wanneer precies de inburgeringsplichtige voor ondertekening moet verschijnen;

c.wat de gevolgen zijn als de inburgeringplichtige niet voor de ondertekening verschijnt.

9Tussen de datum van de uitnodigingsbrief en de ondertekening van de participatieverklaring liggen minimaal vijf werkdagen.

10Het college registreert de ondertekende participatieverklaring in het ISI.

Artikel 6 MAP inburgeringsplichtigen

1De MAP bestaat in ieder geval uit:

a.minimaal twintig en maximaal veertig uren kennismaking met, en voorbereiding op de Nederlandse arbeidsmarkt in klassikale vorm; en

b.veertig uren stage.

2Het college beoordeelt op basis van de uitkomsten van de brede intake hoeveel klassikale uren en welke stage voor de inburgeringsplichtige passend zijn.

3Als de inburgeringsplichtige in het kader van de brede intake MAP-activiteiten heeft verricht, dan brengt het college deze bestede uren in mindering op de urennorm van veertig uren als bedoeld in het eerste lid, onder b.

4Bij de vaststelling van de MAP houdt het college in ieder geval rekening met de arbeidsplicht uit de Participatiewet, de re-integratieplicht uit de Participatiewet en de ondersteuning bij arbeidsinschakeling uit de Participatiewet.

5Het college neemt de MAP op in het PIP.

6Het college biedt inburgeringsplichtigen binnen maximaal drie maanden na de verzending van het PIP de MAP aan.

7Het college registreert de deelname aan de MAP in het ISI.

8Na afronding van de klassikale uren en de stage nodigt het college de inburgeringsplichtige uit voor het eindgesprek ter afronding van de MAP.

9Het college vermeldt in de uitnodigingsbrief:

a.wat het eindgesprek inhoudt;

b.waar en wanneer precies de inburgeringsplichtige voor het eindgesprek moet verschijnen;

c.wat de gevolgen zijn als de inburgeringplichtige niet voor het eindgesprek verschijnt.

10Tussen de datum van de uitnodigingsbrief en het eindgesprek liggen minimaal vijf werkdagen.

11Het college doet verslag van het eindgesprek en stelt dat zo spoedig mogelijk ter beschikking aan de inburgeringsplichtige.

12Het college registreert de afronding van de MAP in het ISI.

Hoofdstuk 4 Voortgangsgesprekken inburgeringsplichtigen

Artikel 7 Voortgangsgesprekken

1De frequentie van de voortgangsgesprekken wordt vastgesteld op basis van de uitkomsten van de brede intake en afgestemd op de inburgeringsplichtige, met dien verstande dat in het eerste jaar minimaal twee voortgangsgesprekken plaatsvinden.

2Het college neemt de frequentie van de voortgangsgesprekken op in het PIP.

3Het college vermeldt in de uitnodigingsbrief:

a.wat het voortgangsgesprek inhoudt;

b.waar en wanneer precies de inburgeringsplichtige voor het voortgangsgesprek moet verschijnen;

c.wat de gevolgen zijn als de inburgeringplichtige niet voor het voortgangsgesprek verschijnt.

4Tussen de datum van de uitnodigingsbrief en het voortgangsgesprek liggen minimaal vijf werkdagen.

5Ter voorbereiding op de voortgangsgesprekken beziet het college de gegevens van de cursusinstelling of de taalschakeltrajectinstelling over de voortgang van de leerroute, en de aanwezigheid, inspanningen en resultaten van de inburgeringsplichtige.

6Het college doet verslag van het voortgangsgesprek en stelt dat zo spoedig mogelijk ter beschikking aan de inburgeringsplichtige.

7Naast het voortgangsgesprek met de inburgeringsplichtige organiseert de consulent Inburgering elke zes weken een voortgangsoverleg tussen de organisaties die bij de uitvoering van de Wet Inburgering betrokken zijn.

Hoofdstuk 5 Maatschappelijke begeleiding asielstatushouders

Artikel 8 Maatschappelijke begeleiding

1De maatschappelijke begeleiding voor asielstatushouders bevat in ieder geval:

a.ondersteuning en begeleiding bij het regelen van praktische zaken ten aanzien van voorzieningen zoals onder andere wonen, zorg, werk, inkomen, verzekeringen, onderwijs en kennismaking met de lokale woonomgeving;

b.voorlichting over basisvoorzieningen en thema’s zoals onder andere wonen, inkomen, werk, zorg, onderwijs, opvoeding en kennismaking met maatschappelijke organisaties.

2De inburgeringsplichtige krijgt zo mogelijk een vaste begeleider toegewezen.

3De maatschappelijke begeleiding begint zo snel mogelijk nadat de asielstatushouder, eventueel na een eerder verblijf in het AZC, in de BRP van de gemeente is ingeschreven.

Hoofdstuk 6 Ontzorging

Artikel 9 Ontzorging

1Conform artikel 56a van de PW draagt het college gedurende minimaal 6 maanden na toekenning van de bijstandsuitkering, zorg voor de volgende betalingsverplichtingen:

a.De huurnota;

b.De nota voor gas en elektriciteit;

c.De nota voor water;

d.De premie zorgverzekering.

2Aan de plicht tot ontzorging wordt uitvoering gegeven via budgetbeheer.

3Gedurende minimaal de periode van ontzorging ontvangt de statushouder informatie en ondersteuning van zijn maatschappelijk begeleider, gericht op financiële en administratieve zelfredzaamheid.

Hoofdstuk 7 PIP inburgeringsplichtigen

Artikel 10 PIP

1In het PIP worden vastgesteld:

a.de te volgen leerroute;

b.de daarvoor nodige ondersteuning en begeleiding (voortgangsgesprekken);

c.de intensiteit van het PVT en de MAP;

d.voor zover van toepassing: de mogelijkheden van voor- of vroegschoolse educatie; en

e.indien het gaat om een asielstatushouder: de intensiteit van de leerroute.

2Het PIP voor bijstandsuitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtigen bevat, naast het bepaalde in het eerste lid, de beschikkingen op grond van de Participatiewet inzake opgelegde arbeids- en re- integratieverplichtingen (en/of ontheffingen) en inzake toegekende re-integratievoorzieningen.

3Het PIP voor bijstandsuitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtigen met een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bevat, naast het bepaalde in het eerste en het tweede lid, de ‘ontzorgingsbeschikking’ op grond van artikel 56a Participatiewet.

4Zo snel mogelijk na de afname van de brede intake stelt het college de inburgeringsplichtige in de gelegenheid tot samenspraak over de manier waarop de inburgeringsplichtige aan zijn inburgeringsplicht moet voldoen.

5Het college verzendt het PIP in ieder geval zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen 10 weken na inschrijving in de BRP als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aan de inburgeringsplichtige.

6Het college registreert de datum van vaststelling van het PIP in het ISI.

Hoofdstuk 8 Overschakelen en afschalen

Artikel 11 Overschakelen naar een andere leerroute

1De termijn om over te schakelen van de ene naar de andere leerroute is, bijzondere gevallen daargelaten, maximaal anderhalf jaar vanaf de dag na dagtekening van het PIP, met dien verstande dat gedurende het gehele inburgeringstraject de onderwijsroute kan worden gewijzigd in de B1- route.

2De beoordeling van het college of er onvoldoende voortgang of een grotere voortgang is dan op grond van het PIP was te verwachten, geschiedt aan de hand van de voortgangsgesprekken en/of de gegevens van de cursusinstelling of de taalschakeltrajectinstelling over de voortgang van de leerroute, en de aanwezigheid, inspanningen en resultaten van de inburgeringsplichtige.

3Als de beoordeling bedoeld in het tweede lid daartoe aanleiding geeft, schakelt de inburgeringsplichtige over naar een andere leerroute en past het college het PIP aan.

4Het college registreert de wijziging van de leerroute en, voor zover het gaat om asielstatushouders, de intensiteit van de taallessen in het ISI.

5Het college verstrekt de cursusinstelling en de taalschakeltrajectinstelling de NAW-gegevens en de gegevens over de nieuwe leerroute, waaronder de intensiteit en de termijn van de leerroute.

6Het college biedt asielstatushouders binnen maximaal drie maanden na de verzending van het PIP een cursus of opleiding aan waarmee zij aan de nieuwe vastgestelde leerroute kunnen voldoen.

7Het college registreert de deelname en afronding van de nieuwe leerroute en het taalniveau in het ISI.

Artikel 12 Afschalen

1Afschalen van niveau B1 naar niveau A2 in de B1-route is mogelijk na in totaal 600 cursusuren Nederlands als tweede taal wanneer uit de relevante feiten en omstandigheden blijkt dat de inburgeringsplichtige zich gedurende deze taallessen voldoende heeft ingespannen.

2Als de inburgeringsplichtige in het kader van de brede cursusuren Nederlands als tweede taal heeft gevolgd, waarvan alfabetiseringsonderwijs onderdeel kan zijn, dan brengt het college deze bestede uren in mindering op de urennorm van 600 uren.

3De beoordeling of niveau B1 niet (op alle onderdelen) haalbaar is, geschiedt aan de hand van de voortgangsgesprekken en/of de gegevens van de cursusinstelling en/of de taalschakeltrajectinstelling over de voortgang van de leerroute, en de aanwezigheid, inspanningen en resultaten van de inburgeringsplichtige.

4Als de beoordeling bedoeld in het derde lid daartoe aanleiding geeft, schaalt het college (onderdelen van) de B1-route af naar A2-niveau en past het college het PIP aan.

Hoofdstuk 9 Handhaving

Artikel 13 Boete niet verschijnen brede intake en meewerkplicht

1Wanneer de inburgeringsplichtige niet verschijnt voor de brede intake of onvoldoende meewerkt aan de brede intake, geeft het college hem een schriftelijke waarschuwing. In de schriftelijke waarschuwing vermeldt het college:

a.een nieuwe datum en tijdstip voor de brede intake;

b.wat de gevolgen zijn als de inburgeringplichtige niet op de brede intake verschijnt of niet aan de brede intake meewerkt.

2Tussen de datum van de waarschuwing en de brede intake liggen minimaal vijf werkdagen.

3Wanneer de inburgeringsplichtige na de waarschuwing niet verschijnt voor de brede intake of onvoldoende meewerkt aan de brede intake legt het college hem een boete op. Het college stelt de inburgeringsplichtige in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen over het voornemen tot het opleggen van een boete. Het college volgt daarbij de procedure van artikel 5:50 Awb. In de boetebeschikking vermeldt het college:

a.een nieuwe datum en tijdstip voor de brede intake;

b.wat de gevolgen zijn als de inburgeringplichtige niet op de brede intake verschijnt of niet aan de brede intake meewerkt.

4Tussen de datum van het boetebesluit en de brede intake liggen minimaal vijf werkdagen en maximaal twee maanden.

5Wanneer de inburgeringsplichtige na de boete niet verschijnt voor de brede intake of onvoldoende meewerkt aan de brede intake legt het college hem een boete op en voltooit het college de brede intake in afwezigheid van de inburgeringsplichtige. De tweede en derde volzin van het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.

6Het college registreert de boete in het ISI.

Artikel 14 Boete tijdens het inburgeringstraject

1Wanneer de inburgeringsplichtige de verplichtingen uit het PIP niet of onvoldoende nakomt, legt het college hem een boete op.

2Voor inburgeringsplichtigen gaat het om de volgende verplichtingen:

a.deelnemen aan de voortgangsgesprekken;

b.deelnemen aan activiteiten in het kader van de MAP en het PVT.

3Voor asielstatushouders gaat het daarnaast om de verplichting om deel te nemen aan de inburgeringslessen.

4Het college stelt de inburgeringsplichtige in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen over het voornemen tot het opleggen van een boete. Het college volgt daarbij de procedure van rtikel 5:50 Awb.

5Het college registreert de boete in het ISI.

Artikel 15 Samenloop inburgeringsboete en maatregel Participatiewet

Indien het college voor dezelfde gedraging een boete op grond van de Wet inburgering 2021 kan opleggen en de bijstand op grond van artikel 18 of 18b Participatiewet kan verlagen, dan kiest hij ervoor geen boete op te leggen en de bijstand te verlagen.

Hoofdstuk 10 Slotbepalingen

Artikel 16 Inwerkingtreding en citeertitel

1Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2022.

2Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Wet inburgering 2021 gemeente Horst aan de Maas.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.