Aanhef
Zaaknummer: 2082756
•Gelezen het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders
Betreft: wijziging verordening op de Ruimtelijke Adviescommissie (RAC) Hoorn.
De Raad van de gemeente besluit:
1De verordening op de Ruimtelijk Adviescommissie Hoorn 2024 vast te stellen.
2De verordening op de Ruimtelijk Adviescommissie Hoorn 2022 in te trekken.
3De verordening gelijktijdig met de Omgevingswet in werking te laten treden.
Betreft: Verordening op de ruimtelijke adviescommissie Hoorn 2024
De Raad van de gemeente Hoorn
•gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;
•gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet en afdeling 17.2 van de Omgevingswet;
besluit vast te stellen:
Artikel 1. Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
•commissie : gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de wet, genaamd Ruimtelijke adviescommissie Hoorn;
•goede omgevingskwaliteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.3 van de wet;
•wet: de Omgevingswet.
•linten: de linten zoals opgenomen in de Welstandsnota gemeente Hoorn.
Artikel 2. Taak en werkzaamheden
1De commissie heeft als taak de raad en burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.
2Ter uitvoering van haar taak:
a.adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor:
1een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een rijksmonument;
2een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk of provinciaal monument of een gemeentelijk of provinciaal monument;
3een omgevingsplanactiviteit binnen het beschermd stadsgezicht of de linten;
4een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen;
5een andere activiteit in geval burgemeester en wethouders een advies nodig achten met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit;
b.adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwijzen van een onroerende zaak als rijksmonument ingevolge artikel 3.1, eerste lid, van de Erfgoedwet, of over het aan een locatie geven, wijzigen of intrekken van de functie-aanduiding gemeentelijk monument of een functie-aanduiding anders dan gemeentelijk monument die betrekking heeft op cultureel erfgoed op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de wet;
c.adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het ontwikkelen van beleid inclusief omgevingsvisie, omgevingsplan en maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit;
d.adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders in een geval van een verkenning als bedoeld in artikel 5.48 van de wet en in andere gevallen waarin burgemeester en wethouders een advies nodig achten in verband met een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving;
e.informeert en begeleidt de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces;
f.voert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders tijdens vooroverleg (met planindieners) over een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning;
g.adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het stellen van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed [en werelderfgoed] en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen;
h.adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het geven van beschikkingen op grond van regels in verordeningen op grond van artikel 149 van de Gemeentewet [of: de Verordening Fysieke Leefomgeving] die een eis ten aanzien van de omgevingskwaliteit bevatten;
i.adviseert op verzoek van burgemeester en wethouders over het opleggen van een voorbescherming en het aanwijzen van beschermd dorps- en stadsgezicht.
Artikel 3. Verplichte advisering
1Burgemeester en wethouders winnen advies van de commissie in omtrent een te nemen beslissing als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, onderdelen 1 en 4, en onder b.
2Burgemeester en wethouders kunnen, als dit wettelijk is toegestaan, categorieën van aanvragen omgevingsvergunning aanwijzen waarbij het niet noodzakelijk is advies in te winnen bij de commissie.
Artikel 4. Samenstelling
1De commissie bestaat uit maximaal 7 leden, de voorzitter daaronder begrepen. Bij incidentele afwezigheid van een lid wordt hij/zij vervangen door een deskundige met gelijkwaardig profiel uit het ‘Register van plaatsvervangers’ van de Stichting Mooi Noord-Holland.
2De leden worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering.
3De commissie telt gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg.
4De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap, stedenbouw en architectuur.
5De leden van de commissie zijn onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur en de gemeentelijke organisatie.
Artikel 5. Benoeming
1De leden en de plaatsvervangers kunnen voor een termijn van ten hoogste vier jaar worden benoemd.
2Herbenoeming van leden is mogelijk. Hierbij in acht te nemen dat de maximale aaneengesloten termijn van leden niet meer dan 8 jaar bedraagt. Dit is niet van toepassing op de plaatsvervangers.
3Afgetreden leden zijn vier jaar na hun aftreden weer benoembaar.
4De leden worden op eigen aanvraag ontslagen. Zij kunnen voorts door burgemeester en wethouders worden geschorst en door de raad worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden.
5De voorzitter en de leden van de commissie worden door het college van burgemeester en wethouders benoemd op grond van artikel 156, eerste lid, van de Gemeentewet. Het college informeert de raad over een benoeming.
Artikel 6. Ondersteuning van de commissie
1Het secretariaat van de commissie berust bij Stichting MOOI Noord-Holland.
2Het secretariaat wordt bij de uitoefening van zijn taak rechtstreeks aangestuurd door de voorzitter.
Artikel 7. Adviestermijn
1Burgemeester en wethouders kunnen aangeven binnen welke termijn een advies wordt verwacht.
2In geval burgemeester en wethouders geen termijn hebben gesteld brengt de commissie advies uit binnen een termijn van vier weken.
Artikel 8. Beraadslaging en standpuntbepaling
1De vergaderingen waarin een of meer adviezen over aanvragen om omgevingsvergunning door of namens de commissie worden vastgesteld zijn openbaar. Indien burgemeester en wethouders – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 5.1 van de Wet open overheid ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen.
2De aanvrager van de omgevingsvergunning of zijn gemachtigde heeft de mogelijkheid tot toelichting van de aanvraag ten overstaan van de commissie. Tijdens de beraadslagingen is er geen spreekrecht.
3De commissie kan slechts adviseren bij aanwezigheid van minimaal drie leden, waaronder tenminste een architectlid en een monumentenlid, tenzij er sprake is van gemandateerde advisering.
4Over een advies over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonument of een activiteit voor een provinciaal of gemeentelijk monument wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste twee leden met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg.
5Leden die als opdrachtgever, ontwerper of anderszins betrokken zijn bij de uitvoering van een activiteit waarvoor een aanvraag is gedaan waarover de commissie adviseert, onthouden zich van medewerking aan het desbetreffende advies en zijn tijdens de behandeling van en de besluitvorming over het advies niet in de vergadering aanwezig.
6De geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de commissie en de daarvoor werkzame personen.
Artikel 9. Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie
De commissie kan in afwijking van artikel 8 en onverminderd het bepaalde in artikel 17.9, eerste lid, van de wet, de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning of over de voorbereiding van een andere beschikking onder verantwoordelijkheid van de commissie overlaten aan een of meer daartoe aangewezen leden, of een subcommissie. Hiertoe neemt de commissie een mandaatbesluit.
Artikel 10. Adviseurs
1De commissie kan zich voor het inwinnen van inlichtingen wenden tot daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren.
2De commissie kan zich doen bijstaan door andere personen, voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.
Artikel 11. Verwerking van het advies
In geval burgemeester en wethouders een beschikking geven in afwijking van het door de commissie uitgebrachte advies verzenden zij een afschrift van die beschikking aan de commissie.
Artikel 12. Reglement van orde
1Het college stelt de werkwijze van de commissie binnen de kaders van deze verordening nader vast in een reglement van orde.
2In het reglement van orde komt ten minste aan de orde:
a.de werkwijze bij de advisering zoals genoemd in artikel 2, tweede lid, onder b, respectievelijk onder c;
b.de inrichting van het vooroverleg zoals genoemd in artikel 2, tweede lid, onder f;
c.de wijze waarop de agenda openbaar wordt gemaakt en belanghebbenden worden uitgenodigd;
d.de vergaderorde en orde van de beraadslaging, waarbij er een onderscheid wordt aangebracht tussen de toelichtende fase waarin het spreekrecht wordt uitgeoefend en de beraadslagingen;
e.de notulering en dossiervorming;
f.de wijze waarop de adviezen openbaar worden gemaakt;
g.de instelling van subcommissies;
h.het aanwijzen van de voorzitter en zijn/haar taken;
i.de werkwijze en registratie bij afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie als bedoeld in artikel 9;
Artikel 13. Relatie met andere adviseurs
Bij het aanstellen van een adviseur op het gebied van de omgevingskwaliteit, niet zijnde een lid of een adviseur van de commissie dragen burgemeester en wethouders zorg voor een goede afstemming tussen de werkzaamheden van deze adviseur en de commissie.
Artikel 14. Vergoeding
De leden en de adviseurs als bedoeld in artikel 10, tweede lid, ontvangen een vergoeding zoals geregeld in het Reglement van Orde.
Artikel 15. Jaarverslag
1De commissie brengt jaarlijks verslag als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. Het conceptverslag is vóór 1 april gereed. Na evaluatieoverleg met de wethouder wordt het definitieve verslag aangeboden aan de gemeenteraad.
2In het jaarverslag komt ten minste aan de orde:
a.de wijze waarop toepassing is gegeven aan de kaders als bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet;
b.de wijze waarop uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen.
Artikel 16. Vervallen oude regeling
De regels met betrekking tot de commissie in Hoofdstuk 9 van de Bouwverordening Hoorn en artikel 7 van de Erfgoedverordening komen te vervallen.
Artikel 18. Inwerkingtreding en citeertitel
1Deze verordening treedt tegelijk met de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) in werking.
2Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de ruimtelijke adviescommissie Hoorn.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 14 december 2023
De voorzitter, De griffier,