Aanhef
De Hoor- en Adviescommissie Bezwaarschriften, en
de voorzitter van de Hoor- en Adviescommissie Bezwaarschriften
overwegende dat het om redenen van praktische aard wenselijk is om in bepaalde gevallen mandaat c.q. machtiging te verlenen aan de secretaris van de Hoor- en Adviescommissie Bezwaarschriften (hierna te noemen “de commissie”);
gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht en de Verordening Hoor- en Adviescommissie Bezwaarschriften 2004;
besluit:
Mandaat aan secretaris Hoor- en Adviescommissie Bezwaarschriften
1.
de secretaris van de commissie mandaat te verlenen/te machtigen waar het gaat om bevoegdheden van:
-de commissie:
het uitbrengen van het advies nadat het is vastgesteld en ondertekend (artikel 17 verordening);
het verzenden van afschriften van verslagen, besluitenlijsten en eventuele overige stukken aan het bestuursorgaan in kwestie, de betrokken belanghebbenden dan wel overige betrokken personen;
-de voorzitter:
het verlangen van schriftelijke machtigingen en stukken waaruit blijkt dat de indiener bevoegd was (artikel 7 verordening (Awb 2:1, 2e lid));
het bieden van gelegenheid om binnen een bepaalde termijn een verzuim te herstellen (artikel 7 verordening (Awb 6:6 laatste zin));
het toezenden van stukken aan gemachtigden (artikel 7 verordening (Awb 6:17);
het ter inzage leggen van stukken (artikel 7 verordening (Awb7:4, 2e lid en 7:18, 2e lid));
het afzien van horen en het doen van mededelingen daaromtrent (artikel 9, 2e en 3e lid verordening (Awb 7:3 en 7:17));
het uitnodigen voor de hoorzittingen (artikel 10, 1e lid verordening);
het verzenden van stukken uit nader onderzoek (artikel 15, 2e lid verordening);
2.
onder de instructies dat:
-in de brieven kenbaar wordt gemaakt uit wiens naam en onder wiens verantwoordelijkheid de desbetreffende bevoegdheid wordt uitgeoefend;
-de voorzitter door middel van afschriften wordt geïnformeerd over brieven waarvan de inhoud of onderdelen daarvan niet kunnen worden opgevat als routinematige of van louter procedurele aard.