Aanhef
14december 2015
De raad van de Gemeente Hoogezand-Sappemeer;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders
d.d. 1 december 2015;
gelet op artikel 223 van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de:
Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting 2016
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning: een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet.
Artikel 2 Belastbaar feit en belastingplicht
1Onder de naam 'forensenbelasting' wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.
2Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.
Artikel 3 Vrijstellingen
Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een vertegenwoordigend openbaar lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft.
Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief
1De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt, voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt, is vastgesteld.
2In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken.
3In geval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de waarde.
4De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid
geschiedt overeenkomstig de artikelen 220 tot en met 220d van de
Gemeentewet, met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e,
van de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast.
De belasting bedraagt bij een waarde van:
€ 19.000 of minder
€ 72,42
Meer dan € 19.000, maar minder dan € 52.000
€ 107,35
€ 52.000 of meer, maar minder dan € 108.000
€ 142,26
€ 108.000 of meer, maar minder dan € 218.000
€ 177,18
€ 218.000 of meer
€ 212,07
Artikel 5 Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 6 Wijze van de heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 7 Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
2De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.
Artikel 8 Kwijtschelding
Bij de invordering van de forensenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 9 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de forensenbelasting.
Artikel 10 Overgangsrecht
De "Verordening forensenbelasting 2015” van 15 december 2014, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 11 Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking op achtste dag na die van bekendmaking.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.
Artikel 12 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening forensenbelasting 2016".
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 14 december 2015.
De Raad voornoemd,
Dhr. P.M.M. de Jonge, voorzitter.
Mevr. C.A.M. Bodewes, raadsgriffier.