Gemeentelijke regelgeving

Programma Stedelijk Water en Riolering 2023-2027

Gemeente Hollands Kroon · geldt sinds 28 mei 2025

Bijlage A Begrippen en definities

BEGRIPPEN

Doelmatig

Dit vullen we als volgt in:

De goede dingen doen: maatregelen dienen effectief te zijn.

Met de maatregelen voorkomen of beperken we problemen of lossen deze op.

De dingen goed doen: maatregelen dienen efficiënt te zijn.

We nemen geen maatregelen in openbaar gebied als alternatieven op een niet openbare probleemlocatie goedkoper of effectiever zijn.

Een goede verhouding tussen kosten en rendement.

De kosten van de maatregelen staan in verhouding tot de effecten.

Effectiviteit gaat over de mate waarin het resultaat aan het beoogde doel beantwoordt.

Efficiëntie gaat over het proces om tot dit resultaat te komen.

Doelmatigheid gaat over de combinatie van beide.

Redelijkerwijs

De betekenis hiervan is situatie afhankelijk en wegen we af op basis van kosten-baten, inpasbaarheid en maatschappelijke overlast.

Duurzaam

Hiermee doelen we op energie- en grondstoffengebruik, energie- en grondstoffen terugwinning en levensduur.

Aantoonbaar

De te nemen acties zijn te herleiden en hiermee te controleren.

DEFINTIES

Afvalwaterakkoord

Een akkoord tussen waterschap en gemeente. Het bevat afspraken over overnamepunten en afnamehoeveelheden. Daarnaast staat in het afvalwaterakkoord hoe partners omgaan met uitwisseling van (meet)gegevens, elkaar informeren in de situatie van groot onderhoud of calamiteiten, enzovoort.

Afvloeiend regenwater

Neerslag die tot afstroming komt.

Afkoppelen/niet-aankoppelen

Het op de gemengde of vuilwaterriolering aangesloten afvoerend verhard oppervlak loskoppelen en aansluiten op een hemelwatervoorziening. Bij nieuwbouw: het niet aansluiten van afvoerend verhard oppervlak op een vuilwatersysteem.

Afvalwater

Al het water waarvan de houder zich - met het oog op de verwijdering daarvan - ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen.

Afvalwatersysteem

Het geheel van rioleringstechnische en zuiveringstechnische werken (waaronder riolering, gemalen, persleidingen, AWZI).

Algemene regels

De lozingen worden tegenwoordig hoofdzakelijk geregeld via algemene regels (AmvB’s). Uitgangspunt: de lozer mag niets doen waarvan hij kan verwachten dat het problemen oplevert voor het riool, de zuivering of het (water)milieu.

Assetmanagement

Maximaliseren van de waarde van bezittingen door het optimaal uitbalanceren van onderhoud en vervanging in relatie tot kosten, prestaties en risico’s.

Bedrijfsafvalwater

Afvalwater dat vrijkomt bij door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid, dat geen huishoudelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater of grondwater is.

Circulaire economie

Economie gericht op en maximaal hergebruik van (afval)stoffen.

Drukriolering

Een mechanisch rioleringssysteem waarbij het afvalwater via kleine pompjes en persleidingen wordt verpompt naar een ontvangstput. Drukriolering wordt vaak toegepast in het buitengebied. Het systeem is niet geschikt voor het transporteren van regenwater.

Energie- en grondstoffenfabriek

Aangepaste RWZI voor de terugwinning van energie en grondstoffen uit afvalwater en biomassa.

Gemengd rioolstelsel (GEM)

Rioolstelsel waarbij afvalwater en regenwater door één buizenstelsel worden ingezameld en afgevoerd.

Gescheiden rioolstelsel (GS)

Rioolstelsel waarbij afvalwater en regenwater door afzonderlijke buizenstelsels worden Ingezameld en afgevoerd. Het afvalwater wordt afgevoerd naar een AWZI, (een groot deel van) het regenwater wordt rechtstreeks afgevoerd naar het oppervlaktewater.

Groen dak

Begroeid dak, heeft niet alleen een beschermende functie, maar vangt ook fijn stof af, werkt verkoelend, vertraagt de waterafvoer en draagt positief bij aan vergroening van de stad.

Grondwater

Spreekt voor zich, geen wettelijke definitie.

Hemelwaterafvoer

Afvoer van hemelwater voordat het tot afstroming komt over het wegdek of via de riolering.

Hittestress

Het optreden van extreme hitte door een ongunstige combinatie van zonnestraling, temperatuur en bebouwing. Dit treedt meestal op in dicht bebouwde centra met een laag ventilatievermogen.

Huishoudelijk afvalwater

Afvalwater dat overwegend afkomstig is van menselijke stofwisseling en huishoudelijke werkzaamheden.

Hydraulische afvoercapaciteit

De capaciteit van een rioolstreng of rioleringssysteem om overtollig water af te voeren.

IBA

Systeem voor Individuele Behandeling van Afvalwater. Vergelijkbaar met een verbeterde septic-tank.

Infiltratievoorziening

Een waterdoorlatende ondergrondse voorziening die het regenwater opvangt en het langzaam laat wegzakken in de bodem.

Inspecteren

Het waarnemen, herkennen en beschrijven van de toestand van rioleringsobjecten.

Kapitaallasten

De langjarige kosten verband houdend met een nieuwe investering die niet direct is afbetaald.

Maaiveld

Veelgebruikte term om een hoogte aan te kunnen relateren. Meestal is bedoeld het straatniveau of de hoogte van een groenstrook.

Nieuwesanitatie

Geheel van duurzame sanitaire voorzieningen zoals composttoiletten, natuurlijke filters e.d. voor de lokale verwerking van afvalwater.

Omgevingsgericht

Rekening houdend met de gewenste toekomstige inrichting van het openbare gebied.

Openbare riolering

Het gedeelte van de buitenriolering in eigendom en beheer bij de overheid (in de meeste gevallen is dit de gemeente).

Overnamepunt

Punt waar de overdracht plaatsvindt van het afvalwater uit de riolering aan het transportsysteem van het waterschap.

Persleiding

Een leiding waardoor rioolwater met gebrui aking van één of meerdere pompen onder overdruk wordt afgevoerd.

Programma stedelijk water en Riolering (PSWR), vroeger gemeentelijk rioleringsplan (GRP)

Een strategische nota waarin op hoofdlijnen de visie van het gemeentebestuur voor de komende planperiode is neergelegd met betrekking tot aanleg en beheer van het rioleringssysteem. Het PSWR/GRP is een verplicht planinstrument volgens de Wet Milieubeheer (in de toekomst Omgevingswet). De gemeentelijke watertaken mbt de zorgplichten stedelijk afvalwater, grondwater en regenwater concreet uitgewerkt.

Randvoorziening

Vloeistofdichte voorziening als onderdeel van het rioolstelsel met als het doel het afvangen van vuil en/of bergen van overtollig afvalwater. Dergelijke voorzieningen worden toegepast ter verbetering van de waterkwaliteit.

Regenwaterriool

Riool alleen bestemd voor de inzameling en het transport van afstromend regenwater. Regenwatersysteem Zie “RWA-systeem”.

Relinen

Het inbrengen van een verstevigende constructie ter versterking van de buis. Meestal in de vorm van een in te brengen flexibele kous die door hete lucht, of water en/of licht uithardt en de buis duurzaam herstelt.

Regenwatersysteem

Het geheel aan voorzieningen voor de gescheiden inzameling en transport van regenwater.

Restlevensduur

Resterende levensduur van een riool, gebaseerd op de toestand van het riool (technische restlevensduur) of de leeftijd van het riool (theoretische restlevensduur).

Riolering

Het geheel van riolen, rioolputten en bijbehorende voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater.

Rioleringsbeheer

Zorg voor het goed functioneren van het rioleringssysteem.

Rioolheffing

De belasting die bewoners en bedrijfsleven moeten betalen om gebruik te mogen maken van de riolering. De heffing kan uit een aansluitheffing en een afvoerheffing bestaan. De aansluitheffing wordt geheven wegens het hebben van een aansluiting op het gemeentelijk riool. De rioolafvoerheffing wordt geheven wegens het afvoeren van rioolwater afkomstig van de gebruiker van een onroerend goed.

Rioolbeheerder

Openbaar lichaam belast met de zorg voor (het goed functioneren van) de riolering (meestal een gemeente).

Rioolgemaal

Bouwwerk met een inrichting voor het verpompen van afvalwater.

Riooloverstortput

Voorziening die bij hevige of langdurige neerslag in werking treedt en het overtollige regenwater loost op een voorziening of direct op oppervlaktewater.

Rioleringssysteem

Samenstel van riolen en rioolputten voor de inzameling en het transport van afvalwater.

Rioolwaterzuivering (RWZI)

Een inrichting (werk) waar het afvalwater wordt ontdaan (van een groot deel) van de verontreinigingen.

RWA-systeem

Rioolstelsel alleen bestemd voor de inzameling en het transport van regenwater.

Sanitatie

Geheel van sanitaire voorzieningen zoals waterleiding, riolering, sanitair e.d. en voorlichting over nut en noodzaak van hygiënische leefomstandigheden als preventieve maatregel tegen gezondheidsklachten/ziekten.

Stedelijk afvalwater

Huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater.

Systeem overzicht stedelijk water (SSW)

Plan waarin de hydraulische afvoercapaciteit, de vuilemissie en het aanbod op de AWZI wordt getoetst voor de bestaande en toekomstige plansituatie (planhorizon ca. 10-15 jaar). Het plan bevat in de regel verbeteringsmaatregelen om in de toekomstige situatie te voldoen aan de wensen/eisen van gemeente en waterbeheerder. De zorgplichten grondwater en regenwater zijn expliciet uitgewerkt.

Transitie

Een geleidelijke ombuiging van een bestaande situatie naar een toekomstig gewenste situatie. Bijvoorbeeld de transitie van een lineaire economie naar een circulaire economie.

Verbeterd gemengd rioolstelsel (VGM)

Gemengd rioolstelsel met ter plaatse van één of meerdere lozingspunten een randvoorziening met als doel vuilemissiereductie.

Verbeterd gescheiden rioolstelsel (VGS)

Gescheiden rioolstelsel waarbij een deel van het (meest vervuilde) regenwater wordt verpompt naar de AWZI of alternatieve locatie voor de behandeling van verontreinigd regenwater.

Voedselrestenvermaler

Voorziening in de gootsteen die de grove delen vermaalt tot een vloeibare massa (in Nederland niet toegestaan).

Vrijvervalriolering

Rioleringssysteem waarbij het transport van afvalwater plaatsvindt door middel van de zwaartekracht.

Vuilemissie

Het totaal aan vervuilende stoffen afkomstig uit het rioleringssysteem dat (in)direct via riooloverstortputten wordt geloosd op oppervlaktewater.

Vuilwaterriool

Riool alleen bestemd voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater.

Vuilwatersysteem

Het geheel aan voorzieningen voor de gescheiden inzameling en transport van stedelijk afvalwater.

Wadi

Een bovengrondse droogstaande groenvoorziening die het regenwater opvangt en langzaam laat wegzakken in de bodem

Waterpasserende/waterdoorlatende verharding

Verharding (meestal wegbestrating) die het regenwater laat passeren via grof materiaal in de voegen (waterpasserend) of via het poreuze materiaal (waterdoorlatend).

Water-op-straat

Het verschijnsel tijdens hevige of langdurige neerslag dat water uit de riolering op straat komt te staan of dat regenwater niet in de riolering kan stromen als gevolg van overbelasting en/of een belemmerde afvoer.

Wateroverlast

Het verschijnsel dat “water op straat” overgaat in wateroverlast in de vorm van ernstige hinder (langdurige onbereikbaarheid) of leidt tot waterschade (bijvoorbeeld water in de woning).

Zorgplicht stedelijk afvalwater

De gemeente draagt zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen.

Zorgplicht hemelwater

De gemeente draagt zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen.

Zorgplicht grondwater

De gemeente draagt zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoort.

Bijlage B Relevante wetgeving

A) EUROPEES

1Europese Kaderrichtlijn Water

B) NATIONAAL

1Waterwet (Ww)

2Wet Milieubeheer (Wm)

3Zorgplichten Afval-, Hemel-, en Grondwater

4Lozingen besluit Afvalwater (Wm)

5Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo)

6Wet Informatie Uitwisseling Bovengrondse en Ondergrondse Netten en Netwerken (Wibon)

7Basisregistratie Ondergrond (Bro)

8Wet op lijkbezorging en besluit op lijkbezorging (1991)

9Nationaal Waterplan 2016-2021

10Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) + addendum

11Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten

12Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie

13Omgevingswet

14Drinkwaterwet en drinkwaterbesluit

NADERE INFORMATIE: ZIE WWW.INFOMIL.NL

A.1 (EUROPEES) KADERRICHTLIJN WATER

De Kaderrichtlijn Water (KRW) is de Europese richtlijn voor de beoordeling van oppervlakte- en grondwaterkwaliteit in Europa. De KRW is daarmee bepalend voor beleidsvorming en maatregelen in veel Nederlandse wateren. De Europese Kaderrichtlijn Water (richtlijn 2000/60/EG) is sinds eind 2000 van kracht. Doel van de KRW is om de Europese wateren in een ‘goede toestand’ te krijgen en om in heel Europa duurzaam met water om te gaan. De bescherming van water heeft zowel betrekking op kanalen, rivieren, meren en kustwateren als op grondwater.

B.1 (NATIONAAL) WATERWET

De Waterwet regelt in hoofdzaak het beheer van watersystemen, waaronder waterkeringen, oppervlaktewater- en grondwaterlichamen. De wet is gericht op het voorkomen dan wel beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, de bescherming en verbetering van kwaliteit van watersystemen en de vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Niet in de laatste plaats levert de Waterwet een belangrijke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals: vermindering van regels, vereenvoudiging van vergunningstelsels en vermindering van administratieve lasten.

Veel activiteiten vallen onder algemene regels, waarvoor geen watervergunning nodig is; in deze gevallen kan dan met een melding worden volstaan. Lozingen van hemelwater uit het gemeentelijk rioolstelsel bijvoorbeeld vallen niet meer onder vergunningplicht (voorheen Wvo-vergunning), maar onder algemene regels. Bevoegd gezag kan Rijkswaterstaat, het waterschap of de provincie zijn.

Activiteiten waarvoor een watervergunning nodig is, zijn:

•Stoffen in een oppervlaktewaterlichaam brengen;

•Afvalwater in een oppervlaktewaterlichaam lozen of rechtstreeks (dus niet via de gemeentelijke riolering) afvoeren naar een rioolwaterzuiveringsinrichting;

•Stoffen in zee brengen;

•Een waterstaatswerk of beschermingszone gebruiken (aanleg, wijzigen, verwijderen);

•Een waterstaatswerk is een oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk (bijv. een sluis of stuw);

•Water in de bodem brengen of eraan onttrekken;

•Grondwater onttrekken of in samenhang daarmee water in de bodem brengen (infiltreren). Ook onttrekkingen in verband met bodemenergiesystemen vallen in deze categorie;

•Water in een oppervlaktewaterlichaam brengen of eraan onttrekken;

B.2 (NATIONAAL) WET MILIEUBEHEER

De Wet Milieubeheer (Wm) bevat verschillende onderdelen die specifiek van toepassing zijn op watergerelateerde onderwerpen, zoals indirecte lozingen, de gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater en het gemeentelijk rioleringsplan.

De Wm kent naast watergerelateerde onderwerpen ook onderdelen die van grote relevantie zijn voor waterzaken. Te denken valt aan de afvalstoffenregelgeving, de coördinatie bij vergunningverlening en de samenwerking tussen bevoegde gezagen. Samen met de Waterwet biedt de Wm de wettelijke grondslag voor een aantal uitvoeringsbesluiten en de gemeentelijke afval-, hemel-, en grondwaterzorgplichten.

B.3 (NATIONAAL)ZORGPLICHTEN AFVAL-, HEMEL- EN GRONDWATER

Zorgplicht stedelijk afvalwater

De zorgplicht stedelijk afvalwater valt onder de Wet Milieubeheer (in toekomst onder Omgevingswet). In artikel 10.33 is de wettelijke verplichting vastgelegd:

1De gemeente draagt zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen, door middel van een openbaar vuilwaterriool naar een inrichting als bedoeld in artikel 3.4 van de Waterwet.

2In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een inrichting als bedoeld in het eerste lid kunnen afzonderlijke systemen of andere passende systemen in beheer bij een Gemeente, Waterschap of een rechtspersoon die door een Gemeente of Waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, indien met die systemen blijkens het gemeentelijk rioleringsplan eenzelfde graad van bescherming van het milieu wordt bereikt.

Zorgplicht hemelwater

De zorgplicht hemelwater valt onder de Waterwet (in toekomst onder Omgevingswet). In artikel 3.5 is de wettelijke verplichting vastgelegd:

1De gemeente draagt zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen.

2De gemeente draagt tevens zorg voor een doelmatige verwerking van het ingezamelde hemelwater. Onder het verwerken van hemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het, al dan niet na zuivering, terugbrengen op of in de bodem of in het oppervlaktewater van ingezameld hemelwater, en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk.

Zorgplicht grondwater

De zorgplicht grondwater valt onder de Waterwet (in toekomst onder Omgevingswet). In artikel 3.6 is de wettelijke verplichting vastgelegd:

1De gemeente draagt zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het Waterschap of de Provincie behoort.

2De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, omvatten mede de verwerking van het ingezamelde grondwater, waaronder in ieder geval worden begrepen de berging, het transport, de nuttige toepassing en het, al dan niet na zuivering, op of in de bodem of in het oppervlaktewater brengen van ingezameld grondwater en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk.

B.4 (NATIONAAL) LOZINGENBESLUITEN AFVALWATER

Afvalwaterlozingen worden tegenwoordig hoofdzakelijk geregeld via algemene regels (AmvB’s). Uitgangspunt: de lozer mag niets doen waarvan hij kan verwachten dat het problemen oplevert voor het riool, de zuivering of het (water)milieu. Er is een indeling gemaakt naar drie categorieën:

Particulieren: Besluit lozing afvalwater huishoudens

Bedrijven: Besluit lozen inrichtingen

Openbaar gebied: Besluit lozen buiten-inrichtingen

Besluit lozing afvalwater huishoudens

Het besluit bevat regels voor het lozen van afvalwater door particulieren. Huishoudens hebben geen vergunning of ontheffing nodig om hun afvalwater te lozen, maar moeten zich wel houden aan regels die moeten voorkomen dat de kwaliteit van bodem en oppervlaktewater worden aangetast. Dat betekent onder meer dat afvalwater alleen in het oppervlaktewater of in de bodem mag worden geloosd als het gezuiverd is.

Besluit lozen inrichtingen

Het besluit maakt onderscheid tussen directe en indirecte (via riolering) lozingen. De indirecte lozingen worden weer onderscheiden in lozingen op een ‘schoonwaterriool’ en een ‘vuilwaterriool’. De eisen aan de lozingen op schoonwaterriolen zijn strenger dan die op een vuilwaterriool, omdat die lozingen direct in het milieu terechtkomen. De houder van het hemelwater moet het hemelwater op verantwoorde wijze terugbrengen in het milieu. Lozing op een vuilwaterriool is alleen toegestaan als een directe lozing of een lozing op een schoonwaterriool niet mogelijk is.

Besluit lozen buiten inrichtingen

Het besluit heeft betrekking op een breed scala aan lozingen die buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer plaatsvinden. Het gaat bijvoorbeeld om lozingen uit gemeentelijke rioolstelsels, lozingen van grondwater bij ontwatering van gronden (zoals bronneringswater bij bouwactiviteiten), lozingen van afstromend regenwater van wegen en andere openbare ruimten en lozingen bij gevelreiniging. De lozingen kunnen zowel door ondernemers als overheden plaatsvinden.

Volgens dit besluit is (vrij vertaald) het lozen van afvalwater, afkomstig uit een openbare ontwaterings- of hemelwaterstelsel op of in de bodem toegestaan, mits de ligging van de voorzieningen bekend is, deze goed beheerd worden en hierdoor geen nieuwe problemen ontstaan. Hetzelfde geldt voor het op oppervlaktewater lozen van afvalwater afkomstig van overstortvoorzieningen of nooduitlaten van openbare vuilwaterstelsels.

Het lozen van grondwater bij bodemsanering en proefbronnering op oppervlaktewater of een hemelwaterriool is onder kwalitatieve voorwaarden toegestaan en onder de voorwaarde dat geen wateroverlast plaatsvindt. Het lozen in een vuilwaterriool is niet toegestaan. Indien er redelijkerwijs geen andere mogelijkheid bestaat kan hiervan worden afgeweken met medewerking van het bevoegd gezag.

Het tbv ontwatering lozen van grondwater in oppervlaktewater is onder zowel kwalitatieve als kwantitatieve voorwaarden toegestaan. Lozing op een vuilwaterriool is verboden tenzij het een kortdurende en relatief schone lozing betreft (< 8 weken, < 5 m3/h ,< 300 mg/l onopgeloste stoffen).

B.5 (NATIONAAL) WET ALGEMENE BEPALINGEN OMGEVINGSRECHT

De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) regelt de omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning is één geïntegreerde vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. De omgevingsvergunning heeft betrekking op activiteiten die voorheen vergunningplichtig waren onder de volgende wetten en verordeningen:

-VROM-wetten

Woningwet

(bouwvergunning)

Gebruiksbesluit

(vergunning en melding)

Wet milieubeheer

(milieuvergunning en meldingsplicht)

Wet ruimtelijke ordening

(afwijking bestemmingsplan, aanlegvergunning)

-Monumentenwet

(monumentenvergunning);

-Mijnbouwwet

(mijnbouwmilieuvergunning);

-Wet verontreiniging oppervlaktewateren

(indirecte lozingen);

-Flora- en faunawet

(ontheffing).

-Natuurbeschermingswet

(handeling in een beschermd natuurgebied met gevolgen voor habitat en soorten);

-Diverse gemeentelijke en provinciale

(zoals de reclame-, kap-, inrit- en sloopvergunning verordeningen en de aanlegvergunning)

B.6 (NATIONAAL) WET INFORMATIE UITWISSELING ONDERGRONDSE NETTEN (2008)

Om de ernst en de hoeveelheid van graafincidenten in Nederland in te perken is in 2008 de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (Wibon) oftewel de Grondroerdersregeling van kracht geworden. De regeling verplicht zorgvuldiger graven en informatie-uitwisseling tussen grondroerders (de gravers) en de kabel- en leidingbeheerders. Informatie-uitwisseling voorafgaand aan de graafwerkzaamheden verloopt via een digitaal loket bij het Kadaster.

B.7 (NATIONAAL) BASISREGISTRATIE ONDERGROND

Informatie over activiteiten in de Nederlandse ondergrond moet beter worden vastgelegd. Overheden dienen gegevens over de ondergrond centraal te registreren in een basisregistratie ondergrond (BRO). Dit zorgt voor lagere onderzoekskosten, helpt bij het opstellen van ruimtelijke plannen en bespaart overlast en kosten bij uitvoering van werkzaamheden.

De wet verplicht het Rijk, Provincies, Gemeenten en Waterschappen om nieuwe gegevens over de ondergrond centraal te registreren. Ondernemers en inwoners krijgen gratis toegang tot de gegevens. De basisregistratie bouwt voort op de bestaande landelijke systemen. Dit zijn Data en Informatie Nederlandse Ondergrond van de Geologische Dienst Nederland, onderdeel van TNO, en het Bodem Informatie Systeem van Alterra. De registratie zal zorgen dat gegevens vollediger zijn, sneller beschikbaar en eenvoudiger te gebruiken. Het beheer ervan is met het oog op de benodigde expertise in handen van TNO.

De basisregistratie ondergrond wordt de komende jaren stapsgewijs ingevuld. Er wordt gestart met gegevens over sonderingen, grondwater en mijnbouw. Deze informatie is onder meer van belang bij het plannen en uitvoeren van bouwprojecten, het verzorgen van drinkwatervoorziening en het winnen van natuurlijke hulpbronnen.

B.8 (NATIONAAL) WET OP DE LIJKBEZORGING EN BESLUIT OP DE LIJKBEZORGING

In de Wet op de lijkbezorging (Wlb) zijn bepalingen opgenomen omtrent begraving.

Artikel 5 Besluit op de lijkbezorging

1De afstand tussen de graven onderling bedraagt ten minste dertig centimeter.

2Boven de kist of het omhulsel bevindt zich een laag grond van ten minste vijfenzestig centimeter.

3Ten hoogste drie lijken mogen boven elkaar worden begraven, mits boven elke kist of ander omhulsel een laag grond van ten minste dertig centimeter dikte wordt aangebracht, die bij een volgende begraving niet mag worden geroerd. Ten aanzien van de bovenste kist of het bovenste omhulsel is het tweede lid van toepassing.

4De graven bevinden zich ten minste dertig centimeter boven het niveau van de gemiddeld hoogste grondwaterstand.

5Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing op bestaande graven.

6Dit artikel is niet van toepassing op grafkelders.

De belangrijkste bepaling in relatie tot grondwater is die van het vierde lid. In samenhang met het derde lid kan worden vastgesteld hoe diep het grondwaterpeil moet zijn als er in meerdere lagen boven elkaar wordt begraven.

B.9 (NATIONAAL)NATIONAAL WATERPLAN

Het Nationaal Waterplan (NWP 2016-2021) is het rijksplan voor het waterbeleid voor de periode 2016-2021. Het NWP beschrijft welke maatregelen nodig zijn om Nederland ook in de toekomst veilig en leefbaar te houden. Ook de (economische) kansen die water biedt komen in het NWP aan bod. In de bijlage van het NWP zijn stroomgebiedbeheerplannen opgenomen. Deze geven aan hoe de waterkwaliteit in een bepaald gebied kan verbeteren. Nederland ligt in de stroomgebieden Rijn (Waal), Maas, Schelde en Eems.

De minister van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) stelt het Nationaal Water Programma (NWP) op voor de periode 2022–2027. Het NWP beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid voor deze periode en geeft een doorkijk naar 2050. De voorbereiding van dit NWP vindt plaats onder het wettelijk regime van de Waterwet. Het overgangsrecht bij de Omgevingswet voorziet erin dat het NWP 2022-2027 uiteenvalt in een aantal verplichte programma’s onder de Omgevingswet.

B.10 (NATIONAAL) BESTUURSAKKOORD WATER

In het Bestuursakkoord Water hebben overheden en drinkwaterbedrijven afspraken gemaakt over verbetering van de organisatie van het waterbeheer. Deze afspraken leiden tot meer transparantie, duidelijke verantwoordelijkheden, minder bestuurlijke drukte, optimalisatie in transport en zuivering van afvalwater, een beheersbaar programma voor de waterkeringen en het realiseren van slimme samenwerkingsvormen. Hierdoor blijft waterbeheer betaalbaar.

In het Addendum BAW staan aanvullende afspraken over de volgende onderwerpen:

•Bruikbare en toegankelijke data en informatie binnen de watersector

•Cybersecurity binnen de watersector

•Samenwerking tussen gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven

•Implementatie Omgevingswet in de waterketen.

B.11 (NATIONAAL) BESLUIT BEGROTING EN VERANTWOORDING PROVINCIES EN GEMEENTEN

Ten behoeve van meer transparantie heeft de commissie BBV (commissie Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) richtlijnen opgesteld voor de bepaling van de rioolheffing. De commissie BBV spoort gemeenten en provincies aan om deze aanbevelingen te volgen omdat dat naar haar oordeel bijdraagt aan het inzicht in de financiële positie.

B.12 (NATIONAAL) DELTAPLAN RUIMTELIJKE ADAPTATIE

Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Het Deltaplan RA versnelt en intensiveert de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen.

B.13 (NATIONAAL) OMGEVINGSWET

Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. Zodat het straks bijvoorbeeld makkelijker is om bouwprojecten te starten. De Crisis- en herstelwet (Chw) maakt dit nu al mogelijk, bijvoorbeeld door bestaande regels aan te passen. Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 oktober 2022 of uiterlijk 1 januari 2023 in werking.

B.14 (NATIONAAL) DRINKWATERWET EN DRINKWATERBESLUIT

De Drinkwaterwet en het Drinkwaterbesluit gaan vooral over de drinkwaterkwaliteit van het kraanwater in Nederland. De overheid heeft hiervoor kwaliteitseisen vastgelegd, bijvoorbeeld over hoeveel stoffen en organismen er maximaal in het kraanwater mogen voorkomen. In de Drinkwaterwet is een specifieke zorgplicht, gericht aan alle bestuursorganen opgenomen om te zorgen voor de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening. Daarnaast hebben ook installateurs ermee te maken. Zij mogen bijvoorbeeld alleen goedgekeurde producten zoals kranen en leidingen gebruiken en die op een bepaalde manier toepassen om te voorkomen dat het kraanwater vervuild raakt.

NADERE INFORMATIE?

Nadere informatie over waterbeleid kunt u vinden op:

•helpdeskwater.nl

•infomil.nl

•riool.net

•stowa.nl

•wetten.overheid.nl

•samenwerkenaanwater.nl

•ruimtelijkeadaptatie.nl

•omgevingswet.nl

Met name de consequenties van de Omgevingswet en vernieuwing/uitbreiding van regels met betrekking tot klimaatadaptatie zijn een aandachtspunt voor het nieuwe programma.

Bijlage C Ontwikkelingen

Het gemeentelijke waterbeheer staat niet op zich, maar is continu in beweging door diverse uitdagingen en ontwikkelingen. De belangrijkste zijn onderstaand beschreven.

Klimaatverandering

Het klimaat is aan het veranderen en dit leidt tot meer extremen. Het wordt natter, droger en warmer en dit brengt grote uitdagingen met zich mee voor de hemelwater- en grondwaterzorg. Het (hemel) watersysteem en de afvalwaterketen moet de neerslag zo goed als mogelijk kunnen verwerken. Het besef groeit dat dit niet meer uitsluitend met grotere rioolbuizen is op te vangen, maar dat een integrale aanpak noodzakelijk is. We zullen in het kader van klimaatadaptatie een afweging moeten maken tussen het accepteren of beperken van schade door wateroverlast bij extreme buien. Deze aanpak richt zich op afstemming binnen de waterketen, in de openbare ruimte (klimaatadaptatie) en op particulier terrein. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) zijn doelstellingen opgenomen om in 2020 klimaatrobuust te handelen en in 2050 een klimaatbestendige leefomgeving te hebben.

Participatie en bewustzijn

We kunnen de gebouwde omgeving niet in één keer klimaatbestendig en waterrobuust maken. Aangezien meer dan zestig procent van de omgeving in handen is van particulieren/ private partijen, ligt het voor de hand om gezamenlijk op te trekken. Opgaven worden daarom steeds vaker integraal opgepakt en gekoppeld aan andere ruimtelijke ontwikkelingen (werk-met-werk maken). Op deze wijze worden niet alleen (potentiële) problemen opgelost, maar wordt tevens de leefbaarheid van de omgeving verhoogd. Hierbij is het van belang dat er tijdig wordt gecommuniceerd wat en over welke periode er qua werkzaamheden op inwoners en bedrijven afkomt. Om dit tijdig te kunnen doen is het in kaart brengen van de kwaliteit van het huidige rioolsysteem belangrijk. Zo kan er worden ingespeeld op de Omgevingswet, waarin participatie wordt bevorderd door minder regels en meer speelruimte in de omgevingsvisie en omgevingsplannen. Hiermee wordt het geheel voor burgers en bedrijven inzichtelijker en transparanter.

Uitputting energie en grondstoffen

Wereldwijd worden grondstoffen schaarser of raken zelfs helemaal uitgeput, waardoor de noodzaak groeit van een transitie van een lineaire naar een circulaire economie. Dit betekent onder meer dat de Nederlandse energiehuishouding duurzamer en minder afhankelijk van eindige fossiele brandstoffen moet worden. Afvalwater en reststromen worden daardoor steeds waardevoller, zowel vanuit het oogpunt van verduurzaming, maatschappelijke verantwoordelijkheid of een economisch rendabele business case voor een circulaire toepassing. Ze kunnen onder andere bijdragen aan het opwekken van energie en terugwinnen van waardevolle grondstoffen, zoals fosfaat, stikstof, kalium en bouwstenen voor bio-plastics. De huidige investeringsagenda van de kabinetsformatie is gericht op 100% energieneutraal en klimaatbestendig maatschappelijk vastgoed in 2040 en 100% hernieuwbare energie in 2050.

Energietransitie

De openbare ruimte gaat veranderen. Zo zal met de verandering naar een aardgasloze samenleving een nieuwe ondergrondse energie-infrastructuur ontstaan, waarbij ook afvalwater steeds meer leverancier wordt van energie en grondstoffen. Met het ontkoppelen van gasleidingen en de (mogelijke) aanleg van ondergrondse warmwaterleidingen gaat de straat open. Dit biedt kansen om de onder- en bovengrondse infrastructuur kostenefficiënt te vernieuwen en samen meerwaarde te creëren (werk-met-werk maken). Wij erkennen deze efficiëntieslag, maar stellen hierin de randvoorwaarde dat kwaliteit van het huidige ondergronds systeem, zoals het rioleringsstelsel goed in kaart gebracht moet worden. Op deze manier kan er beter gestuurd worden op wanneer bepaalde delen vervangen moeten worden en welk budget hieraan gehangen wordt.

Vitaliteit

Bij langdurige uitval van de waterinfrastructuur, bijvoorbeeld door een langdurige stroomstoring of een massale hack, kan maatschappelijke ontwrichting optreden. In dat geval is sprake van een aanzienlijk verstorend effect, veel slachtoffers, grote (economische) schade en aantasting van vitale belangen. Bovendien kan adequaat herstel van deze infrastructuur zeer lang gaan duren en zijn er geen reële alternatieven voorhanden, terwijl grote groepen personen hier afhankelijk van zijn. Wanneer een verstoring of uitval van een proces maatschappelijke ontwrichting kan veroorzaken is dit proces vitaal. Op rijksniveau zijn verschillende soorten infrastructuur op vitaliteit beoordeeld. Voor drinkwater (winning en distributie) is dit bijvoorbeeld al gebeurd. Drinkwaterbedrijven laten dit doorwerken in onder andere hun leveringsplannen. Het volledige proces van afvalwater wordt nog beoordeeld. Afhankelijk van de uitkomst heeft dit mogelijke consequenties voor de inrichting van de waterketen.

Omgevingswet

Een belangrijke ontwikkeling binnen de planperiode van dit PSWR is de komst van de Omgevingswet. Deze wordt naar verwachting per 1 juli 2023 van kracht. De Omgevingswet stelt, veel meer dan de traditionele ruimtelijke ordening, de fysieke omgeving centraal. Leefbaarheid en gezondheid spelen hiermee een meer nadrukkelijke rol in de belangenafweging tussen mobiliteit, water, groen, bebouwing etc. Met het in werking treden van de Omgevingswet in 2023 zal het PSWR naar verwachting facultatief worden en opgaan in de omgevingsvisie, het omgevingsplan en programma’s.

In dit PSWR hebben we geanticipeerd op de komst van de Omgevingswet door rekening te houden met de beoogde opzet van de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en de bijbehorende uitvoeringsagenda.

Figuur 10-6: Overzicht Omgevingswet (Bron: gebaseerd op schema Gemeente Zwolle/BRO adviseurs)

Met de komst van de Omgevingswet worden regels vastgelegd in een Omgevingsplan. De kern van de Omgevingswet gaat over ruimte geven (loslaten en vertrouwen) en over een andere verdeling van verantwoordelijkheden tussen overheid en samenleving. De Omgevingswet beoogt meer ruimte te geven voor ideeën van initiatiefnemers. Het maakt niet uit of de gemeente, een bewoner, ondernemer, projectontwikkelaar of maatschappelijke organisatie het initiatief neemt. De Omgevingswet geeft meer ruimte om lokale afwegingen te maken en om de belangen van direct betrokkenen in die afwegingen te betrekken door middel van participatie. De wet zegt alleen dat er participatie moet plaatsvinden, maar schrijft bewust niet voor hoe dat moet. Dit geeft ons als gemeente de ruimte om een werkwijze te ontwikkelen die past binnen de lokale context. Met het in werking treden van de Omgevingswet in 2022 komt de verplichting tot het opstellen van een PSWR te vervallen. Naar verwachting zal de planvorm vanaf deze datum geleidelijk overgaan in een programma dat naast de andere programma’s invulling geeft aan de Omgevingsvisie. Met dit PSWR sorteren we hierop voor.

Bijlage D Evaluatie

In deze bijlage evalueren we de in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2018-2022 geplande activiteiten op zowel regionaal als gemeentelijk niveau, zodat we hieruit lering kunnen trekken voor de planperiode. De volgende vragen staan hierbij centraal:

•Zijn de doelen behaald?

•Welke werkzaamheden zijn verricht?

•Hoe is er samengewerkt?

•Was de personele capaciteit voldoende?

•Hoe hoog was de rioolheffing?

Zijn de doelen behaald?

In het GRP 2018-2022 heeft de gemeente Hollands Kroon de volgende speerpunten geformuleerd voor de

gemeentelijke watertaken:

1Doelmatige en duurzame inzameling van het binnen gemeentelijk gebied geproduceerde stedelijk (huishoudelijk) afvalwater;

2Doelmatige en duurzame inzameling van het hemelwater (voor zover dat door de particulier niet mag of redelijkerwijs niet kan worden gebruikt voor de lokale waterhuishouding);

3Transport van het ingezamelde water naar een geschikt lozingspunt;

4Voorkomen van ongewenste emissies naar oppervlaktewater, bodem en grondwater;

5Geen overlast veroorzaken voor de omgeving (in de breedste zin van het woord);

6Zorgen dat, voor zover mogelijk, het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert;

7Zorgen dat de riolering efficiënt beheerd kan worden

8De gebruiker is tevreden.

In onderstaande tabel zijn bovenstaande doelen geëvalueerd.

Doel

Status

Zorgplicht afvalwater

Doel: Doelmatige en duurzame inzameling van het binnen gemeentelijk gebied geproduceerde stedelijk (huishoudelijk) afvalwater;

Bij uitbreiding van, en inbreiding bij stedelijk gebied wordt aangesloten op bestaand vrijverval riool. Hierbij worden de afvalwaterstromen gescheiden ingezameld en bij voorkeur ook zodanig afgevoerd.

Aansluiten op tussengemaaltjes wordt bij hoge uitzondering uitgevoerd. De exploitatiekosten per aansluiting zijn een stuk duurder dan een reguliere vrijverval aansluiting.

Alle percelen op het gemeentelijk gebied, waarvan afvalwater vrijkomt, moeten zijn voorzien van een aansluiting op de openbare riolering of een lokale voorziening voor de behandeling van afvalwater die eenzelfde graad van milieubescherming biedt.

De gemeente houdt niet exact bij welke woningen aangesloten zijn op een IBA of septictank. Als er riool aanwezig is, wordt onderzocht of de druklriool toereikend is. Helaas is het stelsel uitgelegd op de situatie van de jaren 80. Grote uitbreidingen zijn beperkt mogelijk want persleidingstelsel is ‘vol’.

Aansluiten nieuwe bebouwing buitengebied:

Nieuwe panden worden aangesloten op riolering of VST/IBA

Een enkele woning levert in de regel geen problemen op. Deze aanvragen worden verwezen naar HHNK. Er geldt in dit geval de smalle zorgplicht. Bewoner regelt zaken zelf en is zelf verantwoordelijk voor afvoer afvalwater.

Wel grote problemen met functiewijzigingen van bijvoorbeeld agrarische bedrijven. Het vestigen van seizoenarbeiders in buitengebied levert grote problemen op. Zie eventuele notitie voor nadere toelichting.

Nieuwe woningen worden aangesloten op aan te leggen riolering (indien doelmatig)

Ja, Wijziging van bestemmingsplan wordt gezien als middel om openbare voorzieningen aan te leggen.

Doel: Voorkomen van ongewenste emissies naar oppervlaktewater, bodem en grondwater;

De afgelopen planperiode zijn er geen grote meldingen geweest van niet voorziene emissies op oppervlaktewater. Wel overstorten natuurlijk, en soms klachten, maar dit valt binnen de ‘normen’.

Lozingen (kwantitatief)

Omvangrijke lozingen (proceswater) mogen het functioneren van de riolering en zuivering niet belemmeren.

In GRP wordt dit als zodanig gemeld. Echter, is geen toetscriteria in kader van bestemmingsplan (geen weigeringsgrond) en WABO/omgevingsvergunning. Hierdoor bestaat de kans dat er toch bedrijfslozingen plaatsvinden.

Lozingen (kwalitatief)

Lozingen mogen geen schade aanrichten aan inzamel- en zuiveringsinrichtingen

Zie hierboven. Hoop gedoe gehad met Datacenter die niet aan kunnen/willen geven wat de kwaliteit en kwantiteit is van hun proceswater. Is ook zeer specialistische kennis die gemeente niet heeft. Bij vergunning bespreking wordt door de ontwikkelaar allerlei expertise ingehuurd die onze bezwaren wegwuift.

Er mogen geen ongewenste lozingen op de riolering plaatsvinden.

Doordat veel bouwaanvragen als melding binnen komen wordt niet altijd doorgevraagd of de bedrijfsvoering leidt tot bepaalde ongewenste lozingen. Ongewenste lozingen zijn dan ook niet voldoende in beeld. Bij een melding wordt in de regel geen vergunning/maatwerkvoorschrift opgesteld.

Foute aansluiting pompunit

De werking van pompunits wordt niet verstoord

Ja, maar onderzoek is nodig om te bepalen of onderzoeks- en herstelkosten in verhouding staan tot de nadelen.

Doel: Transport van het ingezamelde water naar een geschikt lozingspunt

Het ingezamelde afvalwater wordt al dan niet direct afgevoerd naar een transport- of zuiveringswerk van HHNK. Behoudens IBA’s/VST’s etc

Afvoercapaciteit vrijverval riool (I)

De afvoercapaciteit vrijvervalriool moet voldoende zijn om bij droog weer het aanbod van afvalwater te verwerken.

De afvoercapaciteit van gemengd- en vuilwaterriool voldoet en levert geen problemen op.

Afvoercapaciteit gemalen

De afvoercapaciteit gemalen moet voldoende zijn om het droogweer aanbod van afvalwater en overeengekomen hemelwaterhoeveelheden te verwerken.

In enkele bemalingsgebieden levert de afvoer problemen op in regen situaties.

Afstroming riolering vindt ongehinderd plaats

Het afvalwater dient zonder overmatige aan rotting de rioolwaterzuiveringsinstallatie te bereiken.

Rotting is een aandachtspunt.Vooral op Agriport is de verblijfstijd op de glastuinbouwbedrijven zo groot, dat ze al met hoge h2s concentraties op het gemeentelijk persleidingstelsel lozen. Ook daar gaat rottingsproces door en veroorzaakt schade aan transportstelsel.

De afstroming dient gewaarborgd te zijn.

In ontwerpen wordt voldoende afschot gehanteerd (voor zover dat voor vlak gebied mogelijk is; geen zelfreiniging). In uitvoering blijkt vaak dat afgeweken is en de afstroming niet aan de ontwerpeisen wordt voldaan.

De vervuilingstoestand van de riolering moet acceptabel zijn.

Riolen worden volgens de normen gereinigd en geïnspecteerd. Dit voorkomt niet dat dichtslibbingsgevaar in riool bij zonken groot is. Sporadisch worden ernstige gevallen tussentijds opgepakt.

Bedrijfszekerheid gemalen

De bedrijfszekerheid van rioolgemalen en andere objecten dient gewaarborgd te zijn.

Grote en belangrijke gemalen zijn/worden aangesloten op telemetrie die storingen doorbelt. Er is een meerjarenonderhouds contract met een bedrijf. Nieuwe gemalen met meer dan 5 woningen worden dubbelpomps uitgevoerd.

Stankklachten

De riolering dient zodanig te worden ont- en belucht te zijn dat overlast door stank wordt voorkomen.

Niet goed in beeld. Vanuit Agriport komen geen stankklachten, maar concentratie gevaarlijke (geurloze) gassen kan wel hoog zijn.

Zorgplicht hemelwater

Doel: Doelmatige en duurzame inzameling van het hemelwater (voor zover dat door de particulier niet mag of redelijkerwijs niet kan worden gebruikt voor de lokale waterhuishouding);

In nieuwbouw situaties wordt zoveel mogelijk gesteld dat aan openwater gelegen particulier/bedrijfsterreinen hierop direct afwateren. Gemeente neemt overige hemelwater wel in.

Instroming regenwater

De instroming in riolen via de kolken dient ongehinderd plaats te vinden.

Er komt weinig plasvorming voor. Als dit wel voorkomt, wordt het ad hoc opgelost. Het komt vaker voor dat instroom wordt gehinderd door bladvuil in goten of door onkruid in goten.

Foute aansluitingen

Er dienen geen ongewenste lozingen op de riolering plaats te vinden.

Er zitten foute aansluitingen op zowel vuilwater- als hemelwaterriool. Het onderzoeken van locaties wordt soms opgepakt. Voor het grootschalig oppakken zijn onvoldoende personele middelen

Emissie uit hemelwaterstelsel is beperkt

De vuiluitworp door regenwaterlozingen op oppervlaktewater dient beperkt te zijn

Incidenteel krijgen we wel meldingen.

Afkoppelen verhard oppervlak

Het afvloeiend regenwater op gemengd riool wordt in bestaand gebied verminderd.

In 80% - 90% van de gevallen wordt het gemengde stelsel vervangen door een gescheiden stelsel. De wegen worden in ieder geval afgekoppeld. Er wordt wel een aansluitmogelijkheid gegeven aan bewoners/bedrijven, maar dat is voor de eigenaar zelf.

Doel: Geen overlast veroorzaken voor de omgeving

Op basis van SSW’s, klachten en klimaatatlas proberen we inzicht te krijgen in de problematiek.

Emissies

De vuiluitworp vanuit de riolering als gevolg van overstortingen mogen niet leiden tot negatieve gevolgen of knelpunten voor de volksgezondheid en waterkwaliteit.

Behoudens enkele meldingen, is de gemeente niet op de hoogte van locaties met waterkwaliteitsknelpunten m.b.t. vuilemissies.

Afvoercapaciteit riolering: Water op straat (hinder)

De afvoercapaciteit van de riolering voor afvalwater moet toereikend zijn om het aanbod bij hevige neerslag (<20 mm/h) ondergronds te kunnen verwerken.

SSW’s moeten meer inzicht opleveren waar theoretische knelpunten aanwezig zijn.

Wateroverlast

De afvoercapaciteit van de riolering voor afvalwater is toereikend, zodat bij hevige neerslag geen schade aan gebouwen plaatsvindt.

De afvoercapaciteit en bergend vermogen van bovengrond is onvoldoende

Er zijn buien met een intensiteit van 35 mm in korte tijd gevallen waarbij wateroverlast optrad. Als gebied opnieuw ingericht wordt, ontwerpen we zoveel mogelijk waterrobuust om te voorkomen dat water naar plekken toestroomt waar het voor schade kan zorgen.

Klimaatbestendigheid

Bij extreme neerslag waarbij de riolering tekortschiet om de neerslaghoeveelheden ondergronds af te voeren moet bovengrondse schade aan gebouwen en hinder van verkeer tot een minimum beperkt blijven.

Er is een extreme klimaatbui gevallen die lokaal heeft geleid tot schade aan de infrastructuur. Tijdens deze bui is ook een schade gemeld.

Bestaand gebied

Bestaand gebied wordt bij reconstructie klimaatbestendig ingericht.

Bij enkele projecten is gekozen om het hemelwater op een andere manier te verwerken. Op deze locaties worden langdurig de werking gemonitord.

Nieuwe gebieden

Nieuw te ontwikkelen gebieden worden klimaatbestendig ingericht.

Ten behoeve van ontwerp wordt wel aangegeven dat wij vanuit riool verwachten dat meer dan anders nagedacht wordt over de hoogte van vloerpeilen en zodanig inrichting van openbare ruimte dan waterschade beperkt wordt. Kleine gebieden worden wel ‘innovatiever’ ingericht, maar leidt tot een wildgroei van systemen die leiden tot gedoe in de beheerfase.

Zorgplicht grondwater

Doel: Zorgen dat, voor zover mogelijk, het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert;

Er een start gemaakt met het meten van grondwaterstanden in enkele kernen. Met deze info verwachten we meer inzicht te krijgen in eventuele over- of onderlast. Tot op heden hebben we wel klachten over hoge grondwaterstanden gekregen, maar nooit over onderlast.

Nieuwbouw

Adequaat ontwerp van de ontwatering en de bebouwing (bestemming, ontwerp en inrichtingsfase)

Bij nieuwe ontwikkelingen verwachten wij een geohydrologische onderbouwing. Dit moet aantonen hoe in de eindfase aan de ontwateringscriteria wordt voldaan en of de ontwikkeling niet leidt tot een achteruitgang van de waterhuishouding in en buiten het gebied.

Beheerfase

Adequate afvoer van overtollig grondwater bij te hoge grondwaterstanden voor zover dit niet redelijkerwijs door particulieren kan worden verzorgd

In de Wieringermeer polder (waar grondwateroverlast problemen speelden) is dit gelukt. Bij overige dorpen proberen we inzicht te krijgen in eventuele problematiek.

Efficiency, financiën, beheer, tevredenheid burger

Doel: Zorgen dat de riolering efficiënt beheerd kan worden

Hier in 1-2 zinnen een beeld schetsen in hoeverre dit doel is behaald.

Afstemmen werkzaamheden

Het rioleringsbeheer dient zo goed mogelijk te worden afgestemd op andere gemeentelijke (beheer)taken

Bij herstructureringen wordt altijd afgestemd met andere arealen. In bijna alle gevallen worden herstructureringswerken gezamenlijk uitgevoerd en gefinancierd. Naast kostenbesparing verminderen we de maatschappelijke overlast.

Het rioleringsbeheer dient zo goed mogelijk te worden afgestemd nutsbedrijven

Blijft een aandachtspunt omdat nutsbedrijven onvoldoende input leveren. Op projectniveau is er wel afstemming.

Kosten – lange termijn

Er is inzicht in de kosten op lange termijn

Ten behoeve van GRP-KDP brengen we de investeringen in beeld. De daadwerkelijke planning is fluïde. Gemeentelijke kostenkengetallen waar mee gewerkt wordt, dienen in de komende periode te worden geactualiseerd.

Kosten – korte termijn

Er is inzicht in vervangingen op korte termijn (5 jaar)

Ja, de eerste 2 jaar vrij definitief, daarna kan er nog met projecten geschoven worden. Obv de inspecties riool en wegen wordt het eea wel aangepast en opnieuw in de tijd gezet.

Overzicht rioolaansluitingen

De gebruikers van de riolering dienen bekend te zijn en ongewenste lozingen dienen te worden voorkomen.

Er is actie ondernomen door een flyer mee te sturen bij de rioolaanslagen, waarin vermeld stond wat wel/niet geloosd mag worden. We hebben niet goed in beeld in hoeverre deze actie het bewustzijn van gebruikers heeft bevorderd.

Rioolbeheer

Er is voldoende inzicht in toestand en functioneren van de riolering.

Naast inspecties, maken we het functioneren sinds 2021 inzichtelijk door SSW’s op te stellen. Voor de kern Anna Paulowna hebben we inzicht in het functioneren, voor andere kernen moet dit inzicht nog gecreëerd worden.

De kwaliteit van de riolering voldoet aan de vastgestelde maatstaven:

-Stabiliteit riolering is gewaarborgd

-Afstroming riolering is gewaarborgd

-Waterdichtheid riolering

Een riool wordt eens in de 12-15 jaar geïnspecteerd. De inspecties worden door de gegevensbeheerder verwerkt in het beheerpakket. Het beoordelen vindt plaats door medewerker buiten de organisatie. De beoordelingsscyclus wordt niet binnen het beheerpakket uitgevoerd. Wens is om dit wel te doen.

Calamiteitenplan

In geval van calamiteiten dient er snel gehandeld te kunnen worden

Er is een calamiteitenplan.

Klachtenafhandeling

De afhandeltijd van acute meldingen zoals verstoppingen is binnen de gestelde termijn.

90% van de meldingen is binnen 1 werkdag

verholpen. Resterende 10% is meestal binnen 3 werkdagen verholpen. In enkele situaties bleek dit niet haalbaar.

Goed riool gebruik

De gebruikers van de riolering dienen bekend te zijn en ongewenste lozingen dienen te worden voorkomen.

We hebben actie ondernomen door een flyer mee te sturen bij de rioolaanslagen, waarin vermeld stond wat wel/niet geloosd mag worden. Daarnaast zijn we regionaal aangesloten bij de WATZR campagne.

Storing drukgemaal

Overlast als gevolg van storing in minigemaal beperkt.

Bewoners worden in ieder geval dezelfde dag nog ontlast. In sommige gevallen is dit door het aftrucken van afvalwater en wordt het achterliggende probleem later verholpen.

Werk in uitvoering

Overlast als gevolg van rioolwerkzaamheden is beperkt.

Behoudens calamiteiten worden werkzaamheden altijd gemeld aan belanghebbenden

Nieuwe huisaansluitingen

Een aanvrager van een nieuwe rioolaansluiting is op de hoogte van de procedure en randvoorwaarden.

Aanvragers halen informatie op via de verleende bouwvergunning en / of via de website van de gemeente Hollands Kroon.

Doel: De gebruiker is tevreden.

De gemeente ontvangt weinig klachten van gebruikers

Klantgerichtheid

Er dient een klantgerichte benadering te worden nagestreefd.

Behandeling van klachten gebeurt binnen drie werkdagen.

Bewonersparticipatie

Bewoners hebben inspraak bij inrichting van hun leefomgeving

Er worden wel inwonersavonden georganiseerd, we zouden hierbij meer aandacht kunnen hebben voor rioleringsprojecten.

Regionaal

Vanuit deze vragen wordt een samenvatting gegeven van de terugblik en aandachtspunten voor de volgende planperiode.

Welke werkzaamheden zijn verricht?

Legenda:

Uitgevoerd

Heroverwogen/niet meer van toepassing

In uitvoering

Uitgesteld

In voorbereiding

Activiteit

Status

Toelichting

Gezamenlijke gegevensbeheerder Noordkop

Gezamenlijke gegevensbeheerder in 2016 aangenomen.

Gezamenlijke medewerker- beoordelen, ontwikkelen/implementeren RGB

Alternatief ingevuld. Den Helder heeft nieuwe directievoerder aangenomen.

Hollands Kroon huurt een beoordelaar in.

Gezamenlijke medewerker monitoren & hydraulische berekeningen

Alternatief ingevuld. Gezamenlijke projectleider ingehuurd voor het begeleiden van de aanbesteding van de SSW’s. Basisgegevens zijn verder op orde gebracht.

Monitoren riolering - Opstellen meetplan (extern bureau)

Geen invulling aan gegeven. Er is veel data verzameld gedurende twee meetperioden, maar hier is vervolgens niets mee gedaan. Kost veel geld en het is de vraag wat de meerwaarde ervan is.

Opstellen PVE en aanbesteden SSW/BRP's

Contract met Arcadis afgesloten (voor 4 jaar)

Digitaal waterloket

Noodzaak is vervallen

Capaciteit/Personeelsuitwisseling

Gemeenten hebben zich ingespannen om formaties ingevuld te krijgen. In Schagen en Den Helder zijn er ook extra formaties bij gekomen.

Verkennen samenwerking in beheer gemeente - HHNK

Het gemalenbeheer is gezamenlijk uitbesteed met Den Helder, Schagen en Hollands Kroon.

Verkenning samenwerking buitendienst gemeenten

Hier is geen prioriteit aan gegeven. Niet opgenomen in de jaarlijkse Uitvoeringsprogramma’s.

Samenwerking reinigen persleidingen

Er is een proef uitgevoerd en de uitkomsten hiervan zijn gedeeld. Besloten is om het daar voorlopig bij te houden.

Gegevensbeheer Riolering

Gezamenlijk databeheerder beheert en optimaliseert de beheersystemen.

Programmering afstemming nutsbedrijven

Hier is geen prioriteit aan gegeven. Dit is belegd bij de nutscoördinatoren.

Innovatieve projecten

Jaarlijks is er budget toegekend aan innovatieve proefprojecten zoals optimalisatie van verbeterd gescheiden riolering en het opheffen van rioolvreemd water.

Klimaatadaptatie openbaar en privaatterrein

Dit is opgepakt in de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie en innovatie.

Opstellen incidentenplan

Er zijn stroom-/belschema’s opgesteld voor een aantal calamiteiten.

Gezamenlijk gemalenbeheer en onderhoud - Aanbesteding meerjarencontract

Er is een PVE opgesteld en aanbesteed voor/namens de gemeenten Schagen, Hollands Kroon en Den Helder. Het contract met Schagen is in de looptijd beëindigd.

Gezamenlijk bestek en aanbestede reinigen, inspecteren (OMOP)

Meerjarencontract met Valk en de Groot.

Gezamenlijk bestek en aanbesteden relinen (OMOP)

Meerjarencontract met GMB en Aarsleff.

Duurzame financiering

Geen invulling aangegeven. Schagen en Texel waren hier al eerder toe overgegaan.

Actualisatie meerjarenraming

Geen invulling aangegeven.

Benchmark operationele kosten

In vervolg op het project verbeteren financieel inzicht is een onderling vergelijk van de belangrijkste operationele kosten posten over vier jaar gemaakt.

Indirecte lozingen buitengebied

Gemeenten en waterschap zetten in samenspraak met Omgevingsdiensten een traject in om beter zicht en grip te krijgen op indirecte lozingen van bedrijven op de riolering.

Heroverwegen IBA-beleid

Hier is invulling aan gegeven. De IBA’s hadden niet het beoogde rendement, veel storing, veel kosten. IBA’s zijn vervangen door sceptic tanks en worden uitgefaseerd.

Nieuwe Sanitatie

Uit onderzoek is gebleken dat alternatieve vormen van sanitatie voor de regio minder interessant zijn. Voor groepsaccomodaties/tiny houses kan dit wel interessant zijn.

Optimalisatie VGS-stelsel

Hier is in invulling aan gegeven door HHNK. Zij hebben gekeken naar de VGS-stelsels en indien nodig actie ondernomen.

Omgevingswet

Projectmatig door de werkgroep nog geen invulling aangegeven.

Opstellen nieuw gezamenlijk GRP

Gezamenlijk aanbesteed aan Arcadis.

Kenmerkenblad/ blokkenschema (gegevensbeheer)

Hier is invulling aan gegeven. Het blokkenschema is in afgeslankte vorm opgenomen in Geodyn (programma van HHNK)

Afvalwaterakkoorden actualiseren

Met alle gemeenten is een geactualiseerd afvalwaterakkoord afgesloten.

Risico gestuurd beheer

Dit loopt.

PVE inmeten objecten riolering

Uitgevoerd.

Kennis Scan Branchestandaard

Uitgevoerd.

Klimaatadaptatie, Risico dialoog en stresstest

Is naar aparte werkgroep gegaan.

Verbeteren financieel inzicht

Rapportage is afgerond/opgeleverd en besproken.

Benchmark operationele kosten

Uitgevoerd

Samenwerkingsovereenkomst vernieuwd

Naast collectieve doelen ook doelen voor het verbeteren van het functioneren van de zuiveringskringen (“bilaterale doelen”) opgenomen.

Visie hoofdposten

Uitgevoerd.

Projecten Zuiveringskring

Diverse projecten zijn uitgevoerd.

Relinen ipv vervangen

Nog geen afwegingskader opgesteld.

Optimalisatie energieverbruik

Niet uitgevoerd

Gemeentelijk

Legenda:

Uitgevoerd

Heroverwogen/niet meer van toepassing

In uitvoering

Uitgesteld

In voorbereiding

Activiteiten 2018-2022

Status

Toelichting

Planvorming en onderzoek

Rioolbeheersysteem

Om goede afwegingen te maken, is het van groot belang dat de rioleringsgegevens actueel, volledig en nauwkeurig zijn. Het is van belang dat onze data juist en volledig is.

Gegevensbeheer

Op orde brengen bestaande gegevens

Met het aantrekken van een gegevensbeheerder is er een aanzienlijke verbetering van het databeheer. De data is echter nog niet voor alle activiteiten even goed en betrouwbaar. We hebben vrij aardig inzicht in wat we hebben. Inspecties zijn vanaf 2013 gekoppeld. De gegevens zijn nog niet betrouwbaar genoeg voor de hydraulische berekeningen. Die gegevens proberen we gefaseerd te verbeteren door inmeten. Het hele bestand in een keer goed krijgen is een te grote slag die we met de huidige fte niet kunnen doen. De financiële gegevens zijn ook niet betrouwbaar. Erg onduidelijk waar die op gestoeld zijn.

Opstellen meerjarenplanning riolering (MJP)

Aan het doelmatig organiseren van de zorgplicht voor de riolering wordt invulling gegeven door, na vaststelling van dit GRP, jaarlijks de meerjarenplanning riolering te actualiseren.

Rioolbeheer en wegbeheer actualiseren geregeld de Meerjarenplanning. Deze is gebaseerd op riool- en weg inspecties, maatschappelijk behoeften. De planning van de meerjarenplanning wordt niet altijd gehaald, omdat er ook best veel extreme ontwikkelingen zijn. Zowel team Areaalbeheer en POR besteden hier veel tijd aan. Bovendien zijn deze ontwikkelingen niet in te plannen, maar worden vanuit ontwikkelaars de organisatie ingeschoten.

Opstellen incidentenplan gemalen en persleidingen

In het incidentenplan worden de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van gemeente, het hoogheemraadschap en derden bij incidenten met de riolering vastgelegd

Dit hebben we opgepakt met de regio. Zie hiervoor de regionale paragraaf.

Actualiseren afvalwaterakkoord

In samenwerking met het hoogheemraadschap wordt in 2018 hetafvalwaterakkoord geactualiseerd. Het afvalwaterakkoord is een dynamisch document. Tweejaarlijks worden de resultaten geëvalueerd.

Dit is nog niet afgerond. Vooral het afvalwater op ontwikkelingsgebied Agriport vormt een knelpunt. Gemeente heeft geen idee wat de hoeveelheden zijn (Datacenter), wat vergund is en op welke termijn er bepaalde nieuwe afvalwaterstromen geloosd worden. Mede door vertrek van aantal functionarissen bij omgevingsontwikkeling is er een tijd geen aandacht aan besteed.

Monitoring rioolstelsel

In samenwerking met de Noordkop-gemeenten wordt uitvoering gegeven aan het meetplan voor het monitoren van het gemengd rioolstelsel. De metingen worden uitgevoerd in het stelsel, ter plaatse van riooloverstorten en gemalen. Daarnaast zijn neerslagmeters geïnstalleerd.

Zie hiervoor ook het regionale deel. We zijn geen nieuw traject opgestart. We hebben geen bemensing om hier zinvolle invulling aan te geven. Je kan wel monitoren, maar vragen leiden tot een spin off op de reguliere organisatie. Die bemensing kunnen we niet leveren en als die er is, vind ik dat andere aspecten veel meer van belang zijn. Vergunningen, toezicht etc.

Wel hebben we op een aantal cruciale telemetrie gezet en soms een debietmeter.

Opstellen Basisrioleringsplan (BRP)

Als de vaste gegevens in het beheerpakket voldoende op orde zijn, wordt in deze planperiode begonnen met het opstellen van basisrioleringsplannen (BRP’s) voor diverse kernen.

In 2021 zijn we gestart met het opstellen van het SSW (nieuwe vorm van het BRP). Hiervoor lag een gezamenlijke regionale aanbesteding ten grondslag.

Opstellen en herstellen foutieve aansluitingen

Indien we constateren dat er vuilwater wordt geloosd op regenwate of oppervlaktewater, dan dient dit zo snel mogelijk door de veroorzaker te worden opgelost.

Bij klachten wordt hier op basis van ‘piep systeem’ aandacht aan besteed. We hebben geen pro actieve invulling gegeven, omdat dit arbeidsintensief is en mogelijk veel kost. Daarnaast houden wij als organisatie geen toezicht bij bouwaansluitingen. Het heeft weinig zin om de zaken correctief op te lossen, als er op preventief vlak niets gebeurt.

Inspectie vrijevalriolen

Camera-inspecties vinden plaats bij vrij verval riolering:

-als het riool wordt opgeleverd;

-20 jaar na aanleg en daarna elke 10-15 jaar;

-als klachten daartoe aanleiding geven.

In de samenwerking is een gezamenlijk aanbesteding gehouden en is er een raamcontract voor 4 jaar. Jaarlijks inspecteren we ca 25 km aan riool. Aandachtspunt is dat de kosten behoorlijk omhoog gegaan zijn.

Beoordeling inspectiegegevens

Alle inspectiegegevens worden opgeslagen in het rioolbeheersysteem Obsurv/RioGL. De uitgevoerde inspecties worden door derden in detail beoordeeld, waarbij de maatregelen worden vastgesteld om de waargenomen toestandsaspecten te repareren. Beoordelingen en daaruit volgende acties worden uitgevoerd volgens de NEN 3398.

In de samenwerking wilden we regionaal borgen om net als gegevensbeheerder een gezamenlijke beoordelaar aan te nemen. Helaas is dit niet succesvol gebleken. Achteraf maakten alleen Schagen en HK gebruik van deze dienst, De gezamenlijk medewerker is gaan werken voor Schagen. Wij hebben de beoordeling wederom op de markt gezet. Hierdoor hebben we er zelf meer werk aan (lokale kennis inbrengen en afstemmen) en worden beoordelingen en maatregelen nog niet naar tevredenheid in beheerpakket verwerkt.

Maatregelen

Onderhoud en reparatie vrijvervalriolering

Reiniging van vrijvervalriolering vindt plaats i.c.m. rioolinspectie. Daarnaast wordt ook extra gereinigd als hier aanleiding voor is. Op basis van meldingen, klachten en inspecties worden reparaties uitgevoerd.

Is en wordt uitgevoerd

Onderhoud, reparatie, renovatie en vervanging gemalen, persleidingen en drukrioolunits

Er worden periodiek inspecties uitgevoerd naar de toestand van de mechanisch / elektrische installaties van de rioolgemalen. De hoofdgemalen en de drukrioolunits (minigemalen) worden jaarlijks gereinigd en geïnspecteerd. Persleidingen worden niet planmatig onderhouden.

Bij gemalen werken we met meerjaren- planningen die op basis van inspecties jaarlijks wordt bijgewerkt

In de samenwerking is een gezamenlijk aanbesteding gehouden en is er een raamcontract voor 4 jaar.

De werkzaamheden worden conform plan uitgevoerd.

Foutieve aansluitingen op drukriolering

In de planperiode 2018 t/m 2022 wordt aan het opsporen en oplossen van foutieve aansluitingen in het buitengebied geen uitvoering gegeven, mits geen grote problemen ontstaan.

Hebben we ook niet gedaan. Staat nu wel op de agenda, maar wij stellen vraagtekens bij doelmatigheid. Het opsporen en oplossen van de foute aansluitingen is erg arbeidsintensief en vindt ook plaats op eigen terrein.

Onderhoud regenwatervoorzieningen

Planmatig onderhoud van deze voorzieningen vindt op ad hoc basis plaats. In de planperiode wordt het onderhoud van deze voorzieningen opgenomen in het reguliere onderhoudsprogramma.

Er is nog geen onderhoudsplan opgesteld voor het periodieke onderhoud.

Drainage

Aanleg en vervanging

Aanleg en vervanging van drainage vindt plaats in combinatie met rioolreconstructies.

Aanleg: wordt uitgevoerd zoals omschreven.

Beheer en onderhoud drainage

Drains moeten op gezette tijden worden onderhouden, c.q. doorgespoten. De richtlijn van onderhoudsfrequentie is eenmaal in de drie tot vijf jaar. O.b.v. het areaal bekende drainage zijn kosten opgenomen in de exploitatie-uitgaven.

Onderhoud. Er is geen plan opgesteld. Wel wordt er periodiek (vooral in Wieringermeer) gereinigd. Hier is bekend dat drainage na verloop van tijd dichtslibt (ook al ligt het onder de grondwaterspiegel).

Hoe hoog was de rioolheffing?

Jaar

Gepland heffingstarief (exclusief inflatiecorrectie)

Werkelijk heffingstarief

2017

€ 205,92

€ 205,92

2018

€ 205,92

€ 205,92

2019

€ 205,92

€ 194,52

2020

€ 205,92

€ 195,00

2021

€ 205,92

€ 196,92

2022

€ 205,92

€ 196,92

Het werkelijke verloop van het tarief in 2017 en in 2018 was conform planning In 2019 is de heffing met ongeveer €10,00 verlaagd en is sindsdien achtergebleven bij de geplande heffing. Bovendien heeft er geen indexatie van de heffing plaatsgevonden.

Hoe is samengewerkt?

In de Noordkop werken we samen aan structurele oplossingen voor het veranderende klimaat. We passen onze omgeving en onze systemen (riolering, bodem en oppervlaktewater) aan en richten ze robuust in. In het landelijke

Deltaprogramma hebben we als overheden afgesproken dat onze klimaatbeleidsplannen in 2020 klaar zijn en dat Nederland in 2050 ook daadwerkelijk klimaatbestendig is ingericht.

Met de ondertekening van het Bestuursakkoord Water (2011) hebben het Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven verklaard dat zij intensief met elkaar gaan samenwerken in de (afval)waterketen. Deze samenwerking moet leiden tot een besparing van €380 miljoen aan minder meerkosten, kwaliteitsverbetering, vermindering van de kwetsbaarheid en kennisuitwisseling.

De gemeenten Den Helder, Hollands Kroon, Schagen en Texel, hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en waterleidingbedrijf PWN werken in de Noordkop al jaren samen aan de waterketen. Binnen de regio Noordkop stemt men de plannen met belanghebbenden af en doen doelmatige investeringen met als doel minder meerkosten. Onze aanpak bestaat uit integraal en gebiedsgericht omgaan met de openbare ruimte en de waterketen om de kwaliteit te verhogen. Er wordt continu samengewerkt aan innovatie. Bovendien toont de Branchestandaard van RIONED de meerwaarde van de samenwerking in de Noordkop aan. Hiernaast is samenwerking is van belang omdat het werkveld verandert en de beschikbare kennis kwetsbaar is.

Het samenwerkingsverband Noordkop neemt het voortouw omdat klimaatverandering een hoog kennisniveau en intensievere samenwerking vergt van overheden, bedrijfsleven, corporaties en huiseigenaren. Daarbij is de inzet dat oplossingen mogelijk moeten zijn tegen maatschappelijk acceptabele kosten.

Klimaat en duurzaamheid is belegd bij een ander team. Hoe borgen zij de middelen; weten ze wat maatschappelijk acceptabele kosten zijn en borgen ze dat de hele organisatie hier invulling aangeeft, of het belan van inziet. Zie ook verhaal mbt nieuwbouwwijken en alles wat groen ziet in de kern volbouwen.

Was de personele capaciteit voldoende?

In Hollands Kroon hebben we niet het idee dat de gemeente over voldoende personele middelen beschikt. De inhoudelijke kennis zit maar bij een aantal personen. Zij zijn de gemeentelijke vraagbaak op zowel strategisch als operationeel gebied. De functionarissen zijn niet alleen bezig met de directe riool(beheer)activiteiten, maar worden ook uitgevraagd op andere terreinen. Deze uitvragen zijn op zich legitiem, maar overstijgen de beschikbare tijd die geleverd kan worden. Een aantal voorbeelden:

‘gemeentelijke projecten’

Projecten worden gerealiseerd door het team Projecten openbare ruimte (POR). Zij laten bestekken opstellen en besteden de werken aan en regelen dat de werken, samen met team toezicht, gerealiseerd worden. Alle bestekken en ontwerpen worden, in alle fasen, gecontroleerd door ‘riool’. Helaas constateren we dat de kwaliteit van ontwerpen en bestekken te wensen overlaat. Het controleren van de documenten kost daarom veel tijd. Riool heeft er namelijk belang bij dat de ontwerpen goed zijn, zodat de kosten en personele inzet in de beheerfase acceptabel zijn.

Na uitvoering moeten alle opleveringsdocumenten gecontroleerd worden; zijn ze volledig, voldoen ze aan de kwaliteit etc. Dit wordt ook door ‘riool’ gedaan, omdat hier de vakinhoudelijke kennis zit. Helaas zijn de oplever gegevens veelal niet compleet of de uitgevoerde werken voeldoen niet aan de kwaliteit. Aan dit vervolg traject wordt ook (onevenredig( veel uren besteed.

‘Projecten externen’

Externe ontwikkelaars hebben heel andere belangen dat een toekomstig bestendige openbare ruimte. Iedereen kan en mag woningbouwplannen ontwikkelen. Dit moet tegen zo laag mogelijke kosten en er wordt gebruik gemaakt van bureaus die geen inhoudelijke kennis hebben van openbare ruimte; veelal bouwkundige bureaus. Ontwikkelaars dienen de HIOR te hanteren. Bij kleinere ontwikkelaars constateren we dat zij geen idee, of inhoudelijke kennis, hebben van de voorwaarden die wij stellen. Voor de realisatie van de werken wordt veelal gebruik gemaakt van loonbedrijven. De kwaliteit van gerealiseerd werk is matig. Het kost de gemeente/’riool’ veel tijd en inspanning om het werk toch zo opgeleverd te krijgen dat het aan onze maatstaven voldoet.

(Omgevings)vergunningen

‘Riool’ wordt in tegenstelling tot een aantal jaar terug veelal uitgevraagd door vergunningen. Door het ontbreken van indieningsvereisten en ‘eerste check’ door vergunningverlener, kost het beoordelen veel tijd. Op vergunningsvoorwaarden die door ons worden meegegeven word in onze beleving geen toezich gehouden en/of gehandhaafd.

‘Rioolbeheerders’ worden ook aangesproken op lozingen, vooral vanuit bedrijven. Het gebruik van het riool valt buiten onze rol. Dit is een rol van de OD NHN. Zij hebben echter niet de kennis en expertise om hier een goede invulling aan te geven, of worden niet betaald/uitgevraagd vanuit de gemeente. In onze beleving zouden zij ook een veel prominentere rol moeten spelen in de VHT taken die een gemeente kan/moet uitvoeren.

Bijlage E Kostendekking

Termijnen, Percentages, Voorzieningen, Eenheden

Totaaloverzicht Uitgaven

Kostendekkingsplan

Verloop voorziening(en)

Verslag

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.