Hoofdstuk 2 Bestuursrechtelijke geldschulden
2.3. Last onder dwangsom
2.3.1. Wettelijke grondslag
Artikel 125 van de gemeentewet juncto artikel 5:32 Awb geven aan het gemeentebestuur een algemene bevoegdheid toe tot het opleggen van een last onder dwangsom.
2.3.2. Verbeuren dwangsom
De dwangsom verbeurt van rechtswege als op het moment dat de begunstigingstermijn is verstreken niet aan de last is voldaan. Dit laatste kan blijken uit de aard van de last of uit een controle. Op grond van artikel 5:33 van de Awb dient een dwangsom binnen 6 weken nadat deze van rechtswege is verbeurd, te worden betaald. + 4:8 Awb aankondiging invorderingsbeschikking.
2.3.3. Invorderingsbeschikking (art. 5:37 Awb).
Vindt betaling niet tijdig plaats dan verzendt de gemeente een aangetekende invorderingsbeschikkking waarin de hoogte van de dwangsom wordt medegedeeld. Voorafgaand aan deze invorderingsbeschikking stelt de gemeente de belanghebbende in staat om een zienswijze op deze invorderingsbeschikking in te dienen. Deze zienswijze kan in beginsel enkel betrekking hebben op het voornemen tot het nemen van een invorderingsbeschikking.
2.3.4. Bezwaar
Tegen dit besluit kan binnen 6 weken na bekendmaking daarvan een bezwaarschrift worden ingediend bij het college of de burgemeester.
2.3.5. Verjaring (art.5:35 Awb).
Een dwangsom verjaart na 1 jaar vanaf het moment van verbeuring.
2.3.6. Stuiting en schorsing (art. 5:37a lid 2 en art. 4:106 Awb).
De verjaringstermijn kan worden geschorst en gestuit. Schorsing of opschorting houdt in dat de termijn tijdelijk wordt gepauzeerd. Dit gebeurt wanneer er bezwaar, beroep of hoger beroep wordt aangetekend of wanneer er om uitstel van betaling wordt verzocht en verleend.
Stuiten van de verjaring houdt in dat er een nieuwe periode van 1 jaar gaat lopen. Dit gebeurt wanneer er zogenaamde stuitingshandelingen worden uitgevoerd. Voorbeelden daarvan zijn het nemen van de invorderingsbeschikking, het verzenden van een aanmaning en het betekenen van een dwangbevel. Welke handelingen aan te merken zijn als stuitingshandeling wordt vermeld in de awb.
2.3.7. Aanmaning (art. 4:112 Awb)
Indien er niet is betaald wordt er een aanmaning door de gemeente verstuurd, als er sprake is van een beroep op een rechtsmiddel kan hier van worden afgeweken. De overtreder dient binnen twee weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de aanmaning is toegezonden, tot betaling over te gaan.
2.3.8. Dwangbevel (art. 4:114 Awb)
Volgt geen volledige betaling binnen de gestelde aanmaningstermijn, dan zal er een dwangbevel worden uitgevaardigd. Dit dwangbevel kan direct betekend worden door de gerechtsdeurwaarder zonder tussenkomst van een rechter. Het betekenen van het dwangbevel levert een executoriale titel op die ten uitvoer kan worden gelegd.
2.3.9. Tenuitvoerlegging
In het kader van de tenuitvoerlegging kunnen er verschillende maatregelen worden genomen. De belangrijkste vorm van tenuitvoerlegging die door de gemeente Hollands Kroon wordt toegepast is beslaglegging. De gerechtsdeurwaarder is hiervoor verantwoordelijk en besluit in overleg met de gemeente of en waarop er beslag wordt gelegd.
2.3.10. Verzet (art. 4:123 Awb)
Het dwangbevel vermeldt in ieder geval de rechtbank waarbij tegen het dwangbevel en eventuele andere executoriale maatregelen in verzet kan worden gegaan.
2.4. Last onder bestuursdwang
2.4.1. Wettelijke grondslag
Deze bevoegdheid om bestuursdwang toe te passen komt het college toe op grond van art. 125 van de gemeentewet in combinatie met art. 5:21 Awb.
2.4.2. Bekendmaking (art. 5:24 lid 3 Awb) en aanzegging kostenverhaal (art. 5:25 lid 2 Awb).
De gemeente laat eerst per beschikking aan de betrokkene weten dat de kosten van uitoefening van bestuursdwang op hem worden verhaald. Dat de kosten verhaald zullen worden staat ook vermeld in de last onder bestuursdwang zelf. In geval van een acute situatie wordt mondeling meegedeeld de kosten te verhalen op de overtreder. De mondelinge mededeling wordt later in het verslag van het toepassen van bestuursdwang opgenomen en aan de beschikking toegevoegd. Bij de aangetekende brief wordt een gespecificeerde factuur meegezonden met het verzoek binnen zes weken te betalen.
2.4.3. Als niet tijdig wordt betaald
Bij niet betaling en geen verzoek tot voorlopige voorziening stuurt de gemeente na de termijn van zes weken een aangetekende aanmaning (art. 4:112 Awb). Er wordt verzocht binnen 2 weken te betalen. Blijft betaling nog uit dan wordt er een dwangbevel uitgevaardigd (art. 4:114 Awb). Het dwangbevel wordt door de gerechtsdeurwaarder betekend.
Tegen het dwangbevel staat voor de overtreder verzet open bij de burgerlijke rechter van de rechtbank. Hieruit volgt een uitspraak. De debiteur kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen. In de verzetsprocedure gaat het alleen om de vraag of terecht een dwangbevel is uitgevaardigd. De vraag of er een schuld bestaat of dat er terecht een last onder bestuursdwang is opgelegd staat niet ter discussie.
2.4.4. Verjaring (art. 4:104 Awb).
Voor het kostenverhaal bestuursdwang is de verjaringstermijn volgens art. 4:104 Awb 5 jaar. Om verjaring te voorkomen dient bij aflopen van de termijn tijdig gestuit te worden.
2.4.5. Stuiting (art. 4:110 Awb).
De verjaring kan worden gestuit door voor het verlopen van de verjaringstermijn een zogenaamde stuitingshandeling uit te voeren. Dit kan zijn het versturen van een aanmaning, het betekenen van een dwangbevel of door een daad van rechtsvervolging. De verjaring wordt ook gestuit wanneer de overtreder schriftelijk erkent dat hij nog moet betalen (4:105 en 4:106 Awb).
Het stuiten van de verjaring houdt in dat vanaf het moment van stuiting de verjaringstermijn opnieuw aanvangt.
2.4.6. Intrekken vergunning
Een andere mogelijkheid is om een verleende vergunning in te trekken. Het intrekken van een vergunning kan alleen als:
•er in strijd met de verleende vergunning of de daaraan verbonden voorschriften wordt gehandeld of de wettelijke voorschriften waarop de vergunning betrekking heeft niet worden nageleefd;
•de verstrekte gegevens waarop de vergunning gebaseerd is, onjuist of onvolledig blijken te zijn, waardoor de gemeente de aanvraag op basis van de juiste gegevens anders zou beoordelen.
In beide gevallen krijgt de overtreder de gelegenheid om een zienswijze in te dienen en de overtreding alsnog binnen een vastgestelde termijn te herstellen