Aanhef
De gemeenteraad van de gemeente Hollands Kroon;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 juli 2023;
overwegende dat,
het gewenst is om de beleidsregels vast te stellen omtrent archeologie, cultuurhistorie, gebouwd erfgoed en de beleefbaarheid en zichtbaarheid, omdat erfgoed bijdraagt aan een prettige leefomgeving in Hollands Kroon;
b e s l u i t vast te stellen de volgende beleidsregel:
Erfgoedvisie Hollands Kroon van de gemeente Hollands Kroon 2023.
2. Ontstaansgeschiedenis
2.1. Wieringen
2.1.1. Kwaliteiten Wieringen
1De hogere en lagere gedeelten dragen samen bij aan de beleving van het reliëf van het stuwwallandschap. Dit staat in contrast met het omliggende vlakke polderlandschap.
2Tuinwallen, kronkelige wegen, haagbeplanting, Sjanen en Walsloten zijn kenmerkend op de hogere gedeelten.
3Eendenkooien zijn gelegen in het open landschap. De grote waterplas of vijver wordt omringd met beplanting en bomen.
4De Wierdijk is van cultuurhistorische waarde door het gebruik van wier en een ruimtelijke drager in het landschap.
5De Wieringerboerderij is uniek en kenmerkend voor dit gebied.
6Het vissersdorp Den Oever met de actieve haven.
7De Afsluitdijk en de Stelling van Den Oever als waterstaatkundig project met wereldwijde bekendheid.
2.2. Binnen de Westfriese Omringdijk
2.2.1. Kwaliteiten Binnen de Westfriese Omringdijk
1De historische, soms kronkelige, structuur van de lintverkaveling, sloten, weilanden en dijken in het veenontginningsgebied.
2De hoger gelegen kreekruggen die door de vroegere getijdengeulen zijn ontstaan.
3Het tracé van de Westfriese Omringdijk als herkenbare structuur en identiteitsdrager in het landschap.
4De zichtlijnen en doorzichten vanaf het lint naar het open landschap.
2.3. Wieringerwaardpolder
2.3.1. Kwaliteiten Wieringerwaardpolder
1De openheid in de polder is groot en tussen de lintbebouwing zijn lange zichtlijnen aanwezig.
2De historische bebouwing van het voormalige vissersdorp aan de westelijke zijde van Nieuwesluis herinnert aan de Zuiderzee.
3De fraaie stolpboerderijen, statige notabelenwoningen en laanbeplanting geven de Wieringerwaardpolder een voornaam aanzicht.
2.4. 19e-eeuwse polders
2.4.1. Polder Waard-Nieuwland
In 1846 werd Polder Waard-Nieuwland aangedijkt aan het voormalig eiland Wieringen. De polder is kleinschalig met een gespreide bebouwing. De verkaveling is rechtlijnig en in een groot contrast met het grillige patroon op Wieringen. Er is een duidelijk middenlint (de Polderweg) met enkele vertakkingen. Langs het middenlint is het landschap open met vergezichten.
2.4.1.1.Kwaliteit Polder Waard-Nieuwland
De rechtlijnige verkaveling van de polder in contrast met het glooiende landschap van Wieringen. De Wierdijk zorgt voor een zichtbare scheiding van beide gebieden.
2.4.2. Waard- en Groetpolder
In 1843 werd het octrooi afgegeven aan de ‘Maatschappij tot Inpoldering en bebouwing van der Waard- en Groetgronden in Noord-Holland’. Hierna werd gestart met de aandijking van de Waardpolder aan de Wieringerwaardpolder. De Groetpolder werd aangedijkt aan de Westfriese Omringdijk bij Kolhorn. Door de drooglegging van deze polders lag Kolhorn niet meer aan de Zuiderzee.
De vorm van de Waard- en Groetpolder is bepaald aan de hand van bestaande lijnen in het landschap en het reliëf van de zeebodem. Door de drooglegging van de Wieringerwaardpolder in 1611, waren de omliggende gronden door slib hoger komen te liggen. Dit maakte het gebied zeer geschikt om in te polderen. Op ongeveer 2 km van de zeedijk van Wieringerwaard lag een zand- en schelpenbank. Op deze ophoping in de zeebodem werd de dijk aangelegd die de Waard- en Groetpolder afscheidde van de Zuiderzee.
In het aangeslibde land waren door stroming geulen ontstaan zoals op de plaats van het Kolhornerdiep. Dit werd daarom niet ingepolderd en moest dienen als toegang van de Zuiderzee naar de haven van Kolhorn. Voor de bemaling werden molens gebruikt. In de Waardpolder zijn nog altijd de resten van de poldermolen aanwezig in de grond. Hoewel de polders al in 1844 voor het eerst droogvielen waren de dijken pas in 1877 hoog genoeg om weerstand te bieden tegen de zeestormen. Er was telkens onvoldoende geld om meteen goede dijken aan te leggen.
De verkaveling van beide polders is gecentreerd in de lengterichting van de polder. Een middenlint doorkruist de polder. Dat zijn de Waardpolderhoofdweg en de Groetpolderweg. De kavels kregen een vaste lengte- breedteverhouding, door de ruilverkaveling is dit op sommige plaatsen verdwenen.
2.4.2.1.Kwaliteit Waard- en Groetpolder
De karakteristieke verkavelingspatronen met vaste lengte- en breedteverhoudingen aan het middenlint.
2.4.3. Anna Paulownapolder
In 1845 werd gestart met de drooglegging van de Anna Paulownapolder. Het Hoge- en Lage Oude Veer verdeelt de polder in tweeën. Dit is de hoofdgeul van een voormalig getijdengebied met kreken en kwelders.
De bedijking van zowel de Westpolder als de Oostpolder was in 1846 klaar. Pioniers uit Gelderland waren de eerste bewoners. Zij woonden in arbeiderswoningen, of een ‘Gelders huisje’. De verkaveling van de polder volgt rechte lijnen. Maar omdat de hoofdwegen deels op hogere kreekruggen werden aangelegd, ontstonden soms schuine doorsnijdingen op het geometrische patroon.
De Oostpolder was vooral een akkerbouwgebied met pootaardappelen. De open ruimtes zijn wijds in een langgerekte vorm die door de lintbebouwing worden begrensd, net zoals in de Wieringerwaardpolder.
De Westpolder bestond uit een droge en ziltige zandgrond. De Gelderse pioniers hadden een zwaar bestaan vanwege de lage opbrengsten uit de landbouw. Op de zilte gronden werden wat schapen gehouden.
Begin 20ste eeuw bleek de zandige grond van de Westpolder zeer geschikt voor bloembollenteelt. Dit groeide uit tot het grootst aaneengesloten bollengebied van Nederland. Door de lintbebouwing zijn de open ruimte in de Westpolder begrensd tot blokken. De erfbeplanting is in veel gevallen summier. Dat valt te verklaren om de kans op ziektes en plagen op de bolgewassen te voorkomen.
2.4.3.1. Kwaliteiten Anna Paulownapolder
1Het krekensysteem van het Oude Veer is nog grotendeels intact en de bosschages en rietoevers benadrukken dit historische gebied.
2Het contrast tussen de rechtlijnige verkavelingsstructuur van de polder en de kronkelige lijnen van het Oude Veer.
3De herkenbare verschillen tussen de Oost- en Westpolder die zijn ontstaan door het verschil in bebouwingslinten en gebruik: agrarisch en bollengebied.
2.4.4. Wieringermeerpolder
Ten tijde van de prehistorie was de huidige Wieringermeer een moerasgebied met hierin een groot bos. Het Creiler Woud reikte van ongeveer Texel tot Enkhuizen. Er zijn sporen van bewoning gevonden van de Trechterbekercultuur. De meest opvallendste archeologische vondst is de kano in de Dijkgatsweide. De zee slokte grote delen van het land op. Het Creiler Woud werd tijdens de Allerheiligenvloed in 1170 verzwolgen.
In 1927 werd door een grote behoefte aan landbouwgrond gestart met de drooglegging van de Wieringermeer. Gemaal Lely zorgde samen met gemaal Leemans voor de bemaling. Het verkavelingsplan was hoofdzakelijk gericht op agrarisch gebruik van de gronden. De polder is niet vanaf een middenlint ontworpen maar heeft een driehoekige structuur gekregen vanaf de randen naar het midden. Door deze strategie zijn er geen restkavels aan de randen ontstaan. Dit vormt een geometrische driehoekstructuur met kanalen, vaarten en verbindingswegen. De wegen en waterlopen waren rechtlijnig en rechthoekig om de kavels zo efficiënt mogelijk te ontwateren en goed bereikbaar te maken.
Het nieuwe land werd vanaf 1934 in gebruik genomen. De Wieringermeerdirectie was verantwoordelijk voor de uitgifte van grond en bepaalde de kavelgroottes. De standaard kavels waren 20 hectare maar werden groter vanwege de schaalvergroting in de landbouw. Voor het eerst had de overheid zo een grote rol bij het ontstaan en de inrichting van een nieuwe polder. Vanuit heel Nederland kwamen er pachters naar de Wieringermeer. Een bijzondere groep binnen deze pioniers was de Stichting Joodse Arbeid die de Oostwaardhoeve mocht pachten. Joodse jongeren kwamen naar het ‘Joods Werkdorp’ om een praktijkopleiding te volgen voor bijvoorbeeld metselaar, timmerman of landbouwer. In de Tweede Wereldoorlog is het kamp ontruimd door de Duitse bezetter.
De rijksoverheid was, met de Wieringermeerdirectie als uitvoerend orgaan, verantwoordelijk voor de ontginning en de inrichting van de Wieringermeerpolder maar ook voor de maatschappelijke opbouw. In het verkavelingsplan voor de Wieringermeer werd een standaard kavelgrootte vastgesteld van 20 hectare. Hiermee konden weidebedrijven van 20 tot 20 hectare ha en akkerbouwbedrijven van 40 tot 60 hectare worden gesticht. Na de ontginning en het in cultuur brengen van de gronden werden vanaf 1934 de eerste kavels met boerderijen uitgegeven aan pachters die afkomstig waren uit verschillende delen van Nederland. Voor het eerst had de overheid zo een grote rol bij het ontstaan en de inrichting van een nieuwe polder.
De boerderijen werden ontworpen door de Bouwkundige-afdeling van de Wieringermeerdirectie. Het ontwerp van de nieuwe boerderijen werd een van eigenschappen van de Friese, de Saksische, de Noordhollandse typen en de boerderijen op de Zuidhollandse eilanden. Dit type paste in de keten van boerderijtypen langs de kust van Zeeland tot Denemarken.
Om de voordelen van seriebouw ten volle te benutten en de bouwkosten te drukken werden vanaf 1936 vijf standaardtypen boerderijen ontwikkeld. Met deze vijf typen kon men een bedrijfsgebouw ontwerpen wat juist overeenkwam met de bodemgeschiktheid (gras en/of akkerbouwland) en het uitgifteplan (kavelgrootte).
Architect en stedenbouwer M.J. Granpré Molière is verantwoordelijk voor de inrichting van de dorpen. Hij is onder andere bekend van het stedenbouwkundige concept ‘tuindorpen’. Dat werden ruim opgezette wijken met een welvarende uitstraling en veel ruimte voor groen om verpaupering tegen te gaan. De diepe achtertuinen aan bijvoorbeeld de Sternstraat in Wieringerwerf herinneren hieraan.
Middenmeer, Slootdorp, Wieringerwerf en Kreileroord zijn gesitueerd op kruispunten van kanalen en wegen. Elk dorp heeft een eigen sfeer en karakter. Kerken, scholen en andere bijzondere gebouwen kregen een belangrijke plaats op een kruispunt of hoekpunt van een dorp. Oorspronkelijk was Middenmeer bedoeld als het handelscentrum met hieromheen een cirkel van dorpen. Er zijn echter maar drie kransdorpen gerealiseerd. Wieringerwerf zou dienen als het bestuurscentrum.
Landschapsarchitect J.T.P Bijhouwer maakte het beplantingsontwerp van de Wieringermeer. Hij ging voor eenvoud en strakheid. Laanbeplanting moest de doorgaande wegen accentueren in de grote openheid van het nieuwe polderlandschap. Na de Tweede Wereldoorlog waren de bomen verdwenen en werden vooral jonge en snelgroeiende populieren aangeplant.
De erfbeplanting rond de boerderij zorgde voor een groeneiland in het open landschap. In de woongebieden was er ruimte voor sierbeplanting. De bomenrijen om de dorpskern heen moesten zorgen voor luwte, schaduw en diende als buffer tegen de zeewind. Op percelen die niet gemakkelijk of efficiënt waren te beheren, zogenaamde overhoeken, werden ook bomen aangeplant. De dorpsbosjes zijn nog goed te herkennen aan de Slootweg. Op de grond die ongeschikt bleek voor de landbouw werd in 1934 door Staatsbosbeheer het Robbenoordbos aangeplant. Het naastgelegen Dijkgatbos is ontstaan na de door het terugtrekkende Duitse leger veroorzaakte dijkdoorbraak in 1945. Door de kracht van het water is het historische dekzand omhoog gespoeld waardoor het gebied niet meer geschikt was voor de landbouw. Op de plek waar de dijk ter ontploffing is gebracht zijn twee wielen ontstaan.
In het plan van Bijhouwer was ook opgenomen om de taluds van sloten en kanalen stevig te beplanten met boomsingels van populier, wilg en es. Door de ontwikkeling van gemotoriseerde schepen was deze beplanting geen bezwaar, er hoefde immers geen vrije ruimte te zijn naast een kanaal of sloot om een schip als een trekschuit voort te kunnen trekken. In de praktijk zijn weinig van dit soort taluds beplant omdat men toch bang was voor schade aan de gewassen.
De Wieringermeer wordt omkaderd door dijken. Met name de IJsselmeerdijk over de volledige lengte van de polder is een ruimtelijke drager met uitzicht over het IJsselmeer. Opvallend is de enige bebouwing op de dijk: de twee dijkmagazijnen. Deze karakteristiek gebouwen zijn uniek en een tastbare herinnering aan het beschermen en onderhouden van de dijk.
Na de Tweede Wereldoorlog werd de landbouw gemoderniseerd. Akkerbouwer Sicco Mansholt uit Middenmeer werd minister van Landbouw en Voedselvoorziening en zijn beleid zorgde voor schaalvergroting, intensieve landbouw en productiestijging. In de Wieringermeer had dit grote gevolgen voor de agrarische sector.
2.4.4.1.Kwaliteit Wieringermeerpolder
1Het zorgvuldige driehoekige ontwerp van de Wieringermeerpolder met de rechtlijnige kanalen, vaarten, verbindingswegen en laanbeplanting als dragers van het landschap.
2Grote openheid van het polderlandschap met ruime zichtlijnen.
3Er zijn verschillende boerderijtypen in de Wieringermeer waardoor het type bedrijf afgelezen kan worden aan de architectuur. Deze boerderijen zijn uniek voor dit gebied.
4De groenstructuren zoals bedacht door landschapsarchitect J.T.P. Bijhouwer.
5Het natuurgebied rond de twee dijkwielen en het Dijkgatbos als blijvende herinnering in het landschap aan de dijkdoorbraak in 1945.
3. Archeologie
3.1. Bescherming
3.1.1. Kader Bescherming
Bij ruimtelijke ingrepen gelden de regels zoals vastgesteld in het bestemmingsplan. Voor de gebieden met een dubbelbestemming archeologie geldt een vergunningsplicht als er sprake is van grondverstorende werkzaamheden. Als een ontwikkeling niet past binnen het huidige bestemmingsplan toetsen we aan de Beleidskaart Archeologie Hollands Kroon en zijn de beschermingsregimes uit de beleidskaart leidend.
Per 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. De beschermingsregimes uit de Beleidskaart Archeologie Hollands Kroon worden overgenomen in het omgevingsplan waarmee het bestemmingsplan komt te vervallen.
4. Cultuurhistorie
4.1. Cultuurhistorische waardenkaart
4.1.1. Kader
De grote verscheidenheid in de aanwezige cultuurhistorische waarde zien we als kans en inspiratiebron. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten rekening houden met de kwaliteiten die voorkomen in een specifiek gebied zoals beschreven in het hoofdstuk ‘ontstaansgeschiedenis’ van deze erfgoedvisie.
4.1.2. Kader
Sommige structuren en objecten van cultuurhistorische waarde zijn in het verleden verdwenen. We staan in beginsel positief tegenover initiatieven om deze historische elementen te herstellen of terug te brengen in het landschap.
4.1.3. Uitwerking
We zetten de cultuurhistorische waarden op één kaart. In een oogopslag is dan duidelijk waar de cultuurhistorische waarden zich bevinden of verborgen zijn in het landschap.
4.2. Erfinrichting
4.2.1. Kader
De Erfbeplantingstool Hollands Kroon dient als inspiratiebron hoe erven slim ingericht kunnen worden. Een mooi erf met aandacht voor de cultuurhistorische waarden is een visitekaartje voor een woning of bedrijf. Het draagt bij aan de beleving en kwaliteit van het landschap in onze gemeente. Een goede erfbeplanting kan als voorwaarde worden gesteld voor een goede inpasbaarheid van een ruimtelijke ontwikkelingen.
4.2.2. Uitwerking
Naast erfbeplating werkt de gemeente aan een handboek voor de erfinrichting. We zorgen dat de cultuurhistorische waarden hierin worden geborgd.
4.3. Groen erfgoed
4.3.1. Begraafplaatsen
Funerair erfgoed is de term die gebruikt wordt om alles dat te maken heeft met de dood aan te duiden, zoals de verschillende vormen van begraven. Op een begraafplaats of kerkhof is de bewoningsgeschiedenis af te lezen aan gedenktekens. Door materiaalgebruik en symboliek kan een grafzerk als karakteristiek worden getypeerd. De groene inrichting verhoogt de waarde van een begraafplaats en heeft een ondersteunende functie voor het aanzicht en de beleefbaarheid. De aanleg van nieuwe beplanting kan het historische karakter vernietigen.
4.3.1.1.Kader
Om het karakter van de 10 gemeentelijke begraafplaatsen te behouden zijn er 377 grafmonumenten en één herdenkingsmonument beschermd tegen ruiming via de ‘Lijst historische waardevolle grafmonumenten’. De lijst is samengesteld na een inventarisatie aan de hand van vijf waarderingscriteria: biografische betekenis, materiaalgebruik en hantering, vormgeving van het monument, bijzondere symboliek en karakteristiek.
4.3.2. Tuinwallen
Op Wieringen werd voor de perceelafscheiding gebruik gemaakt van opgestapelde plaggen; tuinwallen. Regenwater spoelt de bodemvoedingsstoffen weg waardoor er bijzondere vegetatie ontstaat, dit draagt bij aan de biodiversiteit. Bovenal zijn de tuinwallen karakteristieke elementen in het landschap. Door de herverkaveling op Wieringen zijn op veel plekken de tuinwallen verdwenen.
4.3.2.1.Uitwerking
We staan positief tegenover het in ere herstellen van tuinwallen op de hogere delen van Wieringen. We gaan onderzoeken of we op onze gemeentegronden tuinwallen kunnen terugbrengen.
4.3.3. Eendenkooien
Eendenkooien zijn een karakteristiek onderdeel in het landschap. Een grote plas of vijver met omringend bos is, naast de cultuurhistorische waarde, ook van belang als natuurgebied. Op Wieringen is een kooi in eigendom van Staatbosbeheer en wordt gebruikt om onderzoek te doen naar vogels.
4.3.3.1.Uitwerking
De landschappelijke elementen van de voormalige Swemmers Kooij ten zuiden van Hippolytushoef, het huidige Kooibos, zijn nog altijd te herkennen. De plek is eigendom van de gemeente en leent zich om het verhaal van de eendenkooien te vertellen zonder dat dit afbreuk doet aan de stilte en rust van deze plek.
4.3.4. Waddengebied
In 2009 is het unieke Waddengebied met de Waddenzee op de UNESCO-Werelderfgoedlijst gezet. Het Waddengebied is 310.000 hectare groot en beslaat 30% van de Nederlandse kust, 20% van de Deense kust en 60% van de Duitse kust. Het landschap is dynamisch, door het afzetten en wegnemen van sediment bij eb en vloed. Het getijdengebied tussen de Waddeneilanden en de Hollands Kroonse kust wordt een Waddenplaat genoemd. Waddenplaten lopen twee keer per dag onderwater. Het Waddengebied staat bekend om de aanwezigheid van bijzondere flora en fauna.
4.3.4.1.Kader
Het ontstaan van de huidige kust is onlosmakelijk verbonden met de Waddenzee. De status van de Wadden als werelderfgoed op de lijst van UNESCO toont aan dat we trots mogen zijn op dit gebied. De Wadden hebben een toeristische en recreatieve aantrekkingskracht en daarom is verbinding met andere beleidsterreinen nodig.
5. Gebouwd erfgoed
5.1. Monumenten
5.1.1. Aanwijzen van monumenten
Vanaf 2021 worden er gemeentelijke monumenten aangewezen. De gebouwen met een beschermde status vertegenwoordigen gezamenlijk de geschiedenis van Hollands Kroon.
5.1.1.1.Kader
We vinden het behoud van historische gebouwen belangrijk. Om de instandhouding te verzekeren voor de toekomst beschermen we gebouwen met de status van gemeentelijk monument. Eigenaren van gemeentelijke monumenten kunnen een subsidie aanvragen voor onderhoud- en restauratiekosten.
5.1.2. Instandhoudingsplicht
Een monumenteneigenaar heeft de plicht om het gebouw wind- en waterdicht te houden. Als dat niet het geval is, hebben de weersinvloeden vrij spel en dat zorgt voor een snelle achteruitgang van de staat van het monument.
5.1.2.1.Kader
We gaan uit van de goede wil van eigenaren om hun monument te onderhouden. Een slechte onderhoudsstaat heeft in de praktijk vaak onderliggende oorzaken. We verkiezen een constructief gesprek met de eigenaar boven handhavend optreden maar schuwen dit niet als laatste redmiddel.
5.1.2.2.Uitwerking
We blijven op de hoogte van de onderhoudsstaat van de monumenten in Hollands Kroon. Het is daardoor mogelijk om in een vroeg stadium te signaleren dat er restauratie- of onderhoudswerkzaamheden nodig zijn. Na constatering nemen we contact op met de eigenaar.
5.1.3. Aanpassing
Elk monument heeft een functie en het gebruik in de praktijk sluit hierop aan. Door de eeuwen heen veranderen de eisen en wensen die men stelt aan een gebouw. Daarom is een monument altijd onderhevig aan veranderingen. Ook onderhoud- en restauratiewerkzaamheden zijn nodig zodat een monument in goede conditie blijft. Zonder de goede zorgen en het enthousiasme van de eigenaren kunnen monumenten niet blijven bestaan. Om ervoor te zorgen dat elke eigenaar bij deze werkzaamheden rekening houdt met de monumentale waarden is een vergunning benodigd. Alleen reguliere onderhoudswerkzaamheden kan men zonder een vergunning uitvoeren. Eigenaren doen zelf een vergunningscheck. Als er onduidelijkheden zijn kan een eigenaar altijd contact opnemen met de gemeente.
5.1.3.1.Kader
De Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit adviseert de gemeente over aanpassingen aan monumenten, binnen het beschermd dorpsgezicht en in welstandsgebieden.
5.1.3.2.Kader
Bij grote veranderingen aan een monument is het noodzakelijk om bouwhistorisch onderzoek te doen. Dit onderzoek maakt inzichtelijk wat de karakteristieke onderdelen zijn alsook de onderdelen van minder belang. De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor het uitvoeren van een bouwhistorisch onderzoek.
5.1.3.3.Kader
Voor het uitvoeren van werkzaamheden aan monumenten is specifieke kennis en vaardigheden benodigd. Daarom zijn er uitvoeringsrichtlijnen (URL) en beoordelingsrichtlijnen (BRL) door Stichting ERM opgesteld.
5.1.3.4.Uitwerking
Om ervoor te zorgen dat eigenaren een eenvoudige ingang hebben bij de gemeente maken we een speciaal mailadres voor alle erfgoed gerelateerde vragen in Hollands Kroon.
5.1.3.5.Uitwerking
Om monumenteneigenaren financieel tegemoet te komen worden de kosten voor een advies van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit per 1 januari 2024 niet in rekening gebracht bij de eigenaren.
5.1.3.6.Uitwerking
Voor een initiatiefnemer is het prettig om in een vroeg stadium al advies te krijgen van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. Vooruitlopend op een vergunningaanvraag of bij behandeling op de omgevingstafel kan er een pre-advies worden verstrekt.
5.1.4. Verduurzamen
Verduurzamingsmaatregelen dragen bij aan het behoud van monumenten voor de toekomst. Isoleren, overstappen naar groene warmte en het opwekken van energie kan een uitdaging zijn bij een oud gebouw. De aanpassingen moeten zorgvuldig worden gedaan met oog voor de karakteristieke elementen en vragen dus om een aanpak op maat. De verduurzamingskosten zijn een grote investering voor een eigenaar, maar daar zijn aantrekkelijke subsidieregelingen en leningen voor beschikbaar.
5.1.4.1.Kader
Om monumenten te behouden voor de toekomst zijn aanpassingen noodzakelijk. Het is belangrijk dat de functie van het monument aansluit op de hedendaagse eisen en dat het betaalbaar blijft. In de Transitievisie Warmte Hollands Kroon is beschreven hoe onze gemeente omgaat met de energietransitie. Gezien de aard van ons gebied, zijn er weinig mogelijkheden voor collectieve maatregelen, zoals warmtenetten. De eigenaar zal veelal individuele maatregelen zoals een warmtepomp moeten inzetten om aardgasvrij te worden.
5.1.4.2.Uitwerking
Vanwege de vergunningsplicht is de gemeente vaak het eerste aanspreekpunt voor eigenaren die hun monument willen verduurzamen. We informeren monumenteneigenaren over welke mogelijkheden er zijn voor verduurzaming, subsidies en financiering.
5.1.4.3.Uitwerking
De verduurzaming bij een monument vraagt om meer maatwerk. Een energiescan geeft inzicht hoe een eigenaar dit het beste kan aanpakken. De gratis standaard energiescan die de gemeente aanbiedt aan huiseigenaren is niet geschikt voor monumenten. Toch is het mogelijk om een monumentenscan gratis uit te voeren. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de gemeente.
5.1.4.4.Uitwerking
Historische gebouwen en monumenten zijn ook onderdeel van de gemeentelijke promotiecampagne Duurzaam doet ’t . We onderzoeken of het mogelijk is om met een buurtgerichte aanpak te werken in de beschermde dorpsgezichten om direct een grote groep eigenaren van historische gebouwen te bereiken.
Historische daken dragen bij aan het karakteristieke beeld van monumenten en beschermd dorpsgezichten. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) heeft een advieslijn ontwikkeld ten aanzien van zonnepanelen op monumenten. Hierin is met name belangrijk of de panelen uit het zicht zijn vanuit de publieke toegankelijke omgeving. Door de toenemende behoefte van eigenaren om te verduurzamen hebben al meerdere gemeenten hun beleid versoepeld. De RCE heeft een brochure gemaakt met als doel om te bevorderen dat er met aandacht voor erfgoedwaarden bij zoveel mogelijk gebouwen in historische stads- en dorpsgezichten zonnepanelen kunnen worden gelegd.
5.1.4.5.Uitwerking
We gaan onderzoeken of de regels voor het plaatsen van zonnepanelen in het zicht op een monument en/of in het beschermd dorpsgezicht soepeler kunnen. De beeldkwaliteit kan beschermd blijven door duidelijke randvoorwaarden te stellen.
5.1.5. Netwerk
Monumenteneigenaren hebben in de praktijk vaak dezelfde vragen of lopen tegen dezelfde uitdagingen aan. Om hen met elkaar en met (erfgoed)professionals in contact te brengen zijn er verschillende initiatieven. Bijvoorbeeld de jaarlijkse beurs MONUMENT of de online Monumenten Community op initiatief van het Restauratiefonds.
5.1.5.1.Kader
Monumenteneigenaren hebben een vast aanspreekpunt binnen de gemeente. Door het persoonlijke contact kunnen we als verbinder optreden bijvoorbeeld tussen eigenaren om kennis te delen.
5.1.5.2.Uitwerking
We onderzoeken of er behoefte is aan het opbouwen van een lokaal of regionaal monumentennetwerk. Uiteraard kunnen eigenaren van andere historische gebouwen zoals stolpboerderijen hierbij aansluiten.
5.2. Karakteristieke bebouwing
5.2.1. Kader
Om de gebouwen met de aanduiding ‘karakteristiek’ te behouden staan we in beginsel positief tegenover het splitsen van de karakteristieke bebouwing. Dit komt de instandhouding ten goede. De regels die hiervoor gelden zijn opgenomen in de ‘Beleidsregels horende bij de Verordening fysieke leefomgeving’.
5.2.2. Uitwerking
We zoeken uit of er nog meer gebouwen de aanduiding ‘karakteristiek’ verdienen. Op deze manier kan een gevel of hoofdvorm van een gebouw worden beschermd.
5.2.3. Uitwerking
Gevels in historische dorpskernen zijn van grote impact op het aanzicht en de uitstraling van een dorp. We onderzoeken op welke wijze we kunnen stimuleren om de karakteristieke elementen van een gevel te behouden of terug te brengen.
5.2.4. Uitwerking
Op locaties waar historische bebouwing een bijzonder ensemble vormt, willen we de samenhang benadrukken of herstellen.
5.3. Beschermd dorpsgezicht
5.3.1. Kader
De bescherming van het beschermd dorpsgezicht is geregeld in de Beheersverordening Kolhorn, Barsingerhorn, Haringhuizen en straks in het omgevingsplan. Naast de bebouwing draagt ook de inrichting van de openbare ruimte bij aan de karakteristieke uitstraling van een historische dorpskern. Voor straatmeubilair zijn er verschillende opties mogelijk die aansluiten bij deze uitstraling of dit zelfs versterken. Hoe we als gemeente de openbare ruimte inrichten is geregeld in een Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR).
5.3.2. Kader
In de historische dorpskernen en het beschermd dorpsgezicht gaat onze voorkeur naar passend straatmeubilair.
5.4. Molens
5.4.1. Kader
We staan voor de instandhouding van de molen. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van een draaivaardige molen in het landelijk gebied hanteren we de 1:100 regel. Binnen 100 meter rond de molen mag geen bebouwing of beplanting hoger dan de onderste punt van de verticaal staand wiek worden opgericht. Binnen 100 tot 400 meter rond de molen mag geen bebouwing hoger dan 1/100 van de afstand tussen bouwwerk en molen, gerekend van de onderste punt van de verticaal staande wiek worden opgericht. Beplanting mag niet hoger dan 1/100 van de afstand tussen beplanting en molen, gerekend van de onderste punt van de verticaal staande wiek. In het omgevingsplan verankeren we de bescherming via een molenbiotoop. Hiervan afwijken is enkel mogelijk als onderzoek uitwijst dat de ontwikkeling geen nadelige gevolgen heeft op de windvang.
5.5. Religieus erfgoed
5.5.1. Kader
We zien erop toe dat een initiatiefnemer bij een functieverandering van een kerkgebouw actief de inwoners betrekt bij de nieuwe plannen.
5.5.1.1.Uitwerking
Kerkeigenaren hebben een vast aanspreekpunt bij de gemeente voor al hun vragen. We zorgen voor de verbinding tussen verschillende beleidsgebieden en personen.
5.5.1.2.Uitwerking
We blijven alert op initiatieven die gekoppeld kunnen worden aan religieus erfgoed.
5.5.1.3.Uitwerking
Kerkeigenaren kunnen in een vroeg stadium ons vragen om mee te denken als kennispartner in ontwikkelvraagstukken.
5.5.2. Kerkinterieurs
De verwachting is dat de komende jaren een aantal kerkgebouwen in Hollands Kroon de religieuze functie verliezen. Bij herbestemming ligt het risico op de loer dat de waardevolle kerkinterieurs verloren gaan. Hierbij kan gedacht worden aan kerkbanken, doophek, altaar, orgel, kunstwerken, kroonluchters et cetera.
Het is gebruikelijk dat eens in de twintig jaar de kerkinterieurs opnieuw worden geïnventariseerd. Slechts vier locaties in Hollands Kroon hebben een actuele inventarisatie.
5.5.2.1.Uitwerking
We gaan na instemming van de eigenaar de kerkinterieurs inventariseren en waarderen om inzicht te krijgen in de aanwezigheid van waardevolle interieurobjecten.
5.6. Agrarisch erfgoed
5.6.1. Stolpboerderijen
Door het piramidevormige dak is een stolpboerderij een herkenbaar object en een icoon in ons landschap. Stolpen zijn niet weg te denken en van landschappelijke waarde.
Er zijn verschillende streekeigen types te onderscheiden. Zoals de Noord-Hollandse stolp met een enkel of dubbel vierkant en de darsdeuren aan de achterzijde van de boerderij. Een West-Friese stolp heeft de darsdeuren aan de voorzijde van de boerderij, vanwege de ligging van de wei. Een Langhuisstolp heeft aan het vierkant een langwerpig voorhuis. Kenmerkend aan een Wieringerboerderij is het gepotdekselde zwarte schuurschot en een langgerekt voorhuis. Deze vier types komen allemaal voor in Hollands Kroon en hebben elk hun eigen bijzonderheden.
5.6.1.1.Kader
De Noord-Hollandse waarderingskaart voor stolpboerderijen heeft een inventarisatie opgeleverd van 650 stolpboerderijen in Hollands Kroon. We hebben aandacht voor het behoud en onderhoud van deze stolpboerderijen.
5.6.1.2.Uitwerking
De eigenaren van de stolpen in de categorie ‘orde 1: monumentwaardig’ worden benaderd om toestemming te geven om het gebouw aan te wijzen als gemeentelijk monument. Het aanwijzen van monumenten doen we op basis van de Erfgoedverordening Hollands Kroon.
5.6.1.3.Uitwerking
De eigenaren van stolpen in de categorie ‘orde 2: karakteristieke en/of beeldbepalende stolp’ worden benaderd voor de aanduiding ‘karakteristiek’.
5.6.1.4.Uitwerking
Stolpeigenaren kunnen via onze website zelf hun gebouw kandidaat stellen voor de gemeentelijke monumentenstatus. Een voordeel voor de eigenaar is de subsidie gemeentelijke monumenten gericht op restauratie- en onderhoudswerkzaamheden. Elke kandidaatstelling nemen we in behandeling.
5.6.2. Herbestemming
Door het beëindigen van een agrarisch bedrijf verdwijnt de oorspronkelijke functie van een stolpboerderij. Om een nieuwe functie aan de stolp te geven, zijn er soms er aanpassingen nodig. Het schuurgedeelte wordt bijvoorbeeld bij de bestaande woning gevoegd of opgesplitst in nieuwe woningen om de onderhoudskosten met meerdere huishoudens te delen. Bij deze aanpassingen is het belangrijk dat de karakteristieke elementen van de stolp worden behouden. In de praktijk is elke herbestemming of aanpassing maatwerk. Inmiddels zijn er voldoende voorbeelden in de praktijk van succesvolle en zorgvuldige inpassingen van een nieuwe functie in een stolp. De boerderij kan daardoor bewaard blijven als onderdeel van het agrarisch erfgoed.
5.6.2.1.Kader
Om de instandhouding van een stolp te waarborgen staan we in beginsel positief tegenover het splitsen van een stolpboerderij in meerdere woningen. We gaan hierbij uit van de motto ‘behoud door ontwikkeling’.
5.6.2.2.Kader
We stellen randvoorwaarden aan het splitsen van een stolpboerderij. Bijgebouwen die niet passend zijn bij de karakteristieke bebouwing moeten worden gesloopt. Voor een geschikte landschappelijke inpassing is een erfinrichtingsplan vereist.
5.6.2.3.Uitwerking
We denken graag in een vroeg stadium mee voor een nieuwe toekomstbestendige functie van de stolp. Maar ook bij een aanvullende functie zoals een theetuin of Bed & Breakfast denken we mee in mogelijkheden. Als het nodig is dan schakelen we een onafhankelijke expert in voor een gespecialiseerd stolpenadvies. Zo ondersteunen we de stolpeigenaar in een complex traject. De kosten van dit externe advies komen voor rekening van de gemeente. Een financiële drempel voor de stolpeigenaar om goed na te denken over de nieuwe invulling met behoud van de cultuurhistorische waarden, wordt weggenomen.
5.6.3. Sloop
Stolpen kunnen verdwijnen door brand of een hevige storm. De laatste jaren worden steeds meer stolpen gesloopt om bijvoorbeeld plaatst te maken voor nieuwbouw. Hierdoor komt de stolpboerderij als icoon in gevaar.
5.6.3.1.Uitwerking
Om te voorkomen dat stolpen verdwijnen gaan we uitzoeken of de stolpboerderijen, of een gedeelte hiervan, kunnen worden beschermd met een sloopvergunning in het omgevingsplan.
5.6.4. Wieringermeerboerderij
Bij de inrichting van de Wieringermeer werd een standaardtype boerderij ontwikkeld die aansloot op de verschijningsvorm en typologie van diverse Nederlandse boerderijen. Het type boerderij werd afgestemd op de kavelgrootte en grondsoort. Door de standaardisering was het mogelijk om te werken met geprefabriceerde constructieonderdelen.
De eerst boerderijen ontstonden uit de ontginningsschuren die in 1933 waren gebouwd. Vanaf 1934 werd een boerderijtype gebouwd waarbij het woongedeelte en bedrijfsgedeelte onder een dak werd gehuisvest. Vanaf 1935 werd de bedrijfswoning niet meer onder één dak met de woning gerealiseerd en werd de functie van het boerenbedrijf afleesbaar van de architectuur van de schuur.
De Wieringermeerboerderij is kenmerkend voor het agrarische landschap en symboliseert het systematische ontwerp van de polder. Daarnaast zijn de boerderijen het toonbeeld van de modernisering van de Nederlandse landbouw vanaf de jaren ’40. Dat is terug te zien in de architectuur.
5.6.4.1.Kader
Alle typen van de karakteristieke Wieringermeerboerderij komen in aanmerking voor de aanwijzing als gemeentelijk monument. Eigenaren kunnen hun boerderij kandidaat stellen voor deze bescherming en daardoor aanspraak maken op de subsidieregeling voor onderhoud- en restauratiekosten aan gemeentelijke monumenten.
5.6.4.2.Uitwerking
We gaan een inventarisatie maken van alle Wieringermeerboerderijen. Naast het in kaart brengen van de boerderijen wordt er een waarderend onderzoek gedaan naar de verschillende boerderijtypen op basis van de vijf waarderingscriteria voor bouwkunst van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
5.6.5. Bollenerfgoed
In de Anna Paulownapolder zijn veel bollenkwekers gevestigd. De bebouwing die aan het begin van de 20ste eeuw is gebouwd ten behoeve van de bloembollencultuur behoort tot het bollenerfgoed. Schuren, villa’s en woonhuizen zijn representatief voor de bloeiperiode van de bloembollenteelt. De bollenschuren in typerende bouwstijl zijn in veel gevallen verdwenen door schaalvergroting.
5.6.5.1.Uitwerking
We maken een inventarisatie van het bollenerfgoed en waarderen de schuren aan de hand van de vijf waarderingscriteria voor bouwkunst van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
5.6.6. Watererfgoed
De omgang met het water is in elk gebied in Hollands Kroon een belangrijk thema. Gemalen, molens en sluizen zijn daar tastbare herinneringen aan. Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier draagt zorg voor het watererfgoed.
5.6.6.1.Kader
De twee dijkmagazijnen op de IJsselmeerdijk zijn hun functie verloren en daarom heeft het HHNK een prijsvraag uitgeschreven om een geschikte herbestemming te vinden. We zien dit als een goede ontwikkeling waarbij het verhaal van deze dijkmagazijnen in de toekomst blijvend wordt uitgedragen.
5.6.6.2.Uitwerking
De peilschaalhuisjes zijn bijzondere objecten maar hebben geen functie meer. We onderzoeken of deze gebouwtjes weer kunnen worden gebruikt voor of door de samenleving.
5.6.7. Varend erfgoed
Den Oever heeft een actieve vissershaven en de aanwezigheid van karakteristieke schepen draagt bij aan het historische besef. Dat geldt ook voor het voormalige vissersdorp Kolhorn. Er zijn vijf historische schepen die een vaste ligplaats hebben in Hollands Kroon. Deze hebben alle vijf de status van ‘varend monument’ in het onafhankelijke Register Varend Erfgoed Nederland. Doordat de historische schepen in de regel verplaatst kunnen worden, en daardoor niet plaatsgebonden zijn, wordt er geen status van gemeentelijk monument toegekend aan het varend erfgoed.
De Postboot heeft een grote rol gespeeld in de verbinding tussen het voormalige eiland Wieringen en het vaste land. De boot is teruggekomen naar de gemeente en we kijken uit naar de restauratie.
5.6.7.1.Kader
De aanwezigheid van varend erfgoed in de havens van Hollands Kroon draagt bij aan het historisch besef en de lokale identiteit. Het college van Burgemeester en Wethouders kan monumentaal varend erfgoed een vrijstelling geven van de betaling van havengelden.
5.6.7.2.Kader
De historische schepen en boten met de status ‘varend erfgoed’ kunnen voor restauratie- en onderhoudswerkzaamheden aanspraak maken op de Subsidieregeling Erfgoed Gemeente Hollands Kroon.
6. Beleefbaarheid en zichtbaarheid
6.1. Erfgoedorganisaties
6.1.1. Kader
Erfgoedorganisaties dragen zorg voor het verzamelen, bewaren en uitdragen van de lokale geschiedenis. Het voortbestaan van deze organisaties is daarom belangrijk. Zij kunnen financiële ondersteuning ontvangen van de gemeente volgens de Beleidsregels Subsidies Hollands Kroon of voor incidentele subsidie een aanvraag doen bij de Hollands Kroonse Uitdaging.
6.1.2. Kader
We moedigen de samenwerking tussen erfgoedorganisaties en organisaties van andere disciplines aan om met gebruik van erfgoed ook de kunst-, cultuur- en toerismesector te versterken.
6.2. Het verhaal van Hollands Kroon
6.2.1. Uitwerking
We dragen zorg voor de totstandkoming van de ‘Canon van Hollands Kroon’. De digitale versie van de canon wordt voor iedereen toegankelijk. Daarnaast komt er een oplage van een gedrukte versie als verzamelexemplaar.
6.2.2. Uitwerking
Om de kennis over de aanwezige monumenten en andere erfgoedwaarden te vergroten worden geregeld via de gemeentelijke sociale media berichten geplaatst met een erfgoedthema.
De Canon van Hollands Kroon geeft een feitelijk overzicht van de geschiedenis van Hollands Kroon. Maar deze geschiedenis komt pas echt tot leven door de persoonlijke verhalen en ervaringen van mensen. De video’s uit het project ‘Oorlogsmonumenten vertellen’ zijn daar een goed voorbeeld van waarbij de verhalen van nabestaanden en ooggetuigen zijn vastgelegd.
6.2.3. Uitwerking
We willen lokale levensverhalen bewaren om te voorkomen dat deze verhalen en kennis wordt vergeten. Bij de techniek van mondelinge geschiedenis staan de ervaringen en herinneringen van mensen centraal. We gaan zoeken naar manieren om hier uitvoering aan te geven en betrekken hierbij de erfgoedorganisaties. Of we zoeken naar manieren om bestaande initiatieven te ondersteunen.
Als men geen getraind oog heeft om het landschap te lezen kan het lastig zijn om de verschillen in landschapstypen te herkennen of de cultuurhistorische waarden te duiden. Een informatiebord, kijkvenster, route of een podcast kan helpen om het verhaal van het zichtbare en onzichtbare landschap te vertellen.
6.2.4. Uitwerking
We willen het verhaal van het landschap en de cultuurhistorie vertellen aan onze inwoners en toeristen. Dit draagt bij aan draagvlak om de landschapsstructuren te behouden en zorgt voor kennis over de omgeving. We gaan onderzoeken welke plaatsen hiervoor geschikt zijn om de zichtbaarheid van en aandacht voor het landschap te vergroten.
6.3. Open Monumentendag
6.3.1. Uitwerking
We faciliteren de organisatie van Open Monumentendag in Hollands Kroon. Dit doen we samen met de diverse vrijwilligers van het Comité Open Monumentendag.
6.4. Herkenbaar schildje of bord
6.4.1. Uitwerking
Om meer bekendheid te geven aan gebouwen met een monumentale status kan een eigenaar gratis een monumentenschildje aanvragen bij de gemeente.
6.4.2. Uitwerking
Een informatiebord dat is bevestigd aan de gevel of in de buurt van een monument of historische gebouw, geeft voorbijgangers direct achtergrondinformatie. Dit draagt bij aan het cultuurhistorisch besef en is van toeristische waarde. Eigenaren van een historisch gebouw kunnen een aanvraag voor een informatiebord indienen bij de gemeente. We beoordelen of de locatie geschikt is voor een informatiebord.
6.5. Erfgoedtoerisme
6.5.1. Kader
Erfgoed is een pijler binnen toerisme. Hoe de lokale identiteit kan worden benadrukt in erfgoedtoerisme wordt uitgewerkt in de nieuwe toeristische visie van Hollands Kroon. Daar wordt aan gewerkt.
6.5.2. Uitwerking
We gaan erfgoedroutes maken om verschillende historische locaties met elkaar te verbinden zodat iedereen gemakkelijk op ontdekking kan in Hollands Kroon. Hierbij worden erfgoedorganisaties actief betrokken.
6.5.3. Uitwerking
De projecten binnen de Zuiderzeewerken zijn van grote impact geweest op de vorming van onze gemeente en van Nederland. Om hier feestelijk bij stil te staan en de bewustwording van de omgang met water te vergroten gaan we aan de slag met een themajaar in 2025 rondom de Zuiderzeewerken.
6.6. Erfgoededucatie
6.6.1. Kader
Het is belangrijk dat kinderen en jongeren kennis opdoen van de lokale geschiedenis. Elk gebied in Hollands Kroon heeft een eigen karakter en daardoor een kenmerkende geschiedenis. We hebben een verbindende rol tussen het onderwijs en de erfgoedorganisaties.
6.6.2. Uitwerking
Het aanbod van lesprogramma’s dat de gemeente ondersteund en/of aanbied staat op onze website. We kunnen dit aanbod uitbreiden met initiatieven die passen binnen de doelstelling van erfgoededucatie, zoals bijvoorbeeld een lespakket gericht op archeologie.
6.6.3. Uitwerking
We gaan onderzoeken welk middel past bij het spelenderwijs ontdekken van de erfgoedwaarden in de eigen omgeving. Kinderen moeten zelfstandig aan de slag kunnen zodat het een ondersteuning is op het onderwijs en de leerkracht niet extra wordt belast. Hierin wordt samenwerking opgezocht met toerisme.