(artikel 8 en hoofdstuk 2 verordening)
Bijlage 1 Algemeen afwegingskader
1Het wijkteam moet vaststellen wat de hulpvraag is. Breng dit in kaart. Voor zover dit nodig is worden hiervoor specifieke deskundige(n) ingeschakeld.
2Het wijkteam moet vaststellen welke problemen worden ondervonden bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, dan wel het zich kunnen handhaven in de samenleving. De uitkomsten van dit onderzoek worden vastgelegd in het onderzoeksrapport.
3Het wijkteam zal vervolgens vaststellen welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is om een passende bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, dan wel het zich kunnen handhaving in de samenleving. De invulling van de ondersteuningsbehoefte wordt vastgesteld in overleg met de betrokkene.
4Het wijkteam onderzoekt of en in hoeverre eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg, ondersteuning door andere mensen uit het sociale netwerk en voorliggende (algemene) voorzieningen de nodige hulp en ondersteuning kunnen bieden. Het wijkteam spreekt in dit kader met alle betrokkene(n) en onderzoekt de eigen kracht van de melder (en het netwerk).
5Slechts voor zover de mogelijkheden onder punt 4 ontoereikend zijn dient het wijkteam een maatwerkvoorziening te verlenen. Voor zover het onderzoek naar de nodige ondersteuning specifieke deskundigheid vereist zal een specifiek deskundig oordeel en advies niet kunnen ontbreken. Het wijkteam legt de uitkomsten van het onderzoek vast in een onderzoeksrapport en bespreekt de uitkomsten van het onderzoek met de betrokkene. Het wijkteam bespreekt de mogelijkheid om een aanvraag voor de (mogelijke) maatwerkvoorzieningen met betrokkene en wijst betrokkene op de in dat geval te betalen eigen bijdrage.
Bijlage 2 Regels Toekenning woonaanpassing in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek (inclusief toelichting)
Een woningeigenaar kan desgevraagd een geldlening onder verband van hypotheek krijgen voor een woningaanpassing indien het betreft een uitbreiding van de woonoppervlakte van de woning en waarvan de kosten hoger zijn dan EUR 20.000,-. Een losse woonunit, die weer verwijderd wordt indien de woonvoorziening niet meer nodig is, wordt niet verstrekt in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek.
De voornoemde geldlening bedraagt ten hoogste de kosten van de noodzakelijke voorziening inclusief de verschuldigde btw.
De volgende kosten verbonden aan de geldlening komen ten laste van de gemeente:
a) de taxatie van de woning;
b) de kosten voor het opmaken van de hypotheekakte;
c) de inschrijving van de hypotheek;
d) de kosten van de notaris;
e) de rente van de geldlening;
De volledige aflossing van de lening vindt plaats:
a) bij verkoop van de woning, of;
b) indien het eigendom van de woning in andere handen overgaat, nadat de persoon voor wie de aanpassing is aangebracht daarvan niet langer gebruik maakt of kan maken.
Binnen zes maanden na de verkoop van de woning dient het volledige bedrag van de lening ineens te worden terugbetaald. Bij overgang zoals is bedoeld de voorgaande alinea onder b. wordt een termijn afgesproken die niet langer is dan vijf jaar.
Toelichting:
Juist voor personen met beperkingen die een woning in eigendom hebben is het vaak extra belastend, bijvoorbeeld omdat de woning door vererving is verkregen, wanneer zij geconfronteerd worden met het primaat van verhuizen. Vandaar dat aan hen de mogelijkheid wordt gegeven bij een dure woningaanpassing een alternatief te kiezen, namelijk het aangaan van een geldlening onder het verband van hypotheek. Er ligt daarmee duidelijk een link tussen de plicht om (wegens gebleken sociaal medische beperkingen) te verhuizen en het recht op een geldlening om de beperking(en) te kunnen compenseren.
Het bedrag van EUR 20.000,- is gekozen, om te voorkomen dat voor kleine aanpassingen relatieve hoge kosten moeten worden gemaakt, terwijl de aanpassing niet of nauwelijks effect heeft op de waarde van de woning. Bovendien wordt als eis voor toepassing van de regeling gesteld dat het moet gaan om een uitbreiding van het woonoppervlak van de woning. Veelal zal dat een externe aanpassing van de woning zijn: een aanbouw.
Uitgangspunt van de verstrekking onder hypothecair verband is de eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen om zoveel mogelijk eigen beperkingen te compenseren zonder een beroep te doen op overheidsmiddelen. Vandaar dat de terugbetalingsverplichting van de geldlening pas ontstaat na verkoop van de woning of als de woning in andere handen overgaat en de voorziening voor degene waarvoor die is getroffen niet langer noodzakelijk is, bijvoorbeeld bij boedelscheiding of overlijden.
De regeling laat ruimte aan de gemeente om zelf aan de eigenaar van de woning een (renteloze) lening te verstrekken dan wel de (rentedragende) lening door een bankinstelling te laten verzorgen en de rente voor rekening van de gemeente komen.
Dat de regeling niet geldt voor een losse woonunit die weer weggehaald kan worden, houdt verband met het feit dat hypotheek alleen gevestigd kan worden op zogenaamde registergoederen. Dit zijn goederen voor welke overdracht of vestiging inschrijving in de daartoe bestemde openbare registers noodzakelijk is.