4. Kapitaallasten
4.2 Afschrijven
4.2.1 Afschrijvingstermijnen
In bijlage 1 is een overzicht opgenomen waarin per activasoort de levensduur wordt weergegeven waarover wordt afgeschreven. Deze levensduur is bepaald aan de hand van ervaringsgegevens en algemeen gebruikelijke normen. Voor investeringen die zijn geactiveerd voor vaststelling van deze Nota activeren en afschrijven wordt de historische afschrijvingstermijn niet aangepast.
Beleidsregel 4:
De afschrijvingstermijnen worden bepaald per soort actief. Voor investeringen die zijn geactiveerd voor vaststelling van deze nota wordt de historische afschrijvingstermijn niet aangepast.
4.2.2 Afschrijving op gronden
Gronden nemen een bijzondere plaats in onder de activa omdat ze niet aan slijtage onderhevig zijn. Op gronden wordt daarom niet afgeschreven. Wel is het mogelijk dat een op- of afwaardering plaatsvindt als de grond op basis van bestemmingswijziging een waardeverandering ondergaat.
4.2.3 Methoden van afschrijving
Er zijn verschillende methoden om op basis van de afschrijvingsduur te komen tot de afschrijving per periode waaraan de lasten worden toegerekend. De te gebruiken methode is een vast percentage van de aanschafwaarde (lineaire afschrijving.)
Beleidsregel 5:
De lineaire methode wordt toegepast voor het afschrijven van activa.
4.2.4 Wijziging van methode van afschrijving
De methode van afschrijven mag alleen om gegronde redenen worden gewijzigd. De reden en de financiële consequenties van de verandering worden in de toelichting op de balans uiteengezet. Ook wordt inzicht gegeven in de consequenties hiervan voor de financiële positie en voor de baten en lasten aan de hand van aangepaste cijfers voor het begrotingsjaar of het voorafgaande begrotings-jaar. Een dergelijke systeemwijziging is administratief ingrijpend en wordt daarom vermeden.
4.2.5 Afwaarderen
Afwaarderen is verplicht als de boekwaarde van het activum hoger is dan het verwachte toekomstige (economische) nut. Dit geldt ook voor gronden.
4.2.6 Restwaarde
De restwaarde van de meeste investeringen is moeilijk in te schatten. Op grond van het voorzichtigheidsprincipe wordt er vanuit gegaan dat de restwaarde nihil is; de investering wordt volledig afgeschreven.
Indien bij inruil of verkoop van een productiemiddel sprake is van een restwaarde levert dit een boekwinst op. Deze boekwinst wordt ten gunste van de exploitatie gebracht. De boekwinst kan bij de resultaatbestemming eventueel ten gunste van een reserve worden geboekt.
Beleidsregel 6:
Bij afschrijvingen op investeringen wordt geen rekening gehouden met een restwaarde.
Bijlage 1: afschrijvingstermijnen voor geactiveerde investeringen
Nr.
Omschrijving
Termijn in jaren
1
Begraafplaatsen eerste aanleg terrein
40
2
Begraafplaatsen uitbreiding terrein
20
3
Bekabeling
10
4
Brandweer blus- en reddingsmiddelen
8
5
Brandweer brandkranen
10
6
Brandweer communicatiemiddelen
10
7
Brandweer voertuigen
20
8
Fiets- en voetbruggen
8a
Houten bruggen
35
8b
Brug met betonnen of stalen paalfundering en een composiet dek
60
9
Verkeersbruggen
9a
Vaste bruggen
100
9b
Beweegbare bruggen
60
10
Columbaria, urnenmuren
20
11
Gebouwen, woningen excl. inrichting grotendeels van steen
40
12
Gebouwen, woningen excl. inrichting grotendeels van hout
20
13
Gebouwen, woningen, noodlokalen etc. van tijdelijke aard
15
14
Gereedschappen
5
15
Grasmaaiers
6
16
Groenvoorziening aanleg
25
17
Groenvoorziening reconstructie
15
18
Grond
0
19
Gymnastiektoestellen
15
20
Hardware
3
21
Heftrucks
7
22
Hekwerken
15
23
Kantoormachines
10
24
Kunstgrasvelden
15
25
Landmeetapparatuur
10
26
Meubilair
10
27
Openbare verlichting
15
28
Parkeermeters
10
29
Riolering: beton, PVC, persleidingen (conform GRP)
60
30
Riolering: gemalen bouwkundig (conform GRP)
45
31
Riolering: gemalen technisch en installaties (conform GRP)
15
32
Software
5
33
Speelterreinen aanleg
25
34
Speelwerktuigen
20
35
Sportinventaris
15
36
Sportpark aanleg
50
37
Sportpark reconstructie
15
38
Straatmeubilair
10
39
Technische installaties
15
40
Tractoren
7
41
Vaartuigen
8
42
Verkeersaanduidingen
10
43
Versnipperaars
7
44
Voertuigen
8
45
Waterwerken aanleg
40
46
Waterwerken reconstructies
15
47
Wegen aanleg
25
48
Wegen reconstructie
15
49
Woonwagens, woonwagenstandplaatsen
20
50
Zoutstrooiers
7
Bijlage 2: overzicht beleidsregels
Beleidsregel 1
Investeringen met een aanschafwaarde van meer dan € 50.000 en een levensduur van meer dan 2 jaar worden geactiveerd. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd.
Beleidsregel 2
Bij investeringen worden bijdragen van derden die hiervoor specifiek zijn bedoeld in mindering gebracht op de investering.
Beleidsregel 3
De componentenbenadering wordt toegepast.
Beleidsregel 4
De afschrijvingstermijnen worden bepaald per soort actief. Voor investeringen die zijn geactiveerd voor vaststelling van deze nota wordt de historische afschrijvingstermijn niet aangepast.
Beleidsregel 5
De lineaire methode wordt toegepast voor het afschrijven van activa.
Beleidsregel 6
Bij afschrijvingen op investeringen wordt geen rekening gehouden met een restwaarde..
Beleidsregel 7
Voor de toerekening van de rentelasten wordt het bij de begroting berekende omslagpercentage gehanteerd.
Beleidsregel 8
De afschrijving start op 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin het activum in gebruik genomen of verworven is.
Beleidsregel 9
De toerekening van rente start op 1 januari van het jaar dat volgt op de (deel) investering.
Beleidsregel 10
Wanneer een investering geheel afgeschreven is worden nog steeds kapitaallasten in de begroting opgenomen. Vrijval van deze kapitaallasten wordt, na besluitvorming bij de jaarrekening door de gemeenteraad, toegevoegd aan de Reserve schoolgebouwen wanneer het gaat om de afschrijving op schoolgebouwen en voor het overige aan de algemene reserve.