Bijlage 1
Artikel 2.1.5. en 2.4.1. Bouwverordening
Artikel 2.1.5 Bodemonderzoek
1Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Woningwet bestaat uit: a. de resultaten van een recent verkennend onderzoek verricht volgens NEN 5740, bijlage B, uitgave 1999, waarbij voor een terrein dat als verdacht geldt het onderzoeksrapport daarnaast nog bestaat uit de resultaten van een onderzoek volgens het gecombineerde protocol Bodemonderzoek milieuvergunningen en BSB (SDU, uitgave oktober 1993); b. de resultaten van het nader onderzoek, verricht volgens het Protocol Nader Onderzoek deel 1 (SDU, uitgave 1995), in het geval dat de resultaten van het verkennend onderzoek uitwijzen dat sprake is van bodemverontreiniging en voor de beoordeling van de ernst van deze verontreiniging een nader onderzoek, als bedoeld in het Protocol Nader Onderzoek deel 1 (SDU, uitgave 1994) of de Richtlijn Onderzoek deel 1 (SDU, uitgave 1995), onontkoombaar is.
2De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 1.2.6, onderdeel e, van de Bijlage bij het Besluit indieningsvereisten geldt niet indien het bouwen betrekking heeft op een bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is aan een bouwwerk als genoemd in het Besluit bouwwerken.
3Burgemeester en wethouders verlenen geheel of gedeeltelijk ontheffing van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 1.2.6, onderdeel e van de Bijlage van het Besluit indieningsvereisten, indien voor de toepassing van artikel 2.4.1 bij de gemeente reeds bruikbare recente onderzoeksresultaten beschikbaar zijn.
4Burgemeester en wethouders verlenen gedeeltelijk ontheffing van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 1.2.6, onderdeel e van de Bijlage van het Besluit indieningsvereisten voor een bouwwerk met een beperkte instandhoudingstermijn als bedoeld in artikel 45, eerste lid, van de Woningwet, indien uit het in NVN 5725, uitgave 1999, bedoelde vooronderzoek naar het historische gebruik en naar de bodemgesteldheid blijkt, dat de locatie onverdacht is dan wel de gerezen verdenkingen een volledig veldonderzoek volgens NEN 5740, uitgave 1999 niet rechtvaardigen.
5Indien het bouwen pas kan plaatsvinden nadat de aanwezige bouwwerken zijn gesloopt, dient het bodemonderzoek plaats te vinden nadat is gesloopt en voordat met de bouw is begonnen.
Artikel 2.4.1 Verbod tot bouwen op verontreinigde bodem
1.Op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers, mag niet worden gebouwd voor zover dat bouwen betrekking heeft op een bouwwerk:
a.waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven;
b.voor het bouwen waarvan een reguliere bouwvergunning is vereist; en
c.1 dat de grond raakt, of
2waarvan het bestaande, niet-wederrechtelijke gebruik niet wordt gehandhaafd.
Bijlage 2
Checklist Bodemonderzoek bouwaanvraag
(dit formulier maakt deel uit van de aanvraag om bouwvergunning)
1Gegevens
Naam eigenaar cq aanvrager:
Adres:
Postcode en woonplaats:
Adres bouwlocatie:
(indien afwijkend van voornoemd adres)
Korte omschrijving Bouwplan:
Toelichting:
Het formulier moet volledig en naar waarheid worden ingevuld en worden ingediend bij de bouwaanvraag.
Het is verboden om te bouwen op verontreinigde grond. Bij een bouwaanvraag is daarom een onderzoek naar de gesteldheid van de bodem (verder: bodemonderzoek) verplicht. In bepaalde gevallen wordt u van deze plicht vrijgesteld. De gemeente bepaald dit mede aan de hand van dit formulier.
Als u bodemonderzoek moet laten uitvoeren is het van belang te weten dat door de gemeente per 1 juli 2007 geen bodemonderzoeksrapporten meer worden accepteerd van instanties die niet beschikken over een erkenning van het Ministerie van VROM (zie website Bodemplus: www.bodemplus.nl).
U geeft hierbij als eigenaar van het betreffende perceel cq aanvrager van de vergunning, informatie als onderdeel van:
-het verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740;
-het verzoek om vrijstelling van de verplichting tot het overleggen van een bodemonderzoek.
2Vrijstelling bodemonderzoek
Huidig gebruik van de locatie:
Is de locatie aangemeld (geweest) voor de Saneringsregeling Asbestwegen ja/nee
(fase 1,2 of 3)
Fase(s):
Locatie(s)
Korte omschrijving:
Indien u één van vier onderstaande vragen met ja kunt beantwoorden hoeft u het formulier niet verder in te vullen (wel te ondertekenen aan het eind).
Heeft u het perceel onlangs (maximaal 5 jaar geleden) van de gemeente gekocht?
ja/nee
Betreft de bouwaanvraag een bouwwerk dat de grond niet raakt (dus dakkapellen, schoorstenen, plaatsen opbouw e.d.):
ja/nee
Betreft het een interne verbouwing waarbij het bestaande gebruik wordt voortgezet:
ja/nee
Betreft het een uitbreiding met een inhoud van minder dan 50 m3
ja/nee
De overige vrijstellingsmogelijkheden zijn hierna weergegeven:
Voldoet aanvraag aan voorwaarde
1
Betreft het een bouwwerk van maximaal 50m2
ja/nee
2
Betreft het een tijdelijk bouwwerk zonder gevoelige bestemming (bijv. schoolgebouw)
ja/nee
3
Er is reeds recent (niet ouder dan 5 jaar) bodemonderzoek op de locatie verricht
(zo ja, rapport toevoegen of rapportnummer indien reeds bij de gemeente aanwezig)
ja/nee
4
Er wordt structureel niet langer dan twee uren per (werk)dag verbleven in het gebouw:
-voor agrarische bedrijfsgebouwen is een toetsingslijst opgesteld (zie bijlage);
-voor overige gebouwen dient de aanvrager dit te motiveren.
ja/nee
Indien de aanvraag voldoet aan een van deze vrijstellingsmogelijkheden en uit het invullen van de gegevens onder punt 3 Historische informatie blijkt dat sprake is van een “onverdachte locatie”, dan kan vrijstelling worden verleend van het doen van bodemonderzoek. Er is sprake van een “onverdachte locatie” indien geen activiteiten zijn uitgevoerd die mogelijk geleid hebben tot bodemverontreiniging. De gemeente checkt dit tevens aan bij haar bekende gegevens.
3Historische informatie
Voormalig gebruik van de locatie:
Eigenaar:
activiteit:
periode:
Overige vragen:
Bevinden zich op het perceel ondergrondse en/of bovengrondse tanks?
ja/nee
(zo ja, situatieschets bijvoegen)
Zijn in het verleden ondergrondse tanks verwijderd of onklaar gemaakt?
ja/nee/onbekend
(zo ja, kopie Kiwa certificaat of nummer bijvoegen en eventuele bodemrapportage)
Is er grond van elders aangevoerd en op het perceel opgebracht?
ja/nee/onbekend
(zo ja, op situatietekening aangeven alsmede de herkomst en hoeveelheid en eventuele kwaliteitsgegevens)
Is er (gebroken) puin of ander (asbestverdacht) afval gestort cq verwerkt op het perceel? (bv. asbesthoudend materiaal dat verwerkt is in verhardingen)
ja/nee/onbekend
(zo ja, op situatietekening aangeven alsmede de herkomst en hoeveelheid en eventuele kwaliteitsgegevens)
Heeft er op het perceel opslag van vloeistoffen, grondstoffen, hulpstoffen e.d. plaatsgevonden die mogelijk bodemverontreiniging tot gevolg gehad kunnen hebben?
Zo ja, welke:
ja/nee/onbekend
Is er op het perceel afval verbrand of hebben zich calamiteiten met asbest voorgedaan (asbestbrand), zonder dat de verspreid geraakte asbestresten (meteen) zijn opgeruimd.
ja/nee/onbekend
Zijn er bouwwerken op het perceel aanwezig in de nabijheid (binnen 20 meter van de bouwlocatie) waarin asbesthoudende bouwstoffen (bv. asbestcement-golfplaten) zijn gebruikt
ja/nee/onbekend
Zijn er asbesthoudende beschoeiingen op het perceel toegepast in de directe omgeving (binnen 20 meter) van de bouwlocatie ?
ja/nee/onbekend
Andere (historische) informatie van belang voor onderzoek naar een eventuele bodemverontreiniging (bijv. voorgedane calamiteiten):
4.Besluit Bodemkwaliteit en grondwateronttrekking
De volgende vragen zijn bedoeld om duidelijk te krijgen of het Besluit Bodemkwaliteit of gemeentelijke bodemkwaliteitskaart/bodembeheerplan van toepassing is en of een melding nodig is.
1.Wordt er bij de bouwactiviteiten grond ontgraven? ja/nee
Zo ja, hoeveel grond komt er vrij?
m3 (lxbxd)
Hoeveel grond wordt op locatie hergebruikt?
m3
Hoeveel grond wordt naar elders afgevoerd?
-naam ontvanger:
-adres ontvanger (straat, plaatsnaam):
m3
2.Wordt er tijdens de bouwwerkzaamheden bronbemaling toegepast? ja/nee
Zo ja, hoe lang:___________________ Capaciteit: _________________________
3.Worden er ten behoeve van de bouw en/of na het gereedkomen hiervan diepe boringen geplaatst (bijv. voor het aanleggen van ondergrondse energiesystemen of warmte/koude opslag)? Toelichting: ja/nee
Mocht u grond gaan afvoeren dan is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Alle grondtransporten moeten bij toepassing van de grond (partijen groter dan 50 m3) worden gemeld bij de gemeente Hof van Twente (meldpuntbodem@hofvantwente.nl). Het kan zijn dat keuring van de af te voeren grond noodzakelijk is. De gemeente Hof van Twente beschikt over een bodemkwaliteitskaart en bodembeheerplan. In bepaalde situaties is keuring op basis hiervan keuring niet noodzakelijk. Meer informatie vindt u op de website van de gemeente (www.hofvantwente.nl - woon en leefomgeving – afval en milieu – Bodem en www.bodemplus.nl).
5.Ondertekening
Hierbij verklaart ondergetekende de vragenlijst behorende bij de aanvraag om bouwvergunning volledig en naar waarheid te hebben ingevuld.
plaats: datum:
naam: handtekening:
Algemenen opmerkingen:
-Bodemonderzoek geeft nooit 100% zekerheid of de bodem (volledig) schoon is;
-De gemeente handelt volgens bestaande regelgeving en hanteert een gemotiveerd vrijstellingenbeleid; de gemeente kan in beginsel niet aansprakelijk worden gesteld voor een onvoorziene verontreiniging op het terrein (ook al is bodemonderzoek uitgevoerd of is vrijstelling verleend van de bodemonderzoeksverplichting);
-De gemeente toetst in het kader van de bouwaanvraag de informatiekwaliteit en de actualiteitswaarde van het uitgevoerde bodemonderzoek. Vervolgens beoordeelt de gemeente aan de hand van de onderzoeksresultaten of de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. De geschiktheidsbeoordeling is dus geen zogenaamde “schone grond verklaring”.
In te vullen door de gemeente
Afdeling V&H:
Naam:
Naar afdeling REO dd:
Gecheckt door :
Akkoord dd:
Bijlage 3
Bouwwerken waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen verblijven
Zowel in de Woningwet als in de bouwverordening wordt als criterium voor de verplichting tot het uitvoeren van een bodemonderzoek genoemd het feit of in bouwwerken voortdurend dan wel nagenoeg voordurend mensen verblijven. Het is noodzakelijk dit criterium nader te definieren. In de memorie van toelichting van de Woningwet wordt gesteld dat hierbij moet worden gedacht aan het structureel verblijven gedurende twee of meer uren van dezelfde mensen in een gebouw.
Vervolgens rijst de vraag hoe een bouwaanvraag aan dit criterium getoetst moet worden.
Het algemene uitgangspunt van de bouwregelgeving is dat de aanvrager moet aangeven voor welk doel een bouwwerk wordt gebruikt. Uit de bouwaanvraag moet duidelijk blijken of in een bouwwerk dezelfde mensen gedurende 2 of meer uren aanwezig zullen zijn.
Uiteindelijk bepaalt de gemeente (in het kader van de beoordeling of de aanvraag ontvankelijk is cq de bevoegdheid van de gemeente omtrent de verblijfstijd nadere gegevens op te vragen) of de aanvraag geaccepteerd wordt.
In een groot aantal gevallen zal de toetsing aan het criterium van de verblijfstijd niet tot problemen leiden. Hierbij valt te denken aan woningen, kantoren, productieruimten e.d. (nieuwbouw/uitbreiding). In een aantal gevallen zal deze toetsing moeilijker zijn. Dit geldt met name voor de agrarische bebouwingen. Om hierover duidelijkheid te verschaffen is deskundige informatie ingewonnen bij de Animal Sciences Group (ASG) te Lelystad. Op basis van deze informatie zal in de onderstaande gevallen in ieder geval een bodemonderzoek als onderdeel van de bouwaanvraag worden geeist.
Tabel:
Diersoort
staltype
aantal dieren
arbeid (uren/jaar)
waarvan 90% binnen
oppervlak (m2)
oppervlak bij 2 of meer uur (m2)
opmerkingen
Melkvee
melkstal (12 stands)
100
3300
2970
1300
400
incl. jongvee
Melkvee
melkrobot
100
2500
2250
1300
500
incl. jongvee
vleeskoeien
100
1000
900
1000
900
Incl. jongvee
vleesstieren (incl. kalveren)
500
3500
3150
1200
300
groepshuisvesting
vleesstieren (excl. kalveren)
500
3100
2500
1200
400
groephuisvesting
vleesvarkens
4000
2900
2610
5000
1400
1bouwlaag/2 bouw-lagen halve opp.
Fokzeugen
300
2200
1980
2100
800
Leghennen
voliere
200.000
16.000
14.400
7000
400
2etages
Leghennen
verrijkte kooi
200.000
11.000
9900
8000
600
opfok leghennen
batterij
50.000
1334
1334
1471
900
3etages
opfok leghennen
batterij
50.000
1334
1334
1111
700
4etages
opfok leghennen
deels strooisel/rooster
50.000
2506
2506
3571
1100
opfok leghennen
volledig strooiselvloer
50.000
2506
2506
4545
1400
opmerkingen/toelichting tabel:
-indien de oppervlakte van het bouwplan groter is dan het vet gedrukte gedeelte wordt altijd een bodemonderzoek verlangd;
-indien sprake is van een onverdachte locaties (zie tekst) en de oppervlakte van het bouwplan is kleiner dan het vet gedrukte gedeelte wordt geen bodemonderzoek verlangd;
-bij de berekeningen is ingeschat dat ca. 10 % van de arbeid buiten het gebouw plaatsvindt; het gaat bijvoorbeeld om werkzaamheden op het erf e.d.; voor vleesstieren (excl. kalveren) wordt ingeschat dat van de ca. 3150 uur binnenwerk ca. 20% nodig is voor de opfok van de jongste stieren in eenlingboxen dat betekent dat ca. 2500 uur besteed wordt aan de andere stieren;
-voor de berekening van het vloeroppervlak bij jongvee kan aansluiting worden gezocht bij vleesvee;
-hoewel de tabel met zorg tot stand is gekomen blijft het lastig om eenduidig aan te geven hoe groot de arbeidsbehoefte van een afzonderlijk bedrijf is omdat deze arbeidsbehoefte van veel factoren afhankelijk is zoals de bedrijfsgrootte, bedrijfssysteem en de toegepaste techniek en automatisering; in uitzonderings-gevallen kan worden afgeweken van de vloeroppervlakten zoals aangegeven in de vorenstaande tabel mits dit goed wordt gemotiveerd door de aanvrager;
-in de tabel zijn getallen van AGS al naar boven toe in ronde honderdtallen afgerond (bijv. 320 is afgerond op 400);
-de arbeidsbehoefte van diersoorten die in de vorenstaande tabel niet zijn opgenomen omdat hiervan geen cijfers bekend zijn (zoals paarden, kalkoenen, eenden e.d.) zullen zo goed mogelijk worden ingeschat in voorkomende gevallen.
Aanvullende tabel
Uit informatie van Landbouw Economisch Instituut (LEI) heeft de gemeente aanvullende gegevens verzameld. Voor diercategorieën in de onderstaande tabel worden deze gegevens door de gemeente Hof van Twente als toetsingscriterium gehanteerd.
Te toetsen opp
Diersoort
1vak
Aantal m2/dier
Totaal opp 1 vak
(in m2)
Opp bij 2 of meer uur (m2)
Melkgeit
521
2
1042
500
Konijnen
-vleeskonijnen
-voedsters (incl. jongen)
20.285
1678
0,122
0,45
2434
755
1100
400
Kalkoenen
12.456
0,33
4110
1800
Eenden en ov. pluimvee
24.482
0,14
3.427
1500
Paarden (3 jr. en ouder)
39
9
189
100
Uitgangsgegevens afkomstig van Landbouweconomisch instituut:
1Vak (Volwaardige arbeidskracht) is 1700 uur. (1700/365 dgn/jaar = ca. gem 4,7 uur dag.); getallen zijn, net als bij de gegevens van AGS op hele honderdtallen afgerond naar boven.