Aanhef
Het College van Burgemeester en Wethouders van gemeente Hoeksche Waard heeft op 10 december 2024 besloten om de 'Nota Vergunningen, Toezicht en Handhaving voor de gemeentelijke taken door OZHZ 2025-2028’ vast te stellen en deze van toepassing te verklaren op de gemandateerde (milieu)omgevingstaken die OZHZ voor de gemeente uitvoert.
De huidige nota is op onderdelen incompleet en niet meer actueel. Herijking is aan de orde. Daarnaast volgt uit het Omgevingsbesluit dat bestuursorganen die deelnemen in een omgevingsdienst gezamenlijk een uniform uitvoerings- en handhavingsstrategie moeten vaststellen voor de VTH-taken die belegd zijn bij de omgevingsdienst. In dit geval bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid.
Het besluit treedt in werking op 1 januari 2025.
De tekst van de 'Nota VTH voor de gemeentelijke taken door OZHZ 2025-2028’ is te vinden op de website van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid: https://www.ozhz.nl/over-ozhz/
Nota Vergunningen, Toezicht & Handhaving (VTH)
Voor de gemeentelijke taken door OZHZ
Actuele regels en bewuste naleving
2025 – 2028
Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 10 december 2024.
Inwerkingtreding met ingang van 1 januari 2025.
Inhoudsopgave
1Doel van deze nota
2Omgeving
2.1 Werkgebieden
2.2 Inhoudelijke ontwikkelingen
2.3 Ontwikkelingen in wet- en regelgeving
3De evaluatie
4Het beleid
4.1 Kernopzet
4.2 Regionale doelen, prioriteiten en KPI's
4.2.1 Data & analyse
4.2.2 Omgevingsgestuurd handelen
4.2.3 Overheidsgestuurd handelen
5De uitvoeringsstrategie
5.1 De basis
5.1.1 Uitgangspunten
5.1.2 Werkwijze in uitvoering
5.2 Omgevingsgestuurd handelen
5.2.1 Regionaal
5.2.2 Lokaal
5.3 Overheidsgestuurd handelen
5.3.1 Regionaal
5.3.2 Lokaal aanvullend
5.4 Handhavingsstrategie
5.5 Gedoogstrategie
Bijlagen
"Onze missie: OZHZ voert VTH-taken zo uit dat ze bijdragen aan een veilige, gezonde, duurzame en leefbare omgeving. "
4 HET BELEID
4.2 Regionale doelen, prioriteiten en KPI’s
4.2.1 Data & analyse
Inzet op een sterke datakwaliteit is randvoorwaardelijk voor de uitvoering van alle taken van OZHZ, waaronder de VTH-taken. Dit doen we door het signaleren, verrijken en analyseren van data.
Signaleren
Bij het signaleren gaat het om de samenwerking met onze opdrachtgevers en partners zodat we zicht houden op de actualiteiten binnen de regio Zuid-Holland Zuid. Welke data kan helpen in de taakuitvoering? Denk hierbij aan data van (buur) gemeenten, VRZHZ, DG&J, waterschappen, Rijkswaterstaat, politie, andere omgevingsdiensten maar ook bijvoorbeeld aan landelijke diensten zoals de douane of IL&T.
Verrijken
Ook zorgen we voor het verrijken van onze data. Hier staat het ontsluiten, toetsen van de kwaliteit en het borgen van de data centraal. We houden onze basisdata actueel om zicht te houden op gebieden, concerns en ketens.
Analyseren
Bij het analyseren vindt het voorwerk voor de operationele VTH-taakuitvoering plaats. Hier duiden we data voor onze omgeving: we werken aan een continue omgevingsanalyse. Wat voor trends zien we in de data? Wat voor lijn zien we in de naleving in een bepaalde branche of keten? Hier vindt ook het voorwerk plaats dat kan leiden tot een ketenaanpak, gebiedsaanpak en het voorwerk in het aanpakken van milieucriminaliteit.
KPI’s
Om data goed te kunnen analyseren, is randvoorwaardelijk dat we blijvend nieuwe data signaleren en onze nieuwe en bestaande data verrijken. De operationele VTH-uitvoering is gebaat bij goede analyses die behulpzaam zijn voor het bepalen van de inzet. Daarom leggen we de focus op het analyseren van data gekoppeld aan KPI’s:
Gecombineerd analyseren van standaardbronnen
Jaarlijks analyseren we standaardbronnen zoals data van de Kamer van Koophandel en Inspectieview. We maken gecombineerde analyses die bruikbaar zijn voor de inzet van het jaar erop.
Top van meest voorkomende bijzonderheden
We stellen jaarlijks een top 10 van meest voorkomende bijzonderheden op. Denk aan de grootste wijzigingen in het bestand van de Kamer van Koophandel, de grootste afvoer in de regio aan afvalstoffen of analyses van andere ketenpartners over bedrijven met grote/bijzondere tekortkomingen zoals van het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen.
Analyse van naleving voor branches
Jaarlijks maken we voor een aantal branches een analyse in de naleving.
Doel: Het analyseren van data
KPI’s
Jaarlijks combineren en analyseren van standaardbronnen
Het jaarlijks opstellen van een top 10 van meest voorkomende bijzonderheden
Jaarlijks voor minimaal 10 branches een analyse in de naleving opleveren
4.2.2 Omgevingsgestuurd handelen
Zo goed mogelijk behandelen van aanvragen en uitvoeren van toezicht
Sturing in wat we behandelen is niet mogelijk. Daarom richten we ons op het zo goed mogelijk behandelen van alle aanvragen, meldingen, informatieplichten, klachten en verzoeken die binnenkomen. Dit doen we door:
Vergunningen en meldingen
Omgevingssensitiviteit
We beoordelen initiatieven integraal en vanuit mogelijkheden: ‘ja, mits’. We informeren en betrekken onze collega’s van andere disciplines en ketenpartners zo vroeg mogelijk bij de beoordeling. We voeren altijd een ruimtelijke check op het omgevingsplan uit. We stimuleren het vooroverleg/intaketafel en schuiven waar relevant aan bij de omgevingstafel.
Transparantie
We zijn transparant over de vergunningprocedure, houden de initiatiefnemer op de hoogte van de voortgang en zijn duidelijk over wat we van de initiatiefnemer verwachten.
Tijdige vergunningverlening
We streven ernaar de vergunningaanvragen binnen wettelijke termijnen af te handelen (inclusief de mogelijkheden die de wet biedt van mogelijke verlening en opschorting.). Aanspraak op dwangsommen willen we voorkomen.
Instandhouding bij de rechter
We streven naar het nemen van besluiten die in stand blijven in bezwaar- en beroepsprocedures bij de rechter. Die veronderstelt goede kwalitatieve besluiten waar inhoudelijke deskundigheid aan ten grondslag ligt.
Doel: Zo goed mogelijk vergunningaanvragen, meldingen en verzoeken behandelen
Focus: Omgevingssensitiviteit
KPI’s
Toepassen van een checklist (zoals altijd een ruimtelijke check op het omgevingsplan, intern en extern samenwerken, stimuleren vooroverleg)
Focus: Transparantie
KPI’s
Onderdeel van het periodieke klanttevredenheidonderzoek
Focus: Tijdige vergunningverlening
KPI’s
Reguliere procedure: 99% van de reguliere vergunningen wordt binnen de wettelijke termijn verleend.
Uitgebreide procedure: 95% van de uitgebreide vergunningen wordt binnen de wettelijke termijn verleend
Focus: Instandhouding besluiten bij de rechter
KPI’s
99% van de in mandaat genomen besluiten blijft in stand in bezwaar, beroep of hoger beroep
Toezicht
Ook het toezicht onder omgevingsgestuurd handelen willen we zo goed mogelijk uitvoeren. Hieronder valt onder meer het toezicht op bodem, bouw, asbest, natuur en oplevercontroles voor milieu. Om dit kwalitatief meetbaar te maken, kijken we naar de naleving. Hoe hoger het percentage, hoe beter de naleving bij de eerste controle.
Doel: Zo goed mogelijk uitvoeren van toezicht
Focus: Naleving
KPI’s
Naleving in risicoklasse hoog: 70%
Naleving in risicoklasse midden: 70%
Naleving in risicoklasse laag: geen KPI (geen actief toezicht)
4.2.3 Overheidsgestuurd handelen
Voor overheidsgestuurd handelen gelden de volgende doelen en prioriteiten:
Focus op veiligheid en gezondheid
Op basis van het risicomodel liggen de bestuurlijke prioriteiten in onze regio op het borgen van de risico’s in het kader van veiligheid en gezondheid. Daarnaast kijken we naar de mate van aantasting van het leefklimaat. Gemeenten kunnen de lokale afweging maken om in te zetten op het thema Leefbaarheid.
Alle vergunningen vanuit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn actueel en beheersing van de vergunningplichtige activiteiten.
Om de veiligheids- en gezondheidsrisico’s voor de inwoners te beperken, is inpassing in de omgeving door maatwerk noodzakelijk bij vergunningplichtige bedrijven. Uniforme regels zijn niet voldoende. Nadat de vergunning door de gemeente is afgegeven, heeft het prioriteit dat deze regels worden nageleefd en actueel blijven.
Beheersing van terugkerende verplichtingen
Het aantal terugkerende verplichtingen is afgelopen jaren toegenomen. Daarmee ook het toezicht op de op de uitvoering van terugkerende verplichtingen. Dat kunnen verplichtingen zijn die specifiek vanuit vergunningverlening zijn opgelegd, maar ook verplichtingen vanuit algemene regels zoals energiebesparing of vermindering van het gebruik van zeer zorgwekkende stoffen.
Deze doelen krijgen een plaats in onze prioritering. Samengevat:
1Focus op veiligheid en gezondheid, op basis van het risicomodel.
2Focus op activiteiten waarvoor een vergunning nodig is.
3Focus op terugkerende verplichtingen (waaronder energiebesparing).
4Voor het uitvoeren van toezicht werken we met risicoklassen: hoog, midden en laag.
Risicoklasse ‘hoog’
In de risicoklasse ‘hoog’ zitten de bedrijven en instellingen met het hoogste risico. Het doel is om bij deze bedrijven het risico te verminderen door actief te monitoren en te controleren op de naleving. Het is hierbij noodzakelijk om meer preventief te werk te gaan. Denk aan het actueel houden van de vergunning en actieve communicatie of sturing nog voordat het een overtreding wordt.
Risicoklasse ‘midden’
Bij de bedrijven in de risicoklasse ‘midden’ vult OZHZ de inzet anders in. Deze bedrijven zijn duidelijker onder te verdelen in dezelfde soort activiteiten; activiteiten die moeten voldoen aan de algemene regels uit het Bal, aangevuld met de regels uit het Omgevingsplan. De activiteiten zijn minder risicovol waardoor toezicht minder frequent nodig is.
Inzet bij de bedrijven die de regels (dreigen te gaan) overtreden is het doel. Bij de bedrijven die de voorschriften naleven, is naast bijvoorbeeld tijdige voorlichting vaak geen actie nodig. Een data-analyse geeft inzicht in branches, gebieden en ketens en helpt bij het bepalen van speerpunten en locaties. Dit maakt gericht, projectmatig toezicht mogelijk.
Risicoklasse ‘laag’
Bij de bedrijven in de risicoklasse ‘laag’ vindt geen planmatig toezicht plaats. Deze bedrijven hebben ook geen terugkerende verplichtingen vanuit de regelgeving. Alleen bij klachten vanuit de omgeving of signalen van overtredingen vindt controle door OZHZ plaats (zie paragraaf 5.2 Omgevingsgestuurd handelen).
Doel: Vergunningen zijn actueel
Focus: Omgevingssensitiviteit
KPI’s
Toepassen van een checklist (zoals altijd een ruimtelijke check op het omgevingsplan, intern en extern samenwerken, stimuleren vooroverleg)
Focus: Transparantie
KPI’s
Onderdeel van het periodieke klanttevredenheidonderzoek
Focus: Tijdige actualisatie vergunningverlening
KPI’s
Minimaal eenmaal per 5 jaar worden vergunningen getoetst op actualiteit. Als actualisering van de vergunning noodzakelijk is, wordt in hetzelfde jaar de procedure gestart.
Doel: Het toezicht gericht uitvoeren op:
Risicobeperking op Veiligheid & Gezondheid
Beheersing van vergunde activiteiten
Beheersing van (terugkerende) verplichtingen (waaronder energiebesparing)
Focus: Toezichtdichtheid
KPI’s
Toezicht in de risicoklasse hoog: 100% van in jaarprogramma’s opgenomen controles
Toezicht in de risicoklasse midden: 100% van in regionaal jaarprogramma
Toezicht in de risicoklasse laag: geen (geen actief toezicht)
Focus: Naleving*
KPI’s
Naleving in risicoklasse hoog: 70%
Naleving in risicoklasse midden: 30%
Naleving in risicoklasse laag: geen KPI (geen actief toezicht)
Focus: Transparantie
KPI’s
Onderdeel van het periodieke klanttevredenheidonderzoek
Focus: Instandhouding besluiten bij de rechter
KPI’s
80% van de in mandaat genomen besluiten blijft in stand in bezwaar, beroep of hoger beroep
* De percentages bij de risicoklasse 'midden' en 'hoog' lopen uiteen. Dit komt omdat we bij de risicoklasse 'hoog' de naleving willen borgen. Daar zijn de risico's immers het grootst. Dit is anders in de risicoklasse 'midden' waar we op zoek naar de overtreder. Als de naleving hoog zou zijn, dan zijn we op de verkeerde plek en is de prioritering en data niet op orde. Met een lager % naleving houdt OZHZ zichzelf scherp om data- en doelgericht te werken.
Hieronder leest u hoe wij het beleid in deze nota in de praktijk brengen.
5 DE UITVOERINGSSTRATEGIE
5.1 De basis
5.1.1 Uitgangspunten
De volgende uitgangspunten zijn leidend in de uitvoering van onze VTH-taken.
•Burgers, bedrijven en instellingen betrekken elkaar en de omgeving actief bij ontwikkelingen en zijn in eerste aanleg zelf verantwoordelijk voor het naleven van wet- en regelgeving.
•De rol van de overheid is om dit te stimuleren, beoordelen, controleren en zo nodig handhaven.
"Burgers, bedrijven en instellingen betrekken elkaar en de omgeving actief bij ontwikkelingen en zijn in eerste aanleg zelf verantwoordelijk voor het naleven van wet- en regelgeving.“
We zetten in op preventie
Bij vergunningverlening en meldingen stimuleren we dat de initiatiefnemer of de veroorzaker bij klachten contact zoekt met omwonenden en andere belanghebbenden. Dit om verdere overlast, bezwaar en beroep en (onnodige) klachten te voorkomen. We stimuleren instrumenten zoals vooroverleg/ intaketafel en de omgevingstafel. Vanuit toezicht proberen we overtredingen en overlast voor de omgeving te voorkomen door in te zetten op gedragsbeïnvloeding en preventieve communicatie.
We zorgen voor datakwaliteit
We signaleren, verrijken en analyseren de data. Goede, actuele en betrouwbare data is randvoorwaardelijk voor het goed kunnen uitvoeren van ons werk. Zo kunnen we doelgerichter een interventie uitvoeren en blinde vlekken in het bedrijvenbestand en bij inhoudelijke ontwikkelingen voorkomen.
We zijn omgevingssensitief en werken integraal
We beoordelen initiatieven integraal en vanuit mogelijkheden: ‘ja, mits’. We informeren en betrekken onze collega’s van gemeenten en ketenpartners zo vroeg mogelijk bij de beoordeling. We voeren altijd een check op het omgevingsplan uit. In het toezicht kijken we samen met betrokkenen naar een oplossing en leggen uit waarom we al dan niet over gaan tot handhaving.
We zijn transparant
We zijn transparant over de vergunningprocedure, houden de initiatiefnemer op de hoogte van de voortgang en zijn duidelijk over wat we van de initiatiefnemer verwachten. De toezichthouder legt uit waarom hij toezicht houdt en maakt de keuzes in het toezicht inzichtelijk. We informeren niet alleen over de geldende regels, maar leggen ook het waarom van deze regels uit. Dit om de bewustwording bij betrokkenen te versterken. We adviseren over de te nemen maatregelen. We leggen daarbij uit waar we wel van zijn en waarvan niet. Daarnaast maken we besluiten voor milieu, zoals handhavingsbesluiten en verleende vergunningen, openbaar op onze website.
We zijn onafhankelijk en slagvaardig
We zijn slagvaardig. Zo is het toezicht zacht waar het kan en hard waar het moet. Als de landelijke handhavingsstrategie ruimte biedt, geven wij bij overtredingen eerst informeel de mogelijkheid deze te herstellen. Toezichthouders grijpen in als de situatie dat vereist. Bij overtredingen met acuut gevaar of andere spoedeisende belangen treden we direct op. In de uitvoering zijn we onafhankelijk. Dit geldt zowel voor toezicht als voor vergunningverlening. We zijn onafhankelijk in de procedures tot het verkrijgen van een vergunning. Ons werk verrichten we zonder ongeoorloofde beïnvloeding van het bevoegd gezag (deelnemende gemeenten en provincie) of andere belanghebbenden. Mocht de gemeente in haar besluitvorming willen afwijken van het voorstel van OZHZ, dan informeert zij de eigen gemeenteraad over het voorstel van OZHZ en haar beweegredenen om daarvan af te wijken.
5.1.2 Werkwijze in uitvoering
In de kern is de werkwijze van al onze VTH-taken als volgt:
Voor de regionale taken toetst OZHZ altijd de vergunningaanvragen, meldingen en informatie- plichten. Bij het behandelen van vergunningaanvragen toetsen we alle onderdelen op het voldoen aan de gestelde normen. Meldingen en informatieplichten toetsen we aan de minimale indieningsvereisten. Ook kijken we breder naar de ruimtelijke regels in het Omgevingsplan en het ontbreken van voorzieningen.
In onderliggende werkprotocollen staan onze vaste toetsings- en beoordelingskaders. Denk aan de toelichting op de wettelijke kaders en de werkafspraken met onze opdrachtgevers en ketenpartners. Zoals het vragen van advies aan de gemeente als wordt afgeweken van het omgevingsplan of het informeren van de gemeente als we een vergunningaanvraag weigeren of intrekken.
4De door het Algemeen Bestuur OZHZ vastgestelde werkafspraken over de uitvoering van de Omgevingswet tussen OZHZ en opdrachtgevers zijn onderdeel van deze werkprotocollen.
Door te werken met onderliggende werkprotocollen kunnen we flexibel (blijven) inspelen op actualiteiten en praktijkervaringen. Denk aan ontwikkelingen in het toepassen van Best Beschikbare Technieken voor het milieudomein, het doorontwikkelen van de Landelijke vergunningenstrategie, de wetsontwikkeling rondom de private kwaliteitsborging in het bouwdomein of het verwerken van praktijkervaringen met de Omgevingswet.
Zowel binnen overheids- als omgevingsgestuurd handelen, is het toezicht dat OZHZ regionaal uitvoert, risicogericht. Per taakveld staat in de Uitvoeringsstrategie welke onderliggende methodiek we voor het risicogestuurd toezicht hanteren.
5.2 Omgevingsgestuurd handelen
5.2.1 Regionaal
Op regionaal niveau gaat het om taken binnen de volgende velden:
A Milieu
B Bouw
C Bouwkundige sloop en asbest
D Bodem
E Natuur
F Klachten en calamiteiten
Milieu
Vergunningaanvragen, meldingen, informatieplichten, maatwerk en gelijkwaardigheid
Voor het behandelen van vergunningaanvragen milieu - op basis van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het omgevingsplan - toetsen we alle onderdelen op het voldoen aan de gestelde normen. We lopen de details van de aanvraag na. Voor meldingen en informatieplichten toetsen we aan de minimale indieningsvereisten. Ook voor maatwerk en gelijkwaardigheid voeren we deze toets uit.
Toezicht
Op verleende omgevingsvergunningen milieu op basis van het Bal en het omgevingsplan voeren we altijd een oplevercontrole uit. Voor meldingen, maatwerk en gelijkwaardigheid is het toezicht risicogestuurd. Alleen bij risicorelevante activiteiten waar het thema veiligheid of gezondheid relevant is, volgt daar een oplevercontrole.
Na de oplevercontrole wordt het toezicht planmatig en valt het onder overheidsgestuurd handelen.
Bouw
Technisch en ruimtelijk deel
Met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) bestaat een integrale bouwvergunning niet meer. Er is een knip tussen het ruimtelijk en technisch deel. Voor het ruimtelijk deel is een vergunning op basis van het omgevingsplan nodig. Voor technisch deel is afhankelijk van de gevolgklassen een melding of een vergunning nodig.
De Wkb gaat uit van drie gevolgklassen. Hoe groter de gevolgen als er iets misgaat (zoals het instorten van een gebouw), hoe zwaarder de eisen, hoe hoger de gevolgklasse. Valt het bouwwerk onder gevolgklasse I, dan is een melding voor het ruimtelijk deel genoeg.
Vergunningaanvragen
Aanvragen voor de technische vergunning toetsen we aan het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl). Aanvragen voor de ruimtelijke vergunning toetsen we aan het Omgevingsplan. We lopen we de details van de aanvraag na.
Meldingen, informatieplichten, maatwerk en gelijkwaardigheid
Voor meldingen (bouw en brandveilig gebruik) en informatieplichten toetsen we volledig aan de minimale indieningsvereisten van het Bbl. Ook voor maatwerk en gelijkwaardigheid voeren we een volledige toets uit op grond van het Bbl.
Bouwkundige sloop en asbest
Vergunningaanvragen
Het gaat hier om het behandelen van aanvragen voor een omgevingsplanactiviteit bouw en sloop die monumenten en beschermde (dorps- en stads) gezichten raken. Denk aan het slopen, verstoren of aanpassen van een monument. Als een vergunningaanvraag nodig is, toetst OZHZ altijd.
Meldingen en informatieplicht
Voor meldingen (bouwkundige sloop en asbest) en informatieplicht sloop toetsen we volledig aan de minimale indieningsvereisten van het Bbl.
Bodem
Vergunningverlening en meldingen
Voor het behandelen van vergunningaanvragen toetsen we alle onderdelen op het voldoen aan de gestelde normen waarbij we de details van de aanvraag beoordelen. Voor meldingen toetsen we aan de minimale indieningsvereisten.
5Afhankelijk van praktijkervaringen met de Omgevingswet kan het behandelen van aanvragen en meldingen mogelijk risicogestuurd worden. Mocht dit aan de orde zijn, vindt afstemming plaats met de opdrachtgevers.
Het gaat hier om milieubelastende activiteiten van het graven, saneren, toepassen en/of opslaan van grond- of baggerspecie en grondverzet.
Toezicht
Voor de uitvoering van het toezicht richten we ons op de meest risicovolle bodemactiviteiten voor mens en milieu. We wegen meerdere factoren. Zo kijken we naar de locatie en de omvang van de werkzaamheden in combinatie met de mate van verontreiniging.
Voor de prioritering zijn de thema’s gezondheid en veiligheid leidend en werken we vanuit drie risicoklassen (zie de tabel hiernaast).
Voor het toezicht hanteren we de volgende werkwijze.
•Hoog risico: Toezicht vindt altijd plaats.
•Midden risico: Toezicht vindt doelgericht steekproefsgewijs plaats.
•Laag risico: toezicht is gebiedsgericht en vindt plaats als OZHZ al in de buurt is. Of we combineren het met toezicht bij hoog of midden risico, of met het behandelen van klachten en meldingen.
Natuur
Vergunningverlening
Bij het verstoren van dier- en plantensoorten of hun beschermde leefgebied is meestal een vergunning ‘flora- en fauna-activiteit’ (Natura 2000-activiteit) nodig: een vergunning op grond van de Wet Natuurbescherming. De provincie Zuid-Holland heeft het behandelen van al deze vergunningaanvragen in de provincie ondergebracht bij de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH).
Als de vergunning los, dus ‘enkelvoudig’ aangevraagd wordt, is het verlenen van de vergunning een taak van ODH. Als de vergunning meervoudig wordt aangevraagd, dus in combinatie met milieu en/of bouw, dan vraagt de gemeente zelf om een ‘advies met instemming’ aan ODH, tenzij de bouwtaken bij OZHZ zijn belegd. In dat geval vraagt OZHZ dit advies dan namens de gemeente aan bij ODH.
Toezicht
OZHZ voert het toezicht op de Wet natuurbescherming uit in heel de provincie Zuid-Holland. Dit is een provinciale taak. Namens de gemeenten kan OZHZ enkel toezicht op de flora- en fauna-activiteiten houden als sprake is van een meervoudige vergunning. Voor het uitvoeren van het toezicht sluiten we aan bij de risicogestuurde werkwijze van de provincie. Zie bijlage 3 voor meer informatie.
Stikstof
Vergunningverlening en toezicht op stikstof is landelijk in ontwikkeling. In de uitvoering voor gemeenten sluit OZHZ aan bij de uitvoeringskaders van de provincie Zuid-Holland.
Klachten en calamiteiten
Milieuklachten
Ervaart een inwoner overlast van een bedrijf? Bijvoorbeeld door geluid, geur, licht, trillingen of stof? Of vermoedt een omwonende of buurtbedrijf vervuiling, bijvoorbeeld naar de bodem of het water? OZHZ gaat na of iemand de regels overtreedt. Dit kan overtreding van landelijke regelgeving, vergunning, ontheffing of op basis van het omgevingsplan zijn. Een melding van overlast of mogelijke verstoring kan 24 uur per dag telefonisch en online. OZHZ heeft samen met de andere vier Zuid-Hollandse omgevingsdiensten een meldkamer. Deze staat in Schiedam, bij DCMR.
Ziet de klacht op een milieugerelateerde activiteit uit het omgevingsplan? Dan behandelt OZHZ die ook. De gemeente behandelt zelf de klachten over milieubelastende activiteiten van particulieren en klachten over incidentele ontheffingen voor festiviteiten. Op verzoek adviseert OZHZ hierbij de gemeente.
Bij klachten en signalen van niet-naleving werken we risicogestuurd. Om enige sturing te geven aan de stroom van klachten, kijken we waar de klacht over gaat:
•Heeft het impact op de veiligheid of gezondheid en is de (vermoedelijke) veroorzaker bekend? Dan pakken inspecteurs de melding direct op.
•Heeft het impact op leefbaarheid of duurzaamheid en is de veiligheid en/of gezondheid niet (direct) in het geding? Is de (vermoedelijke) veroorzaker niet bekend? Dan komen inspecteurs in actie zodra er drie of meer meldingen in korte tijd binnenkomen. Denk aan klachten over trillingen, geur, stank of stof van onbekende bronnen. We hebben met één melding meestal te weinig informatie om onderzoek te kunnen doen. Dit soort klachten pakken we efficiënt aan door deze te bundelen per drie vergelijkbare klachten.
Bouwklachten
Voor de werkwijze in de behandeling van de bouwklachten, volgt OZHZ het lokaal beleid van de betreffende gemeente.
Calamiteiten/Ongewone voorvallen milieu
Het kan zijn dat bedrijven te maken krijgen met onverwachte gebeurtenissen binnen de eigen bedrijfsvoering. Denk aan een storing, ongeluk of calamiteit die ernstige schade aan het milieu (kan) veroorzaken. Dit zijn ongewone voorvallen. Zoals brand, vrijkomen van asbest of van verontreinigde lucht, een lekkage van een tank met vloeistof of een harde fluittoon. Als sprake is van een ongewoon voorval, dan pakken we deze direct als eerste op.
Handhavingsverzoeken
Als de klacht in de vorm van een handhavingsverzoek binnenkomt, dan moet OZHZ een formeel besluit nemen waartegen bezwaar en beroep openstaat. Een verzoek om handhaving moet aan meer eisen voldoen dan een ingediende klacht. Zo moet de indiener ook belanghebbende zijn.
Meldingen of signalen van overtredingen van private kwaliteitsborgers ziet OZHZ als handhavingsverzoeken. OZHZ handelt deze handhavingsverzoeken af volgens de handhavingsstrategie opgenomen in paragraaf 5.4.
5.2.2 Lokaal
Omgevingsplan aanvullende taken
Een aantal gemeenten kiest ervoor om extra taken bij OZHZ te beleggen. Het gaat hier onder meer om
6De uiteindelijke vorming van omgevingsplannen is een langdurig proces. Hierdoor kunnen inhoudelijke ontwikkelingen plaatsvinden waar een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit nodig is.
:
Kap
Inrit
Reclame
Gemeentelijke monumenten
Roerende zaken in openbare ruimte
Aanlegactiviteiten
OZHZ zorgt voor het verlenen van een vergunningaanvraag voor deze omgevingsplanactiviteiten. De gemeente houdt zelf toezicht op deze omgevingsplanactiviteiten, met uitzondering van de reclamevergunning. OZHZ houdt toezicht op de reclamevergunning.
Zowel voor het behandelen van aanvragen, als het uitvoeren van toezicht, op grond van het omgevingsplan geldt dat de diepgang van uitvoering afhankelijk is van het lokale beleid. In dit geval het omgevingsplan van de opdrachtgever. Wel streeft OZHZ naar een uniforme werkwijze in bijbehorende werkprotocollen.
APV en bijzondere wetten
De manier waarop OZHZ de aanvragen en meldingen behandelt is afhankelijk van het lokale beleid, de APV, van de opdrachtgever in combinatie met het toetsingskader in de Alcoholwet. De gemeente houdt zelf toezicht op APV en bijzondere wetten. OZHZ en gemeente maken afspraken over bestuursrechtelijke handhaving.
Huisvestingsverordening
Op basis van de Huisvestingsverordening van de betreffende gemeente behandelt OZHZ de ver- gunningaanvragen voor onttrekking, woningvorming, splitsing, opkoopbescherming en omzetting. OZHZ houdt toezicht op opkoopbescherming en de omzettingsvergunning (kamerverhuur). Op de verleende onttrekkings-, woningvorming- en splitsingsvergunning houdt de gemeente zelf toezicht.
Aanvulling op regionale taken
Gemeenten kunnen in aanvulling op de regionale afspraken uit paragraaf 5.2.1 lokale verdieping wensen. De afspraken leggen we vast in het lokale jaarprogramma.
5.3 Overheidsgestuurd handelen
5.3.1 Regionaal
Op regionaal niveau voeren we - binnen overheidsgestuurd handelen - onze taken risicogestuurd uit. We werken vanuit drie risicoklassen ‘hoog’, ‘midden’ en ‘laag’. Hierbij zijn de thema’s vergunningplicht of de risicoscore op veiligheid en gezondheid het belangrijkste. Zie Bijlage 4 Risicoklassen toezicht – overheidsgestuurd voor een overzicht van de branches met de bijbehorende risicoscore.
Hoog
Bij de hoogste risicoklasse gaat het om branches met een risicoscore van 6 of hoger voor milieu of brandveilig gebruik, aangevuld met de bedrijven met een lagere risicoscore die op basis van het Besluit Activiteiten Leefomgeving vergunningplichtig zijn.
Deze bedrijven controleren we grondig: elke 4 jaar compleet op de thema’s veiligheid, gezondheid en duurzaamheid. Ook toetsen we minimaal eens per 4 jaar of de vergunning nog actueel is en of de activiteiten (en omvang) nog overeenkomen met de vergunde situatie. Deze frequentie sluit aan bij de eisen vanuit Europese regelgeving, zoals BREF’s. Tenslotte blijven we alert op nieuwe en terugkerende verplichten. Zijn ze juist en op tijd ingeleverd? Denk aan het indienen van een rapportage en de besparingsmogelijkheden voor energie.
Het regelmatig informeren van bedrijven over mogelijke (aankomende) verplichtingen of tekortkomingen, draagt bij aan een hogere naleving en verder beperken van de risico’s.
Om bovenstaande te borgen werkt OZHZ bij bedrijven met een risicoscore van 6 of hoger met een locatieverantwoordelijke die een locatieplan opstelt en beheert. Dit locatieplan is de basis voor de VTH-taken voor de komende periode. In de 4 jaar komen alle thema’s aan bod, zoals afval, veiligheid, energie, emissies en lozingen. In het locatieplan leggen we jaarlijks de speerpunten vast die in dat jaar gecontroleerd worden. We houden daarbij rekening met het risico en het naleefgedrag van het bedrijf.
De inzet voor risicoklasse hoog wordt jaarlijks vastgelegd in het lokaal jaarprogramma per opdrachtgever. OZHZ maakt elk jaar twee voortgangsrapportages en een jaarverslag per opdrachtgever over de uitgevoerde werkzaamheden.
Midden
In risicoklasse midden vallen alle branches met een risicoscore van 3.0 tot 6.0 voor milieu of brandveilig gebruik. Deze bedrijven en instellingen moeten voldoen aan algemene regels uit het Bal of Bbl, eventueel aanvullend vanuit het Omgevingsplan.
Met data- en gedragsanalyse bepalen we gerichte interventies binnen de thema’s veiligheid, gezondheid en duurzaamheid. We programmeren regionaal en werken projectmatig. Verplichtingen, zoals de informatieplicht energiebesparing, terugkerende keuringen en certificeringen brengen we in beeld. We zien toe op de naleving hiervan en doen dit ook regionaal en projectmatig.
We analyseren en monitoren de branches om outcomegerichte en efficiënte interventies te bepalen. Het brancheplan geeft een algemeen beeld over de aanwezigheid in onze regio (krimp of groei), de werkzaamheden en bijzondere ontwikkelingen. We onderzoeken de naleving van regelgeving, specifiek binnen de thema’s veiligheid, gezondheid en terugkerende verplichtingen. De brancheplannen vormen de basis voor de regionale programmering van de risicoklasse midden.
Als nieuwe ontwikkelingen uit de brancheplannen het nodig maken, leggen we maatwerk op of passen we eerdere afspraken over maatwerk of gelijkwaardigheid aan. Eens per vier jaar branche updaten we het brancheplan.
De inzet voor risicoklasse midden beschrijven we jaarlijks in een regionaal programma. We rapporteren de behaalde resultaten met een jaarverslag aan het bestuur. In het jaarverslag willen we meer gericht op outcome rapporteren.
Laag
We houden geen actief toezicht op de branches met een risicoscore lager dan 3.0. Deze bedrijven hebben geen (terugkerende) verplichtingen en de impact op de veiligheid en gezondheid is minimaal.
Signalen van niet-naleving pakken we wel op. Zie hiervoor de aanpak bij ‘omgevingsgestuurd handelen’.
Ook houden we zicht op ontwikkelingen en wijzigingen binnen de risicoklasse laag. Eens per vier jaar monitoren we de aanwezigheid van de branches in onze regio (krimp of groei), de werkzaamheden, bijzondere ontwikkelingen en signalen van niet-naleving. We beoordelen het risicoprofiel van de branche.
5.3.2 Lokaal aanvullend
Naast bovengenoemde regionale aanpak is het per opdrachtgever mogelijk om het thema leefbaarheid lokaal in te vullen. OZHZ voert het planmatig toezicht uit op alle milieugerelateerde plichten en voorschriften bij bedrijven en instellingen uit het omgevingsplan, zoals het controleren van de geluidsvoorschriften bij een café. Hier bestaat ook de ruimte voor lokaal maatwerk, zoals de aanpak voor ondermijning. De inzet voor Lokaal wordt jaarlijks vastgelegd in het jaarprogramma per opdrachtgever.
We voeren geen toezicht uit op milieubelastende activiteiten bij particulieren en incidentele ontheffingen op grond van het omgevingsplan.
BIJLAGE 1
BELEIDSCYCLUS
OZHZ heeft de opdracht om zorg te dagen voor een goede uitvoeringskwaliteit van VTH-taken in het omgevingsrecht. Wettelijk zijn afspraken gemaakt over wat een goede taakinvulling is en hoe kwaliteit en professioneel werken kunnen worden gewaarborgd. Deze afspraken zijn vastgelegd in kwaliteitscriteria. De kwaliteitscriteria zien deels op de organisatie van het werk en deels op de medewerkers die het werk uitvoeren. De kwaliteitscriteria die gelden voor de organisatie bestaan uit ‘procescriteria’: eisen die gelden voor de beleidscyclus.
Door te voldoen aan deze procescriteria ontstaat een sluitende beleidscyclus: de zogenaamde BIG8. De BIG8 omschrijft een proces van plannen, uitvoeren, evalueren en bijsturen. Dit proces heeft tot doel om te leren en te verbeteren en zo een steeds betere kwaliteit van het werk te bereiken en de doelen die we ons zelf stellen, te behalen.
Het model beschrijft in 7 stappen het beleidsproces. Met deze nota geven we invulling aan het strategisch en operationeel beleidskader.
Stap 1: Rapportage & evaluatie
De essentie van dit onderdeel is het analyseren van veranderingen en zaken die belangrijk zijn voor de uitvoering van VTH-taken. Een analyse over inzet, prestaties en resultaten, maar ook een analyse op zaken zoals: hoe actueel is ons bedrijvenbestand, welke problemen, risico’s en ontwikkelingen zien we? Deze analyse voerden we uit voordat we deze nota maakten. De uitkomsten van de evaluatie zijn meegenomen in deze nota (zie hoofdstuk 3 De Evaluatie).
Stap 2: Strategisch beleidskader
Naar aanleiding van de evaluatie vindt bijstelling van het strategisch beleidskader plaats. Welke thema’s en prioriteiten kiezen we? Zo werd uit de analyse duidelijk dat de energietransitie als thema een prominentere plaats moet krijgen in de uitvoering. Ook leggen we hier vast welke doelen en uitgangspunten we belangrijk vinden. Hoofdstuk 2 De Omgeving en 4 Het Beleid vormen het strategisch beleidskader.
Stap 3: Operationeel beleidskader
Het strategisch kader bepaalt de richting. Voor de uitvoering vertalen we dit kader naar concrete strategieën en objectieve criteria voor toetsing: hoe behalen we onze doelen en voeren we onze uitgangspunten en prioriteiten uit? In hoofdstuk 5 De Uitvoeringsstrategie staan de uitvoeringsstrategieën en geeft de invulling aan ons operationeel beleidskader.
Stap 4: Planning & control
Centraal in dit onderdeel van de BIG8 staat het plannen van het werk en het inrichten van de VTH-organisatie. Het plannen van het werk krijgt vorm via de individuele jaarprogramma’s van De opdrachtgevers en in het jaarlijks regionaal uniforme uitvoeringsprogramma voor bedrijven met een gemiddeld risico. Dat is toezicht op basis van thema’s en branches. In de uitvoeringsprogramma’s leggen we vast wat we gaan doen. Onze middelen, zoals financiën en capaciteit, ramen we in P&C-documenten. Denk aan de begroting en de resultaatrekening.
Stap 5: Voorbereiden
Het onderdeel ‘voorbereiden’ betekent dat de organisatorische randvoorwaarden aanwezig zijn om taken uit te kunnen voeren. OZHZ werkt op basis van vooraf vastgestelde werkprocessen en protocollen, waarin de uitvoeringsstrategieën zijn doorvertaald. Zo borgen we een gelijke behandeling van inwoners en bedrijven. Het personeelsbeleid is, evenals het financieel beleid, gericht op het voldoen aan de wettelijke kwaliteitscriteria. Denk aan kennis- en opleidingseisen voor medewerkers. Bij het financieel beleid gaat het om de kadernota, begroting en jaarrekening.
Stap 6: Uitvoeren
Stap 6 is het daadwerkelijk uitvoeren van de VTH-taken volgens de instructies. De organisatie heeft hiervoor voldoende kwalitatieve en kwantitatieve voorzieningen en middelen nodig.
Stap 7: Monitoren
In dit laatste onderdeel vindt monitoring plaats op zaken waarvoor bijsturing relevant is. We kijken of de uitvoering de gewenste resultaten oplevert en hoe de voortgang is. OZHZ rapporteert driemaal per jaar over de jaarprogramma’s per opdrachtgever: twee voortgangsrapportages en een jaarverslag. Over de voortgang en resultaten van het regiobrede programma op basis van thema’s en branches maken we jaarlijks een jaarverslag. Het algemeen bestuur van OZHZ stelt dit vast.
BIJLAGE 2
WERKING RISICOMODEL
OZHZ werkt met een risicomodel voor het uitvoeren van toezicht. Hieronder lichten we toe hoe het model werkt. We doorlopen het risicomodel vierjaarlijks. Het loopt parallel met de looptijd van deze nota. Als de planperiode afloopt, evalueren we of het risicomodel bijstelling nodig heeft. Waar we ons concreet in het uitvoeren van toezicht op richten, leggen we jaarlijks vast in een regionaal uitvoeringsprogramma en in de individuele jaarprogramma’s van de gemeentelijke opdrachtgevers.
Stap 1: Activiteiten in beeld
De focus ligt op de activiteiten van inwoners en ondernemers en welke overlast (ongewenste maatschappelijke gevolgen) dit oplevert op basis van mogelijke calamiteiten. Denk bij calamiteiten aan bijvoorbeeld brand, het lekken van giftige stoffen in de bodem of het instorten van een gebouw.
Stap 2: Taken binnen werkdomeinen in beeld
Per activiteit kijken we naar de wettelijke taken die de gemeente heeft om de risico’s bij de activiteit te beperken. Wat gaat er mis als de die taak niet of onvoldoende wordt uitgevoerd? Het antwoord op deze vraag bepaalt de score in het risicomodel. Hoe groter het negatief effect, des te hoger staat de taak op de prioriteitenlijst. Bij OZHZ gaat het in de kern om taken op het gebied van milieu, bestaande bouw en brandveilig gebruik.
Stap 3: Bepalen maximale realistische calamiteit
Per taak bepalen we vervolgens de maximale realistische calamiteit. Hierbij kijken we naar de frequentie, omvang en de impact.
•Bij de frequentie van de calamiteit gaat het om de vraag hoe vaak een maximale realistische calamiteit kan voorkomen
•Bij de omvang kijken we naar de mate van verspreiding van het negatieve effect: raakt het een straat, wijk, een of twee gemeenten of een heel gebied? Hoe merkbaar is het effect?
•Wat de impact is van een calamiteit, hangt af van het thema. We kijken hierbij naar de volgende thema’s:
–Gezondheid: de mate van waarin schade aan de gezondheid van de mens ontstaat. Bijvoorbeeld door de uitstoot naar de lucht van een stof die gezondheidsklachten kan opleveren of de kwaliteit van voedsel kan verminderen
–Veiligheid: de mate waarin fysiek letsel/ schade aan de mens ontstaat. Bijvoorbeeld slachtoffers door een explosie bij een opslag van gevaarlijke stoffen.
–Leefbaarheid: de mate van afbreuk van de fysieke leefomgeving zoals geur- en geluidoverlast. Bijvoorbeeld het ondervinden van overlast van een afzuiginstallatie bij een restaurant. Er is geen sprake van acute schade, het beperkt zich tot hinder.
–Duurzaamheid: de mate van aantasting van het leefklimaat. Bijvoorbeeld het borgen van de bodemkwaliteit door het tegen gaan van verontreiniging.
De ranking van de impact loopt van 1 (geen negatief effect) tot 5 (zeer sterk negatief effect).
Stap 4: Bestuurlijke prioriteiten bepalen
Het model biedt ruimte voor bestuurlijke prioriteiten. Bestuurlijk liggen de regionale prioriteiten op het borgen van de risico’s in het kader van veiligheid en gezondheid. Secundair kijken we naar duurzaamheid, waaronder energie. Gemeenten kunnen de lokale afweging maken om in te zetten op het thema Leefbaarheid.
Binnen omgevingsgestuurd handelen kijken we aanvullend op deze thema’s, naar het thema ‘bodemkwaliteit’ voor het taakveld Bodem. Voor het taakveld Natuur sluiten we aan bij de prioritering van de provincie Zuid-Holland.
Stap 5: Uitvoeringsstrategie
In de Uitvoeringsstrategie bepalen we de risicoklassen en de methode per klasse. Zie hiervoor hoofdstuk 5 De Uitvoeringsstrategie.
BIJLAGE 3
RISICOKLASSEN TOEZICHT – OMGEVINGSGESTUURD
Natuur
De prioritering houdt rekening met:
•De kwetsbaarheid van de soort;
•Soorten met een afnemende trend in aantallen;
•De impact van de aanvraag op de soort. Dat hangt samen met het aantal nesten en verblijfplaatsen en het type verblijfplaatsen in het project;
•De door provincie Zuid-Holland aangewezen 40 icoonsoorten. De provincie wil graag zoveel mogelijk soorten behouden. Door deze icoonsoorten en hun leefgebied te beschermen, profiteren ook andere soorten.
De soortgroepen vogels, vleermuizen, amfibieën en reptielen, insecten, zoogdieren, vissen en kreeftachtigen en planten krijgen op basis van de criteria een prioritering hoog, midden of laag.
•Hoog met monitoring: Minimaal 2 controles, waarvan minimaal 1 fysiek. Gevolgd door jaarlijks controleren op uitvoering monitoring (voor periode van 3 tot 5 jaar).
•Hoog: Minimaal 2 controles, waarvan minimaal 1 fysiek;
•Midden: Minimaal 1 (administratieve) controle;
•Laag: Geen fysieke controle, alleen administratieve afhandeling;
Soms gaat de inspecteur vaker langs. Bijvoorbeeld bij slecht naleefgedrag van de initiatiefnemer, de combinatie van soorten binnen de vergunning, meerdere projecten in de nabije omgeving, maatschappelijke aandacht of bestuurlijke gevoeligheid.
Indeling van de soortgroepen:
Vogels
•Windturbines: midden
•Jaarrond beschermde nesten of rustplaatsen van buizerd: midden
•Jaarrond beschermde nesten of rustplaatsen (bijvoorbeeld huismus, gierzwaluw, kerkuil, steenuil, ransuil, roek en ooievaar): hoog
Vleermuizen
•Windturbines: midden
•Enkel verblijfplaatsen van individuele dieren en paarplaatsen van gewone- of ruige
•dwergvleermuis: midden
•Kraam- en winterverblijfplaatsen van gewone of ruige dwergvleermuis: hoog
•Verblijfplaatsen overige vleermuizen: hoog
Amfibieën en reptielen
•Ontheffingen anders dan onderzoek (bijvoorbeeld zandhagedis, kamsalamander, rugstreeppad, heikikker): hoog
Insecten
•Insecten met uitzondering van icoonsoorten: midden
•Icoonsoorten: hoog
Zoogdieren
•Zoogdieren (bijvoorbeeld Noordse woelmuis, waterspitsmuis en bever): hoog
Vissen en kreeftachtigen
•Kreeftachtigen: midden
•Vissen (bijvoorbeeld grote modderkruiper): hoog
Planten
•Planten met uitzondering van icoonsoorten: midden
•Icoonsoorten: hoog
Opvanglocaties en wetenschappelijk onderzoek valt voor elke soortgroep in categorie ‘laag’.
BIJLAGE 4
RISICOKLASSEN TOEZICHT – OVERHEIDSGESTUURD