Tijden van openstelling
Artikel 1. Openstelling
De begraafplaatsen zijn voor iedereen dagelijks toegankelijk vanaf een half uur voor zonsopgang tot een half uur na zonsondergang.
Artikel 2. Tijden van begraven en asbezorging
1De tijden van begraven en het bezorgen van as zijn op werkdagen van 10.00 tot 15.30 uur en op zaterdag van 10.00 tot 12.00 uur.
2Het college kan in bijzondere gevallen besluiten hiervan af te wijken.
Aantal overledenen en asbussen in een graf of nis
Artikel 3. Aantal overledenen en asbussen
1Het aantal overledenen en asbussen met of zonder urn dat per grafsoort kan worden bezorgd is als volgt:
a.
particulier 2-laags:
maximaal 2 overledenen en zoveel asbussen als mogelijk is
b.
particulier 1-laags:
maximaal 1 overledene en zoveel asbussen als mogelijk is
c.
particulier dubbelgraf (2x1 laags):
maximaal 2 overledenen en zoveel asbussen als mogelijk is
d.
particulier kindergraf tot 12 jaar:
maximaal 1 overledene of maximaal 2 asbussen;
e.
particulier urnengraf:
maximaal 2 asbussen;
f.
particuliere urnennis:
maximaal 2 asbussen;
g.
algemeen graf 2-laags:
maximaal 2 overledenen;
h.
algemeen graf 1-laags:
maximaal 1 overledene;
i.
algemeen urnengraf:
maximaal 1 asbus.
2In een algemeen urnengraf wordt maximaal een asbus met of zonder urn geplaatst, indien de afmeting van de urn dit toelaat.
3Het begraven in twee lagen is alleen toegestaan op die delen van de begraafplaats die daarvoor zijn ingericht.
4Een tweede begraving of asbezorging in een tweelaags graf is alleen toegestaan als de eerste overledene is begraven in de onderste begraaflaag.
5De rechthebbende van een particulier graf kan verzoeken om de aanwezige stoffelijke resten opnieuw te begraven onder in hetzelfde graf. Dit is mogelijk na het verstrijken van een periode van minimaal 10 jaar na de laatste begraving. De rechthebbende mag de ruimte die hierdoor beschikbaar komt opnieuw gebruiken voor het begraven van hetzelfde aantal overledenen, waarbij de rechthebbende lid 1 van dit artikel in acht neemt.
6Hetgeen is beschreven in lid 5 is alleen toegestaan op plaatsen waar dit naar het oordeel van de beheerder technisch uitvoerbaar is.
Artikel 4. Aanvraag vergunning en ontwerptekening
1De rechthebbende of de belanghebbende vraagt een vergunning aan voor het plaatsen of vervangen van grafbedekking, voor het plaatsen van een afdekplaat van een urnennis en voor het plaatsen van een grafkelder. Hij doet dit van tevoren schriftelijk bij het college door middel van een daarvoor vastgesteld formulier. Bij de aanvraag overlegt hij een duidelijke ontwerptekening. In de aanvraag vermeldt hij het betreffende graf- of nisnummer (indien bekend).
2Op de ontwerptekening vermeldt de aanvrager tenminste:
a.een boven-, voor- en zijaanzicht met alle hoogte-, breedte- en lengtematen;
b.de soort, kleur en bewerking van het te gebruiken materiaal;
c.welke tekst en figuratie op het gedenkteken komt te staan
Bij de aanvraag voor een vergunning voor het plaatsen van een grafkelder overlegt de aanvrager een gespecificeerde bouwtekening van de leverancier van de grafkelder.
3Uitbreiding of aanpassing van bestaande grafbedekking wordt door de recht- of belanghebbende gemeld. De melding gebeurt door een daartoe bestemd formulier. Artikel 6 is van overeenkomstige toepassing. Het college bevestigt de melding schriftelijk.
Artikel 5. Fundering
Alle gedenktekens op particuliere graven moeten op een duurzame wijze worden gefundeerd met funderingspalen, waarbij een stabiele constructie voor de duur van de grafrusttermijn wordt gegarandeerd. De minimale lengte van de funderingspalen is:
a.1-laags graven 1.30 meter
b.2-laags graven 1.80 meter
Artikel 6. Voorwaarden aan gedenktekens
1De rechthebbenden van particuliere graven mogen zowel een staand als een liggend gedenkteken op het graf plaatsen. Een combinatie van beiden is ook toegestaan. 1a. Op particuliere en algemene urnengraven mag alleen een liggend gedenkteken worden geplaatst.
2Belanghebbenden van algemene (urnen)graven mogen alleen een liggend gedenkteken op het graf plaatsen. Het aanbrengen van beplanting op algemene graven is niet toegestaan.
3Voor de gedenktekens gelden de onderstaande maximale afmetingen. De hoogtematen zijn uitgedrukt ten opzichte van het maaiveld.
l x b (x h)
particulier graf (1 laag en 2 lagen)
180x 80 x 90
cm
particulier dubbel graf (2 graven naast elkaar)
180x 160 x 90
cm
particulier kindergraf
90x 50 x 60 cm
algemeen graf
60x 60 x 25
algemeen en particulier urnengraf
60x 60 x 25
Het gedenkteken op een algemeen graf wordt geplaatst op een roefje onder een hoek van 15o. De maximale hoogte van het roefje inclusief gedenkteken is 25 cm.
4Voor de begraafplaats aan de Bernhardlaan oost in Puttershoek zijn de afmetingen die in lid 3 worden genoemd niet van toepassing. Voor deze begraafplaats gelden de onderstaande maximale afmetingen. De hoogtematen zijn uitgedrukt ten opzichte van het maaiveld.
l x b x h
particulier enkel of dubbelgraf
120x 65 x 90
cm
5Wanneer de beschikbare ruimte de genoemde maatvoering in lid 3, en 4 niet toelaat kan op advies van de beheerder afgeweken worden van de afmetingen.
6De voorwaarden in dit artikel zijn van toepassing voor graven in grafrijen die in gebruik zijn genomen na de datum van de inwerkingtreding van deze nadere regels. Voor de grafrijen die op dat moment al in gebruik zijn genomen bepaalt de beheerder welke afwijkende afmetingen in dat geval zijn toegestaan.
7Voor de gedenktekens mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt. Dit zijn vaste, niet buigzame materialen van natuursteen, glas, hout, keramiek, kunststof en metaal die van nature of via een speciale behandeling weerbestendig zijn. De gedenktekens zijn niet breukgevoelig en bestaan uit één geheel. De praktische toepasbaarheid van de gedenktekens, zoals opnemen, verplaatsen en dergelijke, is gewaarborgd.
8Alle gedenktekens en grafbanden op particuliere graven zijn, mits de maatvoering het toelaat, op een duurzame wijze gefundeerd waarbij een stabiele constructie voor de duur van de grafrusttermijn is gegarandeerd.
9Aanstootgevende teksten en/of tekens op het gedenkteken zijn niet toegestaan. Voor het aanpassen of uitbreiden van opschriften op bestaande monumenten is geen vergunning nodig.
10De belanghebbende van het eerst in gebruik genomen graf van een 2-laags algemeen graf plaatst het gedenkteken achter op het graf. De belanghebbende van het tweede graf plaatst het gedenkteken voor op het graf. De voorkant van het graf ligt bij het pad.
11Een gedenkteken is aan de zijkant voorzien van het volledige grafnummer.
Artikel 7. Voorwaarden aan grafkelders
1Voor het plaatsen van een grafkelder is een vergunning van het college nodig.
2De maximale maatvoering voor een grafkelder is 110 cm breed, 250 cm lang en 120 cm diep (1-laags graf) of 180 cm diep (2-laags graf).
Artikel 8. Voorwaarden gebruik urnennis
1Een urnennis kan worden afgesloten met een afdekplaat. De afmetingen van de afdekplaat worden bepaald door de nis die in gebruik is genomen.
2Voor een afdekplaat dient een vergunning te worden aangevraagd.
3Een (sier)urn of asbus die in een open urnennis wordt geplaatst is aangepast aan de omvang van de betreffende nis. De doorsnede van de urn is nooit meer dan de diepte van de nis.
Artikel 9. Voorschriften bij naamplaatjes op het centrale gedenkmonument
1Het college verstrekt op aanvraag een of meerdere naamplaatjes ter herdenking van overledenen uit geruimde graven.
2Nabestaanden regelen zelf, op eigen kosten, het graveren van het naamplaatje.
3De beheerder zorgt voor de bevestiging van het naamplaatje op het centrale gedenkmonument.
4De beheerder bepaalt de plaats van het naamplaatje op het gedenkmonument.
5Het is toegestaan meerdere overledenen op één naamplaatje te vermelden.
6Het is verboden het plaatje van vorm of van kleur te veranderen.
Uitvoering geven aan werkzaamheden
Artikel 10. Tijdstip van plaatsing
1De gewenste datum en tijdstip van plaatsing van het gedenkteken wordt tenminste 2 werkdagen van tevoren overlegd met de beheerder. Samen wordt bepaald wanneer en onder welke voorwaarden de werkzaamheden worden uitgevoerd. Eventuele aanwijzingen van de beheerder worden opgevolgd.
2Het plaatsen van de gedenktekens vindt plaats tijdens openingstijden mits geen begrafenis of asbezorging plaatsvindt.
3Degene die de werkzaamheden uitvoert meldt de uitgevoerde werkzaamheden ter goedkeuring bij de beheerder of het daartoe aangewezen personeel. De uitvoerende verhelpt eventueel geconstateerde onvolkomenheden of gebreken.
Artikel 11. Verwijderen en herplaatsen grafbedekking
De rechthebbende van een particulier graf verwijdert en herplaatst de grafbedekkingen inclusief losse voorwerpen als dat voor het bijzetten van een overledene of een asbus in een particulier graf nodig is. Een uitzondering hierop vormt het bijzetten van een asbus in een urnennis. In dat geval verwijdert en herplaatst de beheerder de afdekplaat van de nis.
Artikel 12. Aanbrengen van voorwerpen
1Direct na een begrafenis mogen nabestaanden een tijdelijk naambordje bij het graf plaatsen. De rechthebbende of belanghebbende verwijdert het naambordje binnen 1 jaar na de begrafenis. Bij nalatigheid kan de gemeente het bordje 1 jaar na de begrafenis verwijderen, zonder dat de recht- of belanghebbende aanspraak kan maken op schadevergoeding.
2Rechthebbenden van een particulier graf, een particulier dubbelgraf, een particulier kindergraf, een algemeen graf en een algemeen urnengraf kunnen potplanten en bloemen in vazen en andere losse voorwerpen op het graf plaatsen. Tevens is het toegestaan op een graf losse bloemen te leggen. Hiervoor is de ruimte beschikbaar die bedoeld is voor het gedenkteken, zoals is beschreven in artikel 6.
3Het aanbrengen van kettingen en hekwerken is niet toegestaan.
4Het is niet toegestaan voorwerpen aan een urnennis of aan de urnenmuur te bevestigen.
5Voor een particuliere urnennis geldt dat rechthebbenden bloemen, potplanten en andere losse voorwerpen alleen in of op de daarvoor bestemde plaatsen mogen plaatsen. Het plaatsen van bloemen, potplanten en andere losse voorwerpen in een nabij gelegen lege nis is niet toegestaan.
6Het is niet toegestaan vazen, potten en overige losse voorwerpen achter een gedenkteken te bewaren.
Overige grafbedekkingen
Artikel 13. Afmetingen beplanting
1De rechthebbende van een particulier graf kan de oppervlakte van het graf voorzien van grafbeplanting. De beplanting mag, ook in volwassen staat, de voor de grafbedekking beschikbare oppervlakte, zoals in artikel 6 is bepaald, niet overschrijden en moet door snoei binnen de gestelde proporties worden gehouden. De gewassen mogen in volwassen staat niet hoger zijn dan de maximale hoogte van een gedenkteken, zoals is beschreven in artikel 6.
2De beplanting moet zodanig zijn dat de tekst op het gedenkteken leesbaar is.
3De beheerder kan beplanting die buiten bovengenoemde ruimte geplant wordt of overhangt, verwijderen, zonder voorafgaande kennisgeving en zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is. Dit geldt ook voor afgestorven beplanting.
4Indien en voor zover op een graf geen grafbedekking aanwezig is of toegestaan is, gedoogt de rechthebbende dat de gemeente een groenvoorziening op dit graf aanbrengt en onderhoudt.
Artikel 14. Verwijdering grafbedekking zonder vergunning
De beheerder kan grafbedekkingen verwijderen die zijn aangebracht zonder dat vergunning is verleend of kan worden verleend of die afwijken van de verleende vergunning. De gemeente houdt de verwijderde zaken gedurende twaalf weken ter beschikking van de recht- of belanghebbende. Na verloop van deze termijn zullen de verwijderde zaken aan de gemeente vervallen zonder dat tot enige aanspraak op vergoeding wordt overgegaan, in welke vorm of onder welke naam dan ook.
Artikel 15. Afval en beschadigingen
1De rechthebbende of belanghebbende of degene die namens hem werkzaamheden verricht op of aan de grafbedekkingen laat geen afval achter op de begraafplaats.
2Beschadigingen, ontstaan ten gevolge van werkzaamheden door of namens rechthebbenden of belanghebbenden op of aan de grafbedekkingen zijn binnen een termijn van één maand hersteld door of namens de rechthebbenden of belanghebbenden.
Slotbepalingen
Artikel 16. Beslissingsbevoegdheid
In de gevallen waarin deze nadere regels niet voorzien of in geval van verschil van mening over de uitleg van haar bepalingen, beslist het college.
Artikel 17. Overgangsbepaling
Deze nadere regels treden in de plaats van alle voorafgaande nadere regels van de begraafplaatsen van de voormalige gemeente Binnenmaas, de voormalige gemeente Cromstrijen, de voormalige gemeente Korendijk, de voormalige gemeente Oud-Beijerland en de voormalige gemeente Strijen.
Artikel 18. Inwerkingtreding
Deze nadere regels treden in werking op 1 januari 2024 onder gelijktijdige intrekking van de Nadere regels gemeentelijke begraafplaatsen Hoeksche Waard 2021, zoals vastgesteld op 17 juli 2021.
Artikel 19. Citeertitel
Deze nadere regels kunnen worden aangehaald als: “Nadere regels gemeentelijke begraafplaatsen Hoeksche Waard 2024”.
BIJLAGE
VOORBEELD MAATVOERING
In onderstaande tekeningen zie je de maatvoering die maximaal is toegestaan op een particulier graf.
Bovenaanzicht
Zijaanzicht