Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Hoeksche Waard 2024

Gemeente Hoeksche Waard · geldt sinds 1 augustus 2024

Aanhef

Het College van burgemeester en wethouders

gelet op:

•De Algemene wet bestuursrecht, hoofdstuk 4, titel 4.3;

•De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

•De Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Hoeksche Waard 2020;

•Het Besluit maatschappelijke ondersteuning

besluit vast te stellen:

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Hoeksche Waard 2024

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Hoeksche Waard 2023 in te trekken

HOOFDSTUK 5 Huishoudelijke Ondersteuning

5.1 Afwegingskader Huishoudelijke hulp

5.1.1 Ruimten in de woning

Voor wat betreft de huishoudelijke activiteiten in de woning geldt het uitgangspunt dat de activiteiten alleen betrekking hebben op ruimten, die voor de cliënt noodzakelijk zijn voor het normale gebruik van de woning. In het kader van Huishoudelijke Ondersteuning bepaalt de verordening dat het om ruimten gaat, die te maken hebben met de elementaire woonfuncties gericht op zelfredzaamheid (eten, slapen, lichaamsreiniging, koken) en verplaatsingen in de woning (bijvoorbeeld een gang).

5.1.2 Eigen mogelijkheden

Inwoners krijgen huishoudelijke ondersteuning in aanvulling op wat zij zelf kunnen doen of zelf kunnen regelen in de eigen sociale omgeving. De gemeente onderzoekt met de inwoner de mogelijkheden van de eigen inzet, ondersteuning door familie, vrienden of buren en het gebruik van algemene voorzieningen in de wijk. De aanbieder die de hulp bij het huishouden namens de gemeente levert maakt met de inwoner nadere afspraken over de uitvoering van de toegekende huishoudelijke ondersteuning.

Denk bij eigen mogelijkheden van de inwoner, naast eigen kracht en het sociale netwerk, ook aan een particuliere hulp. Wanneer een inwoner voor het ontstaan van de beperkingen al een particuliere hulp had en er geen sprake is van een inkomenswijziging, bestaat er in de regel geen noodzaak om een voorziening op grond van de Wmo te treffen. De gemeente doet dan een moreel appèl op de financiële zelfredzaamheid van de inwoner.

5.2 Resultaat Huishoudelijke Ondersteuning

5.2.1 Basismodule: een schoon en leefbaar huis

Een huis is schoon en leefbaar indien het normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëne-eisen. Schoon betekent dat een basishygiëne geborgd is. Leefbaar staat voor opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. De woning dient zodanig schoon te zijn dat deze niet vervuilt en gezondheidsrisico’s worden voorkomen. Het gaat om een basisniveau van schoon houden. Wat minimaal nodig is wordt gedaan. Dit kan betekenen dat de uitvoering niet helemaal voldoet aan de persoonlijke standaard en verwachtingen van inwoners. Onderhoud van tuin, opruimen van een schuur, de stoep vegen, ramen zemen aan de buitenkant vallen per definitie niet onder de maatwerkvoorziening HO.

5.2.2 Aanvullende maatwerkmodules

Wanneer cliënten als gevolg van hun (medische) beperkingen onvoldoende ondersteund worden door de basisvoorziening schoon huis, kunnen de volgende aanvullende maatwerkmodules ingezet worden:

1Wasverzorging

De cliënt en zijn huisgenoten moeten kunnen beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding, evenals schoon en gedroogd textiel (handdoeken en beddengoed). Van de cliënt mag in dit kader worden verwacht dat er voldoende beddengoed, handdoeken, ander linnengoed en/of kleding aanwezig is. Op deze manier kan de inzet van ondersteuning zo efficiënt mogelijk worden gerealiseerd. Het strijken van onderkleding of beddengoed valt niet onder wasverzorging, omdat dit niet gebeurt in een standaard huishouden. Strijkvrije kleding is een voorliggende oplossing en de activiteit ‘strijken’ wordt daarom in principe niet geïndiceerd.

2Boodschappen

Hierbij kan het gaan om het opstellen van een boodschappenlijst, het doen van de boodschappen en/of het opruimen van de boodschappen. Een (online) boodschappendienst is tegenwoordig algemeen gebruikelijk, en dus voorliggend op de activiteit ‘boodschappen halen’. Supermarkten hebben vaak een bezorgservice. De cliënt kan zijn boodschappen dan telefonisch of via internet bestellen. Het feit dat de cliënt in dat geval afhankelijk is van bezorgtijden, is geen reden om de boodschappendienst niet als passende oplossing aan te merken. De omstandigheid dat de supermarkt, waar de cliënt normaal gesproken zijn boodschappen doet of zou willen doen, geen boodschappendienst heeft, maakt niet dat een boodschappendienst van een andere supermarkt niet als passende oplossing kan gelden.

3Maaltijden

Hierbij kan het gaan om het klaarzetten van de maaltijd, afruimen, afwassen of vaatwasser in- of uitruimen. Een broodmaaltijd kan één keer per dag worden bereid, waarbij een tweede broodmaaltijd kan worden klaargezet. Het opwarmen van een maaltijd kan één keer per dag worden geboden. Dit geldt vanzelfsprekend alleen als er geen andere (voorliggende) oplossingen zijn zoals bijvoorbeeld een maaltijdservice, mee kunnen eten bij een buurt- of verzorgingshuis of de kant-en-klaar maaltijden van de supermarkt.

4Kindzorg

Het gaat hier om de activiteiten die betrekking hebben op de verzorging van kinderen waarbij de ouder(tijdelijk) niet in staat is om de ouderrol op zich te nemen én het om eenvoudige activiteiten gaat van huishoudelijke aard. Ouders hebben een zorgplicht voor hun kinderen. Bij uitval van een van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke zorg (hulp) voor de kinderen over (zie hoofdstuk 4 van deze beleidsregels). Structurele opvang valt in principe niet onder Huishoudelijke Ondersteuning. Het is in het algemeen een eigen verantwoordelijkheid van de ouder(s) om daarvoor te zorgen. Gebruikmaking van kinderopvang gaat dan ook in principe voor op het verlenen van een indicatie. Denk bijvoorbeeld aan gebruikmaking van kinderopvang en/of crèche wat in principe gangbaar is tot en met 5 dagen per week. Er is slechts voor maximaal 3 maanden inzet van hulp op grond van de Wmo 2015 voor opvang van kinderen mogelijk. Dit om de ouder(s) in de gelegenheid te stellen een eigen oplossing te vinden. Het kan in voorkomende gevallen ook gaan om het bieden van ondersteuning bij de opvoeding van kinderen. Vallen de geïndiceerde activiteiten onder het begrip jeugdhulp, dan kan er in principe geen sprake zijn van Huishoudelijke Ondersteuning.

5Regie en Advies/Instructie/Voorlichting (AIV)

Het kan zijn dat een cliënt niet meer zelf (volledig) de regie kan voeren over het huishouden, bijvoorbeeld door een psychische aandoening of dementie. Als het zo is dat een hulp daardoor aantoonbaar extra werkzaamheden moet doen of bijvoorbeeld door het gedrag van de cliënt extra tijd nodig heeft, dan kan hiervoor structureel extra tijd geïndiceerd worden.

Advies/instructie/voorlichting heeft betrekking op het, op tijdelijke basis, aanleren van praktisch vaardigheden in het huishouden aan een cliënt. Bijvoorbeeld als een partner net is weggevallen en een cliënt zelf wil kunnen bijdragen aan het huishouden, het schoonmaken, het leren koken van enkele basis-maaltijden, et cetera. Soms is het dan praktisch hiervoor aan de, in het algemeen al langere tijd vertrouwde, huishoudelijke hulp voor een aantal weken extra tijd toe te kennen. Dit is dus altijd tijdelijk en is te onderscheiden van de inzet van Wmo-begeleiding.

Bijlage I Onderzoek naar overbelasting van degene die de gebruikelijke hulp dient te verrichten

Algemeen

De Wmo-klantmanager onderzoekt altijd of er in de individuele situatie moet worden afgeweken van de algemene regels. Reden om in de individuele situatie af te wijken, kan zijn dat degene van wie wordt verwacht dat zij taken of activiteiten overneemt in het kader van gebruikelijke hulp, overbelast dreigt te raken (hierna de huisgenoot). Overbelasting is: meer belasten dan het prestatievermogen toelaat. In medische kringen praten we over het (on)evenwicht tussen draagkracht(belastbaarheid) en draaglast (belasting). Overbelasting kan veroorzaakt worden door een combinatie van symptomen van lichamelijke of psychische aard en wordt bepaald door in- en uitwendige factoren.

Factoren die van invloed zijn op de draagkracht:

•lichamelijke conditie huisgenoot

•geestelijke conditie huisgenoot

•wijze van omgaan met problemen (coping)

•motivatie voor ondersteunings- en/of zorgtaak

•sociaal netwerk

Factoren die van invloed zijn op de draaglast:

•omvang en mate van (on)planbaarheid van ondersteuningstaken; ziektebeeld en prognose

•inzicht van persoon in ziektebeeld van de cliënt

•woonsituatie

•bijkomende sociale problemen

•bijkomende emotionele problemen

•bijkomende relationele problemen

•Onderzoek naar de draaglast en draagkracht

Het kan soms heel duidelijk zijn dat de huisgenoot overbelast is. Is dit minder duidelijk, dan zal dit in het gesprek maar zeker bij de beoordeling van de aanspraak (indicatie) moeten worden uitgediept. De beperkingen in de belastbaarheid vanwege de gezondheid van de huisgenoot dienen te worden beoordeeld door een arts. In voorkomende gevallen kan het opnemen van contact met de behandelende sector volstaan om hierover een oordeel te vormen. In andere gevallen zal om een extern medisch advies moeten worden gevraagd.

Het onderzoeken van overbelasting

Onderzoeksvragen die de Wmo-klantmanager zouden kunnen helpen bij het verkrijgen van een indruk over de eventuele overbelasting van de huisgenoot:

•Wat zegt de huisgenoot er zelf over, hoe ervaart hij of zij het ondersteunen en/of bieden van zorg?

•Hoe is de (lichamelijke en geestelijke) gezondheid van de huisgenoot?

•Zijn er signalen van overbelasting: nervositeit, vermoeidheid?

•Heeft de huisgenoot een uitlaatklep? Heeft hij of zij de mogelijkheid om activiteiten buitenshuis te doen?

•Kan iemand zijn verhaal kwijt bij vrienden, familie of professionals? Wordt er respijtzorg geboden zodat de huisgenoot even op adem kan komen?

•Hoe is de relatie tussen de huisgenoot en de cliënt? Hoe stelt de cliënt zich op, veeleisend of juist dankbaar? Kan de huisgenoot grenzen aangeven en ‘nee’ zeggen? Is er irritatie tussen de huisgenoot en de cliënt?

•Heeft de huisgenoot inzicht in de beperkingen van de cliënt? (Als men weet dat bepaald gedrag uit bijvoorbeeld een ziekte of aandoening voortkomt, kan het gemakkelijker zijn dat gedrag te accepteren)

•Hoeveel tijd heeft de huisgenoot? Heeft iemand een baan, een eigen gezin, een ander familielid dat ondersteuning of zorg (verpleging en verzorging) behoeft? Voorbeeld. Een echtgenoot ondervindt beperkingen terwijl zijn vrouw ook al voor haar ouders zorgt.

•Is de ondersteuning of de zorg te plannen of is er continu controle en toezicht nodig?

•Hoe is de prognose? (Een terminale situatie is altijd zwaar, maar een situatie die langdurig en stabiel is, kan ook veeleisend zijn)

•Wat zijn de knelpunten in de ondersteuning en/of de zorg?

•Hoe is de woonsituatie? Woont men afgelegen, of in een flat zonder lift zodat de cliënt en de huisgenoot min of meer samen opgesloten zitten.

Symptomen die zouden kunnen wijzen op overbelasting

Diverse symptomen zijn waar te nemen bij (dreigende) overbelasting. De mate waarin ze zich manifesteren, zal van persoon tot persoon verschillen. Daarnaast dient men zich te bedenken dat het hierbij om veelal aspecifieke symptomen gaat die ook bij andere stoornissen kunnen passen. Dit is een van de redenen waarom de beoordeling hiervan bij een medisch adviseur moet worden neergelegd. Het bestaan van deze symptomen moet dus als een mogelijk signaal worden opgevat.

Mogelijke symptomen van overbelasting zijn:

•Gespannen spieren, vaak in schoudergordel en rug.

•Hoge bloeddruk.

•Gewrichtspijn.

•Gevoelens van slapte.

•Slapeloosheid.

•Migraine, duizeligheid.

•Spierkrampen.

•Verminderde weerstand, ziektegevoeligheid.

•Opvliegingen.

•Ademnood en gevoelens van beklemming op de borst.

•Plotseling hevig zweten.

•Gevoelens van beklemming in de hals.

•Spiertrekkingen in het gezicht.

•Verhoogde algemene prikkelbaarheid, boosheid, (verbale) agressie, zwijgen. Ongeduld.

•Vaak huilen.

•Neerslachtigheid.

•Isolering.

•Verbittering.

•Concentratieproblemen.

•Dwangmatig denken, niet meer kunnen stoppen.

•Rusteloosheid.

•Perfectionisme.

•Geen beslissingen kunnen nemen.

•Denkblokkades.

Bijlage II Uitgangspunten zorg ouder voor kinderen

Kinderen van 0 tot 3 jaar

•hebben bij alle activiteiten zorg van een ouder nodig;

•ouderlijk toezicht is zeer nabij nodig;

•zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en verplaatsen.

•hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;

•hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

Kinderen van 3 tot 5 jaar

•kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand (bijv. ouder kan was ophangen in andere kamer);

•hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;

•kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen;

•ontvangen zindelijkheidstraining van ouders/verzorgers;

•hebben gedeeltelijk hulp en volledig stimulans en toezicht nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen;

•hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding;

•zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven.

•hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

Kinderen van 5 tot 12 jaar

•kinderen vanaf 5 jaar hebben een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur/week;

•kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand (bijv. kind kan buitenspelen in directe omgeving van de woning als ouder thuis is);

•hebben toezicht nodig en nog maar weinig hulp bij hun persoonlijke verzorging;

•hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;

•zijn overdag zindelijk, en 's nachts merendeels ook; ontvangen zonodig zindelijkheidstraining van de ouders/verzorgers;

•hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school, activiteiten ter vervanging van school of vrije tijdsbesteding gaan.

•hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

Kinderen van 12 tot 18 jaar

•hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen;

•kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden;

•kunnen vanaf 16 jaar dag en nacht alleen gelaten worden;

•kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen;

•hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig;

•hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding;

•hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bv. huiswerk of het zelfstandig gaan wonen).

•hebben tot 17 jaar een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

Bijlage III Checklist betrekken mantelzorg bij het onderzoek

Mogelijke mantelzorg

1.

Kan de cliënt rekenen op hulp van partner, gezinsleden of van andere mensen die tot het huishouden behoren?

Nee

Ja →

○ geen hulp of weinig hulp

○ wel hulp: één of meer keer per week

○ wel hulp: dagelijks

2.

Kan de cliënt rekenen op hulp van familieleden of vrienden die niet tot het huishouden behoren?

Nee

Ja →

○ geen hulp of weinig hulp

○ wel hulp: één of meer keer per week

○ wel hulp: dagelijks

3.

Welke extra taken heeft de mantelzorg in de loop der tijd op zich genomen?

Hulp bij dagelijkse bezigheden

Persoonlijke verzorging

Huishoudelijke taken

Overige taken, namelijk …

(bijvoorbeeld vervoer naar ziekenhuis, emotionele steun)

Gevolgen voor andere verantwoordelijkheden en activiteiten van de mantelzorg

1

Met welke andere verantwoordelijkheden en activiteiten worden de (extra) zorgtaken door de verzorger gecombineerd

Werk buitenshuis, fulltime/ parttime (uren per week:.…)

Opleiding, fulltime/ parttime (uren per week: .…)

Zorg voor (andere) huisgenoten (jonge kinderen? ….)

Huishoudelijke taken (worden de taken gedeeld?)

Zorg voor (andere) familieleden

Vrije tijd, hobby’s

2.

Gaan de zorgtaken van de verzorger ten koste van de bij vraag 1 genoemde andere taken en verantwoordelijkheden

Nee

Ja, namelijk …

3.

Gaan de extra zorgtaken die de verzorger op zich heeft genomen ten koste van belangrijke voornemens (bijvoorbeeld het volgen van een opleiding, promotie op het werk)?

Nee

Ja, namelijk …

4.

Heeft de verzorger als werknemer zorgverlof kunnen opnemen?

Nee, waarom niet?

Ja, hoe lang en hoeveel uren per week?

Belasting van mantelzorg

1.

Welke taken worden door de verzorger als (emotioneel en/of fysiek) belastend ervaren?

Hulp bij dagelijkse bezigheden

Persoonlijke verzorging

Huishoudelijke taken

Overige taken, namelijk …

2.

Om wat voor belasting gaat het?

Vooral fysiek belastend

Vooral emotioneel belastend

Zowel fysiek als emotioneel belastend

3.

Heeft de zorgende persoon last van aanhoudende vermoeidheid door de gegeven hulp (in combinatie met andere taken)?

Nee

Ja (zie ook checklist draaglast en draagkracht)

Mogelijkheden en beperkingen van verzorgers

1.

Welke taken is de verzorger goed in staat te verrichten?

Hulp bij dagelijkse bezigheden

Persoonlijke verzorging

Huishoudelijke taken

Overige taken, namelijk …

2.

Bij welke taken is er behoefte aan ondersteuning?

Wensen van de verzorger en verwachtingen van de zorgvrager

1.

Welke taken wil de verzorger blijven uitvoeren?

Hulp bij dagelijkse bezigheden

Persoonlijke verzorging

Huishoudelijke taken

Overige taken, namelijk...

2.

Aan welke zorgtaken hecht de aanvrager het meeste belang?

Ondersteuning

1.

Wat vindt de verzorger nodig om in staat te zijn de (extra) zorgtaken op zich te kunnen (blijven) nemen?

2.

Wat vindt de cliënt nodig om de verzorger in staat te stellen de zorgtaken op zich te kunnen (blijven)nemen?

3.

Is er behoefte aan respijtzorg?

4.

Is er behoefte aan training of informatie?

BIJLAGE IV Normtijden en activiteiten Huishoudelijke Ondersteuning

Bij het toepassen van de normtijden en/of activiteiten zijn de beleidsuitgangspunten (algemeen en/of specifiek) van deze beleidsregels onverkort van toepassing. Verder voorziet deze bijlage in veel voorkomende situaties waarin het College kan afwijken van de normeringen (verhogen of verlagen). Voor het overige kan het College in het individuele geval afwijken van de normeringen (verhogen of verlagen), mits vaststaat dat de cliënt met de te stellen indicatie in voldoende mate zelfredzaam is op het gebied van de huishoudelijke activiteiten.

HHM-normenkader

De klantmanager gebruikt het HHM-normenkader als leidraad om te komen tot een professionele afweging over de ondersteuning op maat van de individuele cliënt die nodig is. Dit wordt per subresultaat (schoon en leefbaar huis, wasverzorging, etc.) bekeken en daarna opgeteld tot de totaal te indiceren tijd. Hierbij wordt de situatie van de cliënt vergeleken met de ‘gemiddelde cliëntsituatie’. Dit leidt tot ‘meer’ of ‘minder’ inzet van ondersteuning dan in de gemiddelde cliëntsituatie het geval zou zijn. Het resultaat is dan ondersteuning op maat van de individuele cliënt, die wordt vastgelegd in de indicatie (beschikking).

De uitgangspunten van de gemiddelde cliëntsituatie:

•een huishouden met 1 of 2 volwassenen zonder thuiswonende kinderen;

•wonend in een zelfstandige huisvestingssituatie, gelijkvloers of met een trap;

•er zijn geen huisdieren aanwezig die extra inzet van ondersteuning vragen;

•de cliënt kan de woning dagelijks op orde houden (bijvoorbeeld aanrecht afnemen, algemeen opruimen) zodat deze gereed is voor de schoonmaak;

•de cliënt heeft geen mogelijkheden om zelf bij te dragen aan de activiteiten die moeten worden uitgevoerd;

•er is geen ondersteuning vanuit mantelzorgers, netwerk en vrijwilligers bij activiteiten die moeten worden uitgevoerd;

•er zijn geen beperkingen of belemmeringen aan de orde bij de cliënt die maken dat de woning extra vervuilt of dat de woning extra schoon moet zijn;

•de woning heeft geen uitzonderlijke inrichting en is niet extra bewerkelijk of extra omvangrijk.

Het normenkader wordt op de volgende manier geïnterpreteerd:

•De ondersteuningstijd in het normenkader voor de ‘gemiddelde cliëntsituatie’, betreft volledige professionele overname van alle activiteiten. De situatie van de cliënt wordt hier tegen afgezet/mee vergeleken.

•De professionele hulp maakt, in samenspraak met de cliënt, een planning wanneer welke werkzaamheden worden gedaan. Binnen de gegeven omvang van de indicatie. Zo worden in de tijd uiteindelijk alle activiteiten opgenomen in het ondersteuningsplan uitgevoerd. In bijlage 3 is een overzicht opgenomen van de activiteiten en frequentie van uitvoering hiervan waarop het normenkader is gebaseerd. Dit betreft dan volledige professionele overname van alle werkzaamheden, zonder dat sprake is van bijzonderheden in de cliëntsituatie die minder inzet mogelijk of meer inzet nodig maken.

•Het normenkader betreft de voor de hulp beschikbare totale tijd. Er is geen sprake van ‘instructietijden’ per activiteit. In ieder huishouden, in iedere situatie, is sprake van net weer wat andere verdelingen van activiteiten en van de tijd die dit vergt per activiteit.

•In het normenkader is naast directe tijd ook indirecte tijd opgenomen. Dit is tijd die nodig is voor binnenkomen, afspraken maken, interactie met de cliënt en bijvoorbeeld het pakken en opruimen van schoonmaakmiddelen. Deze indirecte tijd is even noodzakelijk als de directe tijd om de beoogde resultaten te behalen.

•De totale tijd die wordt geïndiceerd, is te zien als een totaal over het jaar heen voor alle te bereiken resultaten. Uit diverse onderzoeken is gebleken dat deze totaaltijd toereikend is om te doen wat nodig is in de gemiddelde cliëntsituatie. Voorwaarde hiervoor is wel dat goed onderzoek wordt gedaan naar de individuele situatie van de cliënt (keukentafelgesprek) om te komen tot een individuele afweging op maat.

•Met dit normenkader kan een verantwoord niveau van een schoon, opgeruimd en georganiseerd huishouden worden gerealiseerd. Aandachtspunt is dat persoonlijke opvattingen van cliënten of hulpen soms anders zijn dan waarop dit normenkader is gebaseerd. In deze is dan het normenkader leidend, omdat dit op basis van onderzoek bij en met vele cliënten en in afstemming met diverse deskundigen tot stand is gekomen.

a.Kenmerken cliënt

•Mogelijkheden cliënt zelf: de fysieke mogelijkheden van de cliënt om bij te dragen aan de uit te voeren activiteiten. Dit hangt af van het kunnen bewegen, lopen, bukken en omhoog reiken, het vol kunnen houden van activiteiten, het kunnen overzien wat moet gebeuren en daadwerkelijk tot actie kunnen komen. Ook speelt hier de trainbaarheid en leerbaarheid van de cliënt mee.

•Beperkingen en belemmeringen van de cliënt, die gevolgen hebben voor de benodigde inzet. De hoeveelheid extra ondersteuning die nodig is, is leidend, niet de problematiek als zodanig. Voorbeelden zijn Huntington, ALS, Parkinson, dementie, visuele beperking, revalidatie, bedlegerig, psychische aandoeningen, verslaving/alcoholisme e.d. Dit kan op twee manieren uitwerken:

o Het kan nodig zijn extra vaak schoon te maken of te wassen, doordat meer vervuiling optreedt. Bijvoorbeeld als gevolg van rolstoelgebruik, ernstige incontinentie, overmatig zweten, (ernstige) tremors, besmet wasgoed (bijvoorbeeld bij chemokuur of Norovirus).

o Het kan nodig zijn de woning extra goed schoon te maken. Ter voorkoming van problemen bij de cliënt voortkomend uit bijvoorbeeld allergie, astma, longemfyseem, COPD.

•Ondersteuning vanuit mantelzorgers, netwerk en vrijwilligers: de hoeveelheid ondersteuning die wordt geboden vanuit mantelzorgers, het netwerk van de cliënt en eventuele vrijwilligers, waardoor minder professionele inzet vanuit de gemeente noodzakelijk is omdat een deel activiteiten door niet-professionals wordt gedaan.

b.Kenmerken huishouden

•Samenstelling van het huishouden: het aantal personen en de leeftijd van leden in het huishouden. Als sprake is van een huishouden van twee personen, is niet persé extra inzet nodig. Dit is bijvoorbeeld wel het geval als zij gescheiden slapen, waardoor een extra slaapkamer in gebruik is. Het kan ook betekenen dat er minder ondersteuning nodig is, omdat de partner een deel van de activiteiten uitvoert (gebruikelijke hulp). De aanwezigheid van een kind of kinderen kan leiden tot extra noodzaak van inzet van ondersteuning. Dit is mede afhankelijk van de leeftijd en leefstijl van de betreffende kinderen en van de bijdrage die het kind levert in de huishouding (leeftijdsafhankelijk, gebruikelijke hulp). Als er kinderen zijn, zijn er vaak ook meer ruimtes in gebruik. Een kind kan eventueel ook een bijdrage leveren in de vorm van mantelzorg en daarmee de benodigde extra inzet beperken of opheffen. Bij een kind kan ook sprake zijn van bijzonderheden (ziekte of beperking) die maken dat extra inzet van ondersteuning nodig is.

•Huisdieren: door de aanwezigheid van één of meer huisdieren in het huishouden, kan eventueel door meer vervuiling extra inzet nodig zijn dan in de norm is opgenomen. Verzorging van huisdieren valt niet onder huishoudelijke ondersteuning. Een huisdier veroorzaakt niet altijd extra benodigde inzet (goudvis in een kom, een niet verharende hond, etc.). Een huisdier heeft vaak ook een functie ten aanzien van participatie en eenzaamheidsbestrijding. Met de cliënt moet in voorkomende gevallen overleg plaatsvinden over aantal of aard van huisdieren en welke gevolgen hiervan wel of niet ‘voor rekening’ van de gemeente/samenleving komen.

c.Kenmerken woning

•Inrichting van de woning: extra inzet nodig door bijvoorbeeld extra veel beeldjes of fotolijstjes in de woonkamer of een groot aantal meubelstukken in de ruimte. Het gaat in dit geval om de extreme situaties, waarin de inrichting een aanzienlijke extra ondersteuning vergt. Ook hierbij kan nader overleg met de cliënt zijn aangewezen over wie wat doet in het huishouden.

•Bewerkelijkheid van de woning: extra inzet nodig door bouwkundige en externe factoren, bijvoorbeeld de ouderdom van het huis, de staat van onderhoud, de aard van de wand-of vloerafwerking, de aard van de deuren, schuine wanden, hoogte van de plafonds, tocht en stof, eventuele gangetjes en hoekjes.

•Omvang van de woning: een grote woning kan, maar hoeft niet persé meer inzet te vragen. Een extra grote oppervlakte van de in gebruik zijnde ruimtes kan meer tijd vergen om bijvoorbeeld stof te zuigen, maar kan het stofzuigen ook makkelijker maken omdat je makkelijk overal omheen kunt werken. Een extra slaapkamer die daadwerkelijk in gebruik is als slaapkamer vergt wel extra tijd.

Bijlage 4.1

Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning juni 2019 HHM

Bijlage V Percelen en Producten Wmo-begeleiding

Bijlage 4 bij het open housecontract

Voor Wmo-begeleiding voor de contractperiode vanaf 1 januari 2023

Algemeen

Onder deze opdracht voor Wmo-begeleiding vallen de volgende zes typen Wmo-begeleiding:

1Individuele Begeleiding,

2Begeleiding in Groepsverband,

3Arbeidsmatige Dagbesteding,

4Beschut Wonen in een Gemeenschap,

5Kortdurend Verblijf, en

6Vervoer.

Deze zes typen Wmo-begeleiding zijn tevens de zes percelen die de gemeente onderscheidt in het kader van de (te) doorlopen van de inkoopprocedure. Binnen elk perceel is een onderverdeling gemaakt in producten. Dit document bevat een beschrijving van de percelen en de producten De algemene beschrijving waarmee elke perceelbeschrijving start is tevens van toepassing op de producten die binnen elk perceel worden onderscheiden. Als aanbieder dient u tijdens de uitvoering van de opdracht te voldoen aan de perceel- en productbeschrijvingen waarvoor u bent gecontracteerd.

1.Perceel 1: Individuele Begeleiding

Individuele Begeleiding is gericht op het bevorderen, behouden en compenseren van zelfredzaamheid en participatie van de Cliënt zodat hij zo lang mogelijk in zijn eigen leefomgeving kan blijven wonen en leven. Bij deze veelal planbare ondersteuningsvorm (binnen vaste, afgesproken tijden) gaat het om individuele begeleiding die veelal wordt ingezet in de thuissituatie en activiteiten omvat voor en met de Cliënt die matige tot zware beperkingen of stoornissen heeft.

Met de inzet van Individuele Begeleiding worden in zijn algemeenheid de volgende resultaten beoogd:

•De Cliënt ontwikkelt vaardigheden of handelingen om de zelfredzaamheid te stimuleren/ontwikkeling, te stabiliseren of achteruitgang te controleren;

•De Cliënt is in staat de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen uit te (blijven) voeren, een gestructureerd huishouden te (blijven) voeren en/of deel te (blijven) nemen aan het maatschappelijke verkeer. Waar mogelijk wordt de Cliënt toegeleid naar begeleiding groep, algemene of voorliggende voorzieningen;

•Ondersteuning in de thuissituatie (mantelzorger).

De keuze ten aanzien van het in te zetten product binnen dit perceel wordt bepaald door de complexiteit van de hulpvraag. Binnen de context van en conform de gemeentelijke beleidsregels Wmo https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR641184/1#d270264944e213 beoordeelt de gemeente de complexiteit van de hulpvraag van de inwoner op basis van de volgende kenmerken:

•Er is sprake van enkelvoudige of meervoudige problematiek of aandoeningen;

•De mate van zelfregie van de inwoner;

•Het aantal levensgebieden waarop de inwoner ondersteuning nodig heeft;

•De mate van inzicht in de eigen beperkingen; en

•De planbaarheid van hulpvragen of de mate van uitstelbaarheid en de onverwachtheid ervan.

Deze aspecten komen terug in de producten die de gemeenten onderscheidt binnen het perceel Individuele Begeleiding.

1.1.Product Individuele Begeleiding Ondersteunend

Individuele Begeleiding Ondersteunend is bedoeld voor Cliënten met voorspelbaar gedrag in een licht complexe situatie. Dit type begeleiding is gericht op het bevorderen, behouden of compenseren van zelfredzaamheid. De aanbieder maakt samen met de Cliënt een plan op basis waarvan de aanbieder zijn begeleiding zal inzetten. De doelen die in het ondersteuningsplan zijn opgenomen kunnen naar verwachting met deze vorm begeleiding worden gerealiseerd, omdat de Cliënt een redelijke mate van zelfredzaamheid heeft of omdat er minder doelen worden gesteld.

1.1.1.Productspecifieke eisen Individuele begeleiding Ondersteunend

Individuele Begeleiding Ondersteunend wordt uitgevoerd door een beroepskracht met een passende opleiding en die beschikt over relevante (ervarings)deskundigheid, kennis en competenties.

1.2.Product Individuele Begeleiding basis

Individuele Begeleiding Basis is gelijk aan Individuele Begeleiding Ondersteunend met de volgende wijzigingen en aanvullingen: Individuele Begeleiding Basis is bedoeld voor Cliënten met onvoorspelbaar gedrag in een complexe situatie, waarbij de achterliggende oorzaken van de onvoorspelbaarheid bekend zijn. Individuele Begeleiding Basis kan fungeren om op- en af te schalen tussen Individuele Begeleiding Ondersteunend en Individuele Begeleiding Specialistisch.

1.2.1.Productspecifieke eisen Individuele Begeleiding Basis

Individuele Begeleiding Basis wordt uitgevoerd door een beroepskracht met een passende opleiding en die beschikt over relevante (ervarings)deskundigheid, kennis en competenties.

1.3.Product Individuele Begeleiding Specialistisch

Individuele Begeleiding Specialistisch is gelijk aan de Individuele Begeleiding Basis met de volgende wijzigingen en aanvullingen: Individuele Begeleiding Specialistisch is bedoeld voor de Cliënt met onvoorspelbaar gedrag in een multi-complexe situatie, of bij een dreigende crisis, en daardoor onplanbare zorg (dat wil zeggen een behoefte aan begeleiding op onverwachte momenten en niet afgesproken tijden ten einde een crisissituatie af te wenden). De doelen die in het ondersteuningsplan zijn opgenomen kunnen met alleen met specialistische/methodische begeleiding worden gerealiseerd, omdat de Cliënt een beperkte mate van zelfredzaamheid heeft of omdat er complexe, uitdagende doelen worden gesteld.

1.3.1.Productspecifieke eisen Individuele Begeleiding Specialistisch

Individuele Begeleiding Specialistisch wordt uitgevoerd door een beroepskracht met een passende opleiding en die beschikt over relevante (ervarings)deskundigheid, kennis en competenties. Dit gebeurt onder supervisie van een beroepskracht met een passende hbo-opleiding, tenzij de beroepskracht zelf al hbo- opgeleid is.

1.4.Product Individuele Begeleiding Waakvlam

Individuele Begeleiding Waakvlam is een preventieve vorm van begeleiding die kan worden ingezet voor monitoring en incidentele ondersteuning nadat de beoogde resultaten uit het ondersteuningsplan zijn gerealiseerd en de structurele begeleiding die op grond daarvan plaatsvond, kan worden beëindigd. Het is een vorm van begeleiding op afroep en om ‘vinger aan de pols’ te houden. Het gaat bij deze vorm van begeleiding om laagfrequente begeleiding waarbij minder sprake is van vaste periodieke contactmomenten van de aanbieder met de Cliënt. Deze vorm van begeleiding wordt ingezet om terugval te voorkomen en kan laagdrempelig door de Cliënt worden ingeroepen. Dit laagdrempelige contact kan nuttig zijn als afbouw na een ondersteuningsperiode of als stabilisatie. Voor de Cliënt en zijn netwerk is duidelijk waar hij terecht kan bij risico op terugval. Ook biedt dit laagdrempelige contact voor de Cliënt en de aanbieder de mogelijkheid om de begeleiding weer tijdig op te schalen als dit nodig is.

1.4.1.Productspecifieke eisen Individuele Begeleiding Waakvlam

Individuele Begeleiding Waakvlam wordt uitgevoerd door een beroepskracht met een passende opleiding en die beschikt over relevante (ervarings)deskundigheid, kennis en competenties.

2.Perceel 2: Begeleiding in Groepsverband

Begeleiding in Groepsverband heeft als doelgroep Cliënten met een somatische, psychiatrische, psychogeriatrische, verstandelijke of zintuiglijke beperking, waarbij sprake is van matige of ernstige beperkingen op het gebied van zelfredzaamheid. De begeleiding richt zich primair op het bieden van een dagstructuur door zinvolle dagbesteding, waardoor de Cliënt langer thuis kan blijven wonen, sociaal isolement wordt voorkomen en mantelzorgers worden ontlast. Begeleiding in Groepsverband sluit zoveel mogelijk aan bij vergelijkbare (algemene) voorzieningen, bij voorkeur in de wijk.

Met de inzet van Begeleiding in Groepsverband worden in zijn algemeenheid de volgende resultaten beoogd:

•Het verbeteren, bestendigen, achteruitgang voorkomen van zelfredzaamheid;

•Ter ondersteuning van het langer thuis blijven wonen;

•Het kunnen verrichten van dagelijkse noodzakelijke activiteiten;

•Contact kunnen hebben met de medemens, deelnemen aan activiteiten;

•Het hebben van dagbesteding;

•Aansluiting bij de woonomgeving en de wijk van de Cliënt;

•Het ontlasten van de mantelzorger; en

•Meedoen naar vermogen in de maatschappij.

De keuze ten aanzien van het in te zetten product binnen dit perceel wordt bepaald door de complexiteit van de hulpvraag. Binnen de context van en conform de gemeentelijke beleidsregels Wmo https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR641184/1#d270264944e213 beoordeelt de gemeente de complexiteit van de hulpvraag van de inwoner op basis van de volgende kenmerken:

•Er is sprake van enkelvoudige of meervoudige problematiek of aandoeningen;

•De mate van zelfregie van de inwoner;

•Het aantal levensgebieden waarop de inwoner ondersteuning nodig heeft;

•De mate van inzicht in de eigen beperkingen; en

•De planbaarheid van hulpvragen of de mate van uitstelbaarheid en de onverwachtheid ervan.

Deze aspecten komen terug in de producten die de gemeenten onderscheidt binnen het perceel Begeleiding in Groepsverband.

2.1.Product Begeleiding in Groepsverband Ondersteunend

Begeleiding in Groepsverband Ondersteunend is erop gericht om door stimulans en/of toezicht ervoor te zorgen dat de Cliënt in staat is zijn maatschappelijke deelname zelfstandig vorm te geven. Begeleiding in Groepsverband Ondersteund biedt in dit verband structurele activerende daginvulling. Het activiteitenprogramma van Begeleiding in Groepsverband ondersteunend biedt de Cliënt structuur, sociale contacten en zingeving. Bij de activiteiten wordt begeleiding geboden in een groep. Persoonlijke begeleiding bij de activiteiten is niet noodzakelijk.

2.1.1.Productspecifieke eisen Begeleiding in Groepsverband Ondersteunend

Begeleiding in Groepsverband Ondersteunend wordt uitgevoerd door een beroepskracht met een passende opleiding en die beschikt over relevante (ervarings)deskundigheid, kennis en competenties. Vrijwilligers kunnen een gedeelte van de zorg en begeleiding op zich nemen met ondersteuning en onder verantwoordelijkheid van een beroepskracht. De vrijwilliger dient deskundig en competent te zijn voor de toegewezen taak.

2.2.Product Begeleiding in Groepsverband Basis

Begeleiding in Groepsverband Basis voorziet in een structurele activerende daginvulling. Het activiteitenprogramma van dit product biedt de Cliënt structuur, sociale contacten en zingeving. Bij de activiteiten wordt begeleiding geboden in een groep. Persoonlijke begeleiding bij de activiteiten is soms noodzakelijk.

2.2.1.Productspecifieke eisen Begeleiding in Groepsverband Basis

Begeleiding in Groepsverband Basis wordt uitgevoerd door een beroepskracht met een passende opleiding en die beschikt over relevante (ervarings)deskundigheid, kennis en competenties.

2.3.Product Begeleiding in Groepsverband Specialistisch

Begeleiding in Groepsverband Specialistisch voorziet in een hoog intensieve begeleiding en sluit aan bij de mogelijkheden en wensen van de Cliënt. De begeleidingsintensiteit is hoog en persoonlijke begeleiding bij de activiteiten is noodzakelijk. Er is methodische ondersteuning noodzakelijk met hierbij een multidisciplinaire aanpak waarvoor een hoge mate van specialistische kennis en methodische vaardigheden vereist zijn. De omgeving waarin dit product wordt geleverd dient te zijn aangepast aan de mogelijkheden en beperkingen van de Cliënt.

2.3.1.Productspecifieke eisen Begeleiding in Groepsverband Specialistisch

Begeleiding in Groepsverband Specialistisch wordt uitgevoerd door een beroepskracht met een passende opleiding en die beschikt over relevante (ervarings)deskundigheid, kennis en competenties. Dit gebeurt onder supervisie van een beroepskracht met een passende hbo-opleiding, tenzij de beroepskracht zelf hbo-opgeleid is.

3.Perceel 3: Arbeidsmatige Dagbesteding

Arbeidsmatige dagbesteding betreft het aanbieden van activiteiten met een arbeidsmatig karakter voor inwoners in kwetsbare posities. De arbeidsmatige dagbesteding heeft als doel bij te dragen aan de mogelijkheid om uit te stromen naar beschut, begeleid of ondersteund werk, betaald werk, vrijwilligerswerk of deelname aan (basis)voorzieningen in de buurt. Daarnaast heeft het als doel ontwikkeling of voorkomt achteruitgang, zorgt voor een betere structuur, goed dag-/nachtritme, minder eenzaamheid en meer sociale contacten. Arbeidsmatige dagbesteding heeft een meerwaarde om ervoor te zorgen dat mensen maatschappelijk betrokken blijven.

Arbeidsmatige dagbesteding heeft als doel niet alleen een effect te hebben op de inwoners, maar ook op mensen in hun omgeving: partners, mantelzorgers, gezinsleden, etc.

Arbeidsmatige dagbesteding sluit zoveel mogelijk aan bij normale (algemene) voorzieningen, bij voorkeur in de wijk.

Met de inzet van Arbeidsmatige Dagbesteding worden in zijn algemeenheid de volgende resultaten beoogd:

•Het bieden van een werkplek waarin de capaciteiten van de Cliënt optimaal gebruikt en ontwikkeld worden en waarvan het veiligheidsrisico is bepaald;

•Een takenpakket dat passend is bij de (ontwikkeling)mogelijkheden van Cliënt;

•Het leren van praktische vaardigheden ten behoeve van het uitvoeren van de werkzaamheden;

•Het ontwikkelen van de motivatie, zelfwerkzaamheid, zelfredzaamheid en participatie;

•Het aanleren van algemene beroepsvaardigheden;

•Het aanleren van algemene werknemersvaardigheden;

•Het leren van sociale en communicatieve vaardigheden mede om risico op vereenzaming te verkleinen en de risico’s voor de omgeving (waaronder overlast) te verkleinen;

•Het voorkómen van overbelasting van de mantelzorger;

•Het verbeteren van het niveau van maatschappelijke participatie; en

•Het vergroten van zelfvertrouwen en autonomie.

De keuze ten aanzien van het in te zetten product binnen dit perceel wordt bepaald door de complexiteit van de hulpvraag. Binnen de context van en conform de gemeentelijke beleidsregels Wmo https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR641184/1#d270264944e213 beoordeelt de gemeente de complexiteit van de hulpvraag van de inwoner op basis van de volgende kenmerken:

•Er is sprake van enkelvoudige of meervoudige problematiek of aandoeningen;

•De mate van zelfregie van de inwoner;

•Het aantal levensgebieden waarop de inwoner ondersteuning nodig heeft;

•De mate van inzicht in de eigen beperkingen; en

•De planbaarheid van hulpvragen of de mate van uitstelbaarheid en de onverwachtheid ervan.

Deze aspecten komen terug in de producten die de gemeenten onderscheidt binnen het perceel Arbeidsmatige Dagbesteding.

3.1.Product Arbeidsmatige Dagbesteding Ondersteunend

Arbeidsmatige Dagbesteding Ondersteunend is erop gericht door stimulans en/of toezicht ervoor te zorgen dat de Cliënt in staat is zijn maatschappelijke deelname zelfstandig vorm te geven. Arbeidsmatige Dagbesteding Ondersteunend voorziet in een structurele activerende daginvulling, sociale contacten en zingeving. Bij de activiteiten wordt begeleiding geboden in een groep. Persoonlijke begeleiding bij de activiteiten is niet noodzakelijk.

3.1.1.Productspecifieke eisen Arbeidsmatige Dagbesteding Ondersteunend

Arbeidsmatige Dagbesteding Ondersteunend wordt uitgevoerd door een beroepskracht met een passende opleiding en die beschikt over relevante (ervarings)deskundigheid, kennis en competenties. Vrijwilligers kunnen een gedeelte van de zorg en begeleiding op zich nemen met ondersteuning en onder verantwoordelijkheid van een beroepskracht. De vrijwilliger dient deskundig en competent te zijn voor de toegewezen taak.

3.2.Product Arbeidsmatige Dagbesteding Basis

Arbeidsmatige Dagbesteding Basis voorziet in een structurele activerende daginvulling. Het activiteitenprogramma van dit product biedt de Cliënt structuur, sociale contacten en zingeving. Bij de activiteiten wordt begeleiding geboden in een groep. Persoonlijke begeleiding bij de activiteiten is soms noodzakelijk.

3.2.1.Productspecifieke eisen Arbeidsmatige Dagbesteding Basis

Arbeidsmatige Dagbesteding Basis wordt uitgevoerd door een beroepskracht met een passende opleiding en die beschikt over relevante (ervarings)deskundigheid, kennis en competenties.

3.3.Product Arbeidsmatige Dagbesteding Specialistisch

Arbeidsmatige Dagbesteding Specialistisch voorziet in een hoog intensieve begeleiding en sluit aan bij de mogelijkheden en wensen van de Cliënt. De begeleidingsintensiteit is hoog en persoonlijke begeleiding bij de activiteiten is noodzakelijk. Er is methodische ondersteuning noodzakelijk met hierbij een multidisciplinaire aanpak waarvoor een hoge mate van specialistische kennis en methodische vaardigheden vereist zijn. De omgeving dient te zijn aangepast aan de mogelijkheden en beperkingen van de Cliënt.

3.3.1.Productspecifieke eisen Arbeidsmatige Dagbesteding Specialistisch

Arbeidsmatige Dagbesteding Specialistisch wordt uitgevoerd door een beroepskracht met een passende opleiding en die beschikt over relevante (ervarings)deskundigheid, kennis en competenties. Dit gebeurt onder supervisie van een beroepskracht met een passende hbo-opleiding, tenzij de beroepskracht zelf al hbo-opgeleid is.

4.Perceel 4: Beschut Wonen in een Gemeenschap

4.1 Product Beschut wonen in een Gemeenschap

Beschut Wonen in een Gemeenschap houdt in dat de Cliënt in een zelfstandige woning binnen een woongemeenschap woont en hierbij in meer of mindere mate begeleiding door een wooncoördinator krijgt.

Beschut Wonen in een Gemeenschap is een vorm van begeleiding en toezicht door een wooncoördinator. De wooncoördinator woont bij voorkeur op het wooncomplex, maar hoeft niet 24/7 en/of op afroep beschikbaar te zijn. Hij zet zich in op het vormgeven en invullen van het dagelijkse leven van de Cliënt samen met andere bewoners van de woongemeenschap, ook al woont elke bewoner in zijn eigen woning. Een deel van de begeleiding wordt informeel door de gemeenschap opgepakt. Dit houdt in dat de bewoners elkaar ondersteunen en helpen. De wooncoördinator ondersteunt en helpt de bewoners hierbij op een aagdrempelige wijze. Het bouwen en onderhouden van de gemeenschap wordt begeleid door de wooncoördinator in de vorm van (gemeenschappelijke) activiteiten.

De wooncoördinator bewaakt of het goed gaat met de cliënt. De wooncoördinator vervult hierbij een signaalfunctie richting het begeleidingsteam van de aanbieder. Hij maakt deel uit van dit team en wordt door dit team ondersteund. Hij bespreekt cliënten met het begeleidingsteam en signaleert wanneer meer of juist minder overige hulp en/of ondersteuning nodig is.

Een Cliënt komt voor dit product in aanmerking:

1Als en zo lang hij een vorm van Wmo-begeleiding nodig heeft zoals die in deze opdracht worden onderscheiden. Dit kan alleen dit product Beschut Wonen betreffen, maar dat kunnen aanvullend ook andere typen Wmo-begeleiding zijn; en

2Als en zo lang hij woont in een woongemeenschap als bedoeld in dit product Beschut Wonen.

Al het toezicht en alle begeleiding door de wooncoördinator, hetzij individueel, hetzij in groepsverband die een Cliënt van de woongemeenschap nodig heeft, valt onder het product Beschut Wonen in een Gemeenschap. Als aanvullend op de begeleiding door de wooncoördinator Individuele Begeleiding, Begeleiding in Groepsverband of Arbeidsmatige Dagbesteding nodig is voor de cliënt om de voor hem gestelde doelen te bereiken, dan valt dit niet onder Beschut Wonen in een Gemeenschap en wordt dit apart en aanvullend door de gemeente beschikt.

Met de inzet van Beschut Wonen in een Gemeenschap worden in zijn algemeenheid de volgende resultaten beoogd:

1De cliënt kan op een gegeven moment uitstromen uit Beschut Wonen, omdat hij volledig zelfstandig kan gaan wonen, dus zonder inzet van het product Beschut Wonen; of

2De inzet van dit product Beschut Wonen voorkómt dat zwaardere vormen van begeleid en/of beschermd wonen dienen te worden ingezet voor de cliënt.

De inzet van de wooncoördinator draagt hieraan bij op basis van de volgende algemene doelen voor de Cliënt:

•De Cliënt ontwikkelt vaardigheden of handelingen om de zelfredzaamheid te stimuleren/te ontwikkelen, te stabiliseren of achteruitgang zoveel mogelijk tegen te gaan of gecontroleerd te laten verlopen;

•De Cliënt is in staat de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen uit te (blijven) voeren, een gestructureerd huishouden te (blijven) voeren en/of deel te (blijven) nemen aan het maatschappelijke verkeer. Waar mogelijk wordt de Cliënt toegeleid naar begeleiding groep, algemene of voorliggende voorzieningen; en/of

•Mantelzorger(s) in de thuissituatie worden ontlast.

Beschut Wonen in een Gemeenschap wordt uitgevoerd door een beroepskracht met een passende opleiding en die beschikt over relevante (ervarings)deskundigheid, kennis en competenties. Dit gebeurt onder supervisie van een beroepskracht met een passende hbo-opleiding, tenzij de beroepskracht zelf al hbo-opgeleid is.

5.Perceel 5: Kortdurend Verblijf

Binnen het perceel van Kortdurend Verblijf is slechts één product aanwezig. Zie de hierna volgende beschrijving.

5.1.Product Kortdurend verblijf

Kortdurend Verblijf kan toegekend worden indien de Cliënt tijdelijk is aangewezen op 24-uurs toezicht en er een noodzaak is voor het ontlasten van de mantelzorger, dan wel ter voorkoming van volledige opname in een instelling. Bij de afweging om Kortdurend Verblijf in te zetten wordt eerst beoordeeld of ontlasten van de mantelzorger niet binnen de eigen sociale omgeving of via een algemene voorziening kan worden bereikt. De duur van de inzet van Kortdurend Verblijf is afhankelijk van de individuele situatie van de Cliënt.

De aanbieder zorgt dat er 24 uur per dag toezicht aanwezig is tijdens het kortdurend verblijf. De Aanbieder biedt een verantwoord sociaal verblijfsklimaat met ontspanning en activiteiten. De veiligheid van de Inwoner binnen dit verblijfsklimaat is geborgd.

6.Perceel 6: Vervoer

Dit product Vervoer heeft uitsluitend betrekking op (medisch) noodzakelijk vervoer van en naar Begeleiding in Groepsverband, Arbeidsmatige Dagbesteding en/of Kortdurend Verblijf zoals beschreven in deze Opdracht. (Medisch) noodzakelijk betekent dat geen vervoersvoorziening door de gemeente wordt toegekend indien de Cliënt zelf in staat is om met behulp van eigen vervoer, zijn sociale netwerk, een openbaar vervoersvoorziening of een andere algemene of gemeentelijke vervoersvoorziening de locatie van de Begeleiding in Groepsverband, Arbeidsmatige Dagbesteding en/of Kortdurend Verblijf te bereiken.

Het Vervoer wordt verzorgd door of in opdracht van de aanbieder. De aanbieder zorgt ervoor dat de Cliënt op tijd wordt gehaald en gebracht en de rit gaat van deur tot deur, tenzij er sprake is van groepsvervoer met een vaste opstapplaats. De Cliënt wordt volgens afspraak opgehaald en is niet te lang onnodig onderweg. Over wijzigingen in het vervoer wordt de Cliënt tijdig geïnformeerd. Aanbieder borgt de veiligheid van de Cliënt tijdens het vervoer.

Een indicatie voor Vervoer wordt alleen toegekend aan Cliënten met extramurale begeleiding. Indien de cliënt tegelijk met Begeleiding in Groepsverband, Arbeidsmatige Dagbesteding en/of Kortdurend Verblijf ook behandeling op grond van de Zorgverzekeringswet krijgt, en voor het vervoer van en naar de locatie van de Begeleiding in Groepsverband, Arbeidsmatige Dagbesteding en/of Kortdurend Verblijf op grond van zijn zorgverzekering een reiskostenvergoeding ontvangt, dan wordt dit gelijk gesteld aan een oplossing in het eigen sociaal netwerk.

Een Aanbieder mag een Cliënt die een beschikking krijgt/heeft gekregen voor Begeleiding in Groepsverband, Arbeidsmatige Dagbesteding en/of Kortdurend Verblijf niet weigeren op grond van het feit dat voor de betreffende cliënt de inzet van dit product Vervoer noodzakelijk is.

Bij het bepalen van de reisafstand hanteert de gemeente het uitgangspunt is dat de Begeleiding in Groepsverband, Arbeidsmatige Dagbesteding en/of Kortdurend Verblijf zo dicht mogelijk bij het woonadres van de Cliënt plaatsvindt, zodat de vervoersbewegingen zo beperkt mogelijk blijven. Indien de Cliënt kiest voor een locatie verder weg, dan zijn de (extra) kosten voor rekening van de Cliënt. Het is niet toegestaan om extra kosten bij de Cliënt in rekening te brengen voor vervoer van en naar de dichtstbijzijnde locatie.

De gemeente onderscheidt ten aanzien van de te hanteren tarieven 3 afstandsklassen voor Vervoer:

•0 tot 5 kilometer enkele reis voor de cliënt;

•5 tot 10 kilometer enkele reis voor de cliënt;

•10 kilometer of meer enkele reis voor de cliënt.

Zie ook de bijlage over de Tarieven bij deze opdracht.

Naast deze afstandsklassen worden binnen het perceel Vervoer worden twee typen vervoer onderscheiden: Vervoer Regulier en Vervoer Rolstoel.

6.1.Product Vervoer Regulier

Bij de inzet van Vervoer Regulier dient te worden voldaan aan de hierboven algemene eisen en criteria ten aanzien van de inzet van Vervoer.

6.1.1.Productspecifieke eisen Vervoer Regulier

Voor de inzet van Vervoer Regulier gelden verder de volgende productspecifieke eisen:

•Voor de uitvoering van vertrek- en ophaaltijden geldt de volgende marge: In geval van een opgegeven vertrek- en ophaaltijd geldt een maximale spreiding van 15 minuten voor en 15 minuten na de afgesproken tijd;

•Bij het omrijden voor een combinatie mag de maximale reistijd 45 minuten duren voor een Cliënt. De totale reistijd dient vooraf berekend te worden, zodat de Cliënt op de afgesproken tijd arriveert;

•De chauffeur:

–Voldoet aan de wettelijke eisen die worden gesteld aan personenvervoer;

–Is in bezit van een geldig certificaat voor levensreddend handelen en reanimatie;

–Heeft kennis van en ervaring met het bedienen van verschillenden hulpmiddelen, zoals een (elektrische) rolstoel of scootmobiel; en

–Beheerst zit- en tiltechnieken ten behoeve van Cliënten met een fysieke beperking.

6.2.Product Vervoer Rolstoel

Het product Vervoer Rolstoel wordt toegekend aan Cliënten waarvoor een medische noodzaak bestaat voor het gebruik van een rolstoelgebruik om zich te kunnen verplaatsen.

6.2.1. Productspecifieke eisen Vervoer Rolstoel

Voor de inzet van Vervoer Rolstoel gelden de volgende productspecifieke eisen:

•Voor de uitvoering van vertrek- en ophaaltijden geldt de volgende marge: In geval van een opgegeven vertrek- en ophaaltijd geldt een maximale spreiding van 15 minuten voor en 15 minuten na de afgesproken tijd;

•Bij het omrijden voor een combinatie mag de maximale reistijd 45 minuten duren voor een Cliënt. De totale reistijd dient vooraf berekend te worden, zodat de Cliënt op de afgesproken tijd arriveert;

•De chauffeur:

–Voldoet aan de wettelijke eisen die worden gesteld aan personenvervoer;

–Is in bezit van een geldig certificaat voor levensreddend handelen en reanimatie;

–Heeft kennis van en ervaring met het bedienen van verschillenden hulpmiddelen, zoals een (elektrische) rolstoel of scootmobiel; en

–Beheerst zit- en tiltechnieken ten behoeve van Cliënten met een fysieke beperking.

•Rolstoelvoertuigen dienen te voldoen aan de richtlijnen voor het vervoer en de richtlijnen voor chauffeurs Code VVR (Veilig Vervoer Rolstoelinzittenden).

Bijlage VI concrete werkdoelen en activiteiten Begeleiding, dagbesteding, arbeidsmatige dagbesteding,kortdurend verblijf en beschut wonen in een gemeenschap

Het gaat om werkdoelen en activiteiten die samenhangen met het resultaat dat wordt beschreven in het Ondersteuningsplan

Doelen hebben betrekking op:

Domein

Financiën

Het voeren van de eigen (financiële) administratie

Het hebben van inzicht in de financiële situatie, waaronder het inkomens- en uitgavenpatroon

Het hebben van een geordende (financiële) administratie

Het verwerken van post

Het beheren van de financiën, waaronder het tijdig betalen van rekeningen

Het in balans hebben van inkomsten en uitgaven

Huisvesting

Het zelfstandig bewonen van een leefbare, geordende en schone woonruimte

•Het kunnen vinden van passende woonruimte

•Het behouden van passende woonruimte

Huiselijke relaties

Het hebben van gezonde huiselijke relaties

•Het voorkomen van en de-escaleren van verstoorde huiselijke relaties

•Het hebben van een goede, open

•communicatie met de leden van het huishouden

Geestelijke gezondheid /verslaving

Het psychisch zelfstandig kunnen functioneren

•Het bewust van de eigen psychische toestand

•Het kunnen voeren van regie over het leven

•Het volgen van therapie/behandeling Het tijdig en correct gebruiken van medicatie

•Het voorkomen en/of verminderen van

•destructief gedrag

•Het beheersbaar maken en houden van verslavingsproblematiek, zoals het gebruik van middelen

Zelfzorg (lichamelijke gezondheid + activiteiten dagelijks leven)

Het zichzelf kunnen verzorgen en het kunnen zorgen voor een goede lichamelijke gezondheid

•Het bezoeken van medische behandelaars

•Het tijdig en correct gebruiken van medicatie

•Het hebben van een goede conditie

•Het gebruik maken van gezonde voeding

•Het wassen van het eigen lichaam

•Het dragen van schone kleding

•Het doen van boodschappen

•Het uitvoeren van eenvoudige huishoudelijke taken

Sociaal netwerk

Het hebben van en beroep kunnen doen op een gezond sociaal netwerk

•Het opbouwen van een gezond sociaal netwerk.

•Het ondersteunen van een sociaal netwerk

•Het in staat zijn een beroep te doen op het sociaal netwerk.

•Het kunnen aangaan van sociale relaties

Het voorkomen van overbelasting van het sociaal netwerk

•Het aanleren van en oefenen met het sociaal netwerk (w.o. mantelzorger) hoe om te gaan met de gevolgen van de beperkingen van de cliënt

Dagbesteding en maatschappelijke participatie

Het naar vermogen actief kunnen deelnemen aan de maatschappij

•Het aanbrengen van dagstructuur

•Het kunnen plannen en uitvoeren van taken

•Het nakomen van afspraken

•Het voorkomen en verminderen van overlast

•Het hebben van een zinvolle dagbesteding (relatie met BG groep en P-wet)

1< 2 kamers

2> 3 kamers

3Mogelijk gedragsproblemen en/ of psychiatrische problematiek staan niet op de voorgrond en zijn niet bepalend voor de in te zetten ondersteuning

4Gedacht kan worden aan weglooprisico, agressie en geweld: risico op fysieke gevaren zoals ernstige epilepsie, verslikken etc.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.