Aanhef
artikel 174a Gemeentewet en artikel 17 Woningwet
Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders en van de burgemeester, zulks ieder voor zover het hun eigen bevoegdheid betreft, houdende regels de bestuurlijke aanpak van de aanwezigheid van en handel in illegaal vuurwerk in de gemeente Hoeksche Waard.
Bijlage I Juridisch kader
Paragraaf 2 van deze beleidsregel bevat reeds een overzicht van de voor deze beleidsregel van belang zijnde wet- en regelgeving. Volledigheidshalve zijn hierna de volledige wettelijke bepalingen waar in paragraaf 2 naar wordt verwezen opgenomen.
Art. 1.2.2 Vuurwerkbesluit
1Het is verboden professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, indien bestemd voor particulier gebruik, binnen het grondgebied van Nederland te brengen, op te slaan, te vervaardigen, voorhanden te hebben of aan een ander ter beschikking te stellen.
(…)
4Het is verboden vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik binnen het grondgebied van Nederland te brengen, op te slaan, te vervaardigen, toe te passen, voorhanden te hebben, aan een ander ter beschikking te stellen of tot ontbranding te brengen, indien dat niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens dit besluit.
Art. 1.2.2a Vuurwerkbesluit
Het is verboden, (…), vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik op te slaan of te bewerken indien niet wordt voldaan aan de voorschriften die zijn gesteld krachtens artikel 9.2.2.1, derde lid, van de Wet milieubeheer, dan wel krachtens dit besluit.
Art. 7.10 Bouwbesluit 2012
Onverminderd het bij of krachtens dit besluit bepaalde, is het verboden in, op, aan, of nabij een bouwwerk voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten, werktuigen, middelen of voorzieningen te gebruiken of niet te gebruiken, of anderszins belemmeringen op te werpen of hinder te veroorzaken waardoor:
a) brandgevaar wordt veroorzaakt of
b) bij brand een gevaarlijke situatie wordt veroorzaakt.
Art. 7.22 Bouwbesluit 2012
Onverminderd het bij of krachtens dit besluit bepaalde, is het verboden in, op, aan een bouwwerk of op een open erf of terrein voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen, handelingen te verrichten of na te laten of werktuigen te gebruiken waardoor
(…)
d) instortings- omval of ander gevaar wordt veroorzaakt.
Art. 1a Woningwet
De eigenaar van een bouwwerk, open erf of terrein of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het daaraan treffen van voorzieningen draagt er zorg voor dat als gevolg van de staat van dat bouwwerk, open erf of terrein geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat dan wel voortduurt.
En
Een ieder die een bouwwerk bouwt, gebruikt, laat gebruiken of sloopt, dan wel een open erf of terrein gebruikt of laat gebruiken, draagt er, voor zover dat in diens vermogen ligt, zorg voor dat als gevolg van dat bouwen, gebruik of slopen geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat dan wel voortduurt.
Art. 1b Woningwet
Het is verboden een bouwwerk, open erf of terrein in gebruik te nemen, te gebruiken of te laten gebruiken, anders dan in overeenstemming met de op die ingebruikneming of dat gebruik van toepassing zijnde voorschriften.
Art. 17 Woningwet
Indien herhaaldelijke overtreding van artikel 1a of artikel 1b naar het oordeel van het bevoegd gezag gepaard gaat met een bedreiging van de leefbaarheid of een gevaar voor de gezondheid of de veiligheid, kan het bevoegd gezag besluiten dat gebouw, open erf of terrein te sluiten. Het bevoegd gezag kan van de overtreder de ingevolge artikel 5:25 van de Algemene Wet bestuursrecht verschuldigde kosten invorderen bij dwangbevel.
Art. 92a Woningwet
1Het bevoegd gezag kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van een overtreding van het verbod van artikel 1b, indien de overtreder minder dan twee jaar voorafgaande aan die overtreding een overtreding van artikel 1b heeft begaan.
2(…)
Art. 174a Gemeentewet
1De burgemeester kan besluiten een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te sluiten, indien door gedragingen in die woning of het lokaal of op het erf de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf wordt verstoord.
2De in het eerste lid genoemde bevoegdheid komt de burgemeester eveneens toe in geval van ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde op de grond dat de rechthebbende op de wonnig, het lokaal of het erf eerder een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf op een zodanige wijze heeft gebruikt of doen gebruiken, dat die woning, dat lokaal of dat erf op grond van het eerste lid gesloten is en er aanwijzingen zijn dat betrokkene de woning, het lokaal of het erf waarvan hij rechthebbende is eveneens op zodanige wijze zal gebruiken of doen gebruiken;
3(…)
Bepalingen betreffende de Omgevingswet (nog niet in werking getreden)
Art. 1.6 Omgevingswet
Een ieder draagt voldoende zorg voor de fysieke leefomgeving.
Art. 4.3 Omgevingswet
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de volgende activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving;
a) bouwactiviteiten, sloopactiviteiten en het gebruik en het in stand houden van bouwwerken.
Art. 4.21 Omgevingswet
1De in artikel 4.3 bedoelde regels over bouwactiviteiten, sloopactiviteiten en het gebruik en het in stand houden van bouwwerken worden gesteld met het oog op:
a) het waarborgen van de veiligheid
b) het beschermen van de gezondheid
c) duurzaamheid en bruikbaarheid
2De regels strekken er in ieder geval toe dat:
(…)
b) een brandveilig gebruik van bouwwerken is gewaarborgd.
Art. 5.1 Omgevingswet
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten:
a) een omgevingsplanactiviteit.
Art. 6.1 Besluit bouwwerken leefomgeving
Dit hoofdstuk is van toepassing op het gebruik van bouwwerken.
Art. 6.2 Besluit bouwwerken leefomgeving
De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op:
a.het waarborgen van de brandveiligheid
(…)
Art. 6.3 Besluit bouwwerken leefomgeving
Aan de regels in dit hoofdstuk wordt voldaan door degene die het bouwwerk gebruikt. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over die activiteit.
Art. 6.4 Besluit bouwwerken leefomgeving
Diegene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat als gevolg van het gebruik één van de volgende situaties kan ontstaan, si verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om te voorkomen dat:
a) brandgevaar wordt veroorzaakt
b) bij brand een gevaarlijke situatie wordt veroorzaakt
c) bij melding van, alarmering bij of bestrijding van brand wordt belemmerd
d) het gebruik van vluchtmogelijkheden bij brand wordt belemmerd
e) het redden van personen of dieren bij brand worden belemmerd en
f) er op een andere manier gevaar voor de brandveiligheid ontstaat of voortduurt.
Bijlage II Procedure bij toepassing last onder dwangsom/last onder bestuursdwang
Onderzoek en verzoek bestuurlijke maatregel
De gemeente is voor wat betreft de aanpak van illegaal vuurwerk hoofdzakelijk afhankelijk van informatie uit opsporingsonderzoeken van de politie. De politie verstrekt deze informatie in de vorm van een bestuurlijke rapportage aan de burgemeester in het kader van zijn taak tot handhaving van de openbare orde en veiligheid. In de bestuurlijke rapportage, waarin de gemeente wordt verzocht een bestuurlijke maatregel te treffen ten aanzien van het betreffende pand waar door de Politie illegaal vuurwerk is aangetroffen, bevat in ieder geval de volgende informatie:
-Adres van het pand;
-Aangetroffen hoeveelheid vuurwerk;
-Soorten aangetroffen vuurwerk;
-Datum waarop vuurwerk is aangetroffen;
-Naam van de eigenaar van het pand;
-Proces-verbaal van bevindingen van de politie;
-Indien van toepassing: namen van gebruikers van het pand, zaken die wijzen op verstrekkingen aan eindgebruikers, aanwijzingen dat sprake is van georganiseerde criminaliteit en eventuele aanvullende bij de politie bekende informatie.
Vooraankondiging en zienswijze
Zoals in paragraaf 2.2 toegelicht, hebben zowel de burgemeester als het college van B&W onafhankelijk van elkaar in bepaalde gevallen de bevoegdheid om na constatering van de aanwezigheid van of handel in illegaal vuurwerk over te gaan tot sluiting van panden. Het betreffen bevoegdheden tot het opleggen van een last onder bestuursdwang in de zin van artikel 5:21 Awb. De bepalingen van de Awb zijn derhalve van overeenkomstige toepassing.
Alvorens een besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom dan wel een last onder bestuursdwang te nemen, wordt in beginsel het voornemen daartoe bekend gemaakt. De overtreder aan wie de last wordt opgelegd en eventueel aanwezige overige belanghebbenden worden via een dergelijke vooraankondiging conform artikel 4:8 en 4:9 Awb uitgenodigd om binnen veertien dagen schriftelijk hun zienswijze over het voorliggende dossier kenbaar te maken. De schriftelijke zienswijze vermeld dat de overtreder of belanghebbende geen gebruik wenst te maken van de mogelijkheid om zijn zienswijze mondeling toe te lichten bij een zienswijzengesprek.
De overtreder of belanghebbende kan binnen veertien dagen na ontvangst van de vooraankondiging ook verzoeken om zijn zienswijzen mondeling kenbaar te maken. Hij of zij ontvangt dan uiterlijk twee weken voor aanvang van het zienswijzengesprek een schriftelijke uitnodiging. Het zienswijzengesprek kan desgewenst worden gevoerd door een aan te wijzen gemachtigde.
Begunstigingstermijn
In een last onder bestuursdwang en een last onder dwangsom moet ingevolge artikel 5:25, tweede lid en artikel 5:32a, tweede lid Awb in beginsel een begunstigingstermijn worden opgenomen. Indien op grond van deze beleidsregel bestuursdwang wordt toegepast, houdt begunstiging in dat de overtreder de gelegenheid krijgt om spullen uit het pand mee te nemen die hij of zij gedurende de sluiting nodig heeft. De op te leggen last heeft immers tot doel om herhaling van een overtreding te voorkomen, nu met de inbeslagname van illegaal vuurwerk door de politie niet langer sprake is van directe gevaarzetting en de overtreding reeds is beëindigd. Afhankelijk van de situatie wordt de begunstigingstermijn, gelet op de ernst van de situatie, op maximaal 48 uur gesteld.
Met betrekking tot de lasten onder dwangsom die in het kader van deze beleidsregel worden opgelegd, geldt dat aan de last om dezelfde reden geen begunstigingstermijn hoeft te worden verbonden.
Bekendmaking en effectuering besluit
Het besluit dat wordt overgaan tot oplegging van een last onder bestuursdwang wordt bekend gemaakt aan de overtreder, aan de handhavingspartners en aan eventuele andere belanghebbenden, zoals de pandeigenaar (artikel 5:24, derde lid, van de Awb). De last houdt in de praktijk in dat het pand ontoegankelijk is en blijft gedurende de termijn van sluiting en dat een aankondiging van sluiting duidelijk zichtbaar wordt aangebracht op het betreffende pand. Veelal zal de sluiting door de feitelijke handeling van vervanging van sloten op de toegangsdeuren plaatsvinden. Het is verboden een gesloten pand of het daarbij behorende erf te betreden.
Het besluit tot oplegging van een last onder dwangsom wordt ingevolge artikel 5:32 Awb bekend gemaakt aan de overtreder.
Aanzegging tot kostenverhaal
In het besluit tot opleggen van een last onder bestuursdwang wordt tegelijk een aanzegging tot kostenverhaal opgenomen in het geval het bestuursorgaan de last uitvoert. De kosten van bestuursdwang kunnen op basis van het bepaalde in artikel 5:25 van de Awb worden verhaald op de overtreder(s).
Na traject
Indien op grond van deze beleidsregel is overgegaan tot sluiting, vindt na afloop van de sluitingstermijn in overleg met de rechthebbende en/of de pandeigenaar een overdracht van het gesloten pand plaats. Indien er ernstige vrees bestaat voor herhaling van de verstoring van de openbare orde, dan kunnen er aanvullende maatregelen worden genomen. Zo kan het pand dan in aanmerking komen voor een verlenging van de duur van de sluiting, in welk geval de betrokkenen opnieuw worden gehoord. Een andere mogelijkheid is het opleggen van een preventieve last onder dwangsom.
Bezwaar en beroep
Indien degene aan wie in het kader van deze beleidsregel een last is opgelegd of een andere belanghebbende zich niet kan verenigen met het besluit van het college van B&W of de burgemeester tot oplegging van die last, dan kunnen zij hiertegen op grond van de Awb bezwaar maken. Tegen de beslissing op bezwaar staat beroep bij de rechtbank open en vervolgens hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
[1] Kamerstukken II 1996/97, 24699, nr 5.