Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilvarenbeek;
overwegende dat,
het gewenst is om een beleidsregel[s] vast te stellen omtrent mantelzorgwoningen.
gelet op artikel 4:81, eerste lid, Algemene Wet Bestuursrecht;
De regeling biedt een uitbreiding van de landelijke, vergunningsvrije mantelzorgmogelijkheden.
Met een tijdelijke omgevingsvergunning kunnen ook mensen zónder zorgindicatie in een mantelzorgwoning gaan wonen als zij:
-de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt óf
-een reële verwachting hebben dat binnen 10 jaar een zorgbehoefte zal ontstaan.
de beleidsregel verruimde regeling mantelzorgwoningen gemeente Hilvarenbeek;
De verruimde regeling
Procedure
Het doel van deze beleidsregel is om de reikwijdte van de landelijke, vergunningsvrije regeling van het Bor te verruimen. Het ligt niet binnen de bevoegdheden van de gemeente om aan die regeling vergunningsvrije gebruiksmogelijkheden toe te voegen. De gewenste aanvulling moeten we daarom realiseren door het verlenen van vergunning. Het college kan voor ten hoogste tien jaar tijdelijke omgevingsvergunningen afgeven voor gebruik dat afwijkt van het bestemmingsplan (artikel 4, onderdeel 11 van Bijlage II van het Bor).
We nemen aan dat de termijn van tien jaar lang genoeg is om de periode naar de ver-gunningsvrije mantelzorg te overbruggen.
Vergunningverlening biedt ook de mogelijkheid om maatwerk te leveren. In de afweging kunnen de specifieke omstandigheden van de aanvrager meegenomen worden.
Verder is de vergunning persoonsgebonden en kan die dus niet aan anderen worden overgedragen.
Reikwijdte
De aanvulling op de vergunningsvrije mogelijkheden zit in de reikwijdte van de regeling. We lopen vooruit op de situatie waarin de behoefte aan zorg of ondersteuning de zwaarte bereikt, die het Bor in de definitie van mantelzorg bedoelt. We passen de verruiming toe in de volgende gevallen:
1De aanvrager heeft de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Dit criterium is objectief te bepalen en sluit aan bij de motivatie die we in de inleiding hebben gegeven voor de verruiming.
2De aanvrager heeft de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet bereikt, maar er is een reële verwachting dat binnen tien jaar een zorgbehoefte gaat ontstaan. Het is aan de aanvrager om in zijn aanvraag aannemelijk te maken dat die verwachting ge-rechtvaardigd is.
Voor het overige sluiten we zo veel mogelijk aan bij de voorwaarden van de landelijke regeling om het verschil tussen beide regiems minimaal en daardoor de overgang van de ene naar de andere zo soepel mogelijk te houden.
Bouwen
Net als bij de mantelzorgregeling ziet deze beleidsregel alleen op een verruiming van de gebruiksmogelijkheden. Het uitgangspunt is dan ook dat het gebruik plaats moet vinden binnen de bestaande bouwmogelijkheden; er mag voor dit doel niet méér gebouwd worden dan volgens de regels van het bestemmingsplan en de vergunningsvrije mogelijkheden van het Bor al kan.
Maar, net zoals de vergunningsvrije mantelzorgregeling dat doet (artikel 7, 2e lid van bij-lage II van het Bor), maken we daar een uitzondering op voor de plaatsing van een bijbe-horend bouwwerk dat aan de volgende eisen voldoet:
1het is in zijn geheel of in delen verplaatsbaar,
2de oppervlakte is niet groter dan 100 m2, en
3het is gesitueerd buiten de bebouwde kom.
In tegensteling tot de landelijke regeling kan deze optie niet vergunningsvrij geboden worden. Het Bor koppelt die mogelijkheid immers direct aan de zwaardere mantelzorg-behoefte, die in deze regeling nog ontbreekt.
Wie gebruik wil maken van deze optie moet dat in de vergunningaanvraag voor de ver-ruimde mantelzorg meenemen.
Voor de eenduidigheid en om problemen in de overgang te voorkomen, leggen we verder geen beperkingen op zoals oppervlakte of bouwlagen die gebruikt mogen worden of een maximale afstand tot hoofdgebouw. Die zijn er ook in de landelijke regeling niet.
De tijdelijke woonruimte moet wel voldoen aan de (minimale) eisen die het Bouwbesluit aan een dergelijk gebruik stelt. Deze voorwaarde moet een minimaal niveau van woon-genot/-comfort, veiligheid e.d. garanderen.
Relatie zorgvrager – zorgverlener
Ook voor wat betreft de vereiste relatie tussen de zorgvrager en –verlener sluiten we aan bij de landelijke regeling, die uitgaat van een ‘bestaande sociale relatie’.
Het geeft duidelijk aan dat er een relatie moet zijn en dat die een sociale invalshoek moet hebben. Deze keuze geeft het beste de intentie weer van wat de voorwaarde beoogt.
Overige voorwaarden
Terwijl daar bij vergunningsvrije mantelzorgwoningen geen ruimte voor is, moet er bij vergunningverlening altijd een afweging van relevante belangen plaatsvinden. Hoewel we er naar streven om de aanvullende regels zoveel mogelijk te laten aansluiten bij de lan-delijke regeling, zal dat in de praktijk dus niet altijd helemaal mogelijk zijn.
Parkeren op eigen terrein:
Einde vergunning
De vergunning wordt afgegeven voor een periode van 10 jaar, maar eindigt eerder:
1als voldaan wordt aan de voorwaarden van de vergunningsvrije mantelzorg;
2als de (toekomstige) zorgverlener verhuist;
3als de persoon, ten behoeve van wie de vergunning is verleend en zijn of haar partner geen gebruik (meer) maken van de vergunning.
Handhaving
Nadat de vergunning is beëindigd en er op dat moment geen sprake is van vergunnings-vrije mantelzorg, moet de mantelzorgwoning verwijderd worden. Het tijdelijk gebruik voor mantelzorg mag in geen geval tot een permanente woonbestemming en/of woon-gebruik leiden. Na beëindiging van de mantelzorgsituatie mag het bouwwerk niet langer gebruikt worden voor zelfstandige bewoning en moeten aangebrachte voorzieningen, zoals een badkamer en keuken verwijderd worden en blijven.
Maatwerk/hardheidsclausule
De uitgangspunten in deze beleidsregel zijn in beginsel leidend voor de beoordeling van aanvragen. Maar het college zal in voorkomende gevallen altijd de bijzondere omstan-digheden van de concrete aanvraag in zijn beoordeling mee afwegen. Als die omstandig-heden daar aanleiding toe geven of als een strikte toepassing van de regels onevenredig nadelige gevolgen heeft voor de aanvrager, kan het besluit daarop aangepast worden, ook als daarmee wordt afgeweken van de algemene uitgangspunten van deze regeling.