Bijlage A Procedureboek Handhaving (uitvoeringsprotocollen)
Bijlage A Procedureboek Handhaving (uitvoeringsprotocollen) Inhoudsopgave
Inhoudsopgave 4
1Inleiding 5
2Handhavingsprocessen 5
2.1. Beheer van informatie(geautomatiseerd objectenbestand) 6
2.2. Beheer van informatie(dossiervorming) 9
2.3. Optreden tegen overtredingen door eigen organisatie 11
2.4. Interne afstemming, inclusief vergunningverlening 13
2.5. Klacht/ melding afhandeling 16
2.6. Optreden n.a.v. ongewone voorvallen/calamiteiten 18
2.7. informatie-uitwisseling 21
2.8. Gelijktijdige handhavingsbevoegdheid 25
2.9. Uitvoeren van een controle 28
2.10. Uitvoeren van een hercontrole 33
2.10.1. Verslag van bevindingen integrale controle 38
2.10.2. Verslag van bevindingen bouwcontrole 40
2.11. Roulatiesysteem toezichthouders 42
DWANGSOMHOOGTEN EN BEGUNSTIGINGSTERMIJN PER OVERTREDING 60
REKENMODEL BEPALING DWANGSOMHOOGTE NIET PLAATSEN LUCHTWASSERS 60
Inleiding 92
Wat de matrix wel en niet doet 92
Beleidsvelden/handhavingsthema’s 92
Risico 92
In dit hoofdstuk zijn de diverse handhavingsprocessen beschreven.
2. Handhavingsprocessen
2.1. Beheer van informatie(geautomatiseerd objectenbestand)
Onderwerp:
Protocol 2.1 Beheer van informatie (geautomatiseerd objectenbestand)
Datum: 01-12-2020
Verantwoordelijke:
Handhavingscoördinator
Revisiedatum: 10 januari 2023
Monitoringstabel
2.2. Beheer van informatie(dossiervorming)
Onderwerp:
Protocol 2.2 Beheer van informatie (dossiervorming)
Datum: 01-12-2020
Verantwoordelijke: handhavingscoördinator
Revisiedatum: 10-01-2023
2.3. Optreden tegen overtredingen door eigen organisatie
Onderwerp:
Protocol 2.3 Optreden tegen overtredingen door eigen organisatie
Datum: 01-12-2020
Verantwoordelijke: handhavingscoördinator
Revisiedatum: 10-01-2023
2.4. Interne afstemming, inclusief vergunningverlening
Onderwerp:
Protocol 2.4 Interne afstemming, inclusief vergunningverlening
Datum: 01-12-2020
Verantwoordelijke: handhavingscoördinator
Revisiedatum: 10-01-2023
2.5. Klacht/ melding afhandeling
Onderwerp:
Protocol 2.5 klacht/ melding afhandeling
Datum: 01-12-2020
Verantwoordelijke: handhavingscoördinator
Revisiedatum: 10-01-2023
2.6. Optreden n.a.v. ongewone voorvallen/calamiteiten
Onderwerp:
Optreden n.a.v. ongewone voorvallen/calamiteiten
Datum:
01-12-2020
Verantwoordelijke: handhavingscoördinator
Revisiedatum: 10-01-2023
Afhandeling
2.7. informatie-uitwisseling
Onderwerp:
informatie-uitwisseling
Datum:
01-12-2020
Verantwoordelijke: handhavingscoördinator
Revisiedatum: 10-01-2023
Informatieschema:
2.8 Afstemming bij ketenhandhaving
Onderwerp:
Afstemming bij ketenhandhaving
Datum: 01-12-2020
Verantwoordelijke: handhavingscoördinator
Revisiedatum: 10-01-2023
Afstemming en informatieoverdracht
2.8. Gelijktijdige handhavingsbevoegdheid
Onderwerp:
Gelijktijdige handhavingsbevoegdheid
Datum: 01-12-2020
Verantwoordelijke: handhavingscoördinator
Revisiedatum: 10-01-2023
Werkwijze
2.9. Uitvoeren van een controle
Onderwerp:
Protocol 2.10 Uitvoeren van een controle
Datum: 01-12-2020
Verantwoordelijke: handhavingscoördinator
Revisiedatum: 10-01-2023
Monitoringstabel
2.10. Uitvoeren van een hercontrole
Onderwerp:
Protocol 2.11 Uitvoeren van een hercontrole
Datum: 01-12-2020
Verantwoordelijke: handhavingscoördinator
Revisiedatum: 10-01-2023
Werkwijze
2.11 Rapportage controles
Onderwerp:
Protocol 2.12: Rapportage controles
Datum:
01-12-2020
Verantwoordelijke: handhavingscoördinator
Revisiedatum: 10-01-2023
Toepassing van rapportage
2.10.1. Verslag van bevindingen integrale controle
Uitvoering van de controle
Uitgevoerd door:
FORMTEXT
Sfeer van de controle :
FORMTEXT
Contact persoon tijdens de controle:
FORMTEXT
Algemeen
Dossier nummer:
FORMTEXT
Datum controle:
FORMTEXT
Aanvang controle:
FORMTEXT
Einde controle:
FORMTEXT
Weersomstandigheden:
FORMTEXT
Ligging van de inrichting:
FORMTEXT
Reden van de controle en doel van de controle
Reden en doel van de controle noemen
Tijdens het bezoek is gecontroleerd op de volgende aspecten: bouwen / milieu / brandveiligheid / APV / ...
Vergunningsituatie
Reeds aanwezige vergunningen/kennisgevingen:
Omgevingsvergunning bouwen:
FORMTEXT
Omgevingsvergunning milieu:
FORMTEXT
Melding Activiteitenbesluit:
FORMTEXT
Melding Gebruiksbesluit
FORMTEXT
Omgevingsvergunning FORMTEXT Wabo-activiteit
FORMTEXT
Het bedrijf valt onder het bestemmingsplan: Bestemmingsplan noemen
De bestemming betreft: Noemen welke bestemming het terrein in het bestemmingsplan heeft
Omschrijving van de constatering
Bij de controle zijn geen overtredingen geconstateerd.
Bij de controle zijn de volgende overtredingen geconstateerd:
1Overtreding: korte omschrijving overtreding 1
Dit is een overtreding van: overtreding voorschrift/bepaling
Om deze overtreding te beëindigen moet herstelmaatregel(en) noemen
2Overtreding: korte omschrijving overtreding
Dit is een overtreding van: overtreding voorschrift/bepaling
Om deze overtreding te beëindigen moet herstelmaatregel(en) noemen
Bij de controle zijn de volgende afwijkingen ten opzichte van de hiervoor genoemde omgevingsvergunning voor de activiteit Wabo-activiteit noemen geconstateerd:
wijzigingen t.o.v. vergunning opsommen
Bij de controle zijn de volgende afwijkingen ten opzichte van de hiervoor genoemde melding relevante regeling noemen geconstateerd:
wijzigingen t.o.v. melding opsommen
Conclusie / Samenvatting
Conclusie geven
Bijlage: FORMTEXT Eventuele bijlagen noemen, zoals foto's opnemen
2.10.2. Verslag van bevindingen bouwcontrole
Uitvoering van de controle
Uitgevoerd door:
FORMTEXT
Sfeer van de controle :
FORMTEXT
Contact persoon tijdens de controle:
FORMTEXT
Algemeen
Dossier nummer:
FORMTEXT
Datum controle:
FORMTEXT
Aanvangcontrole:
FORMTEXT
Einde controle:
FORMTEXT
Adres:
FORMTEXT
Percentage gereed:
FORMTEXT
Einddatum:
FORMTEXT
Reden van de controle en doel van de controle
Reden en doel van de controle noemen
Tijdens het bezoek is gecontroleerd op de volgende aspecten: bouwen /wapening / brandveiligheid / oplevering/...
Vergunningsituatie
R eeds aanwezige vergunningen:
Omgevingsvergunning bouwen:
FORMTEXT
Het bedrijf valt onder het bestemmingsplan: Bestemmingsplan noemen
De bestemming betreft: Noemen welke bestemming het terrein in het bestemmingsplan heeft
Omschrijving van de constatering
Bij de controle zijn geen overtredingen of afwijkingen geconstateerd.
Bij de controle zijn de volgende overtredingen geconstateerd:
3Overtreding: korte omschrijving overtreding 1
Dit is een overtreding van: overtreding voorschrift/bepaling
Om deze overtreding te beëindigen moet herstelmaatregel(en) noemen
4Overtreding: korte omschrijving overtreding
Dit is een overtreding van: overtreding voorschrift/bepaling
Om deze overtreding te beëindigen moet herstelmaatregel(en) noemen
Bij de controle zijn de volgende afwijkingen ten opzichte van de hiervoor genoemde omgevingsvergunning voor de activiteit Bouwen geconstateerd:
wijzigingen t.o.v. vergunning opsommen
Bij de controle zijn de volgende afwijkingen ten opzichte van de hiervoor genoemde melding Gebruiksbesluit geconstateerd:
wijzigingen t.o.v. melding opsommen
Conclusie / Samenvatting
Conclusie geven
Bijlage: FORMTEXT Eventuele bijlagen noemen, zoals foto's opnemen
Volgende controle:
FORMTEXT
Dit formulier is in overeenstemming met de digitale checklisten. Hier werken de bouwtoezichthouders hun controles in uit.
2.11. Roulatiesysteem toezichthouders
Onderwerp:
Protocol 2.13: Roulatiesysteem toezichthouders
Datum: 01-12-2020
Verantwoordelijke: handhavingscoördinator
Revisiedatum: 10-01-2023
Nadere afspraken
Begrippenlijst
Afkortingen
Wabo
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Bor
Besluit omgevingsrecht
Mor
Ministeriële regeling omgevingsrecht
DVO
Dienstverleningsovereenkomst
BLOM
Besluit landelijk overleg milieuwethandhaving
APV
Algemene Plaatselijke Verordening
PGS
Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen
PV
Proces-verbaal
KvK
Kamer van Koophandel
OM
Openbaar Ministerie
Wm
Wet milieubeheer
AMvB
Algemene Maatregel van Bestuur
Awb
Algemene wet bestuursrecht
HUP
Handhavingsuitvoeringsprogramma
HUM
Handhavingsuitvoeringsmethode
BWT
Bouw- en woningtoezicht
NVBR
Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding
Top-X
Omgevingsobjecten met een zeer negatief normconform gedrag
SBI
Standaard Bedrijfsindeling
IVB
Inrichtingen en Vergunningenbesluit
EPC
Energie Prestatie Coëfficiënt
Woo
Wet open overheid
WVO
Wet verontreiniging oppervlaktewater
LMA
Landelijk Afvalstoffen
VOS-besluit
Vluchtige organische stoffen
BEES
Besluit Emissie-eisen stookinstallaties
DIV
Documentaire Informatie Voorziening
Begrippen
Wat is het?
Sanctiestrategie
Beschrijft welke bestuursrechtelijke en/of strafrechtelijke sancties volgen na constatering van strijdigheden.
Gedoogstrategie
Beschrijft in welke uitzonderlijke gevallen gekozen kan worden om willens en wetens af te zien van handhaving.
Nalevingstrategie
Beschreven methodes op welke acties worden ondernomen om het naleefgedrag te verbeteren.
Toezichtstrategie
Beschrijft de vormen van toezicht en handhaving tot in detail, ten gunste van het behalen van een zo hoog mogelijk rendement.
Probleem- of Risicoanalyse
Het inzichtelijk maken van risico’s die kunnen ontstaan wanneer wet- en regelgeving niet correct wordt nageleefd.
Handhavingsarrangement
Beleidsdocument bevattende afspraken tussen OM en toezichthoudende organisaties aangaande specifieke samenwerkende acties
Flankerend beleid
Ondersteunend beleid vanuit andere disciplines.
Fysieke leefomgeving
De omgeving waarin we leven en die bescherming behoeft. Deze bescherming is onder meer vormgegeven vanuit de domeinen milieu, water, natuur, veiligheid, bouwen &wonen en ruimtelijke ordening.
Kleursporen
Voor de handhaving van de fysieke leefomgeving worden de volgende kleursporen gehanteerd:
Grijs voor de milieuwet- en regelgeving;
Blauw voor de waterkwaliteitswetgeving;
Rood voor de wetgeving rondom bouwen en ruimtelijke ordening;
Groen voor de wetgeving ter bescherming van natuur en landschap;
Externe partijen:
Partijen buiten de gemeente die deel kunnen nemen aan een handhavingsproces. Het gaat hierbij om de (regio)politie, het Openbaar Ministerie, het waterschap en de provincie.
Bijlage C Handreiking bestuurlijke sanctiemiddelen (versie 26 januari 2016)
INLEIDING
Op basis van artikel 7.2, vierde lid, BOR dient elke handhavingsorganisatie een handhavingsstrategie te hebben vastgesteld. Binnen de provincie Noord-Brabant streven we zoveel mogelijk uniformiteit na in werkwijzen en uitvoeringsdocumenten. Zo ook de handhavingsstrategie. Deze strategie bestaat uit diverse onderdelen, waaronder een op elkaar afgestemd bestuursrechtelijk en strafrechtelijk optreden en een stappenplan voor het optreden met verschillende scenario’s naar gelang de ernst van de overtreding en de urgentie waarmee dient te worden opgetreden.
Vanaf 2022 wordt de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht door alle overheidsorganisatie gehanteerd. Daarnaast is deze ‘Handreiking bestuurlijke sanctiemiddelen’, opgesteld om praktische handvatten te geven ten aanzien van de toepassing van bestuurlijke sanctiemiddelen, waarvan met name de last onder dwangsom. Daarom wordt hierin weinig aandacht besteed aan procedurele aspecten, toezicht en opsporing en handhaving van specifieke wetten, zoals de Wabo en de Waterwet. Opgemerkt wordt dat dit document slechts een handreiking betreft met enige richtinggevende voorbeelden. De casuïstiek en de daarbij behorende specifieke omstandigheden blijven altijd bepalend voor het vaststellen van de wijze van optreden. Handhaving blijft maatwerk.
2. BESTUURLIJKE SANCTIEMIDDELEN
Met betrekking tot het optreden tegen overtredingen van regels bestaat de mogelijkheid gebruik te maken van een aantal bestuurlijke sanctiemiddelen:
1De last onder bestuursdwang
2De last onder dwangsom
3Het intrekken van een vergunning
4De bestuurlijke boete
5De bestuurlijke strafbeschikking
2.6 Uitzicht op legalisatie
3. DE LAST ONDER DWANGSOM
3.8 Verbeuren, invordering en innen van de dwangsom
BESTUURSRECHTELIJKE HANDHAVING “RODE KLEURSPOOR”
Deze handreiking is sterk gericht op de handhaving van milieuvoorschriften. De bestuursrechtelijke handhavingsmogelijkheden met betrekking tot bouwen en ruimtelijke ordening zijn in principe gelijk aan de hiervoor beschreven mogelijkheden. De handhaving binnen het rode kleurspoor valt thans in beginsel onder de reikwijdte van de Wabo. Toepassing van de Wabo noopt tot integrale handhaving. Dit kan betekenen dat in éénzelfde beschikking zowel overtredingen van milieu- bouw en planologische voorschriften dienen te worden opgenomen. Ook kan het bijvoorbeeld gaan over monumenten of natuur. Grondslag is dan steeds het handelen zonder omgevingsvergunning of in strijd met de daaraan verbonden voorschriften. Zelfs bijvoorbeeld planologisch strijdig gebruik moet nu in beginsel worden gezien als handelen zonder omgevingsvergunning. Het voert te ver om in deze handreiking hier verder op in te gaan. Vermeldenswaardig is nog wel de mogelijkheid om bij bijvoorbeeld bij bouw of sloop, bij last onder dwangsom, separaat interim-maatregelen op te leggen, zoals het stutten van een gebouw, indien instorting dreigt. Ook het stilleggen van bouw of sloop is een variant van bestuursdwang. De wijze van toepassing van de bestuurlijke sanctiemiddelen is bij bouwen en RO vaak wel wezenlijk anders, dan bijvoorbeeld aan de milieukant. Daarnaast is ook hier een afweging te maken in gradaties van overtredingen. Om die reden is in deze Handreiking een afzonderlijke tabel opgenomen met overtredingen en wijzen van handhavend optreden in het rode kleurspoor.
DWANGSOMHOOGTEN EN BEGUNSTIGINGSTERMIJN PER OVERTREDING
Zie aparte bijlage bij dit document. Dit betreft een leidraad.
REKENMODEL BEPALING DWANGSOMHOOGTE NIET PLAATSEN LUCHTWASSERS
Economisch voordeel niet plaatsen luchtwasser
Bij het opleggen van een dwangsom voor het niet plaatsen van een luchtwasser moet het economisch voordeel hiervan meegenomen worden bij de bepaling van de hoogte van de dwangsom. Dit economisch voordeel bestaat in ieder geval uit:
•de installatiekosten
•de kosten van de bedrijfsvoering (zuurverbruik, energieverbruik e.d.).
Met bijgevoegd rekenmodel (excel-bestand) kan de dwangsomhoogte op basis van deze twee componenten bepaald worden.
Er zijn een aantal gemeenten die ook het economisch voordeel van het aantal te veel gehouden dieren meeneemt in de berekening die ten grondslag ligt aan de hoogte van de dwangsom.
Reden om dit in het bestuursrecht niet te doen zijn:
1De gemeente heeft als taak de overtredingen van voorschriften te beëindigen en niet als taak de ondernemer te straffen. Het straffen van de ondernemer is een taak van de politie. Bij de berekening van het economisch voordeel t.b.v. een strafrechtelijke veroordeling moet het economisch voordeel van het houden van te veel dieren wel meegenomen worden.
2De berekening van het economisch voordeel van het houden van te veel dieren kan veel discussie opleveren met de inrichthouder (wat is het voordeel per dier, dit is erg afhankelijk van onder andere de markt). Hierdoor is ook het risico dat een dwangsom door de Raad van State vernietigd wordt groter. Bij vernietiging van de dwangsom kun je weer opnieuw beginnen. Je kunt er beter voor kiezen de dwangsom iets lager te stellen maar wel met een grotere kans om overeind te blijven bij de Raad van State.
ONDERWERP
OVERTREDING
HOOGTE DWANGSOM
DWANGSOM
PER
MAXIMUM
BEGUNSTIGING TERMIJN
PER
BEDRAG
WET MILIEUBEHEER
Vergunning / melding
Wabo
Inrichting zonder vergunning
€
2.750,-
week
€
16.500,-
3maanden
Inrichting uitgebreid of wijzigen zonder vergunning
€
2.750,-
week
€
16.500,-
3maanden
Inrichting milieuneutraal wijzigen
€
900,-
Week
€
5.400,-
3maanden
Activiteitenbesluit
Inrichting zonder melding inwerking
€
500,-
week
€
3.000,-
1maand
ONGEWOON VOORVAL
Wm
Het niet (zo spoedig mogelijk) melden van het ongewoon voorval aan het bevoegde gezag
€
1500,-1
week
€
9.000,-1
1maand
AFVAL
Opslag afval niet overeenkomstig voorschriften vergunning/activiteitenbesluit
€
1.000,-
week
€
6.000,-1
3maanden
Bedrijfsafval wordt niet correct afgevoerd
Kg
€
1,-
week
X 6
2maanden
Gevaarlijk afval wordt niet correct afgevoerd
Kg
€
10,-
week
X 6
2maanden
AFVALWATER
Olie-benzineafscheider, slibvanger of vetafscheider niet geleegd
€
750,-
week
€
4.500,-
1maand
Ontbreken zuiveringstechnische voorziening
€
5.500,-1
week
€
33.000,-1
3maanden
Ontbreken controlevoorziening
€
500,-
week
€
3.000,-
2maanden
Overschrijding van lozingsnormen uit vergunning/activiteitenbesluit
€
1.500,-
week
€
9.000,-
2weken
Lozen van waterbezwaarlijke stoffen zonder toestemming/vergunning (ikv ABM-toets)
€
1.500,-1
Week
€
9.000,-1
2weken
Geen ABM toetsing uitgevoerd
€
1.500,-
Week
€
9.000,-
3maanden
BODEM
Algemeen
Geen onderhoudsprogramma, werkinstructies, incidentmanagement, etc
€
500,-
Week
€
3.000,-
1maand
Vloer
Ontbreken vloeistofdichte vloer
M2
€
250,-
Week
X 6
3maanden
Ontbreken vloeistofkerende vloer
M2
€
125,-
week
X 6
3maanden
Geen certificaat/rapport van vloeistofdichte vloer
€
1.000,-
week
€
6.000,-
2maanden
Geen jaarlijkse controle vloeistofdichte vloer
€
500,-
week
€
3.000,-
2maanden
Opruimen vervuiling
Niet direct verwijderen van verontreinigingen op de vloer
€
250,-
constatering
€
1.500,-
1maand
Geen adsorptiemiddelen of geen goed gebruik van adsorptiemiddelen
€
250,-
Week
€
1.500,-
1maand
Lekbak
Lekbak niet aanwezig/onvoldoende capaciteit
€
500,-
week
€
3.000,-
1maand
Vaatwerk
Opslag niet in lekbakken
€
250,-
constatering
€
1.500,-
1maand
Bodemonderzoek
Geen bodem nul- / eind-situatieonderzoek uitgevoerd
€
1.000,-
week
€
6.000,-
2maanden
Geen monitoringsonderzoek bodem uitgevoerd
€
1.000,-
Week
€
6.000,-
2maanden
GELUID
Overtreding geluidsvoorschriften door nalatig gedrag
€
1.000,-
constatering
€
24.000,-
2weken
Overtreding geluidvoorschriften door ontbreken voorzieningen
€
2.000,-1
week
€
15.000,-1
2maanden
Akoestisch onderzoek niet uitgevoerd
€
1.500,-
week
€
9.000,-
2maanden
Overtreding geluidsvoorschriften (c-)evenement
€
1.500,-
constatering
€
15.000,-
5minuten
LUCHT
Stookinstallaties
Geen 2- of 4-jaarlijkse inspectie stookinstalalties > 20/100 kW (scope 1, 2, 3 of 5)
€
1.500,-
Week
€
9.000,-
3maanden
Geen inspectie brandstofleidingen (scope 7)
€
1.500.-
Week
€
9.000,-
3maanden
Geen goedgekeurd inspectierapport, eerst nog aanpassingen aan installatie doorvoeren
€
1.000,-1
Week
€
6.000,-1
3maanden
Geen NOx meting uitgevoerd (scope 6 of anders)
€
1.500,-
Week
€
9.000,-
3maanden
Niet voldoen aan de NOx emissienorm
€
4.000,-
Week
€
24.000,-
3maanden
Geur
Geen (goedgedimensioneerde) ontgeuringsinstallatie
€
1.500,-
week
€
9.000,-
3maanden
Uitmonding afvoerpijp afzuiginstallatie niet op hoogte
€
1.000,-
week
€
6.000,-
2maanden
Geen onderhoud ontgeuringsinstallatie
€
750,-
Week
€
4.500,-
1maand
Geuronderzoek niet uitgevoerd/niet correct uitgevoerd.
€
2.000,-1
week
€
12.000,-1
2maanden
Slechte opslag dierlijk afval
€
500,-
constatering
€
3.000,-
1maand
Emissie algemeen
Ontbreken filterinstallatie
€
1.500,-1
week
€
9.000,-1
3maanden
Geen onthouder filterinstallatie
€
750,-
week
€
4.500,-
1maand
Niet voldoen aan emissiegrenswaarden Ner
€
2.000,-1
Week
€
12.000,-1
3maanden
Stofoverlast veroorzaken
€
2.000,-
constatering
€
12.000,-
2maanden
Onderzoek emissiebeperkingen niet uitgevoerd
€
1.500,-
week
€
9.000,-
2maanden
Oplosmiddelenbesluit
Niet opstellen reductieprogramma
€
2.500,-
week
€
15.000,-
2maanden
Geen correcte/volledige oplosmiddelenboekhouding
€
1.000,-
Week
€
6.000,-
2maanden
Niet voldoen aan emissiegrenswaarden
€
4.000,-
Week
€
24.000,-
3maanden
VEILIGHEID
Blusmiddelen
Geen brandblussers
€
250,-
week
€
1.500,-
1maand
Keuring blusmiddelen niet juist
€
250,-
week
€
1.500,-
1maand
Brandblusser niet direct bereikbaar voor gebruik
€
250,-
constatering
€
1.500,-
2weken
LPG
Afleveren LPG zonder toezicht (evt. in nacht)
€
1.500,-
constatering
€
9.000,-
1week
Niet voldoen aan interne afstanden LPG-installatie
€
5.500,-
Week
€
33.000,-
1-3 maanden
Geen aanrijbeveiliging
€
1.000,-
Week
€
6.000,-
1maand
Niet keuren van reservoir, leidingen etc
€
3.000,-1
Week
€
18.000,-1
2maanden
Vuurwerk
Sprinklerinstallatie niet gekeurd
€
1.000,-
Week
€
6.000,-
2maanden
Geen actualisatie UPD
€
500,-
Week
€
3.000,-
2maanden
Verkoopruimte niet vrij van (zeer) licht ontvlambare stoffen en drukhouders
€
500,-
Dag1
€
3.000,-
1week1
Geen vervanging moedersprinklers
€
750,-
Week
€
4.500,-
2maanden
Opslag vuurwerk te hoog/tegen muur etc
€
500,-
dag1
€
3.000,-
1week1
Opslag van “illegaal” vuurwerk
€
750,-
Week
€
4.500,-
1maand
ENERGIE
Energiebesparingsonderzoek niet uitgevoerd
€
1.500,-1
week
€
9.000,-1
2maanden
Geen energiemonitoring / niet overleggen energiegegevens
€
250,-
Week
€
1.500,-
2maanden
REGISTRATIES
Geen (volledig) installatieboek tankstation aanwezig
€
275,-
Week
€
1.650,-
1maand
Geen VOS-registratie (anders dan oplosmiddelenbesluit)
€
275,-
week
€
1.650,-
2maanden
Geen onderhoudscontracten of bewijzen van onderhoud of keuringen van ten behoeve van de inrichting aanwezige voorzieningen en installaties;
€
275,-
week
€
1.650,-
1maand
Geen afgiftebewijzen van bedrijfs- en gevaarlijke afvalstoffen
€
500,-
week
€
3.000,-
1maand
VEEHOUDERIJ
Mest
Mestbassins niet overeenkomstig bouwtechnische richtlijnen
€
1.000,-
week
€
6.000,-1
2maanden
Vaste mest niet op mestdichte plaat
€
750,-
Week
€
3.000,-
2maanden
Veehouderij
Chemische luchtwasser staat uit
Luchtwasser
€
1.800,-
constatering
€
10.800,-
dagen
Biologische (gecombineerde) luchtwasser staat uit
Luchtwasser
€
900,-
constatering
€
5.400,-
dagen
Overige emissiearme stalsystemen uit of niet conform gebruikseisen en dus als traditioneel aan te merken
stalsysteem
€
2.500,-
week
€
15.000,-
dagen
Niet voldoen aan gebruikseisen emissiearm stalsysteem
stalsysteem
€
425,-
week
€
2.550,-
dagen
Meer dieren houden dan vergund
n = < 100
€
3400,-
week
€
20.400,-
1maand
n = 100-1000
€
8.400,-
week
€
50.400,-
2maanden
n = > 1000
€
17.000,-
week
€
102.000,-
3maanden
Veehouderij
type-B-bedrijf i.h.k.v. Activiteitenbesluit milieubeheer
Niet voldoen aan Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij of ontbreken vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming
€
6.700,-
week
€
40.200,-
3maanden
Chemische luchtwasser niet aanwezig
Luchtwasser
€
8.500,-
week
€
51.000,-
3maanden
Biologische (gecombineerde) luchtwasser niet aanwezig
Luchtwasser
€
10.000,-
week
€
60.000,-
3maanden
Overige emissiearme stalsystemen niet aanwezig
stalsysteem
€
6.700,-
week
€
40.200,-
3maanden
Veehouderij
type-C-bedrijf i.h.k.v. Activiteitenbesluit milieubeheer
Niet voldoen Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij/Richtlijn industriële emissies of ontbreken vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming
€
14.000,-
week
€
84.000,-
3maanden
Chemische luchtwasser niet aanwezig
Luchtwasser
€
17.000,-
week
€
102.000,-
3maanden
Biologische (gecombineerde) luchtwasser niet aanwezig
Luchtwasser
€
20.000,-
week
€
120.000,-
3maanden
Overige emissiearme stalsystemen niet aanwezig
stalsysteem
€
14.000,-
week
€
84.000,-
3maanden
KOELINSTALLATIES
Synthetische koelmiddelen
Geen logboek aanwezig, of niet volledig
€
275,-
Week
€
1.650,-
1maand
Geen lekkagecontrole uitgevoerd
€
350,-
Week
€
2.100,-
1maand
Niet bekend welke koelmiddelen gebruikt worden
€
150,-
Week
€
900,-
1maand
Geen lekdetectie aanwezig (>500 ton CO2)
€
1.000,-
Week
€
6.000,-
2maanden
Geen controle lekdetectieapparatuur
€
500,-
week
€
3.000,-
1maand
NH3 tot 1500 kg
Geen jaarlijks onderhoud
€
1.000,-
week
€
6.000,-
2maanden
Geen 2-jaarlijkse inspectie
€
1.000,-
Week
€
6.000,-
2maanden
Niet voldoen aan voorschriften PGS 13
€
2.000,-1
week
€
12.000,-1
2maanden
NH3 boven 1500 kg
Geen jaarlijks onderhoud
€
2.000,-
week
€
12.000,-
2maanden
Geen 2-jaarlijkse inspectie
€
2.000,-
Week
€
12.000,-
2maanden
Niet voldoen aan voorschriften PGS 13
€
4.000,-1
Week
€
24.000,-
2maanden
Niet voldoen aan afstanden Bevi
€
5.000,-
week
€
30.000,-
3maanden
OPSLAG VAN VERPAKTE GEVAARLIJKE STOFFEN PGS 15
Gevaarlijke stoffen algemeen
Ontbreken opslagvoorziening kast
€
1.000,-
Week
€
6.000,-
2maanden
Ontbreken opslagvoorziening bouwkundig/kluis
€
2.000,-
week
€
12.000,-
3maanden
Het opslaan van gevaarlijke stoffen buiten de PGS 15 ruimte (geen werkvoorraad)
€
500,-
constatering
€
3.000,-
2weken
WBDBO van opslag geen 60 minuten
€
1.000,-1
week
€
6.000,-1
2maanden
Leidingdoorvoeringen niet in zelfde WBDBO uitgevoerd als opslag zelf
€
500,-
week
€
3.000,-
2maanden
Geen zelfsluitende deur
€
250,-
week
€
1.500,-
2weken
Geen BMI bij opslag boven 2500 kg
€
1.000,-
Week
€
6.000,-
2maanden
Geen juiste pictogrammen aanwezig
€
100,-
week
€
600,-
2weken
Gasflessen
Opslag gasflessen voldoet niet aan de afstandseisen tot brandbare objecten, erfgrens / brandwerendheid gevel
€
1.000,-
week
€
6.000,-
2maanden
Gasflessen niet tegen opvallen beschermd
€
250,-
Constatering
€
1.500,-
2weken
Opslag > 10 ton
Geen goedgekeurd blussysteem
€
2.500,-
Week
€
15.000,-
2maanden
Geen geactualiseerd UPD
€
500,-
Week
€
3.000,-
2maanden
Geen juist stoffenjournaal
€
500,-
Week
€
3.000,-
1maand
Opslag niet conform UPD
€
2.500,-1
week
€
15.000,-1
2maanden
OPSLAG PROPAAN EN BUTAAN PGS 19
Geen keuring reservoir
€
1.000,-
Week
€
6.000,-
2maanden
Geen keuring leidingen
€
500,-
Week
€
3.000,-
2maanden
Geen (volledig) logboek
€
275,-
Week
€
1.650,-
1maand
Opslag van brandgevaarlijke stoffen bij de tank
€
250,-
constatering
€
1.500,-
1maand
Voldoet niet aan interne/externe afstanden
€
1.000,-1
Week
€
6.000,-1
2maanden
Begroeiing rondom reservoir niet in orde
€
250,-
Week
€
1.500,-
1maand
OPSLAG VLOEIBARE BRANDSTOF ONDERGRONDSE TANKS/ TANKSTATIONS/ PGS 28
Vulpistool is voorzien van een vastzetinrichting/ te lange slang
€
275,-
constatering
€
1.650,-
2weken
Geen water / sludge-controle uitgevoerd
€
500,-
Week
€
3.000,-
1maand
Geen KB-meting/bodemweerstand uitgevoerd
€
500,-
Week
€
3.000,-
1maand
Ondergrondse tank niet gekeurd/herkeurd
€
3.000,-
week
€
18.000,-
3maanden
Niet saneren van ondergrondse tank
€
3.000,-
week
€
18.000,-
3maanden
Bemonstering grondwater niet uitgevoerd
€
1.650,-
week
€
9.900,-
2maanden
Ontbreken financiële zekerheid tank
€
1.500,-
week
€
9.000,-
2maanden
Dampretoursysteem
Ontbreken dampretour stage I of II
€
1.500,-
week
€
9.000,-
2maanden
(DRS)
Geen controle van dampretoursysteem Stage II
€
750,-
week
€
4.500,-
2maanden
Installatieboek (logboek)
tank
€
275,-
week
€
1.650,-
2maanden
VLOEIBARE BRANDSTOFFEN BOVENGRONDSE TANKS PGS 30
Bovengrondse tank, geen installatiecertificaat/niet herkeurd
€
1.000,-
week
€
6.000,-
2maanden
Bovengrondse tank niet in lekbak/lekdetectie niet gekeurd
€
500,-
week
€
3.000,-
2maanden
Bovengrondse tank niet tegen aanrijden beschermd
€
500,-
week
€
3.000,-
2maanden
Geen water / sludge-controle uitgevoerd
€
250,-
week
€
1.500,-
1maand
Ontluchtingsleiding niet in orde
€
250,-
week
€
1.500,-
1maand
Buiten gebruik stellen tank niet volgens regels
€
1.000,-
week
€
6.000,-
2maanden
Opslag van brandgevaarlijke stoffen bij de tank
€
250,-
constatering
€
1.500,-
1maand
BESLUIT BODEMKWALITEIT
Art. 42
Lid 1
Degene die voornemens is grond of baggerspecie toe te passen als bedoeld in artikel 35, onderdeel a tot en met i, met uitzondering van onderdeel f, meldt dat voornemen ten minste vijf werkdagen van tevoren aan Onze Minister.
€
500,-1
week
€
3.000,-1
1maand
2
Bij de melding van een toepassing als bedoeld in artikel 35, Lid onder a tot en met e en g, worden ten minste de volgende gegevens verstrekt:
a.de naam en het adres van degene die voornemens is grond of baggerspecie toe te passen;
b.het toetsingskader waarbinnen de toepassing wordt uitgevoerd;
c.de milieuhygiënische verklaring van de toe te passen grond of baggerspecie;
d.de plaats van herkomst van de toe te passen grond of baggerspecie;
e.de hoeveelheid toe te passen grond of baggerspecie;
f.de toepassingslocatie;
g.voor zover het een toepassing betreft krachtens afdeling 2, paragraaf 2, de bodemkwaliteitsklasse;
h.voor zover het een toepassing op of in de bodem, uitgezonderd de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, betreft krachtens afdeling 2, paragraaf 2, de bodemfunctieklasse.
Lid 3
Op de melding van de toepassing, bedoeld in artikel 35, onder h en i, is het tweede lid, onder a, c tot en met f, van overeenkomstige toepassing en op meldingen van de toepassing, bedoeld in artikel 35, onder h, het tweede lid, onder g. Bij meldingen van de toepassing, bedoeld in artikel 35, onder h en i, wordt ook de voorziene duur van de toepassing vermeld.
Lid 4
Indien de voorziene duur van de toepassing, bedoeld in artikel 35, onder h en i, langer is dan zes maanden, wordt de eindbestemming van de grond of baggerspecie binnen die termijn gemeld.
Lid 5
Onze Ministers kunnen nadere regels stellen met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde gegevens.
Lid 6
De melding wordt elektronisch of schriftelijk gedaan door middel van een formulier waarvan het model bij regeling van Onze Ministers wordt aangewezen. Onze Ministers kunnen nadere regels stellen met betrekking tot de wijze waarop moet worden gemeld.
Lid 7
Onze Minister zendt onverwijld de melding met de bijbehorende gegevens elektronisch door aan het bevoegd gezag.
Lid 8
Het eerste lid geldt niet voor:
a.natuurlijke personen anders dan in de uitoefening van beroep of bedrijf;
b.degene die voornemens is grond of baggerspecie toe te passen binnen een landbouwbedrijf, indien de grond of baggerspecie afkomstig is van een tot dat landbouwbedrijf behorend perceel waarop een vergelijkbaar gewas wordt geteeld als op het perceel waar de grond of baggerspecie wordt toegepast;
c.degene die voornemens is grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 39 in een omvang van minder dan 50 m3 toe te passen.
Lid 9
Degene die voornemens is grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 39 in een omvang van ten minste 50 m3 toe te passen, meldt in afwijking van het tweede en derde lid eenmalig de gegevens, genoemd in het tweede lid, onder a en f.
Lid 10
Het achtste lid, onder c, en het negende lid zijn niet van toepassing op het toepassen van grond of baggerspecie in de Nederlandse territoriale zee.
Lid 11
De volgende toepassers van grond of baggerspecie bewaren de in het tweede, onder a, c tot en met f, genoemde gegevens gedurende ten minste vijf jaren:
a.degene die voornemens is grond of baggerspecie toe te passen als bedoeld in artikel 39, uitgezonderd degene, bedoeld in het achtste lid, onder a en b;
b.degene die baggerspecie verspreidt uit een watergang over de aan de watergang grenzende percelen.
WONINGWET
BOUWBESLUIT 2012
Artikel 1.16. Zorgplicht
Lid 1
Een bij of krachtens de wet aanwezige installatie als bedoeld in hoofdstuk 6 van dit besluit:
a.functioneert overeenkomstig de op die installatie van toepassing zijnde voorschriften;
b.wordt adequaat beheerd, onderhouden en gecontroleerd, en
c.wordt zodanig gebruikt dat geen gevaar voor de gezondheid of de veiligheid ontstaat dan wel voortduurt.
Noodverlichting
armatuur
€
250,-
week
€
1.500,-
2maanden
Vluchtrouteaanduidingen
armatuur
€
250,-
week
€
1.500,-
2maanden
Brandslanghaspel en pompinstallatie
brandhaspel
€
500,-
week
€
3.000,-
2maanden
Bluswaterwinplaats / brandkraan
bluswaterwinplaats / brandkraan
€
500,-
week
€
3.000,-
2maanden
Lid 2
Na het aanbrengen of wijzigen van een kabel-, leiding- of andere doorvoer in of door een scheidingsconstructie waarvoor op grond van dit besluit een eis met betrekking tot de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag of rookdoorgang geldt, wordt de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag of rookdoorgang op adequate wijze gecontroleerd.
rookdoorgang
€
500,- 1
week
€
3.000,- 1
2maanden
doorvoer
€
500,- 1
week
€
3.000,- 1
2maanden
WABO
Art. 2.1
Vergunning
Lid 1d.
Inrichting zonder of in afwijking van vergunning
€
1.500,-
week
€
9.000,-
3maanden
Art. 1.19
Melding
Inrichting zonder of in afwijking van melding
€
500,-
week
€
3.000,-
1maand
Art. 6.3
Noodverlichting
Lid 1
Een verblijfsruimte voor meer dan 75 personen en een besloten ruimte waardoor een vluchtroute uit die verblijfsruimte voert, hebben noodverlichting.
€
500,-
week
€
3.000,-
2maanden
Lid 2
Een onder het meetniveau gelegen functieruimte als bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, heeft noodverlichting.
Lid 3
Een besloten ruimte als bedoeld in artikel 6.2, vierde lid, heeft noodverlichting.
Lid 5
Noodverlichting als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid geeft binnen 15 seconden na het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit gedurende ten minste 60 minuten een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte van ten minste 1 lux.
armatuur
€
100,-
week
€
600,-
2maanden
Art. 6.20
Brandmeldinstallatie
Lid 1
Een gebruiksfunctie heeft een brandmeldinstallatie als bedoeld in NEN 2535 met een omvang van de bewaking en een doormelding zoals aangegeven in bijlage I bij dit besluit, indien:
a.de gebruiksoppervlakte van de gebruiksfunctie of de totale gebruiksoppervlakte aan gebruiksfuncties van dezelfde soort in het gebouw voor zover die gebruiksfuncties op eenzelfde vluchtroute zijn aangewezen groter is dan de in deze bijlage aangegeven grenswaarde;
b.de hoogste vloer van een verblijfsruimte van de gebruiksfunctie gemeten boven het meetniveau hoger is gelegen dan op de in deze bijlageaangegeven grenswaarde, of
c.deze bijlage dit aanwijst zonder dat sprake is van een grenswaarde als hierboven bedoeld.
BMI
€
3.000,- 1
week
€
19.000,- 1
6maanden
Lid 3
Een doormelding als bedoeld in het eerste lid vindt rechtstreeks plaats naar de regionale alarmcentrale van de brandweer.
€
1.000,-
week
€
6.000,-
2maanden
Lid 4
Bij een woonfunctie voor zorg met zorg op afroep in een woongebouw of in een groepszorgwoning vindt rechtstreekse melding naar een zorgcentrale plaats. Bij 24-uurszorg in een woongebouw of in een groepszorgwoning vindt deze melding naar een zusterpost plaats.
Lid 5
Voor zover vanuit de uitgang van een verblijfsruimte slechts in één richting kan worden gevlucht, zijn de buiten die verblijfsruimte gelegen ruimten waardoor die enkele vluchtroute voert alsmede aan die ruimten grenzende verblijfsruimten en ruimten met een verhoogd brandrisico voorzien van een brandmeldinstallatie met ruimtebewaking als bedoeld in NEN 2535, indien:
a.de loopafstand tussen de uitgang van een verblijfsruimte en het punt van waaruit in meer dan één richting kan worden gevlucht meer dan 10 m is;
b.de totale vloeroppervlakte van de ruimten waardoor die enkele vluchtroute voert alsmede van de daarop aangewezen v erblijfsruimten meer dan 200 m2 is, of
c.het aantal aan de enkele vluchtroute gelegen verblijfsruimten meer dan twee is.
BMI
€
3.000,- 1
week
€
19.000,- 1
6maanden
Lid 6
In de in bijlage I bij dit besluit aangewezen gevallen heeft een bij of krachtens de wet voorgeschreven brandmeldinstallatie een geldig inspectiecertificaat dat is afgegeven op grond van het CCV-inspectieschema Brandmeldinstallaties.
€
500,-
week
€
3.000,-
2maanden
Lid 7
Het onderhoud van een bij of krachtens de wet voorgeschreven brandmeldinstallatie waarvoor geen certificaat als bedoeld in het zesde lid is vereist, voldoet aan NEN 2654-1.
€
500,-
week
€
3.000,-
2maanden
Lid 8
Het beheer en de controle van een bij of krachtens de wet voorgeschreven brandmeldinstallatie voldoen aan NEN 2654-1.
€
500,-
week
€
3.000,-
2maanden
Art. 6.23 Ontruimings-alarminstallatie en ontruimingsplan
Lid 1
Een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in artikel 6.20, eerste, tweede en vijfde lid, heeft een ontruimingsalarminstallatie als bedoeld in NEN 2575.
OAI
€
3.000,- 1
week
€
19.000,- 1
6maanden
Lid 2
Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over het ontruimingssignaal van de in het eerste lid bedoelde ontruimingsalarminstallatie.
Lid 3
Het beheer en de controle van een ontruimingsalarminstallatie als bedoeld in het eerste lid voldoen aan NEN 2654-2.
Lid 4
Een ontruimingsalarminstallatie als bedoeld in het eerste lid, die behoort bij een brandmeldinstallatie waarop artikel 6.20, zesde lid, van toepassing is, heeft een geldig inspectiecertificaat dat is afgegeven op grond van het CCV-inspectieschema Ontruimingsalarminstallaties.
Lid 5
Het onderhoud van een ontruimingsalarminstallatie als bedoeld in het eerste lid, die behoort bij een brandmeldinstallatie waarop artikel 6.20, zevende lid, van toepassing is, voldoet aan NEN 2654-2.
Lid 6
Een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in artikel 6.20 heeft een ontruimingsplan.
€
250,-
week
€
1.500,-
2maanden
Art. 6.24
Vluchtroute-aanduidingen
Lid 1
Een ruimte waardoor een verkeersroute voert en een ruimte voor meer dan 50 personen hebben een vluchtrouteaanduiding die voldoet aan NEN 6088 en aan de zichtbaarheidseisen, bedoeld in de artikelen 5.2 tot en met 5.6 van NEN-EN 1838.
pictogram
€
100,-
week
€
600,-
2maanden
Lid 3
Een vluchtrouteaanduiding als bedoeld in het eerste of tweede lid is aangebracht op een duidelijk waarneembare plaats.
pictogram
€
100,-
week
€
600,-
2maanden
Lid 4
Een vluchtrouteaanduiding als bedoeld in het eerste of tweede lid voldoet binnen 15 seconden na het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit, gedurende een periode van ten minste 60 minuten, aan de zichtbaarheidseisen bedoeld in de artikelen 5.2 tot en met 5.6 van NEN-EN 1838.
armatuur
€
100,-
week
€
600,-
2maanden
Art. 6.25 Deuren in vluchtroutes
Lid 1
Een deur op een gemeenschappelijke vluchtroute die toegang geeft tot een trappenhuis van een te bouwen woongebouw draait bij het openen niet tegen de vluchtrichting in.
deur
€
250,-
week
€
1.500,-
2maanden
Lid 2
Een deur op een vluchtroute vanaf de uitgang van een wooneenheid naar de uitgang van de woonfunctie voor kamergewijze verhuur kan in de vluchtrichting worden geopend:
a.door een lichte druk tegen de deur, of
b.met behulp van een ontsluitingsmechanisme dat voldoet aan NEN-EN 179 of aan NEN-EN 1125.
deur
€
250,-
week
€
1.500,-
2maanden
Lid 3
Een deur op een vluchtroute draait bij het openen niet tegen de vluchtrichting in indien bij een te bouwen bouwwerk meer dan 37 personen of bij een bestaand bouwwerk meer dan 60 personen op die uitgang zijn aangewezen.
Lid 4
Een nooddeur kan geen schuifdeur zijn.
Lid 5
Een deur op een vluchtroute draait bij het openen niet tegen de vluchtrichting in.
Lid 6
Een deur waarop bij het vluchten meer dan 100 personen zijn aangewezen kan worden geopend door:
a.een lichte druk tegen de deur, of
b.een lichte druk tegen een op circa 1 m boven de vloer over de volle breedte van de deur aangebrachte panieksluiting die voldoet aan NEN-EN 1125.
Lid 7
Een deur op een vluchtroute die begint in een ruimte voor het insluiten van personen, kan tijdens het vluchten met een sleutel worden geopend.
Lid 8
Een automatisch werkende deur en een voorziening voor toegangs- of uitgangscontrole in een vluchtroute mogen het vluchten niet belemmeren.
deur
€
500,-
week
€
3.000,-
2maanden
Lid 9
Een deur die toegang geeft tot een overdruktrappenhuis is voorzien van een aanduiding waaruit blijkt dat hard duwen noodzakelijk kan zijn.
deur
€
100,-
week
€
600,-
2maanden
Lid 10
Aan de aan de buitenlucht grenzende zijde van een nooddeur is het opschrift «nooddeur vrijhouden» of «nooduitgang» aangebracht. Dit opschrift voldoet aan de eisen voor aanvullende tekens in NEN 3011.
deur
€
100,-
week
€
600,-
2maanden
Art. 6.26 Zelfsluitende deuren
Lid 1
Een beweegbaar constructieonderdeel in een inwendige scheidingsconstructie waarvoor een eis aan de weerstand tegen branddoorslag, weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag of weerstand tegen rookdoorgang geldt, is zelfsluitend.
constructie-onderdeel
€
250,-
week
€
1.500,-
2maanden
Art. 6.28 Brandslanghaspels
Lid 1
Een te bouwen gebruiksfunctie heeft ten minste een brandslanghaspel.
€
500,-
week
€
3.000,-
2maanden
Lid 3
De gecorrigeerde loopafstand tussen een brandslanghaspel als bedoeld in het eerste en tweede lid en elk punt van de vloer van een gebruiksfunctie is niet groter dan de lengte van de brandslang, vermeerderd met 5 m. Dit geldt niet voor een niet in een functiegebied gelegen vloer die uitsluitend door niet besloten ruimten kan worden bereikt.
haspel
€
250,-
week
€
1.500,-
2maanden
Art. 6.29 Droge blusleiding
Lid 1
Een gebruiksfunctie met een vloer van een verblijfsgebied hoger gelegen dan 20 m boven het meetniveau, heeft een droge blusleiding.
droge blusleiding
€
1.000,-
week
€
6.000,-
2maanden
Lid 4
De loopafstand tussen een brandslangaansluiting van een in het eerste lid bedoelde droge blusleiding en een punt in een op die aansluiting aangewezen gebruiksgebied is niet groter dan 60 m voor nieuwbouw en 110 m voor bestaande bouw.
€
500,-
week
€
3.000,-
2maanden
Lid 5
Een te installeren droge blusleiding voldoet aan NEN 1594.
droge blusleiding
€
500,-
week
€
3.000,-
2maanden
Lid 6
De inrichting van een bestaande droge blusleiding voldoet aan NEN 1594 voor:
a.de drukbestendigheid;
b.de onbrandbaarheid van het materiaal van de leiding;
c.de soorten koppelingen voor de aansluiting van brandslangen;
d.de aanduiding van de brandslangaansluitingen, en
e.de aanduiding van de voedingsaansluitingen.
[OPMERKING BRIS: De NEN 1594 die is aangestuurd voor bestaande bouw kent geen aanduiding van de brandslangaansluitingen. Hiervoor kan de NEN 1594 gebruikt worden die wordt aangestuurd voor nieuwbouw]
Lid 7
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.16, eerste lid, worden een bij of krachtens de wet voorgeschreven droge blusleiding en een pompinstallatie bij oplevering en daarna eenmaal in de vijf jaar getest volgens NEN 1594.
Art. 6.31 Blustoestellen
Lid 1
Voor zover daarin niet reeds voldoende door de aanwezigheid van brandslanghaspels is voorzien, is een gebouw voorzien van voldoende draagbare of verrijdbare blustoestellen om een beginnende brand zo snel mogelijk door in het gebouw aanwezige personen te laten bestrijden.
brandblusser
€
500,-
week
€
3.000,-
2maanden
Lid 4
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.16, eerste lid, wordt ten minste eenmaal per twee jaar overeenkomstig NEN 2559 op adequate wijze het nodige onderhoud aan een bij of krachtens de wet voorgeschreven draagbaar of verrijdbaar blustoestel verricht en de goede werking van dat blustoestel gecontroleerd.
brandblusser
€
250,-
week
€
1.500,-
2maanden
Art. 6.32 Automatische brandblusinstallatie en rookbeheersingssysteem
Lid 1
Een bij of krachtens de wet voorgeschreven automatische brandblusinstallatie is voorzien van een geldig inspectiecertificaat dat is afgegeven op grond van het CCV-inspectieschema Vastopgestelde Brandbeheersings- en Brandblussystemen
€
1.000,- 1
week
€
6.000,- 1
2maanden
Lid 2
Een bij of krachtens de wet voorgeschreven rookbeheersingsinstallatie is voorzien van een geldig inspectiecertificaat dat is afgegeven op grond van het CCV-inspectieschema Rookbeheersingsinstallaties.
Art. 6.33 Aanduiding blusmiddelen
Een voorziening voor het bestrijden van brand als bedoeld in de artikelen 6.28 en 6.31 is duidelijk zichtbaar opgehangen of gemarkeerd met een pictogram als bedoeld in NEN 3011.
blusmiddel
€
100,-
week
€
600,-
2maanden
Art. 6.36 Brandweeringang
Lid 1
Een bouwwerk voor het verblijven van personen heeft een brandweeringang. Dit geldt niet indien de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat naar het oordeel van het bevoegd gezag niet vereist.
€
550,-
week
€
3.300,-
2maanden
Lid 3
In een bouwwerk met een brandmeldinstallatie met doormelding als bedoeld inartikel 6.20, eerste lid, wordt een brandweeringang bij een brandmelding automatisch ontsloten of ontsloten met een systeem dat in overleg met de brandweer is bepaald.
Artikel 7.2. Verbod op roken en open vuur
Lid 1
Het is verboden te roken of open vuur te hebben:
a.in een ruimte die is bestemd voor de opslag van een brandgevaarlijke stof;
b.bij het verrichten van een handeling die het uitstromen van een brandgevaarlijke stof kan veroorzaken, en
c.bij het vullen van een brandstofreservoir met een brandgevaarlijke stof.
€
500,-
week
€
3.000,-
2maanden
Lid 2
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, wordt goed zichtbaar aangegeven door het aanbrengen van een gestandaardiseerd symbool overeenkomstig NEN 3011.
pictogram
€
250,-
week
€
1.500,-
2maanden
Artikel 7.3. Vastzetten zelfsluitend constructieonderdeel
Een zelfsluitend constructieonderdeel als bedoeld in artikel 6.26, eerste lid, mag niet in geopende stand zijn vastgezet tenzij het constructieonderdeel bij brand en bij rook door brand automatisch wordt losgelaten.
constructie-
onderdeel
€
250,-
week
€
1.500,-
2maanden
Artikel 7.4. Aankleding
Lid 1
Aankleding in een besloten ruimte mag geen brandgevaar opleveren. Dit gevaar is niet aanwezig indien de aankleding:
a.een ondergeschikte bijdrage aan het brandgevaar levert;
b.onbrandbaar is, bepaald volgens NEN 6064;
c.voldoet aan brandklasse A1 als bedoeld in NEN-EN 13501-1;
d.voldoet aan de eisen voor constructieonderdelen als bedoeld in afdeling 2.9, of
e.een navlamduur heeft van ten hoogste 15 seconden en een nagloeiduur van ten hoogste 60 seconden.
aankleding soort
€
500,-
week
€
3.000,-
2maanden
Lid 3
Aankleding in een besloten ruimte die niet direct op de vloer, trap of hellingbaan is aangebracht mag geen brandgevaar opleveren. Dit gevaar is niet aanwezig indien de aankleding:
a.een ondergeschikte bijdrage aan het brandgevaar levert;
b.onbrandbaar is, bepaald volgens NEN 6064;
c.voldoet aan brandklasse A1 als bedoeld in NEN-EN 13501-1 of
d.voldoet aan de eisen voor constructieonderdelen als bedoeld in afdeling 2.9.
aankleding soort
€
500,-
week
€
3.000,-
2maanden
Lid 5
In een besloten ruimte zijn geen met brandbaar gas gevulde ballonnen aanwezig.
€
500,- 1
week
€
3.000,- 1
2maanden
Artikel 7.5. Brandveiligheid inrichtings-elementen
Lid 1
In een voor publiek toegankelijke ruimte opgestelde stands, kramen, schappen, podia en daarmee vergelijkbare inrichtingselementen zijn brandveilig.
€
250,-
week
€
1.500,-
2maanden
Lid 2
Aan het in het eerste lid gestelde is in ieder geval voldaan indien een naar de lucht gekeerd onderdeel van het inrichtingselement:
a.onbrandbaar is, bepaald volgens NEN 6064;
b.voldoet aan brandklasse A1, als bedoeld in NEN-EN 13501-1;
c.een dikte heeft van ten minste 3,5 mm, en voldoet aan brandklasse D, als bedoeld in NEN-EN 13501-1;
d.een dikte heeft van ten minste 3,5 mm, en voldoet aan klasse 4 als bedoeld in NEN 6065, of
e.een dikte heeft van minder dan 3,5 mm en over de volle oppervlakte is verlijmd met een onderdeel als bedoeld onder c of d.
Artikel 7.6. Brandgevaarlijke stoffen
Lid 1
In, op of nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als bedoeld in tabel 7.6 aanwezig.
€
500,- 1
week
€
3.000,- 1
2maanden
Artikel 7.8.
Opslag in stookruimte
In een ruimte met een of meer verbrandingstoestellen met een totale nominale belasting van meer dan 130 kW zijn geen brandbare goederen opgeslagen of opgesteld.
€
500,- 1
week
€
3.000,- 1
2maanden
Artikel 7.10.
Restrisico brandgevaar en ontwikkeling van brand
Onverminderd het bij of krachtens dit besluit bepaalde is het verboden in, op, aan of nabij een bouwwerk voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten, werktuigen, middelen of voorzieningen te gebruiken of niet te gebruiken of anderszins belemmeringen op te werpen of hinder te veroorzaken waardoor:
a.brandgevaar wordt veroorzaakt, of
b.bij brand een gevaarlijke situatie wordt veroorzaakt.
€
500,- 1
week
€
3.000,- 1
2maanden
Artikel 7.12.
Deuren in vluchtroutes
Lid 1
Een deur op een vluchtroute is bij aanwezigheid van personen in het bouwwerk uitsluitend gesloten indien die deur tijdens het vluchten, zonder gebruik te moeten maken van een sleutel onmiddellijk over de ten minste vereiste breedte kan worden geopend.
deur
€
500,-
week
€
3.000,-
2maanden
Artikel 7.16.
Restrisico veilig vluchten bij brand
Onverminderd het bij of krachtens dit besluit bepaalde is het verboden in, op, aan of nabij een bouwwerk voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten, werktuigen, middelen of voorzieningen te gebruiken of niet te gebruiken of anderszins belemmeringen te veroorzaken waardoor:
€
500,- 1
week
€
3.000,- 1
2maanden
a.melding van, alarmering bij of bestrijding van brand wordt belemmerd;
b.het gebruik van vluchtmogelijkheden bij brand wordt belemmerd, of
c.het redden van personen of dieren bij brand wordt belemmerd.
ILLEGALE BOUW
Bij bouwen zonder of in afwijking van de bouwvergunning wordt de hoogte van de dwangsom bepaald door de hoogte van de bouw- en/of herstelkosten, inclusief een toeslag van 25 %.
3
week
2
2maanden
ASBEST
WABO
Art. 5.17
Een besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom gericht op naleving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wet kan inhouden dat het bouwen, gebruiken of slopen van een bouwwerk wordt gestaakt of dat voorzieningen, met inbegrip van het slopen van een bouwwerk, gericht op het tegengaan of beëindigen van gevaar voor de gezondheid of de veiligheid worden getroffen.
€
5.000,-
Constatering
€
30.000,-
Direct
Woningwet
1A
1De eigenaar van een bouwwerk, open erf of terrein of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het daaraan treffen van voorzieningen draagt er zorg voor dat als gevolg van de staat van dat bouwwerk, open erf of terrein geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat dan wel voortduurt.
2Een ieder die een bouwwerk bouwt, gebruikt, laat gebruiken of sloopt, dan wel een open erf of terrein gebruikt of laat gebruiken, draagt er, voor zover dat in diens vermogen ligt, zorg voor dat als gevolg van dat bouwen, gebruik of slopen geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat dan wel voortduurt.
3De eigenaar van een bouwwerk of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het daaraan treffen van voorzieningen onderzoekt, of laat onderzoek uitvoeren naar, de staat van dat bouwwerk, voor zover dat bouwwerk behoort tot bij ministeriële regeling vast te stellen categorieën bouwwerken waarvan is vast komen te staan dat die een gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kunnen opleveren.
Bij ministeriële regeling worden voorschriften gegeven omtrent het onderzoek.
€
500,-
Week
€
3000,-
Direct
BOUWBESLUIT 2012
Artikel 1.33. Mededeling aanvang en beëindiging sloop-werkzaamheden
Lid 1
Het bevoegd gezag wordt ten minste twee werkdagen voor de feitelijke aanvang van de sloopwerkzaamheden, bedoeld in artikel 1.26, schriftelijk van de aanvang van die werkzaamheden in kennis gesteld door diegene die de sloopwerkzaamheden gaat uitvoeren.
€
250,-
constatering
€
1500,-
Direct
Lid 2
Het bevoegd gezag wordt uiterlijk op de eerste werkdag na de dag van beëindiging van de sloopwerkzaamheden, bedoeld in artikel 1.26 van de beëindiging van die werkzaamheden in kennis gesteld door degene die de werkzaamheden heeft uitgevoerd.
€
250,-
Constatering
€
1500,-
Direct
Lid 3
Voor zover van toepassing verstrekt degene die de sloopwerkzaamheden heeft uitgevoerd het bevoegd gezag binnen twee weken na beëindiging van de werkzaamheden een afschrift van de resultaten van de eindbeoordeling, bedoeld in artikel 9, eerste en tweede lid, van het Asbestverwijderingsbesluit 2005.
€
250,-
Constatering
€
1500,-
Direct
Lid 4
Op verzoek van het bevoegd gezag overlegt degene die de sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 1.26 heeft uitgevoerd, binnen een door het bevoegd gezag te bepalen termijn na beëindiging van de werkzaamheden, een opgave van de aard en de hoeveelheid van de bij de werkzaamheden vrijgekomen afvalstoffen en van de afvoerbestemming van die stoffen.
Art. 7.22
Restrisico gebruik bouwwerken, open erven en terreinen
Onverminderd het bij of krachtens dit besluit of de Wet milieubeheer bepaalde is het verboden in, op of aan een bouwwerk of op een open erf of terrein voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten of werktuigen te gebruiken, waardoor:
a.op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze rook, roet, walm of stof wordt verspreid;
b.overlast wordt of kan worden veroorzaakt voor de gebruikers van het bouwwerk, het open erf of terrein;
c.op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze stank, stof of vocht of irriterend materiaal wordt verspreid of overlast wordt veroorzaakt door geluid en trilling, elektrische trilling daaronder begrepen, of door schadelijk of hinderlijk gedierte, dan wel door verontreiniging van het bouwwerk, open erf of terrein, of
d.instortings-, omval- of ander gevaar wordt veroorzaakt.
€
2.000,-
constatering
€
12.000,-
Direct
Art. 7.21
Zindelijke staat van bouwwerken, open erven en terreinen
Een bouwwerk, open erf en terrein bevindt zich in een zodanig zindelijke staat, dat dit geen hinder voor personen en geen gevaar voor de veiligheid of de gezondheid van personen oplevert.
€
1000,-
Week
€6.000,-
Afhankelijk van
Art. 8.1 Aansturingsartikel
1De uitvoering van bouw- en sloopwerkzaamheden is zodanig dat voor de omgeving een onveilige situatie of voor de gezondheid of bruikbaarheid nadelige hinder zoveel mogelijk wordt voorkomen.
2Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze afdeling.
€
500,-
Week
€3.000,-
Direct
Art. 8.2 Veiligheid in de omgeving
Bij het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden worden maatregelen getroffen ter voorkoming van:
a.letsel van personen op een aangrenzend perceel of een aan het bouw- of sloopterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen;
b.letsel van personen die het bouw- of sloopterrein onbevoegd betreden, en
c.beschadiging of belemmering van wegen, van in de weg gelegen werken en van andere al dan niet roerende zaken op een aangrenzend perceel of op een aan het bouw- of sloopterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen.
€
500,-
Constatering
€
3.000,-
Direct
Art. 8.9
Scheiden bouw- en sloopafval (i.c.m. art. 4.1. van de Regeling Bouwbesluit 2012)
Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over de te scheiden categorieën bouw-en sloopafval en de opslag en afvoer daarvan op en van het terrein bij het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden.
€ 500,-
Week
€3.000,-
Direct
BESLUIT MOBIEL BREKEN BOUW- EN SLOOPAFVAL
Artikel 3 i.c.m. bijlage 1 van het besluit voorschrift 2.1.3
Een mobiele puinbreker is voorzien van weegeenheden die automatisch de hoeveelheden bouw- en sloopafval of puingranulaat registreren. De betreffende weegeenheden worden voorafgaand aan de inzet van de installatie autonoom volautomatisch gekalibreerd. De kalibratiegegevens worden geregistreerd.
€ 5.000
Constatering
€30.000,-
Twee weken
Artikel 3 i.c.m. bijlage 1 van het besluit voorschrift 3.2.1
Voor een mobiele puinbreker is een inspectie- en onderhoudssysteem opgesteld, dat bijdraagt aan het waarborgen van periodiek onderhoud en controle van de installatie.
€ 200,-
Week
€1.200,-
Twee weken
Artikel 3 i.c.m. bijlage 1 van het besluit voorschrift 3.4.1
Naast de in voorschrift 2.1.2 bedoelde documenten zijn de volgende documenten aanwezig op de locatie of het deel van de inrichting waar een mobiele puinbreker in werking is:
a.gegevens omtrent de bronsterkte in dB(A) van de mobiele puinbreker;
b.het inspectie- en onderhoudsschema van de mobiele puinbreker, bedoeld in voorschrift 3.2.1 en de kalibratiegegevens, bedoeld in voorschrift 2.1.3;
c.certificaten of bewijzen van:
1º. de installatie van tanks, filters en andere voorzieningen;
2º. onderhoud of keuringen van ten behoeve van de mobiele puinbreker aanwezige voorzieningen en installaties;
d.een afschrift van de schriftelijke kennisgeving, bedoeld in artikel 4 of 5.
€ 500,-
Week
€3.000,-
Twee weken
ASBESTVERWIJDERINGSBESLUIT
Art. 3 Asbest-inventarisatie
Lid 1
Degene die:
a.anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf een bouwwerk of object geheel of gedeeltelijk afbreekt of uit elkaar neemt, of
b.een bouwwerk of object geheel of gedeeltelijk doet afbreken of uit elkaar doet nemen,
beschikt met betrekking tot het bouwwerk of object, dan wel het gedeelte daarvan ten aanzien waarvan de handeling wordt verricht, over een asbestinventarisatierapport indien hij weet of redelijkerwijs kan weten dat zich in het bouwwerk of object asbest of een asbesthoudend product bevindt.
€
1.500,-
Constatering
€
6.000,-
Direct
Lid 2
Degene die:
a.anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf asbest of een asbesthoudend product uit een bouwwerk of object verwijdert, of
b.asbest of een asbesthoudend product uit een bouwwerk of object doet verwijderen,
beschikt met betrekking tot het bouwwerk of object over een asbestinventarisatierapport.
€
1.500,-
Constatering
€
6.000,-
Direct
Lid 3
Degene die materialen of producten doet opruimen die ten gevolge van een incident zijn vrijgekomen, beschikt met betrekking tot de materialen of producten over een asbestinventarisatierapport indien hij weet of redelijkerwijs kan weten dat zich in de materialen of producten asbest of een asbesthoudend product bevindt.
€
1.500,-
Constatering
€
6.000,-
Direct
Art. 6
Asbestverwijdering
1De volgende handelingen, indien de concentratie van asbestvezels is ingedeeld in risicoklasse 2 of 3 als bedoeld in artikel 4.48 onderscheidenlijk artikel 4.53a van het Arbeidsomstandighedenbesluit, mogen slechts worden verricht door een bedrijf dat in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 4.54d, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit:
a.het geheel of gedeeltelijk afbreken of uit elkaar nemen van bouwwerken of objecten indien in die bouwwerken of objecten asbest of een asbesthoudend product is verwerkt;
b.het verwijderen van asbest of asbesthoudende producten uit bouwwerken of objecten;
c.het opruimen van asbest dat of asbesthoudende producten die ten gevolge van een incident is of zijn vrijgekomen.
€
500,-
Constatering
€
3.000,-
Direct
2Artikel 4 is, met uitzondering van het eerste lid onder a, van overeenkomstige toepassing.
3Het is verboden een handeling als bedoeld in het eerste lid te doen verrichten in strijd met het bepaalde in het eerste lid in verbinding met het tweede lid.
Art. 7 (alleen voor particulieren)
Degene die anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf asbest of een asbesthoudend product verwijdert, draagt er zorg voor dat:
a.de verwijderingshandeling, indien technisch mogelijk, wordt verricht alvorens het bouwwerk of object waarin het asbest of asbesthoudende product zich bevindt, geheel of gedeeltelijk wordt afgebroken of uit elkaar genomen;
b.verwijderd asbest of een verwijderd asbesthoudend product onmiddellijk van niet-asbesthoudende producten wordt gescheiden en verzameld;
c.het verzamelde asbest of de verzamelde asbesthoudende producten, tenzij dit door vorm of formaat niet mogelijk is, onmiddellijk wordt respectievelijk worden verpakt in niet-luchtdoorlatend verpakkingsmateriaal van zodanige dikte en sterkte dat deze niet scheurt;
d.niet-luchtdoorlatend verpakkingsmateriaal waarin verwijderd asbest of een verwijderd asbesthoudend product is verpakt onmiddellijk wordt afgesloten en opgeslagen in een afgesloten opslagplaats;
e.ingeval verzameld asbest of verzamelde asbesthoudende producten niet in niet-luchtdoorlatend verpakkingsmateriaal kan respectievelijk kunnen worden verpakt, dat asbest of die asbesthoudende producten onmiddellijk in een afgesloten container wordt respectievelijk worden opgeslagen;
f.niet-luchtdoorlatend verpakkingsmateriaal waarin verwijderd asbest of een verwijderd asbesthoudend product is verpakt op duidelijke wijze wordt voorzien van aanduidingen overeenkomstig artikel 7 van het Productenbesluit asbest;
g.opgeslagen verwijderd asbest of een opgeslagen verwijderd asbesthoudend product binnen twee weken na het vrijkomen hiervan wordt afgevoerd naar een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, vierde lid, van de Wet milieubeheer.
€ 250,-
Constatering
€1.500,-
Direct
Art. 8 (alleen voor particluieren)
1Degene die anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf een handeling als bedoeld in artikel 7 verricht, doet dat op een zodanige wijze dat gevaren voor mens en milieu die door zodanige handelingen kunnen ontstaan, worden voorkomen.
2Bij regeling van Onze Minister kunnen met het oog op het voorkomen van gevaren voor mens en milieu regels worden gegeven die ten minste bij het verrichten van zodanige handelingen in acht worden genomen.
€ 250,-
Constatering
€1.500,-
Direct
Art. 9
Lid 1
Degene die in een binnenruimte een handeling doet verrichten waarop artikel 6, eerste lid, van toepassing is, draagt er zorg voor dat direct na het verrichten van die handeling een eindbeoordeling wordt uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens artikel 4.51a, eerste, tweede en vijfde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
€ 250,-
€ 100,-
€ 500,-
€ 500,-
Constatering
Constatering
Constatering
Constatering
€1.500,-
€ 600,-
€ 3000,-
€ 3000,-
Direct
Direct
Direct
Direct
Lid 2
Degene die in de buitenlucht een handeling doet verrichten waarop artikel 6, eerste lid, van toepassing is, draagt er zorg voor dat direct na het verrichten van die handeling een visuele inspectie wordt uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens 4.51a, derde en vijfde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
Lid 3
Het is verboden andere werkzaamheden in een binnenruimte te verrichten of te doen verrichten met betrekking tot een bouwwerk of object ten aanzien waarvan een handeling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, is verricht, zolang niet een eindbeoordeling als bedoeld in het eerste lid is uitgevoerd of indien uit de eindbeoordeling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat er op de plaats van de handeling nog visueel waarneembaar asbest aanwezig is of de concentratie asbestvezels in de lucht, bedoeld in artikel 4.51a, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit wordt overschreden.
Lid 4
Het is verboden andere werkzaamheden in de buitenlucht te verrichten of te doen verrichten met betrekking tot een bouwwerk of object ten aanzien waarvan een handeling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a of b, is verricht of op de plaats waar een handeling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder c, is verricht, zolang niet een visuele inspectie als bedoeld in het tweede lid is uitgevoerd of indien uit de visuele inspectie, bedoeld in het tweede lid, volgt dat er op de plaats van de handeling nog visueel waarneembaar asbest aanwezig is.
WET NATUURBESCHERMING
Art. 19.d
Lid 1
Het is verboden zonder vergunning, of in strijd met aan die vergunning verbonden voorschriften of beperkingen, van gedeputeerde staten of, ten aanzien van projecten of andere handelingen als bedoeld in het vijfde lid, van Onze Minister, projecten of andere handelingen te realiseren onderscheidenlijk te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstelling, met uitzondering van de doelstellingen, bedoeld in artikel 10a, derde lid, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Zodanige projecten of andere handelingen zijn in ieder geval projecten of handelingen die de natuurlijke kenmerken van het desbetreffende gebied kunnen aantasten.
€
5.000,-5
week
€
25.000,-1
2maanden
Lid 2
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op het realiseren van projecten of het verrichten van andere handelingen, waaronder bestaand gebruik, alsmede de wijzigingen daarvan, overeenkomstig een beheerplan als bedoeld in de artikelen 19a of 19b.
Lid 3
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op bestaand gebruik, behoudens indien dat gebruik een project is dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied maar dat afzonderlijk of in combinatie met andere projecten of plannen significante gevolgen kan hebben voor het desbetreffende Natura 2000-gebied.
Lid 4
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op het realiseren van projecten of het verrichten van andere handelingen die zijn toegestaan krachtens een omgevingsvergunning die met toepassing van hoofdstuk IX is verleend.
Lid 5
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen projecten of andere handelingen of categorieën van gebieden worden aangewezen waarvoor een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend door Onze Minister.
Lid 6
De voordracht voor een krachtens het vijfde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
VERORDENING STIKSTOF EN NATURA 2000 NOORD BRABANT 2013
Art. 3
Lid 1
De initiatiefnemer, onderscheidenlijk drijver van de betrokken inrichting draagt er zorg voor, dat bij het realiseren van een of meer nieuwe stallen deze gemiddeld voldoen aan de vereisten als opgenomen in bijlage 2 zoals deze geldt op het moment dat de daarvoor vereiste:
a.aanvraag om een vergunning ingevolge de Natuurbeschermingswet 1998 of aanvraag om een vergunning ingevolge de Wabo of een ingevolge de Wabo vastgestelde algemene maatregel van bestuur, waarvoor op grond van artikel 47b van de Natuurbeschermingswet 1998 een verklaring van geen bedenkingen is vereist, of
b.indien onder a niet van toepassing is, een aanvraag om een vergunning ingevolge de Wabo of melding ingevolge het Activiteitenbesluit milieubeheer is gedaan.
€ 1.000,-5
week
€ 6.000,-
2maanden
Art. 22
Lid 1 of 2
1Voor nieuwe stallen waarvoor op 25 mei 2010 reeds een melding krachtens het Besluit landbouw milieubeheer is gedaan, een aanvraag voor een vergunning krachtens de Wet milieubeheer, de Woningwet, dan wel de Natuurbeschermingswet 1998 in behandeling is genomen, treedt de technische uitvoering volgens die vergunningaanvraag of melding, voor zover relevant voor de emissiesituatie, in de plaats van de eisen, bedoeld in bijlage 2 .
2Onverminderd het eerste lid treedt de technische uitvoering volgens de beschikking op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, voor zover relevant voor de emissiesituatie, in de plaats van de eisen, bedoeld in bijlage 2.
€ 1.000,-5
week
€ 6.000,-
2maanden
Art. 27
Op meldingen en salderingsverzoeken die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, blijft artikel 1, onder i en bijlage 1 van de Verordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant zoals die luidde op het tijdstip van indiening van die melding zijn gelding behouden.
€ 1.000,-5
week
€ 6.000,-
2maanden
Alcoholwet
Art. 5
Luchtverversingscapaciteit niet voldoende of niet aantoonbaar
vergunning
€
Intrekken!
Art. 7
Niet correcte indeling toiletgroepen
week
€
3.300,-
2maanden
Art. 24
leidinggevende is niet aanwezig tijdens opening
€
1100,-
constatering
€
6.600,-
2maanden
Inhoud
a.Procedureboek handhaving (uitvoeringsprotocollen)
b.Handhavingsstrategie ‘Landelijke Handhavingsstrategie’
c.Handreiking bestuurlijke sanctiemiddelen
d.Gedoogstrategie gemeente Hilvarenbeek
e.Risicoanalyse gemeente Hilvarenbeek