Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels Integrale Schuldhulpverlening Hilvarenbeek 2013-2016

Gemeente Hilvarenbeek · geldt sinds 7 september 2013

Toelichting

Op 26 september 2013 heeft de gemeenteraad van de gemeente Hilvarenbeek het Beleidsplan Integrale schuldhulpverlening 2013-2016 vastgesteld. In dit beleidsplan is de visie van de gemeente neergelegd op het terrein van integrale schuldhulpverlening. Achterliggende gedachte is dat de gemeente Hilvarenbeek heldere spelregels wil hanteren. Hierdoor weet de burger wat de voorwaarden zijn voor toelating tot de integrale schuldhulpverlening en waaraan hij zich dient te houden en weet de gemeente welke verplichtingen zij aan de burger mag opleggen en wanneer zij de toegang tot de integrale schuldhulpverlening kan weigeren of beëindigen. De Wet gemeentelijke integrale schuldhulpverlening valt onder het regime van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het is dus van belang om regels met betrekking tot toelating tot de integrale schuldhulpverlening, het opleggen van verplichtingen en het weigeren van hulp vast te leggen in beleidsregels

Artikel 1. Begripsbepalingen

Dit artikel is gebaseerd op artikel 1 van de Wet gemeentelijke integrale schuldhulpverlening.

Artikel 2. Doelgroep gemeentelijke integrale schuldhulpverlening

Conform het beleid van de gemeente, is in dit artikel geregeld dat de gemeentelijke integrale schuldhulpverlening breed toegankelijk is, omdat het niet kunnen voldoen aan betalingsverplichtingen een belangrijke belemmerende factor is voor participatie. Er worden dus geen groepen op voorhand uitgesloten. Een uitzondering hierop zijn zelfstandigen met een nog functionerende onderneming en dak- en thuislozen.

Indien het voortbestaan van een onderneming in gevaar is vanwege te hoog oplopende schulden, zal de zelfstandige veelal bij een bank aankloppen voor extra krediet. Indien het niet mogelijk is het benodigde extra krediet bij een bank te verkrijgen, kan een zelfstandige een beroep doen op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). De gemeente doet dan onderzoek naar de schuldensituatie van de zelfstandige en naar de levensvatbaarheid van de onderneming. Indien de onderneming levensvatbaar is kan besloten worden tot het verstrekken van (extra) bedrijfskapitaal, waarmee de schulden worden geherfinancierd. Integrale schuldhulpverlening vanwege problematische schulden is dan niet meer aan de orde. Indien de onderneming niet levensvatbaar is, zal voor de zelfstandige vaak geen andere mogelijkheid resten dan het staken van de onderneming. In het geval dat de zelfstandige besluit te stoppen met de onderneming kan hij zich wenden tot de gemeente voor integrale schuldhulpverlening. Als iemand zich meldt en niet tot de doelgroep behoort, kan wel informatie en advies gegeven worden en kan de persoon, waar mogelijk, doorverwezen worden.

De wet schrijft voor dat dak- en thuislozen opgevangen worden door de centrumgemeenten. In ons geval is dat Tilburg. De dak- en thuislozen worden daarom doorverwezen naar de gemeente Tilburg (centrumgemeente).

Artikel 3. Aanbod integrale schuldhulpverlening

Het college verleent integrale schuldhulpverlening indien integrale schuldhulpverlening noodzakelijk en mogelijk wordt geacht. Op deze manier wordt recht gedaan aan het beleidsmatige uitgangspunt van eigen verantwoordelijkheid. Daar waar de burger in staat is om de (dreigende) schuldenproblematiek zelf aan te pakken en te regelen, kan schuldhulpverlening achterwege blijven. Daarnaast wordt recht gedaan aan het beleidsmatige uitgangspunt dat integrale schuldhulpverlening niet in alle gevallen mogelijk is en selectief en gericht ingezet dient te worden. Dit artikel toont de kern van integrale schuldhulpverlening nieuwe stijl: een gerichte en selectieve toepassing van integrale schuldhulpverlening. De vorm waarin integrale schuldhulpverlening wordt aangeboden is maatwerk. De inzet van producten en het moment waarop dit gebeurt kan per situatie verschillen.

-In lid twee van dit artikel worden factoren genoemd die bepalen in welke mate de

gemeente een of meerdere producten integrale schuldhulpverlening aanbiedt.

-Punt f: De wet schrijft in artikel 2 lid 4.d. voor dat in het beleidsplan in ieder geval wordt aangegeven hoe integrale schuldhulpverlening aan gezinnen met inwonende minderjarige kinderen wordt vormgegeven. Dit is een belangrijke en kwetsbare doelgroep. Het is altijd onwenselijk dat een huisuitzetting of energieafsluiting plaatsvindt, maar de gevolgen bij deze groep zijn groter.

Artikel 4. Verplichtingen verzoeker

Met dit artikel wordt de eigen verantwoordelijkheid van de hulpvrager voorop gesteld. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van mensen zelf om tijdig de benodigde informatie te geven (lid 1) en medewerking te verlenen (lid 2). Dit zowel in de fase van aanvraag als gedurende de looptijd van een traject. Lid 2 noemt een aantal verplichtingen, dit is geen limitatieve opsomming. Artikel 5. Weigeren - beëindigen - hersteltermijn Indien verzoeker niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in artikel 4, leden 1 en 2, kan het college besluiten om integrale schuldhulpverlening te weigeren dan wel te beëindigen. Alvorens dat te doen wordt, conform lid 2, verzoeker een termijn geboden om alsnog, de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken. De termijn die aan verzoeker wordt gesteld is bewust niet genoemd. De termijn dient een redelijke te zijn. Wat redelijk is, hangt samen met het type verplichting. Komt verzoeker ook gedurende de herstelperiode zijn verplichtingen niet na, dan kan het college besluiten tot weigering of beëindiging van de integrale schuldhulpverlening. In het kader van eigen verantwoordelijkheid vereist het opleggen van een hersteltermijn maatwerk.

In principe komen mensen die fraude hebben gepleegd, met als gevolg een financiële benadeling van het bestuursorgaan, niet voor integrale schuldhulpverlening in aanmerking. Het college kan een individuele afweging maken of deze mensen in aanmerking komen voor integrale schuldhulpverlening.

Artikel 5 is geformuleerd als een zogenaamde "kan" bepaling. Het college heeft de bevoegdheid tot weigering, maar niet de verplichting. Dit geeft het college met name ruimte om van een weigering of beëindiging af te zien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.

Artikel 6. Beëindigingsgronden

In dit artikel wordt beschreven wanneer integrale schuldhulpverlening kan worden beëindigd. Het artikel laat de werking van artikel 5 onaangetast. Van de negen gronden zoals genoemd, verdienen de gronden onder d. en e. bijzondere aandacht. Verzoeker heeft een inlichtingen- en medewerkingsplicht en dient altijd de juiste gegevens aan te leveren. De toelating en het aanbod voor integrale schuldhulpverlening is onder andere afhankelijk van de gegevens die de verzoeker aanlevert. Indien achteraf blijkt dat toelating tot integrale schuldhulpverlening op grond van onjuiste gegevens is toegekend, kan integrale schuldhulpverlening worden beëindigd. Beëindiging wordt aan verzoeker kenbaar gemaakt met een gemotiveerde beschikking.

Artikel 7 Recidive - hernieuwde aanvraag

Dit artikel formuleert de regels over de weigering van een aanbod integrale schuldhulpverlening in relatie tot een eerder opgestart traject integrale schuldhulpverlening. Op basis van het principe van eigen verantwoordelijkheid, wordt een nadrukkelijke grens gesteld aan het kunnen doen van hernieuwde aanvragen. Een nieuw verzoek van iemand voor wie eerder (binnen een jaar voorafgaand aan het moment waarop een nieuw verzoek wordt ingediend) al een schuldregelingstraject is opgestart, kan worden afgewezen. Er kan wel informatie en advies gegeven worden en/of doorverwijzing. De startdatum van een eerder opgestart schuldregelingstraject is hierbij het uitgangspunt. Het maakt niet uit of dat traject wel of niet succesvol is afgerond. Bij het bepalen of een persoon al eerder gebruik heeft gemaakt van een schuldregelingstraject telt een eerder opgestart traject vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregels ook mee.

Artikel 8. Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden

Dit artikel geeft ruimte aan het college om in bijzondere (lid 1) c.q. onvoorziene (lid 2) gevallen af te wijken van de regels zoals neergelegd in deze beleidsregels.

Artikel 9. Inwerkingtreding en citeertitel

Deze beleidsregels treden in werking per 7 november 2013 en worden aangehaald als “Beleidsregels Integrale Schuldhulpverlening Hilvarenbeek 2013-2016”.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.